Besluit van de Vlaamse Regering houdende de organisatie van het toelatingsexamen arts en het toelatingsexamen tandarts

  • goedkeuringsdatum
    02 februari 2018
  • publicatiedatum
    B.S.05/03/2018
  • datum laatste wijziging
    05/03/2018

DE VLAAMSE REGERING,

Gelet op artikel 20 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 `tot hervorming der instellingen';

Gelet op de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, bekrachtigd bij het decreet van 20 december 2013, artikel II.187, gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 23 november 2017;

Gelet op advies 62.694/1 van de Raad van State, gegeven op 18 januari 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling

Artikel 1.

In dit besluit wordt verstaan onder:

1° examencommissie: de examencommissie, vermeld in artikel II.187, § 7 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013;

2° toelatingsexamen arts: het toelatingsexamen, vermeld in artikel II.187, § 1, van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013;

3° toelatingsexamen tandarts: het toelatingsexamen, vermeld in artikel II.187, § 2, van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013.

HOOFDSTUK 2. - Nadere regels over de examencommissie

Art. 2.

Er wordt één examencommissie ingesteld die bevoegd is om autonoom te beslissen over alle aangelegenheden die zowel de organisatie van het toelatingsexamen arts als het toelatingsexamen tandarts betreffen.

Art. 3.

De zetel van de examencommissie is gevestigd op het adres van het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen. De voorzitter kan beslissen om de vergaderingen van de examencommissie op een andere plaats te laten doorgaan.

In het eerste lid wordt verstaan onder Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen: het agentschap, opgericht bij Besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen, gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2015 tot fusie van het intern verzelfstandigd agentschap "Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen" en het intern verzelfstandigd agentschap "Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming".

Art. 4.

De voorzitter en de leden van de examencommissie ontvangen een honorarium. Dat honorarium is als volgt vastgesteld:

1° de voorzitter ontvangt een bedrag van 8000 euro per jaar;

2° de overige commissieleden van de examencommissie ontvangen een bedrag van 2500 euro per jaar.

Art. 5.

Vanaf het jaar 2019 worden de bedragen vermeld in artikel 4 aangepast aan de jaarlijkse stijging van de index van de consumptieprijzen met als referentiedatum 1 januari 2018.

Art. 6.

In het werkings- en examenreglement, vermeld in artikel II.187, § 6, 4°, van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, worden de voorschriften opgenomen ter uitvoering van artikel II.187 van de voormelde codex en dit besluit, en de voorschriften die de examencommissie nodig acht voor de optimale organisatie van het toelatingsexamen arts en het toelatingsexamen tandarts en voor de eigen huishoudelijke werking.

Het voormelde werkingsreglement bevat al de concrete voorschriften voor de werking en de taken van de examencommissie:

1° de voorbereiding en de validering van de examenvragen;

2° de kwaliteitscontrole op de examenvragen voor en na het examen, de voorwaarden om na afname van het examen examenvragen te neutraliseren en de wijze waarop dit invloed heeft op punt 7° ;

3° de oproeping en de aanwezigheid van de leden;

4° de vertegenwoordiging en plaatsvervanging van de voorzitter;

5° de beraadslaging en stemming;

6° de bepaling van de cesuur;

7° de vaststelling en de herziening van de resultaten;

8° het beslissingsproces m.b.t. de rangschikking van de kandidaten;

9° de communicatie tussen de leden en met externen;

10° een deontologische code;

11° de opvolging van de examenresultaten.

Het voormelde examenreglement bevat al de volgende concrete voorschriften voor de kandidaten van het examen:

1° de bekendmaking van het examenprogramma;

2° het verloop van het examen;

3° de inschrijving en deelname;

4° de afwijkende examenregeling;

5° de inhoud en indeling;

6° de evaluatiecriteria en toetsmethode;

7° de mededeling van de vastgestelde resultaten;

8° de mededeling van de beslissing met betrekking tot de rangschikking;

9° de geschillenregeling.

HOOFDSTUK 3. - Nadere regels voor de vastlegging van de rangschikking

Art. 7.

De examencommissie maakt jaarlijks voor het toelatingsexamen arts en het toelatingsexamen tandarts een afzonderlijke rangschikking van de geslaagde kandidaten op basis van de in totaal behaalde numerieke score.

