Dringende tijdelijke maatregelen voor het basisonderwijs naar aanleiding van de coronacrisis – schooljaar 2020-2021

  • referentie
    BAO/2020/01
  • publicatiedatum
    22/05/2020
  • datum laatste wijziging
    28/06/2021
  • wettelijke basis
    Bijzonder decreet van 8 mei 2020 tot dringende, tijdelijke afwijking van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs naar aanleiding van de coronacrisis, wat de leerlingenevaluatie betreft
  • wettelijke basis
    Decreet van 8 mei 2020 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis
  • wettelijke basis
    Decreet van 29 mei 2020 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (II)
  • wettelijke basis
    Decreet van 17 juli 2020 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (III) en tot wijziging van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016
  • wettelijke basis
    Decreet van 30 oktober 2020 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IV)
  • wettelijke basis
    Decreet van 18 december 2020 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (V)
  • wettelijke basis
    Decreet van 12 februari 2020 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (VI)
  • wettelijke basis
    Decreet van 25 juni 2021 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (VIII)
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van 8 mei 2020 houdende diverse dringende maatregelen in onderwijs ingevolge COVID-19
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2020 tot toekenning van extra werkingsbudget voor de scholen van het gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs omwille van de genomen maatregelen en hieraan verbonden extra onkosten gemaakt door de scholen tegen verspreiding van COVID-19
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van 12 juni 2020 tot toekenning van extra werkingsbudget voor de scholen van het gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs en van het deeltijds beroepssecundair onderwijs, ter compensatie van geannuleerde schooluitstappen en -reizen en gederfde inkomsten en aan de studentenvoorzieningen van de hoger onderwijs instellingen ingevolge COVID-19
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 2020 tot toekenning van extra ICT-middelen voor het gewoon en buitengewoon lager voor leerlingen vanaf het vijfde leerjaar (geboortejaar 2008) en secundair onderwijs in het kader van de aanpak van COVID-19
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2020 tot toekenning van extra werkingsbudget voor de scholen van het gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs, de CLB's en de internaten omwille van de genomen maatregelen en hieraan verbonden extra onkosten gemaakt door de scholen tegen verspreiding van COVID19 voor de periode september - december 2020
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober houdende diverse dringende maatregelen in onderwijs ingevolge COVID-19 en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 4 september 2020 tot toekenning van extra werkingsbudget voor de scholen van het gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs, de CLB ’s en de internaten omwille van de genomen maatregelen en hieraan verbonden extra onkosten gemaakt door de scholen tegen verspreiding van COVID-19 voor de periode september – december 2020.
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020 houdende diverse dringende maatregelen ingevolge COVID-19 voor de centra voor leerlingenbegeleiding, het onderwijspersoneel, de academies deeltijds kunstonderwijs, de centra voor volwassenonderwijs en de centra voor basiseducatie houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2020 tot toekenning van extra werkingsbudget voor de scholen van het gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs omwille van de genomen maatregelen en hieraan verbonden extra onkosten gemaakt door de scholen tegen verspreiding van COVID-19 m.b.t. de internaten
  • wettelijke basis
    Ministerieel besluit van 13 juli 2020 over de uitvoeringsbepalingen van het decreet van 8 mei 2020 tot het nemen van dringende en tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis i.v.m. de inschrijvingen in scholen
  • In deze omzendbrief lichten we de dringende tijdelijke maatregelen toe die het Vlaams Parlement en de Vlaamse Regering voor het basisonderwijs genomen hebben voor het schooljaar 2020-2021, naar aanleiding van de coronacrisis.
  • Deze maatregelen moeten het maximaal mogelijk maken om het schooljaar 2020-2021 optimaal te organiseren.

1. Situering

De coronapandemie raakt ook de scholen diep in hun werking en stelt hen voor grote uitdagingen. De bestaande regelgeving is niet voorzien op deze uitzonderlijke situatie.

Om het schooljaar 2020-2021 optimaal te kunnen organiseren, nemen het Vlaams Parlement en de Vlaamse Regering een aantal maatregelen. Ze hebben alle een dringend en tijdelijk karakter.

Hierna vindt u deze maatregelen voor het basisonderwijs.

