Dringende en tijdelijke maatregelen voor het secundair onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis

  • referentie
    SO/2020/01
  • publicatiedatum
    22/05/2020
  • datum laatste wijziging
    25/06/2021
  • wettelijke basis
    Bijzonder decreet van 8 mei 2020 tot dringende, tijdelijke afwijking van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs naar aanleiding van de coronacrisis, wat de leerlingenevaluatie betreft
  • wettelijke basis
    Decreet van 8 mei 2020 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis
  • wettelijke basis
    Decreet van 29 mei 2020 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (II)
  • wettelijke basis
    Decreet van 17 juli 2020 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (III) en tot wijziging van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016
  • wettelijke basis
    Decreet van 30 oktober 2020 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IV)
  • wettelijke basis
    Decreet van 18 december 2020 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (V)
  • wettelijke basis
    Decreet van 12 februari 2021 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (VI)
  • wettelijke basis
    Decreet van 30 april 2021 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (VII)
  • wettelijke basis
    Decreet van 25 juni 2021 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (VIII)
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van 8 mei 2020 houdende diverse dringende maatregelen in onderwijs ingevolge COVID-19
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2020 tot toekenning van extra werkingsbudget voor de scholen van het gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs omwille van de genomen maatregelen en hieraan verbonden extra onkosten gemaakt door de scholen tegen verspreiding van COVID-19
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van 12 juni 2020 tot toekenning van extra werkingsbudget voor de scholen van het gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs en van het deeltijds beroepssecundair onderwijs, ter compensatie van geannuleerde schooluitstappen en -reizen en gederfde inkomsten en aan de studentenvoorzieningen van de hoger onderwijs instellingen ingevolge COVID-19
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 2020 tot toekenning van extra ICT-middelen voor het gewoon en buitengewoon lager voor leerlingen vanaf het vijfde leerjaar (geboortejaar 2008) en secundair onderwijs in het kader van de aanpak van COVID-19
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2020 tot toekenning van extra werkingsbudget voor de scholen van het gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs, de CLB's en de internaten omwille van de genomen maatregelen en hieraan verbonden extra onkosten gemaakt door de scholen tegen verspreiding van COVID19 voor de periode september - december 2020
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober houdende diverse dringende maatregelen in onderwijs ingevolge COVID-19 en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 4 september 2020 tot toekenning van extra werkingsbudget voor de scholen van het gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs, de CLB ’s en de internaten omwille van de genomen maatregelen en hieraan verbonden extra onkosten gemaakt door de scholen tegen verspreiding van COVID-19 voor de periode september – december 2020
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020 houdende diverse dringende maatregelen ingevolge COVID-19 voor de centra voor leerlingenbegeleiding, het onderwijspersoneel, de academies deeltijds kunstonderwijs, de centra voor volwassenonderwijs en de centra voor basiseducatie houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2020 tot toekenning van extra werkingsbudget voor de scholen van het gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs omwille van de genomen maatregelen en hieraan verbonden extra onkosten gemaakt door de scholen tegen verspreiding van COVID-19 m.b.t. de internaten
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van 23 april 2021 voor het nemen van dringende en tijdelijke maatregelen in het onderwijs ten gevolge van de COVID-19-crisis met betrekking tot de geïntegreerde proeven en kwalificatieproeven, het uitstel voor het indienen van leerplannen, het behoud van het statuut van gehuwd of zelfstandig student, het verlengen van subsidies voor de projecten ‘Taalstimulerende activiteiten’ en ‘Lezen op School’ en de budgetbeheersing inzake bijkomende lestijden, lesuren en uren-leraar voor de remediëring van leerlingen die leerachterstand hebben opgelopen door COVID-19
  • wettelijke basis
    Ministerieel besluit van 13 juli 2020 over de uitvoeringsbepalingen van het decreet van 8 mei 2020 tot het nemen van dringende en tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis i.v.m. de inschrijvingen in scholen
  • In deze omzendbrief lichten we de dringende tijdelijke maatregelen toe die het Vlaams Parlement en de Vlaamse Regering voor het secundair onderwijs genomen hebben voor het schooljaar 2020-2021 en 2021-2022, naar aanleiding van de coronacrisis.
  • Deze omzendbrief is van toepassing op het voltijds secundair onderwijs, het stelsel leren en werken en de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs, tenzij anders vermeld.

