Besluit van de Vlaamse Regering [2B.Vl.R. van 19/07/2019
B.S. 28/08/2019
betreffende het inschrijvingsrecht in het basis- en secundair onderwijs2B.Vl.R. van 19/07/2019
B.S. 28/08/2019
]

  • goedkeuringsdatum
    13 JULI 2012
  • publicatiedatum
    B.S.13/08/2012
  • zie ook
  • datum laatste wijziging
    01/09/2019

COORDINATIE

(1) B.Vl.R. van 28/10/2016 (B.S. 29/12/2016)

(2) B.Vl.R. van 19/07/2019 (B.S. 28/08/2019)

De Vlaamse regering,

Gelet op het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel 37duodecies, § 3, artikel 37terdecies, § 2, artikel 37septies decies en artikel 37vicies sexies, 2°, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011;

Gelet op de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, artikel 110/12, § 3, artikel 110/13, § 2, artikel 110/17 en artikel 110/26, 2°, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor begroting, gegeven op 1 juni 2012; Gelet op advies 51.485/1 van de Raad van State, gegeven op 21 juni 2012, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel;

Na beraadslaging,

Besluit :

Hoofdstuk 1. - Algemene bepaling

Artikel 1.

Dit besluit is van toepassing op het basis- en secundair onderwijs, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, met uitzondering van hoofdstuk 5, dat van toepassing is op het basisonderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs en het eerste leerjaar van de eerste graad van het gewoon secundair onderwijs.

Hoofdstuk 2. - Definities

Art. 2.

In dit besluit wordt verstaan onder:

1° AgODi: het Agentschap voor Onderwijsdiensten;

2° [1B.Vl.R. van 28/10/2016
B.S. 29/12/2016
CLR : de Commissie inzake leerlingenrechten, vermeld in de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs;1B.Vl.R. van 28/10/2016
B.S. 29/12/2016
]

3° codex: de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010

4° decreet van 25 februari 1997: het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997;

5° [1B.Vl.R. van 28/10/2016
B.S. 29/12/2016
initiatiefnemer : het schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen of het LOP, vermeld in de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs, betrokken bij de aanmeldingsprocedure;1B.Vl.R. van 28/10/2016
B.S. 29/12/2016
]

6° LOP: het lokaal overlegplatform;

7° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs;

8° Regering: de Vlaamse Regering.

Hoofdstuk 3. - Modellen

Art. 3.

[2B.Vl.R. van 19/07/2019
B.S. 28/08/2019

Ter uitvoering van artikel 37/26, § 3, 37/38, § 1, en 37/62, § 3, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 253/9, 253/18, § 3, 253/23, § 2, 253/49, § 3, 253/54, § 2 en 295/6 van de codex secundair onderwijs, bepaalt de administrateur-generaal van AGODI het model van inschrijvingsregister.

Het model van inschrijvingsregister vermeldt naast de gegevens, vermeld in artikel 37/26, § 1, en 37/62, § 1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 253/18, § 1, en 253/49, § 1, van de codex secundair onderwijs, minimaal de volgende gegevens:

1° de volgnummers;

2° de datum en het uur van de inschrijving;

3° de naam van de leerling;

4° het geboortedatum van de leerling;

5° in voorkomend geval, de contingenten.

In afwijking van het eerste lid bepaalt de administrateur-generaal van AGODI het model van inschrijvingsregister voor inschrijvingen voor het schooljaar 2019-2020 in uitvoering van artikel 37duodecies, § 3, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 110/12, § 3, van de codex secundair onderwijs. In afwijking van het tweede lid vermeldt het model van het inschrijvingsregister voor inschrijvingen voor het schooljaar 2019-2020, naast de gegevens in 1° tot en met 5°, de gegevens vermeld in artikel 37duodecies, § 1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 110/12, § 1, van de codex secundair onderwijs.

2B.Vl.R. van 19/07/2019
B.S. 28/08/2019
]

Art. 4.

[2B.Vl.R. van 19/07/2019
B.S. 28/08/2019

Ter uitvoering van artikel 37/30, § 2, 37/43/1 en 37/66, § 2, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 253/26, § 2, 253/57, § 2 en 295/12, § 3, van de codex secundair onderwijs, bepaalt de administrateur-generaal van AGODI het model waarmee het schoolbestuur de niet-gerealiseerde inschrijving meedeelt aan de ouders en aan AGODI.

