Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de Commissie inzake leerlingenrechten

  • goedkeuringsdatum
    27/09/2002
  • publicatiedatum
    B.S. 31/10/2002 (pagina 49836)
  • bron

    Numac : 2002036344
  • datum laatste wijziging
    16/05/2019

HOOFDSTUK I DEFINITIES

ART. 1.

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° Commissie: de Commissie inzake leerlingenrechten bedoeld in artikel IV.6 van het decreet;
2° decreet: het decreet betreffende de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs;
3° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs.

HOOFDSTUK II SAMENSTELLING

ART. 2.

De minister stelt de voorzitter en de leden van de Commissie en hun plaatsvervangers aan.

De administrateur-generaal van het Agentschap voor Onderwijsdiensten wijst twee ambtenaren aan, die fungeren als secretaris en plaatsvervangend secretaris.

ART. 3.

De leden van de Commissie hebben een mandaat van zes jaar. Het mandaat is één maal hernieuwbaar.

In elk geval behoudt de Commissie haar bevoegdheden tot de nieuwe Commissie is samengesteld.

Onverminderd de bepalingen van het eerste lid eindigt het mandaat:

1° in geval van ontslagneming;

2° wanneer niet meer voldaan is aan de aanstellingsvoorwaarden;

3° in geval van overlijden.

Bij het vroegtijdig beëindigen van het mandaat van effectief lid, voltooit de plaatsvervanger als effectief lid de lopende mandaatperiode van zijn voorganger. De minister duidt een nieuwe plaatsvervanger aan.

ART. 4.

De voorzitter ontvangt een jaarlijkse forfaitaire vergoeding van 4.000 euro.

De vergoeding volgt de evolutie van het gezondheidsindexcijfer overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het rijk worden gekoppeld, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982 en onverminderd artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen.

De leden die deelnemen aan een zitting, ontvangen een forfaitaire vergoeding per zitting van 125 euro tegen 100 %, met een maximum van tien zittingen per jaar. Een lid kan afzien van deze vergoeding.

De vergoeding volgt de evolutie van het gezondheidsindexcijfer overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het rijk worden gekoppeld, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982 en onverminderd artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. De vergoeding wordt gekoppeld aan de spilindex 138, 01.

De voorzitter en de leden van de Commissie ontvangen een terugbetaling van de reis- en verblijfskosten overeenkomstig de geldende reglementering die van toepassing is op de personeelsleden van de Vlaamse overheid.

De secretaris ontvangt een jaarlijkse forfaitaire vergoeding van 500 euro als de zittingen geheel of gedeeltelijk plaatsvinden buiten de normale diensttijd.

HOOFDSTUK III WERKING

AFDELING 1 ALGEMEEN

ART. 5.

Een zitting is rechtsgeldig wanneer de voorzitter aanwezig is, evenals ten minste één lid van elk van de drie categorieën bedoeld in artikel  VIII.9, §1, derde, vierde en vijfde lid, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs.

ART. 6.

De Commissie beslist bij gewone meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter.

De stemming is geheim.

ART. 7.

De minister bekrachtigt het door de Commissie opgestelde reglement van orde.

AFDELING 2 PROCEDURE BIJ WEIGERING [...]

ART. 8.

Zodra de Commissie wordt gevat, stelt de voorzitter de betrokkenen bij aangetekend schrijven in kennis van de datum van behandeling en van de lijst van effectieve en plaatsvervangende leden. De inrichtende macht wordt tevens uitgenodigd om, ten laatste op de zitting, een schriftelijke rechtvaardiging voor de weigering te bezorgen.

De in het eerste lid bedoelde kennisgeving gebeurt zo mogelijk tevens via e-mail of fax, zonder dat de termijn voor behandeling in het gedrang komt.

ART. 9.

§ 1. De betrokkenen kunnen één of meer leden wraken vóór de aanvang van de zitting, tenzij de reden tot wraking later is ontstaan.

De plaatsvervanger neemt de plaats in van het gewraakte lid.

Indien zowel de voorzitter als de plaatsvervangende voorzitter worden gewraakt, duidt de minister een andere plaatsvervangende voorzitter aan om in de zaak te zetelen.

§ 2. De redenen van wraking zijn deze voorzien in artikel 828 en 829, tweede lid van het Gerechtelijk Wetboek.

§ 3. Het lid dat weet dat er een reden tot wraking tegen hem bestaat, moet zich van de zaak onthouden.

ART. 10.

De inrichtende macht en de ouders worden op hun verzoek gehoord.

Zij kunnen zich laten bijstaan door een raadsman.

ART. 11.

De Commissie kan op verzoek of ambtshalve getuigen horen.

Zij kan alle nodige documenten opvragen bij de betrokken inrichtende macht.

Zij kan een beroep doen op de onderwijsinspectie en de verificatiediensten van het departement Onderwijs van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.

HOOFDSTUK IV SANCTIE

ART. 12.

De Vlaamse regering houdt bij het bepalen van de hoegrootheid van de bedoelde financiële sanctie ten minste rekening met:
1° het gegeven dat de betrokken leerling al dan niet vooralsnog in de school van aanmelding werd ingeschreven;
2° de mate waarin reeds eerder onrechtmatige weigeringen werden vastgesteld.

De beslissing omtrent het opleggen van een financiële sanctie wordt uiterlijk de laatste dag van de bedoelde termijn bij aangetekend schrijven verstuurd naar de betrokken inrichtende macht.

HOOFDSTUK V OPENBAARHEID

ART. 13.

De Commissie maakt jaarlijks de adviezen en de oordelen bekend in een verslagboek. De namen van de betrokkenen worden uit het verslagboek geweerd.

Het verslagboek omvat tevens een synthese van de overwegingen die tot de adviezen en de oordelen hebben geleid.

Het verslagboek is ten minste beschikbaar op het internet.

HOOFDSTUK VI INWERKINGTREDINGS- EN SLOTBEPALING

ART. 14.

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2003.

ART. 15.

De minister is belast met de uitvoering van dit besluit.