Gefinancierde en gesubsidieerde internaten : programmatie, rationalisatie en omkadering

  • De wijzigingen aan deze omzendbrief geven uitvoering aan CAO XII. De maatregelen worden meegedeeld onder voorbehoud van definitieve goedkeuring door het parlement (decreet) of de regering (BVR).Het gaat om volgende maatregelen:
  • De uren voor aanvangsbegeleiding worden verhoogd en uitgebreid tot een urenpakket "aanvangsbegeleiding, beleidsondersteuning en professionalisering".
  • Analoog met andere onderwijsniveaus is er de introductie van een gekleurd urenpakket Samen Internaat Maken.
  • Vanaf 1 september 2021 kunnen alle personeelsleden in de internaten vervangen worden vanaf de eerste dag van afwezigheid.

1. Rationalisatie- en programmatievoorwaarden

1.1. Algemene bepalingen

1.1.1. Toepassing rationalisatie- en programmatieplan

Het rationalisatie- en programmatieplan is van toepassing op :

1° de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde internaten verbonden aan scholen van het gewoon basis- en secundair onderwijs, hierna gefinancierde internaten te noemen;

2° de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde autonome internaten, hierna gefinancierde internaten te noemen;

3° de door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde internaten verbonden aan gesubsidieerde scholen van het gewoon basis- of secundair onderwijs, hierna gesubsidieerde internaten te noemen;

4° de door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde autonome internaten, hierna gesubsidieerde internaten te noemen.

1.1.2. Vaststelling van het aantal regelmatige leerlingen

Als regelmatig ingeschreven leerling wordt in aanmerking genomen de interne leerling die ingeschreven is in één van de volgende instellingen :

1° een door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde school voor gewoon of buitengewoon (vanaf het schooljaar 2002-2003) basis- of secundair onderwijs of voor hoger onderwijs;

2° een door de Vlaamse Gemeenschap erkende of gesubsidieerde school voor gewoon of buitengewoon (vanaf het schooljaar 2002-2003) basis- of secundair onderwijs;

3° een door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd, erkend of gesubsidieerd centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs;

4° een Europese school.

1.2. Rationalisatie- en programmatienorm per internaat

1.2.1. Algemeen

Er wordt een rationalisatienorm (= behoudsnorm) en programmatienorm (= oprichtingsnorm) vastgesteld per internaat. Per school of per gebouwencomplex kan slechts één internaat georganiseerd of gesubsidieerd worden.

Onder gebouwencomplex dient te worden verstaan de onroerende goederen gelegen op eenzelfde of op aaneengesloten kadastrale percelen.

Uiterlijk in de loop van het schooljaar van ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats, en alleszins vóór 15 juni, zal de Vlaamse Regering, na kennisname van het advies van de onderwijsinspectie van de Vlaamse Gemeenschap, een beslissing nemen over de opname van deze vestigingsplaats in de financierings- of subsidieregeling. Indien de inspectie vóór 15 juni geen advies verstrekt heeft, wordt het advies geacht gunstig te zijn.

1.2.2. Oprichtings- en behoudsnorm voor een internaat

De oprichtingsnorm voor een door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd internaat bedraagt veertig regelmatig ingeschreven interne leerlingen op 1 september van het schooljaar van oprichting.

De behoudsnorm voor een gefinancierd of gesubsidieerd internaat bedraagt dertig regelmatig ingeschreven interne leerlingen op 1 februari van het voorafgaand schooljaar. In een gefinancierd internaat komen de internen uit een Vlaamse autonome hogeschool eveneens in aanmerking om de behoudsnorm te bereiken.

Internaten en tehuizen kunnen maximum twee opeenvolgende jaren, de zogenaamde gedoogjaren, onder de behoudsnorm blijven maar verder gesubsidieerd/gefinancierd worden. Bij drie schooljaren op rij onder de behoudsnorm stopt de subsidiëring/financiering.

Indien 1 september of 1 februari een lesvrije dag is, wordt de eerstvolgende lesdag als tellingsdatum genomen.

Een internaat kan eveneens worden opgericht in het kader van een herstructurering, zijnde een fusie van bestaande internaten onmiddellijk gevolgd door een afsplitsing van een of meer internaten, met dien verstande dat het oorspronkelijk aantal internaten niet wordt overschreden. In voorkomend geval bedraagt de oprichtingsnorm dertig regelmatig ingeschreven interne leerlingen op 1 september van het schooljaar van oprichting. Deze norm is van toepassing op alle internaten die uit de herstructurering voortvloeien.

