Bijkomende omkadering voor het basis- en secundair onderwijs voor het wegwerken van leerachterstand opgelopen ten gevolge van COVID-19

  • referentie
    NO/2021/02
  • publicatiedatum
    02/03/2021
  • datum laatste wijziging
    02/03/2021
  • wettelijke basis
    Decreet van 5 maart 2021 tot toekenning van extra lestijden, lesuren en uren-leraar voor de remediëring van leerlingen die een leerachterstand hebben opgelopen door COVID-19 (gestemd in de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement op 3 maart 2021).
  • contact
    Voor de aanvragen: uw schoolbeheerteam
  • contact
    Voor de personeelszendingen: uw werkstation
  • Scholen gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs en centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs kunnen, na aanvraag bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten, bijkomende omkadering voor onderwijzend personeel krijgen voor het wegwerken van leerachterstand ten gevolge van de COVID 19-pandemie.
  • Dit bijkomend personeel kan ingezet worden tot en met 30 juni 2021.
  • Voor deze maatregel is 30 miljoen euro voorzien, waarvan tot 2 april 2021 4 miljoen euro voorbehouden wordt voor scholen in het gewoon basis- en secundair onderwijs met minstens 80 % doelgroepleerlingen.

1. Waarom deze maatregel voor bijkomende omkadering?

De COVID-19 pandemie stelt grote uitdagingen aan het onderwijs in Vlaanderen. Voor veel leerlingen in het basis- en secundair onderwijs, in het bijzonder voor de meest kwetsbare leerlingen, blijft deze pandemie niet zonder gevolgen wat betreft de leerachterstand die ze oplopen.

Leerachterstand wegwerken is een absolute prioriteit voor ons onderwijs en een belangrijke investering in de toekomst. Om dit maximaal te kunnen realiseren wil de overheid scholen extra ondersteunen door het geven van bijkomende omkadering, de zogenaamde “bijsprong”.

2. Wat houdt de maatregel in?

Scholen gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs en centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs kunnen, na aanvraag bij het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AGODI), bijkomende omkadering krijgen in de vorm van bijkomende lestijden (basisonderwijs), uren-leraar (gewoon secundair onderwijs) en lesuren (buitengewoon secundair onderwijs). De middelen kunnen ingezet worden tot en met 30 juni 2021.

Voor deze maatregel is 30 miljoen euro voorzien.

3. Wie kan de bijkomende omkadering aanvragen?

Alle scholen voor gewoon en buitengewoon basisonderwijs en secundair onderwijs, alsook de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, kunnen de middelen aanvragen.

Een uitzondering geldt voor de scholen van het type 5 buitengewoon onderwijs en voor de hogere beroepsopleiding verpleegkunde. Zij kunnen, omwille van hun eigenheid enerzijds en het specifieke doel van de bijkomende middelen, deze bijkomende omkadering niet aanvragen.

4. Is er voorrang voor scholen met veel doelgroepleerlingen?

4 miljoen euro wordt gedurende een bepaalde periode voorbehouden voor:

- scholen in het gewoon basisonderwijs die minstens 80 % leerlingen hebben die beantwoorden aan specifieke leerlingenkenmerken (zie punt 5 van deze omzendbrief).

- scholen in het gewoon secundair onderwijs die minstens 80 % leerlingen hebben die beantwoorden aan de gelijkekansenindicatoren (zie punt 5 van deze omzendbrief).

Indien op vrijdag 2 april 2021 blijkt dat de voorbehouden 4 miljoen niet (volledig) verdeeld is over deze ’minstens 80 %-scholen’, dan worden de resterende middelen toegevoegd aan de 26 miljoen euro voor alle scholen van het gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs en centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs.

Om te bepalen of een school minstens 80 % doelgroepleerlingen heeft wordt de eerste schooldag van februari 2020 in aanmerking genomen.

Scholen die in aanmerking komen voor deze voorrang, worden hier automatisch van verwittigd bij het invullen van het aanvraagformulier (zie punt 7 van deze omzendbrief).

5. Welke leerlingenkenmerken (gewoon basisonderwijs) en gelijkekansenindicatoren (gewoon secundair onderwijs) worden in aanmerking genomen voor de berekening en de voorrang?

Voor het gewoon basisonderwijs gaat het om:

- het opleidingsniveau van de moeder: de moeder is niet in het bezit van een diploma van het secundair onderwijs of van een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs of van een daarmee gelijkwaardig studiebewijs;

- het krijgen van een schooltoelage: er wordt een schooltoelage uitbetaald ten gunste van de leerling;

- de taal die de leerling in het gezin spreekt en die verschilt van de onderwijstaal: daaronder wordt de taal verstaan die de leerling meestal spreekt met moeder, vader of broers en zussen. De taal die de leerling in het gezin spreekt is niet de onderwijstaal, indien de leerling in het gezin met niemand of in een gezin met drie gezinsleden (de leerling niet meegerekend) met maximum één gezinslid de onderwijstaal spreekt. Broers en zussen worden als één gezinslid beschouwd.

