Geïntegreerd onderwijs

  • Het decreet van 21 maart 2014 betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften (‘M-decreet’) bevat een aantal bepalingen in verband met het geïntegreerd onderwijs:
  • 1° de nieuwe criteria voor de types van buitengewoon onderwijs gelden ook voor de toelating tot het GON;
  • 2° voor het geïntegreerd onderwijs is een gemotiveerd verslag voor toegang tot het geïntegreerd onderwijs (verder ‘gemotiveerd verslag’) vereist. Een inschrijvingsverslag buitengewoon onderwijs en een integratieplan zijn niet meer vereist;
  • 3° leerlingen met een verslag voor toegang tot buitengewoon onderwijs (verder ‘verslag’) die ingeschreven worden of ingeschreven blijven in een school voor gewoon onderwijs, komen op dezelfde wijze als leerlingen met een ‘gemotiveerd verslag’ in aanmerking voor GON-ondersteuning;
  • 4° voor leerlingen die reeds toegelaten waren tot het geïntegreerd onderwijs op basis van een inschrijvingsverslag buitengewoon onderwijs wijzigt niets aan hun situatie. Zij kunnen GON-leerling blijven onder de voorwaarden zoals ze waren voor het M-decreet. Dit betekent dat voor hen pas een nieuw ‘gemotiveerd verslag’ (of ‘verslag’) moet worden opgemaakt bij wijziging van onderwijsniveau1, van het type, van de aard van de integratie of van de aard en de ernst van de handicap;
  • 5° Wanneer ouders het ‘gemotiveerd verslag’ niet ondertekenen kan de GON-ondersteuning niet leerlinggericht, maar wel school-, leraar- of lerarenteam-gericht ingezet worden.
  • Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2015 tot bepaling van de inhoud van het gemotiveerd verslag voor toegang tot het geïntegreerd onderwijs en van het attest bij het verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs legt vast wat de inhoud van een ‘gemotiveerd verslag’ moet zijn.
  • Met Onderwijsdecreet XXV werden ook wijzigingen aangebracht voor het GON in het hoger onderwijs. Deze wijzigingen werden ingevoegd in artikel II.117 tot en met II.120 van de Codex Hoger Onderwijs (zie verder punt 2.2.3.4.).

1. Toepassingsgebied.

Het geïntegreerd onderwijs is een samenwerking tussen het gefinancierd of gesubsidieerd gewoon en buitengewoon onderwijs.

Het is bedoeld om jongeren met een handicap en/of leer- en opvoedingsmoeilijkheden tijdelijk of permanent, gedeeltelijk of volledig de lessen of activiteiten te laten volgen in een school voor gewoon onderwijs met hulp vanuit het buitengewoon onderwijs.

De school voor buitengewoon onderwijs krijgt hiervoor GON-lestijden/lesuren en/of uren (het GON-pakket). Via het werkingsbudget wordt een integratietoelage toegekend.

In deze omzendbrief wordt met “scholen” bedoeld: “gesubsidieerde of gefinancierde” scholen.

Het geïntegreerd onderwijs kan georganiseerd worden op niveau kleuter-, lager-, secundair en hoger onderwijs, met uitzondering van het universitair onderwijs.

Het hoger beroepsonderwijs, ingericht door instellingen voor voltijds secundair onderwijs, wordt vanaf 2010-2011 als hoger onderwijs gezien, waar dit tot nu toe niet het geval was voor de 4e graad BSO. D.w.z. dat de leerlingen van de opleiding verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs opnieuw recht kunnen hebben op GON-begeleiding.

De situatie van de academische opleidingen die werden overgedragen naar de universiteit.

De student moet :

1/ in academiejaar 2012-2013 in een academische hogeschoolopleiding ingeschreven zijn die in academiejaar 2013-2014 werd overgedragen naar de universiteit;

2/ in academiejaar 2012-2013 binnen die opleiding GON-begeleiding krijgen of in academiejaar 2012-2013 recht hebben op GON in die opleiding;

3/ in academiejaar 2013-2014 (en de daaropvolgende jaren) ingeschreven zijn in één van die overgedragen opleidingen;

4/ in academiejaar 2013-2014 (en de daaropvolgende jaren) beantwoorden aan de (algemene) voorwaarden om in aanmerking te komen voor GON-begeleiding.

Studenten in deze overgedragen academische opleidingen die niet aan die vier voorwaarden beantwoorden (zoals bijvoorbeeld studenten die in het academiejaar 2012-2013 nog ingeschreven waren in het secundair onderwijs en pas in 2013-2014 of daarna ingeschreven zijn in deze overgedragen academische opleidingen), komen niet in aanmerking voor GON-begeleiding.

2. Toelatingsvoorwaarden.

2.1. Toelatingsvoorwaarden en vereiste documenten bij samenstelling GON-dossier :

- de leerlingen die geïntegreerd onderwijs volgen moeten voldoen aan de toelatings- en overgangsvoorwaarden die gelden in het gewoon onderwijs (zie BaO/2001/10 van 10/08/2001 en SO 64 van 25/06/1999).

- de GON-leerling moet in het bezit zijn van een gemotiveerd verslag voor toegang tot het geïntegreerd onderwijs (verder ‘gemotiveerd verslag’) of van een verslag2 voor toegang tot het buitengewoon onderwijs (verder het ‘verslag’);

- de GON-leerlingen die voldoen aan de criteria van het type basisaanbod moeten, om in aanmerking te kunnen komen voor GON-ondersteuning, het voorafgaand schooljaar minstens negen maanden voltijds, in het desbetreffende type, buitengewoon onderwijs gevolgd hebben. “In het desbetreffende type” betekent het type basisaanbod, type 1 of type 8. “Buitengewoon onderwijs” betekent voor het secundair onderwijs zowel buitengewoon basisonderwijs als buitengewoon secundair onderwijs.

2.2. ’Gemotiveerd verslag’

2.2.1. Algemeen.

Een GON-leerling moet in het bezit zijn van een ‘gemotiveerd verslag’ (of een ‘verslag’).