Een internaat kan eveneens worden opgericht in het kader van een herstructurering, zijnde een afsplitsing van een bestaand internaat, al dan niet na fusie, met dien verstande dat het oorspronkelijk aantal internaten wel wordt overschreden. In voorkomend geval bedraagt de oprichtingsnorm veertig regelmatige ingeschreven interne leerlingen op 1 september van het schooljaar van oprichting (bijlage 3 en bijlage 4).Deze norm is van toepassing op alle internaten die uit de herstructurering voortvloeien.

1.2.3. Financierings- en subsidiëringsvoorwaarden

1.2.3.1. Een internaat wordt gefinancierd of gesubsidieerd indien het aan de volgende voorwaarden voldoet :

1° ofwel als autonoom internaat georganiseerd zijn onder de verantwoordelijkheid van een natuurlijk persoon, een privaatrechtelijke rechtspersoon of een publiekrechtelijke rechtspersoon, zijnde het Gemeenschapsonderwijs, een gemeentebestuur of een provinciebestuur, ofwel verbonden zijn aan een door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde instelling voor gewoon basis- of secundair onderwijs;

2° gevestigd zijn in gebouwen en lokalen die aan de voorwaarden inzake hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid voldoen;

3° de controle van de onderwijsinspectie mogelijk maken;

4° de bepalingen naleven met betrekking tot de onderwijstaal en de taalkennis van het personeel, zoals bepaald in de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs en zoals bepaald in de wet van 2 augustus 1963 op het gebruik van de talen in bestuurszaken;

5° beschikken over personeel waarvan de gezondheidstoestand de gezondheid van de leerlingen niet in gevaar brengt;

6° voldoen aan de oprichtings- respectievelijk de behoudsnorm, naargelang van het geval.

1.2.3.2. Het schoolbestuur van een gesubsidieerd internaat moet elk schooljaar een aanvraag voor subsidiëring indienen.

Het schoolbestuur van een gefinancierd internaat moet elk schooljaar een aanvraag voor financiering indienen.

Hiervoor moet de lijst van de internen als een elektronisch bestand aan AGODI, Scholen Secundair Onderwijs worden bezorgd.

1.2.4. Vaststelling van de norm van 30 of 40 interne leerlingen

De vereiste norm van 30 of 40 interne leerlingen wordt voor de gefinancierde en gesubsidieerde internaten als volgt berekend :

1° de interne leerlingen van verschillende vestigingsplaatsen van eenzelfde internaat worden samengeteld. Een gebouw of een gebouwencomplex van een internaat kan niet terzelfdertijd een vestigingsplaats zijn van een ander internaat;

2° de interne leerlingen van de verschillende onderwijsniveaus die in een internaat verblijven worden samengeteld;

3° de interne leerlingen, regelmatig ingeschreven in verschillende scholen, die in eenzelfde internaat verblijven worden samengeteld;

4° de studenten van het gesubsidieerd hoger onderwijs die in een internaat verblijven, komen niet in aanmerking. In een gefinancierd internaat komen de internen uit een Vlaamse autonome hogeschool alleen in aanmerking om de behoudsnorm te bereiken.

1.2.5. Opname leerlingen van scholen uit een ander onderwijsnet

Naargelang van de beschikbare plaatsen en op voorwaarde dat het schoolbestuur van de betrokken school ermee instemt, kunnen de internaten leerlingen van scholen uit een ander onderwijsnet opnemen.

1.3. Tellingsdatum voor de toekenning van werkingskredieten of werkingstoelagen

1.3.1. De interne leerlingen waarvoor werkingskredieten of werkingstoelagen worden toegekend, worden geteld op 1 februari van het voorafgaande schooljaar. In afwijking hiervan worden in een internaat waaruit door afsplitsing een nieuw internaat is ontstaan, het aantal interne leerlingen waarvoor werkingskredieten of werkingstoelagen worden toegekend, gedurende het schooljaar van de afsplitsing, op 1 september van dat schooljaar geteld.

