Bijzonder decreet betreffende de Universiteit Gent en het Universitair Centrum Antwerpen.

  • goedkeuringsdatum
    26 JUNI 1991
  • publicatiedatum
    B.S.29/06/1991
  • datum laatste wijziging
    15/03/2017

COORDINATIE

Bijz. decr. 14-5-1996 - B.S. 28-6-1996

Bijz. decr. 15-7-1997 - B.S. 12-9-1997

Bijz. decr. 18-5-2001 - B.S. 5-7-2001

Bijz. decr. 4-4-2003 - B.S. 16-7-2003

Bijz. decr. 4-4-2003 - B.S. 16-7-2003

Bijz. decr. 19-3-2004 - B.S. 30-4-2004

Bijz. decr. 13-7-2012 - B.S. 17-8-2012

Bijz. decr. 25-4-2014 - B.S. 25-6-2014

Bijz. decr. 3-2-2017 - B.S. 15-3-2017

De Vlaamse Raad heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.

Dit bijzonder decreet regelt een aangelegenheid zoals bedoeld bij artikel 59bis van de Grondwet.

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Art. 2.

[Bij dit bijzonder decreet wordt de Universiteit Gent als openbare instelling met rechtspersoonlijkheid opgericht. De Universiteit Gent, verder de universiteit genoemd, heeft haar bestuurszetel in het administratief arrondissement Gent.]

Bijz. decr. 13-7-2012

IN VOEGE VANAF 1/1/2018 (Bijz. decr. 3-2-2017 - B.S. 15-3-2017; Art. 2 en 33) : "Aan artikel 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de bestaande tekst wordt een eerste lid; 2° in de tweede zin van het eerste lid worden de woorden ", verder de universiteit genoemd," geschrapt; 3° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "De Universiteit Gent bestaat uit twee onderdelen: de universiteit en het Universitair Ziekenhuis Gent, hierna het UZ Gent te noemen. De universiteit heeft een algemene academische opdracht. Het UZ Gent maakt als universitair ziekenhuis deel uit van de Universiteit Gent en heeft een in essentie klinische opdracht, maar bezit daarnaast een universitaire functie die verbonden is aan de universiteit. Het UZ Gent neemt deel aan de academische opdracht van de universiteit."."

Art. 3.

De inrichtende macht van het academisch onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap wordt overgedragen aan de universiteit en het universitair centrum, die als dusdanig de bevoegdheden bezitten die rechtstreeks of onrechtstreeks noodzakelijk of nuttig zijn voor de uitoefening ervan.

HOOFDSTUK II. - De bestuursorganen van de universitair centrum

(voetnoot 1)

Afdeling 1. - Algemene bepaling

Art. 4.

[De bestuursorganen van de Universiteit Gent zijn : de rector, de vice-rector, het bestuurscollege, de raad van bestuur, de faculteitsraden en de raden van de met de faculteiten gelijkgestelde organen.

De bestuursorganen van het Universitair Centrum Antwerpen zijn : de rector, het bestuurscollege, de raad van bestuur, de faculteitsraden en de raden van de met de faculteiten gelijkgestelde organen.

In de volgende artikelen moet "vice-rector" gelezen worden als "vice-rector van de Universiteit Gent".]

Bijz. decr.14-5-1996

IN VOEGE VANAF 1/1/2018 (Bijz. decr. 3-2-2017 - B.S. 15-3-2017; Art. 3 en 33) : "In artikel 4, eerste lid, wordt tussen de zinsnede "raad van bestuur," en de woorden "de faculteitsraden" de zinsnede "het Bestuurscomité van het UZ Gent," ingevoegd."

[Art. 4bis.

De raad van bestuur legt in het organiek reglement of het bestuursreglement de fundamentele regelen betreffende de organisatie van de aanwijzingen en verkiezingen vast. Deze fundamentele regelen voorzien in afdoende waarborgen opdat beide geslachten in de schoot van de raad van bestuur, de verschillende bestuursorganen van de universiteit die uitvoerbare beslissingen kunnen nemen, in de verschillende adviesraden waarin het organiek reglement voorziet en in selectiecommissies gelijkwaardig zijn vertegenwoordigd. Ten minste geldt dat ten hoogste twee derde van de leden van de raad van bestuur en van de hiervoor genoemde bestuursorganen, raden en commissies bestaat uit personen van hetzelfde geslacht.]

Bijz. decr. 13-7-2012

Afdeling 2. - De rector en de vice-rector

Art. 5.

[De rector en de vicerector worden voor een termijn van vier jaar benoemd door de zetelende raad van bestuur. Deze benoemingen gebeuren op voordracht van het daartoe overeenkomstig het tweede lid samengestelde kiescollege, dat beraadslaagt over de ingediende kandidaturen en dat bij geheime stemming een duo voordraagt van één kandidaat-rector en één kandidaat-vicerector die beiden het pluralistisch karakter van de instelling respecteren en waarbij rekening is gehouden met de voorschriften inzake evenredige vertegenwoordiging van de beide geslachten.

Dit kiescollege bestaat uit alle personeelsleden en studenten van de universiteit die voldoen aan bij reglement vastgelegde minimumcriteria wat betreft omvang van de aanstelling/benoeming of opgenomen studiepunten. Daarbij krijgen de geaggregeerde uitgebrachte stemmen van het zelfstandig academisch personeel de weging 0,67, die van de studenten 0,16, die van het assisterend academisch personeel 0,085 en die van het administratief en technisch personeel 0,085.

De leden van het onderwijzend personeel van groep 3 die opgenomen zijn in het integratiekader bedoeld in artikel V.209 van de Codex Hoger Onderwijs, worden voor de toepassing van dit artikel ingedeeld in de categorie van het zelfstandig academisch personeel.

De leden van het onderwijzend personeel van groep 1 en 2 die opgenomen zijn in het integratiekader bedoeld in artikel V.209 van de Codex Hoger Onderwijs, worden ingedeeld in de categorie van het assisterend academisch personeel.

De leden van het administratief en technisch personeel die opgenomen zijn in het integratiekader bedoeld in artikel V.209 van de Codex Hoger Onderwijs, worden ingedeeld in de categorie van het administratief en technisch personeel.

De raad van bestuur legt de verkiezingsprocedure vast.

De kandidaten dienen ten minste hoogleraar te zijn aan de universiteit en mogen de leeftijdsgrens voor opruststelling niet bereiken tijdens de duur van hun mandaat.]

Bijz. decr. 3-2-2017

Art. 6.

De mandaten van rector en vice-rector kunnen tweemaal hernieuwd worden.

Art. 7.

De rector heeft de algemene leiding over de universiteit of het universitair centrum. [De rector] is voorzitter van het bestuurscollege [...] en vertegenwoordigt de universiteit of het universitair centrum in en buiten rechte.

Bijz. decr. 13-7-2012

Art. 8.

[De vicerector staat de rector bij en vervangt de rector bij verhindering of afwezigheid. Daarenboven kan de raad van bestuur de vicerector, onverminderd het bepaalde in artikel 21, met bijzondere opdrachten belasten.]

Bijz. decr. 13-7-2012

Afdeling 3. - Het bestuurscollege

Art. 9.