Situering

De coronapandemie raakt ook de scholen diep in hun werking en stelt hen voor grote uitdagingen. De bestaande regelgeving is niet voorzien op deze uitzonderlijke situatie.

Om het schooljaar 2020-2021 en 2021-2022 optimaal te kunnen organiseren, hebben het Vlaams Parlement en de Vlaamse Regering enkele maatregelen genomen. Ze hebben allen een dringend en tijdelijk karakter.

De verschillende maatregelen worden hieronder thematisch toegelicht.

Dringende tijdelijke maatregelen

1. Leerlingenevaluatie

1.1. Afwijkingen van het schoolreglement of centrumreglement tijdens het schooljaar 2020-2021

Het schoolreglement of centrumreglement bevat een onderdeel leerlingenevaluatie. Van die maatregelen kan, gezien de huidige omstandigheden, in het schooljaar 2020-2021 worden afgeweken.

Wel kan niet worden afgeweken van de schriftelijke motivatieplicht en de beroepsmogelijkheid bij negatieve eindbeslissingen van de (delibererende) klassenraad, nl. niet geslaagd of geslaagd met beperkingen. De gebruikelijke termijnen die in het geval van beroep een school hanteert, kunnen echter wel worden aangepast.

Over de afwijkingen van het schoolreglement of centrumreglement hebben voorafgaand het lokaal onderhandelingscomité, als er personeelsgevolgen aan zijn verbonden, en de schoolraad inspraak. Een voorafgaande akkoordverklaring door de ouders is er evenwel niet maar afwijkingen worden wél aan ouders en leerlingen gecommuniceerd.

Voorbeelden van afwijkingen zijn; het vervangen van examens door permanente evaluatie, het alsnog invoeren van graadevaluatie of het overgaan binnen een graad met weg te werken tekorten als vormen van flexibele trajecten, ...

  • 1.2. Geïntegreerde proef en kwalificatieproef tijdens het schooljaar 2020-2021

In een aantal leerjaren en onderwijsvormen van het secundair onderwijs moet een geïntegreerde proef (GIP) worden georganiseerd.

In het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3 moet op het einde van de kwalificatiefase (en ook mogelijks op het einde van de integratiefase) een kwalificatieproef worden georganiseerd.

Regelmatige leerlingen moeten verplicht aan deze proeven deelnemen.

De GIP of de kwalificatieproef wordt beoordeeld door de leraars die de betrokken vakken onderwijzen, evenals door deskundigen op het terrein van de te beoordelen kwalificatie. Deze deskundigen worden in de loop van het schooljaar aangeduid door het schoolbestuur of haar afgevaardigde.

Door de uitzonderlijke omstandigheden die het COVID-19-virus met zich meebrengt, zullen scholen niet altijd in de mogelijkheid zijn om de geïntegreerde proef of een kwalificatieproef in opleidingsvorm 3 te organiseren op het einde van dit schooljaar. Ook de betrokkenheid van externe deskundigen bij de beoordeling van de GIP kan in het gedrang komen.

Daarom wordt voor het schooljaar 2020-2021 voorzien dat de geïntegreerde proef of de kwalificatieproef een facultatief onderdeel wordt van de eindevaluatie van een leerling, en geen verplicht onderdeel. Zo kan elke school rekening houdend met de eigen specifieke context autonoom beslissen of de proeven al dan niet kunnen worden georganiseerd. Daarnaast wordt voorzien dat – in voorkomend geval – de afwezigheid door overmacht van deskundigen bij de beoordeling geen afbreuk doen aan de rechtsgeldigheid ervan.