2. Dringende tijdelijke maatregelen

2.1. Verlenging van de herfstvakantie tot en met 15 november

De herfstvakantie wordt verlengd, namelijk tot 15 november 2020. Een verlenging van de herfstvakantie biedt virologische voordelen alsook een adempauze aan de schoolteams.

Het verlengen van de herfstvakantie mag niet leiden tot een afbreuk aan de in regelgeving vastgelegde rechten van leerlingen. Om die reden zullen bijvoorbeeld kleuters op de vier extra verlofdagen beschouwd worden als aanwezig, zodat ze geen nadeel ondervinden bij het bereiken van het aantal halve dagen aanwezigheid voor het groeipakket en, voor de oudere kleuters, voor de toelatingsvoorwaarde tot het gewoon lager onderwijs.

2.2. Extra middelen

2.2.1. Extra middelen voor ICT tijdens het schooljaar 2019-2020

Er is een bijkomende werkingstoelage voor ICT voor een totaal bedrag van 4.338.500 euro. Deze extra toelage wordt toegekend aan elke school die deel uitmaakt van een samenwerkingsplatform. Deze middelen zijn bestemd voor de kosten die de scholen gemaakt hebben in de eerste fase van de coronamaatregelen vanaf 16 maart en bij de heropstart vanaf 18 mei 2020 (met proeffase vanaf 15 mei). Er is sterk ingezet op afstandsonderwijs, wat de scholen verplichtte om onverwachte bijkomende uitgaven inzake ICT te doen.

De berekening gebeurt gelijkaardig als bij de reguliere toelage voor ICT-coördinatie: Aantal leerlingen op de teldag x wegingsfactor x coëfficiënt (3,0698). De weging van de leerlingen gebeurt conform punt 2.1. van de omzendbrief ‘Mededeling betreffende ICT-coördinatie : maatregelen vanaf het schooljaar 2005-2006’. De middelen zijn uitbetaald in mei 2020.

De bijkomende middelen kunnen ook gebruikt worden tijdens het eerste semester van het schooljaar 2020-2021, bijvoorbeeld voor het aanstellen van ICT-coördinatoren.

2.2.2. Extra middelen voor ICT tijdens het schooljaar 2020-2021

Er is een bijkomende werkingstoelage voor ICT voor een bedrag van 9,018 miljoen euro voor het basisonderwijs. Deze middelen zijn bedoeld om de scholen in het schooljaar 2020-2021 bijkomend te ondersteunen bij het organiseren van online afstandsleren, bv. ingeval zich een tijdelijke sluiting van scholen zou voordoen, bij deeltijds afstandsleren of in het geval dat individuele leerlingen of groepen leerlingen zich tijdelijk in quarantaine bevinden.

De middelen dienen ingezet te worden voor ICT-ondersteuning in het kader van afstandsleren: aankopen van hardware voor leerlingen en leraren, toebehoren, (educatieve) software, ICT-vorming, inkopen van bijkomende ICT-ondersteuning en -diensten, enz.

Tegelijkertijd dienen scholen goed na te denken over hoe ze na de COVID-19-crisis de ICT-aankopen kunnen inpassen in het ICT-beleid en de infrastructuur van de school. Om scholen hierbij te helpen stelt de Vlaamse overheid een ICT-beleidsplanningstool ter beschikking. Meer informatie vinden scholen hier: https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/selfie-hoe-goed-gaat-je-school-om-met-ict.

Deze middelen worden toegekend aan de scholen voor lager onderwijs met leerlingen in het vijfde en zesde leerjaar (op basis van geboortejaar). De verdeling gebeurt aan de hand van een forfaitair bedrag van 50,00 euro per leerling. In het gewoon lager onderwijs varieert dit bedrag met de SES-kenmerken (sociaal-economische status) van de leerlingen. Per kenmerk waarop de leerling aantikt, stijgt het forfaitair bedrag met 5 euro. De betaling van de extra middelen vond plaats in juli 2020.

