Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de [puntenenveloppen] voor de scholengemeenschappen basisonderwijs

  • goedkeuringsdatum
    05/03/2004
  • publicatiedatum
    B.S. 11/06/2004 (pagina 44068)
  • bron

    Numac : 2004035895
  • datum laatste wijziging
    05/10/2018

[HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN (ing. BVR 7 september 2007, art. 2)]

ART. 1.

Dit besluit is van toepassing op het gewoon en buitengewoon basisonderwijs, gefinancierd of gesubsi-dieerd door de Vlaamse Gemeenschap.

ART. 2.

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° decreet : het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997;
2° teldag : dag waarop de leerlingen, met toepassing van het decreet moeten worden geteld;
3° telperiode : periode gedurende dewelke leerlingen, met toepassing van het decreet moeten worden geteld.

[HOOFDSTUK II PUNTENENVELOPPE TER ONDERSTEUNING VAN DE WERKING VAN DE SCHOLENGEMEENSCHAP (ing. BVR 7 september 2007, art.3)]

ART. 3.

§ 1. Met toepassing van artikel 125duodecies, § 1, van het decreet wordt aan elke scholengemeenschap een puntenenveloppe ter ondersteuning van de werking toegekend.

§ 2. De middelen worden toegekend op basis van het gewogen aantal leerlingen per scholengemeenschap, berekend volgens de bepalingen in artikel 125duodecies van het decreet en artikel 4 van dit besluit.

§ 3. De puntenenveloppe ter ondersteuning van de werking van de scholengemeenschap wordt toegekend aan de scholengemeenschap volgens de hieronder vermelde tabel :


 

Aantal gewogen leerlingen

Punten

900-1 349

66

1 350-1 799

91

1 800-2 699

126

2 700-3 599

192

3 600-4 499

252

4 500-5 399

312

Vanaf 5 400

372

 

ART. 4.

Met toepassing van artikel 125septies, § 2, 3°, en 125duodecies, § 2, 3°, van het decreet worden, bij het tellen van de leerlingen om te voldoen aan de norm van scholengemeenschap en voor de puntenenveloppe ter ondersteuning van de werking van de scholengemeenschap, de volgende coëfficiënten toegepast:
1° de coëfficiënt 1,2 wordt toegepast op leerlingen van de scholen die in een gemeente liggen met een bevolkingsdichtheid van minder dan 200 inwoners per km2;
2° de coëfficiënt 2,1 wordt toegepast op leerlingen van:
a) een school voor buitengewoon basisonderwijs type 5;
b) een school voor buitengewoon basisonderwijs die verbonden is aan een internaat buitengewoon Onderwijs als vermeld in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016;
c) een school voor buitengewoon basisonderwijs met een semi-internaat van het gemeenschapsonderwijs als vermeld in het koninklijk besluit van 21 augustus 1978 houdende organisatie van de semi-internaten in het buitengewoon onderwijs van de Staat en tot vaststelling van de personeelsnormen;
d) een school voor buitengewoon basisonderwijs met 850 of meer gewogen leerlingen;
3° de coëfficiënt 1,9 wordt toegepast op leerlingen van scholen voor buitengewoon basisonderwijs die geen leerlingen zijn als de leerlingen, vermeld in punt 2°.
Voor de weging van de leerlingen, vermeld in het eerste lid, 2°, d), gelden de volgende coëfficiënten:

 

Coëfficiënt Leerlingen
   
3 die in het schooljaar 2014-2015 in het kader van geïntegreerd onderwijs begeleid zijn door een school die minstens 10 leerlingen begeleidde Er wordt per school telkens gekeken naar het aantal GON-leerlingen op de eerste schooldag van oktober van 2014.
5 type basisaanbod, type 1 en type 8
7,1 type 3 en type 9
8,1 type 6
8,9 type 2 en type 7
10 type 4

ART. 4bis.

§ 1. Met de puntenenveloppe verkregen overeenkomstig artikel 3, § 3, van dit besluit en/of de punten die conform artikel 153sexies, § 4, van het decreet vrij aangewend kunnen worden voor de ondersteuning van de scholengemeenschap, kunnen er maximaal één voltijdse betrekking of twee halftijdse betrekkingen in het ambt van directeur basisonderwijs worden ingericht. Deze directeur wordt belast met een coördinerende opdracht voor de scholengemeenschap.

§ 2. Indien een betrekking in het ambt van directeur basisonderwijs voltijds wordt ingericht worden er 120 punten in rekening gebracht en indien een betrekking in het ambt van directeur basisonderwijs halftijds wordt ingericht worden er 60 punten in rekening gebracht.

