Beperking van de vervangingsmogelijkheid voor of tijdens een korte vakantieperiode

  • referentie
    PERS/2015/06
  • publicatiedatum
    24/08/2015
  • datum laatste wijziging
    24/08/2015
  • contact
  • Besluit van de Vlaamse Regering van 12 juni 2015 houdende diverse personeelsmaatregelen in het onderwijs
  • Met ingang van 1 september 2015 wijzigt de mogelijkheid tot vervanging van personeelsleden van wie de afwezigheid aanvangt voor of tijdens een korte vakantieperiode.

1. Inleiding

Met ingang van 1 september 2015 wordt de vervangingsmogelijkheid van afwezige personeelsleden beperkt in een periode van 14 kalenderdagen voor en ook tijdens een korte vakantieperiode, met uitzondering van de maanden juli en augustus.

Meer informatie over de voormelde maatregel vindt u in deze omzendbrief.

2. Toepassingsgebied


Deze maatregel is van toepassing op de personeelsleden, vermeld in:

- artikel 2, §1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs;

- artikel 4, §1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding

en die bovendien aangesteld zijn in:

  • een school voor gewoon en/of buitengewoon secundair onderwijs;
  • een instelling van het deeltijds kunstonderwijs;
  • een instelling van het volwassenenonderwijs;
  • een centrum voor leerlingenbegeleiding;
  • de kinderdagverblijven van het gemeenschapsonderwijs gelegen in het tweetalig hoofdstedelijke gebied Brussel.

Deze maatregel is eveneens van toepassing op de contractuele personeelsleden die betaald worden door het Agentschap voor Onderwijsdiensten en die bovendien aangesteld zijn in:

- de voor- en nabewaking in de Nederlandstalige basisscholen van het

gemeenschapsonderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;

- de kinderdagverblijven van het gemeenschapsonderwijs gelegen in het
tweetalig hoofdstedelijke gebied Brussel.

Opgelet: de maatregel is niet van toepassing op de personeelsleden die aangesteld zijn:
- als directeur;
- in het basisonderwijs;
- in een semi-internaat;
- in een internaat;
- in een internaat van het GO! met permanente openstelling;
- in het tehuis van het Gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van
de jongeren in het kader van de hulp- en bijstandsregeling;
- in een tehuis;
- bij de inspectie;
- bij de pedagogische begeleidingsdiensten;
- in een centrum voor basiseducatie.

Opmerking

In deze omzendbrief wordt het begrip vakantieperiode gehanteerd. Voor de kinderdagverblijven van het gemeenschapsonderwijs gelegen in het tweetalig hoofdstedelijke gebied Brussel moet vakantieperiode gelezen worden als sluitingsperiode.

In de centra voor leerlingenbegeleiding zijn de herfst- en krokusvakantie geen vakantieperioden. Deze maatregel geldt voor deze sector bijgevolg alleen voor de kerst- en paasvakantie.

In deze omzendbrief wordt regelmatig verwezen naar de “geldende regels voor vervangingen”. Hieronder worden volgende omzendbrieven verstaan:

- de omzendbrief van 1 juli 1981 met als referentie: NO/100/PB/SA/1101:
Tijdelijke vervangingen vanaf het schooljaar 1981-1982 in wervings- en selectieambten van het onderwijzend personeel, het paramedisch personeel, het hulpopvoedend personeel en het administratief personeel;

- de omzendbrief van 18 mei 1982 met als referentie: NO/ 675/NC/NVD
Tijdelijke vervangingen van technische personeelsleden in de P.M.S.-centra

3. Inhoud van de maatregel

Een personeelslid dat tijdelijk een personeelslid vervangt, van wie de afwezigheid gestart is in een periode van 14 kalenderdagen voor of tijdens de herfst-, kerst-, krokus- en paasvakantie, ontvangt hiervoor geen salaris.

Vanaf 1 september 2015 kan bijgevolg voor elke afwezigheid die start in een periode van 14 kalenderdagen voor de herfst-, kerst-, krokus- of paasvakantie of tijdens de herfst-, kerst-, krokus- of paasvakantie, een vervanger slechts betaald worden met ingang van de eerste dag na die vakantieperiode op voorwaarde dat voldaan is aan de geldende regels voor vervangingen.

Alle overige bestaande principes inzake vervanging blijven geldig.

4. Specifieke bepaling
Vervanging via reaffectatie of wedertewerkstelling

De maatregel doet geen afbreuk aan de reaffectatie- en wedertewerkstellingverplichtingen van een inrichtende macht/schoolbestuur. Elke volledige of onvolledige betrekking waarvan de titularis of zijn vervanger afwezig is voor een periode van ten minste 10 werkdagen dient immers als een ‘vacature’ beschouwd te worden en is onderworpen aan de bepalingen van het reaffectatiebesluit van 29 april 1992. Ook wanneer het gaat om een afwezigheid die start in de periode van 14 kalenderdagen voor een vakantieperiode, kan de vervanging uitgevoerd worden door een personeelslid dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking en aan de voorwaarden van reaffectatie of wedertewerkstelling voldoet. In dat geval ontvangt het personeelslid een salaris volgens de geldende bezoldigingsregeling bij terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking.

