Besluit van de Vlaamse Regering houdende de uitvoering van het decreet betreffende de kwalificatiestructuur van 30 april 2009 inzake de erkenning van beroepskwalificaties en inzake de erkenning van onderwijskwalificaties voor het secundair na secundair onderwijs

  • goedkeuringsdatum
    11 januari 2013
  • publicatiedatum
    B.S.11/02/2013
  • datum laatste wijziging
    04/08/2017

(opschrift gewijzigd bij B.Vl.R. 7-7-2017)

COORDINATIE

B.Vl.R. 10-1-2014 - B.S. 31-1-2014

B.Vl.R. 3-7-2015 - B.S. 4-8-2015

B.Vl.R. 7-7-2017 - B.S. 4-8-2017

De Vlaamse Regering,

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20;

Gelet op het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur, artikel 7, vervangen bij het decreet van 1 juli 2011, artikel 10, § 1 tot en met § 4, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011, artikel 11, vervangen bij het decreet van 1 juli 2011, artikel 12 en artikel 15;

Gelet op het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs, artikel 8;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 10 juli 2012;

Gelet op het advies van de SERV, gegeven op 12 september 2012;

Gelet op het advies van de VLOR, gegeven op 27 september 2012;

Gelet op advies 52.426/1 van de Raad van State, gegeven op 19 december 2012, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK 1. - Definities, afkortingen en toepassingsgebied

Artikel 1.

In dit besluit wordt verstaan onder :

1° agentschap : [het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen]¹ opgericht bij besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming;

2° beroepskwalificatie : het begrip vermeld in artikel 2, 4° van het decreet van 30 april 2009;

3° beroepskwalificatiedossier : het begrip vermeld in artikel 2, 4° bis van het decreet van 30 april 2009;

4° competentie : het begrip vermeld in artikel 2, 6° van het decreet van 30 april 2009 [...]²;

5° decreet van 30 april 2009 : het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur;

[...]²

7° interprofessionele sociale partner : sociale partner vertegenwoordigd in de Raad van de SERV;

8° minister : de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs en voor de coördinatie van het vormingsbeleid;

9° onderwijskwalificatie : het begrip vermeld in artikel 2, 17° van het decreet van 30 april 2009;

10° SERV : de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;

11° SYNTRA Vlaanderen : het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming;

12° VDAB : de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding;

13° VLOR : de Vlaamse Onderwijsraad.

[ ]¹ B.Vl.R. 3-7-2015; [ ]² B.Vl.R. 7-7-2017

Art. 2.

Dit besluit is van toepassing voor de erkenning van de beroepskwalificaties van niveau 1 tot en met 8 en is van toepassing op de erkenning van de onderwijskwalificaties van niveau 4 [...] vermeld in artikel 14, 4°, g)[...] van artikel 14 van het decreet van 30 april 2009.

Onderwijskwalificaties van niveau 4 als vermeld in artikel 14, 4°, g) van het voormelde decreet, kunnen uitgereikt worden door instellingen die secundair na secundair onderwijs organiseren.

[...]

B.Vl.R. 7-7-2017

HOOFDSTUK 2. - Procedure voor de erkenning van beroepskwalificaties

Afdeling 1. - Vastlegging van de prioriteiten voor beroepskwalificaties

Art. 3.

Op gezamenlijk voorstel van de minister en de Vlaamse minister bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, bepaalt de Vlaamse Regering jaarlijks de prioriteiten voor het opstellen van beroepskwalificatiedossiers.

Afdeling 2. - Opmaak van een beroepskwalificatiedossier

Art. 4.

Iedere arbeidsmarktactor kan een beroepskwalificatiedossier indienen.

Art. 5.

