Decreet tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen"

  • goedkeuringsdatum
    7/05/2004
  • publicatiedatum
    B.S. 9/06/2004 (pagina 43595)
  • bron

    Numac : 2004035898
  • datum laatste wijziging
    19/12/2018

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN

ART. 1.

Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

ART. 1/1.

Dit decreet houdt rekening met de bepalingen van :
1° richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt;
2° het besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, ver- leend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen.

ART. 2.

In dit decreet wordt verstaan onder :
1° Bestuursdecreet: het Bestuursdecreet van 7 december 2018 ;;
2° leertijd : het traject dat bestaat uit een praktijkopleiding in een onderneming, aangevuld met een theoretische opleiding in een centrum, dat voldoet aan de regels vermeld in artikel 27 tot en met 30;
3° ondernemerschapstraject : een door Syntra Vlaanderen gescreend traject, dat afgestemd is op een sectoraal beroepscompetentieprofiel, een generiek ondernemersprofiel of regelgeving, dat voldoet aan de regels vermeld in artikel 31 tot en met 33;
4° toegewezen traject : het traject met als doel de deelnemers sterker in te bedden binnen het ondernemerschap door hen opleidingen aan te bieden of technieken aan te leren om hun ondernemerschapscompetenties te verhogen, dat voldoet aan de regels vermeld in artikel 34;
5°...;
6° centrum : een erkend centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen als vermeld in artikel 36 tot en met 38;
7° regisseur : de taken van Syntra Vlaanderen die in essentie betrekking hebben op het uittekenen van het beleid en het toezicht;
8° actor : de taken van Syntra Vlaanderen die verband houden met de concrete organisatie van de opleidingen;
9° aanloopstructuuronderdelen: aanloopstructuuronderdelen bedoeld in 357/41, 1°, van de Codex Secundair Onderwijs;
10° duale structuuronderdelen: duale structuuronderdelen bedoeld 357/5, eerste lid, van de Codex Secundair Onderwijs.
 

HOOFDSTUK II OPRICHTING

ART. 3.

§ 1. Er wordt een publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap met rechtsper-soonlijkheid opgericht zoals bedoeld in artikel III.7 van het Bestuursdecreet. Dit agentschap draagt als naam "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen", hierna genoemd Syntra Vlaanderen.

Alle officiële akten, officiële aankondigingen of andere officiële stukken, uitgaande van het agentschap, moeten de benaming van het agentschap vermelden, met onmiddellijk daarvoor of daarna, deze leesbaar en voluit geschreven woorden: "publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid van de Vlaamse overheid".

§ 2. De Vlaamse regering bepaalt tot welk homogeen beleidsdomein het agentschap behoort.

§ 3. De Vlaamse regering bepaalt de vestigingsplaats van het agentschap.

De Vlaamse regering kan beslissen meerdere regionale vestigingen van het agentschap op te richten.

§ 4. Alle bepalingen van het Bestuursdecreet over publiekrechtelijk vormgegeven agentschappen zijn van toepassing.

HOOFDSTUK III MISSIE, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN

ART. 4.

Het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen is het agentschap van de Vlaamse overheid dat een kwaliteitsvolle, innovatieve, arbeidsmarktgerichte competentieontwikkeling van jongeren en volwassenen verzekert en bevordert met het oog op meer en sterker ondernemen in Vlaanderen en, dat samen met de onderwijsverstrekkers en sectoren, kwalitatief en kwantitatief vorm geeft aan de werkplekcomponent van het duaal leren.

ART. 5.

§ 1. Om de missie, vermeld in artikel 4, waar te maken, vervult het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen de volgende taken :
1° als algemene taken worden beschouwd :
a) het bevorderen van en het bijdragen tot meer en sterker ondernemen in Vlaanderen;
b) het stimuleren van ondernemend onderwijs en opleiding in Vlaanderen;
c) het bevorderen van de arbeidsmarktgerichte competentieontwikkeling van ondernemers, hun medewerkers en alle ondernemende jongeren en volwassenen die hun professionele competenties willen ontwikkelen;
d) het waarborgen van een doelgericht, ervaringsgericht, complementair, innovatief, actueel en flexibel aanbod via sectoraal opgebouwde trajecten;
e) het subsidiëren van de leertijd en de ondernemerschapstrajecten, en het financieel tegemoetkomen in de toegewezen trajecten en in andere opdrachten die in dit decreet bepaald zijn of die bij overeenkomst aangegaan zijn;
f) het uitbouwen en beheren van een duurzaam netwerk van erkende leerondernemingen.
2° als taken van regisseur worden beschouwd :
a) het aansturen van de behoeftedetectie en het vastleggen van de prioriteiten in overleg met de belanghebbende actoren, in het bijzonder met de centra;
b) het aansturen en valideren van de innovatie binnen de leertijd en binnen de ondernemerschaps- en toegewezen trajecten, door opdrachten te geven tot ontwikkeling van innovatieve of aangepaste trajecten en modules, of van experimenten en methodieken daarrond;
c) het voortdurend evalueren, monitoren, auditen en bijsturen van bereik, effectiviteit en kwaliteit van het opleidingsaanbod;
d) het controleren van de trajecten en modules, zowel in functie van de kwaliteit en het financieel correcte verloop, als de conformiteit met de reglementering;
e) het stimuleren, faciliteren en realiseren van effectieve en efficiënte partnerschappen;
f) het opzetten van de nodige instrumenten en procedures voor kennisborging en -verspreiding;
g) het organiseren en realiseren van kennisdeling met en rapportering aan de voogdijoverheid;
h) het opmaken van de nodige procedures om de taken, vermeld in 2°, a) tot en met g), te waarborgen;
i) het met het verantwoordelijke beleidsniveau meewerken aan de opmaak van nieuwe reglementering;
j) het vastleggen van de voorwaarden en de criteria waaraan de kwaliteitssystemen binnen de leertijd en binnen de ondernemerschaps- en toegewezen trajecten moeten voldoen;
k) het uitstippelen van een beleid en het ontwikkelen van een visie inzake de competentieversterking van de actoren, alsook de opvolging ervan;
l) het controleren of voor het uitreiken van studiebewijzen voldaan is aan alle voorwaarden als vermeld in artikel 81, 82 en 83 van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap;
m) het bepalen van het kader en de procedures voor elders verworven competenties (EVC) in de leertijd en in de ondernemerschapstrajecten;
n) het ontwikkelen en coördineren van een beleid binnen de leertijd en binnen de ondernemerschaps- en toegewezen trajecten inzake de inbedding van de doel- en kansengroepen;
o) het erkennen en het volgen van en het algemeen pedagogisch-didactisch toezicht op de uitvoering van de stageovereenkomsten alsmede voor de organisatie van de verplichte trajectbegeleiding in de leertijd;
p) het intekenen op en het uitvoeren van projecten;
q) het delen en uitwisselen van kennis met de bevoegde overheid in het kader van de beleidsvoorbereiding;
r) naast het bepaalde in punt a) tot en met q) het uitoefenen van toezicht in het algemeen en inspectie in het bijzonder op de naleving van de bepalingen van dit decreet en van de namens dit decreet genomen uitvoeringsbesluiten;
3° als taken van actor worden beschouwd :
a) het erkennen van de individuele opleidingen binnen de leertijd en de ondernemerschapstrajecten;
b) het uitvoeren van procedures voor elders verworven competenties (EVC) overeenkomstig het vastgelegde kader binnen de leertijd en de ondernemerschapstrajecten;
c) het implementeren van de trajecten en modules;
d) het intekenen op en uitvoeren van projecten;
e) het uitvoeren van studie en onderzoek inzake behoeftedetectie, innovatie en beleidsdossiers;
f) het delen en uitwisselen van kennis met de bevoegde overheid in het kader van de beleidsvoorbereiding;
g) het coördineren van de uitvoering van de productontwikkeling en -innovatie inzake leertijd en ondernemerschapstrajecten en de begeleiding ervan;
h) samen met andere actoren instaan voor de communicatie over het bestaande en nieuwe aanbod van de leertijd en ondernemerschapstrajecten;
i) het aanleveren van de nodige gegevens, het ontwikkelen van de nodige monitoringsinstrumenten en de deelname aan audits inzake effectiviteit en kwaliteit van de leertijd en de ondernemerschapstrajecten, en de begeleiding van de actoren bij de remediëring van de auditresultaten;
j) het aangaan van effectieve en efficiënte partnerschappen;
k) het aanleveren van de nodige informatie voor de kennisborging;
l) het aanleveren van de nodige informatie voor de opmaak van de reglementering en procedures;
m) het deelnemen aan de activiteiten van kennisdeling;
n) het implementeren van de competentieontwikkeling van de actoren in de leertijd en de ondernemerschapstrajecten;
o) het instaan voor de vormgeving van de interne kwaliteitszorg;
p) het ontwikkelen van de leerplannen algemene vorming in de leertijd overeenkomstig de onderwijseindtermen;
q) het implementeren van de doel- en kansengroepen in de ondernemerschapstrajecten.

