Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van de beroepsprocedure na een evaluatie met een eindconclusie "onvoldoende" en na een ontslag om dringende reden voor de personeelsleden van de basiseducatie

  • goedkeuringsdatum
    08 september 2017
  • publicatiedatum
    B.S.06/10/2017
  • datum laatste wijziging
    06/10/2017

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie, artikel 35, zesde lid, artikel 43, § 4, eerste lid, artikel 53, zesde lid, artikel 59, zesde lid en artikel 84, vierde en zesde lid;

Overwegende het besluit van de Vlaamse Regering van 22 mei 1991 omtrent de preventieve schorsing en de tucht, alsmede omtrent het ontslag van sommige tijdelijke personeelsleden in het gesubsidieerd onderwijs en in de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;

Overwegende het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 betreffende de procedure in beroep na een evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" en betreffende de werking van het college van beroep;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 8 mei 2017;

Gelet op protocol nr. 70 van 1 juni 2017 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in het Vlaams Onderhandelingscomité voor de Basiseducatie, vermeld in het decreet van 23 januari 2009 tot oprichting van onderhandelingscomités voor de basiseducatie en voor het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs;

Gelet op advies 61.799/1/V van de Raad van State, gegeven op 28 juli 2017, met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK 1. - Definitie en toepassingsgebied

Artikel 1.

In dit besluit wordt verstaan onder decreet van 7 juli 2017 : het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie.

Art. 2.

Dit besluit is van toepassing op de personeelsleden, vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 juli 2017.

HOOFDSTUK 2. - De beroepsprocedure na een evaluatie met een eindconclusie "onvoldoende"

Art. 3.

De samenstelling van het college van beroep, vermeld in de artikelen 3 en 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 betreffende de procedure in beroep na een evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" en betreffende de werking van het college van beroep, is van toepassing waarbij de Federatie Centra voor Basiseducatie wordt beschouwd als een representatieve vereniging van inrichtende machten.

Art. 4.

De werking en de beroepsprocedure van het college van beroep, vermeld in de artikelen 5 en 6 en artikelen 8 t.e.m. 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 betreffende de procedure in beroep na een evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" en betreffende de werking van het college van beroep, is van toepassing.

Art. 5.

Als een evaluatie wordt uitgesproken met een eindconclusie "onvoldoende", kan het betrokken personeelslid daartegen met een aangetekende brief beroep instellen bij de bevoegde kamer van het college van beroep, vermeld in artikel 3 en 4 van dit besluit, binnen de termijn, vermeld in artikel 84 van het decreet van 7 juli 2017. Het betrokken personeelslid ontvangt op zijn eenvoudig verzoek onmiddellijk een kopie van zijn dossier.

Als het einde van de termijn zoals bedoeld in het eerste lid, valt tijdens een periode van ten minste zeven opeenvolgende vakantiedagen, wordt die termijn opgeschort gedurende de duur van de betrokken vakantie.

Op hetzelfde ogenblik als het personeelslid het beroepschrift indient, stuurt hij een kopie daarvan naar zijn coach-evaluator en de tweede evaluator.

Het beroep is gemotiveerd op straffe van nietigheid.

Het beroep bevat de naam en het adres van het centrum en de naam van de coach-evaluator en de tweede evaluator.

HOOFDSTUK 3. - Beroepsprocedure bij een kamer van beroep na een ontslag om dringende reden

Art. 6.

De samenstelling van de kamer van beroep, vermeld in de artikelen 9 en 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 mei 1991 omtrent de preventieve schorsing en de tucht, alsmede omtrent het ontslag van sommige tijdelijke personeelsleden in het gesubsidieerd onderwijs en in de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding is van toepassing waarbij de Federatie Centra voor Basiseducatie wordt beschouwd als een representatieve vereniging van inrichtende machten.

Art. 7.

De werking van de kamer van beroep, vermeld in de artikelen 11 en 12 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 mei 1991 omtrent de preventieve schorsing en de tucht, alsmede omtrent het ontslag van sommige tijdelijke personeelsleden in het gesubsidieerd onderwijs en in de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding is van toepassing.

Art. 8.

De brief waarmee het centrumbestuur het ontslag om dringende reden, vermeld in artikel 35, 43, 53 en 59 van het decreet van 7 juli 2017, meedeelt, moet de beroepsmogelijkheden vermelden.

Als de beroepsmogelijkheden niet worden vermeld, begint de beroepstermijn, vermeld in artikel 35, 43, 53 en 59 van het voormelde decreet, niet te lopen.

Art. 9.

§ 1. Het personeelslid kan binnen vijf kalenderdagen na de ontvangst van het ontslag om dringende reden met een aangetekende brief beroep instellen bij de kamer van beroep, vermeld in artikel 6 en 7.

Als het personeelslid het ontslag ontvangt tijdens een periode van ten minste zeven opeenvolgende vakantiedagen, wordt de voormelde periode van vijf kalenderdagen verlengd met de duur van de vakantieperiode.

Het beroep is gemotiveerd op straffe van nietigheid.

Op hetzelfde ogenblik als het personeelslid het beroepschrift indient, stuurt het met een aangetekende brief of tegen de afgifte van een ontvangstbewijs een kopie ervan naar zijn centrumbestuur.

Het beroep bevat de naam en het adres van het centrumbestuur.

§ 2. Bij de ontvangst van het beroepschrift vraagt de secretaris onmiddellijk de aangetekende brief, vermeld in artikel 35, 43, 53 en 59, vierde lid, van het decreet van 7 juli 2017, op bij het centrumbestuur.

Art. 10.

De beroepsprocedure van zodra de zaak aanhangig is gemaakt, vermeld in de artikelen 17ter, 17quater, 17quinquies en 17sexies van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 mei 1991 omtrent de preventieve schorsing en de tucht, alsmede omtrent het ontslag van sommige tijdelijke personeelsleden in het gesubsidieerd onderwijs en in de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding is van toepassing.

HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen

Art. 11.

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2018.

Art. 12.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.