Een beroepskwalificatiedossier is opgebouwd uit de volgende onderdelen :

1° de titel en definitie van de beroepskwalificatie;

2° de vermelding van de betrokken sectoren en van de indieners;

3° de competenties beschreven volgens de descriptorelementen op basis van de referentiekaders vermeld in artikel 10, § 3 van het decreet van 30 april 2009, en de verwijzing naar de gehanteerde referentiekaders;

4° een analyse van de arbeidsmarktrelevantie en of maatschappelijke relevantie van de beroepskwalificatie;

5° de samenhang met andere beroepskwalificatiedossiers en met erkende beroeps- en onderwijskwalificaties;

6° een omschrijving van de duurzaamheid van de beroepskwalificatie door de behoefte aan actualisatie aan te geven.

Art. 6.

Het agentschap coördineert het opstellen van de beroepskwalificatiedossiers, begeleidt het proces en bewaakt de kwaliteit. De arbeidsmarktactoren dragen de eindverantwoordelijkheid voor het opmaken van de beroepskwalificatiedossiers.

Afdeling 3. - Valideren van een beroepskwalificatiedossier

Art. 7.

Elk beroepskwalificatiedossier wordt voor validering aan de valideringscommissie voorgelegd. Op basis van de onderdelen uit het beroepskwalificatiedossier vermeld in artikel 5 wordt al dan niet tot validering overgegaan op grond van :

1° het draagvlak voor het ingediende dossier;

2° het gebruik van de referentiekaders;

3° de interne coherentie van de competenties en de volledigheid;

4° de arbeidsmarktrelevantie doordat er een volwaardig beroep mee kan worden uitgeoefend en of de maatschappelijke relevantie doordat er een maatschappelijke rol mee kan worden opgenomen.

Art. 8.

Een valideringscommissie wordt als volgt samengesteld :

1° twee effectieve en twee plaatsvervangende leden aangeduid door de SERV uit de interprofessionele sociale partners;

2° Eén effectief en één plaatsvervangend lid aangeduid door de VDAB en één effectief en één plaatsvervangend lid aangeduid door Syntra Vlaanderen;

3°één onafhankelijke interne expert en één plaatsvervanger uit het agentschap. Die expert is niet stemgerechtigd en neemt de kwaliteitsbewaking op.

Het voorzitterschap wordt waargenomen door een onafhankelijke externe expert, aangeduid door de minister.

Art. 9.

Een valideringscommissie beslist bij consensus. Bij gebrek aan consensus wordt bij meerderheid van stemmen beslist. In geval van validering bij meerderheid van stemmen, moet minstens één lid van elke delegatie als vermeld in artikel 8, eerste lid, 1° en 2° het met de validering eens zijn.

Art. 10.

Het agentschap stelt het huishoudelijk reglement van een valideringscommissie op. Voorstellen tot wijzigingen gaan uit van de leden. Het huishoudelijk reglement regelt minstens de bevoegdheden van de voorzitter en het secretariaat, de wijze waarop het agentschap het secretariaat organiseert, de inhoud en periodiciteit van de vergaderingen, de bijeenroeping en bezetting van de vergaderingen, de bekendmaking van de valideringsbeslissing en een deontologische code.

Afdeling 4. - Inschalen van een beroepskwalificatiedossier

Art. 11.

[Een gevalideerd beroepskwalificatiedossier wordt voor inschaling aan een inschalingscommissie voorgelegd.

Een inschalingscommissie als vermeld in het eerste lid wordt als volgt samengesteld :

1° zeven effectieve leden aangewezen door de SERV;

2° vijf effectieve leden aangewezen door de VLOR;

3°één effectief lid aangewezen door de VDAB en één effectief lid aangewezen door Syntra Vlaanderen;

4° twee onafhankelijke interne experten uit het agentschap.

De experten, vermeld in het tweede lid, 4° zijn niet stemgerechtigd en nemen de proces- en kwaliteitsbewaking op.

Voor elk effectief lid word(t)(en) minimaal één tot maximaal drie plaatsvervangers aangeduid.

Het voorzitterschap wordt waargenomen door een onafhankelijke externe expert, die de minister aanwijst.]