Het bestuurscollege bestaat uit :

1° de rector, voorzitter;

2° de vice-rector, ondervoorzitter;

3° twee leden behorende tot de groep van het zelfstandig academisch personeel bedoeld bij artikel 16, 3° ;

4° telkens één lid behorende tot de groepen bedoeld bij artikel 16, 4° , 5° , 6° en 7° .

De beheerder of de beheerders wonen de vergaderingen van het bestuurscollege met raadgevende stem bij.

IN VOEGE VANAF 1/1/2018 (Bijz. decr. 3-2-2017 - B.S. 15-3-2017; Art. 5 en 33) : "In artikel 9 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "De gedelegeerd bestuurder van het UZ Gent woont met raadgevende stem de vergaderingen bij voor de agendapunten die gerelateerd zijn aan de opdrachten van het ziekenhuis."."

Art. 10.

De in artikel 9, 3° en 4° bedoelde leden van het bestuurscollege en hun plaatsvervangers [worden aangewezen door de raad van bestuur, op voordracht van de betrokken geledingen]²[, rekening houdend met het bepaalde in artikel 4bis]¹.

De raad van bestuur legt bij reglement de [procedure tot aanwijzing]² vast van de in het eerste lid bedoelde leden en hun plaatsvervangers [, rekening houdend met het bepaalde in artikel 4bis]¹.

[Met het oog op de aanwijzing van een vertegenwoordiger van de groep, vermeld in artikel 16, eerste lid, 7°, draagt de Vlaamse Regering, na raadpleging van het Vlaams Economisch Sociaal Overlegcomité en rekening houdend met het profiel van de universiteit, een of meer personen voor.]²

[ ]¹ Bijz. decr. 13-7-2012; [ ]² Bijz. decr. 25-4-2014

Art. 11.

Het mandaat van de leden van de bestuurscollege duurt vier jaar en is hernieuwbaar. Het mandaat van de studenten duurt echter twee jaar en is éénmaal hernieuwbaar. [Het mandaat van de vertegenwoordiger van het assisterend academisch personeel duurt eveneens twee jaar en is hernieuwbaar]

Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op de rector, de vice-rector, de beheerder of de beheerders.

Bijz. decr.14-5-1996

[Art. 11bis.

In afwijking van het bepaalde in artikel 11 loopt het mandaat van de leden van het bestuurscollege dat in functie is bij de start van het academiejaar 2013-2014 af op het einde van dat academiejaar met uitzondering van het mandaat van de rector en de vicerector, en wordt het bestuurscollege opnieuw samengesteld overeenkomstig de bepalingen van dit bijzonder decreet ten laatste bij de start van het academiejaar 2014-2015.]

Bijz. decr. 13-7-2012

Art. 12.

[Het bestuurscollege is bevoegd voor alle bevoegdheden die met toepassing van artikel 21, § 2, door de raad van bestuur aan het bestuurscollege werden toegewezen of gedelegeerd. Omtrent de uitoefening van deze bevoegdheden brengt het bestuurscollege verslag uit aan de raad van bestuur.]

Bijz. decr. 13-7-2012

Art. 13.

De beslissingen van het bestuurscollege worden genomen met een gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Onthoudingen, ongeldige en blanco stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht. Bij staking van stemmen beslist de rector.

[...]

Bijz. decr. 13-7-2012

Art. 14 en 15.

[...]

Bijz. decr. 13-7-2012

Afdeling 4. - De raad van bestuur

Art. 16.

De raad van bestuur bestaat uit :

[1° de voorzitter, verkozen met een bijzondere meerderheid van twee derde van de stemmen die door de leden van de raad van bestuur, bedoeld in l°bis tot en met 7°, geldig zijn uitgebracht. De voorzitter mag niet als personeelslid aan de universiteit verbonden zijn. De voorzitter wordt stemgerechtigd lid van de raad van bestuur als de voorzitter niet onder de leden van de raad van bestuur is verkozen. Het mandaat van voorzitter loopt voor een termijn van vier jaar en kan hernieuwd worden;]³

1°bis de rector [...]³;

2° de vice-rector [...]³;

3° twaalf vertegenwoordigers van het zelfstandig academisch personeel, verkozen door en onder de leden van dit personeel van de universiteit of het universitair centrum. De kandidaten dienen op het ogenblik van hun verkiezing ten minste twee jaar een [...]³ opdracht in die universiteit of in dat universitair centrum vervuld te hebben;

4° [drie vertegenwoordigers]¹ van het assisterend academisch personeel verkozen door en onder de leden van dit personeel van de universiteit of het universitair centrum. De kandidaten dienen op het ogenblik van hun verkiezing ten minste twee jaar een [...]³ opdracht in die universiteit of in dat universitair centrum vervuld te hebben;

5° drie vertegenwoordigers van het administratief en technisch personeel verkozen door en onder de leden van dit personeel van de universiteit of het universitair centrum. De kandidaten dienen op het ogenblik van hun verkiezing ten minste twee jaar een [...]³ beroepsactiviteit in die universiteit of in dat universitair centrum vervuld te hebben;

6°[vier vertegenwoordigers van de studenten van de universiteit]³ [aangeduid met inachtname van artikel 11.61 van het decreet van 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling van de student, de participatie in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de hogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, zoals de tekst ervan is vastgesteld bij het decreet van 19 maart 2004]²;

7°[tien vertegenwoordigers van openbare instanties, politieke, sociaal-economische en culturele milieus, die op voordracht van de Vlaamse Regering, die daartoe het Vlaams Economisch Sociaal Overlegcomité raadpleegt en daarbij rekening houdt met het profiel van de universiteit, zijn verkozen door de leden van de raad van bestuur, bedoeld in l°bis tot en met 6°. Onder deze vertegenwoordigers kiezen de leden van de raad van bestuur, bedoeld in l°bis tot en met 7°, een ondervoorzitter. Deze verkiezing gebeurt met een bijzondere meerderheid van twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen. Het mandaat van ondervoorzitter loopt voor een termijn van vier jaar en kan hernieuwd worden.]³

De leden van het zelfstandig academisch personeel bedoeld onder 3° van het vorige lid worden verkozen met inachtneming van de evenredige vertegenwoordiging van de faculteiten.

[Bij de uitoefening van de bevoegdheden van de afgevaardigden van de studenten wordt rekening gehouden met de bepalingen van artikel 11.51, § 2, eerste lid, 1°, juncto 11.93, § 2, van het decreet van 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling van de student, de participatie in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de hogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, zoals de tekst ervan is vastgesteld bij het decreet van 19 maart 2004.]²

De beheerder of de beheerders wonen de vergadering van de raad van bestuur met raadgevende stem bij.

