Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de mededeling van de vaste benoeming aan het departement Onderwijs

  • goedkeuringsdatum
    25/01/1995
  • publicatiedatum
    B.S. 16/06/1995 (pagina 17385)
  • bron

    Numac : 0
  • datum laatste wijziging
    14/05/2018

ART. 1.

Dit besluit is van toepassing op:
- de personeelsleden bedoeld in artikel 2, § 1 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs;
- de personeelsleden bedoeld in artikel 4, § 1 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra.
- de personeelsleden vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie.

ART. 2.

[§ 1. Opdat de toelating tot de proeftijd (verv. B.V.R. 6 oktober 2000, art. 1, I: 1 januari 2000) ] [de vaste benoeming, de nieuwe affectatie of de mutatie (verv. B.V.R. 10 maart 2006, art. 1, I: 1 januari 2006) ] [uitwerking zou hebben ten aanzien van de overheid, moet de inrichtende macht ze uiterlijk drie maanden na de ingangsdatum ervan, (verv. B.V.R. 6 oktober 2000, art. 1, I: 1 januari 2000) ] [... (geschr. B.V.R. 10 maart 2006, art. 1, I: 1 januari 2006) ] [aan het departement Onderwijs meedelen met afschrift aan het betrokken personeelslid. De toelating tot de proeftijd . (verv. B.V.R. 6 oktober 2000, art. 1, I: 1 januari 2000) ] [de vaste benoeming, de nieuwe affectatie of de mutatie (verv. B.V.R. 10 maart 2006, art. 1, I: 1 januari 2006) ] [heeft dan uitwerking op de ingangsdatum ervan.

§ 2. Onverminderd de toepassing van § 3 heeft de toelating tot de proeftijd . (verv. B.V.R. 6 oktober 2000, art. 1, I: 1 januari 2000) ] [de vaste benoeming, de nieuwe affectatie of de mutatie (verv. B.V.R. 10 maart 2006, art. 1, I: 1 januari 2006) ] [die door de inrichtende macht wordt meegedeeld buiten de periode bedoeld in § 1, slechts uitwerking ten aanzien van de overheid als ze uiterlijk 45 kalenderdagen na de in § 1 vermelde termijn (verv. B.V.R. 6 oktober 2000, art. 1, I: 1 januari 2000) ] [... (geschr. B.V.R. 10 maart 2006, art. 1, I: 1 januari 2006) ] [wordt meegedeeld aan het departement Onderwijs. De toelating tot de proeftijd (verv. B.V.R. 6 oktober 2000, art. 1, I: 1 januari 2000) ] [de vaste benoeming, de nieuwe affectatie of de mutatie (verv. B.V.R. 10 maart 2006, art. 1, I: 1 januari 2006) ] [heeft dan uitwerking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van de periode van 45 kalenderdagen.

§ 3. In afwijking van § 1 moet de inrichtende macht de vaste benoeming bedoeld in artikel 4, § 1, 5°, 6°, 7° en 8°, uiterlijk twaalf maanden na de ingangsdatum ervan (verv. B.V.R. 6 oktober 2000, art. 1, I: 1 januari 2000) ] [... (geschr. B.V.R. 10 maart 2006, art. 1, I : 1 januari 2006) ] [aan het departement Onderwijs meedelen, met een afschrift aan het betrokken personeelslid opdat de vaste benoeming uitwerking zou hebben ten aanzien van de overheid. De vaste benoeming heeft dan uitwerking op de ingangsdatum ervan. (verv. B.V.R. 6 oktober 2000, art. 1, I: 1 januari 2000) ]

ART. 3.

[De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, bepaalt de vorm van de mededeling, vermeld in artikel 2. (verv. B.V.R. 10 maart 2006, art. 2, I: 1 januari 2006) ]

ART. 4.

§ 1. De inrichtende macht of het centrumbestuur doet de mededeling, vermeld in artikel 2:
1° bij een toelating tot de proeftijd in het gemeenschapsonderwijs;
2° bij een eerste vaste benoeming;
3° bij een nieuwe affectatie;
4° bij een vaste benoeming:
a) in een andere personeelscategorie dan die waarin het personeelslid al vastbenoemd is;
b) in een andere soort van dezelfde personeelscategorie;
c) in een ander ambt binnen dezelfde personeelscategorie en dezelfde soort;
d) voor een ander vak of een andere specialiteit dan het vak of de specialiteit waarin het personeelslid zijn opdracht op het ogenblik van de vorige vaste benoeming uitgeoefende, en waarvoor het vastbenoemd werd, als het personeelslid daarvoor over een voldoend geacht of over een gelijkwaardig geacht bekwaamheidsbewijs beschikt;
e) voor een grotere omvang van de opdracht dan die waarvoor het personeelslid al vastbenoemd is;
f) ingevolge een mutatie;
g) in een ander ambt voor de personeelsleden vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie.
5° voor het personeelslid dat wordt vastbenoemd in toepassing van artikel 55 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of artikel 44 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs; 
6° voor het personeelslid dat gelijktijdig in twee verschillende ambten is benoemd, als het aantal uren in één van die ambten wordt uitgebreid.

§ 2. Voor de toepassing van dit artikel dient te worden verstaan onder:
- personeelscategorie : de personeelscategorieën opgesomd in artikel 2, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs en artikel 4, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs;
- soort: wervings-, selectie- of bevorderingsambt.

ART. 5.

§ 1. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1995.

§ 2. De in artikel 4 bedoelde benoemingen die vóór 1 januari 1995 werden meegedeeld aan het departement worden beschouwd als zijnde meegedeeld overeenkomstig de regels die dit besluit voorschrijft.

[§ 3. De vaste benoemingen die met toepassing van artikel 4, § 1, 5°, (ing. B.V.R. 6 oktober 2000, art. 3, I: 1 januari 2000) ] [... (geschr. B.V.R. 10 maart 2006, art. 4, I: 1 januari 2006) ] [werden meegedeeld aan het departement Onderwijs in de periode van 1 september 1998 tot en met 31 december 1999, worden beschouwd als meegedeeld volgens de regels die dit besluit voorschrijft. (ing. B.V.R. 6 oktober 2000, art. 3, I: 1 januari 2000) ]

ART. 6.

De Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs .is belast met de uitvoering van dit besluit.