B.Vl.R. 10-1-2014

Art. 12.

Voor de inschaling wordt de methodiek gehanteerd die daarvoor werd ontwikkeld en geijkt en die is opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.

Een inschalingscommissie brengt een inschalingsadvies uit bij consensus.

Bij gebrek aan consensus over het inschalingsniveau formuleert het agentschap zelf een voorstel over het al dan niet inschalen op basis van een afweging van de argumentatie van de leden van de inschalingscommissie.

Om te kunnen deelnemen aan een inschalingscommissie als effectief of plaatsvervangend lid, volgen de inschalers een opleiding.

Art. 13.

Het agentschap stelt het huishoudelijk reglement van een inschalingscommissie op. Voorstellen tot wijzigingen gaan uit van de leden. Het huishoudelijk reglement regelt minstens de bevoegdheden van de voorzitter en het secretariaat, de wijze waarop het agentschap het secretariaat organiseert, de inhoud en periodiciteit van de vergaderingen, de bijeenroeping en bezetting van de vergaderingen, de bekendmaking van de inschalingsbeslissing en een deontologische code.

Afdeling 5. - Erkenning van een beroepskwalificatie

Art. 14.

Het agentschap voert een marginale toetsing uit van het proces en het resultaat van het opstellen van een beroepskwalificatiedossier en van het proces en het resultaat van de validering en de inschaling. Het gaat na of alle vormvoorwaarden zijn vervuld, of het proces in alle redelijkheid is verlopen en of het resultaat niet kennelijk onredelijk is aan de hand van de criteria vermeld in dit besluit.

Art. 15.

Het agentschap bezorgt aan de minister een erkenningsadvies als vermeld in artikel 12 van het decreet van 30 april 2009 binnen dertig kalenderdagen na de inschaling. De Vlaamse Regering beslist of er al dan niet tot erkenning wordt overgegaan.

De erkende beroepskwalificatie omvat minstens de benaming en de definitie van de beroepskwalificatie, de competenties van het gevalideerd beroepskwalificatiedossier, de niveaubepaling en het jaartal van de erkenning. Elke erkende beroepskwalificatie wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

[HOOFDSTUK 2/1. - Procedure voor de actualisering of schrapping van beroepskwalificaties

Art. 15/1.

Iedere arbeidsmarktactor kan een beroepskwalificatiedossier als vermeld in artikel 5, voor de actualisering van een erkende beroepskwalificatie of een vraag tot schrapping van een erkende beroepskwalificatie indienen. De arbeidsmarktactor kan dit doen op eigen initiatief of op vraag van het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen of andere overheidsdiensten.

Art. 15/2.

Als een actualisering van een erkende beroepskwalificatie alleen betrekking heeft op een technische aanpassing, legt het agentschap het geactualiseerde dossier, vermeld in artikel 15/1, ter beslissing voor aan Vlaamse minister(s) bevoegd voor onderwijs, de coördinatie van het vormingsbeleid en de werkgelegenheid.

Onder technische aanpassingen als vermeld in het eerste lid, worden een van de volgende aanpassingen verstaan :

1° redactionele aanpassingen van taalkundige, grammaticale of vormelijke aard, zonder afbreuk te doen aan de inhoudelijk bedoelde omschrijving van bepalingen van de erkende beroepskwalificatie;

2° rechtzettingen van onnauwkeurigheden, zonder afbreuk te doen aan de inhoudelijk bedoelde omschrijving van bepalingen van de erkende beroepskwalificatie;

3° wijzigingen in het beroepskwalificatiedossier, die niet in de erkende beroepskwalificatie opgenomen worden.

Art. 15/3.

§ 1. Als een actualisering van een erkende beroepskwalificatie niet beperkt is tot een technische aanpassing, legt het agentschap het dossier, vermeld in artikel 15/1, voor aan de valideringscommissie, vermeld in artikel 8.