Voor leerlingen die in het schooljaar 2014-2015 GON-leerling waren op basis van een inschrijvingsverslag buitengewoon onderwijs, geldt het principe van niet herattesteren wanneer zijn of haar situatie niet wijzigt. De overgangsmaatregel voor deze GON-leerlingen die voorzien is in het M-decreet staat dus voorop. Dit betekent dat deze leerlingen tot het einde van het onderwijsniveau waarin ze ingeschreven zijn, kunnen blijven vallen onder de condities van de GON-regeling zoals ze was voor het M-decreet. Wanneer voor een dergelijke leerling het onderwijsniveau3, het type, de aard van de integratie, of de aard en de ernst van de handicap wijzigt, moet er een ‘gemotiveerd verslag’ (of ‘verslag’) worden opgemaakt. Leerlingen die beschikken over een ‘verslag’ komen op dezelfde wijze als leerlingen met een ‘gemotiveerd verslag’ in aanmerking voor GON-ondersteuning indien zij ingeschreven worden of ingeschreven blijven in een school voor gewoon onderwijs.

2.2.2. ASS

2.2.2.1. De criteria uit het M-decreet voor ASS

Met het M-decreet werd een nieuw type 9 opgenomen in de structuur van het buitengewoon onderwijs. Het is bedoeld voor leerlingen met ASS, die niet voldoen aan de criteria van het type 2 (leerlingen met een verstandelijke beperking). Nieuwe GON leerlingen ASS en bestaande GON leerlingen ASS voor wie de situatie wijzigt zoals de overgang naar een ander onderwijsniveau4, moeten voldoen aan de criteria voor type 9 zoals bepaald in het M-decreet:

Kinderen of jongeren met een autismespectrumstoornis zijn kinderen of jongeren bij wie op basis van gespecialiseerde, door een multidisciplinair team aangeleverde diagnostiek, met inbegrip van psychiatrisch onderzoek, een van de volgende problematieken wordt vastgesteld:

a) de autistische stoornis;

b) een pervasieve ontwikkelingsstoornis niet-anders-omschreven.

2.2.2.2. Verduidelijking over de multidisciplinaire diagnose

De verschillende CLB-netten werkten in overleg met de onderwijskoepels en de overheid richtlijnen uit over de vereiste multidisciplinaire diagnose. Deze richtlijnen werden naar de centra voor leerlingenbegeleiding gecommuniceerd.

Het multidisciplinair onderzoek met inbegrip van psychiatrisch onderzoek voor type 9 moet niet door een team gebeuren dat volledig extern is aan het CLB. Een multidisciplinair onderzoek door CLB in combinatie met psychiatrisch onderzoek volstaat, mits er overleg is geweest tussen CLB en psychiater in functie van een multidisciplinaire besluitvorming. Voor de classificerende diagnostiek voor type 9 worden diagnoses gesteld door een COS of een CAR als voldoende beschouwd.

Een diagnose op zich is echter niet voldoende. Als de onderwijsbehoeften niet van die aard zijn dat de inzet van de expertise type 9 vereist is, kan geen ‘gemotiveerd verslag’ of ‘verslag’ gemaakt worden.

Er is ook sprake van multidisciplinaire besluitvorming voor leerlingen die reeds beschikken over een kwaliteitsvolle monodisciplinaire diagnose wanneer de monodisciplinaire diagnose (op basis van psychiatrisch onderzoek) aangevuld kan worden met voldoende kwaliteitsvolle multidisciplinaire informatie vanuit het CLB-dossier en vanuit de begeleiding van de leerling en contacten met zijn ouders en het schoolteam en wanneer er heel duidelijke onderwijsbehoeften zijn die de inzet van expertise van type 9 vereisen. Het multidisciplinair CLB-team verrijkt de monodisciplinaire diagnose en op basis van alle informatie wordt multidisciplinair geoordeeld of een ‘gemotiveerd verslag’ of ‘verslag’ kan opgemaakt worden.

Is er twijfel over de mono- of multidisciplinaire diagnose die een leerling met ASS al heeft, dan moet vanuit het CLB-dossier en de begeleiding van de leerling en contacten met zijn ouders en het schoolteam heel duidelijkemultidisciplinaire informatie aanwezig zijn en aangegeven worden dat de onderwijsbehoeften de inzet van de expertise type 9 vereisen om op die basis een heel degelijk onderbouwde beslissing te nemen. Deze interpretatiemogelijkheid is alleen geldig voor het schooljaar 2015-2016. Nadien moet aan de strengere voorwaarden inzake multidisciplinaire diagnostiek voldaan zijn.

2.2.2.3. Leerlingen met ASS: kwalificatie matig/ernstig

Leerlingen in BuBaO en BuSO die beschikken over een ‘gemotiveerd verslag’ of ‘verslag’ type 9 (of in de overgangsperiode over een inschrijvingsverslag voor een ander type van buitengewoon onderwijs), kunnen voor hun ASS enkel de kwalificatie 'matig' krijgen. Leerlingen die een kwalificatie 'ernstig' hadden in het schooljaar 2005/2006 of eerder mogen deze kwalificatie behouden.

Zie ook omzendbrief NO/2006/02 : Afwijkingslestijden, -lesuren en -uren en bijkomende lestijden en uren of extra lesuren en uren voor leerlingen met een autismespectrumstoornis in het kader van het geïntegreerd onderwijs begeleid door het buitengewoon onderwijs.

2.2.3. Inhoud van het ’gemotiveerd verslag’

2.2.3.1. Algemeen

Het ‘gemotiveerd verslag’ vervangt het inschrijvingsverslag (attest en protocol) en het integratieplan. De verschillende CLB-netten hebben netoverschrijdend en in overleg met de onderwijskoepels, de onderwijsinspectie en het kabinet en de administratie Onderwijs hiervoor een sjabloon en schrijfwijzer ontwikkeld.

