Inschrijvingen en toelatingsvoorwaarden in het deeltijds kunstonderwijs

  • referentie
    DKO/2018/03
  • publicatiedatum
    20/08/2018
  • datum laatste wijziging
    18/09/2018
  • wettelijke basis
    Decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2018 betreffende het opleidingsaanbod, de organisatie, de personeelsformatie, de inning van het inschrijvingsgeld en de certificering van het deeltijds kunstonderwijs (organisatiebesluit)
  • contactpersoon
    Johan Krygelmans, 02 553 89 74
  • contactpersoon
    Jos Thys, 02 553 92 27
  • contactpersoon
    Ingrid Leys, 02 553 92 43
  • inschrijving
  • toelatingsvoorwaarden
  • inlichtingen voor de leerling
  • inschrijvingsgeld

1. Inschrijvingen

Het inschrijven van leerlingen is een tweeledige aangelegenheid: enerzijds is er de administratieve kant, die belangrijk is voor de regelmatigheid en vooral financierbaarheid van de leerling. Anderzijds is er inhoudelijke en organisatorische kant waarbij leerlingen volgens leeftijd of competenties geplaatst worden in functie hun artistieke ontwikkeling. Beide elementen zijn voor de administratie van de academie nauw met elkaar verweven.

Hier worden eerst de algemene informatievoorwaarden voorgesteld, en vervolgens de specifieke voorwaarden per domein.

1.1. Algemene voorwaarden voor alle domeinen

1.1.1. Data waarbinnen de inschrijvingen kunnen gebeuren vanaf schooljaar 2019-2020

De inschrijvingen mogen starten vanaf eerste schooldag van maart, voorafgaand aan het schooljaar waarop de inschrijving van toepassing is. De reden waarom inschrijven kan vanaf 1 maart is coherentie met andere onderwijsniveaus, ook in het basisonderwijs kunnen de inschrijvingen dan starten.

Het schoolbestuur kan er ook voor opteren pas later met de inschrijvingen te starten.

Uitzondering: voor het schooljaar 2018/2019 is 1 september 2018 de eerste officiële inschrijvingsdag omdat het niveaudecreet pas op die datum van kracht is.

De einddatum voor de inschrijvingen is 30 september van datzelfde kalenderjaar.

De academie moet de start en het einde van de inschrijvingsperiode tijdig bekend maken aan alle belanghebbenden.

1.1.2. Volgorde

De leerlingen worden ingeschreven in de volgorde dat ze zich bij de academie aanmelden en op het moment van de inschrijving voldoen aan al de volgende voorwaarden:

  • ten minste 50% van het inschrijvingsgeld betaald hebben op het ogenblik van de inschrijving;
  • zich akkoord verklaard hebben met het academiereglement;
  • zich akkoord verklaard hebben met het artistiek-pedagogische project (APP) van de academie.

1.1.3. Voorrang

Een leerling die al les volgt in een academie heeft voor deze academie en enkel voor het vervolg van zijn opleiding voorrang op nieuwe leerlingen, als hij voor 30 juni ingeschreven is voor het volgende schooljaar.

Om recht te hebben op deze voorrang moet wel voldaan zijn aan de voorwaarden van 1.1.2.

Deze voorrang geldt vanaf het schooljaar 2019-2020 aangezien het nieuwe decreet pas op 1 september 2018 in werking treedt.

1.1.4. Akkoord met academiereglement en artistiek pedagogisch project

Bij een inschrijving ter plaatse is het in de praktijk gebruikelijk en wettelijk correct, de onderdelen van het academiereglement en het APP die voor leerlingen relevant zijn, als folder mee te geven bij de inschrijving, dit te vermelden op het inschrijvingsformulier en hierop voor akkoord te laten ondertekenen.

Bij online inschrijvingen dient op de inschrijvingsmodule duidelijk gecommuniceerd te worden dat de leerling/ouders met het academiereglement en het APP akkoord moet gaan. Zo niet kan het inschrijvingsproces niet afgerond worden. Via een duidelijk zichtbare link gaat men naar de informatie waarbij men zich akkoord verklaart.

1.1.5. Toelatingsvoorwaarden

Iedereen die voldoet aan de toelatingsvoorwaarden kan zich inschrijven.

De algemene principes zijn

  • voor het eerste leerjaar van de eer ste graad: voldoen aan een leeftijdsvereiste
  • voor een volgend leerjaar binnen dezelfde graad: geslaagd zijn voor het voorafgaande leerjaar
  • voor het eer ste leerjaar van een volgende graad:

basiscompetenties verworven hebben die de Vlaamse overheid voor de voorafgaande graad vooropgesteld heeft

EN/OF

voldoen aan een leeftijdsvereiste ten laatste op 31 december van het schooljaar waarvoor men zich inschrijft.*

Met * wordt verder in dit hoofdstuk verwezen naar deze bepaling over de leeftijdsvereiste

Het is evident dat de leerling start in het eerste leerjaar van zijn opleiding. Toch kan hij ook in een hoger leerjaar starten op basis van verworven competenties, indien de directeur in samenspraak met de leerling en de betrokken leerkrachten oordelen dat dit haalbaar en wenselijk is. Dat kan rechtstreeks, of via een toelatingsperiode. (zie 1.3.2.)

