Vakantieregeling in de centra voor leerlingenbegeleiding

  • referentie
    CLB/2009/03
  • publicatiedatum
    25/11/2009
  • datum laatste wijziging
    29/11/2010
  • wettelijke basis
    Artikel. 14, 80 en 81 van het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding
  • opheffing
    De omzendbrief met referentie CLB/2006/04 van 12-09-2006 wordt opgeheven
  • contact
  • Deze omzendbrief geeft toelichting bij de vakantieregeling van het personeel in de centra voor leerlingenbegeleiding. Naast de algemene bepalingen wordt er meer uitleg gegeven over de bijkomende vakantiedagen en de pro rata berekening van deze vakantiedagen.

1. Vakantieregeling van het personeel in de centra voor leerlingenbegeleiding - Algemene bepalingen

1.1. Sluiting van het centrum

Het personeel van de centra is met vakantie op de dagen dat het centrum gesloten is.

De centra zijn gesloten:

- van 15 juli tot en met 15 augustus

- op zaterdagen en zondagen

- op de wettelijke en decretale feestdagen, deze feestdagen zijn de volgende:

- wettelijke feestdagen: 1 januari, Paasmaandag, 1 mei, Hemelvaartsdag, Pinkstermaandag, 21 juli, 15 augustus, 1 november, 11 november, 25 december

- decretale feestdag: 11 juli

De centra zijn eveneens gesloten tijdens de kerstvakantie en de paasvakantie, uitgezonderd de eerste maandag en de tweede vrijdag van de kerstvakantie. Indien deze openingsdagen respectievelijk gelijk vallen met 24, 25, 26 of 31 december of met 1 of 2 januari, dan worden ze verplaatst naar de datum binnen de kerstvakantie die hierbij het dichtste aansluit.

De openingsdagen tijdens de kerstvakantie voor de volgende schooljaren zijn:

2016-2017 

Dinsdag 27 December 2016 

Vrijdag 6 Januari 2017 

2017-2018 

Woensdag 27 December 2017 

Vrijdag 5 Janu a ri 2018 

2018-2019 

Donderdag 27 December 2018 

Vrijdag 4 Januari 2019 

2019-2020 

Maandag 23 December 2019 

Vrijdag 3 Januari 2020 

2020-2021 

Maandag 21 December 2020 

Woensdag 30 December 2020 

2021-2022 

Maandag 27 December 2021 

Vrijdag 7 Januari 2022 

2022-2023 

Dinsdag 27 December 2022 

Vrijdag 6 Januari 2023 

1.2. Recht op 21 bijkomende werkdagen vakantieverlof.

Bovenop de dagen dat het centrum gesloten is, heeft het personeel nog recht op 21 werkdagen vakantieverlof per volledig schooljaar. Deze vakantiedagen moeten worden opgenomen tijdens de schoolvakanties, met uitzondering van 7 werkdagen die buiten de schoolvakanties, behalve in de maand juni, kunnen worden opgenomen.

Deze vakantiedagen worden verder in deze omzendbrief de 'bijkomende vakantiedagen' genoemd.

Bij onvolledige prestaties en/of bij aanstellingen kleiner dan een volledig schooljaar wordt het aantal dagen vakantie in evenredige mate verminderd. Zie hierover punt 2.

2. Pro rata berekening van het aantal bijkomende vakantiedagen.

Als een personeelslid in de loop van een schooljaar in dienst treedt of uit dienst treedt, wordt het aantal vakantiedagen tijdens dat schooljaar in evenredige mate verminderd. Ook als het personeelslid een deeltijdse aanstelling heeft, wordt het aantal bijkomende vakantiedagen in evenredige mate verminderd. Als het personeelslid onbezoldigd verlof neemt, wordt de bijkomende vakantie opnieuw herberekend, hetzij voor het lopende jaar, hetzij voor het daaropvolgende schooljaar als een berekening voor het lopende schooljaar niet meer mogelijk is.

Het aantal bijkomende vakantiedagen dat op basis van het aantal gepresteerde dagen wordt berekend, wordt indien nodig afgerond naar de hogere halve dag.

2.1. Aanstellingen kleiner dan een volledig schooljaar

Als een personeelslid in de loop van een schooljaar in dienst treedt en voor de rest van dat schooljaar ononderbroken in dienst blijft, wordt het aantal bijkomende vakantiedagen berekend op basis van de onderstaande formule:

(21/12) x Y

Daarbij staat Y voor het aantal maanden dat het personeelslid tijdens het lopende schooljaar zal werken.

Voorbeeld:

Een personeelslid treedt in dienst op 1 november. Hij heeft recht op 17,5 dagen voor dat schooljaar, berekend volgens de onderstaande formule:

(21/12) x 10=17,5

Als een personeelslid in de loop van een schooljaar zijn ambt definitief neerlegt, wordt het aantal bijkomende vakantiedagen van dat schooljaar op dezelfde wijze herberekend nl.

