Decreet betreffende het kwaliteitstoezicht voor beroepskwalificerende trajecten op basis van een gemeenschappelijk kwaliteitskader

  • goedkeuringsdatum
    26 APRIL 2019
  • publicatiedatum
    B.S.23/05/2019
  • zie ook
  • datum laatste wijziging
    23/05/2019

Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt:

Decreet betreffende het kwaliteitstoezicht voor beroepskwalificerende trajecten op basis van een gemeenschappelijk kwaliteitskader

HOOFDSTUK 1. — Algemene bepalingen

Artikel 1.

Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Art. 2.

In dit decreet wordt verstaan onder:

1° beroepskwalificatie: de beroepskwalificatie, vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 30 april 2009;

2° beroepskwalificerend traject: een opleidings- of EVC-traject waarbij de lerende de competenties kan verwerven of laten beoordelen uit een of meer beroepskwalificaties;

3° bewijs van beroepskwalificatie: een door de Vlaamse Gemeenschap erkend bewijs dat een individu de competenties uit een erkende beroepskwalificatie heeft behaald. Het bewijs geeft aan om welke beroepskwalificatie(s) het gaat, met inbegrip van de eventuele deelkwalificatie(s), en bevat een verwijzing naar een niveau van het kwalificatieraamwerk, vermeld in artikel 2, 13°, van het decreet van 30 april 2009;

4° bewijs van deelkwalificatie: een door de Vlaamse Gemeenschap erkend bewijs dat een individu de competenties uit een erkende deelkwalificatie heeft behaald. Het bewijs geeft aan van welke beroepskwalificatie de deelkwalificatie een deel is;

5° bewijs van competenties: een door de Vlaamse Gemeenschap erkend bewijs dat een individu competentie(s) uit een erkende kwalificatie heeft verworven. Dit bewijs wordt uitgereikt indien de lerende niet in aanmerking komt voor een bewijs als vermeld in punt 3° of 4° waarin de betreffende competenties vervat zitten;

6° competentie: de competentie, vermeld in artikel 2, 6°, van het decreet van 30 april 2009;

7° decreet van 30 april 2009: het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur;

8° deelkwalificatie: de deelkwalificatie, vermeld in artikel 8, tweede lid, van het decreet van 30 april 2009;

9° EVC-traject: een traject tot erkenning van verworven competenties;

10° onderwijsinspectie: de inspectie, vermeld in titel IV van deel II van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;

11° lerende: een individu ingeschreven in een beroepskwalificerend opleidingstraject of in een beroepskwalificerend EVC-traject;

12° normaal tijdsbestek: zonder onderbreking en zonder herhaling van een onderdeel.

Art. 3.

Dit decreet is van toepassing op alle beroepskwalificerende trajecten, met uitzondering van de trajecten die leiden tot een bewijs van beroepskwalificatie die aangeboden wordt door een onderwijsinstelling die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd wordt door de Vlaamse Gemeenschap.

Er kan niet worden voldaan aan de leerplicht door een erkend beroepskwalificerend traject te volgen dat onder het toepassingsgebied valt, vermeld in het eerste lid.

Art. 4.

Door de erkenning van beroepskwalificerende trajecten is een organisatie bevoegd om bewijzen van beroepskwalificatie, deelkwalificatie of competenties uit te reiken voor die beroepskwalificerende trajecten.

HOOFDSTUK 2. — Aanvraag om erkende beroepskwalificerende trajecten aan te bieden

Art. 5.

§1. Een organisatie die erkende beroepskwalificerende trajecten wil aanbieden, dient daarvoor een erkenningsaanvraag in. De trajecten waarvoor een erkenning aangevraagd wordt, dienen in het Nederlands te worden aangeboden.

Een organisatie die erkende beroepskwalificerende trajecten wil aanbieden, toont haar kwaliteit op organisatieniveau aan in de erkenningsaanvraag.

§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de aanvraagprocedure, met inbegrip van de kwaliteitsvereisten op organisatieniveau. De Vlaamse Regering waarborgt dat de kwaliteit op organisatieniveau van de organisaties die erkende beroepskwalificerende trajecten aanbieden, voldoet aan de vastgelegde kwaliteitsvereisten.