[Voor de toepassing van dit artikel worden de mandaathouders van het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek met een aanstelling van onbepaalde duur ingedeeld bij de categorie van het zelfstandig academisch personeel. Voor de toepassing van dit artikel worden verder de mandaathouders van het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek met tijdelijke aanstelling en de houders van een specialisatiebeurs voor het Vlaams Instituut voor de bevordering van het Wetenschappelijk-Technologisch Onderzoek in de Industrie ingedeeld bij de categorie van het assisterend academisch personeel. De raad van bestuur kan voor de toepassing van dit artikel andere categorieën van wetenschappelijke medewerkers indelen in de categorie van het assisterend academisch personeel onder door de raad van bestuur vastgelegde voorwaarden.]¹

[Voor de toepassing van dit artikel worden :

1° de leden van het onderwijzend personeel van groep 3 die opgenomen zijn in het integratiekader bedoeld in artikel 171decies van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap, ingedeeld in de categorie van het zelfstandig academisch personeel;

2° de leden van het onderwijzend personeel van groep 1 en 2 die opgenomen zijn in het integratiekader bedoeld in artikel 171decies van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap, ingedeeld in de categorie van het assisterend academisch personeel;

3° de leden van het administratief en technisch personeel die opgenomen zijn in het integratiekader bedoeld in artikel 171decies van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap, ingedeeld in de categorie van het administratief en technisch personeel.]³

[ ]¹ Bijz. decr. 14-5-1996; [ ]² Bijz. decr. 19-3-2004; [ ]³ Bijz. decr. 13-7-2012

IN VOEGE VANAF 1/1/2018 (Bijz. decr. 3-2-2017 - B.S. 15-3-2017; Art. 6 en 33) : "In artikel 16 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid, 1°, wordt de zinsnede "7° " vervangen door de zinsnede "9° "; 2° in het eerste lid, 7°, wordt de zinsnede "bedoeld in 1° bis tot en met 6° " vervangen door de zinsnede "vermeld in punt 1° bis tot en met 6° en punt 8° en 9° " en wordt de zin "Onder deze vertegenwoordigers kiezen de leden van de raad van bestuur, bedoeld in 1° bis tot en met 7°, een ondervoorzitter." vervangen door de zin "Onder die vertegenwoordigers kiezen de leden van de raad van bestuur, vermeld in punt 1° bis tot en met 6° en punt 8° en 9°, een ondervoorzitter."; 3° aan het eerste lid worden een punt 8° en een punt 9° toegevoegd, die luiden als volgt: "8°één arts die verbonden is aan het UZ Gent en die niet belast is met een academische opdracht van meer dan 10% aan de Universiteit Gent, aangewezen door de medische raad; 9°één niet-arts die verbonden is aan het UZ Gent en die niet belast is met een opdracht van meer dan 10 % aan de Universiteit Gent, verkozen door en onder de leden van dit personeel."; 4° het vierde lid wordt vervangen door wat volgt: "De beheerder of de beheerders en de gedelegeerd bestuurder van het UZ Gent wonen de vergadering van de raad van bestuur met raadgevende stem bij."."

Art. 17.

De raad van bestuur van het universitair centrum bestaat bovendien uit de voorzitter en de rector van de Universitaire Instelling Antwerpen en de rector en de voorzitter van de algemene vergadering van de Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius te Antwerpen. Deze leden hebben raadgevende stem.

Art. 18.

[De raad van bestuur stelt het reglement vast van de verkiezing van de leden van de raad van bestuur, bedoeld in artikel 16, 3° , 4° , 5°, [[6° en 7°]]¹[[, en van de voorzitter en ondervoorzitter van de raad van bestuur en rekening houdend met het bepaalde in artikel 4bis]]².]

Bijz. decr. 14-5-1996; [[ ]]¹ Bijz. decr. 18-5-2001; [[ ]]² Bijz. decr. 13-7-2012

Art. 19.

Voor elk van de leden van de raad van bestuur, bedoeld in artikel 16, 3° , 4° , 5° , 6° en 7° wordt terzelfder tijd een [plaatsvervanger] verkozen. Ingeval het mandaat van een lid voortijdig beëindigd wordt of een lid niet langer de hoedanigheid bezit op basis waarvan het mandaat is verleend, voltooit de [plaatsvervanger] het mandaat van de voorganger.

Bijz. decr. 13-7-2012

IN VOEGE VANAF 1/1/2018 (Bijz. decr. 3-2-2017 - B.S. 15-3-2017; Art. 7 en 33) : "In artikel 19 wordt de zinsnede "bedoeld in artikel 16, 3°, 4°, 5°, 6° en 7° " vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 16, 3° tot en met 9°, "."

Art. 20.

Het mandaat van de leden van de raad van bestuur duurt vier jaar en is hernieuwbaar. Het mandaat van de vertegenwoordigers van de studenten duurt echter twee jaar en is éénmaal hernieuwbaar. [Het mandaat van de vertegenwoordigers van het assisterend academisch personeel duurt eveneens twee jaar en is hernieuwbaar.]

Bijz. decr.14-5-1996

Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op de rector, de vice-rector, de beheerder of de beheerders.

IN VOEGE VANAF 1/1/2018 (Bijz. decr. 3-2-2017 - B.S. 15-3-2017; Art. 8 en 33) : "Aan artikel 20, tweede lid, worden de woorden "en de gedelegeerd bestuurder van het UZ Gent" toegevoegd."

[Art. 20bis.

In afwijking van het bepaalde in artikel 20 loopt het mandaat van de leden van de raad van bestuur die in functie is bij de start van het academiejaar 2013-2014 af op het einde van dat academiejaar met uitzondering van het mandaat van de rector en de vicerector, en wordt de raad van bestuur opnieuw samengesteld overeenkomstig de bepalingen van dit bijzonder decreet ten laatste bij de start van het academiejaar 2014-2015.]

Bijz. decr. 13-7-2012

Art. 21.

[§ 1. De raad van bestuur is het hoogste bestuursorgaan en heeft uit dien hoofde de volheid van handelings- en bestuursbevoegdheid.

De raad van bestuur bepaalt ook de academische en administratieve organisatie van de universiteit.

§ 2. De raad van bestuur kan zijn bevoegdheden toewijzen, delegeren of verder delegeren aan de volgende organen of personen :

1° leden van de raad van bestuur;

2° het bestuurscollege;

3° het directiecollege, of leden daarvan;

4° de faculteitsraden, of leden daarvan;

5° leden van het academisch of administratief en technisch personeel.

De raad van bestuur kan een besluit houdende toewijzing of delegatie van bevoegdheden maar nemen met een bijzondere meerderheid van twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen.

De in het eerste lid bedoelde organen of personen brengen aan de raad van bestuur verslag uit over de uitoefening van deze bevoegdheden en de beslissingen die in dat verband zijn genomen. De organen of personen aan wie de raad van bestuur bevoegdheden heeft toegewezen of gedelegeerd, dienen zich tegenover de raad van bestuur te kunnen verantwoorden over de uitoefening van deze bevoegdheden en verstrekken op verzoek van de raad van bestuur alle inlichtingen over de handelingen die zij in dat verband hebben verricht.

§ 3. De in § 2 bedoelde mogelijkheid tot toewijzing of delegatie geldt niet voor de volgende bevoegdheden van de raad van bestuur :

1° het bepalen van de missie en de visie van de universiteit;

2° het goedkeuren en eventueel aanpassen van het strategisch plan;

3° het jaarlijks vastleggen, goedkeuren en eventueel aanpassen van de begroting, de jaarrekening en het jaarverslag;

4° het bepalen van de organieke reglementen.]

