Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2017

  • goedkeuringsdatum
    30/06/2017
  • publicatiedatum
    B.S. 3/07/2017 (pagina 69572)
  • bron

    Numac : 2017030415
  • datum laatste wijziging
    28/12/2018

HOOFDSTUK 1 Algemeen

ART 1.

Dit decreet regelt een gewest- en gemeenschapsaangelegenheid.

HOOFDSTUK 2 Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

Afdeling 1 Avenant en nieuwe overeenkomst tussen het RIZIV en VAZG

ART 2.

In artikel 2 van het decreet van 7 juli 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998, vervangen bij het decreet van 19 december 2003 en gewijzigd bij het decreet van 8 juli 2011, 21 december 2012, 19 december 2014, 18 december 2015 en 8 juli 2016, worden volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "en voor de uitvoering van het protocolakkoord van 5 februari 2016 tussen de federale overheid en de Vlaamse Gemeenschap betreffende de aankoop van vaccins voor vaccinatie van asielzoekers," vervangen door de zinsnede ", voor de uitvoering van het protocolakkoord van 5 februari 2016 tussen de federale overheid en de Vlaamse Gemeenschap betreffende de aankoop van vaccins voor vaccinatie van asielzoekers, voor de uitvoering van het avenant van 16 januari 2017 bij de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 december 2017) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid, en voor de uitvoering van de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2018) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid,";
2° in paragraaf 2/3 worden de woorden "een overeenkomst" vervangen door de zinsnede "de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 juli 2016) van 13 oktober 2015";
3° er wordt een paragraaf 2/5 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 2/5. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het avenant van 16 januari 2017 bij de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 december 2017) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.";
4° er wordt een paragraaf 2/6 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 2/6. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in de uitvoering van de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2018) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.";
5° er wordt een paragraaf 3/5 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 3/5. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van het avenant van 16 januari 2017 bij de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 december 2017) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.";
6° er wordt een paragraaf 3/6 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 3/6. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2018) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.".

HOOFDSTUK 3 Mobiliteit en Openbare Werken

Afdeling 1 Aanpassing indexatie heffing en boete kilometerheffing

ART 3.

In artikel 2.4.4.0.2, derde lid, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, het laatst gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de zinsnede "De bedragen, vermeld in het eerste lid, worden", wordt vervangen door de zinsnede "Het tarief Tz, vermeld in het eerste lid, wordt";
2° de woorden "voor de maand mei van het lopende jaar" worden vervangen door de woorden "voor de maand maart van het lopende jaar".

ART 4.

In artikel 3.18.0.0.1, § 4, vijfde lid, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, ingevoegd bij het decreet van 3 juli 2015, worden de woorden "voor de maand mei van het lopende jaar" vervangen door de woorden "voor de maand maart van het lopende jaar".

Afdeling 2 Machtiging aan de Vlaamse Waterweg nv inzake borgstelling in DBFM-overeenkomsten

ART 5.

 De Vlaamse Waterweg nv wordt gemachtigd om in de DBFM-overeenkomsten voor het verhogen van een deel van de bruggen over het Albertkanaal een clausule op te nemen op grond waarvan het Vlaamse Gewest, daarbij vertegenwoordigd door de Vlaamse minister bevoegd voor Begroting, zich borg stelt voor de nakoming door De Vlaamse Waterweg nv van alle betalingsverplichtingen die zij ten aanzien van de opdrachtnemer (of diens rechtsopvolger) op zich neemt krachtens deze DBFM-overeenkomsten.

HOOFDSTUK 4 Kanselarij en Bestuur

Afdeling 1 Fonds Personeelsleden met Verlof voor Opdracht

ART 6.

Aan artikel 33 van het decreet van 6 juli 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2001, vervangen bij het decreet van 21 november 2008 en gewijzigd bij het decreet van 18 december 2009, worden een paragraaf 7 en een paragraaf 8 toegevoegd, die luiden als volgt:
" § 7. Aan het fonds bij het Vlaams ministerie Kanselarij en Bestuur worden alle terugvorderingen van wedden en ermee samenhangende vergoedingen of kosten toegewezen met betrekking tot personeelsleden die naar het agentschap Facilitair Bedrijf worden overgedragen zonder kredietoverdracht of hun vervangers.

§ 8. De middelen van het fonds van het Vlaams ministerie Kanselarij en Bestuur, verkregen op basis van paragraaf 7, dienen aangewend te worden voor de betaling van wedden, weddentoelagen en werkingskosten van personeelsleden die naar het agentschap Facilitair Bedrijf worden overgedragen zonder kredietoverdracht of hun vervangers.".

Afdeling 2 Gemeentefonds - cofinanciering externe audit

ART 7.

