Besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen van de personeelsleden van de centra voor leerlingenbegeleiding

  • goedkeuringsdatum
    12 DECEMBER 2003
  • publicatiedatum
    B.S.01/06/2004
  • datum laatste wijziging
    21/04/2017

COORDINATIE

B.Vl.R. 20-7-2006 - B.S. 20-10-2006

B.Vl.R. 27-10-2006 - B.S. 15-12-2006

B.Vl.R. 9-11-2007 - B.S. 18-12-2007

B.Vl.R. 24-10-2008 - B.S. 5-12-2008

B.Vl.R. 24-4-2009 - B.S. 16-6-2009

B.Vl.R. 24-7-2009 - B.S. 3-9-2009

B.Vl.R. 10-9-2010 - B.S. 22-10-2010

B.Vl.R. 7-10-2011 - B.S. 29-12-2011

B.Vl.R. 1-3-2013 - B.S. 19-4-2013

Arr. nr. 221.648 dd. 6-12-2012 - B.S. 17-9-2013

B.Vl.R. 26-6-2015 - B.S. 23-7-2015

B.Vl.R. 10-3-2017 - B.S. 14-4-2017

B.Vl.R. 10-3-2017 - B.S. 21-4-2017

De Vlaamse regering,

Gelet op het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding, inzonderheid op de artikelen 48 en 49;

Gelet op het decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek, inzonderheid op de artikelen IX, 2, § 2 en IX, 8, tweede lid;

Gelet op het decreet van 5 februari 2003 betreffende het onderwijs XIV, inzonderheid op hoofdstuk X, afdeling 5, onderafdeling 1;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 13 oktober 2000 tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen en de weddenschalen van de personeelsleden van de centra voor leerlingenbegeleiding;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën van 6 juni 2003;

Gelet op het protocol nr. 513 van 9 september 2003 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van sectorcomité X en van onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap" van afdeling 2 van het Comité voor de Provinciale en Plaatselijke overheidsdiensten;

Gelet op het protocol nr. 281 van 9 september 2003 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in het overkoepelend onderhandelingscomité bedoeld in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;

Gelet op het advies 35.883/1 van de Raad van State, gegeven op 25 september 2003 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen en van de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

Dit besluit is van toepassing op de personeelsleden van de centra voor leerlingenbegeleiding bedoeld in de artikelen 73 en 182 van het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding en op de personeelsleden van de permanente ondersteuningscellen bedoeld in de artikelen 89, 90 en 91 van hetzelfde decreet.

[Art. 1bis.

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° het besluit van 14 juni 1989 : het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs;

[[1°bis basisdiploma : een diploma, vermeld in artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs;]]

2° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het lange type (afgekort : ten minste HOLT) : een van de basisdiploma's, vermeld in artikel 6, punt 1 tot en met 11, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs, met uitzondering van punt 2bis ;

3° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan (afgekort : ten minste HOKTVL) : een van de basisdiploma's, vermeld in artikel 6, punt 1 tot en met 39, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs, met uitzondering van punt 2bis, punt 29bis, punt 30bis, punt 34bis en punt 36bis.

4° een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het korte type (afgekort : ten minste HOKT) : de bekwaamheidsbewijzen, vermeld in artikel 6, punt 1 tot en met 42, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs, met uitzondering van het diploma of het getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie of het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs, of het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en met uitzondering van punt 2bis, punt 29bis, punt 30bis, punt 34bis en punt 36bis;

5° een bekwaamheidsbewijs van het niveau PBA : een van de basisdiploma's vermeld in artikel 6, punt 12 tot en met 42, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs, met uitzondering van het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, het getuigschrift van de middelbare technische normaalleergangen of van de pedagogische leergangen, en, vanaf 1 september 2000, het diploma of getuigschrift van het pedagogisch hoger onderwijs voor sociale promotie en, vanaf 1 september 2002, het pedagogisch getuigschrift, uitgereikt door een centrum voor volwassenenonderwijs;

6° een bekwaamheidsbewijs van het niveau secundair onderwijs :

a) een van de basisdiploma's, vermeld in artikel 6, punt 47 tot en met 56, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs;

b) de studiebewijzen die in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs vermeld zijn als ASBO, HSBO, HSTO en HSKO.]