Opgelet: de leerling kan niet verplicht worden om in een hoger leerjaar te starten.

1.2. Specifieke toelatingsvoorwaarden voor de verschillende graden en domeinen

1.2.1. Eerste graad

voor het eerste leerjaar van de eerste graad in de 4 domeinen:

  • ten minste 6 jaar zijn*

OF

  • jonger dan 6 jaar indien de leerling reeds in het lager onderwijs ingeschreven is. Dit wordt aangetoond door een verklaring van de basisschool dat de leerling effectief in het lager onderwijs ingeschreven is, of ingeschreven zal zijn op 1 september van het schooljaar waarvoor men de leerling inschrijft.

OF

  • ten minste 5 jaar zijn* indien de leerling huisonderwijs volgt. Dit wordt aangetoond door een verklaring op eer van de ouders dat de leerling effectief huisonderwijs volgt.

1.2.2. Tweede graad

voor het eerste leerjaar van de tweede graad in de domeinen beeldende en audiovisuele kunsten, dans, muziek voor jongeren en woordkunst-drama:

  • de basiscompetenties van de eerste graad verworven hebben;

OF

  • tenminste 8 jaar zijn*;

OF

minstens twee volledige schooljaren ingeschreven zijn in het lager onderwijs (verklaring van de basisschool);

OF

  • minstens twee jaar huisonderwijs gevolgd hebben (verklaring op eer van de ouders);

EN

  • specifiek voor domein woordkunst-drama: niet ouder zijn dan 14 jaar*. Vanaf 15 jaar geldt dat een leerling voldoet aan de definitie van volwassene zoals bepaald in het decreet en bijgevolg moet instromen in de derde graad in plaats van de tweede;

  • specifiek voor domein muziek jongeren: niet ouder zijn dan 14 jaar*. Vanaf 15 jaar geldt dat een leerling voldoet aan de definitie van volwassene zoals bepaald in het decreet en bijgevolg moet instromen in de tweede graad muziek voor volwassenen;
  • specifiek voor beeldende en audiovisuele kunsten: niet ouder zijn dan 12 jaar*. Twaalfjarigen* kunnen ook meteen starten in het eerste leerjaar van de derde graad voor jongeren.

voor het eerste leerjaar van de tweede graad volwassenen muziek:

  • tenminste 15 jaar zijn*;

OF

  • minder dan 15 jaar zijn* om pedagogische redenen en mits toestemming van de directeur.

Voor het domein dans is er in het decreet geen onderscheid gemaakt tussen jongeren en volwassenen. De academie kan/zal dit onderscheid in de meeste gevallen wel maken om pedagogische redenen, maar is hier in principe vrij in. In de praktijk kan ook, analoog aan domein muziek, de leeftijd van 15 jaar* gehanteerd worden om tot de volwassenen gerekend te worden.

1.2.3. Derde graad

1.2.3.1. Jongeren

Voor het eerste leerjaar van de derde graad beeldende en audiovisuele kunsten voor jongeren:

  • de basiscompetenties van de tweede graad verworven hebben;

OF

  • tenminste 12 jaar zijn*;

EN

  • niet ouder zijn dan 17 jaar zijn*.

voor het eerste leerjaar van de derde graad muziek en dans:

  • de basiscompetenties van de tweede graad verworven hebben.

voor het eerste leerjaar van de derde graad woordkunst-drama:

  • ten minste 15 jaar zijn*;

OF

  • de basiscompetenties van de tweede graad verworven hebben.

1.2.3.2. Volwassenen

Voor het eerste leerjaar van de derde graad beeldende en audiovisuele kunsten:

  • ten minste 18 jaar zijn*.

voor het eerste leerjaar van de derde graad muziek en dans:

  • de basiscompetenties van de tweede graad verworven hebben.

voor het eerste leerjaar van de derde graad woordkunst-drama:

  • ten minste 15 jaar zijn*.

1.2.4. Vierde graad

Voor het eerste leerjaar van de vierde graad muziek, woordkunst-drama en dans:

  • de basiscompetenties van de derde graad verworven hebben.

Voor het eerste leerjaar van de vierde graad beeldende en audiovisuele kunsten:

  • de basiscompetenties van de derde graad verworven hebben;

OF

  • ten minste 18 jaar zijn*.

1.3. Aantonen van verworven competenties

1.3.1. Bewijs van competenties, studiebewijs of competentiedocument

Om aan te tonen dat hij de vereiste basiscompetenties verworven heeft bij een van onderstaande organisaties, legt de leerling een van de volgende schriftelijke of elektronische documenten voor:

1.3.2. Toelatingsperiode

Het komt voor dat een leerling bij zijn inschrijving niet kan aantonen dat hij de vereiste basiscompetenties verworven heeft.

Bijvoorbeeld: lang geleden heeft hij een deel van de opleiding afgewerkt en wil die nu voltooien.