Bijz. decr. 13-7-2012

IN VOEGE VANAF 1/1/2018 (Bijz. decr. 3-2-2017 - B.S. 15-3-2017; Art. 9 en 33) : "In artikel 21 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° aan paragraaf 3, 2°, worden de woorden "inclusief het strategisch plan van het UZ Gent" toegevoegd; 2° aan paragraaf 3, 3°, worden de woorden "met inbegrip van het al dan niet goedkeuren van de begroting en de jaarrekening van het UZ Gent" toegevoegd; 3° aan paragraaf 3 wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt: "5° het aanstellen van een bedrijfsrevisor die conform artikel 80 van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinstellingen, gecoördineerd op 10 juli 2008, de jaarrekening van het UZ Gent controleert."; 4° er wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt: " § 4. De raad van bestuur delegeert het beheer van het universitair ziekenhuis, vermeld in artikel 15 van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinstellingen, gecoördineerd op 10 juli 2008, aan het Bestuurscomité van het UZ Gent. Die delegatie wordt vastgelegd in een delegatieprotocol."."

Art. 22.

De beslissingen van de raad van bestuur worden genomen bij gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen [, met uitzondering van de beslissingen bedoeld in artikel 21, § 2]. Onthoudingen, ongeldige en blanco stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht. Bij staking van stemmen beslist de [voorzitter].

Bijz. decr. 13-7-2012

Art. 23.

De raad van bestuur kan slechts geldig vergaderen indien ten minste de helft van de in artikel 16, eerste lid, bedoelde leden aanwezig is.

Indien na een eerste samenroeping van een vergadering van de raad van bestuur het in het eerste lid bedoelde quorum niet wordt bereikt, kan de raad van bestuur ten vroegste één en ten laatste tien dagen later geldig vergaderen na een tweede samenroeping van een vergadering van die raad met dezelfde agenda, ongeacht het aantal aanwezige leden.

Afdeling 5. - De faculteiten en andere bestuursorganen

Art. 24.

Met inachtneming van de door de raad van bestuur bepaalde richtlijnen geschiedt de organisatie en de coördinatie van de onderwijsverstrekking en van de wetenschapsbeoefening in de onderscheiden vakgebieden in hoofdorde op het niveau van de faculteit.

Onder faculteit wordt tevens elk daarmee door de raad van bestuur gelijkgesteld orgaan verstaan.

Art. 25.

[...]

Bijz. decr. 13-7-2012

Art. 26.

De faculteit wordt bestuurd door de faculteitsraad. Deze wordt voorgezeten door de decaan.

Art. 27.

De raad van bestuur bepaalt in het bestuursreglement :

1° de bevoegdheid en de werking van de faculteitsraad;

2° [de samenstelling en het aantal leden van de faculteitsraad, met dien verstande dat ten minste twee derde van deze leden moet behoren tot het zelfstandig academisch personeel, bedoeld in artikel 16, 3° , en dat de geledingen in artikel 16, 4° , 5° en 6° , erin vertegenwoordigd moeten zijn];

Bijz. decr.14-5-1996

3° de duur van het mandaat van de leden van de faculteitsraden.

Art. 28.

De faculteitsraad kan bepaalde van zijn bevoegdheden delegeren aan de decaan of aan sommige van zijn leden ten individuele titel of gezamenlijk.

Art. 29.

[De decaan van de faculteit wordt door de faculteitsraad onder de gewoon hoogleraren en voltijdse hoogleraren van de faculteit verkozen voor een hernieuwbare termijn van vier jaar. Indien de decaan op het ogenblik van de verkiezing geen zitting heeft in de faculteitsraad, wordt de decaan lid van de faculteitsraad met stemrecht.]

Bijz. decr. 13-7-2012

Art. 30.

[...]

Bijz. decr. 13-7-2012

Afdeling 6. - [De beheerders en de secretaris van de raad van bestuur]

Bijz. decr. 13-7-2012

Art. 31.

[In de personeelsformatie van de universiteit worden er twee betrekkingen van beheerder ingeschreven. Zij worden ingeschaald in de salarisschaal van gewoon hoogleraar.]¹[Hun dienstjaren als beheerder worden gelijkgesteld met academische dienstjaren.]²

[ ]¹ Bijz. decr. 15-7-1997; [ ]² Bijz. decr. 13-7-2012

Art. 32.

[In de personeelsformatie van het universitair centrum wordt er een betrekking van beheerder ingeschreven. Hij wordt ingeschaald in de salarisschaal van gewoon hoogleraar.]

Bijz. decr.15-7-1997

[Art. 32bis.

De salarisschalen 16S en 16/1 waarin de beheerders waren of zijn ingeschaald van 1 september 1991 tot 1 januari 1997 volgen de algemene evolutie van de salarisschalen vastgesteld bij of krachtens hoofdstuk IV van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap.]

Bijz. decr.15-7-1997

Art. 33.

[De betrekkingen van beheerder worden begeven door de raad van bestuur na een openbare oproep tot de kandidaten die houder zijn van een diploma van master of een daarmee gelijkwaardig verklaard diploma.

De raad van bestuur benoemt de beheerders op basis van een gemotiveerd en gezamenlijk door de rector en de vicerector geformuleerd voorstel.]

[De benoeming moet plaatsvinden binnen de drie maanden die volgen op de dag waarop de betrekking vacant is geworden.] Na het verstrijken van deze termijn duidt de Vlaamse Regering ambtshalve de beheerder of de beheerders aan.

Bijz. decr. 13-7-2012

Art. 34.

De rechten en plichten van de beheerder worden opgenomen in een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur met de raad van bestuur. [...]

Bijz. decr. 13-7-2012

Art. 35.

[...] De bezoldiging van de beheerders valt ten laste van de aan de universiteit of aan het universitair centrum door de Vlaamse Gemeenschap toegekende werkingsuitgaven.

[...]

Bijz. decr. 13-7-2012

Art. 36.

[Personeelsleden van een universiteit of hogeschool die bezoldigd worden ten laste van de werkingsuitkering, of ambtenaren van een ministerie of openbare instelling van de Vlaamse Gemeenschap die het mandaat opnemen, krijgen voor de duur van het mandaat een verlof voor de uitoefening van een mandaat waarvan het algemeen belang wordt erkend.]

Bijz. decr. 13-7-2012

Art. 37.

[...]

Bijz. decr. 13-7-2012

Art. 38.

In de universiteit vormen de beheerders [...] een directiecollege dat onder de leiding van de rector en de vice-rector belast is met het dagelijks beheer van de universiteit op administratief, technisch en financieel vlak en de werking van de administratieve diensten cordineert. De raad van bestuur bepaalt de eigen bevoegdheden van de beheerders [...].

Bijz. decr. 13-7-2012

Art. 39.

In het universitair centrum is de beheerder onder leiding van de rector belast met de uitvoering van het dagelijks beheer van het universitair centrum op administratief, technisch en financieel vlak en coördineert hij de werking van de administratieve diensten.

Art. 40.

De raad van bestuur wijst onder de leden van het administratief personeel [die minstens de graad 7 voeren,] een secretaris aan.

De raad van bestuur regelt de taak van de secretaris. Deze oefent dezelfde functies uit bij het bestuurscollege.

Bijz. decr. 13-7-2012

[HOOFDSTUK IIbis. Het UZ Gent

IN VOEGE VANAF 1/1/2018 (Bijz. decr. 3-2-2017 - B.S. 15-3-2017; Art. 10 en 33).