5. Vervanging van een afwezige personeelslid na de korte vakantieperiode

5.1. Afwezig voor en opnieuw afwezig na de korte vakantieperiode

Als de afwezigheid van een personeelslid gestart is in een periode van 14 kalenderdagen voor een korte vakantieperiode en dat personeelslid is opnieuw afwezig na de korte vakantieperiode, ontvangt de vervanger slechts een salaris voor zijn prestaties vanaf de eerste dag na de korte vakantieperiode op voorwaarde dat voldaan is aan de geldende regels voor vervangingen. Enkel werkdagen na die vakantieperiode komen in aanmerking om te bepalen of de afwezigheid ten minste 10 werkdagen bedraagt. Het weekend wordt echter niet beschouwd als werkdagen. Voor het deeltijds kunstonderwijs en het volwassenenonderwijs kan de zaterdag wel als werkdag in aanmerking worden genomen.

5.2. Afwezigheid loopt ononderbroken door tot na de korte vakantieperiode

Als de afwezigheid van een personeelslid gestart is in een periode van 14 kalenderdagen voor een korte vakantieperiode en hij ononderbroken afwezig blijft tot na die korte vakantieperiode, ontvangt de vervanger een salaris voor zijn prestaties vanaf de eerste dag na de korte vakantieperiode op voorwaarde dat voldaan is aan de geldende regels voor vervangingen. Alle werkdagen die gelegen zijn in die periode van afwezigheid zowel voor als na de korte vakantieperiode komen dan in aanmerking om te bepalen of de afwezigheid ten minste 10 werkdagen bedraagt. Het weekend en de vakantieperiode worden echter niet beschouwd als werkdagen. Voor het deeltijds kunstonderwijs en het volwassenenonderwijs kan de zaterdag wel als werkdag in aanmerking worden genomen.

6. Voorbeelden

Onderstaande voorbeelden zijn opgebouwd vanuit de invalshoek dat een personeelslid tijdens zijn periode van afwezigheid en voor zijn opdracht wordt vervangen door 1 personeelslid. Uiteraard gelden dezelfde voorwaarden wanneer een personeelslid tijdens zijn afwezigheid wordt vervangen door twee of meerdere personeelsleden die elk met een deel van de opdracht worden belast.

6.1. De afwezigheid van een personeelslid start in een periode van 14 kalenderdagen voor een korte vakantieperiode

Als de afwezigheid van een personeelslid start binnen een periode van 14 kalenderdagen voor een korte vakantie periode , ontvangt de vervanger geen salaris tot het einde van deze vakantieperiode.

Voorbeeld 1

Een personeelslid is afwezig wegens ziekte vanaf 1 week voor de paasvakantie tot en met het einde van de paasvakantie. De paasvakantie is dus volledig in het ziekteverlof begrepen.

De vervanger ontvangt geen salaris tot en met het einde van de paasvakantie.

Voorbeeld 2

Een personeelslid is afwezig vanaf 1 week voor de herfstvakantie en herneemt zijn opdracht na de herfstvakantie.

De vervanger ontvangt geen salaris tot en met het einde van de herfstvakantie.

Voorbeeld 3

Een personeelslid is gedurende 3 weken afwezig wegens ziekte waarvan 2 weken voor een korte vakantieperiode en 1 week tijdens die vakantieperiode.

De vervanger ontvangt geen salaris vanaf het begin van de afwezigheid tot en met het einde van de vakantieperiode.

6.2. De afwezigheid van een personeelslid start tijdens een korte vakantieperiode

Voorbeeld

De afwezigheid van een personeelslid vangt aan tijdens de herfstvakantie. De vervanger ontvangt geen salaris tot en met het einde van de herfstvakantie.

6.3. De afwezigheid van een personeelslid start in een periode van 14 kalenderdagen voor een korte vakantieperiode en start opnieuw na die vakantieperiode

Voorbeeld

Een personeelslid is afwezig vanaf 1 week voor de krokusvakantie en is opnieuw afwezig tijdens een periode van 3 weken na de krokusvakantie.

De vervanger ontvangt geen salaris vanaf het begin van de afwezigheid tot en met het einde van de krokusvakantie.

Na de krokusvakantie kan de vervanger wel een salaris ontvangen omdat de afwezigheid van het personeelslid na de krokusvakantie ten minste 10 werkdagen bedraagt.

6.4. De afwezigheid van een personeelslid start in een periode van 14 kalenderdagen voor een korte vakantieperiode en loopt ononderbroken door tot na die vakantieperiode

Voorbeeld


Een personeelslid is afwezig vanaf 1 week voor de kerstvakantie (week van 5 werkdagen) en is ononderbroken afwezig tot 1 week na de kerstvakantie (eveneens week van 5 werkdagen).

De vervanger ontvangt wel een salaris voor de 5 dagen na de kerstvakantie omdat er tijdens de ononderbroken afwezigheid van 1 week voor de kerstvakantie tot 1 week na de kerstvakantie 10 werkdagen vervat zijn.

Het weekend en de vakantieperiode kunnen evenwel niet als werkdagen meegerekend worden m.u.v. het deeltijds kunstonderwijs en het volwassenenonderwijs waar de zaterdag wel als werkdag in aanmerking wordt genomen.