Het ‘gemotiveerd verslag’ bevat ten minste de volgende gegevens:

1° de synthese van het handelingsgericht diagnostisch traject dat voor de leerling werd doorlopen (fase van uitbreiding van zorg) met ten minste de volgende elementen:

  • een beschrijving van de onderwijsbehoeften en sterktes van de leerling;
  • een beschrijving van de ondersteuningsbehoeften van de ouders die samengaan met de onderwijsbehoeften van de leerling;
  • een beschrijving van de ondersteuningsbehoeften van het schoolteam die samengaan met de specifieke onderwijsbehoeften van de leerling en die de school voor gewoon onderwijs formuleert in overleg met de leerling, de ouders, het schoolteam en het CLB;
  • een beschrijving van de maatregelen, met inbegrip van de compenserende of dispenserende maatregelen die voor de leerling al genomen zijn of nodig zijn;
  • de motivering dat de ondersteuning in het kader van het geïntegreerd onderwijs, in combinatie met compenserende of dispenserende maatregelen, nodig en voldoende geacht wordt om de leerling het gemeenschappelijk curriculum te laten volgen;

2° dat de leerling voldoet aan de criteria van een van de types voor buitengewoon onderwijs, met uitzondering van het type 5. Het CLB houdt de gegevens die de classificerende diagnose onderbouwen bij in het multidisciplinair dossier van de leerling. Voor de definities van de types verwijzen we naar artikel 10 van het decreet basisonderwijs of artikel 259 van de Codex Secundair Onderwijs;

3° dat bij oriëntering naar het type basisaanbod de leerling ten minste 9 maanden voltijds buitengewoon onderwijs in het betreffende type heeft gevolgd, onmiddellijk voorafgaand aan zijn toelating tot het geïntegreerd onderwijs. Een verblijf in type 1 of 8 wordt beschouwd als een verblijf in type basisaanbod. Voor de toelating tot geïntegreerd secundair onderwijs is een verblijf van ten minste 9 maanden in voltijds buitengewoon basisonderwijs type 1 of 8 ook geldig;

4° een beschrijving van de aard van de ondersteuning die de school voor buitengewoon onderwijs zal bieden op school-, leraar- of leerlingniveau als antwoord op de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften, in termen van algemene of handicap-specifieke expertise die geboden zal worden;

5° een beschrijving van eventuele ondersteuning door onderwijsexterne diensten;

6° een beschrijving van de aard van de integratie;

7° de identificatiegegevens van de leerling, de ouders, de school gewoon onderwijs, het CLB van de school voor gewoon onderwijs dat het ‘gemotiveerd verslag’ opmaakt en van de school voor buitengewoon onderwijs. Deze partijen bevestigen hun engagement via een handtekening. Wanneer de ouders het ‘gemotiveerd verslag’ niet ondertekenen kan de GON-ondersteuning niet leerlinggericht, maar wel school-, leraar- of lerarenteam-gericht ingezet worden;

8° de datum van ondertekening en de ingangsdatum van het ‘gemotiveerd verslag’. De ingangsdatum kan zich niet situeren voor de datum van ondertekening. De GON-lestijden/lesuren- en uren worden voor een volledig schooljaar, dus vanaf 1 september, toegekend.

Een diagnose op zich bepaalt niet of er een ‘gemotiveerd verslag’ komt of niet, wel de onderwijsbehoeften van een leerling. Diagnostiek van externen is niet het startpunt om te bepalen of er sprake moet zijn van een ‘gemotiveerd verslag’ maar situeert zich eerder naar het einde toe van het handelingsgericht traject dat met alle betrokkenen werd gelopen. Deze manier van werken kan niet onmiddellijk gerealiseerd zijn, scholen en centra voor leerlingenbegeleiding krijgen de nodige tijd om zich deze werkwijze eigen te maken.

Wanneer voor een leerling die nog over een inschrijvingsverslag buitengewoon onderwijs of over een ‘verslag’ voor toegang tot buitengewoon onderwijs beschikt, een ‘gemotiveerd verslag’ wordt opgemaakt dan vervalt het (inschrijvings-)verslag.

Bij wijziging van het onderwijsniveau5, van het type, van de aard van de integratie of van de aard en ernst van de handicap, wordt een nieuw ‘gemotiveerd verslag’ opgesteld.

Indien de wijziging van type gaat over een wijziging naar het nieuwe type 9, dan kan een bestaande GON-leerling ASS op basis van die wijziging naar type 9 niet opnieuw in aanmerking komen voor 2 bijkomende schooljaren GON-ondersteuning.

Het M-decreet maakt een onderscheid tussen leerlingen met een ‘gemotiveerd verslag’ en leerlingen met een ‘verslag’. Voordien beschikten beide groepen over hetzelfde administratief document, nl. het inschrijvingsverslag buitengewoon onderwijs. Leerlingen met een ‘gemotiveerd verslag’ komen in aanmerking voor GON-ondersteuning. Om leerlingen met een ‘verslag’ die ingeschreven worden of ingeschreven blijven in een school voor gewoon onderwijs hun ondersteuning te continueren, komen deze leerlingen op dezelfde wijze als leerlingen met een ‘gemotiveerd verslag’ in aanmerking voor GON-ondersteuning. Dit betekent niet dat voor deze leerlingen bijkomend een ‘gemotiveerd verslag’ moet gemaakt worden, hun ‘verslag’ volstaat.

2.2.3.2. Ernst van de handicap

Indien de leerling voldoet aan de criteria voor type 4, 6 of 7 moet ook de ernst van de handicap aangegeven worden.

In geval van type 4 betekent “ernstige” handicap: een handicap ten gevolge van een neuro-motorische stoornis sinds de geboorte, na ziekte of na ongeval (o.a. hersenverlamming, post traumatisch letsel), of syndromen of ziektes die een beenderige, musculaire of gewricht- aandoening veroorzaken (o.a. arthrogryposis multiplex congenita, ernstige kinderreuma), een spierziekte of spina-bifida, voor zover die handicap een zeer ernstige beperking in het schrijf- of spraakmotorisch functioneren veroorzaakt.

In geval van type 6 betekent “ernstige” handicap: een gezichtsscherpte, na optische correctie, van maximaal één tiende voor elk oog, en/of aangewezen zijn op brailleschrift.