Om hem op het juiste niveau in te schalen kan de leerling ingeschreven worden voor een toelatingsperiode in een bepaalde graad of leerjaar van de opleiding die hij wil volgen. De leerling volgt dan op proef de lessen van een hoger leerjaar of graad van de opleiding. Een leerling kan geen toelatingsperiode doorlopen in een graad waar hij op basis van de leeftijdsvoorwaarden geen toegang toe heeft (zie 1.2).

De directeur beoordeelt voor 1 november op advies van de betrokken leerkrachten of de leerling over voldoende competenties beschikt om de opleiding voort te zetten met kans op succes en geeft daarover schriftelijk of elektronisch feedback aan de leerling.

Indien na de toelatingsperiode zou blijken dat het competentieniveau van de leerling toch ontoereikend is voor het leerjaar of de graad waarin hij voorlopig ingeschreven was, zal hij een leerjaar of een graad lager ingeschaald worden.

De academie houdt een register bij met de aanvragen en gemotiveerde beslissingen over de toelatingsperiodes. De motiveringen verwijzen naar de al dan niet verworven competenties. De verificatie kan dit inkijken.

Herinstroom van leerlingen: zie omzendbrief Omkaderingsberekening en personeelsformatie in het deeltijds kunstonderwijs: 1.3.5. Herinstroom van afgestudeerden

1.4. Toelatingsvoorwaarden voor inschrijving in een kortlopende studierichting

1.4.1. Autonomie inzake bepaling toelatingsvoorwaarden

De academie bepaalt zelf de minimumleeftijd voor de opleidingen die zij wil organiseren in de kortlopende studierichtingen. Die leeftijd kan niet lager liggen dan minimale startleeftijd voor het dko, 6 jaar* of 5 jaar* in een aantal uitzonderlijke gevallen (zie 1.2.1.). Opleidingen zoals muziekgeschiedenis of beeldende en audiovisuele cultuur of schrijver zullen vooral een volwassenen aantrekken. Maar dat is niet noodzakelijk.

Anders dan vóór het niveaudecreet kan de academie die opleidingen ook voor een jonger publiek organiseren, bijvoorbeeld schrijven voor tieners.

Voor de specialisatie-opleidingen moet de leerling op zijn minst voldoen aan de toelatingsvoorwaarden van de vierde graad, maar de academie kan bijkomende toelatingsvoorwaarden bepalen om hiervoor leerlingen met voldoende potentieel aan te trekken.

Het is belangrijk dat de academie hierover transparant communiceert. Een luikje op de academiewebsite zal potentiële geïnteresseerden de nodige informatie kunnen verschaffen. Een geïnteresseerde weet dan aan welke voorwaarden hij moet voldoen en of hij een kans heeft om in aanmerking te komen.

Bij zijn inschrijving toont een leerling aan dat hij voldoet aan de inhoudelijke voorwaarden, en toont hij met een geldig identiteitsbewijs aan dat hij voldoet aan de leeftijdsvoorwaarde die de academie bepaalt.

1.4.2. De kortlopende studierichting specialisatie

1.4.2.1. Doelstelling

Deze studierichting is gericht op het geïndividualiseerd kunstenaarschap. Uitmuntende leerlingen krijgen de kans om te excelleren en zich desgewenst grondig voor te bereiden op het hoger kunstonderwijs.

De leerling kan deze opleiding gelijktijdig met de vierde graad volgen. Hij is voor beide financierbaar (zie omzendbrief Omkaderingsberekening en personeelsformatie in het deeltijds kunstonderwijs: 1.3.7. Leerlingen in de specialisatie), en betaalt hiervoor slechts éénmaal inschrijvingsgeld.

1.4.2.2. Selectieactiviteit

Om na te gaan of een leerling over de motivatie, de competenties en het potentieel beschikt om de specialisatie te volgen, kan een academie een selectieactiviteit organiseren.

Afhankelijk van de toelatingsvoorwaarden die de academie bovenop de toelatingsvoorwaarden van de vierde graad, zelf vooropstelt kan de selectieactiviteit verschillen.

Bijvoorbeeld: een leerling geeft op het einde van de vierde graad te kennen de specialisatie te willen volgen. De academie kan in dergelijk geval het gezamenlijk advies van een interne en externe jury bij de evaluatie van de vierde graad voldoende vinden als motivering om de leerling al dan niet tot de specialisatie toe te laten.

De academie zal in haar toelatingsvoorwaarden bij voorkeur een gesprek met de leerling opnemen, waaruit de visie moet blijken van wat de leerling hiermee wil bereiken.

Hoe de leerling zijn artistieke kunnen moet aantonen is gedeeltelijk afhankelijk van het specifieke domein, en van het feit of de leerling de vierde graad aan de eigen academie dan wel aan een andere academie beëindigde, hoelang het geleden is dat de leerling de vierde graad afwerkte. Bijvoorbeeld: een oud-leerling die 5 jaar geleden in de vierde graad (of voormalige H3) afstudeerde, is tot het besef gekomen dat hij professioneel kunstenaar wil worden.

Voor het domein beeldende en audiovisuele kunsten kan het voorleggen van een portfolio duidelijkheid bieden over de kansen.