1.3.2. Voor internaten opgericht met toepassing van de bepalingen van rubriek 1.2.2 worden de interne leerlingen, waarvoor werkingskredieten of werkingstoelagen worden toegekend gedurende het schooljaar van oprichting geteld op 1 september van dat schooljaar. Het schooljaar nadien zijn de bepalingen van rubriek 1.3.1 van toepassing.

1.4. Controle verificatiediensten

De verificatiediensten controleren of :

1° de wettelijke en decretale bepalingen nageleefd zijn;

2° de door het decreet toegekende werkingstoelagen of werkingskredieten uitsluitend worden aangewend voor het dekken van de uitgaven inherent aan de werking van het internaat of het tehuis.

1.5. Controle inspectiediensten

Door de inspectiediensten zal o.m. worden nagegaan of de lokalen waarin het internaat gevestigd is voldoen aan de voorwaarden inzake hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid. Deze goedkeuring geldt voor een periode van vijf schooljaren.

1.6. Mededeling fusies van internaten

Fusies van internaten dienen vóór 15 mei van het voorafgaande schooljaar meegedeeld te worden aan het Ministerie van Onderwijs en Vorming, Agentschap voor Onderwijsdiensten, Scholen Secundair Onderwijs door middel van een verklaring volgens het model in bijlage 1.

2. Autonome Gemeenschapsinternaten en -tehuizen

2.1. Een internaat dat verbonden is aan een door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde school voor gewoon onderwijs of een internaat dat verbonden is aan een door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd instituut voor buitengewoon onderwijs, kan tot autonoom internaat of tot tehuis worden omgevormd.

2.2. In ieder internaat of tehuis is er een ambt van beheerder.

2.3. De rekenplichtigheid wordt waargenomen door een van de studiemeesters-opvoeder van het internaat of van het tehuis. Zij kan ook worden waargenomen door een in afwachting van een definitieve reaffectatie bij ontstentenis van betrekking ter beschikking gesteld lid van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel of het administratief personeel.

2.4. De Vlaamse Regering bepaalt de andere regelen die noodzakelijk zijn voor de werking en het beheer van de autonome internaten en de tehuizen.

3. Omkadering

3.1. Beheerder

Er is een voltijdse betrekking van beheerder in elk gefinancierd internaat en in elk gesubsidieerd internaat. Het betreft een bevorderingsambt dat gerangschikt is in de categorie bestuurspersoneel en dat wordt toegekend hetzij aan één personeelslid, hetzij aan twee personeelsleden die dan elk met een halve opdracht worden belast (principe van "opdeelbaarheid").

3.2. Studiemeester-opvoeders gefinancierde internaten

Aan de gefinancierde internaten wordt in het kader van de financiering een aantal studiemeester-opvoeders toegekend. Dit aantal wordt voor het geheel der internaten (hetzij verbonden aan een basis- of secundaire school hetzij autonoom) berekend op basis van één studiemeester-opvoeder per internaat plus één studiemeester-opvoeder per reeks van 21 internen geteld op 1 februari van het voorafgaande schooljaar.

3.3. Studiemeesters-opvoeder gesubsidieerde internaten

Aan de gesubsidieerde internaten wordt in het kader van de subsidiëring volgend aantal studiemeester-opvoeders toegekend :

1° 2 indien in het internaat uitsluitend internen uit het secundair onderwijs verblijven;

2° 2,5 indien in het internaat ook internen uit het basisonderwijs verblijven.

Als datum voor vaststelling van de internen geldt 1 februari van het voorafgaande schooljaar.

3.4. Slapende waak

Aan de gefinancierde en de gesubsidieerde internaten wordt de volgende bijkomende omkadering toegekend :

1° het aantal organieke voltijdse betrekkingen van studiemeester-opvoeder, effectief ingericht op de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar én vastgesteld op basis van punt 3.2. of 3.3., naargelang van het geval, wordt vermenigvuldigd met 3,768 uur;

2° het resultaat van het product, dat wordt afgerond naar de hogere eenheid als het eerste cijfer na de komma groter is dan 4, vormt de bijkomende omkadering, uitgedrukt in een urenpakket.

Deze bijkomende uren moeten gebruikt worden voor de compensatie van de verhoging van de aanrekening van de nachtprestaties van de studiemeester-opvoeder. Immers, de uren aanwezigheid van een personeelslid gedurende de nacht, tussen het slapengaan en het opstaan van de interne leerlingen, worden voor 4 uur i.p.v. voor 3 uur aangerekend (zonder dat de nacht langer mag worden). Indien de extra uren ruimer zijn dan strikt noodzakelijk voor desbetreffende compensatie, dan moeten de overblijvende uren ingezet worden voor een verbetering van de arbeidsomstandigheden van de studiemeesters-opvoeder in het internaat.