B.Vl.R. 9-11-2007; [[ ]] B.Vl.R. 24-10-2008

Art. 2.

§ 1. [De personeelsleden, vermeld in artikel 1, verwerven overeenkomstig hun bekwaamheidsbewijs, vermeld in bijlage I, de overeenstemmende salarisschaal in het ambt dat ze uitoefenen.

De basisbekwaamheidsbewijzen, vermeld in bijlage I, moeten uitgereikt zijn, hetzij door een Belgische universiteit of door een door een wet of decreet daarmee gelijkgestelde instelling, of door een door de Staat dan wel door de Gemeenschap georganiseerde, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstelling, hetzij door een ambtshalve geregistreerde instelling voor hoger onderwijs, hetzij door een door de Staat of de Gemeenschap ingestelde examencommissie.

Worden eveneens aangenomen de in overeenstemming met een buitenlandse regeling behaalde diploma's en studiegetuigschriften die gelijkwaardig worden verklaard met een van de diploma's of studiegetuigschriften, vermeld in dit besluit :

1° krachtens verdragen of internationale overeenkomsten of;

2°[[tot 31 augustus 2011]]² met toepassing van de procedure voor het verlenen van de gelijkwaardigheid, voorgeschreven bij de wet van 19 maart 1971 betreffende de gelijkwaardigheid van de buitenlandse diploma's en studiegetuigschriften of;

3° met ingang van 1 september 1995, met toepassing van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap of;

4° met ingang van 1 oktober 1992, met toepassing van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap of;

5° met ingang van 1 januari 2003, met toepassing van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen;

[[6° met ingang van 1 september 2011, met toepassing van de codex secundair onderwijs, het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap en het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs.]]²

[[Diploma's of getuigschriften die buiten België uitgereikt zijn, worden eveneens aangenomen indien ze vergezeld gaan van een conformiteitsattest zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 betreffende de omzetting van de Europese Richtlijn 2005/36 voor wervingsambten in het onderwijs en voor sommige functies in de basiseducatie [[[en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties voor gereglementeerde beroepen in het onderwijs in het kader van de Europese Richtlijn 2005/36]]].]]¹ ]²

§ 2. Het besluit van de Vlaamse regering van 21 november 2003 betreffende de salarisschalen van bepaalde personeelsleden van het onderwijs is van toepassing voor de salarisschalen vermeld in bijlage I van dit besluit.

§ 3. [De tijdelijke afwijking, vermeld in bijlage I, punt 2.2, Arts, bekwaamheidsbewijzen, vereiste, opmerking 2) : Tijdelijke afwijkingen inzake bijkomend diploma, eindigt wanneer het betrokken personeelslid niet in het bezit is van het bijkomende diploma binnen een periode van 60 maanden.Na het aflopen van die periode van 60 maanden kan dat personeelslid alleen als arts aangesteld worden als houder van een 'ander' bekwaamheidsbewijs, onder de daarvoor geldende voorwaarden en met de bijbehorende salarisschaal.

Vanaf 1 januari 2013 wordt, om de termijn van 60 maanden voor de tijdelijke afwijking vast te stellen, de totale duur van de aanstellingen als arts aan salarisschaal 511 berekend. De telling gebeurt per personeelslid en niet per instelling, centrum of dienst. Voor deze berekening vormen dertig kalenderdagen één maand.