Ondersteuning, tools en informatie over de ICT-componenten van afstandsleren vinden scholen hier: https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/afstandsleren en https://www.klascement.net/thema/onderwijs-tijdens-corona/

2.2.3. Extra middelen ter compensatie van gederfde inkomsten en geannuleerde schooluitstappen tijdens het schooljaar 2019-2020

Om basisscholen financieel te compenseren voor gederfde inkomstenen voor geannuleerde schooluitstappen, werden er extra werkingsmiddelen voorzien voor een bedrag van 2,429 mio euro. Door de coronacrisis zijn vele schooluitstappen en -reizen die gepland waren tijdens het voorjaar 2020 geannuleerd. Om ouders financieel te compenseren voor uitgaven die reeds zijn gemaakt voor geannuleerde schooluitstappen, kunnen scholen de extra werkingsmiddelen aanspreken. Scholen moeten een vergoedingssysteem uitwerken voor kosten die ouders hebben gemaakt voor deze extramurosactiviteiten. Ze hebben de mogelijkheid om zelf te beslissen hoe ze met de extra middelen omgaan, bv. verrekening van bedragen op schoolfacturen, terugbetalingen aan ouders, etc.

De berekening gebeurt op basis van een forfaitair bedrag per leerling lager onderwijs van 5,16 euro voor het gewoon en het buitengewoon lager onderwijs. Het aantal financierbare leerlingen op 1 februari 2020 wordt in rekening genomen. De extra werkingsmiddelen werden uitbetaald aan de schoolbesturen in juli 2020.

2.2.4. Extra middelen voor de gemaakte onkosten bij de heropstart van de scholen schooljaar 20219-2020

De heropstart van scholen ging gepaard met extra kosten om voor een veilige schoolomgeving te zorgen. Daarom worden in het basisonderwijs extra werkingsmiddelen voorzien voor een bedrag van 16,622 mio euro.

Dit extra budget wordt toegekend voor de aankoop van mondmaskers, voor de aankoop van het nodige poetsmateriaal, voor de inzet van extra poetspersoneel en voor de aankoop van ander materiaal m.b.t. de hygiëne- en veiligheidsmaatregelen.

De berekening gebeurt op basis van een forfaitair bedrag per leerling van 22,21 euro voor het gewoon basisonderwijs en 32,34 euro voor het buitengewoon basisonderwijs. Het aantal financierbare leerlingen op 1 februari 2020 wordt in rekening genomen. De extra werkingsmiddelen werden uitbetaald aan de schoolbesturen in juli 2020.

2.2.5. Extra middelen voor de onkosten bij de start van schooljaar 2020-2021

Om de opening van scholen in het schooljaar 2020 – 2021 in veilige omstandigheden te laten plaatsvinden, moeten scholen maatregelen nemen die extra kosten met zich mee brengen. Scholen krijgen een toelage om te voorzien in een tegemoetkoming voor de bijkomende kosten op het vlak van de verstrengde hygiëne- en veiligheidsmaatregelen. Deze toelage wordt toegekend voorde inzet van extra poetspersoneel en de aankoop van materiaal m.b.t. de hygiëne en veiligheidsmaatregelen.

De berekening gebeurt op basis van een forfaitair bedrag per leerling van 13,80 euro. Het aantal financierbare leerlingen op 1 februari 2020 wordt in rekening genomen. De extra werkingsmiddelen werden uitbetaald aan de schoolbesturen in oktober 2020.

2.3. Inschrijven en aanmelden voor het schooljaar 2020-2021 en het schooljaar 2021-2022

Het huidig inschrijvingsrecht en de aanmeldingsprocedures in het secundair onderwijs zijn verlengd voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2022-2023. De scholen die willen aanmelden voor inschrijvingen voor schooljaar 2022-2023, kunnen een aanmeldingsdossier indienen tot 15 november 2021 bij de Commissie inzake Leerlingenrechten (CLR).

