Decreet betreffende de re-integratie van het Universitair Ziekenhuis Gent in de Universiteit Gent

  • goedkeuringsdatum
    03 februari 2017
  • publicatiedatum
    B.S.27/02/2017
  • datum laatste wijziging
    27/02/2017

Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt :

Decreet betreffende de re-integratie van het Universitair Ziekenhuis Gent in de Universiteit Gent

HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen

Artikel 1.

Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Art. 2.

In dit decreet wordt verstaan onder het UZ Gent: het Universitair Ziekenhuis Gent.

Art. 3.

Het UZ Gent is een onderdeel van de Universiteit Gent, zoals bepaald in artikel 2, tweede lid, van het bijzonder decreet van 26 juni 1991 betreffende de Universiteit Gent en het Universitair Centrum Antwerpen.

De bestuursorganen van het UZ Gent zijn het Bestuurscomité van het UZ Gent, de gedelegeerd bestuurder van het UZ Gent en het Directiecomité van het UZ Gent.

HOOFDSTUK 2. - Bepalingen over de personeelsleden

Art. 4.

In afwachting van nieuwe rechtspositieregelingen vastgelegd door het Bestuurscomité van het UZ Gent, overeenkomstig artikel 40sexies van het bijzonder decreet van 26 juni 1991 betreffende de Universiteit Gent en het Universitair Centrum Antwerpen, blijven de bestaande rechtspositieregelingen van kracht.

Art. 5.

De gedelegeerd bestuurder van het UZ Gent heeft hetzelfde geldelijk statuut als gewoon hoogleraar.

Indien hij of zij voordien reeds verbonden was aan een universiteit en zijn of haar wedde was hoger dan deze van gewoon hoogleraar met dezelfde anciënniteit, dan behoudt hij of zij deze wedde.

Indien de gedelegeerd bestuurder deel uitmaakt van een overheidsadministratie kan hij of zij hiervoor gedetacheerd worden. Hij of zij geniet in dit geval de wedde verbonden aan de graad die hij of zij heeft in de administratie van herkomst. Indien deze wedde lager is dan de wedde van gewoon hoogleraar met dezelfde anciënniteit, wordt er een supplement toegekend, zonder dat het gezamenlijk bedrag de wedde van gewoon hoogleraar met dezelfde anciënniteit mag overschrijden. In voorkomend geval bekomt hij of zij, voor de periode van de aanstelling als gedelegeerd bestuurder, vrijstelling van dienst in de administratie waarvan hij of zij afkomstig is. Het wordt voor het overige gelijkgesteld met een periode van dienst-activiteit.

De gedelegeerd bestuurder die voordien geen deel uitmaakte van een universiteit of van een overheidsadministratie, en aan wie ondanks zijn vraag geen mandaathernieuwing wordt toegestaan, geniet na het verstrijken van het mandaat, gedurende de zes volgende maanden zijn of haar volledige wedde, de drie daaropvolgende maanden de helft en de drie daaropvolgende maanden het vierde daarvan, behoudens wanneer hij of zij zelf een einde maakt aan het mandaat of behoudens wanneer het Bestuurscomité van het UZ Gent het mandaat beëindigt.

Art. 6.

De personeelsleden die op 31 december 2017 met een arbeidsovereenkomst zijn tewerkgesteld in het UZ Gent, worden door de Universiteit Gent op 1 januari 2018 overgenomen, binnen de voorwaarden van hun arbeidsovereenkomst en de op hen toepasselijke rechtspositieregelingen. De bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32bis van 7 juni 1985, algemeen verbindend verklaard door het koninklijk besluit van 25 juli 1985, zoals van toepassing op werknemers van de private sector, zijn naar analogie van toepassing op de overgenomen personeelsleden.

De personeelsleden die op 31 december 2017 benoemd zijn bij het UZ Gent, worden op 1 januari 2018 door de Universiteit Gent overgenomen als personeelsleden die benoemd zijn overeenkomstig de op 31 december 2017 geldende regelgeving.

De personeelsleden die op 31 december 2017 tot de stage zijn toegelaten bij het UZ Gent, worden op 1 januari 2018 door de Universiteit Gent overgenomen als personeelsleden die overeenkomstig de op 31 december 2017 geldende regelgeving tot de stage zijn toegelaten.

Art. 7.

De personeelsleden van de Universiteit Gent die op 31 december 2017 in het UZ Gent een medische of paramedische activiteit uitoefenen, die in toepassing van artikel V.13, derde lid, van de Codex Hoger Onderwijs, niet wordt beschouwd als een andere beroepsactiviteit of andere bezoldigde activiteit, kunnen deze activiteit verder uitoefenen, met behoud van hun specifieke vergoedingsregeling.

Art. 8.