Artsen voor wie op 1 januari 2013 reeds een deel van of de volledige 60 aaneensluitende maanden verstreken zijn, gerekend vanaf 1 september van het schooljaar van hun eerste aanstelling na 1 september 2000 en die nog niet in het bezit zijn van het bijkomend diploma, kunnen onder de tijdelijke afwijking aangesteld worden als arts in een centrum voor leerlingenbegeleiding, totdat zij 60 maanden aan salarisschaal 511 bezoldigd zijn.]4

§ 4. [...]²

§ 5.[...]³

[§ 6. Het personeelslid dat de coördinatiefunctie, bedoeld in artikel 76 van het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding, krijgt, ontvangt de niet-verworven salarisschaal 268.

De niet-verworven salarisschaal 268 wordt vastgesteld bij [[het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003 houdende de salarisschalen van bepaalde personeelsleden van het onderwijs]]². Zolang het personeelslid aan de voorwaarden voldoet, maakt de niet-verworven salarisschaal integraal deel uit van de salarisschalen waarop de betrokkene overeenkomstig zijn tijdelijke aanstelling of zijn vaste benoeming recht heeft en vormt die schaal mee de grondslag voor de berekening van het salaris van het betrokken personeelslid. Bij de berekening van de beperking van het salaris tot de eenheid of tot het best bezoldigd ambt wordt met het bedrag van een niet-verworven salarisschaal echter geen rekening gehouden.

De niet-verworven salarisschaal volgt de evolutie van [[het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij de wet van 30 maart 1994]]².]¹

[ ]¹ B.Vl.R. 27-10-2006; [ ]² B.Vl.R. 9-11-2007; [ ]³ B.Vl.R. 7-10-2011; [ ]4 B.Vl.R. 1-3-2013; [[ ]]¹ B.Vl.R. 24-4-2009; [[ ]]² B.Vl.R. 7-10-2011; [[[ ]]] B.Vl.R. 10-3-2017

Art. 3.

Worden gelijkgesteld met de in bijlage I vermelde diploma's, getuigschriften en brevetten van een school of leergang, de diploma's uitgereikt door de technische en beroepsscholen of -leergangen die ermede gelijkgesteld zijn zoals bepaald in artikel 8, § 1, van het besluit van de Vlaamse regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs.

Art. 4.

[...]

B.Vl.R. 7-10-2011

Art. 5.

Personeelsleden die op 31 augustus 2000 werkzaam waren in een PMS- of MST- centrum en die niet in het bezit zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs zoals bedoeld in artikel 2, behouden in hun nieuwe ambt de vroegere salarisschaal, tenzij anders vermeld in bijlage I van dit besluit.

[Art. 5bis.

Een personeelslid dat in het schooljaar 2007-2008 als ervaringsdeskundige aangesteld was en niet beschikte over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, wordt met ingang van 1 september 2008 bij overgangsmaatregel geacht over een bekwaamheidsbewijs van de categorie 'andere bekwaamheidsbewijzen' te beschikken, met salarisschaal 084, voor het ambt van ervaringsdeskundige.

Het personeelslid behoudt de overgangsmaatregel vermeld in dit artikel, zolang hij ononderbroken in dienst blijft in een door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd centrum voor leerlingenbegeleiding. Voor de toepassing van deze bepaling worden de volgende perioden niet als een onderbreking beschouwd :

1° de vakantieperioden;

2° de [[loopbaanonderbreking en zorgkrediet]];

3° de militaire dienst;

4° de perioden van wederoproeping;

5° de ziekte- en bevallingsverloven;

6° de borstvoedingsverloven;

7° de perioden van verwijdering uit een risico in het kader van bedreiging door een beroepsziekte of moederschapsbescherming;

8° de verloven van korte duur met behoud van salaris(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard;

9° de verloven zonder behoud van salaris(toelage) voor een maximumduur van zes werkdagen per schooljaar;

10° een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren.]

B.Vl.R. 24-10-2008; [[ ]] B.Vl.R. 10-3-2017

Art. 6.

§ 1. De volgende artikelen van het besluit van de Vlaamse regering van 13 oktober 2000 tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen en de weddenschalen van de personeelsleden van de centra voor leerlingenbegeleiding worden opgeheven :

- de artikelen 1 tot en met 6 en artikel 9 : met ingang van 1 september 2002;

- het artikel 7 : met ingang van 1 september 2003.