2. Onderwijsinspectie tijdens het schooljaar 2020-2021

2.1. Schooldoorlichtingen en GOK-controles

In het schooljaar 2020-2021 zou de onderwijsinspectie een GOK-controle doen, omdat dit het laatste schooljaar is van de lopende GOK-cyclus in het secundair onderwijs en het buitengewoon basisonderwijs. Deze GOK-controle zal niet worden uitgevoerd.

Als gevolg van de coronapandemie worden de reguliere schooldoorlichtingen dit schooljaar ook kort gehouden. Daarom is beslist om noch de onderwijsinspectie noch de scholen met een afzonderlijke GOK-controle te belasten. Dat betekent dat er dit schooljaar geen negatieve evaluaties met financiële repercussies kunnen worden uitgesproken.

2.2. Doorlichtingen in het kader van erkenning en voor opvolgingsonderzoeken

In onderwijsinstellingen die voorlopig erkend zijn voor het schooljaar 2020-2021 en binnen de 6 maanden na de start van het schooljaar moeten doorgelicht worden met het oog op hun definitieve erkenning wordt de termijn verlengd. De Vlaamse Regering zal uiterlijk op 15 juli 2021 een beslissing nemen over de definitieve erkenning.

In onderwijsinstellingen en CLB’s die nog doorgelicht werden volgens het oude doorlichtingssysteem (voor 30 juni 2018) en toen een ongunstig advies kregen wordt de termijn verlengd tot 30 juni 2022.

3. Inschrijven en aanmelden voor het schooljaar 2020-2021 en het schooljaar 2021-2022

Het huidig inschrijvingsrecht en de aanmeldingsprocedures in het secundair onderwijs zijn verlengd voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2022-2023. De

scholen die willen aanmelden voor inschrijvingen voor schooljaar 2022-2023, kunnen een aanmeldingsdossier indienen tot 15 november 2021 bij de Commissie inzake Leerlingenrechten (CLR).

3.1. Inschrijvingen voor het schooljaar 2021-2022 tijdens 2020-2021

  • De inschrijvingen, in basis en secundair onderwijs, gebeuren op afstand (bv. digitaal, telefonisch). Respecteer altijd de chronologie van de inschrijvingen.
  • In de inschrijvingen van toegewezen leerlingen kunnen na een aanmeldingsprocedure op afspraak gebeuren. Ook inschrijvingen die starten voor de eerste schooldag van maart in scholen die geen leerlingen weigeren, kunnen op afspraak.
  • Scholen kunnen ouders en (kandidaat-) leerlingen op school ontvangen voor bv. een rondleiding of voor het formaliseren van de inschrijving (bv. handtekenen, welkomstgesprek…). Deze contacten zijn uitzonderlijk: als er geen leerlingen op school zijn, op individuele afspraak, met max. 3 personen, volgens de veiligheidsmaatregelen en enkel voor wie verminderde toegang heeft tot digitale alternatieven.
  • Het formaliseren van de inschrijving kan op afstand en elektronisch.

3.2. Leerlingen weigeren

  • Als een leerling niet kan worden ingeschreven bezorg je gedurende het schooljaar 2020-2021 en 2021-2022 een mededeling van niet-gerealiseerde inschrijving, zie de omzendbrief omtrent inschrijvingsrecht.
  • Weigeringen kunnen ook elektronisch aan de ouders bezorgd worden.
  • Weigeringen moeten worden gemeld via het schoolsoftwarepakket aan AGODI.

3.3. Termijn inschrijving ontbindende voorwaarde

Leerlingen die ingeschreven zijn onder ontbindende voorwaarde gedurende het schooljaar 2020-2021 en het schooljaar 2021-2022 zijn na het verstrijken van de termijn van 60 kalenderdagen definitief ingeschreven, ook indien er door de veiligheidsmaatregelen i.v.m. corona (of omwille van een andere reden) niet altijd fysieke lesbijwoning mogelijk was. Indien de school pas nadat de inschrijving reeds gerealiseerd werd, kennis neemt van een verslag, start de termijn van de 60 kalenderdagen op de dag van de kennisneming.

