Gefinancierde en gesubsidieerde internaten : programmatie, rationalisatie en omkadering

1. Rationalisatie- en programmatievoorwaarden.

1.1. Algemene bepalingen.

1.1.1. Toepassing rationalisatie- en programmatieplan.

Het rationalisatie- en programmatieplan is van toepassing op :

1° de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde internaten verbonden aan scholen van het gewoon basis- en secundair onderwijs, hierna gefinancierde internaten te noemen;

2° de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde autonome internaten, hierna gefinancierde internaten te noemen;

3° de door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde internaten verbonden aan gesubsidieerde scholen van het gewoon basis- of secundair onderwijs, hierna gesubsidieerde internaten te noemen;

4° de door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde autonome internaten, hierna gesubsidieerde internaten te noemen.

1.1.2. Vaststelling van het aantal regelmatige leerlingen.

Als regelmatig ingeschreven leerling wordt in aanmerking genomen de interne leerling die ingeschreven is in één van de volgende instellingen :

1° een door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde school voor gewoon of buitengewoon (vanaf het schooljaar 2002-2003) basis- of secundair onderwijs of voor hoger onderwijs;

2° een door de Vlaamse Gemeenschap erkende of gesubsidieerde school voor gewoon of buitengewoon (vanaf het schooljaar 2002-2003) basis- of secundair onderwijs;

3° een door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd, erkend of gesubsidieerd centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs;

4° een Europese school.

1.2. Rationalisatie- en programmatienorm per internaat.

1.2.1. Algemeen.

Er wordt een rationalisatienorm (= behoudsnorm) en programmatienorm (= oprichtingsnorm) vastgesteld per internaat. Per school of per gebouwencomplex kan slechts één internaat georganiseerd of gesubsidieerd worden.

Onder gebouwencomplex dient te worden verstaan de onroerende goederen gelegen op eenzelfde of op aaneengesloten kadastrale percelen.

Uiterlijk in de loop van het schooljaar van ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats, en alleszins vóór 15 juni, zal de Vlaamse Regering, na kennisname van het advies van de onderwijsinspectie van de Vlaamse Gemeenschap, een beslissing nemen over de opname van deze vestigingsplaats in de financierings- of subsidieregeling. Indien de inspectie vóór 15 juni geen advies verstrekt heeft, wordt het advies geacht gunstig te zijn.

1.2.2. Oprichtings- en behoudsnorm voor een internaat.

De oprichtingsnorm voor een door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd internaat bedraagt vanaf het schooljaar 2006-2007 veertig regelmatig ingeschreven interne leerlingen op 1 september van het schooljaar van oprichting.

De behoudsnorm voor een gefinancierd of gesubsidieerd internaat bedraagt dertig regelmatig ingeschreven interne leerlingen op 1 februari van het voorafgaand schooljaar. In een gefinancierd internaat komen de internen uit een Vlaamse autonome hogeschool eveneens in aanmerking om de behoudsnorm te bereiken. Internaten en tehuizen die niet aan de behoudsnorm voldoen, blijven gesubsidieerd of gefinancierd als het internaat of tehuis op de vorige teldag wel aan de geldende norm voldeed. Een bestaand internaat kan m.a.w. één jaar onder de behoudsnorm blijven en aldus verder gesubsidieerd/gefinancierd worden voor één jaar. Blijft een internaat twee schooljaren op rij onder de behoudsnorm dan wordt het niet langer gesubsidieerd/gefinancierd.

Indien 1 september of 1 februari een lesvrije dag is, wordt de eerstvolgende lesdag als tellingsdatum genomen.

Een internaat kan eveneens worden opgericht in het kader van een herstructurering, zijnde een fusie van bestaande internaten onmiddellijk gevolgd door een afsplitsing van een of meer internaten, met dien verstande dat het oorspronkelijk aantal internaten niet wordt overschreden. In voorkomend geval bedraagt de oprichtingsnorm dertig regelmatig ingeschreven interne leerlingen op 1 september van het schooljaar van oprichting. Deze norm is van toepassing op alle internaten die uit de herstructurering voortvloeien.

