Decreet betreffende het onderwijs XXVIII

  • goedkeuringsdatum
    15/06/2018
  • publicatiedatum
    B.S. 17/08/2018 (pagina 65081)
  • bron

    Numac : 2018013216
  • datum laatste wijziging
    17/08/2018

HOOFDSTUK 1. Inleidende bepaling

ART 1.

Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

HOOFDSTUK 2. Wijzigingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991

ART 2.

In artikel 4, § 1, a), van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, worden de woorden "instellingen voor secundair onderwijs en deeltijds kunstonderwijs" vervangen door de zinsnede "instellingen voor secundair onderwijs, academies voor deeltijds kunstonderwijs".

ART 3.

In artikel 5, 1°, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, bekrachtigd bij het decreet van 23 december 2016, worden de woorden "de scholen voor deeltijds kunstonderwijs" vervangen door de woorden "de academies voor deeltijds kunstonderwijs".

ART 4.

In artikel 6 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in paragraaf 4 wordt het woord "opsteller" vervangen door de woorden "administratief medewerker";

2° in paragraaf 5 wordt de zinsnede "artikel II.30 en III.36 van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs" vervangen door de zinsnede "artikel 82 van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs en artikel III.36 van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016".

ART 5.

In artikel 19, § 1, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt tussen de woorden "het basisonderwijs" en de woorden "of van artikel 106" de zinsnede ", artikel 66, 1°, 2° en 6°, van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs" ingevoegd.

ART 6.

In artikel 34 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 19 juli 2013, wordt de zinsnede "filiaal," opgeheven.

ART 7.

In artikel 39bis, § 4, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009, vervangen bij het decreet van 9 juli 2010 en gewijzigd bij de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, bekrachtigd bij het decreet van 23 december 2016, en het decreet van 16 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in punt i) wordt de zinsnede "betreffende het verlof voor verminderde prestaties, gewettigd door sociale of familiale redenen, en de afwezigheid voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheid ten gunste van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding" vervangen door de woorden "betreffende het verlof en de afwezigheid voor verminderde prestaties";

2° een punt j) wordt toegevoegd, dat luidt als volgt:
"j) een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 16 oktober 2009 betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voor de personeelsleden van het onderwijs, die een personeelslid tot en met 31 augustus 2017 heeft opgenomen.".

ART 8.

In artikel 44bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 juli 1997 en gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999, 14 februari 2003, 15 juli 2005 en 4 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:

" § 1. De inrichtende macht kan een opdracht in een wervings-, selectie- of bevorderingsambt tijdelijk toewijzen aan een vastbenoemd personeelslid, dat aangesteld is in een instelling als vermeld in artikel 4, § 1, van dit decreet, in een instelling als vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, of in een centrum voor basiseducatie als vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie. Die toewijzing kan alleen na toepassing van de principes van de tijdelijke aanstelling, vermeld in hoofdstuk III, afdeling 2, van dit decreet, voor wat een wervingsambt betreft, of, als vermeld in hoofdstuk IV van dit decreet, voor wat een selectie- of bevorderingsambt betreft.";

2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:

" § 2. Het vastbenoemde personeelslid kan, met zijn instemming, geheel of gedeeltelijk afzien van de uitoefening van de opdracht waarvoor het vastbenoemd is om in een wervings-, selectie- of bevorderingsambt tijdelijk belast te worden met een andere opdracht waarvoor het niet vastbenoemd is. Het vastbenoemde personeelslid vraagt daarvoor aan zijn inrichtende macht een verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. De inrichtende macht kan dat verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen toestaan.

Het personeelslid kan het verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen, vermeld in het eerste lid, ook aanvragen aan zijn inrichtende macht om een opdracht op te nemen in een centrum voor basiseducatie, in een hogeschool, bij de inspectie of bij de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken. De inrichtende macht kan dat verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen toestaan.";

3° in paragraaf 3 worden de woorden "inzake de voorrang" vervangen door de zinsnede "betreffende de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur, vermeld in hoofdstuk III, afdeling 2,";

4° in paragraaf 5, tweede lid, wordt de zinsnede "hoofdstuk III. Werving" vervangen door de zinsnede "hoofdstuk III";

5° paragraaf 6 wordt vervangen door wat volgt:

" § 6. In dit artikel wordt met een tijdelijke aanstelling in een wervingsambt altijd een tijdelijke aanstelling van bepaalde duur bedoeld.".

ART 9.

In artikel 44ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 juli 1997, worden tussen de woorden "de vastbenoemde personeelsleden die" en de woorden "tijdelijk belast worden" de woorden "via een verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen" ingevoegd.

ART 10.

In hoofdstuk IVquinquies/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014, wordt het opschrift van afdeling 3 vervangen door wat volgt:

"Afdeling 3. Het re-integratietraject van een werknemer die het overeengekomen werk definitief niet kan uitoefenen".

ART 11.

In artikel 44quinquies decies/3 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:

" § 1. Deze afdeling is van toepassing op het vastbenoemde personeelslid voor wie de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer met toepassing van artikel I.4-73, § 4, c), van de codex over het welzijn op het werk van 28 april 2017 heeft beslist dat hij definitief ongeschikt is om het overeengekomen werk te hervatten, maar in staat is om bij de inrichtende macht een aangepast of ander werk uit te voeren, in voorkomend geval na aanpassing van de werkpost.";

2° in paragraaf 2 wordt de zin "Als het advies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer inhoudt dat het betrokken personeelslid voldoende geschikt is om een andere functie uit te oefenen en als de inrichtende macht en het personeelslid ermee akkoord gaan om dat advies te volgen, sluiten de inrichtende macht en het betrokken personeelslid een schriftelijke overeenkomst betreffende de vorm van tewerkstelling." vervangen door de zin "Als conform artikel I.4-74 en I.4-75 van de codex over het welzijn op het werk van 28 april 2017, de inrichtende macht en het personeelslid ermee akkoord gaan om die beslissing en het door de inrichtende macht uitgewerkte re-integratieplan te volgen, sluiten de inrichtende macht en het personeelslid een schriftelijke overeenkomst over de vorm van tewerkstelling.";

3° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:

"Als de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, vermeld in artikel I.4-73, § 4, c), van de codex over het welzijn op het werk van 28 april 2017, niet leidt tot een overeenkomst over tewerkstelling, is artikel 51sexies van dit decreet, van toepassing.".

ART 12.

In titel II van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 12 juli 2013, wordt in het opschrift van hoofdstuk X de zinsnede "of een filiaal, bij de samensmelting van filialen" opgeheven.

ART 13.

In artikel 74bis1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009 en gewijzigd bij de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, bekrachtigd bij het decreet van 27 mei 2011, bij de decreten van 25 april 2014 en 3 juli 2015, en bij de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, bekrachtigd bij het decreet van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in paragraaf 1, 1°, wordt punt b) opgeheven;

2° aan paragraaf 1, 1°, wordt een punt d) toegevoegd, dat luidt als volgt:
"d) in het deeltijds kunstonderwijs: de overheveling van een of meer structuuronderdelen in een bepaalde vestigingsplaats als vermeld in artikel 131 van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs;";

3° in paragraaf 1 worden punt 2° en punt 3° opgeheven;

4° in paragraaf 2 wordt de zin "Wanneer één van de volgende situaties zich voordoet, stellen de betrokken inrichtende machten, en in het deeltijds kunstonderwijs ook de andere instanties die bij de organisatie van het filiaal betrokken zijn, ten behoeve van de situatie van het personeel een schriftelijke overeenkomst op:
1° de overheveling van een vestigingsplaats of een filiaal naar een instelling van een andere inrichtende macht;
2° de samensmelting tot een nieuwe instelling van een andere inrichtende macht." vervangen door de zin "Bij de overheveling van een vestigingsplaats naar een instelling van een andere inrichtende macht stellen de betrokken inrichtende machten, en in het deeltijds kunstonderwijs ook de andere instanties die bij de organisatie van de vestigingsplaats betrokken zijn, ten behoeve van de situatie van het personeel een schriftelijke overeenkomst op.";

5° in paragraaf 2, tweede lid, 1°, worden de woorden "of het filiaal" en de woorden "of de samensmelting" opgeheven;

6° in paragraaf 2, tweede lid, 2°, worden de woorden "of de samensmelting" opgeheven;

7° in paragraaf 3 worden de woorden "of het filiaal" telkens opgeheven;

8° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "of de samensmelting" telkens opgeheven;

9° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "of waartoe de nieuwe instelling na de samensmelting van filialen behoort" opgeheven;

10° in paragraaf 3, tweede en derde lid, worden de woorden "of voor de samensmelting" en de woorden "of de nieuwe instelling na de samensmelting" opgeheven.

HOOFDSTUK 3. Wijzigingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991

ART 14.

In artikel 2 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, worden de woorden "en de instellingen van het secundair onderwijs en deeltijds kunstonderwijs" vervangen door de zinsnede ", de instellingen van het secundair onderwijs en de academies voor deeltijds kunstonderwijs".

