Decreet tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen

  • goedkeuringsdatum
    10 juni 2016
  • publicatiedatum
    B.S.17/08/2016
  • zie ook
  • datum laatste wijziging
    13/07/2022

COORDINATIE

(1) Decr. van 23/12/2016 (B.S. 13/02/2017) detail
Decreet tot wijziging van regelgeving over de taalexamenregeling van het personeel, de studiegebieden en de programmatieprocedure voor het secundair volwassenenonderwijs, de programmatie van opleidingen van het hoger beroepsonderwijs, een benoemingsstop voor het hoger beroepsonderwijs en de specifieke lerarenopleiding in de centra voor volwassenenonderwijs en bepaalde aspecten van alternerende opleidingen
;

(2) Decr. van 30/03/2018 (B.S. 23/05/2018) detail
Decreet betreffende duaal leren en de aanloopfase
;

(3) Decr. van 08/06/2018 (B.S. 26/06/2018) detail
Decreet houdende de aanpassing van de decreten aan de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)
;

(4) Decr. van 30/11/2018 (B.S. 21/12/2018) detail
Decreet betreffende het duaal leren in het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3 en 4
;

(5) Decr. van 05/04/2019 (B.S. 24/06/2019) detail
Decreet betreffende het Onderwijs XXIX
;

(6) Decr. van 19/06/2020 (B.S. 08/07/2020) detail
Decreet tot opheffing van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming – Syntra Vlaanderen, tot regeling van de taken en bevoegdheden en tot wijziging van de naam Hermesfonds
;

(7) Decr. van 03/07/2020 (B.S. 24/08/2020) detail
Decreet over het onderwijs XXX
;

(8) Decr. van 25/03/2022 (B.S. 31/05/2022) detail
Decreet tot regeling van bepaalde aspecten van duale opleidingen in het volwassenenonderwijs
;

(9) Decr. van 10/06/2022 (B.S. 13/07/2022) detail
Decreet tot wijziging van de regelgeving over duaal leren, de aanloopfase en het stelsel van leren en werken
;

Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

Decreet tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen

HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen

Artikel 1.

Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.

Art. 2.

In dit decreet wordt verstaan onder :

1° [6Decr. van 19/06/2020
B.S. 08/07/2020
Agentschap voor Onderwijsdiensten: het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 september 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap Agentschap voor Onderwijsdiensten;6Decr. van 19/06/2020
B.S. 08/07/2020
]

2° [4Decr. van 30/11/2018
B.S. 21/12/2018
alternerende opleiding: elke opleiding van het voltijds secundair onderwijs en van het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3 en 4, die door de Vlaamse Regering als duaal wordt aangeduid en elke opleiding in het deeltijds beroepssecundair onderwijs en in de leertijd. In dergelijke opleiding worden contactonderwijs bij een opleidingsverstrekker en opleiding op de werkplek gecombineerd. Beide componenten beogen samen de uitvoering van één enkel opleidingsplan en zijn daarom inhoudelijk en organisatorisch op elkaar afgestemd;4Decr. van 30/11/2018
B.S. 21/12/2018
]

[6Decr. van 19/06/2020
B.S. 08/07/2020

2°bis Departement Onderwijs en Vorming: het departement, vermeld in artikel 22, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;

2°ter Departement Werk en Sociale Economie: het departement, vermeld in artikel 25, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;

6Decr. van 19/06/2020
B.S. 08/07/2020
]

[8Decr. van 25/03/2022
B.S. 31/05/2022
2°quater duale opleiding: de duale opleiding, vermeld in artikel 2, 12°bis, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;8Decr. van 25/03/2022
B.S. 31/05/2022
]

3° [2Decr. van 30/03/2018
B.S. 23/05/2018
mentor: de persoon die binnen de onderneming aangeduid wordt om de leerling op de werkplek op te leiden en te begeleiden;2Decr. van 30/03/2018
B.S. 23/05/2018
]

4° onderneming: elke natuurlijke persoon, privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersoon die een leerling opleidt met een overeenkomst tot uitvoering van een alternerende opleiding;

5° opleidingsplan: een plan dat het individuele leertraject van de leerling bevat;

6° opleidingsverstrekker: een opleidings- of onderwijsinstelling die erkend is door de Vlaamse Gemeenschap;

7° [6Decr. van 19/06/2020
B.S. 08/07/2020
sectoraal partnerschap: het orgaan, vermeld in artikel 2sexies;6Decr. van 19/06/2020
B.S. 08/07/2020
]

8° [2Decr. van 30/03/2018
B.S. 23/05/2018
trajectbegeleider: het gemandateerde personeelslid van een aanbieder duaal leren, dat belast is met de opvolging en begeleiding van de leerling met het oog op de volledige realisatie van het opleidingsplan;2Decr. van 30/03/2018
B.S. 23/05/2018
]

9° trajectbegeleiding: een continu proces van begeleiding en opvolging van de persoonlijke ontwikkeling en de vorming van de leerling zowel tijdens het onderwijs op school als in het centrum, als tijdens de opleiding op de werkplek;

10° [6Decr. van 19/06/2020
B.S. 08/07/2020
Vlaams Partnerschap Duaal Leren: het orgaan, vermeld in artikel 2bis;6Decr. van 19/06/2020
B.S. 08/07/2020
]

[6Decr. van 19/06/2020
B.S. 08/07/2020
10°bis Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding: het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap “Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding”;6Decr. van 19/06/2020
B.S. 08/07/2020
]

11° werkplek: een reële werkplek of een gesimuleerde werkplek buiten de school. Gesimuleerde werkplekken komen enkel in aanmerking voor zover ze eigen zijn aan de sector of de onderneming en ook door werknemers binnen een sector of onderneming gebruikt dienen te worden.

HOOFDSTUK 2. - Algemene bepalingen

[6Decr. van 19/06/2020
B.S. 08/07/2020

Art. 2bis.

§1. De Vlaamse Regering richt een Vlaams Partnerschap Duaal Leren op.

§2. Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren is samengesteld uit de volgende leden:

1° een voorzitter;

2° vier effectieve en vier plaatsvervangende leden, voorgedragen door de representatieve middenstands-, zelfstandigen- en werkgeversorganisaties vertegenwoordigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;

3° vier effectieve en vier plaatsvervangende leden, voorgedragen door de representatieve werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de Sociaal- Economische Raad van Vlaanderen;

4° een vertegenwoordiger van het Gemeenschapsonderwijs;

5° een vertegenwoordiger van elke representatieve vereniging van schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs;

6° een vertegenwoordiger van de erkende centra voor de vorming van zelfstandigen en kmo;

7° een vertegenwoordiger van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding;

8° een vertegenwoordiger van het Agentschap voor Onderwijsdiensten;

9° een vertegenwoordiger van het Departement Onderwijs en Vorming;

10° een vertegenwoordiger van het Departement Werk en Sociale Economie;

11° een vertegenwoordiger van het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties & Studietoelagen.