In geval van type 7 betekent “ernstige” handicap: een gemiddeld hoorverlies van minstens 90 dB aan beide oren bepaald volgens de Fletcher-index en niet meer bereiken dan 40% foneemdiscriminatie in spraakaudiometrie, dat alles afgenomen zonder hoorapparatuur.

Matige handicap wordt omschreven als 'een handicap lichter dan een ernstige'.

Om te toetsen of voldaan is aan de kwalificatie ‘matig’ of ‘ernstig’ moet er medische informatie aangeleverd zijn. Het toekennen van de kwalificatie ‘matig’/’ernstig’ in kader van GON-ondersteuning is een beslissing die finaal door het CLB grondig onderbouwd en genomen wordt en waarvoor het bijgevolg een zekere beoordelingsmarge krijgt.

Om af te wijken van de strikte criteria bij ‘ernstig’ zijn er twee voorwaarden:

  • Medische informatie moet beschikbaar zijn;
    • Afwijking van de criteria moet grondig onderbouwd en gemotiveerd worden.

Vooral voor CVI stelden zich op dit punt problemen. Het bieden van marge heeft niet als bedoeling om elke leerling met CVI als ‘ernstig’ te gaan beschouwen. Bovendien spelen ook de onderwijsbehoeften nog een rol naast de medische problematiek.

In geval een leerling al GON-leerling was onder de kwalificatie “matige handicap” geeft de opmaak van een ‘gemotiveerd verslag’ of van een ‘verslag’ binnen hetzelfde type en met behoud van de kwalificatie “matige handicap” geen aanleiding tot opnieuw 2 jaar ondersteuning met 2 begeleidingseenheden.

2.2.3.3. Aard van de integratie

Bij de beschrijving van de aard van integratie wordt rekening gehouden met de volgende mogelijkheden:

1° Volledige en gedeeltelijke integratie.

Bij volledige integratie volgt de leerling alle lessen en activiteiten in het gewoon onderwijs.

Bij de gedeeltelijke integratie volgt de leerling minstens twee halve dagen per week gewoon onderwijs. Bij gedeeltelijke integratie worden het aantal lestijden/lesuren en de gevolgde leervakken en activiteiten in de gewone school vermeld.

2° Permanente of tijdelijke integratie.

Men spreekt van permanente integratie wanneer de leerling ten minste vanaf 1 oktober tot en met 30 juni de lessen in het gewoon onderwijs volgt.

De integratie is tijdelijk wanneer dit niet het geval is.

2.2.3.4. GON Hoger onderwijs

Om toegelaten te worden tot het geïntegreerd hoger onderwijs moet de student vanaf het academiejaar 2016-2017:

1° voldoen aan de toelatingsvoorwaarden die gelden voor het hoger onderwijs;

2° beschikken over een ‘gemotiveerd verslag’, waaruit blijkt dat de student reeds geïntegreerd secundair onderwijs of buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 4 heeft gevolgd en waarin een analyse gemaakt wordt van de remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen en andere redelijke aanpassingen, nodig om de student met functiebeperkingen toe te laten een hoger onderwijscurriculum te doorlopen. De student moet ook voldoen aan de criteria van de types 3, 4, 6, 7 of 9 van buitengewoon secundair onderwijs.

Een student die reeds voor het academiejaar 2015-2016 toegelaten werd tot het geïntegreerd hoger onderwijs op basis van een inschrijvingsverslag buitengewoon onderwijs blijft GON-student onder dezelfde voorwaarden als voor het M-decreet (overgangsmaatregel). Er wordt pas een ‘gemotiveerd verslag’ opgemaakt bij wijziging van aard en ernst van de functiebeperking in 2016-2017. Indien er een wijziging nodig is in functie van het academiejaar 2015-2016, blijft het CLB bevoegd voor die wijziging.

De studentenbegeleidingsdiensten zullen bevoegd worden voor het opmaken van deze ‘gemotiveerde verslagen’ nadat de Vlaamse Regering de inhoud en de specifieke modaliteiten voor de opmaak van het ‘gemotiveerd verslag’ in het hoger onderwijs heeft bepaald.

Vermits er in het academiejaar 2015-2016 nog geen ‘gemotiveerde verslagen’ voor het hoger onderwijs beschikbaar zullen zijn, is er een overgangsmaatregel uitgewerkt, nl. als een leerling geïntegreerd secundair onderwijs of buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 4 heeft gevolgd, dan kan die student, op basis van een inschrijvingsverslag buitengewoon onderwijs, toegelaten worden tot het geïntegreerd hoger onderwijs. Hij moet nog wel voldoen aan de toelatingsvoorwaarden die gelden voor het hoger onderwijs.

Op het inschrijvingsverslag buitengewoon onderwijs van opleidingsvorm 4 van de leerlingen die les hebben gevolgd in het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 4 moet de kwalificatie matig/ernstig door het CLB voor het academiejaar 2015-2016 toegevoegd worden in geval van de types 4, 6 en 7. Indien er een typewijziging nodig is in functie van het academiejaar 2015-2016, blijft het CLB bevoegd voor die wijziging.

Leerlingen met volledig tijdelijke GON in het secundair onderwijs worden niet beschouwd als leerlingen die reeds “geïntegreerd secundair onderwijs” kregen.

3. De GON-ondersteuning

3.1. Waaruit bestaat de GON-ondersteuning?

a) Een financiële tegemoetkoming onder de vorm van een integratietoelage. Hiermee worden o.a. de verplaatsingen van de personeelsleden van het buitengewoon onderwijs naar het gewoon onderwijs betaald.

b) Een GON-pakket voor het aanstellen van de GON-begeleiders wordt toegekend aan de school voor buitengewoon onderwijs. Het GON-pakket wordt besteed aan begeleiding van leerkrachten (collegiale consultatie) en/of begeleiding van de leerlingen en/of de ouders in het gewoon onderwijs….

3.2. Criteria voor het berekenen van de GON-ondersteuning

3.2.1. Teldag.

Voor de berekening van de GON-ondersteuning (eenheden en integratietoelage) worden de regelmatige leerlingen van het geïntegreerd onderwijs in aanmerking genomen op de eerste schooldag van de maand oktober van het lopende schooljaar.