Voor een domein uit de podiumkunsten zal een auditie meestal klaarheid kunnen brengen of betrokkene ertoe in staat geacht wordt de specialisatie aan te kunnen of niet.

De hierboven geschetste werkwijzen zijn suggesties. De academies kunnen uiteraard alternatieve formats hanteren of uitwerken.

In elk geval is het belangrijk dat de academie alle leerlingen die hiervoor geïnteresseerd zijn, informeert over het tijdstip en de aard van de selectieactiviteiten.

1.4.2.3. Toelatingsperiode specialisatie

Wanneer noch portfolio noch auditie hieromtrent klaarheid zouden brengen, is er nog het instrument van de toelatingsperiode, die voor de specialisatie beperkt is tot de maand september.

1.4.2.4. Beslissingsprocedure

De directeur beslist over de toelating in samenspraak met de betrokken leerkrachten, en deelt de gemotiveerde beslissing schriftelijk of elektronisch mee aan de betrokken leerling(en).

1.5. Inschrijven voor leeractiviteiten op maat

Leeractiviteiten op maat kunnen georganiseerd worden voor leerlingen of afgestudeerden van een academie.

Een leeractiviteit op maat kan vrij ingepland worden in de loop van het schooljaar, op eigen initiatief van de academie of na een specifieke leervraag. Deze planning moet klaar zijn en efficiënt gecommuniceerd met de doelgroep tenminste twee weken voor de leeractiviteit aanvangt.

De doelgroep kan bestaan uit (oud-)leerlingen die de leervraag stelden, en -als de capaciteit dit toelaat- andere afgestudeerden die er ook voor in aanmerking kunnen komen gezien hun profiel.

Het schoolbestuur bepaalt de inschrijvingsperiode, de bijdrage die leerlingen betalen en de toelatingsvoorwaarden. De minimale leeftijddie de academie vooropstelt kan niet lager zijn dan minimale startleeftijd voor het dko, 6 jaar* of 5 jaar* in een aantal uitzonderlijke gevallen (zie 1.2.1.).

Op die manier kan de academie inspelen op specifieke leervragen van leerlingen of afgestudeerden.

Bijvoorbeeld:

- een jazzcombo van oud-leerlingen wil zich professioneel laten begeleiden om aan een muziekwedstrijd deel te nemen;

- een oud-leerling van een academie voor Beeldende en Audiovisuele Kunsten heeft een opdracht gekregen, wil daarvoor een bepaalde techniek gebruiken die hij nog niet beheerst en vraagt de academie hiervoor enkele workshops te organiseren. De academie kan naar aanleiding van deze vraag peilen of er meer interesse voor bestaat en zo ja, overgaan tot de organisatie van een aantal workshops die de geïnteresseerden met de nieuwe techniek zullen leren omgaan.

Lees meer over de doelstellingen en omkadering van leeractiviteiten op maat in de omzendbrief Omkaderingsberekening en personeelsformatie in het deeltijds kunstonderwijs 2.4. Leeractiviteiten op maat

2. Een inschrijving weigeren

2.1. Weigering op basis van niet voldaan aan de toelatingsvoorwaarden

Een schoolbestuur moet de inschrijving van een persoon als regelmatige leerling weigeren als hij niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarden inzake leeftijd of basiscompetenties. Deze persoon mag wel les volgen als vrije leerling bij wijze van gunst.

Als een leerling op de dag van zijn inschrijving nog niet aan de toelatingsvoorwaarden voldoet maar er wel aan zal voldoen op de dag van de effectieve instap tussen 1 en 30 september, wordt niet geweigerd. Hij wordt als definitief ingeschreven als zijn wanneer hij wél aan de toelatingsvoorwaarden voldoet, ten laatste op 30 september.

2.2. Weigering op basis van ontoereikende capaciteit

2.2.1. Wat is capaciteit?

De capaciteit verwijst naar het maximaal aantal leerlingen dat nog onderwijskwaliteit garandeert . De volgende elementen kunnen meespelen: de infrastructuur, het pedagogisch comfort, beschikbaarheid van personeel,…

2.2.2. Hoe capaciteit bepalen

Het komt toe aan het schoolbestuur om de capaciteit vast te leggen (gemeenteraad, scholengroep GO!, raad van bestuur). Het schoolbestuur kan de directeur wel een mandaat geven om daarover bepaalde beslissingen te nemen, bijvoorbeeld: jaarlijkse aanpassingen binnen bepaalde krijtlijnen, aanpassingen bij hoogdringendheid.

Het schoolbestuur bepaalt de capaciteit per opleiding: dus per graad + optie + muziekinstrument + studierichting. Het is niet nodig om capaciteit vast te leggen voor de afzonderlijke vakken. Een opsplitsing per vestigingsplaats of lessenrooster kan , maar dat is niet nodig.

2.2.3. Wanneer kan het schoolbestuur weigeren?

Een schoolbestuur kan de inschrijving van een regelmatige maar niet financierbare leerling weigeren als het kan aantonen dat de capaciteit van de opleiding waarvoor de leerling zich wil inschrijven, ontoereikend is voor de financierbare leerlingen.