In artikel 3, § 3/1, van het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds wordt tussen de zinsnede "in 2016 verminderd met 1.044.000 euro." en de woorden "De in mindering gebrachte bedragen" de zin "Vanaf 2017 bedraagt de vermindering 470.000 euro." ingevoegd.

HOOFDSTUK 5 Ruimtelijke Ordening, Onroerend Erfgoed en Woonbeleid

Afdeling 1 Waarborg in toepassing van artikel 78, § 2 - bevoegdheden VWF

ART 8.

 In artikel 78 van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode wordt een paragraaf 5 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 5. Bij uitwinning of ter voorkoming van een uitwinning van de waarborg vermeld in artikel 78, § 2, kan de Vlaamse Regering het VWF opdracht geven tot overname van de activa en passiva van de in artikel 78, § 1, eerste lid, 1°, vermelde kredietmaatschappijen.".

HOOFDSTUK 6 Cultuur, Jeugd, Sport en Media

Afdeling 1 Fonds Personeelsleden met Verlof voor Opdracht

ART 9.

Aan artikel 33 van het decreet van 6 juli 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2001, gewijzigd bij de decreten van 21 november 2008 en 18 december 2009, wordt een paragraaf 9 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 9. Aan het fonds van het Vlaams ministerie van Cultuur, Jeugd, Sport en Media worden alle inkomsten toegewezen die verkregen worden uit de kandidaatstellingen voor netwerkradio's en lokale radio's die in het jaar 2017 bij het Departement Cultuur, Jeugd en Media worden ingediend.

De middelen van het fonds van het Vlaams ministerie van Cultuur, Jeugd, Sport en Media, verkregen op basis van het eerste lid, dienen aangewend te worden voor de betaling van de wedden en weddentoelagen van de tijdelijke personeelsleden die worden aangeworven voor het behandelen van de aanvragen inzake netwerkradio's en lokale radio's.".

Afdeling 2 Wijziging van het decreet van 4 april 2003 betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk tot bijkomende ondersteuning van de verenigingen van migranten

ART 10.

Aan artikel 44 van het decreet van 4 april 2003 betreffende het sociaal-cultureel volwassenwerk, zoals gewijzigd bij het decreet van 12 juli 2013, wordt een paragraaf 6 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 6. In afwijking van paragraaf 1 worden aan de vermelde organisaties in de beleidsperiode die loopt van 1 januari 2016 tot 31 december 2020 vanaf 1 januari 2017 de volgende bedragen bijkomend toegekend:

Vereniging 2017 2018 2019 2020
Actieve Interculturele Federatie + 40.000,00 EUR 70.000,00 EUR 70.000,00 EUR 70.000,00 EUR
Federatie Marokkaanse en Mondiale Democratische Organisaties 40.000,00 EUR 110.000,00 EUR 110.000,00 EUR 110.000,00 EUR
Federatie van Marokkaanse Verenigingen 40.000,00 EUR 70.000,00 EUR 70.000,00 EUR 70.000,00 EUR
Internationaal Comité 40.000,00 EUR 110.000,00 EUR 110.000,00 EUR 110.000,00 EUR
Turkse Unie van België 40.000,00 EUR 90.000,00 EUR 90.000,00 EUR 90.000,00 EUR
Unie van TurkseVerenigingen 40.000,00 EUR 80.000,00 EUR 80.000,00 EUR 80.000,00 EUR
Vereniging voor Ontwikkeling en Emancipatie van Moslims 40.000,00 EUR 40.000,00 EUR 40.000,00 EUR 40.000,00 EUR
Feniks vzw 40.000,00 EUR 80.000,00 EUR 80.000,00 EUR 80.000,00 EUR
Federatie van Zelforganisaties in Vlaanderen 40.000,00 EUR 50.000,00 EUR 50.000,00 EUR 50.000,00 EUR
Federation of Anglophone Africans in Belgium 40.000,00 EUR 100.000,00 EUR 100.000,00 EUR 100.000,00 EUR

Deze bedragen zijn niet onderhevig aan de index zoals bedoeld in artikel 47.".

HOOFDSTUK 7 Omgeving

Afdeling 1 Wijzigingen van het Jachtdecreet van 24 juli 1991

ART 11.

In het Jachtdecreet van 24 juli 1991, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, wordt een hoofdstuk IX/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Hoofdstuk IX/1. Het Jachtfonds".

ART 12.