In afwijking hiervan zullen voor het schooljaar 2015-2016 aan de dienstverlenende GON-scholen buitengewoon onderwijs dezelfde GON-lestijden/lesuren en uren en punten voor de integratietoelage toegekend worden als in het schooljaar 2014-2015 (‘bevriezing van de GON-ondersteuning’).

Er zijn immers sterke signalen dat eind juni 2015 het aantal aanmeldingen van nieuwe GON-leerlingen voor het schooljaar 2015-2016 (ver) onder het niveau zit van de voorgaande schooljaren. Deze situatie zorgt voor heel wat onrust in dienstverlenende GON-scholen buitengewoon onderwijs die personeelsleden met GON-expertise dreigen te moeten laten afvloeien. Hierdoor zouden we ook op korte termijn personeelsleden buitengewoon onderwijs met deskundigheid op het gebied van ondersteuning van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in het gewoon onderwijs dreigen te verliezen, terwijl ze net nodig zijn voor ondersteuning in het gewoon onderwijs.

Om rust te brengen in aanloop naar het volgende schooljaar drong een oplossing op korte termijn zich op. Hierop werd ook aangedrongen vanuit het Vlaams Parlement. Volgende aanpak voor het schooljaar 2015-2016 werd afgesproken op de Vlaamse Regering (mededeling op de vergadering van 26 juni 2015):

Voor het schooljaar 2015-2016 wordt de GON-ondersteuning (d.w.z. de GON-lestijden/lesuren en uren en de punten voor de integratietoelage) op niveau van elke dienstverlenende GON-school buitengewoon onderwijs bevroren op het niveau van het schooljaar 2014-20156. Concreet komt dit er op neer dat de scholen voor buitengewoon onderwijs dezelfde GON-lestijden/lesuren en uren en punten voor de integratietoelage toegekend krijgen als deze die ze kregen in het schooljaar 2014-2015 (dienstbrief GON schooljaar 2015-2016 = dienstbrief GON schooljaar 2014-2015).

Door deze bevriezing zullen de dienstverlenende GON-scholen buitengewoon onderwijs op 1 september 2015 beschikken over een equipe van GON-begeleiders die in zekere mate niet in overeenstemming zal zijn met de effectieve aantallen GON-leerlingen op 1 september 2015. Dit zal aanleiding geven tot ‘vrije’ GON-lestijden/lesuren en uren. De teldag voor GON blijft de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar (= donderdag 1 oktober 2015). Centra voor leerlingenbegeleiding krijgen tot die datum de tijd om ‘gemotiveerde verslagen’ en ‘verslagen’7 op te maken voor het schooljaar 2015-2016. Het geeft hen tijd om nauwgezet, en met toepassing van de nieuwe criteria zoals geformuleerd in het M-decreet, het handelingsgericht traject met alle actoren te doorlopen en het overleg te voeren om al dan niet tot het afleveren van ‘gemotiveerde verslagen’ of ‘verslagen’ over te gaan. De GON-zending van 1 oktober 2015 blijft voorwerp van verificatie.

Deze werkwijze houdt eveneens in dat de ‘vrije’ GON-lestijden/lesuren en uren nog kunnen fluctueren in de periode van 1 september 2015 tot 1 oktober 2015. De dienstverlenende GON-scholen buitengewoon onderwijs maken een realistische inschatting van de GON-lestijden/lesuren en uren die ze nodig zullen hebben voor GON-leerlingen die al werden aangemeld of te verwachten zijn in de maand september en van de GON-lestijden/lesuren en uren die ze mogelijks in het kader van solidariteit overdragen naar andere dienstverlenende GON-scholen om tekorten te helpen opvangen.

Een stuurgroep opgericht in de schoot van de gemeenschappelijke vergadering van het Sectorcomité X – Onderwijs (Vlaamse Gemeenschap), het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten – Afdeling 2 – Onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap" en het Overkoepelend onderhandelingscomité gesubsidieerd vrij onderwijs zal in de loop van de maand september het aantal aanmeldingen voor GON opvolgen en op basis van de geconsolideerde leerlingengegevens op de teldag van 1 oktober 2015, in voorkomend geval, de aanwending van de ‘vrije’ GON-lestijden/lesuren en uren bespreken alsook de opvang van vastgestelde tekorten in individuele dienstverlenende GON-scholen buitengewoon onderwijs.

De overige informatie in deze omzendbrief moet in het kader van deze “bevriezing” gelezen worden.

3.2.2. Het type en de ernst van de handicap.

Voor verdere toelichting, zie 2.2.3.1 en 2.2.3.2. en bijlage 1.

3.2.3. Aard van de integratie.

Voor verdere toelichting, zie 2.2.3.3. en bijlage 1.

3.2.4. De leeftijd.

Belangrijk voor type basisaanbod. Voor verdere toelichting, zie bijlage 1.

3.3. Begeleidende BO-school.

De GON-begeleiding wordt bij voorkeur gegeven door een school die het type van buitengewoon onderwijs organiseert waarnaar de leerling georiënteerd is. Vermits het bij de leerlingen met type basisaanbod gaat om reïntegratie, is het aangewezen dat de begeleiding van deze leerlingen gebeurt vanuit de school die de leerlingen voordien bezochten. De GON-begeleiding kan evenwel ook vanuit een andere school voor buitengewoon onderwijs komen.

De GON-begeleiding kan ook verstrekt worden vanuit een school behorend tot een ander net dan datgene waartoe de school voor gewoon onderwijs behoort en over de onderwijsniveaus heen.

Voor de leerlingen die Gedeeltelijk hetzij Tijdelijk, hetzij Permanent geïntegreerd onderwijs volgen, wordt de GON-begeleiding bij voorkeur verleend door de school voor buitengewoon onderwijs waar de overige lessen en activiteiten worden gevolgd.

Voor de tijdelijke vormen van integratie (tijdelijk-gedeeltelijk en tijdelijk-volledig) wordt geen GON-ondersteuning toegekend.