Voor het gewoon secundair onderwijs gaat het om:

- het gezin ontvangt één of meerdere selectieve participatietoeslagen leerling;

- de leerling is tijdelijk of permanent buiten het eigen gezinsverband opgenomen door een gezin of persoon, een voorziening of een sociale dienst, bedoeld in het decreet van 7 maart 2008 inzake de bijzondere jeugdbijstand, met uitzondering van de internaten gefinancierd of gesubsidieerd door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, of de leerling is een niet-begeleide minderjarige vreemdeling als vermeld in artikel 479 van de programmawet I van 24 december 2002;

- de ouders behoren tot de trekkende bevolking;

- de moeder is niet in het bezit van een diploma van het secundair onderwijs, een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs of van een daarmee gelijkwaardig studiebewijs.

6. Hoe wordt de bijkomende omkadering die een school kan aanvragen/krijgen berekend?

De aanvraag moet minimaal 2 wekelijkse lestijden, uren-leraar of lesuren bedragen. Ook scholen of centra die volgens onderstaande formule geen 2 wekelijkse lestijden, uren-leraar of lesuren zouden hebben, kunnen toch 2 wekelijkse lestijden, uren-leraar of lesuren aanvragen.

Het maximumaantal wekelijkse lestijden, uren-leraar of lesuren dat een school of centrum kan aanvragen/krijgen is afhankelijk van het aantal leerlingen én het aantal doelgroepleerlingen. Het is meer bepaald het afgeronde resultaat van de vermenigvuldiging van de som van A en B met 0,0253878:

- waarbij A: in het gewoon basisonderwijs het aantal leerlingen is, die niet beantwoorden aan één of meerdere leerlingenkenmerken gehanteerd voor de berekening van de basisomkadering (zie punt 5 van deze omzendbrief), dat de school telt op de eerste schooldag van februari van 2020 vermenigvuldigd met 1,1.
Leerlingen in het buitengewoon basisonderwijs worden steeds aan 1,1 gewogen;

en in het gewoon secundair onderwijs het aantal leerlingen is, die niet beantwoorden aan één of meer van de gelijkekansenindicatoren (zie punt 5 van deze omzendbrief), dat de school telt op de eerste schooldag van februari 2020 vermenigvuldigd met 1.
Leerlingen in het buitengewoon secundair onderwijs en leerlingen in het deeltijds beroepssecundaironderwijs worden steeds aan 1 gewogen

- waarbij B: in het gewoon basisonderwijs het aantal leerlingen is, die wel beantwoorden aan één of meerdere leerlingenkenmerken gehanteerd voor de berekening van de basisomkadering (zie punt 5 van deze omzendbrief), dat de school telt op de eerste schooldag van februari van 2020 vermenigvuldigd met 1,2;

en in het gewoon secundair onderwijs het aantal leerlingen is, die wel beantwoorden aan één of meer van de gelijkekansenindicatoren (zie punt 5 van deze omzendbrief), dat de school telt op de eerste schooldag van februari 2020 vermenigvuldigd met 1,1.

De afronding wordt als volgt uitgevoerd: indien het eerste cijfer na de komma groter is dan vier wordt er afgerond naar het hoger gelegen geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lager gelegen geheel getal.

Voorbeeld:

Een basisschool telt op 3 februari 2020 210 leerlingen.

110 leerlingen beantwoorden aan geen enkel leerlingenkenmerk dat gebruikt wordt voor de berekening van de SES-lestijden.

50 leerlingen beantwoorden aan 1 van de gehanteerde leerlingenkenmerken.

50 leerlingen beantwoorden aan 2 of meer gehanteerde leerlingenkenmerken.

110 leerlingen worden aan 1,1 gewogen, wat overeenkomt met 121 gewogen leerlingen.

100 leerlingen (de 2 keer 50 leerlingen die aan minstens 1 leerlingenkenmerken beantwoorden) worden aan 1,2 gewogen, wat overeenkomt met 120 gewogen leerlingen.

Er zijn in totaal dus 241 gewogen leerlingen.

241 gewogen leerlingen maal 0,0253878 geeft 6,11846 lestijden.

Dit betekent dat de school een aanvraag kan doen voor minimaal 2 en maximaal 6 wekelijkse lestijden.

7. Hoe kan een school of centrum de extra omkadering aanvragen?

De extra omkadering wordt niet automatisch toegekend. Scholen en centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs moeten de extra omkadering aanvragen bij AGODI.

De aanvraag gebeurt door middel van het formulier in bijlage.

