Verlaging van de aanvang van de leerplicht vanaf 1 september 2020

  • referentie
    Bao/2020/02
  • publicatiedatum
    02/07/2020
  • datum laatste wijziging
    02/07/2020
  • wettelijke basis
    Decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, zoals laatst gewijzigd door het decreet over het onderwijs XXX.
  • opheffing
    Opheffing
  • contact
    link naar een pagina met contactgegevens
  • contactpersoon
    Veronique Adriaens, 02 553 92 32
  • Vanaf 1 september 2020 verlaagt de aanvang van de leerplicht van 6 naar 5 jaar.
  • Het nieuwe eerste jaar leerplichtonderwijs situeert zich in het kleuteronderwijs, met extra aandacht voor taalvaardigheid Nederlands.
  • De leerplicht voor 5-jarigen in het kleuteronderwijs bedraagt vanaf het schooljaar 2020-2021 290 halve dagen aanwezigheid per schooljaar.
  • Afwezigheden van 5-jarigen in het kleuteronderwijs die de directie als aanvaardbaar beschouwt worden in aanmerking genomen voor het bereiken van de 290 halve dagen aanwezigheid voor het voldoen aan de leerplicht en de regelmatigheid van de leerling.
  • Voor het levensbeschouwelijk onderricht in het officieel onderwijs kunnen ouders er voor kiezen om hun leerplichtige kleuter te laten aansluiten bij een lagere school naar keuze.

1. Situering

De federale overheid besliste in het voorjaar 2019 tot een verlaging van de aanvang van de leerplicht. Door deze federale wet1 verlaagt vanaf 1 september 2020 de aanvang van de leerplicht van 6 naar 5 jaar en wordt het aantal jaren leerplicht opgetrokken van 12 naar 13 jaar.

De uitwerking en de invulling van de verlaging van de aanvang de leerplicht behoort tot de bevoegdheid van de Gemeenschappen. Hierbij maakt de Vlaamse overheid volgende keuzes:

- Het nieuwe jaar leerplichtonderwijs behoort tot het kleuteronderwijs, met extra aandacht voor taalvaardigheid Nederlands (zie punt 3 hierna);

- De leerplicht voor 5-jarigen in het kleuteronderwijs houdt in dat zij 290 halve dagen aanwezig moeten zijn (zie punt 4 hierna);

- De regelgeving belast ouders en scholen minimaal met afwezigheidsattesten en afwezigheidscodes (zie punt 5 hierna);

- De regelgeving laat toe om tegemoet te komen aan specifieke situaties waarin bepaalde 5-jarigen zich bevinden (zieke kinderen, kinderen die veel revalidatie behoeven, kinderen van trekkende bevolking, …) (zie punt 6 hierna);

- Er is voor de 5-jarigen wel een recht op, maar geen verplichting tot levensbeschouwelijk onderwijs in het officieel onderwijs (zie punt 7 hierna).

2. Leerplicht vanaf 5 jaar

De verlaging van de aanvang van de leerplicht van 6 naar 5 jaar betekent dat de leerplicht voortaan start op 1 september van het kalenderjaar waarin een kleuter 5 jaar geworden is of wordt. Alle kinderen van eenzelfde kalenderjaar worden dus op hetzelfde moment van dat jaar (1 september) leerplichtig.

Voorbeeld:

Een kind geboren op 3 januari 2015 is leerplichtig op 1 september 2020. Een kind geboren op 30 december 2015 is eveneens leerplichtig op 1 september 2020.

3. Het nieuwe jaar leerplichtonderwijs behoort tot het kleuteronderwijs, met extra aandacht voor taalvaardigheid Nederlands

Zolang de aanvang van de leerplicht op 6 jaar lag, viel het begin van de leerplicht samen met de start van het lager onderwijs. De Vlaamse overheid heeft er voor gekozen om het nieuwe jaar leerplichtonderwijs (het onderwijs voor 5-jarigen) niet in het lager onderwijs onder te brengen. De nieuwe cohorte leerplichtigen (de 5-jarigen) zullen dus hun eerste jaar van de leerplicht doorbrengen in het kleuteronderwijs en er verder toewerken naar de ontwikkelingsdoelen kleuteronderwijs.

Op die manier zullen alle kinderen een jaar kleuteronderwijs gevolgd hebben (hetzij via onderwijs in een school, hetzij via huisonderwijs – zie punt 8 hierna) voorafgaand aan het lager onderwijs, en zijn ze goed voorbereid op dit lager onderwijs.