In de meeste gevallen gaat het hier om een tweede opleiding binnen hetzelfde domein, waarvoor de leerling niet financierbaar is.

Een academie kan bijgevolg een leerling weigeren om een tweede optie of een tweede muziekinstrument te volgen. Maar dat kan enkel als de capaciteit voor de financierbare leerlingen die de optie of dat muziekinstrument als eerste optie hebben gekozen is bereikt. Als er nog capaciteit is, kan de academie de inschrijving niet weigeren, ook al is de leerling voor die tweede opleiding niet financierbaar.

Het kan ook gaan om een opleiding die heel populair is en daarom overstelpt wordt met aanvragen. Hier is het belangrijk dat de academie een leerling kàn weigeren. De academie kan op eigen initiatief maar pas na akkoord hierover van het schoolbestuur haar vooropgestelde capaciteit uitzonderlijk overschrijden.

Als de inschrijving van een regelmatige leerling geweigerd wordt wegens overschrijding van de capaciteit, informeert het schoolbestuur de persoon over mogelijke alternatieven in de eigen academie (andere optie of ander instrument) of in een andere academie (zelfde of andere optie of instrument).

2.3. Weigering wegens tuchtmaatregel

Een schoolbestuur kan de inschrijving weigeren in een academie waar de betrokken leerling het lopende, het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar definitief werd uitgesloten.

2.4. Procedure

Elke weigering moet door het schoolbestuur schriftelijk of elektronisch meegedeeld worden binnen 10 werkdagen. Als leerling/ouders daarom vragen krijgen ze een toelichting bij de beslissing.

Als de leerling wegens pla atsgebrek (zie 2.2. C apaciteit) geweigerd wordt, stelt de academie mogelijke alternatieven voor in de eigen of een andere academie.

Het Agentschap voor Onderwijsdiensten (Agodi) kan controleren of het gehele proces van inschrijvingen of gemotiveerde weigeringen correct verlopen is.

3. Inlichtingen voor de leerling over het schoolbestuur en de academie

Om de leerling/ouders van alle relevante informatie over de academie te voorzien, informeert de directeur of zijn afgevaardigde hen hierover schriftelijk of elektronisch bij inschrijving.

Deze inlichtingen kunnen opgenomen zijn in een infobrochure die bij de inschrijving meegegeven wordt, maar kunnen ook op de academiewebsite terug te vinden zijn. Het gaat over:

  • de juridische aard (gemeentebestuur; behorend tot een scholengroep; een autonoom gemeentebedrijf;…) en de samenstelling van het schoolbestuur.
  • het artistiek-pedagogische project van de academie (missie, visie, wat zijn de interne werkwijzen, wat is specifiek aan de academie…)
  • de organisatie van de leeractiviteiten, dus het lessenrooster voor de verschillende vestigingsplaatsen;
  • het academiereglement (zie 5.);
  • het inschrijvingsgeld en het recht op verminderd inschrijvingsgeld en de bewijsstukken die daarvoor nodig zijn, en desgevallend de bijdrageregeling;
  • als de academie een aanvraag tot voorlopige erkenning bij de Vlaamse overheid heeft ingediend of een voorlopige erkenning voor een schooljaar verkreeg, informeert het schoolbestuur de leerling/ouders tijdens dit schooljaar van voorlopige erkenning, over de beslissing van de Vlaamse overheid;
  • de samenstelling van de academieraad indien er een is;

Een academieraad kan bijvoorbeeld samengesteld zijn uit vertegenwoordigers van volwassen leerlingen, ouders van jongeren, afgevaardigden van de politieke partijen, het culturele veld, leerkrachten, administratie…

4. Gegevens over de leerling

Voor iedere leerling houdt de academie de volgende gegevens bij:

  • de naam, de voornaam en het adres;
  • de geboortedatum;
  • de nationaliteit;
  • de al gevolgde opleidingen in een academie voor deeltijds kunstonderwijs en de resultaten;
  • de huidige opleiding in het deeltijds kunstonderwijs;
  • het rijksregisternummer of bisnummer (het identificatienummer van de sociale zekerheid voor de personen die rechten hebben binnen de Belgische sociale zekerheid, maar niet opgenomen zijn in het Rijksregister).

De academie bezorgt die gegevens aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten zie omzendbrief Jaarlijkse inlichtingen voor het schooljaar x-x+1- Schoolbeheer deeltijds kunstonderwijs.

Als een leerling van academie verandert of in meerdere academies les volgt, kunnen de betrokken academies leerlingengegevens overdragen over de onderwijsloopbaan, tenzij de leerling/ouders zich daar expliciet tegen verzetten. Dit houdt in dat hij hierop attent gemaakt moet worden en zijn goedkeuring geven vooraleer het mag gebeuren.

5. Academiereglement(decreet art. 58)

Een schoolbestuur stelt voor elk van zijn academies een academiereglement op dat de betrekkingen tussen de academie en de leerlingen/ouders regelt.