Het model vermeldt naast de gegevens, vermeld in artikel 37/30, § 2, en 37/66, § 2, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 253/26, § 2, en 253/57, § 2, van de codex secundair onderwijs, minimaal de volgende gegevens:

1° het schooljaar waarvoor de niet-gerealiseerde inschrijving geldt;

2° de datum en het uur van de niet-gerealiseerde inschrijving;

3° de gegevens van de vestigingsplaats;

4° de naam van de leerling;

5° het geboortedatum van de leerling;

6° de reden van niet-gerealiseerde inschrijving;

In afwijking van het eerste lid bepaalt de administrateur-generaal van AGODI het model waarmee het schoolbestuur de niet-gerealiseerde inschrijving meedeelt aan de ouders en aan AGODI voor het schooljaar 2019-2020 in uitvoering van artikel 37terdecies, § 2, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 110/13, § 2, van de codex secundair onderwijs. In afwijking van het tweede lid vermeldt het model waarmee het schoolbestuur de niet-gerealiseerde inschrijving meedeelt aan de ouders en aan AGODI voor het schooljaar 2019-2020, naast de gegevens in 1° tot en met 6°, de gegevens vermeld in artikel 37terdecies, § 2, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 110/13, § 2, van de codex secundair onderwijs.

2B.Vl.R. van 19/07/2019
B.S. 28/08/2019
]

Hoofdstuk 4. - Bemiddelingscel buiten een werkingsgebied van een LOP

Art. 5.

Ter uitvoering van artikel 37septies decies van het decreet van 25 februari 1997 en artikel 110/17 van de codex, wijst de administrateur-generaal van AgODi per provincie een LOP-deskundige aan en wijst de inspecteur-generaal per provincie een onderwijsinspecteur aan, die voor de bemiddeling in gemeenten buiten het werkingsgebied van een LOP de taken van het LOP opnemen.

De administrateur-generaal en inspecteur-generaal voorzien daarbij in een regeling voor de vervanging van bemiddelaars als die door omstandigheden verhinderd zijn.

Hoofdstuk 5. - Procedure voor de goedkeuring van de aanmeldingsprocedure door de Regering na negatief besluit van de CLR

Afdeling 1. - Ontvankelijkheid

Art. 6.

§ 1. Het voorstel van aanmeldingsprocedure, vermeld in artikel 37vicies quinquies van het decreet van 25 februari 1997 of in artikel 110/25 van de codex, dat wordt voorgelegd aan de Regering, is ontvankelijk als:

1° de stukken met betrekking tot het voorstel van aanmeldingsprocedure aan AgODi zijn betekend met een aangetekende brief of tegen afgifte van ontvangstbewijs;

2° de stukken met betrekking tot het voorstel van aanmeldingsprocedure tijdig zijn ingediend als vermeld in artikel 37vicies sexies van het decreet van 25 februari 1997 of in artikel 110/26 van de codex;

3° de initiatiefnemer bij de stukken een uiteenzetting voegt over de argumenten tegen het negatieve besluit van de CLR.

§ 2. Terzelfdertijd geeft de initiatiefnemer aan of hij een hoorzitting wil en of hij die hoorzitting openbaar wil. Daarbij geeft hij aan welke personen, met uitzondering van de LOP-deskundige van het werkingsgebied waar de aanmeldingsprocedure betrekking op heeft, volgens hem gehoord moeten worden. Als de initiatiefnemer geen hoorzitting wil, verloopt de procedure verder schriftelijk. Een later verzoek om een hoorzitting te organiseren, is onontvankelijk. Afdeling 2. - De behandeling van een ontvankelijk voorstel van aanmeldingsprocedure

Art. 7.

§ 1. Als AgODi op basis van artikel 6, § 1, vaststelt dat een voorstel van aanmeldingsprocedure ontvankelijk is, deelt hij dat binnen zeven kalenderdagen na de ontvangst van het dossier met een aangetekende brief mee aan de initiatiefnemer en aan de CLR.

Bij de kennisgeving aan de CLR wordt de uiteenzetting van de initiatiefnemer over de argumenten tegen het negatieve besluit van de CLR, vermeld in artikel 6, § 1, 3°, gevoegd en wordt de indiening van eventuele relevante stukken gevraagd. De stukken moeten door de CLR aan AgODi bezorgd worden binnen een termijn van vijf kalenderdagen na de kennisgeving, vermeld in paragraaf 1.

Als de initiatiefnemer heeft verzocht om een hoorzitting, overeenkomstig artikel 6, § 2, vermeldt de kennisgeving aan de initiatiefnemer bijkomend:

1° de plaats, de dag en het uur van de hoorzitting;

2° het recht om zich te laten bijstaan of, op grond van een schriftelijke machtiging, zicht te laten vertegenwoordigen door een raadsvrouw of -man.

§ 2. AgODi roept de personen, vermeld in artikel 6, § 2, ten minste tien kalenderdagen voor de hoorzitting op met een aangetekende brief.