Indien u in het aanvraagformulier in punt 1 het instellingsnummer invult en in punt 2 aangeeft of het om een aanvraag voor het voltijds dan wel het deeltijds secundair onderwijs gaat, verschijnen automatisch een aantal relevante gegevens (waaronder o.a. of uw school behoort tot de voorrangsgroep) (zie punt 4 van de omzendbrief).

In punt 3 van het formulier vindt u na het invullen van punt 1 en 2 het maximum aantal aan te vragen wekelijkse lestijden, uren-leraar of lesuren voor uw school/centrum terug .

Voor een school voor voltijds secundair onderwijs waar een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs aan verbonden is, worden de maxima afzonderlijk voor de school en voor het centrum berekend. Hier kan u dus 2 aanvragen indienen.

In het formulier is een controle voorzien zodat u niet minder dan 2 en ook niet meer dan het maximum aantal wekelijkse lestijden, uren-leraar of lesuren voor uw school of centrum kan aanvragen. Als er in het formulier een foutmelding verschijnt, is de aanvraag niet correct ingevuld en wordt deze niet aanvaard.

In de aanvraag vermeldt de school:

- hoeveel wekelijkse lestijden, uren-leraar of lesuren aangevraagd worden;

- begin- en einddatum van de aanwending (opgelet: zie ook punt 9 van deze omzendbrief);

- een verklaring op eer dat er één of meer personeelsleden beschikbaar zijn om in de lestijden, uren-leraar of lesuren aan te stellen en dat deze omkadering zal gebruikt worden om leerachterstand opgelopen door COVID-19 weg te werken.

AGODI behandelt de aanvragen chronologisch en brengt de school/het centrum zo spoedig mogelijk via het algemeen e-mailadres van de school/het centrum op de hoogte van de beslissing.

Indien u bij de eerste aanvraag niet uw maximum aantal wekelijkse lestijden, lesuren of uren-leraar aanvraagt, kan u op een later tijdstip een aanvullende aanvraag indienen. Hiervoor vult u punt 6 van het aanvraagformulier in en vermeldt u het aantal bijkomende wekelijkse lestijden, lesuren of uren-leraar.

Opgelet: enkel correct ingevulde formulieren verzonden zoals bepaald in punt 9 van het aanvraagformulier worden aanvaard.

8. Waarvoor moet de bijkomende omkadering aangewend worden?

Met deze bijkomende omkadering kan enkel onderwijzend personeel aangesteld worden (zie ook punt 10 van deze omzendbrief). Het kan gaan om de uitbreiding van de opdracht van mensen die reeds in het onderwijs tewerkgesteld zijn, om gepensioneerde leerkrachten, om boventallige leerkrachten, …

Dit bijkomend onderwijzend personeel wordt steeds ingezet op leerlingenniveau, om de leerachterstand van leerlingen opgelopen door de gevolgen van de COVID-19 pandemie maximaal weg te werken.

9. Wanneer kan de bijkomende omkadering aangewend worden?

De goedkeuring van de aanvraag gebeurt zo spoedig mogelijk, als alle voorwaarden vervuld zijn en zolang het budget dit toelaat.

De aanstelling van het bijkomend onderwijzend personeel kan gebeuren in de periode van 3 maart tot en met 30 juni 2021. In de regel kan u de omkadering maar aanwenden wanneer AGODI de aanvraag heeft goedgekeurd.

Dit onderwijzend personeel staat in voor remediëring van leerlingen op lesdagen. De remediëring gebeurt in principe tijdens de periode van normale aanwezigheid van de leerlingen (begin- en einduur van de lessen). Uitzonderlijk kan dit ook buiten de periode van normale aanwezigheid van de leerlingen op lesdagen gebeuren, op voorwaarde dat het aansluitend op de schooltijd gebeurt.

10. Welke personeelsregels zijn van toepassing op deze bijkomende omkadering?

De lestijden, lesuren of uren-leraar kunnen aangewend worden op de gebruikelijke manier, d.w.z. in de ambten binnen de categorie onderwijzend personeel.

De gebruikelijke statutaire aanwervings- en voorrangsregels zijn van toepassing, met uitzondering van de reglementering over de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling. Zo kunnen onder meer deeltijds aangestelde personeelsleden via deze extra omkadering hun aanstelling uitbreiden en kunnen scholen een beroep doen op gepensioneerde personeelsleden wanneer ze op de arbeidsmarkt geen personeelsleden vinden met een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs.

Een personeelslid dat wordt aangesteld in een betrekking die wordt ingericht met deze lestijden, lesuren of uren-leraar wordt altijd aangesteld als een tijdelijk personeelslid. De betrekking die via deze maatregel wordt ingericht, komt niet in aanmerking voor vacantverklaring en de inrichtende macht kan hierin niet vast benoemen, muteren of affecteren.