3.5. Uren aanvangsbegeleiding, beleidsondersteuning en professionalisering

3.5.1. Betrokken instellingen

De toelichting opgenomen in dit punt heeft betrekking op :

1° internaten1 ;

2° tehuizen voor kinderen met ouders die geen vaste verblijfplaats hebben, het Koninklijk Werk IBIS en het tehuis De Rijzende Ster voor hun openstelling op niet-schooldagen2 ;

3° voorzieningen buitengewoon Onderwijs van het Gemeenschapsonderwijs3 ;

4° internaten met permanente openstelling (IPO)4 ;

5° semi-internaten5 .

Verder in dit punt "instellingen" genoemd.

3.5.2. Doelstelling

Aanvangsbegeleiding is voor alle startende personeelsleden een recht en een plicht. Door coaching krijgt het startende personeelslid de kans geleidelijk in de job in te groeien en zo de competenties die hij of zij in de opleiding heeft verworven verder te ontwikkelen in de dagdagelijkse praktijk en dit waar nodig bij te sturen.

Aanvangsbegeleiding wordt daarom ook een onderdeel van het professionaliseringsplan van elke instelling en als dusdanig een onderdeel van het professioneel continuüm dat start bij de initiële opleiding van een personeelslid en gedurende de volledige loopbaan doorloopt in een permanente professionalisering.

Het bestuur draagt in eerste instantie zorg voor de feitelijke ontwikkeling en de concrete invulling van de aanvangsbegeleiding, daarbij - net als bij de professionalisering van haar personeelsleden - ondersteund door de pedagogische begeleidingsdiensten.

Een instelling ontvangt uren om een kwaliteitsvolle aanvangsbegeleiding aan te bieden en (verder) te ontwikkelen. Deze middelen bieden zowel ruimte en mogelijkheden voor de personeelsleden die de aanvangsbegeleiding verzorgen, als voor de personeelsleden die de aanvangsbegeleiding zullen krijgen.

Een internaat zal deze uren naast aanvangsbegeleiding ook kunnen aanwenden voor een betere beleidsondersteuning en voor de professionalisering van haar personeelsleden. Internaten kunnen in hun professionaliseringsplan dus ook elementen van beleidsondersteuning, kwaliteitscoördinatie en permanente professionalisering van alle personeelsleden opnemen.

3.5.3. Berekening

3.5.3.1. Berekening

Het totale aantal uren voor aanvangsbegeleiding, beleidsondersteuning en professionalisering voor de instellingen is 355 uren.

Het aantal uren voor aanvangsbegeleiding, beleidsondersteuning en professionalisering waarop een instelling recht heeft

= 355 x B/C.

B= totale aantal toegekende uren (zie 3.5.3.2) van de instelling van het vorige schooljaar;

C= totale aantal toegekende uren (zie 3.5.3.2) van alle instellingen van het vorige schooljaar samen.

Bij de berekening wordt een gewone afronding op het eerste cijfer na de komma gehanteerd.

Voor de internaten die samenwerken (zie punt 3.5.6) worden de afrondingsregels toegepast op het niveau van het samenwerkingsverband. Dat houdt in dat de internaten in een dergelijk samenwerkingsverband hun uren optellen en vervolgens op deze som de afrondingsregels toepassen.

De internaten van het vrij en het officieel gesubsidieerd onderwijsnet ontvangen de uren aanvangsbegeleiding, beleidsondersteuning en professionalisering met een dienstbrief. Wat betreft de internaten/tehuizen van het GO! ontvangen de centrale diensten van het GO! deze uren. Het GO! verdeelt deze uren immers zelf over de GO!-internaten/tehuizen.

3.5.3.2. Omzetten van ambten in uren

In sommige instellingen worden er ambten (en geen uren) toegekend. Voor het bepalen van B en C worden de ambten omgezet in uren :

  • voltijds ambt studiemeester-opvoeder: 36 uren;
  • voltijdse ambten in semi-internaten: 38 uren.