[8Decr. van 25/03/2022
B.S. 31/05/2022

12° een vertegenwoordiger van het Gemeenschapsonderwijs namens het volwassenenonderwijs;

13° een vertegenwoordiger van elke representatieve vereniging van schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs namens het volwassenenonderwijs;

14° een vertegenwoordiger van het Departement Onderwijs en Vorming namens het volwassenenonderwijs.

8Decr. van 25/03/2022
B.S. 31/05/2022
]

In het eerste lid wordt onder het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwali?caties & Studietoelagen verstaan: het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 tot oprichting van het intern verzelfstandigd Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen.

Het secretariaat wordt opgenomen door het Departement Werk en Sociale Economie en het Departement Onderwijs en Vorming.

De Vlaamse Regering regelt op voorstel van de Vlaamse minister, bevoegd voor het werk, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, de werking van het secretariaat.

De instanties, vermeld in het eerste lid, 4° tot en met 11°, duiden een effectieve en een plaatsvervangende vertegenwoordiger aan.

[8Decr. van 25/03/2022
B.S. 31/05/2022
Met uitzondering van de leden, vermeld in het eerste lid, 1°, 12°, 13° en 14°, hebben alle leden, vermeld in het eerste lid, stemrecht over de bevoegdheden in het kader van de alternerende opleidingen.8Decr. van 25/03/2022
B.S. 31/05/2022
]

[8Decr. van 25/03/2022
B.S. 31/05/2022

Met uitzondering van de leden, vermeld in het eerste lid, 1°, 4°, 5°, 6° en 9°, hebben alle leden, vermeld in het eerste lid, stemrecht over de bevoegdheden in het kader van de duale opleidingen.

Met uitzondering van het lid, vermeld in het eerste lid, 1°, hebben alle leden, vermeld in het eerste lid, stemrecht over de bevoegdheden in het kader van de alternerende opleidingen en de duale opleidingen.

8Decr. van 25/03/2022
B.S. 31/05/2022
]

§3. Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren heeft de volgende opdrachten:

1° een onderneming erkennen of een erkenning opheffen;

2° een onderneming uitsluiten;

3° [8Decr. van 25/03/2022
B.S. 31/05/2022
de uitvoering van de overeenkomsten tot uitvoering van een alternerende opleiding en een duale opleiding wat betreft de opleiding op de werkplek controleren;8Decr. van 25/03/2022
B.S. 31/05/2022
]

4° een jaarlijks monitoringsrapport opmaken over de stand van zaken van het duaal leren in Vlaanderen;

5° de nodige acties nemen om de ondernemingen te informeren over het duaal leren in Vlaanderen;

6° ondernemingen ondersteunen en mobiliseren om het aanbod aan werkplekken kwantitatief en kwalitatief te versterken;

7° advies verlenen over materies die het duaal leren aanbelangen.

Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren kan de uitvoering van de opdrachten, vermeld in het eerste lid, toevertrouwen aan een door de Vlaamse Regering aangewezen dienst. De Vlaamse Regering legt de nadere regels voor die opdrachtbepaling vast.

§4. Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren stelt een huishoudelijk reglement op dat minstens de volgende inhoud heeft:

1° de regels voor de bijeenroeping van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren;

2° de regels voor het voorzitterschap van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren bij afwezigheid van de voorzitter;

3° de regels voor de samenwerking tussen het Vlaams Partnerschap Duaal Leren en de sectorale partnerschappen;

4° de regels die het Vlaams Partnerschap Duaal Leren in acht moet nemen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden;

5° de regels voor het uitnodigen van experten voor de toelichting van bepaalde agendapunten.

Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren legt zijn huishoudelijk reglement ter goedkeuring voor aan de Vlaamse Regering, die binnen dertig dagen nadat ze het huishoudelijk reglement heeft ontvangen, beslist om het huishoudelijk reglement al of niet goed te keuren.

Als de Vlaamse Regering beslist het huishoudelijk reglement van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren niet goed te keuren, verricht het Vlaams Partnerschap Duaal Leren de nodige aanpassingen en legt het huishoudelijk reglement opnieuw ter goedkeuring voor aan de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering beslist binnen veertien dagen nadat ze het huishoudelijk reglement heeft ontvangen, om het huishoudelijk reglement al of niet goed te keuren.

De procedure bepaald in het tweede en derde lid is ook van toepassing als het huishoudelijk reglement wordt gewijzigd.

6Decr. van 19/06/2020
B.S. 08/07/2020
] [6Decr. van 19/06/2020
B.S. 08/07/2020

Art. 2ter.

Op voordracht van de stemgerechtigde leden van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren benoemt de Vlaamse Regering de voorzitter van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren.

6Decr. van 19/06/2020
B.S. 08/07/2020
] [6Decr. van 19/06/2020
B.S. 08/07/2020

Art. 2quater.

De Vlaamse Regering stelt de voorzitter en de leden van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren, vermeld in artikel 2bis, §2, eerste lid, 2° en 3°, aan voor een hernieuwbare periode van vijf jaar.

Als in de loop van de termijn, vermeld in het eerste lid, een mandaat vrijkomt, stelt de Vlaamse Regering, op voordracht van de organisatie in kwestie, een nieuwe mandataris aan die het mandaat overneemt voor de nog resterende looptijd ervan.

6Decr. van 19/06/2020
B.S. 08/07/2020
] [6Decr. van 19/06/2020
B.S. 08/07/2020

Art. 2quinquies.

De Vlaamse Regering kan een vergoeding toekennen aan de leden van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren.

6Decr. van 19/06/2020
B.S. 08/07/2020
] [6Decr. van 19/06/2020
B.S. 08/07/2020

Art. 2sexies.