Alle regelgeving die van toepassing is voor tijdelijke aanstellingen geldt eveneens voor deze aanstellingen, bijvoorbeeld op het vlak van cumulatie, vervanging, combinatie met bepaalde verloven en afwezigheden, ….

Het personeelslid dat tijdelijk aangesteld wordt in de betrekking, heeft recht op een salaris op basis van de regelgeving die voor tijdelijke personeelsleden van kracht is voor het desbetreffende ambt of opdracht.

Het schoolbestuur van de school die de betrekking organiseert, kan op vrijwillige basis een personeelslid aanstellen dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Die aanstelling wordt beschouwd als een reaffectatie of een wedertewerkstelling. Voor die reaffectatie of wedertewerkstelling is altijd de toestemming vereist van het ter beschikking gestelde personeelslid. Een personeelslid dat terbeschikkinggesteld is wegens ontstentenis van betrekking en via reaffectatie of wedertewerkstelling deze betrekking opneemt, ontvangt een salaris o.b.v. zijn vaste benoeming.

Een vastbenoemd personeelslid dat via een verlof tijdelijk andere opdracht deze betrekking opneemt, ontvangt een salaris cf. de richtlijnen uit de omzendbrief ‘Administratieve en geldelijke toestand van vast benoemde personeelsleden die tijdelijk belast worden met een andere opdracht – TAO’ (PERS/2014/01).

Als u een gepensioneerde leerkracht aanstelt in deze betrekking, volgt u daarbij ook de richtlijnen uit de omzendbrief ‘Een gepensioneerde die in het onderwijs of bij de inspectie in dienst treedt’ (PERS/2009/11).

Als u een personeelslid aanstelt dat geniet van een terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen (TBS VP), volgt u de richtlijnen inzake cumulatie ui t de omzendbrief ‘Terbeschikkingstelling persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan pensioen’ ( PERS/2013/01 ) .

11. Hoe wordt een tijdelijke aanstelling voor het wegwerken van leerachterstand aan AGODI meegedeeld?

Na de goedkeuring van de aanvraag kunt u één of meerdere personeelsleden tijdelijk aanstellen voor het wegwerken van leerachterstand, conform de bepalingen van de decreten rechtspositie. U gebruikt daarvoor de OOM-code 33 (wegwerken leerachterstand).

Het is van het grootste belang dat u de OOM-code 33 correct en consequent meestuurt met het opdrachtenpakket voor het personeelslid dat tijdelijk is aangesteld voor het wegwerken van leerachterstand. Het gaat immers over extra omkadering die als dusdanig herkenbaar moet zijn.

Start- en einddatum van een zending met OOM-code 33: de aanstellingen kunnen gebeuren in de periode van 03/03/2021 tot en met 30/06/2021.

Voorbeeld 1:
Een personeelslid wordt tijdelijk aangesteld voor 6 lestijden in het ambt van onderwijzer voor het wegwerken van leerachterstand voor de periode van 15 maart tot en met 30 juni 2021.

Elektronische zending

Op geldigheidsdatum 15/03/2021:

RL-1: onderwijzer ATO 2 voor 6 uren OOM-code 33 met begindatum opdracht 15/03/2021 en met einddatum opdracht 30-06-2021

Voorbeeld 2:

Een gepensioneerde leraar wordt aangesteld als leraar AV Wiskunde 1ste graad TSO voor 5 uur (ATO 2) voor het wegwerken van leerachterstand voor de periode van 18/04/2021tot en met 30/06/2021.

Elektronische zending

Op geldigheidsdatum 18/04/2021:

RL1 opdrachtenpakket: leraar AV Wiskunde ATO2 voor 5 uur met OOM-code 33 en code 04 in het veld herwaardering (= aanduiding “werken na pensioen”), met begindatum 18/04/2021 en einddatum 30/06/2021.

Voorbeeld 3:

Een voltijds vastbenoemde leraar TV Elektriciteit is bereid om in de periode van 15/03/2021 tot en met 02/04/2021 een extra opdracht van 4 uur op te nemen voor het wegwerken van leerachterstand.

Elektronische zending

Op geldigheidsdatum 15/03/2021:

RL1 opdrachtenpakket: leraar TV Elektriciteit ATO2 voor 4 uur met OOM-code 33, met begindatum 15/03/2021 en einddatum 02/04/2021.

Opgelet! De regeling m.b.t. plage is in deze situatie van toepassing.

12. Wat als er meer aanvragen zijn dan beschikbare middelen?

AGODI monitort dat de toegekende middelen binnen de beschikbare 30 miljoen euro blijven. Als het aantal aangevraagde lestijden, lesuren of uren-leraar zo hoog is dat het beschikbare budget dreigt overschreden te worden, dan kan de Vlaamse Regering maatregelen nemen om dit te vermijden.