Art. 8.

AgODi is belast met de samenstelling van het dossier.

Het dossier bestaat uit:

1° de stukken die door de initiatiefnemer zijn ingediend, meer in het bijzonder het voorstel van aanmeldingsprocedure en een uiteenzetting over de argumenten tegen het negatieve besluit van de CLR;

2° de stukken die door de CLR aan AgODi zijn bezorgd.

Afdeling 3. - De behandeling van een onontvankelijk voorstel van aanmeldingsprocedure

Art. 9.

Als AgODi op basis van artikel 6, § 1, vaststelt dat het voorstel van aanmeldingsprocedure onontvankelijk is, deelt hij dat binnen zeven kalenderdagen na de ontvangst van het dossier mee aan de minister.

De procedure is afgehandeld als de minister de door AgODi vastgestelde onontvankelijkheid binnen zeven kalenderdagen na de kennisname bevestigt en de initiatiefnemer daarvan met een aangetekende brief op de hoogte brengt.

Afdeling 4. - De hoorzitting

Art. 10.

§ 1. De administrateur-generaal van AgODi of een door hem aangeduid personeelslid van AgODi leidt de hoorzitting en hoort de initiatiefnemer en, in voorkomend geval, de opgeroepen personen.

§ 2. De administrateur-generaal van AgODi of een door hem aangeduid personeelslid van AgODi stelt ter zitting een proces-verbaal op, dat onmiddellijk wordt voorgelezen en ter ondertekening wordt voorgelegd aan de initiatiefnemer.

De initiatiefnemer kan gemotiveerd voorbehoud aantekenen bij de ondertekening.

Afdeling 5. - De eindbeslissing

Art. 11.

De minister toetst het voorstel van aanmeldingsprocedure overeenkomstig artikel 37vicies sexies, 2°, van het decreet van 25 februari 1997 of artikel 110/26, 2°, van de codex, op basis van het dossier en, in voorkomend geval, op basis van het proces-verbaal van de hoorzitting.

Art. 12.

De minister brengt zijn eindbeslissing uit binnen de termijn, vermeld in artikel 37vicies sexies, 2°, van het decreet van 25 februari 1997, of in artikel 110/26, 2°, van de codex. De eindbeslissing van de minister en, in voorkomend geval, een kopie van het proces-verbaal van de hoorzitting worden met een aangetekende brief betekend aan de initiatiefnemer en aan de CLR.

[2B.Vl.R. van 19/07/2019
B.S. 28/08/2019
Hoofdstuk 5/1 - De tijdslijn voor aanmeldingen en inschrijvingen2B.Vl.R. van 19/07/2019
B.S. 28/08/2019
]

[2B.Vl.R. van 19/07/2019
B.S. 28/08/2019

Art. 12/1.

Voor het basisonderwijs start en eindigt de aanmeldingsperiode van de leerlingen zoals bepaald in artikel 37/21, § 1, en 37/56, § 1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2020-2021: van 2 maart 2020 tot en met 31 maart 2020.

De uiterste datum waarop voor het basisonderwijs de resultaten van de aanmeldingen van de in paragraaf 1 aangemelde leerlingen bekend wordt gemaakt, is voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2020-2021: 30 april 2020.

De periode waarin de gunstig gerangschikte leerlingen, zoals bepaald in artikel 37/21, § 1, 3°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, zich kunnen inschrijven is voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2020-2021: van 4 mei 2020 tot en met 26 mei 2020.

De start van de inschrijvingen voor de vrije plaatsen, zoals bepaald in artikel 37/21, § 1, 4°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, is voor het schooljaar 2020-2021: 29 mei 2020.

[2B.Vl.R. van 19/07/2019
B.S. 28/08/2019

Art. 12/2.

Voor het eerste leerjaar van de eerste graad van het secundair onderwijs start en eindigt de aanmeldingsperiode van de leerlingen zoals bepaald artikel 253/11, § 2, en 253/40, § 2, van de codex secundair onderwijs voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2020-2021: van 30 maart 2020 tot en met 24 april 2020.

De uiterste datum waarop voor het eerste leerjaar van de eerste graad van het secundair onderwijs de resultaten van de aanmeldingen van de in paragraaf 1 aangemelde leerlingen worden bekend gemaakt, is voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2020-2021: 20 mei 2020.

De start van de inschrijvingen, zoals bepaald in artikel 253/8 en 253/39 van de codex secundair onderwijs, is voor het schooljaar 2020-2021: op 25 mei 2020.

2B.Vl.R. van 19/07/2019
B.S. 28/08/2019
] [2B.Vl.R. van 19/07/2019
B.S. 28/08/2019

Art. 12/3.