De Vlaamse Regering legt een register aan van de erkende beroepskwalificerende trajecten en de organisaties die ze aanbieden en houdt het register actueel.

§ 3. Als een organisatie die erkende beroepskwalificerende trajecten aanbiedt haar kwaliteit op organisatieniveau niet langer kan aantonen, dan zijn de beroepskwalificerende trajecten van die organisatie niet langer erkend en worden zowel de trajecten als de organisatie geschrapt uit het register, vermeld in paragraaf 2. Vanaf de dag van de schrapping uit het register is de organisatie in kwestie niet langer bevoegd om bewijzen van beroepskwalificatie, deelkwalificatie of competenties uit te reiken.

Vanaf de dag van de schrapping uit het register mogen er geen nieuwe lerenden starten in het traject. In afwijking van het eerste lid, moeten de lerenden die op het moment van de schrapping uit het register ingeschreven zijn in een beroepskwalificerend traject dat aangeboden wordt door de organisatie in kwestie, het aangevatte traject volledig en binnen een normaal tijdsbestek kunnen beëindigen en een bewijs van beroepskwalificatie, deelkwalificatie of competenties kunnen behalen.

HOOFDSTUK 3. — Kwaliteitstoezicht op erkende beroepskwalificerende trajecten

Art. 6.

§ 1. Een organisatie die erkende beroepskwalificerende trajecten aanbiedt, laat een kwaliteitstoezicht op trajectniveau toe. Het kwaliteitstoezicht op trajectniveau gaat na of het beroepskwalificerende traject de lerenden effectief in staat stelt om de competenties van de beoogde beroepskwalificatie(s) op een kwaliteitsvolle manier te verwerven.

Het kwaliteitstoezicht gebeurt neutraal en onafhankelijk. De uitvoerders van het kwaliteitstoezicht zijn niet betrokken bij het vormgeven, begeleiden of organiseren van de beroepskwalificerende trajecten die het voorwerp uitmaken van het kwaliteitstoezicht.

Het kwaliteitstoezicht vindt ten minste om de zes jaar plaats. Het kwaliteitstoezicht ter plaatse van nieuwe beroepskwalificerende trajecten vindt plaats binnen een jaar nadat het beroepskwalificerend traject een eerste opleidingstermijn heeft doorlopen.

De Vlaamse Regering bepaalt de verdere modaliteiten van het kwaliteitstoezicht.

§ 2. De Vlaamse Regering richt in het kader van het kwaliteitstoezicht van de beleidsvelden werkgelegenheid en professionele vorming een Erkenningscommissie op met als opdracht te oordelen over de erkenningsaanvraag, vermeld in artikel 5, § 1, en de voortzetting of intrekking van de erkenning, conform artikel 9. De Vlaamse Regering richt in het kader van het kwaliteitstoezicht van de beleidsvelden werkgelegenheid en professionele vorming, een Beroepscommissie op met als opdracht te beslissen over beroepen die worden ingediend tegen de beslissingen van de Erkenningscommissie, vermeld in het eerste lid.

Art. 7.

Het kwaliteitstoezicht op trajectniveau gebeurt op basis van een kwaliteitskader, dat alle volgende kwaliteitsgebieden omvat:

1° de doelstellingen van het beroepskwalificerend traject stemmen overeen met de competenties van de beoogde beroepskwalificatie;

2° de vormgeving van het beroepskwalificerend traject is op die manier uitgewerkt en georganiseerd dat de lerenden de competenties van de beoogde beroepskwalificatie kunnen verwerven of zichtbaar maken;

3° de begeleiding van de lerenden in het kader van het beroepskwalificerend traject leidt ertoe dat aan hen optimale kansen worden geboden om de competenties van de beoogde beroepskwalificatie te verwerven of zichtbaar te maken;

4° de evaluatie van de lerenden in het kader van het beroepskwalificerend traject laat toe na te gaan dat ze de competenties van de beoogde beroepskwalificatie hebben verworven;

5° de werkpunten die worden vastgesteld in verband met de doelstellingen, vormgeving, begeleiding en evaluatie worden omgezet in verbeteracties.