[8Decr. van 25/03/2022
B.S. 31/05/2022
Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren kan voor de uitvoering van zijn opdrachten voor de overeenkomsten tot uitvoering van de alternerende opleiding en de duale opleiding een samenwerkingsakkoord sluiten met een sectoraal partnerschap. Het samenwerkingsakkoord bepaalt de opdrachten van het sectorale partnerschap.8Decr. van 25/03/2022
B.S. 31/05/2022
]

Het sectoraal partnerschap is samengesteld uit de volgende leden:

1° minstens drie vertegenwoordigers van de representatieve middenstands-, zelfstandigenen werkgeversorganisaties vertegenwoordigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;

2° minstens drie vertegenwoordigers van de representatieve werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;

3° een vertegenwoordiger van het Gemeenschapsonderwijs;

4° een vertegenwoordiger van elke representatieve vereniging van schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs;

5° een vertegenwoordiger van de erkende centra voor de vorming van zelfstandigen en kmo;

6° een vertegenwoordiger van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding;

7° een vertegenwoordiger van het Departement Onderwijs en Vorming;

8° een vertegenwoordiger van het Departement Werk en Sociale Economie;

9° een secretaris, personeelslid van het Departement Werk en Sociale Economie.

[8Decr. van 25/03/2022
B.S. 31/05/2022

Als het samenwerkingsakkoord met het Vlaams Partnerschap Duaal Leren ook bevoegdheden over de overeenkomsten ter uitvoering van duale opleidingen bevat, worden, in afwijking van het tweede lid, de volgende leden toegevoegd:

1° een vertegenwoordiger van het Gemeenschapsonderwijs namens het volwassenenonderwijs;

2° een vertegenwoordiger van elke representatieve vereniging van schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs namens het volwassenenonderwijs;

3° een vertegenwoordiger van het Departement Onderwijs en Vorming namens het volwassenenonderwijs.

8Decr. van 25/03/2022
B.S. 31/05/2022
]

In afwijking van het tweede lid, 1° en 2°, wordt het sectoraal partnerschap in sectoren zonder representatieve werkgevers en werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, samengesteld uit minstens drie vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties en minstens drie vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de raad van bestuur van het sectorfonds van de betrokken sector.

De instanties, vermeld in het tweede lid, duiden hun effectieve en plaatsvervangende vertegenwoordiger(s) aan.

De leden, vermeld in het tweede lid, kiezen onder elkaar een voorzitter en een ondervoorzitter, die niet tot dezelfde geleding behoren.

[8Decr. van 25/03/2022
B.S. 31/05/2022
Met uitzondering van de secretaris en de leden, vermeld in het vierde lid, hebben alle leden, vermeld in het tweede lid, stemrecht over de bevoegdheden in het kader van de alternerende opleidingen.8Decr. van 25/03/2022
B.S. 31/05/2022
]

[8Decr. van 25/03/2022
B.S. 31/05/2022

Met uitzondering van de secretaris en de leden, vermeld in het tweede lid, 4°, 5° en 7°, hebben alle leden, vermeld in het tweede lid en het vierde lid, stemrecht over de bevoegdheden in het kader van de duale opleidingen.

Met uitzondering van de secretaris hebben alle leden, vermeld in het tweede lid en het vierde lid, stemrecht over de bevoegdheden in het kader van de alternerende opleidingen en de duale opleidingen.

8Decr. van 25/03/2022
B.S. 31/05/2022
]

Als het samenwerkingsakkoord met het Vlaams Partnerschap Duaal Leren ook de bevoegdheden, vermeld in artikel 2bis, §3, eerste lid, 1°,2 ° en 3°, omvat, hebben, in afwijking van het [8Decr. van 25/03/2022
B.S. 31/05/2022
zevende8Decr. van 25/03/2022
B.S. 31/05/2022
] lid, voor die bevoegdheden alleen de leden, vermeld in het tweede lid, 1° en 2°, stemrecht.

Het sectoraal partnerschap stelt een huishoudelijk reglement op.

6Decr. van 19/06/2020
B.S. 08/07/2020
]

Art. 3.

Voor de uitvoering van de alternerende opleiding, voor zover de opleiding op de werkplek via een reguliere tewerkstelling wordt ingevuld, sluit de leerling met een opleidingsverstrekker en een onderneming :

1° een overeenkomst van alternerende opleiding als de opleiding gemiddeld op jaarbasis minstens 20 uur per week opleiding op een reële werkplek omvat, zonder rekening te houden met de wettelijke feest- en vakantiedagen;

2° een stageovereenkomst alternerende opleiding :

a) als de opleiding door de Vlaamse Regering als duaal is aangeduid en op de werkplek gemiddeld op jaarbasis minder dan 20 uur per week bedraagt, zonder rekening te houden met de wettelijke feest- en vakantiedagen;

b) als de opleiding uitsluitend plaatsvindt op een gesimuleerde werkplek.

[2Decr. van 30/03/2018
B.S. 23/05/2018
In afwijking van het eerste lid kan een leerling voor de uitvoering van zijn alternerende opleiding in de volgende gevallen een deeltijdse arbeidsovereenkomst sluiten:

1° als de onderneming valt onder het toepassingsgebied van artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op bevordering van de tewerkstelling in de non-profitsector; voor deze overeenkomsten gelden de bepalingen van dit hoofdstuk en de bepalingen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;

2° als de onderneming ressorteert onder het paritair comité 143 voor de zeevisserij; voor deze overeenkomsten gelden de bepalingen van dit hoofdstuk en de bepalingen van de wet van 3 mei 2003 tot regeling van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en tot verbetering van het sociaal statuut van de zeevisser.

2Decr. van 30/03/2018
B.S. 23/05/2018
] .

In afwijking van het eerste lid sluit een leerling voor de uitvoering van zijn alternerende opleiding een deeltijdse arbeidsovereenkomst waarvoor de bepalingen van dit hoofdstuk en de bepalingen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten gelden, als het een opleiding betreft van het deeltijds beroepssecundair onderwijs die niet door de Vlaamse Regering als duaal is aangeduid en op de werkplek gemiddeld op jaarbasis minder dan 20 uur per week bedraagt, zonder rekening te houden met de wettelijke feest- en vakantiedagen, en uiterlijk tot een datum bepaald door de Vlaamse Regering.

[2Decr. van 30/03/2018
B.S. 23/05/2018
In afwijking van het eerste lid kan een leerling voor de uitvoering van zijn alternerende opleiding, met een onderneming die is gevestigd buiten de Vlaamse Gemeenschap een overeenkomst sluiten die volgens de aldaar toepasselijke regelgeving in aanmerking komt voor een gelijkwaardig opleidingssysteem van alternerend leren en werken. Voor deze overeenkomst gelden de bepalingen van de aldaar toepasselijke regelgeving.2Decr. van 30/03/2018
B.S. 23/05/2018
]

Art. 4.