Bij permanent-gedeeltelijke integratie wordt alleen een integratietoelage toegekend. De puntengewichten bedragen voor het buitengewoon basisonderwijs: puntengewicht 1,1 en voor het BUSO: puntengewicht 2.

Let op: voor het schooljaar 2015-2016 worden de punten voor de integratietoelage ook bevroren.

Gedeeltelijke integratie kan nooit eenheden voor het GON-pakket genereren.

De betrokken scholen kunnen afspreken, in verband met de flexibele inzet van bestaande GON-lestijden/lesuren en uren, om eventueel ook voor deze kinderen begeleiding te voorzien.

4. Waar telt de betrokken GON-leerling voor de berekening van de personeelsomkadering en werkingsmiddelen en heeft hij recht op leerlingenvervoer?

Dit is afhankelijk van de school waar de betrokken GON-leerling is ingeschreven en dit is op zijn beurt afhankelijk van de aard van de integratie.

4.1. Volledige Permanente integratie :

a) in de school voor gewoon onderwijs: voor de berekening van de personeelsomkadering, de werkingsmiddelen en alle andere voorzieningen, zoals alle andere regelmatige leerlingen van de school voor gewoon onderwijs;

b) in de dienstverlenende school: uitsluitend voor de integratietoelage en het GON-pakket volgens de bepalingen in bijlage 1 bij de omzendbrief.

Deze leerlingen komen niet in aanmerking voor het leerlingenvervoer van het buitengewoon onderwijs.

4.2. Volledige Tijdelijke integratie :

a) de leerlingen worden tot hun overgang naar de school voor gewoon onderwijs op dezelfde wijze in rekening gebracht als de leerlingen die voltijds buitengewoon onderwijs volgen: voor de berekening van de personeelsomkadering, de werkingsmiddelen en de andere voorzieningen van de school voor buitengewoon onderwijs en voor het leerlingenvervoer;

b) de leerlingen worden, indien voldaan is aan de toelatings- en overgangsvoorwaarden, vanaf hun overgang naar de school voor gewoon onderwijs op dezelfde wijze en volgens dezelfde wettelijke en reglementaire bepalingen in rekening gebracht als de leerlingen van de school voor gewoon onderwijs voor de berekening van de personeelsomkadering, de werkingsmiddelen en de andere voorzieningen.

Uiteraard moet voor het voorafgaande steeds rekening gehouden worden met de respectieve teldata. Het is niet de bedoeling dat de leerling op twee plaatsen in rekening gebracht wordt.

Voorbeeld :

Een leerling volgt tot op 18 november 2004 alle lessen in een school voor buitengewoon onderwijs, waar hij ook het voorgaande schooljaar de lessen volgde. Vanaf 21 november volgt deze leerling de lessen volledig in het gewoon onderwijs.

Deze leerling is op 1 oktober 2004 in het buitengewoon onderwijs en komt er in aanmerking voor de rationalisatienormen.

Op 1 februari 2004 was de leerling in het buitengewoon onderwijs, hij wordt voor de personeelsomkadering, de werkingstoelagen... voor het schooljaar 2004 - 2005 in deze school verrekend.

Op 1 februari 2005 is de leerling in de school voor gewoon onderwijs, hij wordt voor de personeelsomkadering, de werkingstoelagen... voor het schooljaar 2005 - 2006 in de school voor gewoon onderwijs verrekend.

4.3. Gedeeltelijke integratie :

Leerlingen die Gedeeltelijk geïntegreerd onderwijs volgen, hetzij Permanent, hetzij Tijdelijk :

a) worden in de school voor buitengewoon onderwijs in rekening gebracht zoals de andere regelmatige leerlingen van de school voor de berekening van de personeelsomkadering, de werkingsmiddelen en de andere voorzieningen.

Ze kunnen eveneens genieten van het recht op leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs behalve voor de verplaatsingen naar de school voor gewoon onderwijs.

b) komen in de school voor gewoon onderwijs niet in aanmerking voor de berekening van de personeelsomkadering en de werkingsmiddelen.

5. Aanwending GON-pakket.

5.1. GON-lestijden/lesuren of uren.

Het GON-pakket kan u aanwenden voor de oprichting van een betrekking in een ambt van onderwijzend personeel of in een ambt van het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel. Het schoolbestuur/De inrichtende macht beslist jaarlijks over de aanwending van de GON-lestijden/lesuren of uren uit het GON-pakket.

Bij de aanstelling in het betrokken ambt past u de bestaande reglementering inzake de bekwaamheidsbewijzen en weddenschalen toe.

U kan in de opgerichte betrekking een tijdelijk personeelslid aanstellen, maar u kan ook rechtstreeks een vastbenoemd personeelslid aanstellen in deze betrekking.

Deze keuze heeft bepaalde consequenties voor de personeelsleden. Eéns gekozen over de wijze waarop de GON-lestijden/lesuren of uren uit het GON-pakket worden aangewend, moet het schoolbestuur/de inrichtende macht de regels toepassen betreffende de verdeling van de betrekkingen onder de vastbenoemde titularissen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking en de regels betreffende tijdelijke aanstelling van doorlopende duur.

De GON-lestijden/lesuren of uren komen in aanmerking voor vacantverklaring met het oog op vaste benoeming. Meer informatie over deze procedure en over de vaste benoeming vindt u in de omzendbrief 13CC/VB/Ml van 29/11/1999 - Vaste benoeming - Procedure, voorwaarden en mededeling aan het Departement Onderwijs.

5.2. Hoe wordt het eenhedenpakket gedefinieerd?

De eenheden voor GON-begeleiding worden gelijkgesteld met :

a) Indien de GON-begeleiding onderwijskundig is :

- in het buitengewoon basisonderwijs : lestijden ASV

- in het buitengewoon secundair onderwijs van de opleidingsvorm 1 : lesuren ASV

- in het buitengewoon secundair onderwijs van de opleidingsvormen 2 en 3 : lesuren ASV of lesuren BGV (met vermelding van de specialiteit wanneer de leraar BGV een opdracht heeft in de opleidingsvorm 3)

- in het buitengewoon secundair onderwijs van de opleidingsvorm 4 : lesuren algemene vakken, technische vakken of praktische vakken.

b) Indien de GON-begeleiding niet onderwijskundig is :

- uren afhankelijk van de discipline.