§ 2. De Vlaamse regering kan nadere regels uitvaardigen betreffende de in artikel 5, § 1, vermelde aangelegenheden. In deze regels kunnen de taken van het agentschap verder worden gepreciseerd en geconcretiseerd.

ART. 6.

§ 1. Met het oog op de vervulling van de in artikel 4 bedoelde missie en de in artikel 5 bedoelde taken is het "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen" gerechtigd alle activiteiten te verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van voormelde missie en voormelde taken.

§ 2. Met het oog op de vervulling van de in artikel 4 bedoelde missie en de in artikel 5 bedoelde taken beschikt het "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen" tevens inzonderheid over de hierna vermelde bijzondere bevoegdheden die het agentschap uitoefent in overeenstemming met het Bestuursdecreet en het bepaalde in dit decreet, zijn uitvoeringsbesluiten en het ondernemingsplan dat hem verbindt:
1° het uittekenen van de concrete pedagogische noden en de concrete planning en coördinatie inzake de opleiding, begeleiding en vorming van ondernemers, hun medewerkers en alle ondernemende jongeren en volwassenen die hun professionele competenties willen ontwikkelen of versterken;
2° het opmaken van het programma van de leertijd en de ondernemerschapstrajecten, rekening houdend met de vestigingsvoorwaarden voor de gereglementeerde beroepen;
3° het opmaken van de programmatie van de vorming ten behoeve van de in 1° bedoelde personen, alsmede de goedkeuring van het bijhorende organisatieplan. Voor de leertijd moeten de bepalingen van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap met betrekking tot de programmatie in de opleidingscentra in acht genomen worden;
4° onverminderd de bepalingen inzake retributie of lasten van algemene aard opgenomen in andere decreten en onder de voorwaarden en modaliteiten bepaald door de Vlaamse regering, het aanrekenen van een bijzonder kostendekkende vergoeding voor bijzondere of bijkomende administratieve handelingen of controles van de centra;
5° het toekennen van subsidies aan de centra en financiële compensaties aan de centra en andere opleidingsverstrekkers;
6° het aangaan van samenwerkingsovereenkomsten, dan wel de totstandkoming van duurzame samenwerkingsverbanden, met instellingen of personen;
7° het instellen van onderzoeken, controles en enquêtes alsmede het inwinnen van alle inlichtingen inzake het algemeen en het pedagogisch-didactisch toezicht op de vormingsactiviteiten en inzake het uitoefenen van het toezicht op de naleving van de bepalingen van dit decreet en de krachtens dit decreet genomen uitvoeringsbesluiten;
8° het instellen van sancties bij het vaststellen van inbreuken op sub 7° vermelde regels;
9° het verlenen van de erkenning van de vormingsactiviteiten, de stageovereenkomsten en de directeur-afgevaardigd bestuurder van een centrum;
10° het certificeren van diploma's en getuigschriften overeenkomstig de regels vastgelegd door de Vlaamse regering;
11° het innen van de sub punt 4° bedoelde kostendekkende vergoedingen.

§ 3. De Vlaamse regering kan nadere regels uitvaardigen betreffende de in artikel 6, § 2, vermelde aangelegenheden. In deze regels kunnen de bevoegdheden van het agentschap verder worden gepreciseerd en geconcretiseerd.

HOOFDSTUK IV BESTUUR EN WERKING

AFDELING 1 RAAD VAN BESTUUR

ART. 7.

§ 1. Het "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen" wordt bestuurd door een raad van bestuur die is samengesteld uit:
1° de voorzitter die niet mag behoren tot, of verbonden zijn met, de organisaties bedoeld in 2° of 3°;
2° twee bestuurders voorgedragen door de representatieve organisaties van de werkgevers, de middenstand en de landbouw die in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen zitting hebben;
3° twee bestuurders voorgedragen door de representatieve organisaties van de werknemers die in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen zitting hebben;
4° twee bestuurders voorgedragen door de Vlaamse regering en die niet mogen behoren tot, of verbonden zijn met, de organisaties bedoeld in 2° of 3°;
5° de gedelegeerd bestuurder, bedoeld in artikel 20;
6° vier onafhankelijke bestuurders, voorgedragen door de raad van bestuur onder de voorwaarden en op basis van de procedure, vermeld in het decreet van 22 november 2013 betreffende deugdelijk bestuur in de Vlaamse publieke sector.

§ 2. Alle leden van de raad van bestuur zijn stemgerechtigd.

ART. 8.

Een vertegenwoordiger van de centra kan de vergaderingen van de raad van bestuur bijwonen met raadgevende stem. De vertegenwoordiger van de centra maakt geen deel uit van de raad van bestuur, bedoeld in artikel 7.

ART. 9.

De in artikel 7, 2° en 3°, bedoelde leden van de raad van bestuur worden, uit lijsten van tenminste twee kandidaten per te begeven mandaat, door de Vlaamse regering aangesteld op voordracht van de in bedoelde punten vermelde representatieve organisaties.

ART. 10.

§ 1. Onverminderd de in artikel III.12, § 1, van het Bestuursdecreet bedoelde onverenigbaarheden, is het mandaat van bestuurder onverenigbaar met de functie van lid van de raad van bestuur, directeur-afgevaardigd bestuurder en/of personeelslid van een centrum.

§ 2. In het geval een bestuurder het bepaalde in de eerste paragraaf overtreedt, geldt de regeling bepaald in artikel III.12, § 2, van het Bestuursdecreet.

ART. 11.

§ 1. De in artikel 7, 1° en 4°, bedoelde leden van de raad van bestuur kunnen te allen tijde door de regering worden ontslagen.

§ 2. Om het ontslag van de in artikel 7, 2° en 3°, vermelde leden van de raad van bestuur kan worden verzocht door de representatieve organisaties op wier voordracht het betrokken lid is aangesteld. Voor ze dat verzoek inwilligt, kan de Vlaamse Regering een overleg met de betrokken organisatie vragen. Dat overleg kan worden gevraagd uiterlijk binnen veertien kalenderdagen na de ontvangst van het verzoek.

ART. 12.