Volgende elementen moeten aan bod komen:

  • het reglement over de tucht en de schending van de leefregels van de leerlingen, tijdelijke of een definitieve uitsluiting, en over de beroepsprocedure;
  • de procedure om een bewijs van competenties, een bewijs van beroepskwalificatie of een leerbewijs deeltijds kunstonderwijs worden toe te kennen, m.a.w. de evaluatieprocedure;
  • richtlijnen over afwezigheden en te laat komen ;
  • afspraken in verband met de zelfstudie buiten de lessen, de agenda's en de leerlingenevaluatie;
  • geldelijke en niet-geldelijke ondersteuning die niet afkomstig is van de Vlaamse overheid en de rechtspersonen die daaronder ressorteren (https://repertorium.vlaanderen.be/overzicht-a-z) Dit kan gaan om schoolgebouwen, concertinfrastructuur, lestijden die door het schoolbestuur gefinancierd worden, enz.
  • de bijdrageregeling (zie 6.4.);
  • de engagementsverklaring tussen de academie en de leerling/ouders waarin wederzijdse afspraken worden opgenomen over oudercontact, voldoende aanwezigheden en vormen van leerlingenbegeleiding;
  • de afspraken over het rookverbod, de controle op de naleving ervan en de sancties die opgelegd kunnen worden bij overtreding ervan;
  • samenstelling academieraad (indien van toepassing);
  • het recht op inzage door de leerling of de betrokken personen en hun recht op toelichting bij de gegevens die op de leerling betrekking hebben, die de academie verzamelt. In de praktijk zal zich wellicht vooral de vraag stellen naar de evaluatiegegevens.

Als na de toelichting blijkt dat de leerling of de ouders een kopie van de leerlingengegevens willen, hebben ze kopierecht.Iedere kopie moet persoonlijk en vertrouwelijk behandeld worden, mag niet verspreid worden noch publiek gemaakt worden en mag alleen gebruikt worden in het kader van de leerloopbaan van de leerling.

Als bepaalde gegevens ook een derde betreffen en volledige inzage in de gegevens door de leerling of de betrokken personen afbreuk zou doen aan het recht van de derde op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer, wordt de toegang tot die gegevens verstrekt via een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage.

  • informatie over extramurosactiviteiten;
  • de vermelding dat bij verandering van academie leerlingengegevens worden overgedragen naar de nieuwe academie tenzij daar door de leerling of de betrokken personen expliciet verzet tegen wordt gepleegd nadat ze op hun verzoek die gegevens hebben ingezien;
  • het toetsingsinstrument alternatieve leercontext (zie omzendbrief Leren in een alternatieve leercontext).

6. Inschrijvingsgeld

6.1. Uitgangspunten

De leerling betaalt het decretaal vastgelegde inschrijvingsgeld elk schooljaar voor elk domein waarvoor hij zich inschrijft , ten laatste op 30 september.

De domeinoverschrijdende initiatieopleiding wordt daarbij beschouwd als een afzonderlijk domein.

Een leerling die zowel een domeinspecifieke als de domeinoverschrijdende initiatieopleiding volgt, betaalt tweemaal inschrijvingsgeld. Hij geniet wel vermindering voor één van beiden.

Een leerling die zich inschrijft voor de optie musical/muziektheater en hiervoor gerelateerde keuzevakken volgt die in andere domeinen ingericht worden, betaalt slechts éénmaal inschrijvingsgeld.

De academie stort het inschrijvingsgeld door aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten.

Er zijn afzonderlijke tarieven voor jongeren -18 jaar, voor volwassenen -25 jaar, voor volwassenen vanaf 25 jaar. Het gaat steeds om de leeftijd die men heeft ten laatste op 31 december van het schooljaar waarvoor men zich inschrijft.

Er zijn afzonderlijke tarieven voor verminderd inschrijvingsgeld voor jongeren -18 jaar en voor volwassenen vanaf 25 jaar. Ook hier gaat het over de leeftijd die bereikt wordt ten laatste op 31 december van het betreffende schooljaar.

Bewijsstuk leeftijdsvoorwaarde: een geldig identiteitsbewijs

Overzicht van identiteitsbewijzen die door de Centrale examencommissie Vlaanderen gehanteerd worden: https://www.vlaanderen.be/nl/onderwijs-en-wetenschap/diplomas-en-getuigschriften/infosessies-over-de-examencommissie-secundair-onderwijs/wat-een-geldig-identiteitsbewijs

6.2. Tarieven

6.2.1. Gewoon tarief voor één domein

Voor het schooljaar 2018-2019 gelden de volgende tarieven:

  • 307 euro: tenminste de leeftijd van 25 jaar bereikt hebben op 31 december van het schooljaar in kwestie;
  • 129 euro: een leeftijd hebben tussen de 18 en 24 jaar op 31 december van het schooljaar in kwestie;
  • 65 euro: de leeftijd van 18 jaar niet bereikt hebben op 31 december van het schooljaar in kwestie.

