Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de ondersteuning van de verstrekking van groenten, fruit en melk aan leerlingen in onderwijsinstellingen

  • goedkeuringsdatum
    21/04/2017
  • publicatiedatum
    B.S. 30/05/2017 (pagina 60144)
  • bron

    Numac : 2017012197
  • datum laatste wijziging
    01/10/2018

Aanhef

DE VLAAMSE REGERING,

Gelet op verordening (EU) nr. 1370/2013 van de Raad van 16 december 2013 houdende maatregelen tot vaststelling van steun en restituties in het kader van de gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten, het laatst gewijzigd bij verordening (EU) 2016/2145 van de Raad van 1 december 2016;

Gelet op verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, het laatst gewijzigd bij gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1226 van de Commissie van 4 mei 2016;

Gelet op uitvoeringsverordening (EU) nr. 2017/39 van de Commissie van 3 november 2016 tot vaststelling van toepassingsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft Uniesteun voor de verstrekking van groenten, fruit, bananen in onderwijsinstellingen;

Gelet op gedelegeerde verordening (EU) nr. 2017/40 van de Commissie van 3 november 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, met betrekking tot Uniesteun voor de verstrekking van groenten en fruit, bananen en melk in onderwijsinstellingen en tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014;

Gelet op het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid, artikel 6, 7, 58 en 74;

Gelet op het decreet van 28 juni 2013 betreffende het landbouw- en visserijbeleid, artikel 4, 1° ;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2007 betreffende de verstrekking van melk en bepaalde zuivelproducten aan leerlingen in onderwijsinstellingen;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009 betreffende de ondersteuning van de verstrekking van groenten en fruit aan leerlingen in onderwijsinstellingen;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister van Begroting, gegeven op 18 april 2017;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat de vakantieperiode in het onderwijs noopt tot een onmiddellijke goedkeuring en uitvoering van dit besluit;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs, de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK 1 Definities en delegatie

ART 1.

In dit besluit wordt verstaan onder:
1° andere steunaanvragers: de steunaanvragers, vermeld in artikel 5, lid 2, c), d) en e), van de gedelegeerde verordening;
2° bevoegde entiteit: het Departement Landbouw en Visserij van het Vlaams Ministerie van Landbouw en Visserij;
3° groenten en fruit: de producten van de sector groenten en fruit en de sector bananen, vermeld in bijlage I, deel IX en XI, van de verordening;
4° indicatorschool: een onderwijsinstelling uit het buitengewoon lager onderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs of een onderwijsinstelling uit het basisonderwijs waarvan minstens 15% van de ingeschreven leerlingen rechthebbende is van de indicator "schooltoelage" als vermeld in het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, in het tweede schooljaar voor het schooljaar waarvoor een deelnameverklaring als vermeld in artikel 7 van dit besluit, wordt ingediend;
5° melk: consumptiemelk en de lactosevrije versies daarvan als bedoeld in artikel 23, lid 3, b), van de verordening evenals dranken op basis van melk met cacao, of natuurlijk gearomatiseerd, als bedoeld in bijlage V van de verordening, die niets van het volgende bevatten: toegevoegde suiker, toegevoegd zout, toegevoegde vetten, toegevoegde zoetstoffen, toegevoegde kunstmatige smaakversterkers E620 tot en met E650 als omschreven in Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake levensmiddelenadditieven.
6° ministers: de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid en de Vlaamse minister, bevoegd voor de landbouw;
7° onderwijsinstelling: een instelling in het Vlaamse Gewest, die door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd wordt voor basisonderwijs of buitengewoon secundair onderwijs;
8° gedelegeerde verordening: de gedelegeerde verordening (EU) nr. 2017/40 van de Commissie van 3 november 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, met betrekking tot Uniesteun voor de verstrekking van groenten en fruit, bananen en melk in onderwijsinstellingen en tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014;
9° verordening: verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad;
10° schoolregeling: de schoolfruit- en groentenregeling, vermeld in artikel 23 van de verordening, en de schoolmelk- en zuivelproductenregeling, vermeld in artikel 26 van de verordening.

ART 2.

...

ART 3.

De bevoegde entiteit neemt alle administratieve beslissingen die nodig zijn voor de uitvoering van de schoolregeling.

HOOFDSTUK 2 Erkenning van onderwijsinstellingen

ART 4.