De overeenkomsten, vermeld in artikel 3, kunnen enkel worden gesloten door :

1° een leerling die overeenkomstig de vigerende onderwijsdecreten of -regelgeving een regelmatige leerling is of zijn wettelijke vertegenwoordiger;

2° een overeenkomstig artikel 7, §§ 1 tot en met 3, erkende onderneming;

3° een opleidingsverstrekker.

[2Decr. van 30/03/2018
B.S. 23/05/2018
In afwijking van het eerste lid, 2°, kan een overeenkomst worden gesloten met een onderneming die is gevestigd buiten de Vlaamse Gemeenschap en die aldaar door de betrokken bevoegde instantie is erkend als werkplek in het kader van een gelijkwaardig opleidingssysteem van alternerend leren en werken.2Decr. van 30/03/2018
B.S. 23/05/2018
]

[9Decr. van 10/06/2022
B.S. 13/07/2022
In afwijking van het eerste lid, kan een overeenkomst als vermeld in artikel 3, worden gesloten door een leerling die is ingeschreven in een onderwijs-of opleidingsinstelling, gevestigd in de Franse of Duitstalige Gemeenschap van België of in het buitenland en aldaar erkend door de betrokken bevoegde instantie als lesplek in het kader van een gelijkwaardig opleidingssysteem van alternerend leren en werken. Deze overeenkomst wordt gesloten tussen de leerling, de betrokken onderwijs-of opleidingsinstelling en een overeenkomstig artikel 7, § 1 tot en met § 3, erkende onderneming.9Decr. van 10/06/2022
B.S. 13/07/2022
]

Art. 5.

De overeenkomst tot uitvoering van de alternerende opleiding moet voor elke leerling afzonderlijk schriftelijk worden vastgesteld uiterlijk op het tijdstip waarop de leerling zijn alternerende opleiding in de onderneming aanvat.

De stageovereenkomst alternerende opleiding en de overeenkomst van alternerende opleiding moeten worden opgesteld volgens het model dat vastgelegd is door de Vlaamse Regering.

Art. 6.

De overeenkomst tot uitvoering van de alternerende opleiding is een overeenkomst van bepaalde duur die schooljaaroverschrijdend kan zijn.

De leerling kan om zijn opleidingsplan uit te voeren, opeenvolgende overeenkomsten met verschillende ondernemingen sluiten.

De duur van alle overeenkomsten samen mag niet meer bedragen dan de duur van de alternerende opleiding waarop de overeenkomsten betrekking hebben en dit vanaf het moment dat de alternerende opleiding voor de leerling ingevuld is met een werkplekcomponent.

[2Decr. van 30/03/2018
B.S. 23/05/2018

Art. 6bis.

De onderneming kan om het opleidingsplan van de leerling uit te voeren een onderdeel van de opleiding overlaten aan een andere erkende onderneming waarmee zij een samenwerkingsovereenkomst sluit. Dit is enkel mogelijk gedurende de termijn en voor de onderdelen die door het sectoraal partnerschap, of bij afwezigheid van een sectoraal partnerschap in de betrokken sector het Vlaams Partnerschap Duaal Leren, zijn vastgelegd. Het afsluiten van zo een samenwerkingsovereenkomst kan enkel met onderling akkoord van alle betrokken partijen, inclusief de opleidingsverstrekker. Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren of het sectorale partnerschap wordt steeds op de hoogte gesteld van het afsluiten van een samenwerkingsovereenkomst.

2Decr. van 30/03/2018
B.S. 23/05/2018
]

Art. 7.

§ 1. Om erkend te kunnen worden [5Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
of te blijven5Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
] , moet de onderneming minimaal voldoen aan de volgende voorwaarden :

1° zij moet binnen de onderneming een mentor aanduiden die :

a) van onberispelijk gedrag is [5Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
zoals dat blijkt uit een uittreksel uit het strafregister dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgegeven5Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
] ;

b) ten volle 25 jaar oud is en ten minste vijf jaar praktijkervaring heeft in het beroep;

[5Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
c) een mentoropleiding moet volgen [9Decr. van 10/06/2022
B.S. 13/07/2022
behalve als hij daarvan wordt vrijgesteld9Decr. van 10/06/2022
B.S. 13/07/2022
] ;5Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
]

2° zij moet op het vlak van de organisatie en de bedrijfsuitrusting voldoen om de opleiding op de werkplek van een leerling mogelijk te maken overeenkomstig het opleidingsplan;

3° zij moet voldoende financiële draagkracht hebben om de continuïteit van de onderneming te waarborgen;

4° zij mag geen veroordelingen hebben opgelopen.

In afwijking van het eerste lid kan het Vlaams Partnerschap Duaal Leren :

1° de leeftijd terugbrengen tot 23 jaar als de mentor een bewijs van vooropleiding in het beroep voorlegt;

2° een afwijking verlenen van de vereiste praktijkervaring in het beroep als de mentor een bewijs van vooropleiding in het beroep voorlegt;

3° beslissen dat de veroordeling niet relevant is om de erkenning van de onderneming te weigeren.

De Vlaamse Regering zal de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, nader bepalen en zal voorwaarden opleggen om de kwaliteit van de opleiding en van het mentorschap in de onderneming te garanderen.

§ 2. De onderneming moet een aanvraag tot erkenning indienen bij het Vlaams Partnerschap Duaal Leren.

De aanvraag tot erkenning moet gebeuren voor elke alternerende opleiding waarvoor de onderneming een overeenkomst wil sluiten en voor elke vestiging waar zij leerlingen wil opleiden.

Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren neemt binnen veertien dagen na de ontvangst van de aanvraag, vermeld in het eerste lid, een beslissing over de erkenning van de onderneming.

§ 3. Met behoud van de toepassing van paragraaf 4 geldt de erkenning van de onderneming voor een duur van vijf jaar vanaf de datum van de beslissing tot erkenning.

§ 4. Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren kan de erkenning van de onderneming opheffen als de onderneming niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden of als de onderneming haar verbintenissen en plichten niet naleeft.

Opheffing van de erkenning van de onderneming houdt in dat de onderneming geen overeenkomsten tot uitvoering van de alternerende overeenkomst kan sluiten zolang zij niet opnieuw erkend is.

§ 5. De onderneming kan tegen de niet-erkenning of tegen de opheffing van de erkenning een beroep aantekenen.

De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor het beroep.

§ 6. Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren kan bij de opheffing van de erkenning van de onderneming beslissen tot uitsluiting van de onderneming als zij haar verbintenissen of verplichtingen niet naleeft. De uitsluiting kan tijdelijk of definitief zijn.