Art. 8.

De examencommissie bepaalt jaarlijks voor het toelatingsexamen arts en het toelatingsexamen tandarts een afzonderlijke cesuur als het aantal geslaagde kandidaten boven het respectievelijk vastgestelde startquotum ligt.

De examencommissie bepaalt geen cesuur als het aantal geslaagde kandidaten onder het vastgestelde startquotum ligt.

Art. 9.

De examencommissie beslist jaarlijks voor het toelatingsexamen arts en voor het toelatingsexamen tandarts welke kandidaten gunstig worden gerangschikt op basis van al de volgende regels:

1° niet-geslaagde kandidaten worden niet gerangschikt;

2° geslaagde kandidaten worden gerangschikt, tenzij ze gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid, zoals vermeld in artikel 13, lid 4;

3° alle geslaagde kandidaten worden gunstig gerangschikt als er geen cesuur is bepaald;

4° gerangschikte kandidaten met een score kleiner dan de bepaalde cesuur worden niet gunstig gerangschikt;

5° gerangschikte kandidaten met een score groter of gelijk aan de bepaalde cesuur worden gunstig gerangschikt.

De gunstige rangschikking van een kandidaat die deelneemt aan het toelatingsexamen arts en het toelatingsexamen tandarts, maar die op 30 september van het kalenderjaar van deelname, niet in het bezit is van het diploma van secundair onderwijs, is ongeldig.

Art. 10.

De voorzitter deelt in juli alle individuele kandidaten voor het toelatingsexamen arts en voor het toelatingsexamen tandarts mee welke score de kandidaat behaalde.

De voorzitter deelt aan alle individuele kandidaten voor het toelatingsexamen arts en voor het toelatingsexamen tandarts de cesuur mee, als die is vastgelegd door de examencommissie, of deelt mee dat er geen cesuur is vastgelegd.

De voorzitter deelt in juli alle individuele kandidaten voor het toelatingsexamen arts en voor het toelatingsexamen tandarts mee tot welke van de volgende categorieën de kandidaat behoort:

1° geslaagd en gunstig gerangschikt;

2° geslaagd maar ongunstig gerangschikt;

3° geslaagd maar zonder rangschikking;

4° niet geslaagd.

De voorzitter deelt aan alle individuele kandidaten de beslissing van de examencommissie mee dat de kandidaat al dan niet gunstig gerangschikt is.

Art. 11.

De gunstig gerangschikte kandidaten worden op een lijst opgenomen in alfabetische volgorde.

De lijst voor de artsen en de lijst voor de tandartsen met de gunstig gerangschikte kandidaten in alfabetische volgorde wordt uiterlijk op 1 augustus door de voorzitter bezorgd aan elke universiteit in de Vlaamse Gemeenschap, die gemachtigd is de opleiding tot arts en/of de opleiding tot tandarts te organiseren.

Art. 12.

Kandidaten van wie het resultaat na een herziening van de examenresultaten als vermeld in artikel 29, hoger of gelijk is aan de vastgelegde cesuur, worden gunstig gerangschikt en toegevoegd aan de lijst vermeld in artikel 11.

Als door een herziening van de examenresultaten de vastgelegde startquota voor het toelatingsexamen arts en het toelatingsexamen tandarts toch nog worden overschreden legt de examencommissie respectievelijk een cesuur vast.

De kandidaten die als gevolg van de herziening van de examenresultaten overgaan van de categorie 4° niet geslaagd of categorie 2° niet gunstig gerangschikt naar de categorie 1° gunstig gerangschikt, worden door de voorzitter van die nieuwe individuele beslissing op de hoogte gebracht.

Aanpassingen aan de resultaten van een individuele kandidaat naar aanleiding van de interne beroepsprocedure vermeld in artikel 33 en naar aanleiding van de herziening van de examenresultaten, zoals bepaald in artikel 29, kunnen de gunstige rangschikking die aan de individuele kandidaten is meegedeeld, niet in hun nadeel beïnvloeden.

HOOFDSTUK 4. - Nadere regels voor de inschrijving en deelname van de kandidaten

Art. 13.