§ 1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 13 tot 18, beschikt de raad van bestuur over de volheid van de bestuursbevoegdheid en beslist hij in alle aangelegenheden waarvoor het "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen" bevoegd is krachtens dit decreet.

§ 2. Tot de voorbehouden bevoegdheden van de raad van bestuur waarvoor geen delegatie mogelijk is, behoren in elk geval:
1° het sluiten, op voorstel van de gedelegeerd bestuurder, van het ondernemingsplan met de Vlaamse regering;
2° het opstellen van het ontwerp van begroting en van de rekeningen;
3° ...;
4° het beslissen overeenkomstig de voorwaarden van artikel III.18 van het Bestuursdecreet over de deelname van het "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen" aan de oprichting van of de deelname in, alsmede omtrent het bestuur of de leiding en de financiering van andere publiek- of privaatrechtelijke rechtspersonen;
5° de goedkeuring van de rapportering aan de Vlaamse regering over de uitvoering van het ondernemingsplan;
6° het rapporteren over de uitvoering van de begroting;
7° het sluiten van het organisatieplan met de centra als bedoeld in artikel 38, § 2, laatste lid.

AFDELING 2 [HET VLAAMS PARTNERSCHAP DUAAL LEREN EN DE SECTORALE PARTNERSCHAPPEN (verv. decr. 10 juni 2016, art. 35, I: 1 juli 2016)]

ART. 13.

§ 1. Binnen het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen wordt een Vlaams Partnerschap Duaal Leren opgericht.

§ 2. Binnen de voorwaarden en conform de modaliteiten, vastgesteld door de Vlaamse Regering, heeft het Vlaams Partnerschap Duaal Leren de volgende bevoegdheden:
1° de erkenning of opheffing van erkenning van een onderneming;
2° de uitsluiting van een onderneming;
3° de uitoefening van controle op de uitvoering van de overeenkomst tot uitvoering van een alternerende opleiding wat betreft de opleiding op de werkplek;
4° het opmaken van een jaarlijks monitoringsrapport over de stand van zaken van het duaal leren in Vlaanderen;
5° het nemen van de nodige acties om de ondernemingen te informeren over het duaal leren in Vlaanderen;
6° het ondersteunen en mobiliseren van ondernemingen met het oog op een versterking, zowel kwantitatief als kwalitatief, van het aanbod aan werkplekken;
7° het verlenen van advies over alle materies die het duaal leren aanbelangen.

§ 3. Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren is samengesteld uit volgende leden:
1° een voorzitter;
2° vier leden, voorgedragen door de representatieve middenstands-, zelfstandigen- en werkgeversorganisaties vertegenwoordigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
3° vier leden, voorgedragen door de representatieve werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
4° een vertegenwoordiger van het Gemeenschapsonderwijs;
5° een vertegenwoordiger van elke representatieve vereniging van schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs;
6° een vertegenwoordiger van de erkende centra voor de vorming van zelfstandigen en kmo;
7° de gedelegeerd bestuurder van het agentschap of zijn vertegenwoordiger;
8° een vertegenwoordiger van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding;
9° een vertegenwoordiger van het Agentschap voor Onderwijsdiensten;
10° een vertegenwoordiger van het Departement Onderwijs en Vorming;
11° een vertegenwoordiger van het Departement Werk en Sociale Economie;
12° een vertegenwoordiger van het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties & Studietoelagen;
13° een secretaris, personeelslid van het agentschap.

Elke geleding, vermeld in het eerste lid, 4° tot en met 12°, duidt een effectieve en een plaatsvervangende vertegenwoordiger aan.

Met uitzondering van de voorzitter en de secretaris hebben alle leden als vermeld in het eerste lid stemrecht.

§ 4. Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren stelt een huishoudelijk reglement op dat minstens de volgende inhoud heeft:
1° de regels voor de bijeenroeping van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren;
2° de regels voor het voorzitterschap van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren bij afwezigheid van de voorzitter;
3° de regels voor de samenwerking tussen het Vlaams Partnerschap Duaal Leren en de sectorale partnerschappen;
4° de regels voor de delegatie van bevoegdheid aan personeelsleden van het agentschap;
5° de regels die het Vlaams Partnerschap Duaal Leren in acht moet nemen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.

Het Vlaams Partnerschap legt zijn huishoudelijk reglement ter goedkeuring voor aan de Vlaamse Regering, die binnen de dertig dagen na de ontvangst van het huishoudelijk reglement haar beslissing tot al dan niet goedkeuring meedeelt.

De Vlaamse Regering motiveert haar beslissing tot niet-goedkeuring van het huishoudelijk reglement. Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren verricht de nodige aanpassingen en legt het huishoudelijk reglement opnieuw ter goedkeuring voor aan de Vlaamse Regering.

De procedure voorzien in het tweede en derde lid is ook van toepassing bij wijziging van het huishoudelijk reglement.

ART. 14.

Op voordracht van de stemgerechtigde leden van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren benoemt de Vlaamse Regering de voorzitter van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren.

ART. 15.

De voorzitter en de leden van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren, vermeld in artikel 13, § 3, eerste lid, 2° en 3°, worden door de Vlaamse Regering aangesteld voor een hernieuwbare periode van vijf jaar.

Als in de loop van de termijn, vermeld in het eerste lid, een mandaat vrijkomt, stelt de Vlaamse Regering, op voordracht van de organisatie in kwestie, een nieuwe mandataris aan die het mandaat overneemt voor de nog resterende looptijd ervan.

ART. 16.

De Vlaamse Regering kan een vergoeding toekennen aan de leden van het Vlaams Partnerschap Duaal Leren.

ART. 17.

Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren kan voor de uitvoering van zijn opdrachten met betrekking tot de overeenkomst van alternerende opleiding een samenwerkingsakkoord sluiten met een sectoraal partnerschap. Het samenwerkingsakkoord bepaalt de opdrachten van het sectoraal partnerschap.

In afwijking van het eerste lid, 1° en 2°, wordt het sectoraal partnerschap in sectoren zonder representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, samengesteld uit minstens 3 vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties en minstens 3 vertegenwoordigers van de werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de raad van bestuur van het sectorfonds van de betrokken sector.

Het sectoraal partnerschap is samengesteld uit volgende leden:
1° minstens drie vertegenwoordigers van de representatieve middenstands-, zelfstandigen- en werkgeversorganisaties vertegenwoordigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
2° minstens drie vertegenwoordigers van de representatieve werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
3° een vertegenwoordiger van het Gemeenschapsonderwijs;
4° een vertegenwoordiger van elke representatieve vereniging van schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs;
5° een vertegenwoordiger van de erkende centra voor de vorming van zelfstandigen en kmo;
6° de gedelegeerd bestuurder van het agentschap of zijn vertegenwoordiger;
7° een vertegenwoordiger van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding;
8° een vertegenwoordiger van het Departement Onderwijs en Vorming;
9° een vertegenwoordiger van het Departement Werk en Sociale Economie;
10° een secretaris, personeelslid van het agentschap.

Elke geleding duidt haar effectieve en plaatsvervangende vertegenwoordiger(s) aan.

De leden kiezen onder elkaar een voorzitter en een ondervoorzitter die niet tot dezelfde geleding behoren.

Met uitzondering van de secretaris hebben alle leden stemrecht.

Als het samenwerkingsakkoord met het Vlaams Partnerschap Duaal Leren ook de bevoegdheden, vermeld in artikel 13, § 2, 1°, 2° en 3°, omvat, hebben in afwijking op het vorige lid, voor die bevoegdheden enkel de leden, vermeld in het tweede lid, 1° en 2°, stemrecht.