Art. 40bis.

IN VOEGE VANAF 1/1/2018 (Bijz. decr. 3-2-2017 - B.S. 15-3-2017; Art. 11 en 33) :

De raad van bestuur wijst de leden van het Bestuurscomité van het UZ Gent aan, conform de bepalingen van artikel 40novies.

Art. 40ter.

IN VOEGE VANAF 1/1/2018 (Bijz. decr. 3-2-2017 - B.S. 15-3-2017; Art. 12 en 33) :

De raad van bestuur bespreekt halfjaarlijks het gevoerde beleid van het UZ Gent en beslist over de al dan niet goedkeuring van het delegatieprotocol dat wordt voorgelegd door het Bestuurscomité van het UZ Gent, vermeld in artikel 21, § 4, en het strategisch plan van het UZ Gent.

De raad van bestuur delegeert het instellen van vorderingen in rechte aan het Bestuurscomité van het UZ Gent voor de aangelegenheden die aan het Bestuurscomité van het UZ Gent worden gedelegeerd.

De raad van bestuur kan onder zijn verantwoordelijkheid zijn bevoegdheden delegeren aan de bestuursorganen van het UZ Gent en aan leden van die organen, met uitzondering van de bevoegdheden, vermeld in artikel 21, § 3.]

[HOOFDSTUK IIter. De bestuursorganen van het UZ Gent

IN VOEGE VANAF 1/1/2018 (Bijz. decr. 3-2-2017 - B.S. 15-3-2017; Art. 13 en 33).

Afdeling 1. De samenstelling en bevoegdheden van de bestuursorganen van het UZ Gent

IN VOEGE VANAF 1/1/2018 (Bijz. decr. 3-2-2017 - B.S. 15-3-2017; Art. 14 en 33).

Art. 40quater.

IN VOEGE VANAF 1/1/2018 (Bijz. decr. 3-2-2017 - B.S. 15-3-2017; Art. 15 en 33) :

De bestuursorganen van het UZ Gent zijn het Bestuurscomité, de gedelegeerd bestuurder en het Directiecomité.

Afdeling 2. Het Bestuurscomité van het UZ Gent

IN VOEGE VANAF 1/1/2018 (Bijz. decr. 3-2-2017 - B.S. 15-3-2017; Art. 16 en 33).

Art 40quinquies.

IN VOEGE VANAF 1/1/2018 (Bijz. decr. 3-2-2017 - B.S. 15-3-2017; Art. 17 en 33) :

De raad van bestuur richt een Bestuurscomité van het UZ Gent op.

Art 40sexies.

IN VOEGE VANAF 1/1/2018 (Bijz. decr. 3-2-2017 - B.S. 15-3-2017; Art. 18 en 33) :

Het Bestuurscomité van het UZ Gent is binnen zijn gedelegeerde bevoegdheden bevoegd voor :

1° het opstellen van het strategisch plan van het UZ Gent, inclusief het zorgstrategisch plan, ter uitvoering van de opdrachtverklaring en de algemene strategische visie van de Universiteit Gent. Het strategisch plan van het UZ Gent, inclusief het zorgstrategisch plan van het UZ Gent, wordt ter goedkeuring aan de raad van bestuur voorgelegd;

2° de bepaling van het algemeen beleid en de deelstrategie van het UZ Gent na het advies van het Directiecomité van het UZ Gent. Het Bestuurscomité van het UZ Gent bewaakt de afstemming met de universiteit. Het licht dat beleid en die strategie toe aan de raad van bestuur, ten minste halfjaarlijks en één keer met een jaarverslag, bij de voorstelling van de ontwerpbegroting en de ontwerpjaarrekening;

3° het opstellen van een ontwerpbegroting en ontwerpjaarrekening, voorbereid en voorgesteld door het Directiecomité van het UZ Gent, die jaarlijks ter goedkeuring worden voorgelegd aan de raad van bestuur;

4° het goedkeuren van een aangepaste organisatiestructuur van het UZ Gent, inclusief die van het medisch en verpleegkundig departement, op eigen initiatief of op voorstel van het Directiecomité van het UZ Gent;

5° het aanstellen voor een hernieuwbaar mandaat van vier jaar van de hoofdgeneesheer en de diensthoofden, op voorstel van de raad van de faculteit Geneeskunde van de Universiteit Gent;

6° het vaststellen van de personeelsformatie van het UZ Gent, inclusief die van de ziekenhuisgeneesheren. De raad van de faculteit Geneeskunde verleent zijn advies bij de personeelsformatie van de ziekenhuisgeneesheren;

7° de indienstneming, de promotie en het ontslag van de ziekenhuisgeneesheren;

8° het sluiten van overeenkomsten met andere ziekenhuizen met betrekking tot zorgverstrekking en opleiding, eventueel op voorstel van het Directiecomité van het UZ Gent en na advies van de raad van de faculteit Geneeskunde van de Universiteit Gent;

9° de bevoegdheidsverdeling onder de leden van het Directiecomité van het UZ Gent op voorstel van de gedelegeerd bestuurder en de toekenning van de bevoegdheden die exclusief toekomen aan de gedelegeerd bestuurder;

10° het bepalen, op voorstel van het Directiecomité van het UZ Gent, van het globale personeelsbeleid van het UZ Gent op het vlak van statuut, loon en arbeidsvoorwaarden, en het arbeidsreglement;

11° het vastleggen van de rechtspositieregelingen van het personeel en de ziekenhuisartsen van het UZ Gent;

12° het toezicht op de uitvoering van het beleid en de verwezenlijking van de strategische opties door het Directiecomité van het UZ Gent;

13° de periodieke evaluatie, samen met de gedelegeerd bestuurder van het UZ Gent, van de leden van het Directiecomité van het UZ Gent die geen deel uitmaken van het Bestuurscomité van het UZ Gent;

14° het beslissen over belangrijke infrastructuurwerken op voorstel van het Directiecomité van het UZ Gent, die passen binnen het strategisch plan van het UZ Gent;

15° het sluiten van overeenkomsten met derde partijen en het uitoefenen van rechtsvorderingen voor de aangelegenheden die aan het Bestuurscomité van het UZ Gent worden gedelegeerd;

16° het toezicht op de naleving van de specifieke wet- en regelgeving;

17° het toezicht op de werking van de interne kwaliteits-, risicobeheersings- en controlesystemen, via het opzetten van een systeem van interne audit;

18° het organiseren van een evaluatiesysteem over zijn eigen werking.

Het Bestuurscomité van het UZ Gent oefent deze bevoegdheden uit met inachtname van de wettelijke adviesbevoegdheid van de medische raad voorzien in de artikelen 137 tot en met 141 van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinstellingen, gecoördineerd op 10 juli 2008.".

Art. 40septies.

IN VOEGE VANAF 1/1/2018 (Bijz. decr. 3-2-2017 - B.S. 15-3-2017; Art. 19 en 33) :

Het Bestuurscomite van het UZ Gent stelt een huishoudelijk reglement op. Het ontwerp wordt vooraf voor advies bezorgd aan het bestuurscollege.

Het Bestuurscomité van het UZ Gent stelt een charter van goed bestuur op. Het ontwerp wordt vooraf voor advies bezorgd aan het bestuurscollege.