ART 15.

In artikel 3, 3°, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, bekrachtigd bij het decreet van 23 december 2016, worden de woorden "de scholen voor deeltijds kunstonderwijs" vervangen door de woorden "de academies voor deeltijds kunstonderwijs".

ART 16.

In artikel 4 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in paragraaf 4 wordt het woord "opsteller" vervangen door de woorden "administratief medewerker";

2° in paragraaf 5 wordt de zinsnede "artikel II.30 of III.36 van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs" vervangen door de zinsnede "artikel 82 van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs en artikel III.36 van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016".

ART 17.

In artikel 29 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 19 juli 2013, wordt de zinsnede "filiaal," opgeheven.

ART 18.

Aan artikel 42bis, § 4, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009, vervangen bij het decreet van 9 juli 2010 en gewijzigd bij de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, bekrachtigd bij het decreet van 23 december 2016, en het decreet van 16 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in punt j) wordt de zinsnede "betreffende het verlof voor verminderde prestaties, gewettigd door sociale of familiale redenen, en de afwezigheid voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheid ten gunste van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding" vervangen door de zinsnede "betreffende het verlof en de afwezigheid voor verminderde prestaties";

2° een punt k) wordt toegevoegd, dat luidt als volgt:

"k) een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 16 oktober 2009 betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voor de personeelsleden van het onderwijs, die een personeelslid tot en met 31 augustus 2017 heeft opgenomen.".

ART 19.

In artikel 55bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 juli 1997 en gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999, 14 februari 2003, 15 juli 2005, 13 juli 2007 en 4 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° paragraaf 1 en 2 worden vervangen door wat volgt:

" § 1. De directeur kan een opdracht in een wervingsambt tijdelijk toewijzen aan een vastbenoemd personeelslid of aan een personeelslid dat is toegelaten tot de proeftijd, dat aangesteld is in een instelling als vermeld in artikel 2, § 1, van dit decreet, in een instelling als vermeld in artikel 4, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 of in een centrum voor basiseducatie als vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie. Die toewijzing is alleen mogelijk na toepassing van de principes van de tijdelijke aanstelling, vermeld in hoofdstuk III, afdeling 2, van dit decreet.

De raad van bestuur - voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum: de afgevaardigd bestuurder - kan een opdracht in een selectie- of bevorderingsambt tijdelijk toewijzen aan een vastbenoemd personeelslid of een personeelslid dat is toegelaten tot de proeftijd, dat aangesteld is in een instelling als vermeld in artikel 2, § 1, van dit decreet, in een instelling als vermeld in artikel 4, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 of in een centrum voor basiseducatie als vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie. Die toewijzing is alleen mogelijk na toepassing van de principes van de tijdelijke aanstelling, vermeld in hoofdstuk V van dit decreet.

§ 2. Het vastbenoemde personeelslid kan, met zijn instemming, geheel of gedeeltelijk afzien van de uitoefening van de opdracht waarvoor het vastbenoemd is om in een wervings-, selectie- of bevorderingsambt tijdelijk belast te worden met een andere opdracht waarvoor het niet vastbenoemd is. Het vastbenoemde personeelslid vraagt daarvoor aan het college van directeurs van de scholengroep - voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum aan de afgevaardigd bestuurder - een verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. Het college van directeurs van de scholengroep - voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum: de afgevaardigd bestuurder - kan dat verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen toestaan.

Het personeelslid kan het verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen, vermeld in het eerste lid, ook aanvragen aan het college van directeurs van de scholengroep - voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum aan de afgevaardigd bestuurder - om een opdracht op te nemen in een centrum voor basiseducatie, in een hogeschool, bij de inspectie of bij de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken. Het college van directeurs van de scholengroep - voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum: de afgevaardigd bestuurder - kan dat verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen toestaan.";

2° in paragraaf 3 wordt de zinsnede "en de voorrang, ofwel de waarnemende aanstelling in selectie- en bevorderingsambten" vervangen door de zinsnede "en de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur, vermeld in hoofdstuk III, afdeling 2, ofwel de waarnemende aanstelling in selectie- en bevorderingsambten, vermeld in hoofdstuk V";

3° in paragraaf 5, tweede lid, wordt de zinsnede "hoofdstuk III. Wervingsambten" vervangen door de zinsnede "hoofdstuk III";

4° paragraaf 6 wordt opgeheven;

5° paragraaf 7 wordt vervangen door wat volgt:

" § 7. In dit artikel wordt met een tijdelijke aanstelling in een wervingsambt altijd een tijdelijke aanstelling van bepaalde duur bedoeld.".

ART 20.

In artikel 55ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 juli 1997, worden tussen de woorden "de vastbenoemde personeelsleden die" en de woorden "tijdelijk belast worden" de woorden "via een verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen" ingevoegd.

ART 21.

In hoofdstuk Vquinquies/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014, wordt het opschrift van afdeling 3 vervangen door wat volgt:

"Afdeling 3. Het re-integratietraject van een werknemer die het overeengekomen werk definitief niet kan uitoefenen".

ART 22.

In artikel 55vicies/3 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:

" § 1. Deze afdeling is van toepassing op het vastbenoemde personeelslid voor wie de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer met toepassing van artikel I.4-73, § 4, c), van de codex over het welzijn op het werk van 28 april 2017, heeft beslist dat hij definitief ongeschikt is om het overeengekomen werk te hervatten, maar in staat is om bij de inrichtende macht een aangepast of ander werk uit te voeren, in voorkomend geval na aanpassing van de werkpost.";

2° in paragraaf 2 wordt de zin "Als het advies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer inhoudt dat het betrokken personeelslid voldoende geschikt is om een andere functie uit te oefenen en als de inrichtende macht en het personeelslid ermee akkoord gaan om dat advies te volgen, sluiten de inrichtende macht en het betrokken personeelslid een schriftelijke overeenkomst betreffende de vorm van tewerkstelling." vervangen door de zin "Als conform artikel I.4-74 en I.4-75 van de codex over het welzijn op het werk van 28 april 2017, het schoolbestuur en het personeelslid ermee akkoord gaan om die beslissing en het door het schoolbestuur uitgewerkte re-integratieplan te volgen, sluiten het schoolbestuur en het personeelslid een schriftelijke overeenkomst over de vorm van tewerkstelling.";

3° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:

"Als de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, vermeld in artikel I.4-73, § 4, c), van de codex over het welzijn op het werk van 28 april 2017, niet leidt tot een overeenkomst over tewerkstelling, is artikel 77sexies van toepassing.".

ART 23.

In artikel 56/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009 en gewijzigd bij de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, bekrachtigd bij het decreet van 27 mei 2011, bij het decreet van 3 juli 2015 en bij de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, bekrachtigd bij het decreet van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in paragraaf 1, 1°, wordt punt b) opgeheven;

2° aan paragraaf 1, 1°, wordt een punt d) toegevoegd, dat luidt als volgt:

"d) in het deeltijds kunstonderwijs: de overheveling van een of meer structuuronderdelen in een bepaalde vestigingsplaats als vermeld in artikel 131 van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs;";

3° in paragraaf 1 worden punt 2° en punt 3° opgeheven;

4° in paragraaf 2 wordt de zin "Wanneer één van de volgende situaties zich voordoet, stellen de betrokken inrichtende machten, en in het deeltijds kunst-onderwijs ook de andere instanties die bij de organisatie van het filiaal betrokken zijn, ten behoeve van de situatie van het personeel een schriftelijke overeenkomst op:
1° de overheveling van een vestigingsplaats of een filiaal naar een instelling van een andere inrichtende macht;
2° de samensmelting tot een nieuwe instelling van een andere inrichtende macht." vervangen door de zin "Bij de overheveling van een vestigingsplaats naar een instelling van een andere inrichtende macht stellen de betrokken inrichtende machten, en in het deeltijds kunstonderwijs ook de andere instanties die bij de organisatie van de vestigingsplaats betrokken zijn, ten behoeve van de situatie van het personeel een schriftelijke overeenkomst op.";

5° in paragraaf 2, tweede lid, 1°, worden de woorden "of het filiaal" en de woorden "of de samensmelting" opgeheven;

6° in paragraaf 2, tweede lid, 2°, worden de woorden "of de samensmelting" opgeheven;

7° in paragraaf 3 worden de woorden "of het filiaal" telkens opgeheven;

8° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "of de samensmelting" telkens opgeheven;

9° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "of waartoe de nieuwe instelling na de samensmelting behoort" opgeheven;

10° in paragraaf 3, tweede en derde lid, worden de woorden "of voor de samensmelting" en de woorden "of de nieuwe instelling na de samensmelting" opgeheven.

ART 24.

In het opschrift van hoofdstuk VI van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 12 juli 2013, wordt de zinsnede "of een filiaal, bij de samensmelting van filialen" opgeheven.