Uitsluiting van de onderneming houdt in dat zij geen nieuwe erkenning kan aanvragen.

De onderneming kan beroep aantekenen tegen de uitsluiting.

De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor het beroep.

Art. 8.

[6Decr. van 19/06/2020
B.S. 08/07/2020
..6Decr. van 19/06/2020
B.S. 08/07/2020
]

HOOFDSTUK 3. - De overeenkomst van alternerende opleiding

Afdeling 1. - Kenmerken van de overeenkomst van alternerende opleiding

Art. 9.

De overeenkomst van alternerende opleiding is een voltijdse overeenkomst en heeft betrekking op het volledige leertraject, zowel de lescomponent als de werkplekcomponent. Voor de berekening van het aantal uren binnen de overeenkomst telt een les of een activiteit die gelijkgesteld is met een les, mee voor zestig minuten.

Art. 10.

De overeenkomst van alternerende opleiding moet de volgende vermeldingen en bepalingen omvatten :

1° de datum van de inwerkingtreding, de einddatum en het voorwerp van de overeenkomst;

2° de naam van de onderneming en van de persoon die de onderneming vertegenwoordigt;

3° de naam van de mentor in de onderneming;

4° de identiteit van de leerling;

5° de naam van de opleidingsverstrekker waar de leerling de lessen volgt en van de trajectbegeleider van de opleidingsverstrekker;

6° het bedrag van de leervergoeding, vermeld in artikel 17, § 1, eerste lid;

7° het uurrooster, waarin enerzijds de tijdstippen worden vermeld waarop de leerling de opleiding volgt in de onderneming, en anderzijds de tijdstippen waarop de leerling de lessen en de activiteiten die gelijkgesteld zijn met lessen, volgt bij de opleidingsverstrekker;

8° de plaats van de uitvoering van de opleiding op de werkplek;

9° de verwijzing naar alle wettelijke, reglementerende en conventionele bepalingen, inzonderheid met betrekking tot voorzieningen van sociale zekerheid, arbeidswetgeving, welzijnswetgeving en verzekeringen, die van toepassing zijn op de onderneming;

10° de beperkte aansprakelijkheid van de leerling bij schade ten aanzien van de onderneming of derden.

Maken integraal deel uit van de overeenkomst van alternerende opleiding :

1° het opleidingsplan opgesteld door de opleidingsverstrekker in overleg met de onderneming;

2° de rechten en plichten van de leerling, de onderneming en de opleidingsverstrekker;

3° de integrale tekst van de artikelen van dit decreet met betrekking tot de schorsing en de beëindiging van de overeenkomst van alternerende opleiding;

4° het arbeidsreglement.

De overeenkomst mag geen bedingen bevatten die de rechten van de leerling beperken of zijn verplichtingen verzwaren.

Afdeling 2. - Verbintenissen, rechten en plichten van de partijen

Art. 11.

De onderneming :

1° verbindt zich ertoe de leerling competenties van de opleiding op een werkplek aan te leren overeenkomstig de decreet- of regelgeving die op de invulling van de opleiding in kwestie van toepassing is;

2° verbindt zich ertoe de professionalisering van de mentor te bevorderen;

3° [7Decr. van 03/07/2020
B.S. 24/08/2020
...7Decr. van 03/07/2020
B.S. 24/08/2020
]

4° betaalt aan de leerling een leervergoeding conform artikel 17, § 1;

5° zorgt ervoor dat de leerling de lessen kan volgen die noodzakelijk zijn voor zijn opleiding, en dat de leerling aan de activiteiten kan deelnemen die gelijkgesteld zijn met lessen;

6° waakt over het verloop van het opleidingstraject, volgt de vorderingen van de leerling op en is betrokken bij de evaluatie van de leerling;

7° geeft aan de trajectbegeleider alle nodige informatie over het verloop van de opleiding en de vorderingen van de leerling;

8° verbindt zich ertoe de vigerende wetgeving [3Decr. van 08/06/2018
B.S. 26/06/2018
over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens3Decr. van 08/06/2018
B.S. 26/06/2018
] na te leven;

9° waakt erover dat de mentor die uit hoofde van zijn opdracht toegang heeft tot persoonsgegevens van leerlingen, deze enkel zal aanwenden met betrekking tot de correcte uitvoering van de overeenkomst van alternerende opleiding en zowel tijdens de duur van de overeenkomst als na de beëindiging ervan geen enkele vertrouwelijke informatie met betrekking tot de leerling op welke wijze dan ook zal bekendmaken aan derden;

10° zorgt er als een goed huisvader voor dat de opleiding op de werkplek plaatsvindt in omstandigheden die voldoen aan de vereisten van de wetgeving over welzijn op het werk;

11° stelt aan de leerling de nodige hulp, gereedschappen, grondstoffen, werkkledij, collectieve en persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking en staat in voor het onderhoud ervan zonder dat dat beschouwd mag worden als een voordeel in natura;

12° besteedt de nodige aandacht aan het onthaal, de opvang en de integratie van de leerling op de werkplek;

13° zorgt te allen tijde voor een aanspreekpunt voor de jongere;

14° laat de leerling geen taken verrichten die niets te maken hebben met het opleidingsplan, die gevaarlijk of schadelijk kunnen zijn of die krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen verboden zijn;

15° meldt elke wijziging van de beroepsactiviteit of de uitbatingszetel, die gevolgen heeft voor de opleiding van de leerling, binnen tien dagen aan de trajectbegeleider;

16° legt de problemen die rijzen tijdens de uitvoering van de overeenkomst van alternerende opleiding onmiddellijk voor aan de trajectbegeleider.

Art. 12.

De leerling :

1° verbindt zich ertoe om als regelmatige leerling met het oog op het behalen van de studiebekrachtiging :

a) het contactonderwijs bij de opleidingsverstrekker te volgen;

b) de opleiding op de werkplek onder het gezag en toezicht van de mentor te volgen;

2° sluit de overeenkomst en voert de overeenkomst uit met de bedoeling het opleidingstraject te voleindigen;

3° volgt zijn vorderingen op overeenkomstig de richtlijnen van de opleidingsverstrekker en de mentor;

4° verricht de opgedragen taken zorgvuldig, eerlijk en nauwgezet op de tijd, plaats en wijze die is overeengekomen;

5° handelt op de werkplek volgens de richtlijnen van de mentor;

6° onthoudt zich van al wat schade kan berokkenen aan de eigen veiligheid, de veiligheid van de collega's, de onderneming of derden;

7° geeft het toevertrouwde gereedschap, de werkkledij en de ongebruikte grondstoffen in goede staat aan de onderneming terug;

8° maakt geen fabrieksgeheimen, zakengeheimen en geheimen over persoonlijke of vertrouwelijke aangelegenheden bekend, noch tijdens de uitvoering, noch na de beëindiging van de overeenkomst;

9° stelt geen daden van oneerlijke concurrentie of werkt daaraan niet mee, noch tijdens de uitvoering, noch na de beëindiging van de overeenkomst;

10° legt de problemen die rijzen tijdens de uitvoering van de overeenkomst van alternerende opleiding onmiddellijk voor aan de trajectbegeleider en de mentor.