4. Verlenging ondersteuningsmodel met een extra schooljaar voor 2021-2022

Momenteel wordt werk gemaakt van een conceptnota over het decreet leersteun waarin een definitief ondersteuningsmodel een plaats krijgt. Ten gevolge van de COVID-19 pandemie is het traject ter voorbereiding en opmaak van een nieuw leersteundecreet vertraagd. Om voor het onderwijsveld, dat nu ook zelf volop prioriteit dient te leggen bij het zo goed mogelijk opvangen van de corona-crisis, voldoende tijd te voorzien om een nieuw leersteundecreet en definitief ondersteuningsmodel te implementeren, wordt het huidige ondersteuningsmodel in het schooljaar 2021-2022 opnieuw verlengd.

5. Verslag (buitengewoon onderwijs en individueel aangepast curriculum) en gemotiveerd verslag

5.1. Opmaak tijdelijk verslag voor het schooljaar 2021-2022

Voor de opmaak van verslagen met het oog op een inschrijving in het buitengewoon onderwijs of een IAC in het gewoon onderwijs is voor verschillende types (externe) diagnostiek vereist.

Indien er wordt overgegaan tot een volledige lockdown, bestaat de kans dat CLB’s door de coronamaatregelen geen beroep kunnen doen op een dienst voor externe diagnostiek waardoor ze niet tijdig kunnen beschikken over een diagnose wanneer ze een verslag willen opmaken voor een leerling. Daardoor is het mogelijk dat sommige handelingsgerichte diagnostische trajecten (HGD) nog niet tot een definitief besluit kunnen komen. Om daaraan tegemoet te komen voeren we tijdelijk de mogelijkheid in om met het oog op de start van het schooljaar 2021-2022 een tijdelijk verslag op te maken. Dit kan tot en met 31 augustus 2021:

  • voor de inschrijving in het buitengewoon onderwijs;

  • voor de opstart van een individueel aangepast curriculum (IAC) in het gewoon onderwijs;

  • wanneer een type gewijzigd moet worden voor een leerling die al over een verslag beschikt.

Voor de opmaak van het tijdelijk verslag kan het sjabloon van het verslag worden gebruikt, met inbegrip van de aanduiding van een type en opleidingsvorm. Alleen kan dat op het moment dat het tijdelijk verslag wordt opgemaakt, nog niet onderbouwd worden met een externe classificerende diagnose. Het CLB zorgt voor een goede communicatie met de leerling, de ouders en de school over de typologie die werd bepaald.

In de loop van het schooljaar 2021-2022 moet het HGD-traject afgerond worden. Na de toekenning van de juiste diagnose wordt het tijdelijk verslag omgezet in een definitief verslag. Als een diagnose uitblijft, zal het tijdelijk verslag van rechtswege opgeheven worden met het oog op het schooljaar 2022-2023.

Een tijdelijk verslag heeft verder dezelfde rechtsgevolgen als een verslag, zoals de inschrijving onder ontbindende voorwaarde in het gewoon onderwijs.

Het tijdelijke verslag is mogelijk voor alle types waarvoor een diagnose vereist is en dient alleen voor een goede opstart van het schooljaar 2021-2022. Het staat los van het al bestaande, voorlopige verslag type 3.

5.2. Wijzigen verslag tijdens het schooljaar 2021-2022

De coronacrisis kan een impact hebben op de kwaliteit van de handelingsgerichte diagnostische trajecten die gelopen worden om een verslag op te maken voor toegang tot het buitengewoon onderwijs of tot een individueel aangepast curriculum (IAC) in het gewoon onderwijs. Daardoor zou in de loop van het schooljaar 2021-2022 kunnen blijken dat een leerling verkeerd is georiënteerd.

Om hieraan tegemoet te komen, kan doorheen schooljaar 2021-2022 uitzonderlijk een attestwijzigingen gebeuren, zodat die leerlingen naar een ander type of opleidingsvorm kunnen overgaan.