Kandidaten voor het toelatingsexamen arts schrijven zich in op het online platform voor artsen en betalen een examengeld van 50 euro.

Kandidaten voor het toelatingsexamen tandarts schrijven zich in op het online platform voor tandartsen en betalen een examengeld van 50 euro.

Kandidaten voor de beide toelatingsexamens schrijven zich in op de beide online platforms en betalen twee keer een examengeld van 50 euro.

Kandidaten die niet gerangschikt willen worden, melden dat uitdrukkelijk bij elke inschrijving. Het gevolg van die keuze is dat ze niet worden opgenomen op de lijsten, vermeld in artikel 11.

Art. 14.

De voorzitter van de examencommissie stelt de uiterste inschrijvings- en betalingsdatum vast.

Een niet-tijdige en niet correcte inschrijving en een inschrijving zonder tijdige en correcte betaling van het examengeld is niet geldig.

Zodra een kandidaat het examengeld bij de inschrijving betaald heeft, wordt het examengeld niet meer terugbetaald.

Art. 15.

Door de inschrijving verklaart de kandidaat kennis te hebben genomen van het examen-en werkingsreglement van de examencommissie, vermeld in artikel 6.

HOOFDSTUK 5. - Afwijkende examenregeling

Art. 16.

Kandidaten met functiebeperkingen hebben recht op redelijke aanpassingen als vermeld in artikel II.276, § 3 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013.

Art. 17.

De examencommissie legt een procedure vast die kandidaten met functiebeperkingen moeten volgen om redelijke aanpassingen aan te vragen en de wijze waarop ze beroep kunnen aantekenen tegen een weigering van gevraagde aanpassingen.

Art. 18.

De examencommissie kan de gevraagde aanpassingen weigeren als ze van oordeel is dat de bekwaamheid van de kandidaten daardoor niet op een betrouwbare manier kan worden getoetst.

HOOFDSTUK 6. - Nadere regels voor de praktische organisatie van het examen

Art. 19.

Het toelatingsexamen arts en het toelatingsexamen tandarts worden georganiseerd op een verschillende datum in de periode van 1 tot 15 juli, waarbij het toelatingsexamen arts voorafgaat aan het toelatingsexamen tandarts.

Art. 20.

De Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs maakt de concrete data en plaats bekend.

HOOFDSTUK 7. - Nadere regels over de inhoud en de indeling van het examen

Art. 21.

De taal van het toelatingsexamen arts en het toelatingsexamen tandarts is het Nederlands.

Art. 22.

Het toelatingsexamen arts bestaat uit twee onderdelen:

1° wetenschappelijke kennis en inzicht in de vakken biologie, fysica, chemie en wiskunde (KIW);

2° generieke competenties die aansluiten bij themata uit de beroepspraktijk van artsen (GC).

Het toelatingsexamen tandarts bestaat uit twee onderdelen:

1° wetenschappelijke kennis en inzicht in de vakken biologie, fysica, chemie en wiskunde (KIW);

2° generieke competenties die aansluiten bij themata uit de beroepspraktijk van tandartsen (GC).

Art. 23.

De examencommissie stelt voor beide toelatingsexamens de volgorde van de onderdelen van de toelatingsexamens vast en deelt ze tijdig aan de kandidaten mee.

Art. 24.

De examencommissie stelt voor beide toelatingsexamens voor het onderdeel 1° "wetenschappelijke kennis en inzicht in de vakken biologie, fysica, chemie en wiskunde" (KIW), dezelfde leerstof vast afgestemd op de tweede en de derde graad van het algemeen secundair onderwijs en maakt ze tijdig aan de kandidaten bekend.

De examencommissie stelt voor het toelatingsexamen arts en het toelatingsexamen tandarts afzonderlijk de samenstelling vast van het onderdeel 1° "wetenschappelijke kennis en inzicht in de vakken biologie, fysica, chemie en wiskunde" (KIW) en maakt ze tijdig aan de kandidaten bekend.

De examencommissie stelt voor het toelatingsexamen arts en het toelatingsexamen tandarts afzonderlijk de samenstelling vast van het onderdeel 2° "generieke competenties die aansluiten bij themata uit respectievelijk de beroepspraktijk van artsen en de beroepspraktijk van tandartsen" (GC) en maakt ze tijdig aan de kandidaten bekend.