§ 1. De Universiteit Gent neemt op 1 januari 2018 de bepalingen over van de beheersovereenkomst van 23 december 2008 waarbij het beheer van de pensioenregeling op 1 januari 2009 werd toevertrouwd aan het OFP "Pensioenfonds UZ Gent". De Universiteit Gent en het OFP "Pensioenfonds UZ Gent" nemen daarvoor de noodzakelijke maatregelen.

Het reglement van de pensioenregeling, beheerd door het OFP "Pensioenfonds UZ Gent" van 21 juni 2008 blijft van toepassing, ook op de personeelsleden die na 1 januari 2018 benoemd worden of tot de stage toegelaten worden, en hun rechthebbenden.

§ 2. De fondsen die nodig zijn om de pensioenverbintenissen na te komen die voortvloeien uit het pensioenreglement, vermeld in paragraaf 1, blijven ten laste van de begroting van het UZ Gent.

HOOFDSTUK 3. - Financiële bepalingen

Art. 9.

De Vlaamse Regering kent aan de Universiteit Gent, ten behoeve van de werking van het UZ Gent, vanaf het begrotingsjaar 2017 gedurende tien jaar een tegemoetkoming van 6.933.000 euro toe in de betaling van de verhoogde loonlasten en andere in geld waardeerbare voordelen die voor het UZ Gent voortvloeien uit sectorale akkoorden die door de Vlaamse Regering zijn gesloten over de sectorale programmatie en die op het UZ Gent van toepassing zijn. Vanaf het begrotingsjaar 2027 wordt die tegemoetkoming jaarlijks met 20% afgebouwd.

Art. 10.

De Vlaamse Regering kent aan de Universiteit Gent, ten behoeve van de werking van het UZ Gent, vanaf het begrotingsjaar 2017 een bedrag van 4.220.000 euro toe als investeringssubsidie voor het UZ Gent. Dat bedrag blijft gedurende de volgende tien begrotingsjaren constant. Vanaf het begrotingsjaar 2027 wordt dat bedrag jaarlijks afgebouwd met 10%.

Art. 11.

De Vlaamse Regering kent aan de Universiteit Gent, ten behoeve van de werking van het UZ Gent, vanaf het begrotingsjaar 2017 een bedrag van 907.000 euro toe als subsidie voor de verwerving van wetenschappelijke en technische uitrustingen en voor de installatie van zware medische apparatuur van het UZ Gent. Dat bedrag blijft gedurende de volgende tien begrotingsjaren constant. Vanaf het begrotingsjaar 2027 wordt dat bedrag jaarlijks afgebouwd met 10%.

Art. 12.

De Vlaamse Regering stort aan het UZ Gent, in het begrotingsjaar 2017 het nog te delgen bedrag aan kapitaal van de lening die het UZ Gent op 29 augustus 2007 heeft gesloten, voor de bouw van een centrum locomotorische en neurologische revalidatie en een kinderkliniek, namelijk 50.511.674,31 euro. De nog verschuldigde interesten zullen gespreid in de tijd afgelost worden.

Het UZ Gent actualiseert het bestaande investeringsplan en zal daarin duidelijk maken op welke wijze de toegekende middelen, vermeld in het eerste lid, voor dringende investeringsbehoeften worden ingezet. De regeringscommissaris en de afgevaardigde van Financiën, bevoegd voor de Universiteit Gent, zijn belast met het toezicht daarop.

Art. 13.

De op 31 december 2017 lopende verzekeringsovereenkomsten die het UZ Gent heeft afgesloten in het kader van de pooling van de verzekeringen van de Vlaamse overheid, blijven van toepassing voor de duur van de overeengekomen looptijd.

Tot twee jaren na de inwerkingtreding van dit decreet kan het UZ Gent, binnen zijn gedelegeerde bevoegdheden, desgewenst alsnog nieuwe verzekeringscontracten afsluiten in het kader van deze pooling.

Art. 14.

Het UZ Gent komt in aanmerking voor investeringsondersteuning door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, opgericht bij het decreet van 2 juni 2006 tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden.

HOOFDSTUK 4. - Gronden en gebouwen

Art. 15.

§ 1. De gronden en gebouwen die op 31 december 2017 door de Vlaamse Gemeenschap ter beschikking zijn gesteld aan het UZ Gent, worden door de Vlaamse Gemeenschap om niet, met inbegrip van alle hangende en toekomstige procedures, in volle eigendom overgedragen aan de Universiteit Gent voor haar ziekenhuisactiviteiten en gemengde academische/ziekenhuisactiviteiten. Interne ruiloperaties tussen het UZ Gent en de Universiteit Gent blijven uiteraard ook mogelijk. De inkomsten die voortvloeien uit de vervreemding of de terbeschikkingstelling van de gronden en gebouwen aan derden, worden uitsluitend aangewend voor investeringen in infrastructuur voor ziekenhuisactiviteiten.

§ 2. De in paragraaf 1 bedoelde overdracht gebeurt van rechtswege en zonder vergoeding, en is zonder verdere formaliteiten van rechtswege tegenstelbaar aan derden.