Het voorgaande is de algemene regel. Voor individuele kinderen kunnen er, op basis van de toelatingsvoorwaarden, andere situaties ontstaan, bijvoorbeeld een 5-jarige die vervroegd instapt in het lager onderwijs of 6- en 7-jarigen in het kleuteronderwijs – zie de toelatingsvoorwaarden in het gewoon en buitengewoon basisonderwijs).

Vanaf het schooljaar 2021-2022 zal elke kleuter bij het begin van de leerplicht gescreend worden op de kennis van het Nederlands. Zo kan vanaf dan via een taalintegratietraject in het eerste jaar van de leerplicht maximaal ingezet worden op het wegwerken van eventuele taalachterstand, in functie van een goede start in het lager onderwijs. Meer informatie over deze taalscreening en het daaropvolgende taalintegratietraject zal met het oog op het schooljaar 2021-2022 opgenomen worden in de desbetreffende omzendbrief.

4. Een leerplicht voor de 5-jarigen in het kleuteronderwijs ten belope van 290 halve dagen

Voor de nieuwe cohorte leerplichtigen (de 5-jarigen in het kleuteronderwijs) geldt er een leerplicht van 290 halve dagen aanwezigheid op school.

Een doorsnee schooljaar telt 320 à 330 halve lesdagen. Het exact aantal halve dagen voor het lopende schooljaar kan berekend worden via een rekenmodule, te vinden op deze webpagina.

Door voor de 5-jarigen een leerplicht van 290 halve dagen in te voeren (in plaats van élke halve dag), behouden de ouders van deze jonge kinderen een aantal (halve) dagen waarin ze zelf kunnen beslissen om hun jong kind niet naar school te laten gaan, omwille van specifieke kindgerichte situaties van hun 5-jarige.

Niettemin is het van belang om ouders er steeds op te wijzen dat elke halve dag aanwezigheid in het kleuteronderwijs belangrijk is voor hun kind. Het is uiteraard niet de bedoeling om ouders te ‘stimuleren’ om op de (halve) dagen boven de 290 halve dagen hun kind niét naar school te laten gaan.

Het aantal van 290 halve dagen aanwezigheid voor een 5-jarige in het kleuteronderwijs voor de leerplicht wordt ook doorgetrokken naar de regelgeving m.b.t. de toelatingsvoorwaarden tot het gewoon lager onderwijs en de regelgeving m.b.t. het groeipakket (selectieve participatietoeslag).

Voor de toelatingsvoorwaarde gaat het om 290 halve dagen daadwerkelijke aanwezigheid. Voor de leerplicht kunnen afwezigheden die de directie aanvaardbaar acht in aanmerking genomen worden voor het bereiken van deze 290 halve dagen in functie van de leerplicht en de regelmatigheid van de leerling (zie punt 5).

Scholen moeten via het schoolreglement kleuteronderwijs voortaan ook communiceren over aanwezigheden, in het bijzonder voor leerplichtige kleuters, en over te laat komen.

Opgelet! Kinderen die verlengd in het kleuteronderwijs verblijven (6-jarigen en (in het buitengewoon onderwijs) 7-jarigen) zijn, net zoals reeds voor de verlaging van de aanvang van de leerplicht al het geval was, wél voltijds leerplichtig. Aangezien het hier gaat om kinderen die reeds achterstand opgelopen hebben, is het des te meer van belang dat ze élke dag aanwezig zijn, behoudens gewettigde afwezigheid.

5. Mogelijkheid voor de directie om afwezigheden als aanvaardbaar te beschouwen in functie van de leerplicht en voor de regelmatigheid van de leerling

Voor de leerplichtigen die op basis van de leerplicht elke dag aanwezig moeten zijn (alle leerlingen in het lager onderwijs en de 6- en 7-jarigen in het kleuteronderwijs), bestaan er diverse situaties die als gewettigde afwezigheden beschouwd worden (bijvoorbeeld afwezigheid wegens ziekte, het vieren van religieuze feestdagen, sommige afwezigheden voor revalidatie, topsport, trekkende bevolking, ….). Ook kan de directie hen afwezigheden om persoonlijke redenen toestaan.

Voor de 5-jarigen bekijken we de leerplicht vanuit ‘aanwezigheden’. Toch moet er ook voor hen een regeling zijn m.b.t. hun afwezigheden, bijvoorbeeld omwille van ziekte. Het kan immers niet de bedoeling zijn dat 5-jarigen die buiten de wil van hun ouders geen 290 halve dagen op school aanwezig (kunnen) zijn, in de problemen komen met de leerplichtwetgeving. Deze regeling niet voorzien zou tot gevolg hebben dat de leerplicht voor de 5-jarigen in het kleuteronderwijs finaal strenger zou zijn dan de leerplicht van de 6- en 7-jarige kleuters en de leerlingen lager onderwijs.