HOOFDSTUK 4. Wijzigingen van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997

ART 25.

Aan artikel 3, 52bis/2, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2012, wordt de volgende zinsnede toegevoegd:
"of de leerling is een niet-begeleide minderjarige vreemdeling als vermeld in artikel 479 van de programmawet I van 24 december 2002".

ART 26.

Artikel 21 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 20 oktober 2000 en gewijzigd bij het decreet van 19 juli 2013, wordt vervangen door wat volgt:

"Art. 21. Een school registreert elke inschrijving binnen zeven kalenderdagen, en uiterlijk op de eerste dag van de effectieve lesbijwoning, in de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, met vermelding van het moment van de inschrijving en de datum van de voorziene start van de lesbijwoning.

Als de leerling in kwestie al was ingeschreven in een school, meldt de administratieve toepassing voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, deze inschrijving automatisch als schoolverandering aan de vorige school, met vermelding van de datum van de voorziene start van de lesbijwoning.

Bij een inschrijving voor het volgende schooljaar, die plaatsvindt vóór 1 juli van het voorafgaande schooljaar, meldt de administratieve toepassing voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, de schoolverandering aan de oude school op 1 juli.

Een leerling kan uitgeschreven worden op basis van een melding van schoolverandering van de leerling in kwestie door de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. Als de voorziene start van de lesbijwoning niet gepland wordt op de eerste schooldag van september, blijft de leerling tot die datum ingeschreven in de oude school.".

ART 27.

In artikel 31 van hetzelfde decreet, hersteld bij het decreet van 4 april 2014 en gewijzigd bij de decreten van 19 juni 2015 en 17 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in de bestaande tekst, die paragraaf 1 zal vormen, worden de woorden "worden tussen de betrokken scholen leerlingengegevens overgedragen onder de volgende gezamenlijke voorwaarden" vervangen door de zinsnede "draagt de oude school de leerlingengegevens over aan de nieuwe school, onder de volgende voorwaarden";

2° er wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt:

" § 2. Paragraaf 1 is, met uitzondering van het eerste lid, 4°, ook van toepassing bij schoolverandering van basisonderwijs naar secundair onderwijs.".

ART 28.

In artikel 37quater decies van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 25 november 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in paragraaf 1 worden tussen de woorden "een niet-gerealiseerde inschrijving" en ", een schriftelijke klacht" de woorden "of een uitschrijving" ingevoegd;

2° aan het eerste lid van paragraaf 2 worden de woorden "of de uitschrijving" toegevoegd;

3° in paragraaf 3 wordt tussen de woorden "niet-gerealiseerde inschrijving" en "gegrond acht" de woorden "of de uitschrijving" toegevoegd;

4° in paragraaf 4 wordt tussen de woorden "niet afdoende gemotiveerd acht" en "kan de leerling" de woorden "of de uitschrijving onterecht acht" toegevoegd.

ART 29.

In artikel 37quindecies van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 25 november 2011 en 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in paragraaf 1 worden tussen de woorden "niet-gerealiseerde inschrijving" en "start het LOP" de woorden "of een uitschrijving" ingevoegd;

2° in paragraaf 3 worden tussen de woorden "van de weigeringsbeslissing" en "De CLR" de woorden "of de uitschrijving" ingevoegd;

3° in paragraaf 4 worden tussen de woorden "weigeringsbeslissing" en "gegrond acht" de woorden "of uitschrijving" ingevoegd;

4° in paragraaf 5 wordt tussen de woorden "niet afdoende gemotiveerd" en "kan de leerling" de woorden "of de uitschrijving onterecht acht" ingevoegd.

ART 30.

In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt een artikel 54bis ingevoegd, dat luidt als volgt:

"Art. 54bis. In afwijking van artikel 53 en 54 ontvangen de leerlingen die het getuigschrift basisonderwijs niet behalen in het schooljaar 2017-2018, geen getuigschrift dat aangeeft welke doelen de leerling wel bereikt heeft, maar een verklaring met het aantal en soort gevolgde jaren lager onderwijs, een schriftelijke motivering waarom het getuigschrift basisonderwijs niet uitgereikt werd, alsook aandachtspunten voor de toekomst.".

ART 31.

In artikel 125quinquies, § 4, tweede lid, 3°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014 en gewijzigd bij het decreet van 17 juni 2016, wordt de zinsnede "2018 of" opgeheven.

HOOFDSTUK 5. Wijzigingen van het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad

ART 32.

In artikel 33 van het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad wordt de zinsnede "zoals bedoeld in artikel V.21 van het decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs XIII-Mozaïek" opgeheven.

HOOFDSTUK 6. Wijzigingen van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaams Agentschap voor Ondernemingsvorming - Syntra Vlaanderen"

ART 33.

In artikel 2 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap « Vlaams Agentschap voor Ondernemingsvorming - Syntra Vlaanderen », gewijzigd bij het decreet van 20 april 2012, wordt punt 5° opgeheven.

ART 34.

In artikel 10, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 20 april 2012, worden de woorden "leertrajectbegeleider en" opgeheven.

ART 35.

In hoofdstuk IX van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 10 juni 2016, wordt afdeling 2, die bestaat uit artikel 39, opgeheven.

ART 36.

In artikel 42, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 20 april 2012, wordt de zinsnede "en het overeenkomstig artikel 39, 6°, uitgeoefende toezicht door de leertrajectbegeleiders," opgeheven.

ART 37.

In artikel 43, tweede lid van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 20 april 2012, wordt de zinsnede ", de praktijkcommissie" opgeheven.

ART 38.

In artikel 44, tweede lid, 2°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 20 april 2012, wordt punt a) opgeheven.

ART 39.

Artikel 48 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.

HOOFDSTUK 7. Wijzigingen van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap

ART 40.

Aan artikel 9 van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, gewijzigd bij de decreten van 8 mei 2009 en 16 juni 2017, wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt:

" § 3. In afwijking van paragraaf 1 en 2 kan een toelage worden toegekend aan een pleegkind of pleeggast als vermeld in artikel 2, 8° en 10°, van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg, op voorwaarde dat het pleegkind of de pleeggast langer dan een jaar onafgebroken bij hetzelfde pleeggezin verblijft.".

ART 41.

In artikel 53/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2012 en gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in het tweede lid wordt de datum "1 september" vervangen door de datum "1 augustus";

2° in het tweede lid wordt de datum "1 juni" vervangen door de datum "1 mei";

3° er wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:

"De wettelijke vertegenwoordiger van de leerling of de student reageert uiterlijk op 1 juni van het lopende schooljaar op de melding van de start van het onderzoek.".

ART 42.

In artikel 55 van hetzelfde decreet wordt de datum "1 september" vervangen door de zinsnede "de laatste maandag van augustus".

HOOFDSTUK 8. Wijzigingen van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs

ART 43.

In artikel 63, § 1bis, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, ingevoegd bij het decreet van 29 juni 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in het eerste lid worden tussen het woord "Vorming" en het woord "individuele" de woorden "aantoonbaar een" ingevoegd;

2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:

"Het centrum voor volwassenenonderwijs legt in samenspraak met de cursist het leertraject vast en houdt daarbij rekening met de startcompetenties en het eindperspectief van de cursist.".

ART 44.

In artikel 196quater, § 5, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 16 maart 2018, wordt de zinsnede "vanaf het daaropvolgende schooljaar berekend op basis van de financierbare of subsidieerbare cursisten die tijdens de voorafgaande referteperiode geregistreerd werden in de opleidingen die met de middelen, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, georganiseerd werden." vervangen door de zinsnede "het daaropvolgende schooljaar berekend op basis van het aandeel van elk centrum binnen het totale aantal LUC die tijdens de voorafgaande referteperiode gegenereerd werden in opleidingen van de leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal en Nederlands tweede taal en van de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4.".

HOOFDSTUK 9. Wijzigingen van het decreet van 6 juni 2008 houdende het instellen van een rookverbod in onderwijsinstellingen en centra voor leerlingenbegeleiding

ART 45.

Artikel 2 van het decreet van 6 juni 2008 houdende het instellen van een rookverbod in onderwijsinstellingen en centra voor leerlingenbegeleiding, gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, bekrachtigd bij het decreet van 23 december 2016, wordt opgeheven.

ART 46.

Artikel 3 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:

"Art. 3. Dit decreet is van toepassing op alle vestigingsplaatsen van:
1° de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen voor basisonderwijs, scholen voor secundair onderwijs, academies deeltijds kunstonderwijs, centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, wat de leertijd betreft, en centra voor deeltijdse vorming;
2° de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;
3° de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde internaten en tehuizen;
4° de andere scholen en centra voor onderwijs als die dezelfde vestigingsplaatsen in gebruik nemen als de vestigingsplaatsen, vermeld in punt 1°, 2° of 3°. ".

ART 47.

Artikel 4 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:

"Art. 4. Er geldt een absoluut en permanent verbod op het roken van producten op basis van tabak of van soortgelijke producten.".