In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IX/1, ingevoegd bij artikel 11, een artikel 32/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 32/1. Bij het Agentschap voor Natuur en Bos wordt een Jachtfonds ingesteld, dat kan worden aangewend om de volgende doelstellingen te realiseren:
1° het streven naar stabiele populaties van wildsoorten binnen hun leefgebieden;
2° sensibilisering met betrekking tot de inpassing van het wildbeheer in het bredere kader van natuurbehoud;
3° vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen realiseren die een verbetering van de leefgebieden van wildsoorten met zich meebrengen;
4° de werking van de wildbeheereenheden bevorderen en ondersteunen;
5° de praktische organisatie van de jacht ondersteunen, namelijk de volgende aspecten:
a) jachtexamens organiseren;
b) een jachtverlof uitreiken;
c) een jachtvergunning uitreiken;
d) een plan als vermeld in artikel 7 van dit decreet, opmaken en indienen;
e) de dienstverlening aan de jachtsector bevorderen;
6° maatschappelijk onaanvaardbare schade en impact door jachtwild, invasieve uitheemse soorten en beschermde soorten voorkomen en inperken;
7° wetenschappelijk onderzoek in het kader van de doelstellingen, vermeld in punt 1° tot en met 6°, uitvoeren;
8° verscherping van het toezicht op de toepassing van de jachtreglementering.".

ART 13.

 In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, wordt in hetzelfde hoofdstuk IX/1 een artikel 32/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 32/2. Het Jachtfonds is een begrotingsfonds als vermeld in artikel 12 van het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof. Het wordt gespijsd door:
1° de prijs van de jachtverloven en jachtvergunningen;
2° de opbrengst van de inschrijvingsgelden voor het jachtexamen.".

ART 14.

In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, wordt in hetzelfde hoofdstuk IX/1 een artikel 32/3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 32/3. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels inzake de volgende aspecten:
1° wie instaat voor het beheer van het Jachtfonds;
2° de wijze waarop het aandeel van het Jachtfonds wordt bepaald dat wordt toebedeeld aan elk van de doelstellingen, vermeld in artikel 32/1;
3° het instellen van een Centraal Comité van het Jachtfonds, de samenstelling ervan, de werking ervan en de taken ervan;
4° de procedure waarmee de middelen uit het Jachtfonds kunnen worden aangewend voor de doelstellingen, vermeld in artikel 32/1.".

Afdeling 2 Wijziging van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen

ART 15.

In artikel 46, § 1, 6°, b), van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen worden de volgende zinnen toegevoegd:
"In afwijking hiervan geldt het heffingstarief van 0 euro per ton voor het storten op een daartoe vergunde stortplaats van afvalstoffen afkomstig van door de OVAM goedgekeurde Enhanced Landfill Mining-projecten die voldoen aan de volgende voorwaarden:
- het ELFM-project betreft een stortplaats;
- de afgraving en herontwikkeling is opgenomen in een bodemsaneringsproject of levert een grondstoffen-, energie- of ruimtewinst op.".

HOOFDSTUK 8 Onderwijs en Vorming

Afdeling 1 Gelijkschakeling coëfficiënt administratieve omkadering in het GO! ter compensatie van afbouw RAGO-punten

ART 16.

Artikel 79, § 4, van het decreet van 25 februari 1997 basisonderwijs, vervangen bij het decreet van 4 juli 2008 en gewijzigd bij het decreet van 18 december 2009, wordt vervangen door wat volgt:
" § 4. Het bedrag, verkregen door de toepassing van paragraaf 3, wordt voor het begrotingsjaar 2017 verhoogd met 486.000 euro.".

ART 17.

Artikel 85bis, § 4, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 4 juli 2008 en gewijzigd bij het decreet van 18 december 2009, wordt vervangen door wat volgt:
" § 4. Het bedrag, verkregen door de toepassing van paragraaf 3, wordt voor het begrotingsjaar 2017 verhoogd met 53.000 euro.".

ART 18.

 In artikel 86ter, 1°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2016, wordt de zin "Dit bedrag wordt nog verhoogd met de loonkosten die jaarlijks vrijkomen door de toepassing van artikel 192, § 2;" opgeheven.

ART 19.

Artikel 192 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 10 juli 2003, 7 juli 2006 en 4 juli 2008, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 192. In afwijking van artikel 153sexies, § 2, worden, vanaf 1 september 2017, voor de personeelsleden vermeld in artikel 100undecies, § 3, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, bij de omrekening van de punten administratieve ondersteuning naar gefinancierde betrekkingen de helft van de punten nodig voor een betrekking in salarisschaal 202, zoals vermeld in artikel 27quindecies van het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de personeelsformatie in het gewoon basisonderwijs van 17 juni 1997 en zoals vermeld in artikel 25sexies van het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de personeelsformatie in het buitengewoon basisonderwijs van 17 juni 1997, afgerond naar het hoger gelegen geheel getal, in rekening gebracht.".

Afdeling 2 Machtiging aan AGION voor verbintenissen voor huursubsidies

ART 20.

AGION wordt er toe gemachtigd verbintenissen aan te gaan voor huursubsidies voor een totaal van maximaal 15.200.000 euro subsidie per jaar.