§ 3. De puntenenveloppe verkregen overeenkomstig artikel 3, § 3, van dit besluit en/of de punten die conform artikel 153sexies, § 4, van het decreet vrij aangewend kunnen worden, kunnen in het gemeenschapsonderwijs worden aangewend om een betrekking van algemeen directeur in te richten in de scholengroep. (ing. B.V.R. 30 september 2005, art. 2, I: 1 september 2005) ]

ART. 4ter.

§ 1. Uit de puntenenveloppe verkregen volgens artikel 3, § 3, van dit besluit en/of de punten die conform artikel 153sexies, § 4, van het decreet vrij aangewend kunnen worden voor de ondersteuning van de scholengemeenschap kunnen de volgende ambten worden ingericht:

1° het ambt van zorg-coördinator uit de categorie beleids- en ondersteunend personeel;

2° het ambt van ICT-coördinator uit de categorie beleids- en ondersteunend personeel;

3° het ambt van administratief medewerker uit de categorie beleids- en ondersteunend personeel.

§ 2. Uit de puntenenveloppe verkregen volgens artikel 3, § 3, en/of de punten die conform artikel 153sexies, § 4, van het decreet vrij aangewend kunnen worden voor de ondersteuning van de scholengemeenschap kunnen eveneens personeelsleden worden aangesteld die een beleidsondersteunende functie uitoefenen ten behoeve van de scholengemeenschap. Deze personeelsleden kunnen worden aangesteld in één van de ambten vermeld in § 1, of in de wervingsambten van kleuteronderwijzer, onderwijzer, kleuteronderwijzer ASV en onderwijzer ASV.

De aanstelling in één van deze ambten doet geen afbreuk aan de bepaling dat de betrokken personeelsleden alleen kunnen

worden ingezet in een beleidsondersteunende functie ten behoeve van de scholengemeenschap; ze worden vrijgesteld van hun schoolopdracht. (ing. B.V.R. 30 september 2005, art. 3, I: 1 september 2005) ]

[HOOFDSTUK III PUNTENENVELOPPE VOOR HET VOEREN VAN EEN ZORGBELEID (verv. BVR 5 september 2008, art. 3)]

ART. 4ter1.

Met toepassing van artikel 125duodecies 1 van het decreet wordt aan elke scholengemeenschap, een puntenenveloppe voor het voeren van een zorgbeleid toegekend. Het aantal punten waarop de scholengemeenschap recht heeft, is de som van A, B en C, waarbij :
1° A = het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal scholen voor gewoon basisonderwijs, dat de scholengemeenschap telt op de teldag, met de coëfficiënt 14;
2° B = de som van de voor elke school voor gewoon basisonderwijs van de scholengemeenschap op schoolniveau afgeronde som van a en b.
Deze afronding wordt als volgt uitgevoerd : indien het eerste cijfer na de komma van de som van a en b groter is dan vier wordt er afgerond naar het hoger gelegen geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma van de som van a en b kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lager gelegen geheel getal.
Waarbij a = het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal regelmatige kleuters dat de school telt op de teldag of tijdens de telperiode met de coëfficiënt 0,18128.
Waarbij b = het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs dat de school telt op de teldag of tijdens de telperiode met de coëfficiënt 0,14122.
2°bis. In afwijking van punt 2° geldt, voor de periode van 1 september 2010 tot en met 30 november 2010, dat B = de som van de voor elke school voor gewoon basisonderwijs van de scholengemeenschap op schoolniveau afgeronde som van a en b.
Deze afronding wordt als volgt uitgevoerd : indien het eerste cijfer na de komma van de som van a en b groter is dan vier wordt er afgerond naar het hoger gelegen geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma van de som van a en b kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lager gelegen geheel getal.
Waarbij a = het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal regelmatige kleuters dat de school telt op de teldag of tijdens de telperiode met de coëfficiënt 0,17281.
Waarbij b = het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs dat de school telt op de teldag of tijdens de telperiode met de coëfficiënt 0,13275;
3° C = de som van de resultaten van de volgende berekening voor elke school voor buitengewoon basisonderwijs van de scholengemeenschap : het aantal regelmatige kleuters op de teldag of tijdens de telperiode wordt per school vermenigvuldigd met de coëfficiënt 0,03055. Het resultaat van deze berekening wordt voor elke school afgerond naar het hogere geheel getal als het eerste cijfer na de komma groter is dan 4. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier, dan wordt er afgerond naar het lager gelegen geheel getal.

ART. 4ter2.