Art. 13.

De opleidingsverstrekker :

1° verbindt zich ertoe de leerling competenties van de opleiding in de vorm van lessen of activiteiten die daarmee gelijkgesteld zijn, aan te leren overeenkomstig de decreet- of regelgeving die op de invulling van de opleiding van toepassing is;

2° onderhandelt over de overeenkomst, maakt de overeenkomst op en begeleidt de toepassing ervan;

3° voorziet in trajectbegeleiding voor de leerling over het hele opleidingstraject;

4° bewaakt de competentieverwerving in samenspraak met de mentor;

5° houdt tijdens de periodes waarin de leerling de werkplekcomponent effectief invult, een vertegenwoordiger van de opleidingsverstrekker bij wie de leerling is ingeschreven, voor de leerling bereikbaar. Die verplichting kan echter geen afbreuk doen aan de statutaire rechten van de individuele personeelsleden;

6° levert maximale inspanningen om na de beëindiging van een overeenkomst van alternerende opleiding voor de leerling een nieuwe overeenkomst van alternerende opleiding te sluiten;

7° bezorgt aan het Vlaams Partnerschap Duaal Leren de gevraagde gegevens voor zijn jaarlijks monitoringsrapport over de stand van zaken van het duale leren in Vlaanderen.

[7Decr. van 03/07/2020
B.S. 24/08/2020
8° bezorgt een exemplaar van de overeenkomst van alternerende opleiding aan het Vlaams Partnerschap Duaal Leren.7Decr. van 03/07/2020
B.S. 24/08/2020
]

Art. 14.

De onderneming moet zich schikken naar alle wettelijke, reglementerende en conventionele bepalingen, inzonderheid met betrekking tot voorzieningen van sociale zekerheid, arbeidswetgeving, welzijnswetgeving en verzekeringen, die van toepassing zijn op de onderneming.

Art. 15.

De tijd die de leerling moet besteden aan de uitvoering van zijn overeenkomst van alternerende opleiding in haar totaliteit, overeenkomstig het uurrooster, vermeld in artikel 10, eerste lid, 7°, van dit decreet, mag niet meer bedragen dan de maximale arbeidsduur, vermeld in de Arbeidswet van 16 maart 1971, of, krachtens die wet, in de toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomst of het toepasselijke arbeidsreglement.

Art. 16.

§ 1. Als de leerling bij de uitvoering van de overeenkomst van alternerende opleiding de onderneming of derden schade berokkent of gebrekkig werk levert, is hij alleen aansprakelijk in geval van bedrog of zware schuld.

Voor lichte schuld is hij alleen aansprakelijk als die schuld eerder gewoonlijk dan toevallig bij hem voorkomt.

De aansprakelijkheid van de vader en de moeder in de zin van artikel 1384, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek geldt enkel wanneer de minderjarige leerling overeenkomstig de hier voormelde gevallen persoonlijk aansprakelijk kan worden gesteld.

De onderneming is een aansteller in de zin van artikel 1384, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek.

Alle met de bepalingen van deze paragraaf strijdige bedingen zijn nietig.

§ 2. De leerling is niet verantwoordelijk voor de beschadigingen of de sleet die toe te schrijven zijn aan het regelmatige gebruik van het voorwerp, noch voor het toevallige verlies ervan.

Art. 17.

§ 1. De leerling ontvangt maandelijks een leervergoeding van de onderneming.

De Vlaamse Regering bepaalt de hoogte, de wijze van toekenning en de berekeningswijze van de leervergoeding.

§ 2. De leervergoeding is door de onderneming verschuldigd, zowel voor de opleiding in de onderneming als voor het volgen van de lessen en de activiteiten die gelijkgesteld zijn met lessen.

Als de onderneming met toepassing van artikel 6bis een onderdeel van de opleiding overlaat aan een andere erkende onderneming, blijft zij de leervergoeding verschuldigd voor de dagen dat de leerling in die andere onderneming wordt opgeleid.

§ 3. De bepalingen van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers zijn van toepassing op de leervergoeding.

§ 4. De onderneming die de overeenkomst beëindigt op een wijze die strijdig is met de bepalingen van dit decreet, is een vergoeding verschuldigd die overeenstemt met een leervergoeding voor een maand.

Afdeling 3. - Schorsing van de uitvoering van de overeenkomst van alternerende opleiding

Art. 18.

De uitvoering van de overeenkomst van alternerende opleiding wordt geschorst onder dezelfde voorwaarden en in dezelfde gevallen, vermeld in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.

Gedurende de schorsing van de uitvoering van de overeenkomst van alternerende opleiding behoudt de leerling de leervergoeding onder dezelfde waarborgen als die welke gelden voor het loon van een werknemer met een arbeidsovereenkomst.

Art. 19.

[5Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019

De leerling volgt de schoolvakantieregeling zoals bepaald in artikel 12 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010. In afwijking hiervan:

1° kan het sectoraal partnerschap in de betrokken sector, of bij afwezigheid van een sectoraal partnerschap, het Vlaams Partnerschap Duaal Leren op verzoek van een onderneming, omwille van seizoensgebonden activiteiten een structurele afwijking op de schoolvakantieregeling vastleggen die door de Vlaamse Regering wordt goedgekeurd;

2° kunnen de partijen overeenkomen dat de leerling omwille van een leeropportuniteit wordt opgeleid tijdens een schoolvakantie;

3° kan het sectoraal partnerschap, of bij afwezigheid van een sectoraal partnerschap, het Vlaams Partnerschap Duaal Leren op verzoek van een onderneming, in consensus de schoolvakantieregeling in een opleiding van het deeltijds beroepssecundair onderwijs, de leertijd, de kwalificatiefase en integratiefase van het buitengewoon secundair onderwijs opleidingsvorm 3, in het eerste en tweede leerjaar van de derde graad van het voltijds secundair onderwijs verminderen tot twaalf schoolvakantieweken. De Vlaamse Regering bepaalt hiervoor criteria op voorstel van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren. In sectoren waar er een sectoraal partnerschap is, doet het Vlaams Partnerschap Duaal Leren het voorstel na advies van dit Sectoraal partnerschap;

4° wordt de schoolvakantie gereduceerd tot acht schoolvakantieweken op schooljaarbasis voor leerlingen in een duaal structuuronderdeel ingericht op niveau van Se-n-Se of het derde leerjaar van de derde graad van het voltijds secundair onderwijs, al dan niet ingericht in de vorm van een specialisatie.