De Vlaamse Regering stelt de lijst van de goederen op waarvan sprake is in paragraaf 1.

HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013

Art. 16.

In deel 5, titel 4, van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, bekrachtigd bij het decreet van 20 december 2013, gewijzigd bij de decreten van 25 april 2014, 19 december 2014 en 19 juni 2015, worden aan het opschrift van hoofdstuk 1 de woorden "en het Universitair Ziekenhuis Gent" toegevoegd.

Art. 17.

Aan artikel V.231, 3°, van dezelfde codex wordt een punt e) toegevoegd, dat luidt als volgt: "e) het personeel van het UZ Gent.".

Art. 18.

In artikel V.232, eerste lid, van dezelfde codex worden tussen de woorden "hoger onderwijs" en de woorden "dat bestaat uit" de woorden "en het Universitair Ziekenhuis Gent" ingevoegd.

Art. 19.

Aan artikel V.239 van dezelfde codex wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt: " § 3. De Universiteit Gent richt, binnen het centraal onderhandelingscomité, een aparte kamer op om te onderhandelen over de rechtspositie van de personeelsleden en de ziekenhuisartsen van het UZ Gent. De kamer bestaat uit een aantal gemandateerde vertegenwoordigers van het ziekenhuisbestuur, aangewezen door het Directiecomité van het UZ Gent, en uit ten minste evenveel afgevaardigden van het ziekenhuispersoneel. Er zijn evenveel plaatsvervangers als effectieve afgevaardigden. Binnen de delegatie van het ziekenhuisbestuur worden de ziekenhuisartsen vertegenwoordigd door de hoofdgeneesheer of zijn afgevaardigde. De afgevaardigden van het personeel worden aangewezen door de representatieve vakorganisaties. Het aantal effectieve afgevaardigden bedraagt ten hoogste drie per representatieve vakorganisatie. Elke delegatie kan een beroep doen op technici.".

Art. 20.

In artikel V.240 van dezelfde codex wordt een paragraaf 1bis ingevoegd, die luidt als volgt: " § 1bis. De kamer, bevoegd voor het Universitair Ziekenhuis Gent, onderhandelt over de volgende aangelegenheden, als ze betrekking hebben op het ziekenhuis: 1° de grondregelingen in verband met het administratief statuut, met inbegrip van de vakantie- en verlofregeling; 2° de grondregelingen in verband met de bezoldigingsregeling; 3° het kliniekkader en de erop van toepassing zijnde regelingen, en dit onverminderd de bevoegdheden die in deze toegewezen zijn aan het HR- en Remuneratiecomité; 4° de regeling van de collectieve arbeidsverhoudingen; 5° de organisatorische maatregelen met een rechtstreeks effect op de arbeidsorganisatie of de organisatie van het werk; 6° alle bevoegdheden die in particuliere bedrijven opgedragen zijn aan de comités voor preventie en bescherming op het werk.".

Art. 21.

Aan artikel V.241 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 19 juni 2015, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt: " § 2. Het Directiecomité van het UZ Gent bezorgt de documenten en gegevens, vermeld in paragraaf 1, aan de kamer, bevoegd voor het UZ Gent, als die van toepassing zijn op het UZ Gent en neemt de bepalingen van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinstellingen, gecoördineerd op 10 juli 2008 hierbij in acht.".

HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het decreet van 22 november 2013 betreffende deugdelijk bestuur in de Vlaamse publieke sector

Art. 22.

In artikel 2, § 1, 6°, van het decreet van 22 november 2013 betreffende deugdelijk bestuur in de Vlaamse publieke sector wordt de zinsnede "het Universitair Ziekenhuis Gent," opgeheven.

Art. 23.

In artikel 19 van hetzelfde decreet wordt het tweede lid opgeheven.

HOOFDSTUK 7. - Opheffingsbepalingen

Art. 24.

De volgende genummerde koninklijke besluiten en besluiten van de Vlaamse Regering worden opgeheven :

1° het koninklijk besluit nr. 455 van 10 september 1986 houdende de maatregelen tot sanering van het Academisch Ziekenhuis van de Rijksuniversiteit Gent;

2° het koninklijk besluit nr. 542 van 31 maart 1987 houdende de organisatie, de werking en het beheer van de rijksuniversitaire ziekenhuizen van Gent en Luik, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009;

3° het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1991 tot uitvoering van artikel 13, § 1, van het koninklijk besluit nr. 542 van 31 maart 1987 houdende de organisatie, de werking en het beheer van de Rijksuniversitaire Ziekenhuizen van Luik en Gent;

4° het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1991 met betrekking tot de exploitatie van het UZ-Gent.

HOOFDSTUK 8. - Inwerkingtredingsbepaling

Art. 25.

Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2018, behoudens het hoofdstuk 3 dat in werking treedt 10 dagen na publicatie van dit decreet.