ART 48.

In artikel 5 van hetzelfde decreet wordt het woord "infrastructuur" vervangen door het woord "vestigingsplaatsen".

ART 49.

In artikel 6 van hetzelfde decreet wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:

"De bepalingen, vermeld in artikel 4, worden in voorkomend geval opgenomen in:
1° het school-, internaats- of centrumreglement; het betrokken school-, internaats- of centrumbestuur kan bijkomend aan leerlingen een rookverbod bij extra-murosactiviteiten opleggen;
2° het arbeidsreglement; het betrokken school-, internaats- of centrumbestuur kan bijkomend aan zijn personeelsleden een rookverbod opleggen bij de uitoefening van hun opdrachten buiten de vestigingsplaatsen, vermeld in artikel 3;
3° de reglementen en contractuele verbintenissen waarin de voorwaarden van de verhuur aan of het gebruik door derden van de vestigingsplaatsen, vermeld in artikel 3, worden vastgelegd.".

ART 50.

Artikel 8 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.

ART 51.

In artikel 9 van hetzelfde decreet wordt het woord "inspectie" vervangen door het woord "onderwijsinspectie".

HOOFDSTUK 10. Wijzigingen van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap

ART 52.

In artikel 3 van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, gewijzigd bij de decreten van 8 mei 2009, 19 juli 2013, 21 maart 2014, 10 juni 2016, 17 juni 2016 en 16 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° punt 16° wordt vervangen door wat volgt:

"16° trajectbegeleider: het aangewezen personeelslid dat in het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs belast is met trajectbegeleiding; de gemandateerde persoon die in het centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen belast is met trajectbegeleiding;";

2° punt 17° wordt opgeheven.

ART 53.

In artikel 40, eerste lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 21 december 2012, worden de woorden "de ondernemersopleiding" vervangen door de woorden "het ondernemerschapstraject".

ART 54.

In artikel 42bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011 en gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, wordt de zinsnede "houder zijn van studiebewijzen, uitgereikt door andere scholen of centra dan de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen en centra" vervangen door de woorden "overstappen van een school of centrum met een buitenlands onderwijssysteem of van een school die of centrum dat is erkend door de Franse of Duitstalige Gemeenschap van België".

ART 55.

In artikel 43 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in het eerste lid worden de woorden "de praktijkcommissie" vervangen door de woorden "de raad van bestuur van Syntra Vlaanderen";

2° het tweede lid wordt opgeheven.

ART 56.

In artikel 45, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011, worden de woorden "trajectbegeleider Syntra Vlaanderen" vervangen door de woorden "centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen".

ART 57.

In artikel 49bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011 en gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° de zinsnede "houder zijn van studiebewijzen, uitgereikt door andere scholen of centra dan de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen en centra" wordt vervangen door de woorden "overstappen van een school of centrum met een buitenlands onderwijssysteem of van een school die of centrum dat is erkend door de Franse of Duitstalige Gemeenschap van België";

2° de woorden "een gunstige beslissing van Syntra Vlaanderen" worden vervangen door de woorden "een gunstige beslissing van de klassenraad van een door de betrokken personen gekozen centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen";

3° de woorden "Bij de beslissing houdt Syntra Vlaanderen rekening met" worden vervangen door de woorden "Bij de beslissing houdt de klassenraad rekening met".

ART 58.

In artikel 75 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in het eerste lid wordt het woord "begeleidingsteam" vervangen door het woord "klassenraad";

2° in het tweede lid worden de woorden "Het begeleidingsteam" en de woorden "het begeleidingsteam" respectievelijk vervangen door de woorden "De klassenraad" en de woorden "de klassenraad";

3° in het derde lid worden de woorden "Het begeleidingsteam" vervangen door de woorden "De klassenraad".

ART 59.

In artikel 76 van hetzelfde decreet worden de woorden "Het begeleidingsteam" telkens vervangen door de woorden "De klassenraad" en worden de woorden "het begeleidingsteam" vervangen door de woorden "de klassenraad".

ART 60.

In artikel 77 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 17 juni 2016 en gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, worden de woorden "Het begeleidingsteam" telkens vervangen door de woorden "De klassenraad".

ART 61.

In artikel 78 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 16 juni 2017, worden de woorden "Het begeleidingsteam" vervangen door de woorden "De klassenraad" en worden de woorden "het begeleidingsteam" vervangen door de woorden "de klassenraad".

ART 62.

In artikel 80/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in het eerste lid worden de woorden "Syntra Vlaanderen is" vervangen door de woorden "De centra zijn";

2° in het tweede lid worden de woorden "Syntra Vlaanderen" vervangen door de woorden "de centra waar ze een studiebewijs hebben behaald of bij de Vlaamse Gemeenschap".

ART 63.

In artikel 82 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 8 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in paragraaf 1, 3°, worden de woorden "Syntra Vlaanderen" vervangen door de woorden "het begeleidingsteam";

2° in paragraaf 2, 3°, worden de woorden "Syntra Vlaanderen" vervangen door de woorden "het begeleidingsteam";

3° in paragraaf 3, 4°, worden de woorden "Syntra Vlaanderen" vervangen door de woorden "het begeleidingsteam".

ART 64.

In artikel 82 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 8 mei 2009 en gewijzigd bij het decreet van 15 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in paragraaf 1, 3°, worden de woorden "het begeleidingsteam" vervangen door de woorden "de klassenraad";

2° in paragraaf 2, 3°, worden de woorden "het begeleidingsteam" vervangen door de woorden "de klassenraad";

3° in paragraaf 3, 4°, worden de woorden "het begeleidingsteam" vervangen door de woorden "de klassenraad".

ART 65.

Artikel 93, § 1, van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:

" § 1. De centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen worden gesubsidieerd op basis van de vigerende regelgeving betreffende de erkenning en de subsidiëring van de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen in uitvoering van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen, zoals gewijzigd.".

HOOFDSTUK 11. Wijzigingen van het decreet van 13 februari 2009 houdende de organisatie van schoolsport

ART 66.

Artikel 2 van het decreet van 13 februari 2009 houdende de organisatie van schoolsport wordt vervangen door wat volgt:

"Art. 2. Schoolsport is het geheel van extracurriculaire sport- en bewegingsactiviteiten, inclusief initiatieven ter beperking van sedentair gedrag, in schools en naschools verband voor de leerlingen uit het basisonderwijs en secundair onderwijs, met bijzondere aandacht voor die leerlingen die via het bestaande aanbod van sport- en bewegingsactiviteiten buiten schools verband niet worden bereikt.

Schoolsport heeft als doel om leerlingen uit het basisonderwijs en secundair onderwijs te stimuleren om deel te nemen aan sport- en bewegingsactiviteiten, zowel in georganiseerd verband binnen een sportvereniging, als in los of anders georganiseerd of ongeorganiseerd verband, om een gezonde levensstijl en een levenslange deelname aan sport- en bewegingsactiviteiten te stimuleren.

De organisatie van schoolsport omvat:
1° de innovatie, de planning en de uitvoering van de schoolsport;
2° het stimuleren van de wisselwerking tussen het vak- of leergebied lichamelijke opvoeding en de schoolsport enerzijds, en de schoolsport en de lokale sportactiviteiten anderzijds.".

ART 67.

Artikel 3 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:

"Art. 3. De Vlaamse Regering kan een vereniging zonder winstoogmerk of stichting voor de organisatie van schoolsport, opgericht conform de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen, subsidiëren als aan al de volgende voorwaarden voldaan wordt:
1° uit de statuten blijkt dat in de algemene vergadering en/of de raad van bestuur van de vereniging alleszins vertegenwoordigers zijn opgenomen van:
a) het Gemeenschapsonderwijs en de representatieve verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs;
b) de Vlaamse Sportfederatie, de Bond voor Lichamelijke Opvoeding, het Vlaams Instituut voor Sportbeheer en Recreatiebeleid;
c) vertegenwoordigers van de non-profitsector die affiniteit hebben met schoolsport;
2° er wordt een subsidieovereenkomst met de Vlaamse Regering afgesloten. In die overeenkomst worden ook de door de Vlaamse Regering aangewezen experten opgenomen die als waarnemer de algemene vergadering en/of de raad van bestuur van de vereniging bijwonen;
3° er wordt vierjaarlijks een werkingsverslag voorgelegd, waaruit blijkt dat de bepalingen uit de subsidieovereenkomst werden gerealiseerd;
4° er wordt jaarlijks een jaarplan, een begroting, een jaarverslag en een jaarrekening voorgelegd;
5° de principes over deugdelijk bestuur worden gerespecteerd.".

HOOFDSTUK 12. Wijzigingen van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur

ART 68.

Aan artikel 8 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:

"Deelkwalificaties zijn samenhangende gehelen van competenties uit eenzelfde beroepskwalificatie die uitstroomkansen bieden in een smaller deel van de arbeidsmarkt dan de volledige beroepskwalificatie. Deelkwalificaties worden afgebakend tijdens de opmaak van een beroepskwalificatie en hebben geen eigen inschalingsniveau.".