Het sectoraal partnerschap stelt een huishoudelijk reglement op.

ART. 18.

Het Vlaams Partnerschap Duaal Leren kan voor de uitvoering van zijn opdrachten betreffende de overeenkomsten tot uitvoering van de alternerende opleiding een delegatie van bevoegdheid verlenen aan personeelsleden van het agentschap.

AFDELING 3 BIJZONDERE COMMISSIES

ART. 19.

§ 1. De raad van bestuur kan uit zijn schoot, desgewenst, bijzondere commissies inrichten die worden belast met wel-omschreven taken van adviserende aard.

De raad van bestuur draagt de volle verantwoordelijkheid voor het functioneren en het optreden van de in het eerste lid bedoelde commissies.

§ 2. De raad van bestuur kan sector- en beroepscommissies oprichten waarvan het de bevoegdheden en de samenstelling bepaalt. Die commissies hebben tot opdracht de raad van bestuur in zijn taak voor te lichten. Zij zijn samengesteld uit personen die zijn voorgedragen door de organisaties die betrokken zijn bij de toepassing van de wetten, decreten en besluiten voor de uitvoering waarvan het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen verantwoordelijk is, of uit personen die gekozen zijn wegens hun bijzondere bevoegdheid.

De Vlaamse Regering bepaalt de hoogte van hun vergoeding.

§ 3. De raad van bestuur richt een commissie Screening op.

De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling, de werkingsvoorwaarden, met inbegrip van de voorwaarden die van toepassing zijn bij de herscreening van aangeboden trajecten, en de vergoeding van de leden van de commissie Screening. Bij de herscreening wordt rekening gehouden met de stabiliteit van de centra en de noodzakelijke dynamiek van het opleidingsaanbod.

§ 4. Naast de commissies, vermeld in paragraaf 2 en paragraaf 3, worden minstens de volgende commissies opgericht :
1° de commissie Audit;
2° de commissie Strategie;
3° de commissie Klachten.

De raad van bestuur bepaalt de bevoegdheden en de samenstelling van die commissies. De Vlaamse Regering bepaalt de hoogte van de vergoedingen van de leden en, voor zover dit het geval is, van de experten die van die commissies deel uitmaken of er advies verstrekken.

§ 5. Als commissies als vermeld in paragraaf 1, 2 en 4, worden opgericht, regelt het huishoudelijk reglement, vermeld in artikel 22, de werking ervan.

AFDELING 4 GEDELEGEERD BESTUURDER

ART. 20.

De Vlaamse regering stelt de gedelegeerd bestuurder van het "Vlaams Agentschap voor Onder-nemersvorming - Syntra Vlaanderen" aan. De gedelegeerd bestuurder is van rechtswege lid van de raad van bestuur en het Vlaams Partnerschap Duaal Leren.

ART. 21.

§ 1. De gedelegeerd bestuurder is, binnen de perken van dit decreet, zijn uitvoeringsbesluiten, alsmede van het huishoudelijk reglement bedoeld in artikel 22 belast met het dagelijks bestuur van het "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen".

De inhoud van het dagelijks bestuur wordt nader vastgelegd in het huishoudelijk reglement bedoeld in artikel 22 en omvat in elk geval de bevoegdheden van het agentschap bedoeld in artikel 6, § 2, tweede lid, 4°, 5°, 7°, 8°, en 10°.

Bij het beheer van de gezamenlijke netwerking van de centra en het "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen" betrekt de gedelegeerd bestuurder de centra overeenkomstig de regelen voorzien in artikel 22, § 1, 4°.

§ 2. De gedelegeerd bestuurder is belast met de voorbereiding van de beslissingen van de raad van bestuur. Hij verstrekt aan de raad van bestuur alle inlichtingen en brengt alle voorstellen die voor de werking van het "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen" nuttig of nodig zijn op de agenda van de raad van bestuur.

§ 3. De gedelegeerd bestuurder vertegenwoordigt het "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen" in de gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen, inbegrepen het optreden voor administratieve rechtscolleges, en treedt rechtsgeldig in naam en voor rekening van het "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen" op, zonder dat hij zulks aan de hand van een beslissing van de raad van bestuur moet staven.

§ 4. Onverminderd de rechtspositieregeling van het personeel, kan de gedelegeerd bestuurder onder zijn verantwoordelijkheid één of meerdere specifieke bevoegdheden delegeren aan één of meerdere personeelsleden van het "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen".

§ 5. De gedelegeerd bestuurder voert de beslissingen van de raad van bestuur uit.

AFDELING 5 HUISHOUDELIJK REGLEMENT

ART. 22.

§ 1. De raad van bestuur stelt een huishoudelijk reglement op, dat inzonderheid volgende inhoud heeft:
1° de regelen inzake de bijeenroeping van de raad van bestuur  op verzoek van hetzij de Vlaamse regering of haar afgevaardigde, hetzij de voorzitter van de raad van bestuur, hetzij de gedelegeerd bestuurder;
2° de regelen inzake het voorzitterschap van de raad van bestuur bij afwezigheid of verhindering van de respectievelijke voorzitter;
3° de nadere precisering van het dagelijks bestuur;
4° de regelen inzake de betrokkenheid van de centra bij het beheer van de gezamenlijke netwerking van de centra en het "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen";
5° de regelen inzake de verhoudingen tussen de raad van bestuur en de eventuele commissies, inzonderheid op het vlak van de procedure tot behandeling van de adviezen en voorstellen;
6° de regelen die de raad van bestuur en de eventuele commissiesin acht moeten nemen bij de uitoefening van hun bevoegdheden;
7° de voorwaarden die de raad van bestuur moet respecteren in geval van de behartiging van bijzondere vraagstukken;
8° de regelen op grond waarvan de vertegenwoordiger van de centra, bedoeld in artikel 8, § 3, zich kan laten vervangen.

§ 2. De raad van bestuur legt zijn huishoudelijk reglement ter goedkeuring voor aan de Vlaamse Regering.

§ 3. De Vlaamse regering neemt zijn beslissing tot al dan niet goedkeuring van het huishoudelijk reglement binnen de 30 dagen na de in de eerste paragraaf bedoelde mededeling. Bij ontstentenis van een beslissing binnen die termijn wordt het huishoudelijk reglement verondersteld te zijn goedgekeurd.

De Vlaamse regering motiveert zijn beslissing tot niet-goedkeuring van het huishoudelijk reglement. In een dergelijk geval wordt de gemotiveerde beslissing onverwijld meegedeeld aan de raad van bestuur van het "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen" die, rekening houdend met de opmerkingen van de regering, de nodige aanpassingen verricht, waarna opnieuw de procedure bedoeld in de paragrafen 2 en 3 moet worden toegepast totdat de goedkeuring wordt bekomen.

§ 4. De procedure voorzien in § 2 en § 3 is ook van toepassing bij wijziging van het huishoudelijk reglement.

[HOOFDSTUK V ONDERNEMINGSPLAN (verv. decr. 8 juni 2018, art. 6, I: 1 juli 2018)]

ART. 23.

De raad van bestuur stelt, in overleg met de Vlaamse Regering, een ondernemingsplan vast, alsook een jaarrapport over de uitvoering van het ondernemingsplan.

HOOFDSTUK VI SAMENWERKING MET VDAB

ART. 24.

§ 1. Tussen het "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen" en VDAB kan een samenwerkingsovereenkomst inzake de versterking van het competentiebeleid worden gesloten.