Hiervoor kunnen uit het GON-pakket de volgende disciplines worden geput : psycholoog, arts, verpleger, logopedist, kinesitherapeut, maatschappelijk werker, ergotherapeut, orthopedagoog en kinderverzorger.

5.3. Hoe wordt het GON-team samengesteld?

Het aantal eenheden dat voor een voltijdse betrekking dat in een bepaald ambt/discipline uit het GON-pakket moet worden geput bedraagt :

- voor een arts, psycholoog of orthopedagoog : 40 eenheden

- voor een kinesitherapeut, ergotherapeut, kinderverzorger, verpleger en maatschappelijk werker : 32 eenheden

- voor een logopedist : 30 eenheden

- voor een leerkracht ASV : 22 eenheden

- voor een leerkracht BGV : 24 eenheden

* In het buitengewoon secundair onderwijs (OV 4) geldt hetzelfde principe als in het gewoon secundair onderwijs :

- voor een leraar AV, TV en PV in de eerste graad : 22 eenheden

- voor een leraar AV en TV in de tweede graad en derde graad : 21 of 20 eenheden

- voor een leraar PV in de tweede en derde graad : 29 eenheden.

Voorbeeld :

Een BuBaO-school beschikt over een GON-pakket van 120 eenheden. In dit GON-pakket kan de school het volgende GON-team aanstellen :

Een voltijdse leerkracht (22 eenheden)

Een voltijdse logopedist (30 eenheden)

Een halftijdse kinesitherapeut (16 eenheden)

Drie halftijdse ergotherapeuten (48 eenheden)

Een deeltijdse orthopedagoog (4 eenheden)

5.4. Overdracht GON.

In het kader van de overdracht van lestijden en uren kunnen ook GON-lestijden/lesuren en uren overgedragen worden naar een andere BO-school van hetzelfde onderwijsniveau.

Raadpleeg in dit verband voor het basisonderwijs omzendbrief BaO/2005/10 van 29/06/2005 en voor het secundair onderwijs artikel 20 en artikel 313, §2 van de Codex Secundair Onderwijs. Voor het secundair is de overdracht enkel mogelijk naar een andere school van secundair onderwijs binnen hetzelfde net of binnen dezelfde scholengemeenschap.

GON-lestijden/lesuren en uren overdragen naar een volgend schooljaar is onmogelijk.

De overdracht moet vóór 15 oktober van het lopende schooljaar gebeuren in het basisonderwijs en tot uiterlijk 1 november van het lopende schooljaar gebeuren in het secundair onderwijs.

5.5. Flexibiliteit van het GON-pakket.

Het GON-pakket wordt bepaald aan de hand van het aantal GON-leerlingen die de school voor buitengewoon onderwijs begeleidt op de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar. Dit GON-pakket dient zo efficiënt mogelijk ingezet te worden in het belang van en volgens de wisselende behoeften van de GON-leerlingen en hun scholen.

Om dit te bereiken kan, in overleg met de GON-partners, het GON-pakket flexibel worden aangewend.

Deze flexibiliteit kán tweeledig zijn :

1. Op schooljaarbasis voor de samenstelling van het GON-team van de school.

De school stelt op basis van het toegekende GON-pakket het GON-team samen voor een volledig schooljaar.

Hierbij wordt uiteraard rekening gehouden met het feit dat de betrekkingen die worden opgericht binnen het GON-pakket onderworpen zijn aan de decreten rechtspositie (zie 5.1).

2. Tijdens het schooljaar t.a.v. de leerlingen.

Afhankelijk van de behoeften én mogelijkheden van de GON-leerlingen en de scholen voor gewoon onderwijs, kan de begeleiding in de loop van het schooljaar van intensiteit en inhoud verschillen. Dit houdt in dat er in de loop van een schooljaar verschuivingen qua ondersteuning en ondersteuner kunnen zijn. Ook de integratie van leerlingen die geen eenheden voor het GON-pakket genereren (bvb. omwille van een matige handicap) kan begeleid worden.

6. Prestatieregeling.

Het aantal eenheden dat voor een voltijdse betrekking uit het pakket wordt geput, houdt verband met de loonkost maar staat los van de inhoud van hoofdopdracht.

De inhoud van deze hoofdopdracht is dezelfde als deze voor het personeel in de scholen voor buitengewoon onderwijs.

Zie omzendbrieven :

- BaO/97/8 Prestatieregeling van 17/06/1997.

- PERS/2002/12 Maatregel vanaf het schooljaar 2002-2003 betreffende de oprichting van ambten in het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel in het buitengewoon secundair onderwijs van 10-07-2002.

- SO/2007/04(pers) Prestatieregeling van de personeelsleden aangesteld in een ambt in het buitengewoon secundair onderwijs.

7. Doorsturen van de GON - gegevens.

Scholen voor buitengewoon onderwijs sturen de gegevens van de GON-leerlingen, die zij begeleiden, via elektronische weg naar het Agentschap voor Onderwijsdiensten.

Opgelet!

De leerlingen die enkel begeleid worden in het kader van afwijkingslestijden,-lesuren,-uren GON-ASS worden niet opgenomen in de GON-zending.

De verschillende softwareleveranciers zijn verantwoordelijk voor het tijdig aanreiken van een aangepast programma dat voldoet aan de technische vereisten om een correcte zending te kunnen aanmaken.

Informatie in verband met de zending van de leerlingengegevens vindt u terug in volgende omzendbrieven :

Voor het basisonderwijs :

Zending van leerlingengegevens in het basisonderwijs ref : BaO/2008/03.

Voor het secundair onderwijs :

Ministeriële omzendbrief van 30 augustus 2007 betreffende de zendingen van leerlingengegevens in het secundair onderwijs en in de centra deeltijdse vorming ref : SO/2007/05

Tegen uiterlijk 9 oktober stuurt de BO-school zijn zending naar het Agentschap voor Onderwijsdiensten.