69.

HOOFDSTUK 13. Wijzigingen van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs

ART 70.

Artikel 27/1 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2012 en vervangen bij het decreet van 19 juni 2015, wordt opgeheven.

HOOFDSTUK 14. Wijzigingen van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010

ART 71.

Artikel 44 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 3 juli 2015, wordt opgeheven.

ART 72.

In artikel 51 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014 en gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, worden in het vierde lid de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in punt 3° wordt de zinsnede "2018 of" opgeheven;

2° een punt 4° wordt toegevoegd, dat luidt als volgt:

"4° indien de school met een vereniging van gemeenten als schoolbestuur wordt overgenomen door een schoolbestuur dat geen vereniging van gemeenten is.".

ART 73.

In artikel 112 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 4 april 2014 en gewijzigd bij het decreet van 17 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in het eerste lid, 9°, b), wordt de zinsnede "of Syntra Vlaanderen elke genomen beslissing van, naargelang van het geval, de klassenraad of Syntra Vlaanderen" vervangen door de woorden "of het centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen elke genomen beslissing van de klassenraad";

2° in het eerste lid, 9°, c), wordt de zinsnede ", naargelang van het geval, de klassenraad of Syntra Vlaanderen" vervangen door de woorden "de klassenraad";

3° in het derde lid worden de woorden "Syntra Vlaanderen" vervangen door de woorden "het centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen".

ART 74.

In artikel 115/1, eerste lid, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011 en gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, wordt de zinsnede "houder zijn van studiebewijzen, uitgereikt door andere scholen dan de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen" vervangen door de woorden "overstappen van een school met een buitenlands onderwijssysteem of van een school die is erkend door de Franse of Duitstalige Gemeenschap van België".

ART 75.

In artikel 123/2 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014, wordt de zinsnede "in kwestie of door Syntra Vlaanderen, naargelang van het geval," vervangen door de zinsnede "of het centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen in kwestie".

ART 76.

In artikel 123/7, eerste lid, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 4 april 2014 en vernummerd bij het decreet van 17 juni 2016, wordt de zinsnede ", het centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen of Syntra Vlaanderen," vervangen door de zinsnede "of het centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen,".

ART 77.

In artikel 123/19 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 4 april 2014 en vernummerd bij het decreet van 17 juni 2016, worden de woorden "respectievelijk Syntra Vlaanderen" en de woorden "in het secundair onderwijs respectievelijk de leertijd" opgeheven.

ART 78.

In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt een artikel 209/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:

"Art. 209/1. § 1. Voor een school die tot een scholengemeenschap is toegetreden, wordt het aantal wekelijkse uren-leraar verhoogd onder de volgende voorwaarden:
1° het totale aantal regelmatige leerlingen van het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B van de eerste graad van alle scholen van elke onderwijszone waarin de scholengemeenschap in kwestie ligt, stijgt minimaal met een door de Vlaamse Regering enerzijds te bepalen percentage en anderzijds te bepalen absoluut aantal op de eerste lesdag van oktober ten opzichte van de eerste lesdag van februari van het voorafgaande schooljaar;
2° het totale aantal regelmatige leerlingen van het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B van de eerste graad van alle scholen van de scholengemeenschap in kwestie stijgt minimaal met een door de Vlaamse Regering enerzijds te bepalen percentage en anderzijds te bepalen absoluut aantal op de eerste lesdag van oktober ten opzichte van de eerste lesdag van februari van het voorafgaande schooljaar;
3° het totale aantal regelmatige leerlingen van het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B van de school in kwestie stijgt minimaal met een door de Vlaamse Regering enerzijds te bepalen percentage en anderzijds te bepalen absoluut aantal op de eerste lesdag van oktober ten opzichte van de eerste lesdag van februari van het voorafgaande schooljaar;
4° tijdens het schooljaar waarop de verhoging van het aantal wekelijkse uren-leraar betrekking heeft, mag de school in kwestie geen uren-leraar overdragen naar een andere school of naar het volgend schooljaar; het schoolbestuur mag tijdens het schooljaar waarop de verhoging van het aantal wekelijkse uren-leraar betrekking heeft, geen uren-leraar aan de school in kwestie onttrekken in het kader van een herverdeling van uren-leraar;
5° de stijging van het aantal leerlingen in het eerste leerjaar A of het eerste leerjaar B in de school in kwestie mag niet het gevolg zijn van een fusie of afsplitsing van scholen met eerste graad waarbij zij is betrokken of van een overheveling van de eerste graad tussen scholen waarbij zij is betrokken;
6° de extra uren-leraar mogen door de school in kwestie enkel worden aangewend in het eerste leerjaar A of het eerste leerjaar B en voor zover er zich een stijging van het aantal leerlingen in desbetreffend leerjaar voordoet.

§ 2. De extra uren-leraar worden op basis van volgende modaliteiten op het niveau van de school in kwestie berekend:
1° het verschil in leerlingenaantal tussen de eerste lesdag van oktober ten opzichte van de eerste lesdag van februari van het voorgaande schooljaar wordt afzonderlijk voor het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B vastgesteld. Als de stijging van het leerlingenaantal in het ene leerjaar gepaard gaat met een geringere daling in het andere leerjaar, dan wordt de `netto' stijging, toegepast op het leerjaar waarin de stijging zich voordoet, voor de berekening in aanmerking genomen;
2° het verschil, als het een stijging betreft, voor het eerste leerjaar A wordt vermenigvuldigd met een leerlingencoëfficiënt die de Vlaamse Regering bepaalt;
3° het verschil, als het een stijging betreft, voor het eerste leerjaar B wordt vermenigvuldigd met een leerlingencoëfficiënt die de Vlaamse Regering bepaalt;
4° de som van de resultaten van de vermenigvuldigingen, vermeld in punt 2° en 3°, geeft de extra uren-leraar voor de school. Als het eindresultaat uitkomt op een cijfer van vijf of meer na de komma, wordt het afgerond naar de hogere eenheid.

De uitoefening door de Vlaamse Regering van de bevoegdheden in dit artikel wordt jaarlijks herhaald en de Vlaamse Regering houdt daarbij rekening met:
1° de grootteorde van de gemiddelde leerlingencoëfficiënt van het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B die is vastgesteld in toepassing van artikel 209;
2° de globale leerlingenstromen naar het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B in het onderwijs dat door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd wordt, en de daaraan gekoppelde capaciteitsbehoeften;
3° de beschikbare begrotingskredieten.

Bij de toepassing van deze bepalingen worden niet in aanmerking genomen:
1° de leerlingen van scholen met opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs;
2° de leerlingen van scholen waarvoor de financiering of subsidiëring wordt berekend op basis van de schoolbevolking op de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar.

§ 3. Indien volgens dezelfde voorwaarden zoals bepaald in paragraaf 1, 1° tot en met 3°, het aantal leerlingen daalt, wordt het aantal wekelijkse uren-leraar op basis van dezelfde modaliteiten zoals bepaald in paragraaf 2 verminderd.

§ 4. Met behoud van de toepassing van paragraaf 2, tweede lid, kan de Vlaamse Regering nadere voorwaarden bepalen met betrekking tot de toekenning of vermindering van wekelijkse uren-leraar als bedoeld in dit artikel.".

ART 79.

Aan artikel 225, § 1, 2°, van dezelfde codex wordt de volgende zinsnede toegevoegd:

"of de leerling is een niet-begeleide minderjarige vreemdeling als vermeld in artikel 479 van de programmawet I van 24 december 2002".

ART 80.

Aan artikel 233, § 1, 2°, van dezelfde codex wordt de volgende zinsnede toegevoegd:

"of de leerling is een niet-begeleide minderjarige vreemdeling als vermeld in artikel 479 van de programmawet I van 24 december 2002".

ART 81.

In artikel 242, § 2, tweede lid, van dezelfde codex wordt tussen de woorden "Ministerie van Onderwijs en Vorming" en het woord "Leerlingen" de zin "Onder thuislozen worden ook de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen verstaan als vermeld in artikel 479 van de programmawet I van 24 december 2002." ingevoegd.

ART 82.

In artikel 314/1, § 1, van dezelfde codex, ingevoegd bij decreet van 1 juli 2011 en gewijzigd bij de decreten van 29 juni 2012, 19 juli 2013, 19 juni 2015 en 16 juni 2017, wordt de zinsnede "2014-2015, 2015-2016, 2016-2017 en 2017-2018" vervangen door de zinsnede "2014-2015, 2015-2016, 2016-2017, 2017-2018, 2018-2019 en 2019-2020".

ART 83.

In artikel 314/4 van dezelfde codex, ingevoegd bij decreet van 1 juli 2011 en gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt het jaartal "2018" vervangen door het jaartal "2020".

ART 84.