§ 2. De in de eerste paragraaf bedoelde samenwerkingsovereenkomst wordt afgesloten onder de opschortende voorwaarde van goedkeuring ervan door de Vlaamse regering.

Het bepaalde in het eerste lid geldt tevens voor eventuele wijzigingen aan de bedoelde samenwerkingsovereenkomst.

§ 3. De coördinatie van de uitvoering van de in de eerste paragraaf bedoelde samenwerkingsovereenkomst kan geheel of gedeeltelijk worden toevertrouwd aan een daartoe door de Vlaamse regering aangewezen of opgerichte managementgroep.

HOOFDSTUK VII FINANCIËLE MIDDELEN

ART. 25.

§ 1. Het verzelfstandigd agentschap kan beschikken over volgende ontvangsten:
1° dotatie(s);
2° leningen;
3° fiscale heffingen voor zover bij decreet toegewezen aan het agentschap;
4° retributies voor zover bij decreet toegewezen aan het agentschap;
5° ontvangsten voortvloeiend uit daden van beheer of beschikking met betrekking tot eigen domeingoederen;
6° schenkingen en legaten in speciën;
7° inkomsten uit eigen participaties en uit door het agentschap verstrekte leningen aan derden;
8° opbrengsten uit de verkoop van eigen participaties;
9° de subsidies waarvoor het agentschap als begunstigde in aanmerking komt;
10° terugvorderingen van ten onrechte gedane uitgaven;
11° vergoedingen voor prestaties aan derden, volgens de modaliteiten bepaald in het ondernemingsplan.

§ 2. Tenzij anders is bepaald in een decreet worden de in § 1 genoemde ontvangsten beschouwd als ontvangsten die bestemd zijn voor de gezamenlijke uitgaven.

HOOFDSTUK VIII AANBOD VAN OPLEIDINGEN

AFDELING 1 ALGEMEEN

ART. 26.

§ 1. Het aanbod van trajecten omvat :
1° de leertijd;
2° het ondernemerschapstraject;
3° het toegewezen traject;
4° aanloopstructuuronderdelen;
5° duale structuuronderdelen.

§ 2. De leertijd, vermeld in paragraaf 1, 1°, de aanloopstructuuronderdelen vermeld in paragraaf 1, 4°, en de duale structuuronderdelen, vermeld in paragraaf 1, 5°, zijn een niet-economische dienst van algemeen belang.

§ 3. Het ondernemerschapstraject, vermeld in paragraaf 1, 2°, waarvan de screening door de raad van bestuur of de Vlaamse Regering wordt bekrachtigd, is een niet-economische dienst van algemeen belang. De Vlaamse Regering staat in voor de bekrachtiging van de trajecten als ondernemerschapstrajecten, uitgezonderd in geval de raad van bestuur met eenparigheid van stemmen het advies van de screeningscommissie bekrachtigt.

De screening toetst de opportuniteit van het traject aan de hand van vijf te onderzoeken voorwaarden die cumulatief aanwezig moeten zijn. Die voorwaarden zijn :
a) het betreft een traject dat leidt naar zelfstandig ondernemerschap, waarin een uitstroom als kmo-medewerker mogelijk is;
b) het traject beantwoordt aan een behoefte op de markt;
c) het sectoraal beroepscompetentieprofiel, als dat aanwezig is, of het innovatieve karakter in het andere geval, het generieke ondernemersprofiel of de regelgeving wordt onderbouwd;
d) de kansen op duurzame tewerkstelling en de economische effectiviteit verhogen;
e) andere private marktspelers bieden een dergelijk traject niet aan of bouwen specifieke drempels in die de toegang tot de opleiding minstens belemmeren.

Deze voorwaarden worden verduidelijkt door de Vlaamse Regering.

De bevoegde sectorcommissie, opgericht overeenkomstig artikel 19, § 2, maakt voor de opportuniteitstoetsing van een te organiseren ondernemerstraject een onderbouwd dossier op dat betrekking heeft op de voorwaarden, vermeld in het tweede lid, a) tot en met d).

Het onderbouwde dossier, vermeld in het vierde lid, wordt bezorgd aan de commissie Screening, vermeld in artikel 19, § 3, eerste lid, die adviseert over de voorwaarde, vermeld in het tweede lid, e). De commissie brengt advies uit over de organisatie van ondernemerschapstrajecten.

Het onderbouwde dossier, vermeld in het vierde lid, wordt samen met het advies van de commissie Screening, vermeld in het vijfde lid, door de gedelegeerd bestuurder ter bekrachtiging voorgelegd aan de raad van bestuur.

Wanneer de beslissing tot bekrachtiging door de raad van bestuur niet gebeurt met eenparigheid van stemmen, voegt de raad van bestuur de afwijkende standpunten toe aan het opportuniteitsdossier en bezorgt hij het opportuniteitsdossier aan de Vlaamse Regering die een definitieve beslissing neemt. Alleen trajecten die door de Vlaamse Regering of de raad van bestuur worden bekrachtigd, mogen als ondernemerschapstrajecten worden benoemd.

§ 4. Het ondernemerschapstraject, vermeld in paragraaf 1, 2°, dat op datum van inwerkingtreding van dit decreet erkend is door de raad van bestuur als ondernemersopleiding, is een niet-cconomische dienst van algemeen belang. Dit ondernemerschapstraject wordt vrijgesteld van screening.

Derden kunnen ten aanzien van een ondernemerschapstraject dat krachtens het eerste lid vrijgesteld is van screening, aan de minister bevoegd voor professionele vorming vragen, middels een gemotiveerd beroepschrift, om het niet te erkennen als niet-economische dienst van algemeen belang. De minister zal dit beroepschrift dan voor screening aan de screeningscommissie overmaken. Het advies van de screeningscommissie wordt na advies van de raad van bestuur van Syntra Vlaanderen ter beslissing aan de Vlaamse Regering voorgelegd.

§ 5. Het toegewezen traject, vermeld in paragraaf 1, 3°, is een dienst van algemeen economisch belang, namelijk een opleiding of een daarmee verband houdende activiteit die van algemeen belang is en waar bijkomend een economische factor speelt, maar die geen leertijd, geen gescreend ondernemerschapstraject of geen op de datum van inwerkingtreding van het decreet door de raad van bestuur erkende ondernemersopleiding is.

AFDELING 2 LEERTIJD

ART. 27.

De leertijd bestaat uit een praktijkopleiding in een onderneming, aangevuld met een theoretische vorming in een erkend centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen.

De theoretische vorming omvat een algemene vorming en een beroepsgerichte vorming. Er kunnen tevens aanvullende taalcursussen worden verstrekt.

Praktijkopleiding en aanvullende theoretische vorming zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en beantwoorden aan de bepalingen van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap.

ART. 28.

De praktijkopleiding in de leertijd omvat het sluiten van een overeenkomst vermeld in artikel 3 van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen.

ART. 29.

§ 1. De theoretische vorming en de taalcursussen worden georganiseerd door de centra.

§ 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 39 geschiedt de psycho-pedagogische en de psycho-sociale begeleiding in de leertijd door de Centra voor leerlingenbegeleiding volgens de voorwaarden bepaald door de Vlaamse regering.

§ 3. De in § 1 bedoelde vorming wordt door het "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen" onder de door de Vlaamse regering bepaalde voorwaarden erkend en gesubsidieerd.

ART. 30.

De Vlaamse regering bepaalt de voorwaarden voor de erkenning van de getuigschriften in verband met de leertijd.

[AFDELING 3 ONDERNEMERSCHAPSTRAJECT (verv. decr. 8 juni 2018, art. 9, I: 1 juli 2018)]

ART. 31.