5.3. Geen verplichting herevaluatie type basisaanbod na opleidingsfase in schooljaar 2020-2021

Voor leerlingen in het buitengewoon onderwijs type basisaanbod moet er periodiek een herevaluatie van hun inschrijving gebeuren. Voor opleidingsvorm 3 in het buitengewoon secundair onderwijs wordt de herevaluatie op het einde van de opleidingsfase uitgevoerd. Het doel van die herevaluatie is na te gaan of de leerling opnieuw de overstap naar het gewoon onderwijs kan maken om daar het gemeenschappelijk curriculum of een individueel aangepast curriculum te volgen, of als dat niet mogelijk is, ingeschreven blijft in het buitengewoon onderwijs.

Deze herevaluatie wordt uitgevoerd door het CLB. Omwille van de COVID 19-crisis zijn de CLB’s momenteel evenwel belast met heel wat andere taken, waaronder het contactonderzoek, en is er een toegenomen vraag naar ondersteuning van leerlingen op het vlak van leren en psychosociaal welbevinden. Daarom is er geen verplichting voor de CLB’s om op het einde van het schooljaar 2020-2021 een herevaluatie te doen in functie van de eventuele verlenging van de inschrijving in type basisaanbod vanaf het schooljaar 2021-2022.

Dit betekent dat:

  • voor de leerlingen die nu op het einde van de opleidingsfase zijn gekomen hun inschrijving in het BUSO kan doorlopen zonder dat de motivatie van het CLB in het verslag of in een addendum bij het verslag moet worden opgenomen. De situatie van deze leerlingen wordt het komende schooljaar niet herbekeken;

  • als ouders er voor kiezen hun kind opnieuw in te schrijven in het gewoon onderwijs dat kan op basis van het bestaande verslag als de leerling in het gewoon onderwijs een IAC gaat volgen. Maakt de leerling de overstap naar het gewoon onderwijs om het gemeenschappelijk curriculum te volgen dan bekijkt het CLB of het verslag moet opgeheven worden of vervangen door een gemotiveerd verslag;

  • wanneer CLB’s, scholen en ouders het proces van de herevaluaties al opgestart hadden, ze deze kunnen afronden indien ze dat wensen, ze zijn daar evenwel niet toe verplicht. De centra brengen scholen en ouders daar best van op de hoogte

  • deze regeling niet geldt voor herevaluaties die op het einde van het schooljaar 2019-2020 hadden moeten gebeuren in functie van het schooljaar 2020-2021, maar niet plaatsvonden.

5.4. Gemotiveerd verslag secundair onderwijs voor het schooljaar 2021-2022

We geven de centra voor leerlingenbegeleiding van de scholen voor secundair onderwijs meer tijd om die nieuwe gemotiveerde verslagen op te maken. De gemotiveerde verslagen die opgemaakt zijn in het basisonderwijs blijven rechtsgeldig om ondersteuning aan te vragen voor leerlingen die op 1 september 2021 overstappen naar het secundair onderwijs. Dit is op voorwaarde dat er nog steeds nood is aan ondersteuning en de inzet van compenserende of dispenserende maatregelen of dat specifieke expertise vanuit het buitengewoon onderwijs type basisaanbod, 2, 3, 4, 6, 7 of 9 vereist is. Is dat niet het geval dan moet het CLB het gemotiveerd verslag opheffen.

De centra voor leerlingenbegeleiding van de secundaire scholen maken uiterlijk tegen 1 januari 2022 de nieuwe gemotiveerde verslagen op, zo niet vervalt de rechtsgeldigheid van het gemotiveerd verslag van het basisonderwijs. Concreet houdt dit in dat een handelingsgericht advies geregistreerd moet worden in het multidisciplinair leerlingendossier.