3.5.3.3. Uren bedoeld voor de school (MPIGO, IBSOG)

Voor het bepalen van B en C wordt er geen rekening gehouden met de uren toegekend aan de MPIGO en IBSOG die bedoeld zijn voor de school (de toepassing van artikel III.29 van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016) omdat deze uren mee verrekend zijn in de berekening van de uren aanvangsbegeleiding in scholen.

3.5.4. Aanwending

Met de uren kunnen in elke instelling betrekkingen in wervingsambten worden ingericht overeenkomstig de bepalingen die gelden voor die instelling.

3.5.5. Personeel

Elke opdracht "aanvangsbegeleiding, beleidsondersteuning of professionalisering" (hierna: uren aanvangsbegeleiding) moet identificeerbaar zijn. De personeelsleden die aangesteld worden in de uren aanvangsbegeleiding meldt u daarom met de vakcode 1746 (aanvangsbegeleiding).

De code geldt zowel voor de melding van de aanvangsbegeleiding die een personeelslid geeft als voor de melding van de aanvangsbegeleiding die een personeelslid krijgt.

Voorbeeld:

Een studiemeester-opvoeder internaat met een aanstelling van doorlopende duur krijgt 3 uur aanvangsbegeleiding in zijn opdracht vanaf 1 september.

Bericht geldig op 1 september.

RL-1: 3/36 studiemeester-opvoeder internaat ATO 2 TADD met vakcode 1746 (aanvangsbegeleiding) tot 31 augustus.

Indien een vast benoemd personeelslid voor een deel van zijn opdracht belast wordt met het geven van aanvangsbegeleiding, splitst u de vast benoemde opdracht op in een deel met en een deel zonder aanvangsbegeleiding. Een melding via een verlof TAO is niet correct omdat de uren aanvangsbegeleiding benoembaar zijn en dus binnen de draagwijdte van de vaste benoeming vallen.

Voorbeeld:

Een voltijds vastbenoemde studiemeester-opvoeder internaat wordt vanaf 1 september belast met 3 uren aanvangsbegeleiding.

Eén bericht geldig op 1 september:

RL-1: 33/36 studiemeester-opvoeder internaat ATO 4 met einddatum oneindig

RL-1: 3/36 studiemeester-opvoeder internaat ATO 4 met vakcode 1746 (aanvangsbegeleiding) met einddatum oneindig.

De uren aanvangsbegeleiding zijn organieke uren, wat betekent dat het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs volledig van toepassing is op de personeelsleden die worden aangesteld in een betrekking ingericht met deze uren. De betrekkingen moeten dus jaarlijks vacant worden verklaard en komen in aanmerking voor vaste benoeming, affectatie of mutatie.

Uren aanvangsbegeleiding die i.k.v. samenwerking overdragen worden (zie punt 3.5.6) komen echter niet in aanmerking voor vaste benoeming, affectatie of mutatie. In dat geval kan een vast benoemd personeelslid er alleen mee belast worden via een verlof TAO.

3.5.6. Samenwerking

Voor de organisatie van de aanvangsbegeleiding, beleidsondersteuning en professionalisering kunnen instellingen samenwerken.

De instellingen kunnen er voor kiezen om in het kader van die samenwerking de uren aanvangsbegeleiding samen te leggen, volgens de geldende regels over overdracht.

De instellingen maken in dat geval afspraken over de inzet en aanwending van de uren.

3.6. Uren Samen Internaat Maken

3.6.1. Betrokken instellingen

De toelichting opgenomen in dit punt heeft betrekking op :

1° internaten6  ;

2° tehuizen voor kinderen met ouders die geen vaste verblijfplaats hebben, het Koninklijk Werk IBIS en het tehuis De Rijzende Ster7  ;

3° voorzieningen buitengewoon Onderwijs van het Gemeenschapsonderwijs8  ;

Verder in dit punt "instellingen" genoemd.

3.6.2. Doelstelling

Instellingen hebben recht op uren "Samen Internaat Maken". Een goede inspraakcultuur versterkt het beleidsvoerend vermogen en zorgt voor krachtige en kwaliteitsvolle onderwijsorganisaties en goede werkomstandigheden voor het internaatspersoneel. Teneinde die doelstellingen te realiseren worden deze uren toegekend.

3.6.3. Berekening

Aan elke instelling wordt één uur Samen Internaat Maken toegekend.