§ 1. Het ondernemerschapstraject, vermeld in artikel 26, § 1, 2°, is een door het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen gescreend traject, dat afgestemd is op een sectoraal beroepscompetentieprofiel, een generiek ondernemersprofiel of regelgeving. Het omvat competentieversterkende acties en activiteiten die naar zelfstandig ondernemerschap leiden, waarin een uitstroom als kmo-medewerker mogelijk is.

Voor de dienstverlenende intellectuele beroepen, waarvan het zelfstandig ondernemerschap niet door een opleiding in een centrum kan worden verworven, leiden de competentieversterkende acties en activiteiten, vermeld in het eerste lid, uitsluitend naar een uitstroom als kmo-medewerker.

§ 2. In de ondernemerschapstrajecten kan een onderscheid gemaakt worden tussen een basiscomponent en de actualisatie van die basiscomponent. De basiscomponent en de actualisatie daarvan kunnen worden versterkt via de diverse vormen van werkplekleren.

De basiscomponent sluit nauw aan bij een sectoraal beroepscompetentieprofiel, een generiek ondernemersprofiel of regelgeving. Generieke ondernemerscompetenties, sectoraal ingevulde ondernemerscompetenties en technische beroepscompetenties worden geïntegreerd aangeboden en gradueel opgebouwd volgens een toenemende complexiteit. Binnen de basiscomponent wordt het niveau van technische complexiteit bepaald dat aanleiding kan geven tot een tussentijdse kwalificatie met waarde op de arbeidsmarkt.

De actualisatie speelt als onderdeel van het ondernemerschapstraject in op een veroudering binnen de basiscomponent naar aanleiding van wetgeving of technische of sociale evoluties en zorgt er dus voor dat de basiscomponent zijn waarde behoudt. De actualisatie heeft een beperkte duur, vastgelegd door de raad van bestuur, en wordt na verloop daarvan in de basiscomponent geïntegreerd. De actualisatie richt zich tot personen die de basistrajecten hebben gevolgd, die de basistrajecten aan het volgen zijn, of die in de sector werken.

De Vlaamse Regering bepaalt de normen voor toelating tot het ondernemerschapstraject, alsook de voorwaarden waaraan het traject moet voldoen.

§ 3. Het ondernemerschapstraject kan worden gecombineerd met een stageovereenkomst.

De stageovereenkomst is een overeenkomst voor bepaalde duur waarbij een ondernemingshoofd zich ertoe verbindt aan de cursist-stagiair een beroepstechnische opleiding te geven of te laten geven. De cursist-stagiair verbindt zich ertoe de techniek van een beroep aan te leren onder de leiding en het toezicht van een ondernemingshoofd, en de nodige cursussen over beroepskennis van de theoretische vorming te volgen in een centrum.

De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de duur, de voorwaarden, de vermeldingen en bepalingen, de rechten en plichten van de partijen, de beëindiging en de schorsing van de overeenkomst.

ART. 32.

§ 1. De ondernemerschapstrajecten, vermeld in artikel 26, § 1, 2°, worden uitsluitend ingericht door de centra.

§ 2. De in § 1 vermelde trajecten worden door het "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen" onder de door de Vlaamse regering bepaalde voorwaarden erkend en binnen de perken van de begrotingskredieten gesubsidieerd.

ART. 33.

De Vlaamse regering bepaalt de voorwaarden voor de erkenning van diploma's , getuigschriften en kwalificaties in de ondernemerschapstrajecten.

[AFDELING 4 TOEGEWEZEN TRAJECT (verv. decr. 8 juni 2018, art. 10, I: 1 juli 2018)]

ART. 34.

§ 1. Toegewezen trajecten zijn trajecten of andere activiteiten die aansluiten bij de missie van het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen, met als doel de deelnemers sterker in te bedden binnen het ondernemerschap door hen opleidingen aan te bieden of technieken aan te leren om hun ondernemerschapscompetenties te verhogen binnen een steeds evoluerende marktcontext.

§ 2. Toegewezen trajecten kunnen worden uitgevoerd door zowel de centra als de professionele en interprofessionele organisaties of andere private of publieke opleidingsverstrekkers.

§ 3. Een centrum, een professionele of interprofessionele organisatie, of een andere private of publieke opleidingsverstrekker als vermeld in paragraaf 2, kan in overeenstemming met de Europese en Belgische regels inzake overheidsopdrachten of de principes zoals bepaald in het besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011, vermeld in artikel 1/1, 2°, worden aangewezen om de toegewezen trajecten uit te voeren.

De Vlaamse Regering bepaalt de concrete uitvoeringsbepalingen voor de toegewezen trajecten.

§ 4. Bij de toewijzing en financiële compensatie van de toegewezen trajecten treedt het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen op als regisseur. De raad van bestuur legt jaarlijks het organisatieplan vast van de toegewezen trajecten op basis van de door de Vlaamse Regering vastgelegde uitvoeringsbepalingen. Het organisatieplan wordt vastgesteld rekening houdend met de behoeftedetectie overeenkomstig artikel 5, § 1, 2°, a).

§ 5. Toegewezen trajecten kunnen slechts binnen de perken van de begrotingskredieten worden geïnitieerd en financieel gecompenseerd.

AFDELING 5 BIJSCHOLING

ART. 35.

...

HOOFDSTUK IX ORGANISATIE VAN OPLEIDINGEN

AFDELING 1 CENTRA VOOR VORMING VAN ZELFSTANDIGEN EN KLEINE OF MIDDELGROTE ONDERNEMINGEN

ART. 36.

Een centrum kan, mits het voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 37, door de Vlaamse regering worden erkend na advies van het "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen".

Een centrum kan door het "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen" worden gesubsidieerd en financieel gecompenseerd indien het voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 38.

ART. 37.

§ 1. Teneinde door de Vlaamse regering te kunnen worden erkend met het oog op het verstrekken van leertijd, aanloopstructuuronderdelen, duale structuuronderdelen en ondernemerschapstrajecten, moet het centrum zijn opgericht onder de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen.

§ 2. Opdat het centrum bedoeld in de eerste paragraaf voor erkenning door de Vlaamse regering in aanmerking komt, moet de algemene vergadering van de vereniging zonder winstoogmerk uitsluitend toegankelijk zijn voor alle representatieve middenstands-, zelfstandigen- en werkgeversorganisaties die voldoen aan de voorwaarden gesteld door de Vlaamse regering.

§ 3. Opdat het centrum bedoeld in de eerste paragraaf voor erkenning door de Vlaamse regering in aanmerking komt, moeten de statuten ervan voorafgaandelijk door de Vlaamse regering zijn goedgekeurd onder de door de Vlaamse regering bij besluit vastgestelde voorwaarden.

Opdat de statuten van het centrum voor goedkeuring in aanmerking zouden komen, moeten zij in elk geval een evenwicht waarborgen in de verschillende bestuursorganen van de vereniging tussen, enerzijds, de vertegenwoordiging van de professionele organisaties en, anderzijds, die van de interprofessionele organisaties.

Opdat de statuten van het centrum voor goedkeuring in aanmerking zouden komen, moet daarin in elk geval zijn voorzien in een vertegenwoordiger van het "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen" in de raad van bestuur. Deze vertegenwoordiger woont de vergaderingen van de raad van bestuur bij met raadgevende stem.