Dit bedrag wordt gekoppeld aan de consumptieprijsindex van december 2016, basis 2013, en wordt jaarlijks op 1 januari berekend.

Afdeling 3 Bachelor in de toegepaste psychologie Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen

ART 21.

Aan artikel III.5 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, bekrachtigd bij het decreet van 20 december 2013, wordt een paragraaf 16 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 16. Volgende bedragen, uitgedrukt in euro, worden toegevoegd aan de bedragen VOWprof, als vermeld of berekend overeenkomstig dit artikel:

Begrotingsjaar 2019 25.594,20
Begrotingsjaar 2020 51.188,40
Begrotingsjaar 2021 76.782,60
Vanaf begrotingsjaar 2022 102.376,80

Vanaf het begrotingsjaar 2018 worden de bedragen vermeld in het eerste lid, geïndexeerd aan de hand van de indexformule, vermeld in paragraaf 9 van dit artikel.".

ART 22.

Aan artikel III.34 van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 3 juli 2015, wordt een paragraaf 7 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 7. Volgende bedragen, uitgedrukt in euro, worden als aanvullende uitkering toegevoegd aan de werkingsuitkering van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen:

Begrotingsjaar 2016 41.549,00
Begrotingsjaar 2017 127.971,00
Begrotingsjaar 2018 127.971,00
Begrotingsjaar 2019 102.376,80
Begrotingsjaar 2020 76.782,60
Begrotingsjaar 2021 51.188,40
Begrotingsjaar 2022 25.594,20

Vanaf het begrotingsjaar 2018 worden de bedragen vermeld in het eerste lid, geïndexeerd aan de hand van de indexformule, vermeld in artikel III.5, § 9.".

Afdeling 4 Extra leraarsuren hbo5-opleidingen

ART 23.

Artikel 107, tweede lid, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, ingevoegd bij het decreet van 12 juli 2013, wordt vervangen door wat volgt:
"Aan de groei met betrekking tot de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs zoals vermeld in het voorgaande lid, wordt voor alle centra voor volwassenenonderwijs samen een bedrag van 1.644.512 euro voorzien in het begrotingsjaar 2016. Vanaf het begrotingsjaar 2017 worden er 41.622,70 bijkomende leraarsuren toegekend aan de centra voor volwassenenonderwijs.".

Afdeling 5 Aanpassing bijkomende middelen in het kader van de asielcrisis

ART 24.

 In artikel 196sexies, § 1, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2015, en gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Ten laste van het begrotingsjaar 2017 worden 73.900 aanvullende leraarsuren, 1.080,81 aanvullende punten en een bedrag van 666.550,71 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor volwassenenonderwijs en 136,30 aanvullende vte, 2.247,19 aanvullende punten en een bedrag van 1.609.718,00 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor basiseducatie toegekend.".

Afdeling 6 Flexibele inzet uren POT-trajecten

ART 25.

In het artikel 95 van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, gewijzigd bij het decreet van 23 december 2011 en het decreet van 19 juni 2015, wordt een paragraaf 1/2 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 1/2. Binnen eenzelfde centrum voor deeltijdse vorming kan gedurende een lopend schooljaar maximum 15% van de toegekende middelen overgedragen worden van het ene naar het andere werkingsgebied.".

Afdeling 7 Middelen verhoogde taalvereiste NT2

ART 26.

Aan artikel 196quater van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014 en gewijzigd bij de decreten van 18 december 2015 en 8 juli 2016, worden volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan paragraaf 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Voor schooljaar 2017-2018 worden in uitvoering van artikel 29, § 1, van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid, 54.645 aanvullende leraarsuren, 720 aanvullende punten en een bedrag van 465.372,43 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor volwassenenonderwijs en 106,03 aanvullende vte, 1574 aanvullende punten en een bedrag van 1.109.902,18 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor basiseducatie toegekend.";
2° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de zinsnede "tot en met het schooljaar 2016-2017" vervangen door de zinsnede "tot en met het schooljaar 2017-2018".

HOOFDSTUK 9 Werk en Sociale Economie

27.

28.

HOOFDSTUK 10 Inwerkingtreding

ART 29.

Dit decreet treedt in werking 10 dagen na bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van:
1° de artikelen 2, 3, 4 en 11 tot en met 15 die in werking treden op 1 juli 2017;
2° artikel 6 dat in werking treedt op de dag van de publicatie in het Belgisch Staatsblad;
3° artikel 8 dat uitwerking heeft vanaf 1 april 2017;
4° de artikelen 10, 16 tot en met 19, 21 tot en met 24 en 26 die uitwerking hebben vanaf 1 januari 2017;
5° artikel 25 dat in werking treedt op 1 september 2017;
6° artikelen 27 en 28, die uitwerking hebben op 1 april 2017 en buiten werking treden op 1 januari 2019.