Voor informatie in verband met de elektronische zending kunt u terecht bij :

Voor het basisonderwijs :

Agentschap voor Onderwijsdiensten

Afdeling Basisonderwijs, DKO en CLB – Scholen en Leerlingen

Koning Albert II-laan 15

1210 Brussel

Tel : 02 553 92 35

E-mail : leerlingenzendingen.basisonderwijs@vlaanderen.be

Voor het secundair onderwijs :

Agentschap voor Onderwijsdiensten

Afdeling Secundair Onderwijs - Scholen en Leerlingen

T.a.v. Mieke Van De Casteele

Koning Albert II-laan 15

1210 Brussel

Tel : 02/ 553 87 40

E-mail : Annemarie.vandecasteele@ond.vlaanderen.be

Vanaf begin september kunnen BO-scholen bezocht worden door de verificateur die de controle van de documenten uitvoert.

Het schoolbeheerteam berekent het eenhedenpakket en het puntengewicht van de integratietoelage.

Scholen die beroep wensen te doen op de ondersteuning van de netcoördinatoren vinden in bijlage 2 hun adressen.

Controle van de documenten in de school

De verificatie zal, met uitzondering van het schooljaar 2015-2016 waarin dezelfde GON-ondersteuning als in het schooljaar 2014-2015 toegekend wordt, de financierbaarheid of subsidieerbaarheid van GON-leerlingen nagaan in functie van de correcte berekening van de GON-lestijden/lesuren of uren en integratietoelage in het kader van het geïntegreerd onderwijs.
Ze zal in het schooljaar 2015-2016 wel nagaan of er op de teldag een geldig ‘gemotiveerd verslag’, ‘verslag’ of inschrijvingsverslag buitengewoon onderwijs aanwezig is. Een aantal kenmerken (type en opleidingsvorm, aard van de integratie en ernst van de handicap) hebben een impact op de berekening van het GON-pakket. Voor deze kenmerken zal de verificatie de gegevens zoals ze op het ‘gemotiveerd verslag’, ‘verslag’ of inschrijvingsverslag vermeld zijn door het CLB in aanmerking nemen. Het kwaliteitstoezicht op de verslaggeving door de centra voor leerlingenbegeleiding is met het M-decreet uitdrukkelijk toegewezen aan de onderwijsinspectie.

In overleg met de verificatie en de Onderwijsinspectie moeten volgende documenten aanwezig zijn :

a) In de school voor gewoon onderwijs :

Voor de verificatie (telling) : Geen specifieke GON-documenten

Voor de inspectie : Voor de kwaliteitscontrole door de onderwijsinspectie moet het ‘gemotiveerd verslag’, ‘verslag’ of inschrijvingsverslag buitengewoon onderwijs én een uurrooster van de GON-begeleider(s) aanwezig zijn.

b) In de school voor buitengewoon onderwijs :

Voor de verificatie :

- het ‘gemotiveerd verslag’, ‘verslag’ of inschrijvingsverslag buitengewoon onderwijs;

- het stamboekregister op de eerste schooldag van oktober

8. Melden van de GON-aanstellingen :

Het doorsturen van de gegevens gebeurt als volgt:

Voorbeeld 1 (basisonderwijs) :

Een voltijds vastbenoemde onderwijzer ASV wordt voor 4 lestijden aangesteld in GON ; de elektronische zending ziet er als volgt uit :

U maakt één bericht met daarin twee opdrachten :

RL 1 / onderwijzer ASV / ATO 4 / 18 u / einddatum oneindig

RL 1 / onderwijzer ASV / ATO 4 / 4 u / GON (vakcode 595) / einddatum oneindig

Voorbeeld 2 ( geldig voor basis- en secundair onderwijs) :

Een voorrangsgerechtigde logopediste krijgt een tijdelijke aanstelling voor een voltijdse opdracht ; van deze 30u staat zij 15u ter vervanging van een vastbenoemde collega die met halftijdse loopbaanonderbreking is, 6u in een vacante betrekking GON en 9u in een gewone vacante betrekking; de elektronische zending ziet er als volgt uit :

U maakt één bericht met daarin :

RL 1 / logopedist / ATO 1 / 15 u / TADD / ter vervanging van mevr. X, afwezig wegens GLBO /einddatum 31.08.......

RL 1 / logopedist / ATO 2 / 6 u / GON (vakcode 595) / TADD / einddatum 31.08.......

RL 1 / logopedist / ATO 2 / 9 u / TADD / einddatum 31.08. ......

Merk op : vermits de GON-uren telkens voor één schooljaar worden toegekend, mag de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (TADD) slechts tot 31 augustus gemeld worden.

Voorbeeld 3 (secundair onderwijs) :

Een leraar BGV die voor 20 lesuren vastbenoemd is, wordt bijkomend benoemd voor 4 lesuren GON; de elektronische zending ziet er als volgt uit :

Eén bericht met daarin twee opdrachten :

RL 1 / leraar BGV / ATO 4 / 20 u / einddatum oneindig

RL 1 / leraar BGV / ATO 4 / 4 u / GON (vakcode 595) /einddatum oneindig

9. Bijlagen

- (1): De overgang van kleuteronderwijs naar lager onderwijs wordt in dit verband niet beschouwd als een “wijziging van onderwijsniveau”

- (2): Voor leerlingen die met een individueel aangepast curriculum in een gewone school les volgen

- (3): De overgang van kleuteronderwijs naar lager onderwijs wordt in dit verband niet beschouwd als een “wijziging van onderwijsniveau”

- (4): De overgang van kleuteronderwijs naar lager onderwijs wordt in dit verband niet beschouwd als een “wijziging van onderwijsniveau”

- (5): De overgang van kleuteronderwijs naar lager onderwijs wordt in dit verband niet beschouwd als een “wijziging van onderwijsniveau”

- (6): De GON-lestijden/lesuren en uren toegekend in het kader van het correctiebudget GON ASS worden buiten beschouwing gelaten. Deze werden immers voor het schooljaar 2015-2016 al verdeeld.

- (7): voor leerlingen die met een individueel aangepast curriculum in een gewone school les volgen.