In artikel 357/11 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 30 maart 2018, wordt de zinsnede "houder zijn van studiebewijzen, uitgereikt door andere scholen dan de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen" vervangen door de woorden "overstappen van een school met een buitenlands onderwijssysteem of van een school die is erkend door de Franse of Duitstalige Gemeenschap van België".

ART 85.

In artikel 357/45 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 30 maart 2018, wordt de zinsnede "houder zijn van studiebewijzen, uitgereikt door andere scholen dan de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen" vervangen door de woorden "overstappen van een school met een buitenlands onderwijssysteem of van een school die is erkend door de Franse of Duitstalige Gemeenschap van België".

HOOFDSTUK 15. Wijzigingen van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013

ART 86.

In artikel II.3 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, het laatst gewijzigd door het decreet van 19 juni 2015, wordt punt 11° vervangen door wat volgt:

"11° de "Karel de Grote Hogeschool, Katholieke Hogeschool Antwerpen";".

ART 87.

In artikel II.93 van dezelfde codex wordt de zinsnede "Karel de GroteHogeschool - Katholieke Hogeschool Antwerpen" vervangen door de zinsnede "Karel de Grote Hogeschool, Katholieke Hogeschool Antwerpen".

ART 88.

Aan artikel II.215, eerste lid, van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt een punt 8° toegevoegd, dat luidt als volgt:

"8° studenten die familielid zijn van een onderdaan van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte.".

ART 89.

In artikel II.221, § 2, van dezelfde codex wordt het vierde lid vervangen door wat volgt:

"Een beslissing tot weigering van de gevraagde aanpassingen kan gemotiveerd zijn op grond van een door de instelling gemaakte afweging dat de gevraagde aanpassing afbreuk doet aan de mogelijkheid de domeinspecifieke leerresultaten van de opleiding te bereiken of aan de mogelijkheid om andere doelstellingen van het opleidingsprogramma globaal te verwezenlijken.".

ART 90.

In artikel II.276, § 3, derde lid, van dezelfde codex wordt de zin "Een beslissing tot weigering van de gevraagde aanpassingen kan gemotiveerd zijn op grond van een door de instelling gemaakte afweging dat de gevraagde aanpassing afbreuk doet aan de mogelijkheid de essentiële leerresultaten van de opleiding te bereiken." vervangen door de zin "Een beslissing tot weigering van de gevraagde aanpassingen kan gemotiveerd zijn op grond van een door de instelling gemaakte afweging dat de gevraagde aanpassing afbreuk doet aan de mogelijkheid de domeinspecifieke leerresultaten van de opleiding te bereiken of aan de mogelijkheid om andere doelstellingen van het opleidingsprogramma globaal te verwezenlijken.".

ART 91.

In artikel III.24, § 2, van dezelfde codex worden de woorden "Karel de Grote-Hogeschool KH Antwerpen" vervangen door de zinsnede "Karel de Grote Hogeschool, Katholieke Hogeschool Antwerpen".

ART 92.

In artikel III.34 van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in paragraaf 1 worden de woorden "Karel de Grote-Hogeschool Katholieke Hogeschool Antwerpen" vervangen door de zinsnede "Karel de Grote Hogeschool, Katholieke Hogeschool Antwerpen";

2° er wordt een paragraaf 8 toegevoegd die luidt als volgt:

" § 8. Vanaf het begrotingsjaar 2017 kent de Vlaamse Regering jaarlijks binnen de beschikbare budgetten een compensatie toe aan de publiekrechtelijke hogescholen voor de meerkost van de toekenning van het gewaarborgd maandloon uit het bediendenstatuut aan hun arbeiders, zoals voorzien in het kader van cao III van 10 december 2010.".

ART 93.

In artikel III.46, § 3, van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt de zinsnede "Karel de Grote Hogeschool - Katholieke Hogeschool Antwerpen" vervangen door de zinsnede "Karel de Grote Hogeschool, Katholieke Hogeschool Antwerpen".

ART 94.

Artikel V.12 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt:

"Art. V.12. Een deeltijdse opdracht wordt als een procentueel aandeel van een voltijdse opdracht bepaald. Voor het bepalen van een procentueel aandeel komt elke halve dag per week die besteed wordt ten dienste van de universiteit overeen met 10 %. Het procentuele aandeel omvat minstens 10 % van een voltijdse aanstelling en wordt altijd als een veelvoud van vijf uitgedrukt.

In afwijking van het eerste lid bedraagt een deeltijdse opdracht van een lid van het zelfstandig academisch personeel die uitsluitend onderwijsactiviteiten omvat en van praktijkassistenten, ten minste 5 %.".

ART 95.

Artikel V.13 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt:

"Art. V.13. De opdracht van een lid van het zelfstandig academisch personeel in een deeltijds dienstverband kan ofwel uitsluitend onderwijsactiviteiten, ofwel uitsluitend onderzoeksactiviteiten, ofwel een combinatie van beide bevatten. Ook wetenschappelijke dienstverlening en organisatorische, coördinerende of administratieve taken kunnen tot de taakstelling van die leden van het zelfstandig academisch personeel behoren.

Een deeltijdse opdracht van een bepaalde graad van het zelfstandig academisch personeel kan in dezelfde universiteit niet gecombineerd worden met een deeltijdse opdracht van een andere graad van het zelfstandig academisch personeel.".

ART 96.

Artikel V.14 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt:

"Art. V.14. Bij overeenkomst tussen twee of meer universiteiten kunnen afzonderlijke onderwijs- en onderzoeksopdrachten verdeeld over de universiteiten in kwestie als één voltijdse opdracht omschreven worden. In de overeenkomst wordt de universiteit aangewezen die als werkgever van de betrokken personen moet worden beschouwd en worden de opdrachten van de betrokken personen in de verschillende universiteiten procentsgewijs ten opzichte van een voltijdse opdracht bepaald.".

ART 97.

Artikel V.15 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt:

"Art. V.15. Ieder personeelslid dat ten minste een halftijdse opdracht uitoefent, bezorgt de universiteit een overzicht van de politieke mandaten en de andere beroeps- of bezoldigde activiteiten die het naast de opdracht aan de universiteit uitoefent. Een personeelslid kan dat overzicht op ieder moment inkijken en laten aanpassen.".

ART 98.

Artikel V.16 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt:

"Art. V.16. De totale omvang van de opdrachten van een personeelslid dat ten minste een halftijdse opdracht uitoefent aan de universiteit en dat daarnaast een politiek mandaat bekleedt of een andere bezoldigde activiteit of beroepsactiviteit uitoefent, bedraagt maximaal 120 %.

Als de totale omvang van de opdrachten, vermeld in het eerste lid, meer dan 120 % bedraagt, wordt de opdracht aan de universiteit ambtshalve gereduceerd tot een percentage dat nodig is om de grens van 120 % te bereiken. De omvang van de opdracht die het personeelslid na de reductie nog uitoefent aan de universiteit, bedraagt ten minste 50 %.

Een opdracht waarvan aangenomen wordt dat de uitoefening een halve dag per week in beslag neemt, komt overeen met een volume van 10 % van een voltijdse opdracht. De Vlaamse Regering bepaalt van welke politieke mandaten ambtshalve aangenomen wordt dat deze meer dan 20 % van een voltijdse opdracht in beslag nemen. Deze politieke mandaten leiden tot een ambtshalve reductie van de voltijdse opdracht van een lid van het academisch personeel.".

ART 99.

Artikel V.17 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt:

"Art. V.17. Het universiteitsbestuur legt de regels vast over het meedelen van politieke mandaten en andere beroepsactiviteiten of bezoldigde activiteiten en over het bepalen van de omvang van de politieke mandaten die niet tot een ambtshalve reductie leiden en van andere beroepsactiviteiten of bezoldigde activiteiten.

Voor de toepassing van artikel V.15 en V.16 worden de medische en paramedische activiteiten die worden uitgeoefend door een lid van het academisch personeel ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst of van een reglement over kliniekvergoedingen, niet beschouwd als andere beroepsactiviteiten of andere bezoldigde activiteiten, als ze uitsluitend worden uitgeoefend in het universitair ziekenhuis dat deel uitmaakt van de eigen universiteit of daarvan afgesplitst is en omgevormd is tot een autonome rechtspersoon.

Voor de Vrije Universiteit Brussel is het tweede lid ook van toepassing op de personeelsleden verbonden aan de tandheelkundige kliniek.".

ART 100.

In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt een artikel V.17/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:

"Art. V.17/1. Het universiteitsbestuur legt in een reglement of in het arbeidsreglement de regels vast met betrekking tot het uitoefenen van nevenactiviteiten die geheel of gedeeltelijk onverenigbaar zijn met een tewerkstelling aan de universiteit.

Onverenigbaar zijn bezoldigde of onbezoldigde activiteiten die:
1° leiden tot een tegenstrijdigheid van belangen bij het personeelslid;
2° schade berokkenen aan de universiteit;
3° belemmeren dat de opdracht aan de universiteit naar behoren uitgevoerd wordt.