6. Bepalingen m.b.t. de praktijkgerichte component in het secundair onderwijs tijdenshet schooljaar 2020-2021

6.1. Inschrijving in duaal leren zonder tewerkstelling

Voor het behouden van een inschrijving in een duaal structuuronderdeel vermeldt de regelgeving dat een leerling maximaal 20 opleidingsdagen zonder werkplek mag zitten. Een bijkomende verlenging door de trajectbegeleider om welbepaalde redenen was reeds mogelijk. Deze bijkomende verlenging zal in enkele gevallen niet meer volstaan en leerlingen dwingen tot uitschrijven. Deze voorwaarde van 20 opleidingsdagen komt te vervallen voor dit schooljaar. Leerlingen kunnen er dus voor kiezen om ook zonder werkplek in het duale structuuronderdeel te blijven.

6.2. Stage in opleidingsvorm 3

In de kwalificatiefase van opleidingsvorm 3 van het buitengewoon secundair onderwijs vermeldt de regelgeving een stageverplichting met minimumduur. Hierop is er geen afwijkingsgrond wegens overmacht, terwijl een analoge afwijking wel mogelijk is bij alle stages in het gewoon secundair onderwijs. Om hieraan tegemoet te komen, kan ook in de kwalificatiefase de onmogelijkheid om stage in te richten als overmacht worden gekwalificeerd.

Eveneens is er voor de integratiefase van opleidingsvorm 3 vastgelegd dat de leerling 700 uur werkervaring op een reële werkplek moet doen. Hierop is er eveneens geen afwijkingsgrond wegens overmacht, terwijl een analoge afwijking wel mogelijk is bij alle stages in het gewoon secundair onderwijs. Om hieraan tegemoet te komen, kan voor de integratiefase overmacht ingeroepen worden indien de leerling deze 700 uur niet behaald.

6.3. Werkplek in de zorgopleidingen

Voor de zorgopleidingen in het DBSO, zijn de opleidingskaarten aangepast wat betreft het minimumaantal uren stage. Indien dit minimumaantal niet wordt bereikt, kan een certificering nog steeds plaatsvinden. De opleidingskaarten zijn aan dit principe aangepast.

Voor de opleidingen zorgkundige duaal en kinderbegeleider duaal is telkens in het standaardtraject vastgelegd dat de leerling in twee werkplekken tewerkgesteld moet worden, voor een minimumaantal uren. Door de huidige crisis blijkt deze verplichting niet steeds mogelijk. Om hieraan tegemoet te komen werden de standaardtrajecten voor dit schooljaar aangepast. Leerlingen in de opleiding kinderbegeleider duaal en in de opleiding zorgkundige duaal dienen geen twee werkplekken te hebben, en er dient niet voldaan te worden aan de minimumtermijnen die in de respectievelijke standaardtrajecten worden opgelegd. Wel dienen de aanbieders er maximaal op in te zetten dat de competenties uit het standaardtraject gerealiseerd worden.

6.4. Heroprichting van structuuronderdeel na afbouw ten voordele van duaal leren

Enkele scholen kozen er bij aanvang van het schooljaar voor om de voltijdse variant van een structuuronderdeel geheel af te bouwen ten voordele van een duaal structuuronderdeel. Leerlingen werden dan enkel maar ingeschreven in dit duale structuuronderdeel, waardoor er op 1/10 geen leerlingen ingeschreven waren in een voltijdse variant en deze dus ook niet meer kon ingericht worden dit schooljaar. Verschillende leerlingen kunnen door de huidige crisis echter geen werkplek vinden en verkiezen een terugkeer naar een voltijdse variant. Een heropstart van deze variant is dan ook mogelijk in de loop van het schooljaar, ongeacht of er op 1/10 leerlingen waren ingeschreven.

7. Type 5-scholen tijdens de schooljaren 2020-2021 en 2021-2022

De berekening van de financiering en de rationalisatienorm van ziekenhuisscholen in het secundair onderwijs gebeurt op basis van het gemiddelde leerlingenaantal doorheen het hele jaar. Door de coronacrisis is er een daling van het leerlingenaantal in de ziekenhuisscholen. Om hier rekening mee te houden zijn een aantal uitzonderingen ingevoerd.