De leerling die met toepassing van het eerste lid, 1° of 2°, wordt opgeleid tijdens een schoolvakantie, moet deze opleidingsdagen recupereren tijdens de lesweken op dagen waarop hij volgens het uurrooster in de onderneming moet worden opgeleid en dit binnen hetzelfde schooljaar.

De vakantiedagen zijn onbetaald met uitzondering van de vakantiedagen die de leerling opbouwt conform de regelgeving inzake betaalde vakantie die op hem van toepassing is.

[9Decr. van 10/06/2022
B.S. 13/07/2022
De betaalde vakantiedagen, vermeld in het derde lid, moeten worden opgenomen in de volgende gevallen:

1° tijdens de schoolvakanties;

2° tijdens de lesweken op dagen dat de leerling niet kan worden opgeleid in de onderneming door collectieve sluiting wegens jaarlijkse vakantie en na uitputting van de recuperatie, vermeld in het tweede lid.

9Decr. van 10/06/2022
B.S. 13/07/2022
]

5Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
]

Art. 20.

[5Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
[9Decr. van 10/06/2022
B.S. 13/07/2022

In afwijking van artikel 17, § 2, eerste lid, is de onderneming in de volgende gevallen geen leervergoeding verschuldigd voor het volgen van de lessen en de activiteiten die gelijkgesteld zijn met lessen:

1° tijdens het facultatief gedeelte van het pre-en postnataal verlof als de leerling de lescomponent volgt maar niet de werkplekcomponent;

2° bij profylactisch verlof van de leerling tijdens de werkplekcomponent;

3° bij tijdelijke gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid waarbij de leerling niet geschikt wordt bevonden om opgeleid te worden tijdens de werkplekcomponent, maar wel tijdens de lescomponent en na eventuele uitputting van de gewaarborgde leervergoeding.

9Decr. van 10/06/2022
B.S. 13/07/2022
]

In afwijking van artikel 18, tweede lid, is de onderneming in de volgende gevallen geen leervergoeding verschuldigd:

1° bij arbeidsongeschiktheid wegens arbeidsongeval en beroepsziekte;

2° bij arbeidsongeschiktheid wegens ziekte voor arbeidsongeschiktheidsdagen die samenvallen met onbetaalde vakantiedagen zoals vermeld in artikel 19, derde lid.

5Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
]

Art. 21.

De uitvoering van de overeenkomst van alternerende opleiding wordt geschorst :

1° als de leerling overeenkomstig artikel 123/10, § 1, 1°, of artikel 123/11, § 1, 1°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 tijdelijk uitgesloten wordt door de opleidingsverstrekker;

2° als de leerling overeenkomstig artikel 123/10, § 1, 2°, of artikel 123/11, § 1, 2°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 definitief uitgesloten wordt door de opleidingsverstrekker en de leerling tegen deze uitsluiting een ontvankelijk beroep heeft ingesteld;

3° als de leerling overeenkomstig artikel 123/10, § 2, of artikel 123/11, § 2, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 door de opleidingsverstrekker preventief geschorst wordt.

Gedurende de schorsing van de uitvoering van de overeenkomst van alternerende opleiding in de gevallen vermeld in het eerste lid, is de onderneming geen leervergoeding verschuldigd aan de leerling.

Art. 22.

Als de uitvoering van de overeenkomst van alternerende opleiding meer dan veertien dagen geschorst wordt, moet de onderneming de trajectbegeleider op de hoogte brengen.

Als na een schorsing van meer dan veertien dagen de uitvoering van de overeenkomst wordt hervat, moet de onderneming uiterlijk drie dagen na de hervatting de trajectbegeleider op de hoogte brengen.

Afdeling 4. - Beëindiging van de overeenkomst van alternerende opleiding

Art. 23.

Met behoud van de toepassing van de wijzen waarop verbintenissen in het algemeen eindigen, neemt de uitvoering van de overeenkomst een einde :

1° als de termijn verstreken is;

2° als de leerling de opleiding met vrucht heeft beëindigd;

3° als de mentor overlijdt en geen andere mentor kan worden aangesteld;

4° als er overmacht is, die tot gevolg heeft dat de uitvoering van de overeenkomst definitief onmogelijk wordt;

5° op verzoek van de leerling in geval van faillissement of na overname van de onderneming, tenzij de overeenkomst door het overnemende bedrijf overgenomen wordt. Dat laatste is alleen mogelijk als ook het overnemende bedrijf aan alle voorwaarden voldoet;

6° als de schorsing van de uitvoering van de overeenkomst langer dan zestig dagen aanhoudt en de ondernemer of de leerling de wens uit de overeenkomst niet verder uit te voeren;

7° bij definitieve uitsluiting als tuchtmaatregel van de onderwijs- of opleidingsverstrekker, in voorkomend geval na de uitputting van het beroep, vermeld in artikel 123/12 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;

8° bij vroegtijdige stopzetting van de opleiding;

9° als de erkenning van de onderneming wordt opgeheven.

[2Decr. van 30/03/2018
B.S. 23/05/2018
10° als de opleidingsverstrekker conform artikel 110/11, § 2, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 de leerling heeft ingeschreven onder ontbindende voorwaarde en de inschrijving ontbindt.2Decr. van 30/03/2018
B.S. 23/05/2018
]

Art. 24.

Bij een vroegtijdige beëindiging brengt de trajectbegeleider het Vlaams Partnerschap Duaal Leren hiervan op de hoogte.

Art. 25.

Tijdens de eerste dertig dagen van de uitvoering van de overeenkomst van alternerende opleiding kan de onderneming of de leerling de overeenkomst van alternerende opleiding opzeggen. Er moet wel een opzegtermijn van zeven dagen in acht worden genomen, die ingaat de dag na de ontvangst van de schriftelijke opzegging.