Een internaat kan eveneens worden opgericht in het kader van een herstructurering, zijnde een afsplitsing van een bestaand internaat, al dan niet na fusie, met dien verstande dat het oorspronkelijk aantal internaten wel wordt overschreden. In voorkomend geval bedraagt de oprichtingsnorm veertig regelmatige ingeschreven interne leerlingen op 1 september van het schooljaar van oprichting (bijlage 3 en bijlage 4).Deze norm is van toepassing op alle internaten die uit de herstructurering voortvloeien.

1.2.3. Financierings- en subsidiëringsvoorwaarden.

1.2.3.1. Een internaat wordt gefinancierd of gesubsidieerd indien het aan de volgende voorwaarden voldoet :

1° ofwel als autonoom internaat georganiseerd zijn onder de verantwoordelijkheid van een natuurlijk persoon, een privaatrechtelijke rechtspersoon of een publiekrechtelijke rechtspersoon, zijnde het Gemeenschapsonderwijs, een gemeentebestuur of een provinciebestuur, ofwel verbonden zijn aan een door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde instelling voor gewoon basis- of secundair onderwijs;

2° gevestigd zijn in gebouwen en lokalen die aan de voorwaarden inzake hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid voldoen;

3° de controle van de onderwijsinspectie mogelijk maken;

4° de bepalingen naleven met betrekking tot de onderwijstaal en de taalkennis van het personeel, zoals bepaald in de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs en zoals bepaald in de wet van 2 augustus 1963 op het gebruik van de talen in bestuurszaken;

5° beschikken over personeel waarvan de gezondheidstoestand de gezondheid van de leerlingen niet in gevaar brengt;

6° voldoen aan de oprichtings- respectievelijk de behoudsnorm, naargelang van het geval.

1.2.3.2. Het schoolbestuur van een gesubsidieerd internaat moet elk schooljaar een aanvraag voor subsidiëring indienen.

Het schoolbestuur van een gefinancierd internaat moet elk schooljaar een aanvraag voor financiering indienen.

Hiervoor moet de lijst van de internen als een elektronisch bestand aan AgODi, Scholen Secundair Onderwijs worden bezorgd.

1.2.4. Vaststelling van de norm van 30 of 40 interne leerlingen.

De vereiste norm van 30 of 40 interne leerlingen wordt voor de gefinancierde en gesubsidieerde internaten als volgt berekend :

1° de interne leerlingen van verschillende vestigingsplaatsen van eenzelfde internaat worden samengeteld. Een gebouw of een gebouwencomplex van een internaat kan niet terzelfdertijd een vestigingsplaats zijn van een ander internaat;

2° de interne leerlingen van de verschillende onderwijsniveaus die in een internaat verblijven worden samengeteld;

3° de interne leerlingen, regelmatig ingeschreven in verschillende scholen, die in eenzelfde internaat verblijven worden samengeteld;

4° de studenten van het gesubsidieerd hoger onderwijs die in een internaat verblijven, komen niet in aanmerking. In een gefinancierd internaat komen de internen uit een Vlaamse autonome hogeschool alleen in aanmerking om de behoudsnorm te bereiken.

1.2.5. Opname leerlingen van scholen uit een ander onderwijsnet.

Naargelang van de beschikbare plaatsen en op voorwaarde dat het schoolbestuur van de betrokken school ermee instemt, kunnen de internaten leerlingen van scholen uit een ander onderwijsnet opnemen.