2.3.1. Inschrijvingen voor het schooljaar 2021-2022 tijdens 2020-2021

  • De inschrijvingen, in basis en secundair onderwijs, gebeuren op afstand (bv. digitaal, telefonisch). Respecteer altijd de chronologie van de inschrijvingen.
  • In de inschrijvingen van toegewezen leerlingen kunnen na een aanmeldingsprocedure op afspraak gebeuren. Ook inschrijvingen die starten voor de eerste schooldag van maart in scholen die geen leerlingen weigeren, kunnen op afspraak.
  • Scholen kunnen ouders en (kandidaat-) leerlingen op school ontvangen voor bv. een rondleiding of voor het formaliseren van de inschrijving (bv. handtekenen, welkomstgesprek…). Deze contacten zijn uitzonderlijk: als er geen leerlingen op school zijn, op individuele afspraak, met max. 3 personen, volgens de veiligheidsmaatregelen en enkel voor wie verminderde toegang heeft tot digitale alternatieven.
  • Het formaliseren van de inschrijving kan op afstand en elektronisch.

2.3.2. Leerlingen weigeren

  • Als een leerling niet kan worden ingeschreven bezorg je gedurende het schooljaar 2020-2021 en 2021-2022 een mededeling van niet-gerealiseerde inschrijving, zie de omzendbrief omtrent inschrijvingsrecht.
  • Weigeringen kunnen dit schooljaar ook elektronisch aan de ouders bezorgd worden
  • Weigeringen moeten dit schooljaar worden gemeld via het schoolsoftwarepakket aan AGODI.

2.3.3. Termijn inschrijving onder ontbindende voorwaarde

Leerlingen met een verslag die ingeschreven zijn onder ontbindende voorwaarde gedurende het schooljaar 2020-2021 en het schooljaar 2021-2022 zijn na het verstrijken van de termijn van 60 kalenderdagen definitief ingeschreven, ook indien er door de veiligheidsmaatregelen i.v.m. corona (of omwille van een andere reden) niet altijd fysieke lesbijwoning mogelijk was. Indien de school pas nadat de inschrijving reeds gerealiseerd werd, kennis neemt van een verslag, start de termijn van de 60 kalenderdagen op de dag van de kennisneming.

2.4. Mogelijkheid tot opmaak van een tijdelijk verslag (buitengewoon onderwijs en individueel aangepast curriculum)

Indien er dit schooljaar opnieuw wordt overgegaan tot een volledige lockdown, of verregaande veiligheidsmaatregelen worden genomen, bestaat de kans dat CLB’s niet tijdig kunnen beschikken over een diagnose wanneer ze een verslag willen opmaken voor een leerling.

Daarom wordt ook dit schooljaar voorzien in de mogelijkheid om met het oog op de start van het schooljaar 2021-2022 een tijdelijk verslag op te maken.

Dit kan:

- voor de inschrijving in het buitengewoon onderwijs;

- voor de opstart van een individueel aangepast curriculum (IAC) in het gewoon onderwijs;

- wanneer een type gewijzigd moet worden voor een leerling die al over een verslag beschikt.

In de loop van het schooljaar 2021-2022 kan het CLB het HGD-traject verder afronden met de diagnose en wordt het een definitief verslag.

2.5. Attestwijziging gedurende het schooljaar

Ook in het schooljaar 2020-2021 kan de coronacrisis een impact hebben op de kwaliteit van de handelingsgerichte diagnostische trajecten die gelopen worden om een verslag op te maken voor toegang tot het buitengewoon onderwijs of tot een individueel aangepast curriculum in het gewoon onderwijs. Dit kan het geval zijn wanneer het Overlegcomité tot een algemene lockdown beslist of wanneer er veiligheidsmaatregelen genomen worden die ervoor zorgen dat externe diagnostische centra in de loop van het schooljaar 2020-2021 niet in de mogelijkheid zijn om tijdig classificerende diagnoses af te leveren.

Daardoor zou in de loop van het schooljaar 2021-2022 kunnen blijken dat een leerling verkeerd is georiënteerd. Om hieraan tegemoet te komen, maken we het mogelijk om ook doorheen het schooljaar 2021-2022 attestwijzigingen door te voeren.