3.6.4. Aanwending

Met de uren kunnen in elke instelling betrekkingen in wervingsambten worden ingericht overeenkomstig de bepalingen die gelden voor die instelling en conform het afsprakenkader tussen de sociale partners ter uitvoering van punt 3.4 Samen school maken van cao-XII. Dit afsprakenkader is bijgevoegd als bijlage 6 bij deze omzendbrief.

3.6.5. Personeel

Elke opdracht "Samen Internaat Maken" moet identificeerbaar zijn. De personeelsleden die aangesteld worden in de uren Samen Internaat Maken meldt u daarom met de vakcode 1777 (Samen Internaat Maken).

Voorbeeld:

Een studiemeester-opvoeder internaat met een aanstelling van doorlopende duur wordt vanaf 25 oktober belast met 1 uur Samen internaat maken.

Bericht geldig op 25 oktober.

RL-1: 1/36 studiemeester-opvoeder internaat ATO 2 TADD met vakcode 1777 (Samen Internaat Maken) tot 31 augustus.

Indien een vast benoemd personeelslid voor een deel van zijn opdracht belast wordt met Samen Internaat Maken, splitst u de vast benoemde opdracht op in een deel met en een deel zonder Samen Internaat Maken. Een melding via een verlof TAO is niet correct omdat de uren Samen Internaat Maken benoembaar zijn en dus binnen de draagwijdte van de vaste benoeming vallen.

Voorbeeld:

Een voltijds vastbenoemde studiemeester-opvoeder internaat wordt vanaf 8 november belast met 1 uur Samen Internaat Maken.

Eén bericht geldig op 8 november:

RL-1 35/36 studiemeester-opvoeder internaat ATO 4 met einddatum oneindig

RL-1 1/36 studiemeester-opvoeder internaat ATO 4 met vakcode 1777 (Samen Internaat Maken) met einddatum oneindig.

De uren Samen Internaat Maken zijn organieke uren, wat betekent dat het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs volledig van toepassing is op de personeelsleden die worden aangesteld in een betrekking ingericht met deze uren. De betrekkingen moeten dus jaarlijks vacant worden verklaard en komen in aanmerking voor vaste benoeming, affectatie of mutatie.

Uren Samen Internaat Maken die i.k.v. samenwerking overdragen worden (zie punt 3.6.6) komen echter niet in aanmerking voor vaste benoeming, affectatie of mutatie. In dat geval kan een vast benoemd personeelslid er alleen mee belast worden via een verlof TAO.

3.6.6. Samenwerking

Voor de aanwending van de uren "Samen Internaat maken" kunnen instellingen samenwerken.

De instellingen kunnen er voor kiezen om in het kader van die samenwerking de uren ‘Samen Internaat Maken’ samen te leggen, conform het afsprakenkader tussen de sociale partners gevoegd aan deze omzendbrief (bijlage 6).

De instellingen maken in dat geval afspraken over de inzet en aanwending van de uren.

4. Controle van het aantal internen in de gefinancierde en gesubsidieerde internaten

Om de controle van het aantal internen mogelijk te maken dienen o.a. volgende documenten te worden bijgehouden. Deze documenten moeten steeds ter beschikking zijn van de verificatie- en inspectiediensten.

4.1. Een "stamboekregister in internaten" waarvan een model aan deze omzendbrief is toegevoegd (bijlage 2).

Elk internaat moet alle internen volgens de datum van inschrijving in het "stamboekregister in internaten" vermelden. In de eerste kolom van dit register wordt het stamnummer van de interne leerling vermeld. Dit nummer wordt gevormd door een numeriek veld van 7 posities. De eerste twee posities worden gevormd door het school-/academiejaar van de inschrijving en de volgende vijf door het volgnummer van de inschrijving. Een interne leerling behoudt zijn stamnummer binnen het internaat.

Op het einde van elk school-/academiejaar wordt op de regel, onmiddellijk onder de laatst ingeschreven interne leerling, een volle lijn getrokken over de ganse breedte van het stamboekregister in internaten. Op de volgende regel wordt aan de linkerkant het volgende schooljaar vermeld en de nieuwe interne leerlingen bijgevoegd (opnieuw te nummeren vanaf 1).