De valideringscommissie beoordeelt het dossier conform artikel 7 en beslist conform artikel 9 over de actualisering.

§ 2. Na de validering van de actualisering van een erkende beroepskwalificatie, vermeld in § 1, legt het agentschap het dossier voor aan de inschalingscommissie. De inschalingscommissie beoordeelt of de actualisering van een erkende beroepskwalificatie aanleiding kan geven tot een inschaling op een ander niveau van de kwalificatiestructuur, door na te gaan of de actualisering aanleiding kan geven tot het toekennen van een andere wegingsscore voor de acht descriptorelementen, vermeld in de inschalingsmethodiek die is opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.

Artikelen 11 en 12 zijn van overeenkomstige toepassing op de beoordeling vermeld in eerste lid.

§ 3. Als de inschalingscommissie van oordeel is dat de actualisering van de erkende beroepskwalificatie aanleiding kan geven tot een inschaling op een ander niveau van de kwalificatiestructuur, schaalt zij het dossier opnieuw in.

Artikelen 11, 12, 14 en 15 zijn van overeenkomstige toepassing op de actualisering van de erkende beroepskwalificatie.

§ 4. Als de inschalingscommissie van oordeel is dat de actualisering geen aanleiding geeft tot een nieuwe inschaling, bezorgt zij het dossier opnieuw aan het agentschap.

Artikelen 14 en 15, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de actualisering van de erkende beroepskwalificatie.

De Vlaamse minister(s) bevoegd voor onderwijs, de coördinatie van het vormingsbeleid en de werkgelegenheid nemen een beslissing over de actualisering van de erkende beroepskwalificatie, als vermeld in paragraaf 1 en het eerste lid van deze paragraaf.

Art. 15/4.

Als het dossier, vermeld in artikel 15/1, betrekking heeft op een integrale schrapping van een erkende beroepskwalificatie, bezorgt het agentschap het dossier aan de valideringscommissie, vermeld in artikel 8.

De valideringscommissie beoordeelt het dossier conform artikel 7 en beslist conform artikel 9 over de schrapping. De valideringscommissie bezorgt het dossier vervolgens opnieuw aan het agentschap.

Artikel 14 en 15, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de schrapping van de erkende beroepskwalificatie.

De Vlaamse Regering neemt een beslissing over de voorgestelde schrapping van de erkende beroepskwalificatie.

B.Vl.R. 7-7-2017

HOOFDSTUK 3. - De procedure voor de erkenning van de onderwijskwalificaties van niveau 4 vermeld in artikel 14, 4°, g) van het decreet van 30 april 2009

B.Vl.R. 7-7-2017

Afdeling 1. - Opmaak van een voorstel van onderwijskwalificatie

Art. 16.

Het agentschap werkt voorstellen van onderwijskwalificaties uit op eigen initiatief of op vraag van belanghebbenden.

Ieder voorstel van onderwijskwalificatie bevat :

1° de competenties van één of meer erkende beroepskwalificaties als vermeld in artikel 14 van het decreet van 30 april 2009;

2° het kwalificatieniveau;

3° de toepassing van de criteria, vermeld in artikel 15, tweede lid van het decreet van 30 april 2009;

4° de samenhang met andere voorstellen van onderwijskwalificaties en met erkende beroeps- en onderwijskwalificaties;

[5° een advies over de wenselijkheid van een opleiding die leidt tot die onderwijskwalificatie [[...]] en het studiegebied waartoe ze behoort.]

B.Vl.R. 10-1-2014; [[ ]] B.Vl.R. 7-7-2017

Afdeling 2. - Advisering van een onderwijskwalificatie

Art. 17.

§ 1. Elk voorstel van onderwijskwalificatie van niveau 4 wordt door het agentschap aan de VLOR voor advies voorgelegd. De VLOR brengt advies uit over de elementen, vermeld in artikel 16, 3° en 4° van dit besluit.

Dat advies wordt bij het agentschap uitgebracht binnen dertig kalenderdagen.