2.6. Type 5-scholen

Voor de berekening van de omkadering en werkingsmiddelen en de toepassing van de rationalisatieregels voor het schooljaar 2021-2022 stelt er zich voor de type 5-scholen een probleem. Deze scholen tellen op basis van de gemiddelde aanwezigheid op jaarbasis. De coronamaanden hebben een zeer nadelig effect op dit gemiddelde. Daarom komt er een alternatieve tweetrapsregeling:

  • voor de berekeningen voor het schooljaar 2021-2022 komt er eenmalig een telperiode waar de coronamaanden buiten vallen (telperiode september 2020–januari 2021);
  • elke type 5-school krijgt minimaal de omkadering en de werkingsmiddelen voor het schooljaar 2020-2021 gegarandeerd.

2.7. Hertellen voor scholen buitengewoon basisonderwijs op de eerste schooldag van oktober

Door de coronacrisis waren fysieke inschrijvingen niet mogelijk. Scholen hebben daardoor meer dan anders digitaal laten aanmelden.

De gezamenlijke aanmeldingsprocedures hebben in sommige regio’s duidelijk gemaakt dat scholen voor buitengewoon basisonderwijs kampen met een groot capaciteitsprobleem.

Om dat op te vangen kunnen scholen voor buitengewoon basisonderwijs in het schooljaar 2021-2022 hertellen voor de berekening van de lestijden volgens de schalen en de uren volgens de richtgetallen.

Er wordt geteld op de eerste schooldag van oktober 2021 als de school op die dag een hoger aantal lestijden volgens de schalen en/of uren volgens de richtgetallen genereert dan op basis van de eerste schooldag van februari 2021.

De hertelling op de eerste schooldag van oktober 2021 geldt niet voor de berekening van andere omkadering en de werkingsmiddelen.

De hertelling maakt het voor scholen voor buitengewoon basisonderwijs mogelijk om een capaciteitsverhoging te realiseren. Daarmee kunnen ze op korte termijn een capaciteitsprobleem oplossen.

2.8. Termijn doorlichtingen

Omwille van de verstrengde coronamaatregelen is het op dit ogenblik niet wenselijk dat de onderwijsinspectie doorlichtingen doet in onderwijsinstellingen of CLB’s. Daarom wordt in die gevallen dat de inspectie slechts een beperkte tijd heeft om een doorlichting te doen, de tijd verlengd met een aantal maanden.

Dit is het geval voor onderwijsinstellingen die voorlopig erkend zijn voor het schooljaar 2020-2021 en binnen de 6 maanden na de start van het schooljaar moeten doorgelicht worden met het oog op hun definitieve erkenning. Deze termijn wordt verlengd met 2 maanden. De Vlaamse Regering zal uiterlijk op 31 mei 2021 een beslissing nemen over de definitieve erkenning.

Dit geldt ook voor scholen die nog doorgelicht werden volgens het oude doorlichtingssysteem (voor 30 juni 2018) en toen een ongunstig advies kregen. Enkele van deze scholen moeten nog opnieuw doorgelicht worden. Daarvoor wordt de termijn verlengd tot 30 juni 2021.

2.9. GOK-controles buitengewoon basisonderwijs

In het schooljaar 2020-2021 zou de onderwijsinspectie een GOK-controle doen, omdat dit het laatste schooljaar is van de lopende GOK-cyclus in het buitengewoon basisonderwijs. Deze GOK-controle zal niet worden uitgevoerd. Als gevolg van de coronapandemie worden de gewone reguliere schooldoorlichtingen dit schooljaar ook kort gehouden.

Daarom is beslist om noch de onderwijsinspectie noch de scholen met een afzonderlijke GOK-controle te belasten. Het niet uitvoeren van de GOK-controle dit schooljaar betekent dat er geen negatieve evaluaties met financiële repercussies kunnen worden uitgesproken voor de scholen.

2.10. Verlenging ondersteuningsmodel met een extra schooljaar

Momenteel wordt werk gemaakt van een conceptnota over het decreet leersteun waarin een definitief ondersteuningsmodel een plaats krijgt. Ten gevolge van de COVID-19 pandemie is het traject ter voorbereiding en opmaak van een nieuw leersteundecreet vertraagd. Om voor het onderwijsveld, dat nu ook zelf volop prioriteit dient te leggen bij het zo goed mogelijk opvangen van de corona-crisis, voldoende tijd te voorzien om een nieuw leersteundecreet en definitief ondersteuningsmodel te implementeren, wordt het huidige ondersteuningsmodel

in het schooljaar 2021-2022 opnieuw verlengd.