Er is gestreefd naar een regelgeving die ouders en scholen minimaal belast met afwezigheidsattesten en afwezigheidscodes. Wat van belang is, is dat er tussen ouders en school goed gecommuniceerd wordt over de reden van afwezigheid. Op basis van deze communicatie kan de directie beslissen of een afwezigheid van een 5-jarige als aanvaardbaar beschouwd kan worden.

Een afwezigheid die volgens de directie aanvaardbaar is, wordt meegeteld als een aanwezigheid in functie van de te bereiken 290 halve dagen aanwezigheid voor de leerplicht, alsook voor het statuut van regelmatige leerling. Voor de toelatingsvoorwaarde tot het gewoon lager onderwijs telt wel enkel daadwerkelijke aanwezigheid (dus niet de door de directie als aanvaardbaar beschouwde afwezigheden). Voor deze toelatingsvoorwaarde voor kinderen die onvoldoende aanwezig waren wordt er immers een rol toebedeeld aan de klassenraden.

De regelgeving geeft dus vertrouwen aan de directie, die het kind en de ouders kent en daarom het best geplaatst is om in te schatten of een 5-jarige leerplichtige kleuter om een aanvaardbare reden (ziekte, revalidatie, familiale omstandigheid, …) afwezig is. De regelgeving op afwezigheden voor leerlingen in het lager onderwijs en voor 6- en 7-jarige kleuters kan daarbij voor de directie richtinggevend zijn.

Meer informatie over de aan- en afwezigheden van de 5-jarige leerplichtigen in het kleuteronderwijs en de te gebruiken afwezigheidscodes voor deze groep wordt opgenomen in de omzendbrieven over de afwezigheden en over de controle van de leerlingen in het gewoon en in het buitengewoon basisonderwijs.

Opgelet! Het is steeds aan de directie om te oordelen welke afwezigheden van een 5-jarige kleuter in het kleuteronderwijs al dan niet als aanvaardbaar beschouwd worden. Een ouder kan dit dus niet afdwingen.

6. Flexibiliteit voor specifieke situaties in functie van de leerplicht en de regelmatigheid van de leerling

Het feit dat de directie kan beslissen om, na communicatie met de ouders, afwezigheden van een leerplichtige 5-jarige als aanvaardbaar te beschouwen (zie punt 5 hiervoor), laat toe om in te spelen op zeer specifieke situaties waarin leerlingen zich kunnen bevinden. Het laat toe dat, mits akkoord van de directie, een 5-jarige kleuter die daar echt nood aan heeft tijdens de schooluren nog naar het revalidatiecentrum kan (de begrenzingen inzake revalidatie die er gelden voor 6- en 7-jarige kleuters gelden niet voor de 5-jarige kleuters, de directie beslist). Het laat toe dat, mits akkoord van de directie, een 5-jarig kind met rondtrekkende ouders nog niet op internaat moet, …

7. Levensbeschouwelijk onderricht voor de leerplichtige 5-jarigen

De Grondwet stelt dat leerplichtige leerlingen recht hebben op levensbeschouwelijk onderricht.

Voor de leerplichtigen in het officieel lager onderwijs is er momenteel een verplichting (tenzij er een vrijstelling gevraagd wordt) om levensbeschouwelijk onderricht te volgen. Voor de leerplichtige 5-jarigen wordt het grondwettelijk recht niet omgezet in een verplichting. Het recht op levensbeschouwelijk onderricht wordt voor hen gegarandeerd door een ‘opt in’ systeem. Ouders kunnen vragen dat hun 5-jarige kleuter levensbeschouwelijk onderwijs krijgt. Deze ouders kunnen voor het levensbeschouwelijk onderricht voor hun 5-jarige, dan een lagere school naar keuze kiezen. Deze regeling bestaat nu reeds voor leerlingen die omwille van een beslissing van de klassenraad een jaar langer in het kleuteronderwijs doorbrengen. Dit bestaand systeem wordt dus uitgebreid naar alle leerplichtige kleuters.

Voor meer informatie over het levensbeschouwelijk onderwijs, zie deze omzendbrief.

8. Huisonderwijs

Uiteraard kunnen ouders ook voor hun 5-jarig kind gebruik maken van het recht op huisonderwijs. Ouders die kiezen voor huisonderwijs moeten dit melden aan de overheid en zijn onderworpen aan de controle op het huisonderwijs. Voor meer informatie hierover kunnen ouders terecht op deze webpagina.

- (1): Wet van 23 maart 2019 tot wijziging van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht, teneinde die in te stellen vanaf de leeftijd van vijf jaar (B.S. 2 mei 2019).