4.2. Een aanwezigheidsregister, waarin de aan- en afwezigheden van elke interne leerling voor de duur van zijn/haar inschrijving in het internaat worden bijgehouden. De internaten zijn vrij om het model van dit register te bepalen; het mag opgemaakt worden per schooljaar of schooljaaroverschrijdend.

Aan- en afwezigheden moeten stipt worden geregistreerd, desgevallend gebruikmakend van een eigen codesysteem van het internaat. Internen die overgaan naar een ander internaat of residentiële voorziening voor de resterende periode van het schooljaar, worden vanaf de datum van overstap uitgeschreven. Gebeurt die overstap vóór 1 februari, dan worden die leerlingen uiteraard ook niet meer in aanmerking genomen bij de vaststelling van het aantal regelmatig ingeschreven internen.

5. Wijziging van een internaatsbestuur

Wanneer het internaatsbestuur gewijzigd wordt, vult u bijlage 5 in. Naams- of adreswijzigingen van het internaatsbestuur kunt u met een verwijzing naar de bijlagen van het Belgisch Staatsblad per brief of e-mail meedelen.

De overheveling van een internaat naar een ander internaatsbestuur heeft ten aanzien van het departement onderwijs en vorming uitwerking op 1 september (Decreet van 15 juli 1997 betreffende het onderwijs VIII, artikel 71).

6. Vervangingen in de internaten

6.1. Toepassingsgebied

De toelichting opgenomen in dit punt heeft betrekking op :

1° internaten9  ;

2° tehuizen voor kinderen met ouders die geen vaste verblijfplaats hebben, het Koninklijk Werk IBIS en het tehuis De Rijzende Ster voor hun openstelling op niet-schooldagen10  ;

3° voorzieningen buitengewoon Onderwijs van het Gemeenschapsonderwijs11  ;

4° internaten met permanente openstelling (IPO)12  ;

5° semi-internaten13  .

Verder in dit punt "instellingen" genoemd.

6.2. Vervangingen

Conform punt 3.2.1. van cao XII kunnen de instellingen vanaf 1 september 2021 de afwezigheden van minder dan 10 werkdagen vervangen. Daarnaast is het ook mogelijk om een personeelslid te vervangen waarvan de afwezigheid start na 31 mei.

Er zijn een aantal voorwaarden gekoppeld aan de mogelijkheid tot vervanging:

1°het te vervangen personeelslid is aangesteld in een gefinancierde of gesubsidieerde betrekking in het onderwijs;

2°het te vervangen personeelslid is niet afwezig door nascholing;

3°het te vervangen personeelslid is afwezig voor ten minste één werkdag.

Voorbeelden:

  • Een studiemeester-opvoeder in een internaat die afwezig is wegens ziekte voor vijf werkdagen, kan voor deze vijf werkdagen vervangen worden.
  • Een studiemeester-opvoeder in een internaat die afwezig is tijdens de maand juni kan vervangen worden.
  • Een kinderverzorger in een MPIGO die afwezig is wegens verlof wegens overmacht voor 4 werkdagen kan vervangen worden.
  • Een hoofdopvoeder in een internaat met permanente openstelling die tijdens de zomervakantie afwezig is wegens ziekte voor 5 werkdagen kan vervangen worden.
  • Een studiemeester-opvoeder die 2 werkdagen afwezig is door nascholing kan niet vervangen worden.

7. Bijlagen

- (1):   artikelen III.21 en III.35 van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016

- (2):   artikelen III.1, §1, eerste lid, III.20, III.35, §1, 2° en III.37 van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016

- (3):   deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 2 van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016

- (4):   deel III, hoofdstuk 6 van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016

- (5):   koninklijk besluit van 21 augustus 1978 houdende organisatie van de semi-internaten in het buitengewoon onderwijs van de Staat en tot vaststelling van de personeelsnormen

- (6):   artikelen III.21 en III.35 van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016

- (7):   artikelen III.1, §1, eerste lid, III.20, III.35, §1, 2° en III.37 van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016

- (8):  deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 2 van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016

- (9):   artikelen III.21 en III.35 van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016

- (10):   artikelen III.1, §1, eerste lid, III.20, III.35, §1, 2° en III.37 van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016

- (11):   deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 2 van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016

- (12):   deel III, hoofdstuk 6 van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016

- (13):   koninklijk besluit van 21 augustus 1978 houdende organisatie van de semi-internaten in het buitengewoon onderwijs van de Staat en tot vaststelling van de personeelsnormen