Het Bestuurscomité van het UZ Gent stelt een gedragscode van de bestuurder op. Het ontwerp wordt vooraf voor advies bezorgd aan het bestuurscollege.

Art. 40octies.

IN VOEGE VANAF 1/1/2018 (Bijz. decr. 3-2-2017 - B.S. 15-3-2017; Art. 20 en 33) :

In afwachting van de oprichting van het Bestuurscomité van het UZ Gent blijft de raad van bestuur van het UZ Gent de bevoegdheden uitoefenen die hij had op grond van de reglementering die van toepassing was vóór de inwerkingtreding van dit decreet.

Art. 40novies.

IN VOEGE VANAF 1/1/2018 (Bijz. decr. 3-2-2017 - B.S. 15-3-2017; Art. 21 en 33) :

Het Bestuurscomité van het UZ Gent is samengesteld als volgt :

1° de rector van de Universiteit Gent die het Bestuurscomité van het UZ Gent voorzit;

2° de decaan van de faculteit Geneeskunde van de Universiteit Gent, ondervoorzitter van het Bestuurscomité van het UZ Gent;

3° drie leden, verkozen door de raad van bestuur van de Universiteit Gent, uit zijn midden;

4° twee leden, verkozen door de hoofdgeneesheer en door de geneesheren-diensthoofden, uit hun midden;

5° twee leden, verkozen door de geneesheren die geen diensthoofd zijn en minimaal een halftijdse opdracht vervullen, uit hun midden;

6° maximaal drie externe leden, met bijzondere deskundigheid in ziekenhuismanagement, aangewezen door de overige leden van het Bestuurscomité van het UZ Gent.

Bij onbeschikbaarheid van de rector wordt hij of zij door de vicerector van de Universiteit Gent vervangen. In dat geval wordt het voorzitterschap waargenomen door de decaan van de faculteit Geneeskunde.

De gedelegeerd bestuurder maakt als gevolg van zijn of haar aanwijzing tot gedelegeerd bestuurder van rechtswege deel uit van het Bestuurscomité van het UZ Gent. De hoofdgeneesheer van het UZ Gent zit met raadgevende stem in het Bestuurscomité.

Eén beheerder van de Universiteit Gent zetelt met raadgevende stem in het Bestuurscomité van het UZ Gent.

Het Bestuurscomité van het UZ Gent wijst een secretaris aan onder de personeelsleden die verbonden zijn aan het UZ Gent.".

Art. 40decies.

IN VOEGE VANAF 1/1/2018 (Bijz. decr. 3-2-2017 - B.S. 15-3-2017; Art. 22 en 33) :

De commissaris van de Vlaamse Regering en de afgevaardigde van Financiën hebben krachtens hun decretale bevoegdheid het recht, met raadgevende stem, de vergaderingen van het Bestuurscomité van het UZ Gent en zijn comités bij te wonen.

In functie van de agenda van het Bestuurscomité van het UZ Gent kunnen op ad-hocbasis deskundigen worden uitgenodigd die de vergadering met raadgevende stem bijwonen.

In het kader van de netwerkvorming kunnen vertegenwoordigers van netwerkpartners worden uitgenodigd om de vergadering van het Bestuurscomité van het UZ Gent met raadgevende stem bij te wonen.

Art. 40undecies.

IN VOEGE VANAF 1/1/2018 (Bijz. decr. 3-2-2017 - B.S. 15-3-2017; Art. 23 en 33) :

De voorzitter van het Bestuurscomité van het UZ Gent en de gedelegeerd bestuurder van het UZ Gent waken elk, in opdracht van de raad van bestuur, over het financiële beleid en het financiële evenwicht van het universitair ziekenhuis.

De hoofdgeneesheer waakt, in overleg met de voorzitter van het Bestuurscomité van het UZ Gent en met de gedelegeerd bestuurder van het UZ Gent, over de continuïteit van de dienstverlening en neemt daarvoor, in voorkomend geval, de nodige maatregelen. Als er geen overeenstemming wordt bereikt over de invulling van de continuïteit, kan de voorzitter aan de provinciegouverneur vragen maatregelen te treffen in het kader van de handhaving van de openbare veiligheid en volksgezondheid in de provincie.

Art. 40duodecies.

IN VOEGE VANAF 1/1/2018 (Bijz. decr. 3-2-2017 - B.S. 15-3-2017; Art. 24 en 33) :

Het Bestuurscomité van het UZ Gent richt intern een Audit-, Hr- en Remuneratiecomité voor het UZ Gent op.

Afdeling 3. De gedelegeerd bestuurder van het UZ Gent

IN VOEGE VANAF 1/1/2018 (Bijz. decr. 3-2-2017 - B.S. 15-3-2017; Art. 25 en 33).

Art. 40ter decies.

IN VOEGE VANAF 1/1/2018 (Bijz. decr. 3-2-2017 - B.S. 15-3-2017; Art. 26 en 33) :

De gedelegeerd bestuurder van het UZ Gent is verantwoordelijk voor de dagelijkse academische en algemene werking van het UZ Gent. De gedelegeerd bestuurder van het UZ Gent vertegenwoordigt het UZ Gent in en buiten rechte, voor de bevoegdheden die aan het Bestuurscomité van het UZ Gent zijn toegewezen.

Art. 40quater decies.

IN VOEGE VANAF 1/1/2018 (Bijz. decr. 3-2-2017 - B.S. 15-3-2017; Art. 27 en 33 :

§ 1. Het Bestuurscomité van het UZ Gent wijst, op voordracht van de voorzitter, de gedelegeerd bestuurder van het UZ Gent aan voor hernieuwbare periodes van vier jaar. Aan dit mandaat kan te allen tijde een einde gesteld worden door het Bestuurscomité van het UZ Gent bij beslissing genomen met een meerderheid van drie vierde van de geldig uitgebrachte stemmen, onthoudingen niet inbegrepen. In dit geval is de gedelegeerd bestuurder niet stemgerechtigd.

Tijdens het laatste jaar van elke mandaattermijn wordt de gedelegeerd bestuurder van het UZ Gent, over alle bevoegdheden die aan hem of haar gedelegeerd zijn, met inbegrip van de bevoegdheid van directeur, vermeld in artikel 17 van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinstellingen, gecoördineerd op 10 juli 2008, geëvalueerd door het Bestuurscomité van het UZ Gent.

§ 2. Het Bestuurscomité van het UZ Gent kan op voorstel van de voorzitter aan de gedelegeerd bestuurder een verantwoordelijkheidspremie en een variabele productiviteitspremie toekennen. De verantwoordelijkheidspremie bedraagt maximaal 10% en de variabele productiviteitspremie maximaal 15% van het nominale jaarsalaris van het afgelopen jaar. De productiviteitsindicatoren worden vooraf door het Bestuurscomité van het UZ Gent vastgelegd.

Afdeling 4. Het Directiecomité van het UZ Gent

IN VOEGE VANAF 1/1/2018 (Bijz. decr. 3-2-2017 - B.S. 15-3-2017; Art. 28 en 33).

Art. 40quindecies.