Voor het buitengewoon onderwijs start en eindigt de aanmeldingsperiode van de leerlingen zoals bepaald in artikel 37/39 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 295/7 van de codex secundair onderwijs voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2020-2021: van 2 maart 2020 tot en met 31 maart 2020.

De uiterste datum waarop voor het buitengewoon onderwijs de resultaten van de aanmeldingen van de in paragraaf 1 aangemelde leerlingen worden bekend gemaakt, is voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2020-2021: 20 april 2020.

De start van de inschrijvingen, zoals bepaald in artikel 37/38 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 295/6 van de codex secundair onderwijs, is voor het schooljaar 2020-2021: op 22 april 2020.

De periode waarbinnen de gunstig gerangschikte leerlingen in de toegewezen school kunnen inschrijven, zoals bepaald in artikel 37/41, § 1, van het decreet basisonderwijs en artikel 295/9, § 1, van de codex secundair onderwijs, is voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2020-2021: van 22 april 2020 tot en met 8 mei 2020.

De datum waarop de omzetting van een niet-gunstige rangschikking in een gunstig rangschikking, zoals bepaald in artikel 37/41, § 3, van het decreet basisonderwijs en artikel 295/9, § 3, van de codex secundair onderwijs, wordt bekend gemaakt, is voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2020-2021: 25 mei 2020.

De datum tot wanneer een schoolbestuur de capaciteit kan verhogen is, zoals bepaald in artikel 37/41, § 4, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 295/9, § 4 van de codex secundair onderwijs voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2020-2021: 25 mei 2020.

De uiterste datum waarop een schoolbestuur aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap meldt welke leerlingen ongunstig zijn gerangschikt, zoals bepaald in artikel 37/42, § 1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 295/10, § 1, van de codex secundair onderwijs, is voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2020-2021: 28 mei 2020.

2B.Vl.R. van 19/07/2019
B.S. 28/08/2019
] 2B.Vl.R. van 19/07/2019
B.S. 28/08/2019
]

[2B.Vl.R. van 19/07/2019
B.S. 28/08/2019
Hoofdstuk 5/2 - Standaarddossiers voor aanmeldingen in het basisonderwijs2B.Vl.R. van 19/07/2019
B.S. 28/08/2019
]

[2B.Vl.R. van 19/07/2019
B.S. 28/08/2019

Art. 12/4.

Ter uitvoering van artikel 37/16, § 1, en 37/51, § 1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 vermeldt ieder standaarddossier minimaal de volgende gegevens:

1° het ondersteuningsaanbod van de initiatiefnemer(s) (één schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen of een LOP) voor de personeelsleden van deelnemende vestigingsplaatsen en voor de ouders;

2° het informeren van alle belanghebbenden over hoe ze kunnen aanmelden en inschrijven;

3° periode van inschrijven of aanmelden voorrangsgroepen "kinderen van dezelfde leefentiteit" en "kinderen van personeelsleden";

4° capaciteitsbepaling;

5° het bepalen van de contingenten;

6° de correcte toekenning van het recht op voorrang voor "kinderen van dezelfde leefentiteit" en "kinderen van personeelsleden";

7° de correcte toekenning van het recht op inschrijving dat op basis van een aanmeldingsprocedure werd bekomen;

8° het aantal vestigingsplaatsen waarvoor kan worden aangemeld;

9° het aantal aanmeldingen per leerling per aanmeldingssysteem en per vestigingsplaats en de controle daarop;

10° de aanmeldingsgegevens die worden geregistreerd voor elke aangemelde leerling;

11° het recht van de ouders om bepaalde aanmeldingsgegevens niet te registreren en het informeren van de ouders over de wijze waarop leerlingen met onvolledige gegevens worden behandeld tijdens het ordenen en toewijzen;

12° opsporen van gebruikersfouten;

13° de geleverde inspanningen van de initiatiefnemer om ouders de melding van toewijzing en/of niet-toewijzing (en het weigeringsdocument) te bezorgen;

14° de melding van toewijzing en niet-toewijzing;

15° de wijze van ordenen van de aangemelde leerlingen (per contingent);

16° de operationalisering van de ordeningscriteria.

17° de wijze van monitoring en evaluatie van de aanmeldingsprocedure;

18° de samenstelling en werking van de disfunctiecommissie.

2B.Vl.R. van 19/07/2019
B.S. 28/08/2019
]

Hoofdstuk 6. - Slotbepalingen

Art. 13.

Dit besluit treedt in werking op 1 september 2012.

Art. 14.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit

Brussel, 13 juli 2012

De minister-president van de Vlaamse regering,

K. PEETERS

De Vlaamse minister van onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel

P. SMET