1.3. Tellingsdatum voor de toekenning van werkingskredieten of werkingstoelagen.

1.3.1. De interne leerlingen waarvoor werkingskredieten of werkingstoelagen worden toegekend, worden geteld op 1 februari van het voorafgaande schooljaar. In afwijking hiervan worden in een internaat waaruit door afsplitsing een nieuw internaat is ontstaan, het aantal interne leerlingen waarvoor werkingskredieten of werkingstoelagen worden toegekend, gedurende het schooljaar van de afsplitsing, op 1 september van dat schooljaar geteld.

1.3.2. Voor internaten opgericht met toepassing van de bepalingen van rubriek 1.2.2 worden de interne leerlingen, waarvoor werkingskredieten of werkingstoelagen worden toegekend gedurende het schooljaar van oprichting geteld op 1 september van dat schooljaar. Het schooljaar nadien zijn de bepalingen van rubriek 1.3.1 van toepassing.

1.4. Controle verificatiediensten.

De verificatiediensten controleren of :

1° de wettelijke en decretale bepalingen nageleefd zijn;

2° de door het decreet toegekende werkingstoelagen of werkingskredieten uitsluitend worden aangewend voor het dekken van de uitgaven inherent aan de werking van het internaat of het tehuis.

1.5. Controle inspectiediensten.

Door de inspectiediensten zal o.m. worden nagegaan of de lokalen waarin het internaat gevestigd is voldoen aan de voorwaarden inzake hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid. Deze goedkeuring geldt voor een periode van vijf schooljaren.

1.6. Mededeling fusies van internaten.

Fusies van internaten dienen vóór 15 mei van het voorafgaande schooljaar meegedeeld te worden aan het Ministerie van Onderwijs en Vorming, Agentschap voor Onderwijsdiensten, Scholen Secundair Onderwijs door middel van een verklaring volgens het model in bijlage 1.

2. Autonome Gemeenschapsinternaten en -tehuizen.

2.1. Een internaat dat verbonden is aan een door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde school voor gewoon onderwijs of een internaat dat verbonden is aan een door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd instituut voor buitengewoon onderwijs, kan tot autonoom internaat of tot tehuis worden omgevormd.

2.2. In ieder internaat of tehuis is er een ambt van beheerder.

2.3. De rekenplichtigheid wordt waargenomen door een van de studiemeesters-opvoeder van het internaat of van het tehuis. Zij kan ook worden waargenomen door een in afwachting van een definitieve reaffectatie bij ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld lid van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel of het administratief personeel.

2.4. De Vlaamse Regering bepaalt de andere regelen die noodzakelijk zijn voor de werking en het beheer van de autonome internaten en de tehuizen.

3. Omkadering.

3.1. Er is een voltijdse betrekking van beheerder in elk gefinancierd internaat en in elk gesubsidieerd internaat. Het betreft een bevorderingsambt dat gerangschikt is in de categorie bestuurspersoneel en dat wordt toegekend hetzij aan één personeelslid, hetzij aan twee personeelsleden die dan elk met een halve opdracht worden belast (principe van "opdeelbaarheid").

3.2. Aan de gefinancierde internaten wordt in het kader van de financiering een aantal studiemeester-opvoeders toegekend. Dit aantal wordt voor het geheel der internaten (hetzij verbonden aan een basis- of secundaire school hetzij autonoom) berekend op basis van één studiemeester-opvoeder per internaat plus één studiemeester-opvoeder per reeks van 21 internen geteld op 1 februari van het voorafgaande schooljaar.

3.3. Aan de gesubsidieerde internaten wordt in het kader van de subsidiëring vanaf het schooljaar 2008-2009 volgend aantal studiemeester-opvoeders toegekend :

1° 2 indien in het internaat uitsluitend internen uit het secundair onderwijs verblijven;

2° 2,5 indien in het internaat ook internen uit het basisonderwijs verblijven.

Als datum voor vaststelling van de internen geldt 1 februari van het voorafgaande schooljaar.