§ 4. Opdat het centrum bedoeld in de eerste paragraaf voor erkenning door de Vlaamse regering in aanmerking zou komen, moet het tot doel hebben:
1° het organiseren van leertijd, aanloopstructuuronderdelen, duale structuuronderdelen en ondernemerschapstrajecten;
2° de pedagogische begeleiding van de cursisten die de door de vereniging georganiseerde vorming volgen;
3° het verlenen aan de Vlaamse regering en aan het "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen" van de medewerking voor bepaalde verwezenlijkingen op het gebied van de opleiding, vorming en begeleiding, met inbegrip van de innovatie en (product) ontwikkeling;
4° het aangaan van samenwerkingsakkoorden met of het nemen van deelnemingen in de andere centra of derden met het oog op het optimaal functioneren van een centrum op zich of van de centra als totaliteit.

§ 5. Opdat het centrum als vermeld in § 1, voor erkenning door de Vlaamse Regering in aanmerking zou komen, moet het in het kader van de leertijd aanloopstructuur-onderdelen en de duale structuuronderdelen :
1° de controle door de onderwijsinspectie mogelijk maken;
2° beantwoorden aan de decretale en reglementaire bepalingen inzake eindtermen en leerplannen voor zover de uitreiking wordt beoogd van eindstudiebewijzen die identiek zijn aan die van het voltijds gewoon secundair onderwijs.
3° een doeltreffend beleid voeren om het rookverbod kenbaar te maken en te handhaven, controle uitoefenen over de naleving van het verbod en overtreders sancties opleggen, conform het eigen sanctiebeleid zoals vermeld in het centrum- of arbeidsreglement;
4° samenwerkingsafspraken maken met een centrum voor leerlingenbegeleiding;
5° een beleid op leerlingenbegeleiding voeren; de Vlaamse Regering bepaalt de datum van inwerkingtreding van deze bepaling.

§ 6. De Vlaamse Regering kan, op voorstel van een college, de erkenning voor wat betreft de leertijd van een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen geleidelijk en geheel of gedeeltelijk opheffen als niet meer wordt voldaan aan de erkenningsvoorwaarden als vermeld in dit artikel. Dat college wordt voor de helft samengesteld uit inspectieleden uit het onderwijs, enerzijds, en voor de helft uit personeelsleden van Syntra Vlaanderen, anderzijds.

De Vlaamse Regering legt de aanvullende bepalingen vast over de werking en de organisatie van dat college, wijst de leden ervan aan en regelt de beroepsprocedure.

ART. 38.

§ 1. Het "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen" kan aan een door de Vlaamse regering erkend centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine of middelgrote ondernemingen subsidies en financiële compensaties toekennen indien het centrum voldoet aan de volgende voorwaarden:
1° het centrum functioneert in overeenstemming met de regels van het recht inzake verenigingen zonder winstgevend oogmerk, inzonderheid de wet van 27 juni 1921;
2° het centrum neemt een boekhouding aan waarvan de regels door de Vlaamse regering zijn vastgesteld;
3° het dagelijks bestuur van het centrum is toevertrouwd aan een directeur die daartoe is erkend door de Vlaamse regering overeenkomstig de voorwaarden gesteld door de Vlaamse regering;
4° het centrum organiseert een minimum aantal cursussen, conform de richtlijnen en modaliteiten bepaald door de Vlaamse regering.

§ 2. Aan een centrum kan het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen overeenkomstig de voorwaarden, bepaald door de Vlaamse Regering, en eventuele bijkomende voorwaarden opgenomen in het ondernemingsplan, de volgende subsidies en financiële compensaties toekennen :
1° overeenkomstig artikel 29, een subsidie voor de leertijd;
2° overeenkomstig artikel 31, een subsidie voor ondernemerschapstrajecten;
3° overeenkomstig de regels, vastgelegd door de Vlaamse Regering, een subsidie of financiële compensatie voor de huur, het verwerven, de nieuwbouw, het eigenaarsonderhoud en de uitrusting van gebouwen;
4° overeenkomstig de regels, vastgelegd door de Vlaamse Regering, een subsidie of financiële compensatie voor innovatie en productontwikkeling;
5° overeenkomstig de regels, vastgelegd door de Vlaamse Regering, een subsidie of financiële compensatie voor projecten in het kader van de uitvoering van het ondernemingsplan.

De subsidies, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, kunnen de volgende vormen aannemen :
1° een productiesubsidie;
2° een effectiviteitssubsidie.

De subsidies, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, worden toegekend op grond van een door het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen goed te keuren organisatieplan.

§ 3. Opdat het centrum als vermeld in § 1, voor subsidiëring door de Vlaamse Regering in aanmerking zou komen, moet het in het kader van de leertijd :
1° deelnemen aan en samenwerken binnen een of meer regionale overlegplatformen als vermeld in artikel 103 van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap;
2° binnen zijn opdrachten, maximale inspanningen leveren om het voltijds engagement voor elke jongere te realiseren.
3° deelnemen aan en samenwerken binnen een lokaal overlegplatform opgericht overeenkomstig artikel IV.2, § 2, eerste lid, van het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen.
Onder « samenwerken » wordt verstaan :
- de in artikel IV.4, eerste lid, 1°, van hetzelfde decreet bedoelde gegevens leveren; en
- de in het kader van artikel IV.4, eerste lid, van hetzelfde decreet gemaakte afspraken naleven.

§ 4. De subsidiëring voor wat betreft de leertijd van een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen dat niet meer voldoet aan alle subsidiëringsvoorwaarden, wordt door Syntra Vlaanderen geheel of gedeeltelijk ingehouden. Die inhouding kan alleen op voorstel van de onderwijsinspectie als het gaat om de voorwaarden als vermeld in § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de aanvullende bepalingen voor die inhouding en regelt de beroepsprocedure.

AFDELING 2 [... (opgeh. decr. 15 juni 2018, art. 35, I: 1 september 2018)]

ART. 39.

...

ART. 40.

...

AFDELING 3 DE LESGEVERS

ART. 41.

De Vlaamse regering bepaalt bij besluit de werkvoorwaarden en de geldelijke regeling van de lesgevers in de leertijd en in de ondernemerschapstrajecten.

HOOFDSTUK X [TOEZICHT, HANDHAVING EN SANCTIES (verv. decr. 20 april 2012, art. 26)]

ART. 42.

Met behoud van de toepassing van de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie wordt het toezicht op de uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan uitgeoefend door de door het agentschap aangewezen personeelsleden.

De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, oefenen de volgende toezichts- en controleopdrachten uit :
1° het kwaliteits- en pedagogisch toezicht;
2° het financiële toezicht op de centra;
3° het toezicht op de uitvoering en financiële compensatie van toegewezen trajecten;
4° alle andere opdrachten die in het kader van toezicht worden toegekend bij decreet of besluit van de Vlaamse Regering.

Het kwaliteits- en pedagogisch toezicht, vermeld in het tweede lid, omvat het toezicht op :
1° de uitvoering van de engagementen van de centra in het kader van de uitvoering van het ondernemingsplan en de ondernemingsplannen van de centra;
2° het organisatieplan;
3° de stageovereenkomst alternerende opleiding, de overeenkomst van alternerende opleiding, de deeltijdse arbeidsovereenkomst en de stageovereenkomst;
4° de procedures voor inschrijving, vrijstelling, en examens van cursisten;
5° het opleidingsprogramma;
6° de opvolging van aan de centra toegekende kwaliteitslabels.