§ 2. [...]

B.Vl.R. 7-7-2017

Afdeling 3. - Erkenning van een onderwijskwalificatie

Art. 18.

Het agentschap legt het voorstel van onderwijskwalificatie met het erkenningsadvies gebaseerd op het advies vermeld in artikel 17, binnen dertig kalenderdagen voor aan de minister. De Vlaamse Regering beslist of de erkenning al dan niet wordt verleend. De erkende onderwijskwalificatie omvat minstens de benaming, de niveaubepaling, de beschrijving van de competenties, het studiegebied waarin die onderwijskwalificatie zal worden aangeboden en het jaartal van de erkenning. Elke erkende onderwijskwalificatie wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

HOOFDSTUK 4. - Slotbepaling

Art. 19.

De minister is belast met de uitvoering van dit besluit.

BIJLAGE : Inschalingsmethodiek

Op basis van de decretaal bepaalde niveaubeschrijvingen zijn de acht niveaus van het Vlaams kwalificatieraamwerk hertaald naar vijf inschalingsniveaus; zijnde : A, B, C, D en E. Elk niveau bestaat uit drie subscores; zijnde : A-, A, A+, B-,B,B+,C-,C,C+,D-,D,D+,E-,E,E+.

De vijf descriptorelementen zijn uitgesplitst tot acht descriptorelementen. Het descriptorelement 'vaardigheden' is opgesplitst in 'cognitieve vaardigheden', 'probleemoplossende vaardigheden' en' motorische vaardigheden'. Het descriptorelement 'context' is ontdubbeld naar'omgevingscontext' en 'handelingscontext'.

De oorspronkelijke 8x5 matrix is hertaald in een 5x8 matrix. Deze hertaling diende enerzijds om de descriptorbeschrijvingen aan te scherpen (éne niveau t.o.v. het andere) en anderzijds de neutraliteit en objectiviteit van het inschalen door de inschalingscommissie te garanderen (geen expliciete verbinding tussen de acht VKS-niveaus en de vijf niveaus binnen de descriptorelementen).

De inschalingsmethodiek bestaat uit een kwalitatief en een kwantitatief luik.

- Kwalitatief

In een eerste stap van inschaling oordeelt de inschalingscommissie in consensus over het niveau van inschaling aan de hand van scores per descriptorelement volgens een handleiding gebaseerd op beslissingsbomen en definities per descriptorelement.

- Kwantitatief

Nadat de inschalingscommissie per descriptorelement in consensus een kwalitatieve inschaling (VKS-niveau) heeft bepaald, wordt voor elk descriptorelement van het beroepskwalificatiedossier (kennis, cognitieve vaardigheden, motorische vaardigheden, probleemoplossende vaardigheden, omgevingscontext, handelingscontext, autonomie, verantwoordelijkheid) de behaalde score in een wegingstool geregistreerd. Hierbij wordt de dwingende en bepalende kwalitatieve inschaling omgezet naar een kwantitatieve, teneinde via de omweg van een score, te kunnen inschalen in een gekwantificeerd model als « kwantitatieve » weergave van de acht VKS-niveaus.

Via de wegingstool worden deze scores per descriptorelement automatisch vertaald in punten. Per niveau en per subscore (drie per niveau) is voor elk descriptorelement een gewicht in punten toegekend op basis van een analyse van de in het decreet opgenomen niveaudescriptoren en descriptorelementen. Na het ingeven van alle puntenscores per descriptorelement, genereert de wegingstool een totaalscore en tegelijk het VKS-niveau waarbinnen deze totaalscore zich bevindt. Deze scoreranges per VKS-niveau werden bepaald op basis van een analyse van de aard van de acht VKS-niveaus.

Met deze laatste stap wordt de dwingende en bepalende kwalitatieve inschaling definitief en eenduidig vertaald naar een (kwantitatief) VKS-niveau en is het beroepskwalificatiedossier technisch ingeschaald.