(21/12) x Y

Daarbij staat Y voor het aantal maanden dat het personeelslid dat het personeelslid tijdens het lopende schooljaar heeft gewerkt.

Voorbeeld:

Een personeelslid treedt uit dienst op 1 april. Hij heeft recht op 12,5 dagen voor dat schooljaar, berekend volgens de onderstaande formule:

(21/12) x 7=12,5 (12,25 afgerond naar de hogere halve eenheid)

2.2. Deeltijdse aanstellingen

Als een personeelslid een deeltijdse aanstelling heeft, wordt het aantal bijkomende vakantiedagen berekend op basis van de onderstaande formule:

21 x het aanstellingspercentage

Voorbeeld:

Een personeelslid is aangesteld voor 60%, hij heeft recht op 13 dagen, berekend volgens de onderstaande formule:

21 x 60%= 13 (12,6 afgerond naar de hogere halve eenheid)

Een personeelslid kan een deeltijdse aanstelling hebben die gespreid is over alle dagen van de week. Zie hierover de rubriek 2.4.

2.3. Verloven, afwezigheden en terbeschikkingstellingen

Als een personeelslid één van de hierna vermelde verloven, afwezigheden of terbeschikkingstellingen neemt, worden de bijkomende vakantiedagen in evenredige mate verminderd.

Het gaat hierbij om de volgende verloven, afwezigheden en terbeschikkingstellingen:

- ouderschapsverlof;

- verlof voor verminderde prestaties;

- voltijdse of deeltijdse loopbaanonderbreking (zowel algemeen stelsel als ouderschapsverlof, palliatief verlof, bijstand aan of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid);

- verlof om een stage te vervullen in een andere betrekking (gemeenschapsonderwijs);

- verlof om dwingende redenen van familiaal belang (gemeenschapsonderwijs);

- verlof om kandidaat te zijn voor wetgevende en provinciale verkiezingen (gemeenschapsonderwijs);

- verlof om een ambt uit te oefenen bij een ministerieel kabinet;

- verlof voor het verrichten van bepaalde prestaties ten behoeve van de staat en van de gemeenschappen of gewesten, erkende politiek groepen respectievelijk ten behoeve van de voorzitters van de groepen;

- verlof toegekend aan personeelsleden die ter beschikking van de koning worden gesteld;

- onbezoldigd ouderschapsverlof;

- verlof wegens opdracht;

- verlof wegens bijzondere opdracht;

- afwezigheid van lange duur gewettigd door familiale redenen/omstandigheden;

- politiek verlof;

- afwezigheid voor verminderde prestaties;

- terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden;

- terbeschikkingstelling wegens ambtsontheffing in het belang van de dienst;

- terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen.

Als het personeelslid in het lopend jaar ongewettigd afwezig is, wordt zijn jaarlijkse vakantie eveneens in evenredige mate verminderd.

Als het personeelslid gedurende bijvoorbeeld het hele jaar verlof voor verminderde prestaties krijgt of deeltijdse loopbaanonderbreking neemt en daarbuiten geen andere onbezoldigde verlofdagen opneemt, heeft het recht op het volgende aantal bijkomende vakantiedagen volgens onderstaande formule:

21 x (aantal uren prestaties/36)

Voorbeeld 1: Een personeelslid neemt halftijdse loopbaanonderbreking voor een volledig schooljaar.

21 x (18/36) = 10, 5

Dit personeelslid heeft recht op 10,5 bijkomende vakantiedagen.

Als het personeelslid gedurende een aantal maanden afwezig is ten gevolge van een verlof, afwezigheid of terbeschikkingstelling wordt het aantal bijkomende vakantiedagen als volgt berekend:

21 x (Y/12)

Waarbij Y = het aantal maanden gedurende dewelke het verlof, afwezigheid of terbeschikkingstelling niet loopt

Voorbeeld 2: Een personeelslid neemt TBS PA vanaf 1 oktober tot en met 31 december.

De berekening van het aantal bijkomende vakantiedagen gebeurt dan als volgt.

21 x (9/12)= 15,75 afgerond naar de hogere eenheid is 16

Een personeelslid kan verlof voor verminderde prestaties opnemen gespreid over alle dagen van de week. Zie hierover de rubriek 2.4.

Indien de duurtijd van het verlof, de afwezigheid of de terbeschikkingstelling minder bedraagt dan 1 maand (gerekend van datum tot datum), worden de bijkomende vakantiedagen niet verminderd.

2.4. Verlof voor verminderde prestaties of een deeltijdse aanstelling gespreid over alle dagen van de week

Als het personeelslid verlof of afwezigheid voor verminderde prestaties opneemt waarbij de arbeidsduur per dag wordt verminderd, en de deeltijdse aanstelling gelijkmatig is gespreid over alle dagen van de week, wordt het aantal bijkomende vakantiedagen niet verminderd.

Voorbeeld: Een personeelslid werkt halftijds elke dag van de week: dit personeelslid heeft recht op 21 bijkomende vakantiedagen.