Art. 25.

De examencommissie kan het vaststellen van bepaalde vragen van de toelatingsexamens toevertrouwen aan een of meer van haar leden.

Om bepaalde vragen van de toelatingsexamens vast te stellen is ook een beroep op experten, extern aan de examencommissie, mogelijk. Daarvoor is een uitdrukkelijke beslissing van de examencommissie nodig. In voorkomend geval zijn die experten gehouden aan dezelfde geheimhoudingsplicht die rust op de leden van de examencommissie zelf en voeren ze hun opdracht uit onder het rechtstreekse gezag van de voorzitter en van ten minste één lid van de examencommissie.

De voorzitter van de examencommissie bevestigt voor beide toelatingsexamens de vragen van elk onderdeel, waardoor deze definitief als examenvraag worden vastgelegd.

De voorzitter van de examencommissie bevestigt na afname van het examen in voorkomend geval de neutralisatie van bepaalde examenvragen.

HOOFDSTUK 8. - Nadere regels voor de evaluatie van het examen

Art. 26.

Een kandidaat heeft één examenkans voor elk toelatingsexamen in een bepaald kalenderjaar.

Art. 27.

De twee onderdelen van het examen vermeld in artikel 22, eerste lid, 1° en 2°, en tweede lid, 1° en 2°, hebben hetzelfde gewicht.

De examencommissie bepaalt vooraf het gewicht van elke vraag of van elk deel binnen een examenonderdeel en deelt het mee aan de kandidaten.

De examencommissie bepaalt de afrondingsregels en de toetsmethode van elk onderdeel en deelt die mee aan de kandidaten.

De bepaling van de afrondingsregels en de toetsmethode van elk onderdeel gebeurt op basis van volgende beginselen:

1° Alle vragen van het toelatingsexamen zijn meerkeuzevragen met vier antwoordmogelijkheden per vraag. Slechts één antwoordmogelijkheid per vraag is juist.

2° Een juist antwoord levert positieve punten op. Een fout antwoord levert negatieve punten op. Positieve en negatieve punten dienen per vraag duidelijk vermeld te worden. Geen antwoord levert nul punten op.

3° Indien het scoresysteem voor juiste, foute of blanco antwoorden uitsluitend gehele getallen bevat, wordt het examenresultaat niet afgerond. Het totale examenresultaat wordt dan bekomen door het examenresultaat van beide onderdelen op te tellen.

4° Indien het scoresysteem voor juiste, foute of blanco antwoorden decimale getallen bevat, gelden de volgende afrondingsregels:

a) Het examenresultaat van het KIW- of GC-onderdeel wordt bekomen door de niet-afgeronde resultaten van de desbetreffende onderliggende toetsen op te tellen gevolgd door een afronding tot op één decimaal.

b) Het totale examenresultaat wordt berekend door de niet-afgeronde scores van de afzonderlijke toetsen op te tellen en vervolgens deze som af te ronden naar 1 decimaal.

c) Indien het totale examenresultaat of het examenresultaat van de onderdelen naar een ander getal herleid wordt, wordt eerst de niet-afgeronde som naar dat getal herleid, waarna de afronding naar één decimaal gebeurt.

5° De examencommissie bepaalt in het examenreglement of er al dan niet in het scoresysteem met decimale of gehele getallen wordt gewerkt en welke regels conform 3° en 4° worden toegepast. Dit wordt duidelijk meegedeeld aan de deelnemers.

Art. 28.

Een kandidaat die op elk van de twee onderdelen van het examen, vermeld in artikel 22, eerste lid, 1° en 2°, en tweede lid, 1° en 2°, de helft of meer van de bepaalde punten behaalt, is geslaagd.

De examencommissie stelt het totaal behaald examenresultaat vast van elke kandidaat. Het totaal behaald examenresultaat is gelijk aan de som van het examenresultaat behaald op het onderdeel KIW en het examenresultaat behaald op het onderdeel GC.

Art. 29.

De examencommissie bepaalt of er een herziening van de vastgelegde examenresultaten van de kandidaten gebeurt en legt de regels in dat verband vast in het werkingsreglement.

HOOFDSTUK 9. - Geschillenregeling

Art. 30.