Uit de puntenenveloppe, verkregen volgens artikel 4ter 1, kunnen betrekkingen in het ambt van zorgcoördinator uit de categorie beleids- en ondersteunend personeel ingericht worden.

[HOOFDSTUK IV VAN PUNTEN NAAR BETREKKINGEN (ing. BVR 7 september 2007, art. 5)]

ART. 4quater.

Puntenwaarde

§ 1. De omrekening van punten naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse betrekkingen in het ambt van zorg-coördinator gebeurt als volgt:

1° indien een betrekking wordt ingericht die de weddenschaal 148 genereert, wordt voor een voltijdse betrekking 85 punten in rekening gebracht;

2° indien een betrekking wordt ingericht die de weddenschaal 501 genereert, wordt voor een voltijdse betrekking 126 punten in rekening gebracht;

3° de som van het aantal punten van de betrekkingen die per opleidingsniveau en ambt worden ingericht, bedraagt nooit meer dan het aantal punten dat vereist is voor een betrekking die bestaat uit de som van de uren die in het betrokken ambt en opleidingsniveau worden ingericht.

Voor de aanwending in uren wordt de toegekende puntenenveloppe omgezet volgens de onderstaande tabel:

Puntenwaarde

Aantal uren

85

Punten

126

Punten

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

32

33

34

35

36

2

5

7

9

12

14

17

19

21

24

26

28

31

33

35

38

40

42

45

47

50

52

54

57

59

61

64

66

68

71

73

76

78

80

83

85

4

7

11

14

18

21

25

28

32

35

39

42

46

49

53

56

60

63

67

70

74

77

81

84

88

91

95

98

102

105

109

112

116

119

123

126

 

(ing. B.V.R. 30 september 2005, art. 4, I: 1 september 2005) ]

ART. 4quinquies.

Uren opdracht

De omrekening van punten naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse betrekkingen in het ambt van ICT-coördinator gebeurt als volgt:

1° indien een betrekking wordt ingericht die de weddenschaal 202/203 genereert wordt voor een voltijdse betrekking 63 punten in rekening gebracht;

2° indien een betrekking wordt ingericht die de weddenschaal 158 genereert wordt voor een voltijdse betrekking 82 punten in rekening gebracht;

3° indien een betrekking wordt ingericht die de weddenschaal 148 genereert wordt voor een voltijdse betrekking 85 punten in rekening gebracht;

4° indien een betrekking wordt ingericht die de weddenschaal 542 genereert wordt voor een voltijdse betrekking 120 punten in rekening gebracht;

5° indien een betrekking wordt ingericht die de weddenschaal 501 genereert wordt voor een voltijdse betrekking 126 punten in rekening gebracht;

6° de som van het aantal punten van de betrekkingen die per opleidingsniveau en ambt worden ingericht, bedraagt nooit meer dan het aantal punten dat vereist is voor een betrekking die bestaat uit de som van de uren die in het betrokken ambt en opleidingsniveau worden ingericht.

Voor de aanwending in uren wordt de toegekende puntenenveloppe omgezet volgens de onderstaande tabel:

Uren opdracht

Weddenschaal 202/203

Weddenschaal 158

Weddenschaal 148

Weddenschaal 542

Weddenschaal 501

 

Punten

Punten

Punten

Punten

Punten

1

2

2

2

3

4

2

4

5

5

7

7

3

5

7

7

10

11

4

7

9

9

13

14

5

9

11

12

17

18

6

11

14

14

20

21

7

12

16

17

23

25

8

14

18

19

27

28

9

16

21

21

30

32

10

18

23

24

33

35

11

19

25

26

37

39

12

21

27

28

40

42

13

23

30

31

43

46

14

25

32

33

47

49

15

26

34

35

50

53

16

28

36

38

53

56

17

30

39

40

57

60

18

32

41

42

60

63

19

33

43

45

63

67

20

35

46

47

67

70

21

37

48

50

70

74

22

39

50

52

73

77

23

40

52

54

77

81

24

42

55

57

80

84

25

44

57

59

83

88

26

46

59

61

87

91

27

47

62

64

90

95

28

49

64

66

93

98

29

51

66

68

97

102

30

53

68

71

100

105

31

54

71

73

103

109

32

56

73

76

107

112

33

58

75

78

110

116

34

60

77

80

113

119

35

61

80

83

117

123

36

63

82

85

120

126

 

(ing. B.V.R. 30 september 2005, art. 5, I: 1 september 2005)]

ART. 4sexies.