Als de uitvoering van de overeenkomst van alternerende opleiding wordt geschorst tijdens de eerste dertig dagen van de uitvoering van de overeenkomst, wordt de periode van de eerste dertig dagen van de uitvoering van de overeenkomst verlengd met de duur van de schorsing.

Een schorsing van de uitvoering van de overeenkomst voor of tijdens de opzegtermijn schorst de opzegtermijn niet.

Art. 26.

§ 1. De onderneming of de leerling of zijn wettelijke vertegenwoordiger kunnen het bestaan van een reden inroepen die de verbreking van de uitvoering van de overeenkomst wettigt, als de leerling, respectievelijk onderneming, ernstig tekortschiet in de verplichtingen met betrekking tot de uitvoering van de overeenkomst, als er omstandigheden zijn die het goede verloop van de opleiding op de werkplek ernstig belemmeren of als de leerling wil overschakelen naar een andere opleiding.

§ 2. De onderneming of de leerling of zijn wettelijke vertegenwoordiger moeten de reden, vermeld in paragraaf 1, schriftelijk mededelen aan de trajectbegeleider. De trajectbegeleider bemiddelt en probeert de partijen te verzoenen. Daarvoor beschikt de trajectbegeleider over een termijn van maximaal drie weken. Die termijn neemt een aanvang vanaf de ontvangst van de schriftelijke mededeling. Een schorsing van de uitvoering van de overeenkomst tijdens de verzoeningstermijn schorst de verzoeningstermijn niet.

Tijdens de verzoeningstermijn moeten de partijen de uitvoering van de overeenkomst voortzetten.

Als de partijen tot een verzoening komen, wordt de uitvoering van de overeenkomst voortgezet.

Als de partijen niet tot een verzoening komen, kan de partij die de wens tot beëindiging heeft geuit, ook effectief overgaan tot de beëindiging van de overeenkomst. De beëindiging gaat in de dag na de ontvangst van de schriftelijke mededeling.

§ 3. De onderneming of de leerling of zijn wettelijke vertegenwoordiger, naargelang het geval, kan beroep aantekenen bij het Vlaams Partnerschap Duaal Leren als hij van oordeel is dat de ingeroepen reden de beëindiging van de uitvoering van de overeenkomst van alternerende opleiding niet wettigt.

De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor het beroep.

Als het Vlaams Partnerschap Duaal Leren oordeelt dat de ingeroepen reden de beëindiging van de uitvoering van de overeenkomst van alternerende opleiding door de onderneming niet wettigt, is aan de leerling die beroep heeft aangetekend een schadevergoeding verschuldigd conform artikel 17, § 4.

Art. 27.

De opleidingsverstrekker kan de overeenkomst tot uitvoering van de alternerende opleiding schriftelijk en gemotiveerd beëindigen :

1° bij zware inbreuken van de onderneming of de leerling tegen de uitvoering van de overeenkomst;

2° wanneer de fysieke of geestelijke gezondheid van de leerling gevaar loopt;

3° als er omstandigheden zijn die het goede verloop van de opleiding op de werkplek ernstig belemmeren.

De opleidingsverstrekker kan aan het Vlaams Partnerschap Duaal Leren voorstellen om de erkenning van de onderneming op te heffen.

HOOFDSTUK 4. - De stageovereenkomst alternerende opleiding

Art. 28.

Alle bepalingen van hoofdstuk 3 zijn van toepassing op de stageovereenkomst alternerende opleiding met uitzondering van [9Decr. van 10/06/2022
B.S. 13/07/2022
artikel 9,9Decr. van 10/06/2022
B.S. 13/07/2022
] artikel 11, 4°, artikel 17, artikel 18, tweede lid, [5Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
artikel 19, eerste lid, 3°5Decr. van 05/04/2019
B.S. 24/06/2019
] artikel 20, en artikel 26, § 3, derde lid.

Art. 29.

[9Decr. van 10/06/2022
B.S. 13/07/2022
De stageovereenkomst alternerende opleiding wordt gesloten voor minstens 28 uur per week en maximaal de gemiddelde wekelijkse voltijdse arbeidsduur die van toepassing is in de onderneming. De overeenkomst heeft betrekking op het volledige leertraject, zowel de lescomponent als de werkplekcomponent. Voor de berekening van het aantal uren binnen de overeenkomst telt een les of een activiteit die gelijkgesteld is met een les, mee voor zestig minuten.9Decr. van 10/06/2022
B.S. 13/07/2022
]

HOOFDSTUK 5. - Toezicht

Art. 30.

Onverminderd de vigerende decretale en reglementaire bepalingen met betrekking tot het toezicht in het onderwijs, met inbegrip van de leertijd door de onderwijsinspectie en de bevoegde onderwijsadministratie, wordt het toezicht op de uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan uitgeoefend door [8Decr. van 25/03/2022
B.S. 31/05/2022
de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werk en Sociale Economie8Decr. van 25/03/2022
B.S. 31/05/2022
] .

[8Decr. van 25/03/2022
B.S. 31/05/2022
Het in het eerste lid bedoelde toezicht verloopt met toepassing van de bepalingen van het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004.8Decr. van 25/03/2022
B.S. 31/05/2022
]

HOOFDSTUK 6. - Wijzigingsbepalingen

...

Afdeling 4. - Wijzigingen van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken

...

Afdeling 5. - Wijzigingen van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010

...

HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen

Art. 63.

De overeenkomsten die vóór de inwerkingtreding van dit decreet gesloten zijn met lesvolging in het stelsel leren en werken, blijven lopen tot de einddatum ervan.

Art. 64.

De wet van 19 juli 1983 op het leerlingwezen voor beroepen uitgeoefend door werknemers in loondienst, het laatst gewijzigd bij het decreet van 24 april 2015, wordt opgeheven.

In afwijking van het eerste lid blijft dezelfde wet van 19 juli 1983 van kracht voor de overeenkomsten die met toepassing van deze wet zijn gesloten vóór 1 september 2016 en tot hun einddatum. Op die overeenkomsten zijn de bepalingen van dit decreet niet van toepassing.

Art. 65.

In afwijking van artikel 7, §§ 1 en 2, worden de ondernemingen die bij de inwerkingtreding van dit decreet erkend waren in het stelsel leren en werken of in het schooljaar 2015-2016 verbonden waren door een overeenkomst met een leerling in het stelsel leren en werken erkend voor één jaar vanaf de inwerkingtreding van dit decreet.

Art. 66.

Dit decreet treedt in werking op 1 september 2016, met uitzondering van de artikelen 2, 7, 8, 33, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 55, 57, 59, 60, 61 en 62, die in werking treden op 1 juli 2016.