Het financiële toezicht op de centra, vermeld in het tweede lid, omvat het toezicht op :
1° de financiële aspecten van de engagementen van de centra in het kader van de uitvoering van het ondernemingsplan en de ondernemingsplannen van de centra;
2° de financiële compensaties ter uitvoering van artikel 38, § 2;
3° de jaarrekeningen van de centra;
4° de juistheid van de financiële informatie, en de relevantie, het consequente karakter en de bestendigheid van de boekhoudkundige principes en regels die bij de opstelling van de rekeningen worden gebruikt;
5° de toepassing in dit kader van de regelgeving inzake diensten van algemeen belang, diensten van algemeen economisch belang en marktdiensten, en de analyse van de financiële processen binnen de centra in dit verband;
6° de transparantie van de rapportering door de centra.

Het toezicht op de uitvoering en financiële compensatie van toegewezen trajecten, vermeld in het tweede lid, omvat het toezicht op de uitvoering van de in de oproep vermelde of in overeenkomsten aangegane verbintenissen.

ART. 43.

De personeelsleden, vermeld in artikel 42, beschikken voor de uitoefening van hun toezichts- en controleopdrachten over de bevoegdheden, vermeld in artikel 5/1, 5/2, 6, § 1, 1° tot en met 5°, 7, 1° en 2° a) en b), en 8 van het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004.

Die personeelsleden stellen hun bevindingen vast in een verslag. Het verslag wordt naargelang de bepaling van de bevoegdheid in dit decreet of andere regelgeving bezorgd aan de Vlaamse Regering, de raad van bestuur of de instelling die een uitspraak moet doen overeenkomstig de bepalingen van dit decreet en van de krachtens dit decreet genomen besluiten.

Het toezicht kan uitgevoerd worden in de vorm van :
1° een jaarlijkse controle;
2° een aanvullende controle;
3° een steekproefcontrole;
4° een verscherpte controle;
5° een administratieve controle.

De vaststelling van de jaarplanning van de steekproefcontrole en de keuze van de plaats waar of persoon bij wie toezicht wordt uitgeoefend, is gebaseerd op de risico-analyse die jaarlijks door de raad van bestuur wordt opgesteld.

Het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen stelt voor de uitoefening van het toezicht een werkingscode op en maakt die bekend bij diegenen bij wie toezicht wordt uitgeoefend.

ART. 44.

De volgende maatregelen zijn mogelijk :
1° de gewone opmerking : de gewone opmerking wordt gebruikt voor kleine onregelmatigheden of voor duidelijk onvrijwillige gebreken;
2° het verzoek om verbetering : bij het verzoek om verbetering wordt aangegeven welke onregelmatigheid werd geconstateerd, welke verbetering er wordt verwacht binnen welke termijn. Op een verzoek om verbetering dat niet binnen de gestelde termijn in acht wordt genomen, volgt altijd een waarschuwing;
3° de waarschuwing : bij de waarschuwing is de vermelding opgenomen welke sanctie er zal worden toegepast als de gecontroleerde geen rekening houdt met de waarschuwing.

De volgende sancties zijn mogelijk :
1° de verscherpte controle : er wordt systematisch tot verscherpte controle overgegaan als een waarschuwing is gegeven. De kosten van de verscherpte controle moeten door de gecontroleerde worden gedragen bij wijze van bijzondere kostendekkende vergoeding die concreet wordt bepaald in de werkingscode, vermeld in artikel 43, vijfde lid;
2° in het kader van de leertijd of de stage :
a) ...;
b) de opheffing of intrekking van de erkenning van de stageovereenkomst;
c) de uitsluiting van het ondernemingshoofd-opleider;
3° de schorsing, opheffing of intrekking van de erkenning en subsidiëring van de activiteiten in hun geheel of van een deel ervan;
4° de schorsing, opheffing en intrekking van de erkenning van een directeur-afgevaardigd bestuurder van een centrum;
5° de schorsing, opheffing of intrekking van de erkenning van een centrum.

Als een sanctie als vermeld in het tweede lid wordt uitgesproken, kan beroep worden ingesteld. De procedure voor het instellen van een beroep wordt door de Vlaamse Regering geregeld.

HOOFDSTUK XI WIJZIGINGS- EN COÖRDINATIEMACHTIGING

ART. 45.

§ 1. De Vlaamse regering wordt ermee belast de bestaande wets- en decreetsbepalingen betreffende de missie, taken en bevoegdheden van het Vlaams Instituut voor het Zelfstandig Ondernemen te wijzigen, aan te vullen, te vervangen of op te heffen, om ze in overeenstemming te brengen met de bepalingen van dit decreet en van het Bestuursdecreet.

De besluiten die krachtens deze paragraaf worden vastgesteld, houden op uitwerking te hebben indien zij niet bij decreet zijn bekrachtigd binnen de 9 maanden na de datum van hun inwerkingtreding. De bekrachtiging werkt terug tot deze laatste datum.

De in deze paragraaf aan de Vlaamse regering opgedragen bevoegdheid vervalt 9 maanden na de inwerkingtreding van dit decreet. Na die datum kunnen de besluiten die krachtens deze paragraaf zijn vastgesteld en zijn bekrachtigd alleen bij een decreet worden gewijzigd, aangevuld, vervangen of opgeheven.

§ 2. De Vlaamse regering wordt ermee belast de bepalingen van de wetten en decreten betreffende de entiteit binnen de Vlaamse overheid die instaat voor de bedrijfsbegeleiding en de vormgeving, alsook de bepalingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgend wijzigingen hebben aangebracht tot het tijdstip van de coördinatie, te coördineren. Te dien einde kan de regering:
1° de te coördineren bepalingen anders inrichten, inzonderheid opnieuw ordenen en vernummeren;
2° de verwijzingen in de te coördineren bepalingen dienovereenkomstig vernummeren;
3° de te coördineren bepalingen met het oog op onderlinge overeenstemming en eenheid van terminologie herschrijven zonder te raken aan de erin neergelegde beginselen;
4° de verwijzingen naar de in de coördinatie opgenomen bepalingen die in andere niet in de coördinatie opgenomen bepalingen voorkomen, naar de vorm aanpassen.

De coördinatie treedt pas in werking nadat zij bekrachtigd is door het Vlaams Parlement.

HOOFDSTUK XII SLOTBEPALINGEN

AFDELING 1 OPHEFFINGSBEPALING

ART. 46.

(niet opgenomen)

(Heft het decreet van 23 januari 1991 betreffende de vorming en de begeleiding van de zelfstandigen en de kleine en middelgrote ondernemingen op)

AFDELING 2 OVERGANGSBEPALINGEN

ART. 47.

In afwijking van artikel 36, worden de centra en in afwijking van artikel 38, § 1, 3°, worden de directeurs, die erkend zijn op de datum van de inwerkingtreding van dit decreet beschouwd als zijnde erkend in het kader van dit decreet.

ART. 48.

...

ART. 49.

Tot de inwerkingtreding van het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof, zijn de artikelen 2, 3, 4, 5, 6, 6bis en 13 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut van toepassing op het agentschap. Voor de toepassing van voormelde wetsbepalingen wordt het agentschap beschouwd als een organisme van categorie B.

ART. 50.

Voor de huidige titularis van de rang A2L van de rechtsvoorganger van het agentschap wordt een functie van algemeen directeur voorzien, tot hij aangesteld wordt in een andere functie of het agentschap of zijn rechtsvoorganger verlaat.

AFDELING 3 INWERKINGTREDINGBEPALING

ART. 51.

De Vlaamse regering bepaalt de datum waarop dit decreet in werking treedt.

(Deze datum is 1 april 2006. Zie B.V.R. 31 maart 2006, B.S., 12 mei 2006)

(Artikel 46 is in werking getreden op 1 januari 2006. Zie BVR 6 mei 2011, B.S. 6 juni 2011, art. 2)