6.2.2. Verminderd tarief voor één domein

Voor het schooljaar 2018-2019 gelden de volgende tarieven:

  • 129 euro:
    • een leeftijd hebben tussen de 18 en 24 jaar op 31 december van het schooljaar in kwestie (categorie G);

OF

  • de leeftijd van 25 jaar bereikt hebben op 31 december van het schooljaar in kwestie en voldoen aan een voorwaarde voor verminderd inschrijvingsgeld (categorieën zie 4.2.3);
  • 42 euro: de leeftijd van 18 jaar niet bereikt hebben op 31 december van het betrokken schooljaar en voldoen aan een voorwaarde voor verminderd inschrijvingsgeld (categorieën zie 4.2.3.).

Vanaf het schooljaar 2019-2020 worden de tarieven jaarlijks geïndexeerd op basis van de gezondheidsindex. De bedragen worden in de loop van maart bekend gemaakt via Schooldirect en opgenomen in de omzendbrief Jaarlijkse inlichtingen voor het schooljaar x-x+1- Schoolbeheer deeltijds kunstonderwijs.

6.3. Voorwaarden en bewijsstukken voor verminderd inschrijvingsgeld

6.3.1. Algemeen

Alle verminderde tarieven worden gestaafd met een attest of document dat de geldigheid voor de korting bewijst hetzij op het moment van inschrijving hetzij in de maand september van het schooljaar waarvoor de korting wordt aangevraagd. De bewijsstukken kunnen zowel in schriftelijke als elektronische vorm, dus via e-mail, scan, foto… aan de academie overgemaakt worden.

Als de leerling op de dag van inschrijving geen attest of document kan voorleggen, maar wel in de loop van de maand september komt hij alsnog in aanmerking. Een veel gebruikte en verdedigbare werkwijze is in dit geval de leerling bij inschrijving 50% van het gewone tarief moeten betalen. De academie betaalt dan in het geval van een leerling van 25 jaar of ouder, het teveel betaalde geld terug na ontvangst van het bewijsstuk.

6.3.2. Categorieën van rechthebbenden

Om in aanmerking te komen voor het verminderd inschrijvingsgeld moet de leerling op de dag van de inschrijving aanminstens een van de volgende voorwaarden voldoen:

  • A: uitkeringsgerechtigd volledig werkloos zijn of daarmee gelijkgesteld;

Bewijsstuk:

  • een attest uitgereikt door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling

OF

  • een attest uitgereikt door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.
  • B: verplicht ingeschreven zijn als werkzoekende op grond van de reglementering in verband met de arbeidsvoorziening en de werkloosheid;

Bewijsstuk:

  • een attest uitgereikt door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB)

OF

  • een attest uitgereikt door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA).
  • C: een leefloon van het OCMW ontvangen of een uitkering die daarmee gelijkgesteld is;

Bewijsstuk:

  • een attest uitgereikt door het OCMW

OF

  • een UiTPAS met kansenstatuut op naam
  • C: een inkomensgarantie voor ouderen of een rentebijslag ontvangen;

Bewijsstuk:

  • een attest afgeleverd door de Rijksdienst voor Pensioenen;

OF

  • een UiTPAS met kansenstatuut op naam

  • D: erkend zijn als persoon met een handicap en een tegemoetkoming van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid ontvangen;

Bewijsstuk:

  • een attest dat het recht aantoont op een tegemoetkoming aan personen met een handicap dat is uitgereikt door de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid;

OF

  • een rekeninguittreksel waaruit een tegemoetkoming aan personen met een handicap blijkt van de Federale Overheidsdienst (FOD) Sociale Zekerheid;

OF

  • een European Disability Card conform het protocolakkoord van 10 oktober 2016 over het project European Disability Card tussen de Federale Regering, de Vlaamse Regering, de Waalse Regering, de Franse Gemeenschapscommissie en de Duitstalige Regering.
  • D: begunstigde zijn van een verhoogde kinderbijslag (erkend voor ten minste 66 %);

Bewijsstuk:

  • een attest van de FOD Sociale Zekerheid, met vermelding van 4 punten op het criterium ‘lichamelijke en psychische gevolgen van de handicap’;

OF

  • een attest van een kinderbijslagfonds of van het Federaal Agentschap voor de Kinderbijslag Famifed als het attest uitdrukkelijk vermeldt dat er een verhoogde kinderbijslag toegekend wordt wegens een handicap van ten minste 66%.

OF

  • een UiTPAS met kansenstatuut op naam*

  • E: in een gezinsvervangend tehuis of in een medisch-pedagogische instelling of in een pleeggezin verblijven;

Bewijsstuk: een schriftelijke of elektronische verklaring van de directie van de instelling waar de leerling verblijft of die de leerling geplaatst heeft.

  • F: het statuut van erkend politiek vluchteling bezitten;

Bewijsstuk:

OF

  • een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister in de gemeente waar de leerling verblijft;

OF

Bewijsstuk:

  • een attest van de ziekteverzekering als het een geldigheidsperiode vermeldt en een graad van arbeidsongeschiktheid of mindervaliditeit van ten minste 66%;

OF

OF

  • een attest van de Federale Overheidsdienst Sociale Zaken, met vermelding van “vermindering van het verdienvermogen tot een derde of minder van wat een valide persoon door een of ander beroep op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen”.

  • K: begunstigde zijn van de verhoogde verzekeringstegemoetkoming.