  • Wat de rationalisatienorm betreft kijken we naar de gemiddelde aanwezigheid van regelmatige leerlingen in de maand september. Ook geven we hierbij aan dat als het aantal regelmatige leerlingen uit deze berekeningswijze lager ligt dan het aantal van het schooljaar 2019-2020, we het aantal van schooljaar 2019-2020 overnemen.
  • Wat de financiering betreft geldt voor de komende twee schooljaren de volgende regeling:

  • Schooljaar 2020-2021:
    • Voor scholen die als ziekenhuisschool zijn gestart op 1 september 2020, kijken we naar de gemiddelde aanwezigheid van regelmatige leerlingen in september 2020;
    • Voor scholen die als ziekenhuisschool zijn gestart op 1 september 2019, kijken we naar de gemiddelde aanwezigheid van regelmatige leerlingen in de periode van 5 maanden voorafgaand aan 1 februari 2020.
    • Voor scholen die al eerder startten als ziekenhuisschool kijken we naar de gemiddelde aanwezigheid van regelmatige leerlingen in de periode van 12 maanden voorafgaand aan 1 februari 2020.

  • Schooljaar 2021-2022:
    • Voor scholen die als ziekenhuisschool starten op 1 september 2021 kijken we naar de gemiddelde aanwezigheid van regelmatige leerlingen in september 2020;
    • Voor scholen die als zienhuisschool zijn gestart op 1 september 2019 of 1 september 2020 kijken we naar de gemiddelde aanwezigheid van regelmatige leerlingen in de periode van 12 maanden voorafgaand aan 1 oktober 2021;
    • Voor scholen die al eerder startten als ziekenhuisschool, kijken we naar de gemiddelde aanwezigheid van regelmatige leerlingen in de periode van 5 maanden voorafgaand aan 1 februari 2021.

Als een school op basis van de bovenstaande berekening minder regelmatige leerlingen heeft dan in het voorgaande schooljaar, wordt het aantal van het voorgaande schooljaar gebruikt.

8. Extra middelen voor ICT tijdens het schooljaar 2020-2021

Er is sterk ingezet op afstandsonderwijs, wat de scholen verplichtte om onverwachte bijkomende uitgaven inzake ICT te doen. Daarom is een bijkomende werkingstoelage voor ICT voor een bedrag van 4.338.500 euro voorzien. Deze middelen zijn bestemd voor de kosten die de scholen gemaakt hebben in de eerste fase van de coronamaatregelen vanaf 16 maart en voor de eventuele heropstart vanaf 18 mei 2020 (met proeffase vanaf 15 mei). De middelen kunnen ook gebruikt worden tijdens het eerste semester van het schooljaar 2020-2021, bijvoorbeeld voor het aanstellen van ICT-coördinatoren.

Er is een bijkomende werkingstoelage voor ICT voor een bedrag van 35 miljoen euro. De betaling van de extra middelen gebeurde in juli 2020. Deze middelen zijn bedoeld om de scholen in het schooljaar 2020-2021 bijkomend te ondersteunen bij het organiseren van online afstandsleren, bv. ingeval zich een tijdelijke sluiting van scholen zou voordoen, bij deeltijds afstandsleren of in het geval dat individuele leerlingen of groepen leerlingen zich tijdelijk in quarantaine bevinden.

De middelen dienen ingezet te worden voor ICT-ondersteuning in het kader van afstandsleren: aankopen van hardware voor leerlingen en leraren, toebehoren, (educatieve) software, ICT-vorming, inkopen van bijkomende ICT-ondersteuning en -diensten, enz.

Tegelijkertijd dienen scholen goed na te denken over hoe ze na de COVID-19-crisis de ICT-aankopen kunnen inpassen in het ICT-beleid en de infrastructuur van de school. Om scholen hierbij te helpen stelt de Vlaamse overheid een ICT-beleidsplanningstool ter beschikking. Meer informatie vinden scholen hier: https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/selfie-hoe-goed-gaat-je-school-om-met-ict

Ondersteuning, tools en informatie over de ICT-componenten van afstandsleren vinden scholen hier: https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/afstandsleren en https://www.klascement.net/thema/onderwijs-tijdens-corona/en bij hun pedagogische begeleidingsdienst.