Puntenwaarde

De omrekening van punten naar de gefinancierde of gesubsidieerde betrekkingen in het ambt van administratief medewerker gebeurt als volgt:

1° indien een betrekking wordt ingericht die de weddenschaal 202/203 genereert, wordt voor een voltijdse betrekking 63 punten in rekening gebracht;

2° indien een betrekking wordt ingericht die de weddenschaal 158 genereert, wordt voor een voltijdse betrekking 82 punten in rekening gebracht;

3° indien een betrekking wordt ingericht die de weddenschaal 542 genereert, wordt voor een voltijdse betrekking 120 punten in rekening gebracht;

4° indien een betrekking wordt ingenomen door een personeelslid dat ingevolge een beslissing van de administratieve gezondheidsdienst ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking en wedertewerkgesteld wordt als administratieve medewerker, worden voor een voltijdse betrekking 63 punten in rekening gebracht;

5° de som van het aantal punten van de betrekkingen die per opleidingsniveau en ambt worden ingericht, bedraagt nooit meer dan het aantal punten dat vereist is voor een betrekking die bestaat uit de som van de uren die in het betrokken ambt en opleidingsniveau worden ingericht.

Voor de aanwending in uren wordt de toegekende puntenenveloppe omgezet volgens de onderstaande tabel:

Puntenwaarde

63

82

120

Aantal uren

Punten

Punten

Punten

1

2

2

3

2

4

5

7

3

5

7

10

4

7

9

13

5

9

11

17

6

11

14

20

7

12

16

23

8

14

18

27

9

16

21

30

10

18

23

33

11

19

25

37

12

21

27

40

13

23

30

43

14

25

32

47

15

26

34

50

16

28

36

53

17

30

39

57

18

32

41

60

19

33

43

63

20

35

46

67

21

37

48

70

22

39

50

73

23

40

52

77

24

42

55

80

25

44

57

83

26

46

59

87

27

47

62

90

28

49

64

93

29

51

66

97

30

53

68

100

31

54

71

103

32

56

73

107

33

58

75

110

34

60

77

113

35

61

80

117

36

63

82

120

 

(ing. B.V.R. 30 september 2005, art. 6, I: 1 september 2005)]

ART. 4septies.

Waarde van de teller van de opdrachtbreuk

Voor de omrekening van punten naar gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse betrekkingen in de wervingsambten van kleuteronderwijzer en onderwijzer in het gewoon basisonderwijs vermeld in artikel 4ter, § 2, wordt voor een voltijdse betrekking 85 punten in rekening gebracht.

De som van het aantal punten van de betrekkingen die per opleidingsniveau en ambt worden ingericht, bedraagt nooit meer dan het aantal punten dat vereist is voor een betrekking die bestaat uit de som van de uren die in het betrokken ambt en opleidingsniveau worden ingericht.

Voor de aanwending in uren wordt de toegekende puntenenveloppe omgezet volgens de onderstaande tabel:

Waarde van de teller van de opdrachtbreuk

85 punten

1

4

2

7

3

11

4

14

5

18

6

21

7

25

8

28

9

32

10

35

11

39

12

43

13

46

14

50

15

53

16

57

17

60

18

64

19

67

20

71

21

74

22

78

23

81

24

85

 

(ing. B.V.R. 30 september 2005, art. 7, I: 1 september 2005)]

ART. 4octies.

Waarde van de teller van de opdrachtbreuk

Voor de omrekening van punten naar gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse betrekkingen in de wervingsambten van kleuteronderwijzer ASV en onderwijzer ASV in het buitengewoon basisonderwijs vermeld in artikel 4ter, § 2, wordt voor een voltijdse betrekking 85 punten in rekening gebracht.

De som van het aantal punten van de betrekkingen die per opleidingsniveau en ambt worden ingericht, bedraagt nooit meer dan het aantal punten dat vereist is voor een betrekking die bestaat uit de som van de uren die in het betrokken ambt en opleidingsniveau worden ingericht.

Voor de aanwending in uren wordt de toegekende puntenenveloppe omgezet volgens de onderstaande tabel:

Waarde van de teller van de opdrachtbreuk

85 weddenschaal 148, 141

Lestijden

Punten

1

4

2

8

3

12

4

15

5

19

6

23

7

27

8

31

9

35

10

39

11

43

12

46

13

50

14

54

15

58

16

62

17

66

18

70

19

73

20

77

21

81

22

85

 

(ing. B.V.R. 30 september 2005, art. 8, I: 1 september 2005)]

[HOOFDSTUK V INWERKINGTREDINGSBEPALINGEN (ing. BVR 7 september 2007, art. 6)]

ART. 5.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2003.

ART. 6.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.