Alleen onderwijsinstellingen die door de bevoegde entiteit erkend zijn komen in aanmerking voor steun in het kader van de schoolregeling.

Om de erkenning te verkrijgen dient een onderwijsinstelling een erkenningsaanvraag in bij de bevoegde entiteit.

In de aanvraag verbindt de onderwijsinstelling zich er toe:
1° de verbintenissen, vermeld in artikel 6, lid 1, a), c), e) en f), van de gedelegeerde verordening, aan te gaan;
2° ...
3° de ouders van de leerlingen op de hoogte te brengen van de deelname van de onderwijsinstelling aan de schoolregeling;
4° de groenten en fruit en de melk die in het kader van de schoolregeling verstrekt worden alleen aan te bieden voor consumptie door leerlingen op schooldagen;
5° de onterecht uitbetaalde steun terug te betalen;
6° de groenten en fruit en de melk die in het kader van de schoolregeling verstrekt worden alleen aan te bieden buiten de schoolmaaltijden.

De ministers kunnen de uiterste indieningsdatum en de wijze waarop de erkenningsaanvraag ingediend wordt, bepalen.

HOOFDSTUK 3 Steun aan onderwijsinstellingen

ART 5.

Er wordt steun verleend aan onderwijsinstellingen voor de verstrekking van groenten en fruit en melk aan kinderen in onderwijsinstellingen in het kader van de schoolregeling.

De steun wordt verleend voor de verstrekking van één portie per leerling en per week gedurende tien weken in de periode van 1 september tot en met 31 januari.

In afwijking van het tweede lid wordt aan indicatorscholen steun verleend voor de verstrekking van één portie per leerling en per week gedurende tien weken in een eerste periode van verstrekking, die loopt van 1 september tot en met 31 januari en gedurende tien weken in een tweede periode van verstrekking, die loopt van 1 januari tot en met 30 april. De verstrekking tijdens de tweede periode mag pas starten nadat de verstrekking tijdens de eerste periode afgelopen is.

De ministers kunnen beslissen om de frequentie per week waarmee producten verstrekt mogen worden, of het aantal weken waarin ze verstrekt mogen worden, uit te breiden, en de voorwaarden bepalen waaraan de onderwijsinstellingen moeten voldoen om voor die uitbreiding in aanmerking te komen.

ART 6.

De steun, vermeld in artikel 5, is gelijk aan het bedrag dat de onderwijsinstelling aan haar leverancier betaalt voor de groenten en fruit en de melk die in het kader van de schoolregeling verstrekt worden.

De ministers bepalen het maximale steunbedrag, per leerling per schooljaar, bij een verstrekking gedurende tien weken, vermeld in artikel 5, tweede lid, voor de verstrekking van groenten en fruit, en voor de verstrekking van melk. Het steunbedrag kan hierbij niet sterker toenemen dan de evolutie van de markt- en verkoopprijzen.

De ministers bepalen het maximale steunbedrag, per leerling per schooljaar, bij een verstrekking gedurende twintig weken, vermeld in artikel 5, derde lid, voor de verstrekking van groenten en fruit en voor de verstrekking van melk. De ministers houden hierbij rekening met de evolutie van de marktprijzen.

De ministers kunnen bij een uitgebreide verstrekking als vermeld in artikel 5, vierde lid, het maximale steunbedrag per leerling per schooljaar vastleggen voor de verstrekking van groenten en fruit en voor de verstrekking van melk. Het steunbedrag kan hierbij niet sterker toenemen dan de evolutie van de markt- en verkoopprijzen.

De ministers kunnen bepalen met welke documenten het bedrag, vermeld in het eerste lid, gestaafd wordt.

ART 7.

Elk schooljaar dienen de erkende onderwijsinstellingen die willen deelnemen aan de schoolregeling een deelnameverklaring in bij de bevoegde entiteit.

In deze deelnameverklaring geven de onderwijsinstellingen het aantal leerlingen door dat ingeschreven is voor het schooljaar in kwestie op de eerste officiële schooldag van dat schooljaar.

In de deelnameverklaring verklaart de onderwijsinstelling dat ze de groenten, het fruit en de melk in het kader van de schoolregeling verstrekt conform artikel 5.