IN VOEGE VANAF 1/1/2018 (Bijz. decr. 3-2-2017 - B.S. 15-3-2017; Art. 29 en 33) :

§ 1. Het Bestuurcomité van het UZ Gent stelt, op voordracht van de gedelegeerd bestuurder van het UZ Gent, het Directiecomité van het UZ Gent aan.

§ 2. Het Directiecomité van het UZ Gent is belast met de voorbereiding en de uitvoering van het beleid van het universitair ziekenhuis en is bevoegd voor :

1° het uitwerken van een algemeen beleid en een globale strategie voor het Bestuurscomité van het UZ Gent;

2° de implementering van de strategische opties, genomen door het Bestuurscomité van het UZ Gent;

3° het opzetten van een aangepaste organisatiestructuur van het UZ Gent, inclusief die van het medisch en verpleegkundig departement, die ter goedkeuring wordt voorgelegd aan het Bestuurscomité van het UZ Gent;

4° het uitoefenen van de dagelijkse en operationele leiding van het UZ Gent;

5° de indienstneming, de promotie en het ontslag van het ziekenhuispersoneel, met uitzondering van de ziekenhuisgeneesheren;

6° het opzetten van betrouwbare systemen voor interne controle, risicobeheer en kwaliteitsopvolging;

7° het opstellen van actieplannen die tegemoetkomen aan de door het Bestuurscomité bekrachtigde adviezen van het Auditcomité;

8° het opstellen van een voorontwerp van begroting dat ter goedkeuring als ontwerp wordt voorgelegd aan het Bestuurscomité van het UZ Gent;

9° het opstellen van een voorontwerp van jaarrekening dat ter goedkeuring als ontwerp wordt voorgelegd aan het Bestuurscomité van het UZ Gent;

10° het verschaffen van de nodige informatie op financieel en bedrijfsmatig gebied en van alle andere relevante informatie die het Bestuurscomité van het UZ Gent nodig heeft om zijn taken naar behoren te kunnen uitoefenen.

Het Directiecomité van het UZ Gent oefent deze bevoegdheden uit met inachtname van de wettelijke adviesbevoegdheid van de medische raad voorzien in de artikelen 137 tot en met 141 van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinstellingen, gecoördineerd op 10 juli 2008.

§ 3. Het Directiecomité bestaat uit maximaal zeven leden, waaronder steeds de gedelegeerd bestuurder en de hoofdgeneesheer.

De gedelegeerd bestuurder zit het Directiecomité voor en is als dusdanig verantwoording verschuldigd aan het Bestuurscomité van het UZ Gent.]

HOOFDSTUK III. - Het toezicht

Art. 41.

De universiteit en het universitair centrum staan onder het toezicht van de Vlaamse Regering. Dit toezicht wordt uitgeoefend door een commissaris van de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk IX van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap.

[Art. 41bis.

IN VOEGE VANAF 1/1/2018 (Bijz. decr. 3-2-2017 - B.S. 15-3-2017; Art. 30 en 33) :

De regeringscommissaris en de afgevaardigde van Financiën bij de universiteit zien in het kader van hun wettigheidstoezicht toe op de correcte financiële werking van het UZ Gent. Hierbij zullen ze ook controleren of er geen afwending van onderzoeks- en onderwijsmiddelen naar het ziekenhuis plaatsvindt. De regeringscommissaris en de afgevaardigde van Financiën zullen er ook algemeen op toezien dat de financiële relaties tussen het ziekenhuis en de universiteit geen ongewenste ESR-implicaties inhouden.

De regeringscommissaris en de afgevaardigde van Financiën bij de universiteit zullen erop toezien dat de inkomsten die voortvloeien uit de vervreemding of de terbeschikkingstelling van de gronden en gebouwen aan derden, in toepassing van artikel 15 van het decreet van 3 februari 2017 betreffende de re-integratie van het Universitair Ziekenhuis Gent in de Universiteit Gent, uitsluitend worden aangewend voor investeringen in infrastructuur voor ziekenhuisactiviteiten.]

Art. 42.

In geval het vooropgestelde begrotingsevenwicht niet wordt bereikt kan de Vlaamse Regering na toepassing van de artikelen 157 en 160 van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap en na advies van haar commissaris en de afgevaardigde van financiën in de universiteit of het universitair centrum te hebben ingewonnen, in de plaats treden van de bevoegde bestuursorganen en de passende maatregelen treffen teneinde het financieel evenwicht van de universiteit of het universitair centrum te herstellen.

HOOFDSTUK IV. - Overgangs- en slotbepalingen

Art. 43.

Alle roerende en onroerende goederen die door de Vlaamse Gemeenschap ter beschikking zijn gesteld van de Rijksuniversiteit te Gent en het Rijksuniversitair Centrum te Antwerpen, worden om niet en zonder kosten van welke aard ook overgedragen aan respectievelijk de universiteit en het universitair centrum in de staat waarin ze zich bevinden, bij akte verleden in toepassing van artikel 9 van de wet van 27 mei 1870 aangaande de vereenvoudiging van de administratieve formaliteiten inzake de onteigening ten algemene nutte.

Art. 44.

In afwijking van artikel 43 blijven de hierna vermelde onroerende goederen, die gebruikt door of bestemd zijn voor de faculteit diergeneeskunde van de universiteit, eigendom van de Vlaamse Gemeenschap :

1° F.I. 72.00 Salisburylaan - Bergwijk te Merelbeke, Sectie A - Kad. nrs. 733y2, 770k, 777c, 779c, 770e, 781g, 781d, 789c, 787k, 787f, 787g, 784c, 783k, 782b, 737f, 768c, 768d, 767a, 748a, 764a, 749h, 750a.

2° F.I. 35.00 Casinoplein, Sectie F - Kad. nr. 2207F.

De Vlaamse Gemeenschap staat in voor de voltooiing van het gebouwencomplex bedoeld in het eerste lid, 1° binnen een termijn van drie jaar na het van kracht worden van dit decreet. Na voltooiing wordt het ter beschikking gesteld van de universiteit volgens de regels bepaald door de Vlaamse Regering. Kosten van herstelling, instandhouding, onderhoud, exploitatie, zo mede alle andere algemene kosten, zijn ten last van de universiteit.

Art. 45.

De universiteit en het universitair centrum treden in de rechten en verplichtingen van de Vlaamse Gemeenschap die vroeger in haar hoofde krachtens de activiteiten van de Rijksuniversiteit te Gent en het Rijksuniversitair Centrum te Antwerpen zijn ontstaan. In deze overdracht zijn begrepen alle rechten en verplichtingen verbonden aan hangende en toekomstige procedures.

[Art. 45bis.

IN VOEGE VANAF 1/1/2018 (Bijz. decr. 3-2-2017 - B.S. 15-3-2017; Art. 31 en 33) :

De Universiteit Gent treedt op het ogenblik van de re-integratie van het UZ Gent in de rechten en verplichtingen van het UZ Gent, die vóór 1 januari 2018 in hoofde van het UZ Gent zijn ontstaan krachtens de activiteiten van het ziekenhuis. In die overdracht zijn alle rechten en verplichtingen begrepen die verbonden zijn aan hangende en toekomstige procedures.]

Art. 46.

Het statutair personeel van de Rijksuniversiteit te Gent en het Rijksuniversitair Centrum te Antwerpen gaat over naar respectievelijk de nieuwe rechtspersoon van de universiteit en het universitair centrum met behoud van al zijn rechten en verplichtingen.