§ 2. Het opschrift van het besluit van de Vlaamse regering van 13 oktober 2000 tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen en de weddenschalen van de personeelsleden van de centra voor leerlingenbegeleiding wordt vervangen door wat volgt : "Besluit van de Vlaamse regering betreffende de loonkost van sommige personeelsleden van het voormalig medisch schooltoezicht".

[Art. 6bis.

In bijlage I wordt met code d.d. bedoeld :

1 : met ingang van 1 september 2000;

2 : met ingang van 1 september 2002;

3 : met ingang van 1 september 2006;

4 : met ingang van 1 september 2007;

5 : met ingang van 1 september 2000 tot en met 31 augustus 2007;

6 : met ingang van 1 september 2002 tot en met 31 augustus 2007;

7 : met ingang van 1 september 2006 tot en met 31 augustus 2007;

8 : met ingang van 1 september 2002, met de beperking evenwel dat hieruit voor de periode van 1 september 2002 tot en met 31 augustus 2007 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling.]

[[9 : met ingang van 1 september 2008;

10 : met ingang van 1 september 2006 tot en met 31 augustus 2008;]]¹

[[11 : met ingang van 1 september 2010;]]²

[[12 : met ingang van 1 september 2000 tot en met 31 augustus 2011;

13 : met ingang van 1 september 2007 tot en met 31 augustus 2011;

14 : met ingang van 1 september 2011.]]³

[[15: met ingang van 1 september 2000 tot en met 31 december 2012;

16: met ingang van 1 januari 2013;

17: met ingang van 1 september 2007 tot en met 31 augustus 2013;

18: met ingang van 1 september 2013;

19: met ingang van 1 september 2015.]]4 ]

B.Vl.R. 9-11-2007; [[ ]]¹ B.Vl.R. 24-10-2008; [[ ]]² B.Vl.R. 10-9-2010; [[ ]]³ B.Vl.R. 7-10-2011; [[ ]]4 B.Vl.R. 26-6-2015

Art. 7.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2002, met uitzondering van artikel 2, § 5 dat in werking treedt op 1 september 2003.

Art. 8.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het Gezondheidsbeleid, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, zijn ieder voor wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Bijlage.

De bijlage is raadpleegbaar via het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In de bijlage wordt deel 2.6. Psychopedagogisch werker vervangen met B.Vl.R. 24-7-2009; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

Bijlage I, vervangen bij B.Vl.R. 24-7-2009, wordt vervangen door bijlage I, die als bijlage 3 bij B.Vl.R. 10-9-2010 is gevoegd; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In bijlage I worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° het deel 1 AFKORTINGEN wordt vervangen door het deel 1 AFKORTINGEN dat als bijlage 2 bij B.Vl.R. 7-10-2011 gevoegd is;

2° het deel 2.1. DIRECTEUR wordt vervangen door het deel 2.1. DIRECTEUR dat als bijlage 3 bij B.Vl.R. 7-10-2011 gevoegd is. Cfr. het Belgisch Staatsblad , waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

Bijlage I wordt vervangen met B.Vl.R. 1-3-2013; cfr. het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

De bijlage is ook raadpleegbaar bij de omzendbrief CLB/2007/01 Actualisering bekwaamheidsbewijzen centra voor leerlingenbegeleiding

Bijlage I wordt vervangen met B.Vl.R. 26-7-2015; cfr. het Belgisch Staatsblad , waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt. De bepalingen in de bijlage die voorafgegaan worden door code 17 of 18, hebben uitwerking met ingang van 1 september 2013.

- (1): Opgeheven voor zover het de salarisschalen vaststelt voor het ambt van directeur basisonderwijs met de kengetallen 779, 828 en 879. (Arr. Raad van State nr. 221.648, 6-12-2012)