Besluit van de Vlaamse Regering houdende de salarisschalen van bepaalde personeelsleden van het onderwijs

  • goedkeuringsdatum
    5/10/2018
  • publicatiedatum
    B.S. 31/10/2018 (pagina 82782)
  • bron

    Numac : 2018040749
  • datum laatste wijziging
    26/06/2019

Aanhef

DE VLAAMSE REGERING,
Gelet op de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, bekrachtigd bij het decreet van 23 december 2016, artikel V.47, gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, en artikel V.66;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003 houdende de salarisschalen van bepaalde personeelsleden van het onderwijs;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 12 juli 2018;
Gelet op protocol nr. 106 van 5 oktober 2018 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X, van onderafdeling Vlaamse Gemeenschap van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten en van het overkoepelend onderhandelingscomité, vermeld in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;
Gelet op protocol nr. 87 van 5 oktober 2018 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in het Vlaams Onderhandelingscomité voor de basiseducatie, vermeld in het decreet van 23 januari 2009 tot oprichting van onderhandelingscomités voor de basiseducatie en voor het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs;
Na beraadslaging,
Besluit :

HOOFDSTUK 1. Toepassingsgebied

ART 1.

Dit besluit is van toepassing op :
1° de personeelsleden, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991;
2° de personeelsleden, vermeld in artikel 4, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991;
3° de leden van de onderwijsinspectie, vermeld in artikel 61 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;
4° de personeelsleden, vermeld in artikel 10 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken;
5° de personeelsleden, vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie;
6° de contractuelen betaald door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 29 oktober 2004 houdende geldelijke en administratieve bepalingen voor de contractuele personeelsleden in het onderwijs betaald door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.

HOOFDSTUK 2. Vaststelling van de salarisschalen

ART 2.

De salarisschalen die gelden voor de personeelsleden, vermeld in artikel 1 worden, overeenkomstig de bezoldigingsregeling die op hen van toepassing is, aangeduid door een kengetal. Het kengetal van het ambt, samen met de minimumleeftijd, wordt vermeld bij elke salarisschaal die voorkomt in de bijlage, die bij dit besluit is gevoegd.

2/1.

2/2.

HOOFDSTUK 3. Bijzondere bepalingen om het salaris van sommige personeelsleden vast te stellen

Afdeling 1. Volwassenenonderwijs en deeltijds kunstonderwijs

ART 3.

Het salaris van het personeelslid dat zich in een van de volgende gevallen bevindt, wordt vastgesteld rekening houdend met de volgende elementen :
1° voor een personeelslid dat zijn prestaties in het onderwijs uitoefent als bijbetrekking als vermeld in artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 63 van 20 juli 1982 houdende wijziging van de bezoldigingsregels van toepassing op het onderwijzend en daarmee gelijkgesteld personeel van het onderwijs met volledig leerplan en van het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan, wordt de vastgestelde salarisschaal verminderd met 1.140,95 euro;
2° voor een personeelslid dat in het onderwijs twee of meer hoofdambten met onvolledige prestaties uitoefent als vermeld in titel IV van het koninklijk besluit van 10 maart 1965 houdende bezoldigingsregeling van het personeel der leergangen met beperkt leerplan afhangend van het Ministerie van Nationale Opvoeding en Cultuur, waarvan de gezamenlijke opdracht de eenheid overtreft, wordt de volgende formule toegepast : (jw' x OB1 + jw' x OB2 + ... + jw' x OBx) + 1.118,54 euro;
3° voor een personeelslid dat in het onderwijs fungeert in een niet-vacante betrekking en bezoldigd wordt op grond van artikel 24, § 3, van het voormelde koninklijk besluit van 10 maart 1965, wordt de volgende formule toegepast : [ + ].

In het eerste lid wordt verstaan onder :
1° jw : het jaarsalaris à 100%;
2° jw' : jw - 1.118,54 euro;
3° OB : opdrachtbreuk, dit is een breuk waarvan de teller een getal is dat gelijk is aan het aantal uren dat het personeelslid presteert in het ambt en waarvan de noemer een getal is dat gelijk is aan het minimale aantal uren dat vereist is opdat hetzelfde ambt een ambt met volledige prestaties zou zijn;
4° dp : aantal prestatiedagen, dit is het aantal dagen dat het personeelslid tijdens de maand in kwestie heeft gefungeerd;
5° dp' : is gelijk aan dp, met dien verstande dat het altijd gelijk is aan 30 als het personeelslid een volledige maand heeft gefungeerd.

Afdeling 2. Onderwijs met volledig leerplan

ART 4.

Het salaris van het personeelslid dat zich in een van de volgende gevallen bevindt, wordt vastgesteld rekening houdend met de volgende elementen :
1° voor een personeelslid dat zijn prestaties in het onderwijs uitoefent als bijbetrekking als vermeld in artikel 5 van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs, wordt de vastgestelde salarisschaal verminderd met 1.140,95 euro;
2° voor een personeelslid dat zijn prestaties in het onderwijs uitoefent als niet-uitsluitend ambt als vermeld in het voormelde artikel 5 en daarnaast in het onderwijs een hoofdambt uitoefent als vermeld in het voormelde artikel 5 of artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 63 van 20 juli 1982 houdende wijziging van de bezoldigingsregels van toepassing op het onderwijzend en daarmee gelijkgesteld personeel van het onderwijs met volledig leerplan en van het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan, wordt de volgende formule toegepast : (jw' x OB hoofdambt + jw' x OB niet-uitsluitend ambt) + 1.118,54 euro;
3° voor een personeelslid dat in het onderwijs twee of meer hoofdambten met onvolledige prestaties uitoefent als vermeld in artikel 2, § 1, van het koninklijk besluit van 29 augustus 1985 houdende harmonisering van de bezoldigingsregels van toepassing op het onderwijzend en daarmee gelijkgesteld personeel van het onderwijs met volledig leerplan en van het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan of als vermeld in titel III van het voormelde koninklijk besluit van 15 april 1958, waarvan de gezamenlijke opdracht de eenheid overtreft, en van wie het salaris wordt vastgesteld op grond van artikel 42, § 2, van het voormelde koninklijk besluit van 15 april 1958, wordt de volgende formule toegepast : (jw' x OB1 + jw' x OB2 +... + jw' x OBx) + 1.118,54 euro;
4° voor een personeelslid dat in het onderwijs fungeert in een niet-vacante betrekking en bezoldigd wordt op grond van artikel 31, § 3, van het voormelde koninklijk besluit van 15 april 1958, wordt de volgende formule toegepast : [ + ].

In het eerste lid wordt verstaan onder :
1° jw : het jaarsalaris à 100%;
2° jw' : jw - 1.118,54 euro;
3° OB : opdrachtbreuk, dit is een breuk waarvan de teller een getal is dat gelijk is aan het aantal uren dat het personeelslid presteert in het ambt en waarvan de noemer een getal is dat gelijk is aan het minimale aantal uren dat vereist is opdat hetzelfde ambt een ambt met volledige prestaties zou zijn;
4° dp : aantal prestatiedagen, dit is het aantal dagen dat het personeelslid tijdens de maand in kwestie heeft gefungeerd;
5° dp' : is gelijk aan dp, met dien verstande dat het altijd gelijk is aan 30 als het personeelslid een volledige maand heeft gefungeerd.

HOOFDSTUK 3. Slotbepalingen

ART 5.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2003 houdende de salarisschalen van bepaalde personeelsleden van het onderwijs, het laatst gewijzigd bij het besluit van 28 oktober 2016, wordt opgeheven.

ART 6.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2018.

ART 7.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.

BIJLAGE Bijlage