Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling en indeling van de ambten van de leden van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen.

  • goedkeuringsdatum
    19 DECEMBER 1990
  • publicatiedatum
    B.S.22/05/1991
  • zie ook
  • datum laatste wijziging
    18/11/2004

COORDINATIE

(1) B.Vl.R. van 19/10/1994 (B.S. 25/01/1995)

(2) B.Vl.R. van 28/08/2000 (B.S. 20/10/2000)

(3) B.Vl.R. van 24/01/2003 (B.S. 11/04/2003)

(4) B.Vl.R. van 25/06/2004 (B.S. 18/11/2004)

De Vlaamse Regering,

Gelet op het bijzonder decreet van 19 december 1988 betreffende de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs, inzonderheid op artikel 55, § 1;

Gelet op de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, inzonderheid op artikel 12bis, § 3, a), ingevoegd bij de wet van 11 juli 1973 en gewijzigd bij het decreet van 5 juli 1989 en op artikel 27, § 1, gewijzigd bij de wetten van 11 juli 1973 en 1 augustus 1985 en bij de decreten van 5 juli 1989 en 31 juli 1990;

Gelet op de wet van 22 juni 1964 betreffende het statuut der personeelsleden van het Rijksonderwijs, inzonderheid op artikel 2, gewijzigd bij de wet van 18 februari 1977;

Gelet op het koninklijk besluit van 2 oktober 1968 tot vaststelling en rangschikking van de ambten der leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel bij de inrichtingen voor kleuteronderwijs, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, en van de ambten der leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen, inzonderheid op artikel 7, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 juli 1969 en op artikel 9;

Gelet op het protocol van 1 augustus 1990 houdende de conclusies van de onderhandelingen die gevoerd werden in de schoot van het Gemeenschappelijk Comité voor alle overheidsdiensten;

Gelet op het akkoord van de Gemeenschapsminister van Financiën en Begroting, gegeven op 30 juli 1990;

Gelet op het advies van de Raad van State;

Op de voordracht van de Gemeenschapsminister van Onderwijs;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

(voetnoot 1) [4B.Vl.R. van 25/06/2004
B.S. 18/11/2004

De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de leden van het opvoedend hulppersoneel van :

- de instellingen voor buitengewoon secundair onderwijs met volledig leerplan;

- de door de Vlaamse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde instellingen voor voltijds secundair onderwijs, voor voltijds secundair onderwijs die deeltijds beroepssecundair onderwijs organiseren of voor voltijds secundair zeevisserijonderwijs die deeltijds secundair zeevisserijonderwijs organiseren.

Ze zijn eveneens van toepassing op de leden van het opvoedend hulppersoneel van :

- de internaten georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap, toegankelijk voor kinderen te plaatsen door de Jeugdrechtbank;

- de instituten en medisch pedagogische instituten georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap.

De bepalingen van dit besluit zijn niet van toepassing op de leden van het opvoedend hulppersoneel van de semi-internaten georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap en op de leden van het opvoedend hulppersoneel zoals bedoeld in artikel 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 25 juni 2004 tot vaststelling en indeling van de ambten in de instellingen van het gewoon basisonderwijs.

4B.Vl.R. van 25/06/2004
B.S. 18/11/2004
]

Art. 2.

(voetnoot 1)

De ambten die de leden van het opvoedend hulppersoneel mogen uitoefenen, worden als volgt vastgesteld en ingedeeld :

a) Wervingsambten

1. studiemeester-opvoeder;

2. studiemeester-opvoeder in een internaat;

3. secretaris-bibliothecaris;

4. bibliothecaris;

b) Selectieambten

5. directiesecretaris;

6. opvoeder-huismeester;

c) Bevorderingsambten

7. beheerder;

[2B.Vl.R. van 28/08/2000
B.S. 20/10/2000
8. hoofdopvoeder.2B.Vl.R. van 28/08/2000
B.S. 20/10/2000
]

Art. 3.

Voor de toepassing van artikel 2 omvat, wat het Gemeenschapsonderwijs betreft, de onderwijsinstelling het internaat dat eraan toegevoegd is.

[1B.Vl.R. van 19/10/1994
B.S. 25/01/1995

Art. 3bis.

Het ambt van opvoeder-huismeester kan in het secundair zeevisserijonderwijs pas worden toegewezen na het definitief vertrek van de huidige titularis van het ambt van administratief adjunct 2e klasse.

1B.Vl.R. van 19/10/1994
B.S. 25/01/1995
]

Art. 4.

Worden opgeheven in het koninklijk besluit van 2 oktober 1968 tot vaststelling en rangschikking van de ambten der leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel bij de inrichtingen voor kleuteronderwijs, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, en van de ambten der leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen, wat de in artikel 1, eerste lid, van het huidig besluit vermelde instellingen betreft :

1° artikel 7, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 juli 1969;

2° artikel 9.

Art. 5.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 1990.

Art. 6.

De Gemeenschapsminister van Onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.

- (1): Artikel 1 en 2 worden, voor wat het buitengewoon basisonderwijs en het buitengewoon secundair onderwijs betreft, opgeheven. (B.Vl.R. 24-1-2003; Art. 30)

- (1): Artikel 1 en 2 worden, voor wat het buitengewoon basisonderwijs en het buitengewoon secundair onderwijs betreft, opgeheven. (B.Vl.R. 24-1-2003; Art. 30)