Elk gedrag van een kandidaat in het kader van een toelatingsexamen waardoor die kandidaat het vormen van een juist oordeel over zijn kennis, inzicht of vaardigheden of de kennis, het inzicht of de vaardigheden van andere kandidaten geheel of gedeeltelijk onmogelijk maakt of poogt te maken, wordt als een onregelmatigheid beschouwd.

De examencommissie bepaalt de procedure voor de vaststelling van de onregelmatigheden en de sancties.

De kandidaat heeft toegang tot de interne beroepsprocedure vermeld in artikel 33.

Art. 31.

De examencommissie bepaalt een procedure voor de vaststelling van materiële vergissingen, de melding en behandeling van verzoeken over materiële vergissingen en de rechtzetting van materiële vergissingen.

Een materiële vergissing betreft elke materiële daad waardoor een verkeerde beslissing voor de kandidaat is doorgegeven.

Materiële vergissingen die de grondslag vormen voor een beslissing van de examencommissie, worden gemeld binnen een vervaltermijn van tien dagen na de dag van mededeling van de individuele beslissing, vermeld in artikel 10.

Een materiële vergissing wordt rechtgezet binnen tien dagen na de dag dat ze is vastgesteld of gemeld.

Art. 32.

Een kandidaat heeft recht op inzage van de stukken op grond waarvan de examencommissie zijn/haar resultaat heeft vastgesteld. De inzage heeft plaats volgens de modaliteiten die de examencommissie bepaalt, vanaf de eerste werkdag, na de mededeling aan de individuele kandidaten vermeld in artikel 10, tot en met de laatste werkdag van juli, waarop de bevoegde administratieve dienst open is.

Art. 33.

Een kandidaat die oordeelt dat een ongunstige beslissing van de examencommissie aangetast is door een schending van het recht, heeft toegang tot een interne beroepsprocedure. De interne beroepsinstantie is samengesteld uit leden van de examencommissie. De technische en praktische modaliteiten van de interne beroepsprocedure en de concrete samenstelling van de interne beroepsinstantie zijn vastgelegd in het examenreglement van de examencommissie.

De kandidaat kan een verzoek tot heroverweging van de individuele beslissing van de examencommissie instellen tot en met 31 juli. Ingeval de mededeling van de individuele beslissing gebeurt na 24 juli beschikt de kandidaat over een vervaltermijn van zeven dagen om een intern beroep in te stellen. Deze vervaltermijn gaat in op de dag na de mededeling van de individueel genomen beslissing aan de kandidaat.

De interne beroepsprocedure leidt tot een van de volgende beslissingen:

1° de gemotiveerde afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid ervan;

2° een beslissing met betrekking tot de rangschikking die de oorspronkelijke beslissing op gemotiveerde wijze bevestigt, of herziet.

Deze beslissingen worden aan de kandidaat ter kennis gebracht binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op 1 augustus. Voor beroepen die na 1 augustus worden ingesteld gaat de termijn in op de dag na deze waarop het beroep is ingesteld.

HOOFDSTUK 10. - Algemene bepalingen

Art. 34.

De examencommissie publiceert jaarlijks, uiterlijk op 1 maart, een brochure die alle inlichtingen bevat over het toelatingsexamen arts en het toelatingsexamen tandarts. Daarin is alleszins de informatie opgenomen die op grond van dit besluit bekendgemaakt moet worden aan de kandidaten.

Art. 35.

De examencommissie is gemachtigd om aan de kandidaten te vragen om zich ermee akkoord te verklaren dat hun resultaten en persoonlijke gegevens beschikbaar worden gesteld voor wetenschappelijk onderzoek over het toelatingsexamen. Een kandidaat die zijn akkoord niet geeft, mag daarvoor op geen enkel manier gesanctioneerd worden.

HOOFDSTUK 11. - Slotbepalingen

Art. 36.

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2018.

Art. 37.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2001 `houdende nadere regels met betrekking tot het toelatingsexamen voor de opleidingen van arts en tandarts' wordt opgeheven.

Art. 38.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 2 februari 2018.

De minister-president van de Vlaamse Regering,

G. BOURGEOIS

De Vlaamse minister van Onderwijs,

H. CREVITS