Art. 47.

De activa en passiva alsmede de rechten en verplichtingen van het vermogen van de Rijksuniversiteit te Gent en het Rijksuniversitair Centrum te Antwerpen worden om niet en zonder kosten van welke aard ook overgedragen aan respectievelijk de universiteit en het universitair centrum. De overdracht van de goederen geschiedt in de staat waarin die zich bevinden en, wat de onroerende goederen betreft, bij akte verleden overeenkomstig artikel 9 van de wet van 27 mei 1870 houdende vereenvoudiging van de administratieve formaliteiten inzake onteigening ten algemene nutte. In deze overdracht zijn ook begrepen alle rechten en verplichtingen wat het door dit vermogen tewerkgesteld personeel en de hangende en toekomstige procedures betreft.

Art. 48.

De rector, de vice-rector, het bestuurscollege en de raad van bestuur van de universiteit en het universitair centrum oefenen hun nieuwe bevoegdheden uit overeenkomstig dit decreet vanaf de inwerkingtreding ervan.

De bij de inwerkingtreding van dit decreet in dienst zijnde rectoren en de vice-rectoren beëindigen hun mandaat.

Het mandaat van de administrateur van de Rijksuniversiteit te Gent en van het Rijksuniversitair Centrum te Antwerpen eindigt bij het aflopen van hun huidig mandaat.

De Raad van bestuur bepaalt de bevoegdheden van de administrateur.

[Art. 48bis.

Voor de periode van 29 juni 1991 tot 1 oktober 1991 is de raad van bestuur bevoegd voor het nemen van beslissingen inzake de benoeming van leden van het onderwijzend, wetenschappelijk of administratief en technisch personeel met inachtneming van de wettelijke en reglementaire voorschriften die dienaangaande golden vóór 29 juni 1991. De raad van bestuur is eveneens bevoegd om na 1 oktober 1991 de, vóór die datum gestarte, benoemingsprocedures af te ronden en dit uiterlijk tot 1 oktober 1992.]

Bijz. decr.14-5-1996

[Art. 48ter.

IN VOEGE VANAF 1/1/2018 (Bijz. decr. 3-2-2017 - B.S. 15-3-2017; Art. 32 en 33) :

De personeelsleden die uiterlijk op 31 december 2017 belast zijn met een mandaat in het UZ Gent en de Universiteit Gent, kunnen dat mandaat verder uitoefenen overeenkomstig de regelgeving die op 31 december 2017 op hen van toepassing is.]

Art. 49.

In afwijking van de artikelen 33 en 34, worden voor de eerste aanduiding van de beheerders de overeenkomsten aan de Vlaamse Regering voorgelegd tegen uiterlijk 1 augustus 1991. Na het verstrijken van deze termijn duidt de Vlaamse Regering de beheerder of de beheerders aan waarmee de raad van bestuur een overeenkomst afsluit.

In afwijking van artikel 37 wordt de eerste aanduiding van de opdrachthouders door de raad van bestuur gedaan tegen uiterlijk 1 augustus 1991.

Art. 50.

Behoudens de vertegenwoordigers van de studenten, worden alle leden van het vast bureau en van de raad van beheer van de Rijksuniversiteit te Gent en van het Rijksuniversitair Centrum te Antwerpen die in functie zijn in het academiejaar 1990-1991, in hun mandaat verlengd tot 30 september 1992. In de raad van bestuur en het bestuurscollege van de universiteit en het universitair centrum vertegenwoordigen zij de in artikel 16 vermelde personeelsgeledingen.

De vertegenwoordigers van de studenten die in de loop van de maand mei van het jaar 1991 tot lid van het vast bureau en van de raad van beheer van de Rijksuniversiteit te Gent of het Rijksuniversitair Centrum te Antwerpen zijn verkozen, zetelen vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit decreet in de raad van bestuur en het bestuurscollege. Hun mandaat vervalt eveneens op 1 oktober 1992.

Art. 51.

Alle maatregelen in uitvoering van artikel 64 van de wet van 28 april 1953 betreffende de inrichting van het universitair onderwijs door de Staat geldig vóór het van kracht worden van dit bijzonder decreet, blijven bestaan tot 1 januari 1993 behoudens indien zij voordien door het bestuurscollege of de raad van bestuur, ieder binnen zijn bevoegdheid, door andersluidende bepalingen zijn vervangen.

Art. 52.

De krachtens artikel 181 van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap niet bij het zelfstandig academisch personeel gerangschikte leden van het vast wetenschappelijk personeel, worden voor de toepassing van de afdelingen 3 en 4 van hoofdstuk II van dit decreet, geacht tot het zelfstandig academisch personeel te behoren.

Art. 53.

In de mate dat ze betrekking hebben op de Rijksuniversiteit te Gent en het Rijksuniversitair Centrum te Antwerpen worden opgeheven :

1° de wet van 5 juli 1920 tot toekenning van rechtspersoonlijkheid aan de Staatsuniversiteiten te Gent en te Luik, ...

2° het koninklijk besluit van 10 januari 1921 betreffende de toepassing der wet van 5 juli 1920 die rechtspersoonlijkheid verleent aan de universiteiten Gent en Luik, ...

3° de wet van 28 april 1953 betreffende de inrichting van het universitair onderwjs door de Staat, zoals tot op heden gewijzigd, met uitzondering van de artikelen 51bis, laatste lid en van artikel 55ter;

4° het koninklijk besluit van 21 mei 1965 tot uitbreiding tot de Rijkuniversitaire Centra van diverse bepalingen die betrekking hebben op de rijksuniversiteiten;

5° het koninklijk besluit van 14 september 1971 tot vaststelling van de procedure tot aanwijzing van de leden van de raad van beheer van de rijksuniversiteiten en het rijksuniversitair centrum, ...

6° het koninklijk besluit van 14 december 1973 tot vaststelling van de samenstelling en werking van de faculteitsraden van het Rijksuniversitair Centrum;

7° het koninklijk besluit van 14 januari 1974 tot vaststelling van de samenstelling en de werking van de raden van de faculteiten, scholen, instituten en interfacultaire centra van de Rijksuniversiteit te Gent.

Art. 54.

De Vlaamse Regering neemt de aanvullende maatregelen welke met betrekking tot de universiteit en het universitair centrum kunnen nodig zijn om de overgang van het vroegere naar het nieuwe stelsel te regelen.

Art. 55.

Dit decreet treedt in werking op de datum van de publikatie ervan in het Belgisch Staatsblad.

- (1): De bepalingen worden in de mate dat ze betrekking hebben op het Universitair Centrum Antwerpen, opgeheven. ( Bijz. decreet 4-4-2003; Art. 3)

- (1): In afwijking van het bepaalde in Art. 32, § 1 van het Bijz. decr. 13-7-2012, moet de evenwichtige vertegenwoordiging van de beide geslachten gerealiseerd zijn bij de eerstvolgende vernieuwing van de samenstellling van de interne bestuursorganen andere dan de raad van bestuur en het bestuurscollege, raden en selectiecommissies na 1 okober 2013. (Bijz. decr. 13-7-2012; Art. 32, § 2)