Bewijsstuk:

  • een attest van de verhoogde verzekeringstegemoetkoming door het ziekenfonds dat is uitgereikt door de overheidsinstantie die de uitkering betaalt

OF

  • een attest dat de leerling een leefloon van het OCMW ontvangt of een uitkering die daarmee gelijkgesteld is;

OF

  • een UiTPAS met kansenstatuut op naam

6.3.3. UiTPAS

Houders van een UiTPAS met kansenstatuut komen in aanmerking voor het verminderd tarief, zonder bijkomende documenten te moeten voorleggen.

De gemeente waar de leerling woont reikt de UiTPAS op naam uit . Die gemeente of UiTPAS-regio, kent het kansenstatuut toe aan een of meer van volgende groepen van rechthebbenden: begunstigden van een leefloon, een inkomensgarantie voor ouderen, verhoogde kinderbijslag of verhoogde verzekeringstegemoetkoming.

De academie kan het kansenstatuut van een UiTPAS verifiëren via sp ecifieke identificatiesoftware van Publiq, een organisatie die in opdracht van de Vlaamse Overheid het UiTPAS-systeem beheert en de lokale besturen ondersteunt .

Met deze UiTPAS met kansenstatuut kunnen lokale besturen hun inwoners met geringe financiële middelen bovendien extra korting geven, en hen zo aanmoedigen om te participeren aan het culturele- en vrijetijdsaanbod.

Meer informatie zie Publiq – UiTPAS toegepast in Deeltijds Kunstonderwijs.

6.3.4. Personen ten laste van de rechthebbenden

Iedereen zonder eigen inkomen die op hetzelfde adres woont als een rechthebb ende vermeld in 4.3.2. krijgt zelf vermindering.

Voorbeeld: Als een kind en beide ouders op hetzelfde adres wonen en één van beide ouders heeft recht op verminderd inschrijvingsgeld, maakt het niet uit bij wie het kind ten laste staat. Bij gescheiden ouders moet het kind op hetzelfde adres wonen als de ouder die recht heeft op verminderd inschrijvingsgeld.

6.3.5. Specifieke categorieën voor jongeren

Een leerling die de leeftijd van 18 jaar niet bereikt heeft op 31 december van het schooljaar heeft recht op vermindering als hij voldoet aan minstens één van de volgende voorwaarden:

  • categorie H: deel uitmaken van een leefeenheid (bijvoorbeeld: gezin, pleegezin) op de dag van de inschrijving waarvan een ander lid het inschrijvingsgeld al heeft betaald in dezelfde of een andere academie
  • categorie I : extra inschrijving in een ander domein aan dezelfde of een andere academie of de inschrijving voor de domeinoverschrijdende initiatieopleiding in combinatie met een domeinspecifieke eerste graad.

6.3.6. Bewijsstukken van andere regio’s of het buitenland

Het Agentschap voor Onderwijsdiensten beslist of een attest uitgereikt door een andere Belgische of buitenlandse overheidsinstantie gelijkwaardig bevonden wordt met de hierboven opgesomde bewijsstukken.

Inzake werkloosheid aanvaardt de verificatie:

  • voor een inwoner van het Waals gewest: een attest afgeleverd door FOREM of ONEM, met vermelding van de categorie werkloosheid, waaruit blijkt dat zij/hij uitkeringsgerechtigd volledig werkloos is of ermee gelijkgesteld;
  • voor een inwoner van het Brussels gewest: een attest afgeleverd door RVA/ONEM of actiris, met vermelding van de categorie werkloosheid, waaruit blijkt dat zij/hij uitkeringsgerechtigd volledig werkloos is of ermee gelijkgesteld.

Inzake leefloon aanvaardt de verificatie voor een inwoner van het Brussels of Waals gewest: een attest afgeleverd door het CPAS .

Voor andere attesten neemt u contact op met uw verificateur .

6.4. Bijdrageregeling

Een bijdrage is het bedrag dat een schoolbestuur aan een leerling bij zijn inschrijving kan vragen bovenop het inschrijvingsgeld. Deze bijdrage mag niet zo hoog zijn dat zij de participatiekans in het gedrang brengt.

6.4.1. Bijdrage voor regelmatige leerlingen (indien het schoolbestuur dit nodig acht)

Dergelijke bijdrage kan bijvoorbeeld gevraagd worden voor cursusmateriaal (alle benodigdheden die door het schoolbestuur als noodzakelijk voor het volgen van de opleiding worden opgegeven) en auteurs- of reprografierechten. Zij wordt aangerekend tegen kostprijs (is de aankoopprijs) en moet bij het begin van elk schooljaar geraamd en vóór de inschrijving aan de leerling meegedeeld worden.

Het staat een schoolbestuur uiteraard vrij deze kosten voor eigen rekening te nemen.

6.4.2. Bijdrage voor leerlingen in leeractiviteiten op maat of niet-regelmatige leerlingen

Een schoolbestuur kan de bijdrage voor deze leerlingen vrij bepalen, op voorwaarde dat het bedrag niet hoger ligt dan het bedrag dat een regelmatige leerling voor zijn inschrijving in een domein zou betalen.