Het in het eerste lid vermelde reglement of arbeidsreglement legt ten minste de volgende elementen vast:
1° de procedure voor het vaststellen van een onverenigbaarheid. Die procedure waarborgt het hoorrecht van het personeelslid en voorziet in een beroepsprocedure;
2° de gevolgen die verbonden zijn aan het uitoefenen van onverenigbare activiteiten.

Het universiteitsbestuur kan de aanstelling of benoeming van een personeelslid dat na de procedure, vermeld in het tweede lid, 1°, weigert een einde te maken aan de vastgestelde en voortdurende onverenigbaarheid, ambtshalve beëindigen. Bij een ambtshalve beëindiging van een benoeming betaalt het universiteitsbestuur de werkgevers- en werknemersbijdragen die nodig zijn om het personeelslid onder de werkloosheidsverzekering, de ziekteverzekering (sector uitkeringen) en de moederschapsverzekering te brengen.".

ART 101.

In artikel V.88 van dezelfde codex wordt punt 5° opgeheven.

ART 102.

Aan deel 5, titel 2, hoofdstuk 1, van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt een afdeling 7 toegevoegd, die luidt als volgt:

"Afdeling 7. Politiek verlof".

ART 103.

In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt aan afdeling 7, toegevoegd bij artikel 102, een artikel V.116/1 toegevoegd, dat luidt als volgt:

"Art. V.116/1. De personeelsleden worden van ambtswege en zonder dat ze zich eraan kunnen onttrekken met politiek verlof gezonden voor de uitoefening van de volgende politieke mandaten:
1° het lidmaatschap van het Europees of Belgisch Parlement, van een Gemeenschaps- of Gewestparlement, van de Commissie van de Europese Gemeenschap, van een regering op federaal, gemeenschaps- of gewestniveau;
2° het ambt van gouverneur, vicegouverneur, adjunct van de gouverneur van Vlaams-Brabant of het mandaat van een lid van het rechtsprekend college, vermeld in artikel 83quinquies, § 2, van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, of van bestendig afgevaardigde of van staatssecretaris in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
3° het ambt van burgemeester, schepen of OCMW-voorzitter in een gemeente van meer dan 50.000 inwoners.

Het politiek verlof begint van ambtswege op de datum van de eedaflegging voor een van de mandaten, vermeld in het eerste lid.".

ART 104.

In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt aan dezelfde afdeling 7 een artikel V.116/2 toegevoegd, dat luidt als volgt:

"Art. V.116/2. Het hogeschoolbestuur kan een personeelslid op zijn of haar verzoek een politiek verlof toekennen voor de uitoefening van een mandaat van burgemeester, schepen of OCMW-voorzitter van een gemeente en voorzitter of lid van het vast bureau van de districtsraad, ongeacht het aantal inwoners. Het personeelslid kan het verlof voltijds of deeltijds opnemen.".

ART 105.

In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt aan dezelfde afdeling 7 een artikel V.116/3 toegevoegd, dat luidt als volgt:

"Art. V.116/3. Voor de toepassing van artikel V.116/1 wordt het aantal inwoners bepaald conform artikel 4, § 3, van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.".

ART 106.

In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt aan dezelfde afdeling 7 een artikel V.116/4 toegevoegd, dat luidt als volgt:

"Art. V.116/4. Gedurende de periodes van politiek verlof van ambtswege of op eigen verzoek is het personeelslid in de stand non-activiteit. Het personeelslid heeft tijdens die periodes geen recht op een salaris. De periodes van politiek verlof tellen wel mee voor de berekening van de geldelijke anciënniteit.".

ART 107.

In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt aan dezelfde afdeling 7 een artikel V.116/5 toegevoegd, dat luidt als volgt:

"Art. V.116/5. Het politiek verlof eindigt uiterlijk op de laatste dag van de maand die volgt op de maand waarin het mandaat eindigt.".

ART 108.

In artikel V.148, § 1, eerste lid, 1°, van dezelfde codex, wordt het woord "professionele" opgeheven.

ART 109.

In deel 5, titel 2, hoofdstuk 2, van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt het opschrift van afdeling 6 vervangen door wat volgt:

"Afdeling 6. Cumulatie".

ART 110.

Artikel V.169 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt:

"Art. V.169. Ieder personeelslid dat ten minste een halftijdse opdracht uitoefent, bezorgt de hogeschool een overzicht van de andere beroepsactiviteiten of bezoldigde activiteiten die het naast de opdracht aan de hogeschool uitoefent. Een personeelslid kan dat overzicht op ieder moment inkijken en laten aanpassen.".

ART 111.

Artikel V.170 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt:

"Art. V.170. De totale omvang van de opdrachten van een personeelslid dat ten minste een halftijdse opdracht uitoefent aan de hogeschool en dat daarnaast een andere bezoldigde activiteit of beroepsactiviteit uitoefent, bedraagt maximaal 120 %.

Als de totale omvang van de opdrachten, vermeld in het eerste lid, meer dan 120 % bedraagt, wordt de opdracht aan de hogeschool ambtshalve gereduceerd tot een percentage dat nodig is om de grens van 120 % te bereiken. De omvang van de opdracht die het personeelslid na de reductie nog uitoefent aan de hogeschool bedraagt ten minste 50 %.

Een opdracht waarvan aangenomen wordt dat de uitoefening een halve dag per week in beslag neemt, komt overeen met een volume van 10 % van een voltijdse opdracht.".

ART 112.

Artikel V.171 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt:

"Art. V.171. In afwijking van artikel V.170 wordt de opdracht van het personeelslid dat belast is met een voltijdse opdracht van artistiek gebonden onderwijsactiviteiten van de studiegebieden Audiovisuele en beeldende kunst, en Muziek en podiumkunsten, vermeld in artikel V.164, § 1, en dat een andere beroepsactiviteit of een andere bezoldigde activiteit uitoefent die een groot deel van zijn tijd in beslag neemt, niet ambtshalve deeltijds als deze nevenactiviteiten van artistieke aard zijn en verband houden met de onderwijsactiviteiten die het personeelslid verstrekt.".

ART 113.

Artikel V.172 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt:

"Art. V.172. Het hogeschoolbestuur legt de regels vast over het meedelen van andere beroepsactiviteiten of bezoldigde activiteiten en over het bepalen van de omvang van deze activiteiten.".

ART 114.

Aan deel 5, titel 2, hoofdstuk 2, van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt een afdeling 7 toegevoegd, die luidt als volgt:

"Afdeling 7. Onverenigbaarheden".

ART 115.

In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt aan afdeling 7, toegevoegd bij artikel 114, een artikel V.172/1 toegevoegd, dat luidt als volgt:

"Art. V.172/1. Het hogeschoolbestuur legt in een reglement of in het arbeidsreglement de regels vast met betrekking tot het uitoefenen van nevenactiviteiten die geheel of gedeeltelijk onverenigbaar zijn met een tewerkstelling aan de hogeschool.

Onverenigbaar zijn bezoldigde of onbezoldigde activiteiten die:
1° leiden tot een tegenstrijdigheid van belangen bij het personeelslid;
2° schade berokkenen aan de hogeschool;
3° belemmeren dat de opdracht aan de hogeschool naar behoren uitgevoerd wordt.

Het in het eerste lid vermelde reglement of arbeidsreglement legt ten minste de volgende elementen vast:
1° de procedure voor het vaststellen van een onverenigbaarheid. Die procedure waarborgt het hoorrecht van het personeelslid en voorziet in een beroepsprocedure;
2° de gevolgen die verbonden zijn aan het uitoefenen van onverenigbare activiteiten.

Het hogeschoolbestuur kan de aanstelling of benoeming van een personeelslid dat na de procedure, vermeld in het tweede lid, 1°, weigert een einde te maken aan de vastgestelde en voortdurende onverenigbaarheid, ambtshalve beëindigen. Bij een ambtshalve beëindiging van een benoeming betaalt het hogeschoolbestuur de werkgevers- en werknemersbijdragen die nodig zijn om het personeelslid onder de werkloosheidsverzekering, de ziekteverzekering (sector uitkeringen) en de moederschapsverzekering te brengen.".

ART 116.

In deel 5, titel 2, hoofdstuk 3, van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt afdeling 7, die bestaat uit artikel V.198 tot en met V.202, opgeheven.

ART 117.

In artikel V.299, § 1, en § 2, eerste lid, van dezelfde codex, wordt de zinsnede "artikel III.35, § 3" vervangen door de zinsnede "artikel III.36, § 3".

HOOFDSTUK 16. Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 april 2016 betreffende het tijdelijke project `Schoolbank op de werkplek' rond duaal leren in het secundair onderwijs, bekrachtigd bij het decreet van 10 juni 2016

ART 118.

In artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 april 2016 betreffende het tijdelijke project `Schoolbank op de werkplek' rond duaal leren in het secundair onderwijs, bekrachtigd bij het decreet van 10 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° het vierde lid wordt opgeheven;

2° het vijfde lid wordt vervangen door wat volgt:

"Voor een tweejarige duale opleiding die wordt opgestart in het schooljaar 2018-2019 moet het tweede leerjaar door de school alleszins in het schooljaar 20192020, zijnde het aanvangsschooljaar van het organiek duaal leren, worden georganiseerd. De heropstart uiterlijk in het schooljaar 2020-2021 van een niet duale gelijknamige of inhoudelijk nauwverwante opleiding die ten gevolge van het tijdelijke project door de school niet meer werd ingericht, is geen programmatie.".

ART 119.

In artikel 17 van hetzelfde besluit wordt in het eerste lid het punt 4° opgeheven.

HOOFDSTUK 17. Wijzigingen van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016

120.

121.

ART 122.

In artikel III.20, § 2, 2°, van dezelfde codificatie wordt het getal "100" vervangen door het getal "110".

ART 123.

In artikel XI.1 van dezelfde codificatie wordt een punt 57° toegevoegd, dat luidt als volgt:

"57° het decreet betreffende het onderwijs XXVIII.".

HOOFDSTUK 18. Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2016 betreffende het tijdelijke project `Schoolbank op de werkplek' rond duaal leren in de leertijd, bekrachtigd bij het decreet van 23 december 2016

ART 124.

In artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2016 betreffende het tijdelijke project `Schoolbank op de werkplek' rond duaal leren in de leertijd, bekrachtigd bij het decreet van 23 december 2016, worden volgende wijzigingen aangebracht:

1° het punt 4° wordt opgeheven;

2° het vierde lid wordt vervangen door wat volgt:

"Voor een tweejarige duale opleiding die wordt opgestart in het schooljaar 2018-2019 moet het tweede leerjaar door de school alleszins in het schooljaar 2019-2020, zijnde het aanvangsschooljaar van het organiek duaal leren, worden georganiseerd.".

ART 125.

In artikel 16 van hetzelfde besluit wordt in het eerste lid het punt 4° opgeheven.

HOOFDSTUK 19. Wijzigingen van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie

ART 126.

In hoofdstuk 13 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie wordt een afdeling 3 ingevoegd, die luidt als volgt:

"Afdeling 3. Het re-integratietraject van een werknemer die het overeengekomen werk definitief niet kan uitoefenen".

ART 127.

In hetzelfde decreet wordt in afdeling 3, ingevoegd bij artikel 126, een artikel 75/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:

"Art. 75/1. § 1. Deze afdeling is van toepassing op het vastbenoemde personeelslid voor wie de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer met toepassing van artikel I.4-73, § 4, c), van de codex over het welzijn op het werk van 28 april 2017 heeft beslist dat hij definitief ongeschikt is om het overeengekomen werk te hervatten, maar in staat is om bij het centrumbestuur een aangepast of ander werk uit te voeren, in voorkomend geval na aanpassing van de werkpost.

§ 2. Als conform artikel 73/3 en 73/4 van de codex over het welzijn op het werk van 28 april 2017 het centrumbestuur en het personeelslid ermee akkoord gaan om die beslissing en het door het centrumbestuur uitgewerkte re-integratieplan te volgen, sluiten het centrumbestuur en het personeelslid een schriftelijke overeenkomst over de vorm van de tewerkstelling. Die tewerkstelling is mogelijk in een van de volgende vormen:
1° tewerkstelling in het ambt van benoeming na aanpassing van de geïndividualiseerde functiebeschrijving, vermeld in artikel 79;
2° tewerkstelling in een ander ambt dan het ambt van vaste benoeming als vermeld in afdeling 2.

Als de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, vermeld in artikel 73/2, § 4, c), van de codex over het welzijn op het werk van 28 april 2017, niet leidt tot een overeenkomst over tewerkstelling, kan het centrumbestuur een vastbenoemd personeelslid de uitoefening van zijn ambt ontzeggen.".

HOOFDSTUK 20. Wijzigingen van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs

ART 128.

Artikel 31 van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs wordt vervangen door wat volgt:

"Art. 31. Om toegelaten te worden tot de tweede graad van de domeinen dans of woordkunst-drama of de tweede graad voor jongeren van het domein muziek, moet de leerling voldoen aan de volgende voorwaarden:
1° de basiscompetenties van de eerste graad verworven hebben of de leeftijd van acht jaar bereikt hebben op de dag van 31 december die volgt op de aanvang van het schooljaar of minstens twee volledige schooljaren ingeschreven zijn in het lager onderwijs;
2° in het geval van woordkunst-drama niet ouder zijn dan veertien jaar op de dag van 31 december die volgt op de aanvang van het schooljaar.

Om toegelaten te worden tot de tweede graad voor volwassenen van het domein muziek moet de leerling de leeftijd van vijftien jaar bereikt hebben op de dag van 31 december die volgt op de aanvang van het schooljaar. Mits toestemming van de directeur kan een leerling die op dat ogenblik minder dan vijftien jaar oud is toch om pedagogische redenen worden toegelaten tot de tweede graad voor volwassenen van het domein muziek.

Om toegelaten te worden tot de tweede graad van het domein beeldende en audiovisuele kunsten moet de leerling voldoen aan een van de volgende voorwaarden:
1° de basiscompetenties van de eerste graad verworven hebben;
2° de leeftijd van acht jaar bereikt hebben, maar niet ouder zijn dan twaalf jaar op de dag van 31 december die volgt op de aanvang van het schooljaar.".

ART 129.

In artikel 74 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in het eerste lid wordt de laatste zin geschrapt;

2° het derde lid wordt vervangen door wat volgt:

"De lestijden van de kortlopende studierichtingen kunnen alleen onderling worden uitgewisseld. Enkel wanneer het gaat om de oprichting van een nieuwe studierichting, optie of een nieuw muziekinstrument, kunnen de lestijden van de kortlopende studierichtingen worden uitgewisseld met die van de vierde graad of omgekeerd en dit voor de duur van de oprichting.".

HOOFDSTUK 21. Autonome bepalingen

ART 130.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2018 betreffende het opleidingsaanbod, de structuur, organisatie en financiering van de Koninklijke Beiaardschool Jef Denyn in Mechelen wordt bekrachtigd.

ART 131.

In het gewoon secundair onderwijs worden op 1 september 2019 de door de Vlaamse Regering vastgelegde duale structuuronderdelen programmeerbaar op voorwaarde dat de Vlaamse Regering, uiterlijk op 30 november 2018, voor het duaal structuuronderdeel in kwestie een standaardtraject heeft goedgekeurd. Het standaardtraject beantwoordt aan artikel 357/7 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.

De programmatie van het duaal structuuronderdeel verloopt volgens de procedure van artikel 357/8 van dezelfde codex, met uitzondering van de uiterste datum voor indiening van de programmatieaanvraag door het schoolbestuur die op 31 december 2018 wordt vastgesteld. Deze termijn geldt als vervaltermijn.

ART 132.

Onder voorbehoud van de invoering bij decreet op 1 september 2019 van een organieke regeling voor duaal leren in het buitengewoon secundair onderwijs, worden in het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 3 en opleidingsvorm 4, op 1 september 2019 de door de Vlaamse Regering vastgelegde duale structuuronderdelen programmeerbaar op voorwaarde dat de Vlaamse Regering, uiterlijk op 31 december 2018, voor het duaal structuuronderdeel in kwestie een standaardtraject heeft goedgekeurd. Het standaardtraject beantwoordt aan artikel 357/7 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.

De programmatie van een duaal structuuronderdeel in opleidingsvorm 3 of opleidingsvorm 4 verloopt volgens de procedure van artikel 357/8 van dezelfde codex, met uitzondering van de uiterste datum voor indiening van de programmatieaanvraag door het schoolbestuur en de uiterste datum voor beslissing door de Vlaamse Regering die op 28 februari 2019 respectievelijk 31 mei 2019 worden vastgesteld. Deze termijnen gelden als vervaltermijnen.

Op de in dit artikel bedoelde duale structuuronderdelen in opleidingsvorm 3 zijn artikel 289, § 3, en artikel 335 van dezelfde codex niet van toepassing.

HOOFDSTUK 22. Inwerkingtreding

ART 133.

Dit decreet treedt in werking op 1 september 2018, met uitzondering van:
- artikel 41, dat in werking treedt op 1 augustus 2018;
- artikel 42, dat in werking treedt op 27 augustus 2018;
- artikel 120 en 121, die in werking treden op 1 januari 2019;
- artikel 69, dat in werking treedt op 1 september 2019;
- artikel 7, 18 en 63 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2017;
- artikel 8, 9, 19, 20, 92, 2°, en 122 die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2018;
- artikel 30 dat uitwerking heeft met ingang van 1 juni 2018;
- artikel 71 dat uitwerking heeft met ingang van 1 juli 2018;
- artikel 86, 87, 91, 92, 1°, en 93 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2016;
- artikel 117 dat uitwerking heeft met ingang van 1 oktober 2013.