3.4. Aan de gefinancierde en de gesubsidieerde internaten wordt vanaf het schooljaar 2009-2010 de volgende bijkomende omkadering toegekend :

1° het aantal organieke voltijdse betrekkingen van studiemeester-opvoeder, effectief ingericht op de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar én vastgesteld op basis van punt 3.2. of 3.3., naargelang van het geval, wordt vermenigvuldigd met 3,768 uur;

2° het resultaat van het product, dat wordt afgerond naar de hogere eenheid als het eerste cijfer na de komma groter is dan 4, vormt de bijkomende omkadering, uitgedrukt in een urenpakket.

Deze bijkomende uren moeten gebruikt worden voor de compensatie van de verhoging van de aanrekening van de nachtprestaties van de studiemeester-opvoeder. Immers, de uren aanwezigheid van een personeelslid gedurende de nacht, tussen het slapengaan en het opstaan van de interne leerlingen, worden vanaf 1 september 2009 voor 4 uur i.p.v. voor 3 uur aangerekend (zonder dat de nacht langer mag worden). Indien de extra uren ruimer zijn dan strikt noodzakelijk voor desbetreffende compensatie, dan moeten de overblijvende uren ingezet worden voor een verbetering van de arbeidsomstandigheden van de studiemeesters-opvoeder in het internaat.

4. Controle van het aantal internen in de gefinancierde en gesubsidieerde internaten.

Om de controle van het aantal internen mogelijk te maken dienen o.a. volgende documenten te worden bijgehouden. Deze documenten moeten steeds ter beschikking zijn van de verificatie- en inspectiediensten.

4.1. Een "stamboekregister in internaten" waarvan een model aan deze omzendbrief is toegevoegd (bijlage 2).

Elk internaat moet alle internen volgens de datum van inschrijving in het "stamboekregister in internaten" vermelden. In de eerste kolom van dit register wordt het stamnummer van de interne leerling vermeld. Dit nummer wordt gevormd door een numeriek veld van 7 posities. De eerste twee posities worden gevormd door het school-/academiejaar van de inschrijving en de volgende vijf door het volgnummer van de inschrijving. Een interne leerling behoudt zijn stamnummer binnen het internaat. Voorbeeld: de dertigste interne leerling die in het schooljaar 1993-1994 wordt ingeschreven krijgt als nummer 9300030.

Op het einde van elk school-/academiejaar wordt op de regel, onmiddellijk onder de laatst ingeschreven interne leerling, een volle lijn getrokken over de ganse breedte van het stamboekregister in internaten. Op de volgende regel wordt aan de linkerkant het volgende schooljaar vermeld en de nieuwe interne leerlingen bijgevoegd (opnieuw te nummeren vanaf 1).

4.2. Een aanwezigheidsregister, waarin de aan- en afwezigheden van elke interne leerling voor de duur van zijn/haar inschrijving in het internaat worden bijgehouden. De internaten zijn vrij om het model van dit register te bepalen; het mag opgemaakt worden per schooljaar of schooljaaroverschrijdend.

Aan- en afwezigheden moeten stipt worden geregistreerd, desgevallend gebruikmakend van een eigen codesysteem van het internaat. Internen die overgaan naar een ander internaat of residentiële voorziening voor de resterende periode van het schooljaar, worden vanaf de datum van overstap uitgeschreven. Gebeurt die overstap vóór 1 februari, dan worden die leerlingen uiteraard ook niet meer in aanmerking genomen bij de vaststelling van het aantal regelmatig ingeschreven internen.

5. Wijziging van een internaatsbestuur

Wanneer het internaatsbestuur gewijzigd wordt, vult u bijlage 5 in. Naams- of adreswijzigingen van het internaatsbestuur kunt u met een verwijzing naar de bijlagen van het Belgisch Staatsblad per brief of e-mail meedelen.

De overheveling van een internaat naar een ander internaatsbestuur heeft ten aanzien van het departement onderwijs en vorming uitwerking op 1 september (Decreet van 15 juli 1997 betreffende het onderwijs VIII, artikel 71).

6. Bijlagen