Bij een uitgebreide verstrekking als vermeld in artikel 5, vierde lid, en in afwijking van het derde lid, verklaart de onderwijsinstelling in de deelnameverklaring dat ze de groenten, het fruit en de melk in het kader van de schoolregeling verstrekt conform de door de ministers bepaalde modaliteiten.

Bijkomend geven de indicatorscholen het aantal leerlingen door dat ingeschreven is op de eerste officiële schooldag van het tweede trimester van dat schooljaar.

De ministers kunnen de uiterste indieningsdatum en de wijze waarop de deelnameverklaring ingediend wordt, bepalen.

ART 8.

Als het beschikbare budget voor een schooljaar niet toereikend is om steun als vermeld in artikel 5, te verlenen aan alle onderwijsinstellingen die een deelnameverklaring als vermeld in artikel 7, ingediend hebben, voert de bevoegde entiteit een selectie uit op basis van volgende criteria:
1° indicatorscholen krijgen altijd voorrang op andere onderwijsinstellingen;
2° zonder afbreuk te doen aan het criterium, vermeld in punt 1°, krijgen onderwijsinstellingen waaraan in het voorgaande schooljaar geen steun als vermeld in artikel 5, verleend werd, voorrang op onderwijsinstellingen waaraan in het voorgaande schooljaar wel steun als vermeld in artikel 5 verleend is;
3° zonder afbreuk te doen aan de criteria, vermeld in punt 1° en 2°, worden de onderwijsinstellingen bij loting geselecteerd tot het beschikbare budget is opgebruikt.

ART 9.

Voor de uitbetaling van de steun, vermeld in artikel 5, dienen de onderwijsinstellingen een steunaanvraag in bij de bevoegde entiteit.

Onderwijsinstellingen dienen één steunaanvraag in per tien weken waarin groenten en fruit en melk verstrekt worden in het kader van de schoolregeling.

In afwijking van het tweede lid kunnen de ministers bij een uitgebreide verstrekking als vermeld in artikel 5, vierde lid, bepalen voor welke periode van verstrekking een steunaanvraag ingediend wordt.

Indicatorscholen geven in de steunaanvraag van het tweede trimester het aantal leerlingen door dat op de eerste schooldag van januari van het schooljaar in kwestie ingeschreven was.

De ministers kunnen de uiterste indieningsdatum, de wijze waarop de steunaanvraag ingediend wordt en de bijkomende gegevens die in de steunaanvraag opgenomen worden, bepalen.

HOOFDSTUK 4 Andere steunaanvragers

ART 10.

Er kan steun verleend worden aan andere steunaanvragers voor de uitvoering van andere maatregelen.

In het eerste lid wordt verstaan onder andere maatregelen: de begeleidende educatieve maatregelen, de monitoring- of evaluatieacties en de publiciteit, vermeld in artikel 5, lid 1, b), c) en d), van de gedelegeerde verordening.

ART 11.

Alleen andere steunaanvragers die door de bevoegde entiteit erkend zijn, komen in aanmerking voor de steun, vermeld in artikel 10.

Om erkend te worden dienen andere steunaanvragers een erkenningsaanvraag in bij de bevoegde entiteit.

De ministers kunnen de wijze waarop de erkenningsaanvraag ingediend wordt, bepalen.

ART 12.

Voor de uitbetaling van de steun, vermeld in artikel 10, dienen andere steunaanvragers een steunaanvraag in bij de bevoegde entiteit.

De ministers kunnen de uiterste indieningstermijn, de wijze waarop de steunaanvraag ingediend wordt en de bijkomende gegevens die in de steunaanvraag opgenomen worden, bepalen.

HOOFDSTUK 5 Slotbepalingen

ART 13.

De onderwijsinstellingen en de andere steunaanvragers bewaren alle bewijsstukken in het kader van de schoolregeling ten minste vijf jaar. Tijdens deze periode houden ze de stukken ter beschikking van de personeelsleden die met het toezicht op de schoolregeling belast zijn.

ART 14.

De volgende regelingen worden opgeheven:
1° het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2007 betreffende de verstrekking van melk en bepaalde zuivelproducten aan leerlingen in onderwijsinstellingen, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 november 2008 en van 19 december 2014;
2° het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009 betreffende de ondersteuning van de verstrekking van groenten en fruit aan leerlingen in onderwijsinstellingen, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2015.

ART 15.

Dit besluit treedt in werking op 1 augustus 2017.

ART 16.

 De Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de landbouw, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.