2.11. Geen herevaluatie basisaanbod in het schooljaar 2020-2021

Voor leerlingen in het buitengewoon onderwijs type basisaanbod moet er periodiek een herevaluatie van hun inschrijving gebeuren. In het buitengewoon basisonderwijs gebeurt dat op het einde van het tweede schooljaar na de inschrijving en bij verlenging van de inschrijving telkens opnieuw na een periode van twee schooljaren. Het doel van die herevaluatie is na te gaan of de leerling opnieuw de overstap naar het gewoon onderwijs kan maken om daar het gemeenschappelijk curriculum of een individueel aangepast curriculum te volgen, of als dat niet mogelijk is, ingeschreven blijft in het buitengewoon onderwijs.

Deze herevaluatie wordt uitgevoerd door het CLB. Omwille van de COVID 19-crisis zijn de CLB’s momenteel evenwel belast met heel wat andere taken, waaronder het contactonderzoek, en is er een toegenomen vraag naar ondersteuning van leerlingen op het vlak van leren en psychosociaal welbevinden. Daarom is er geen verplichting voor de CLB’s om op het einde van het schooljaar 2020-2021 een herevaluatie te doen in functie van de eventuele verlenging van de inschrijving in type basisaanbod vanaf het schooljaar 2021-2022.

Dit betekent dat:

- voor de leerlingen die in het buitengewoon basisonderwijs blijven hun inschrijving automatisch met twee schooljaren verlengd wordt, zonder dat de motivatie van het CLB in het verslag of in een addendum bij het verslag moet worden opgenomen;

- als ouders er voor kiezen hun kind opnieuw in te schrijven in het gewoon onderwijs dat kan op basis van het bestaande verslag als de leerling in het gewoon onderwijs een IAC gaat volgen. Maakt de leerling de overstap naar het gewoon onderwijs om het gemeenschappelijk curriculum te volgen dan bekijkt het CLB of het verslag moet opgeheven worden of vervangen door een gemotiveerd verslag;

- wanneer CLB’s, scholen en ouders het proces van de herevaluaties al opgestart hadden, ze deze kunnen afronden indien ze dat wensen, ze zijn daar evenwel niet toe verplicht. De centra brengen scholen en ouders daar best van op de hoogte;

- deze regeling niet geldt voor herevaluaties die op het einde van het schooljaar 2019-2020 hadden moeten gebeuren in functie van het schooljaar 2020-2021, maar niet plaatsvonden.

2.12. Tijdelijk behoud rechtsgeldigheid van gemotiveerd verslag bij overgang van basisonderwijs naar secundair onderwijs.

Als leerlingen met een gemotiveerd verslag voor ondersteuning vanuit het ondersteuningsmodel overgaan van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs en nood blijven hebben aan ondersteuning, dan moet het CLB een nieuw gemotiveerd verslag opmaken d at is geënt op de situatie van het secundair onderwijs.

Door de bijkomende opdrachten voor de centra voor leerlingenbegeleiding in het kader van de beheersing van de coronapandemie is er achterstand opgelopen voor de opmaak van gemotiveerde verslagen.

We geven de centra voor leerlingenbegeleiding van de scholen voor secundair onderwijs meer tijd om die nieuwe gemotiveerde verslagen op te maken. De gemotiveerde verslagen die opgemaakt zijn in het basisonderwijs blijven rechtsgeldig om ondersteuning aan te vragen voor leerlingen die op 1 september 2021 overstappen naar het secundair onderwijs. Dit is op voorwaarde dat er nog steeds nood is aan ondersteuning en de inzet van compenserende of dispenserende maatregelen of dat specifieke expertise vanuit het buitengewoon onderwijs type basisaanbod, 2, 3, 4, 6, 7 of 9 vereist is. Is dat niet het geval dan moet het CLB het gemotiveerd verslag opheffen.

De centra voor leerlingenbegeleiding van de secundaire scholen maken uiterlijk tegen 1 januari 2022 de nieuwe gemotiveerde verslagen op, zo niet vervalt de rechtsgeldigheid van het gemotiveerd verslag van het basisonderwijs.