De Vlaamse Regering werkt de kwaliteitsgebieden van het kwaliteitskader verder uit en maakt het bekend via publiek toegankelijke fora.

Art. 8.

§ 1. Het kwaliteitstoezicht kan op drie manieren georganiseerd worden:

1° een beleidsdomein of -veld organiseert het kwaliteitstoezicht op beroepskwalificerende trajecten steeds samen met de onderwijsinspectie. Dit kan enkel voor beroepskwalificerende trajecten van niveau 1 tot en met 4 als vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 april 2009;

2° een beleidsdomein of -veld besteedt het kwaliteitstoezicht volledig uit aan de onderwijsinspectie. Dit kan enkel voor beroepskwalificerende trajecten van niveau 1 tot en met 4 als vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 april 2009;

3° een beleidsdomein of -veld organiseert het kwaliteitstoezicht autonoom.

Een beleidsdomein of -veld beslist volgens welke procedure het kwaliteitstoezicht op beroepskwalificerende trajecten gebeurt voor de organisaties die onder dat beleidsdomein of -veld ressorteren.

§ 2. Als het kwaliteitstoezicht door of steeds samen met de onderwijsinspectie en gedurende het gehele proces van het kwaliteitstoezicht gebeurt dan leiden de bewijzen van beroepskwalificatie uitgereikt door de organisatie die onderwerp was van dat toezicht automatisch tot een vrijstelling van een beroepskwalificerend traject dat deel uitmaakt van een onderwijskwalificerend traject aangeboden in het volwassenenonderwijs en waarvoor hetzelfde bewijs van beroepskwalificatie wordt uitgereikt.

Indien een beroepskwalificatie of deelkwalificatie werd geactualiseerd of geschrapt volgens de procedure, vermeld in artikel 15/3 en 15/4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 januari 2013 houdende de uitvoering van het decreet betreffende de kwalificatiestructuur van 30 april 2009 inzake de erkenning van beroepskwalificaties en inzake de erkenning van onderwijskwalificaties voor het secundair na secundair onderwijs, nadat een lerende het kwalificatiebewijs behaalde, dan kan een vrijstelling voor de betreffende beroepskwalificatie of deelkwalificatie door een onderwijsinstelling geweigerd worden.

§ 3. Indien een beleidsdomein of -veld het kwaliteitstoezicht autonoom organiseert, dan leiden de verworven kwalificatiebewijzen niet automatisch tot vrijstellingen in functie van het behalen van een onderwijskwalificatie.

§ 4. De eerste drie jaar dat een beleidsdomein of -veld een kwaliteitstoezicht op beroepskwalificerende trajecten autonoom organiseert, gebeurt dit met medewerking van de onderwijsinspectie. De verworven kwalificatiebewijzen leiden enkel automatisch tot vrijstellingen in functie van het behalen van een onderwijskwalificatie indien de onderwijsinspectie steeds en gedurende het gehele proces van het kwaliteitstoezicht op trajectniveau betrokken is. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere modaliteiten.

Art. 9.

§ 1. Als het kwaliteitstoezicht op trajectniveau bevestigt dat het beroepskwalificerende traject de lerenden effectief in staat stelt om de competenties van de beoogde beroepskwalificatie(s) op een kwaliteitsvolle manier te verwerven, blijft het beroepskwalificerend traject erkend en blijft het traject opgenomen in het register, vermeld in artikel 5, § 2. De organisatie in kwestie blijft gemachtigd om bewijzen van beroepskwalificatie uit te reiken aan de lerenden die het beroepskwalificerend traject met vrucht beëindigen, met inbegrip van de onderliggende bewijzen van deelkwalificatie en competenties, vermeld in artikel 5, § 3, van het decreet van 26 april 2019 betreffende een geïntegreerd beleid voor de erkenning van verworven competenties.

§ 2. Als het kwaliteitstoezicht op trajectniveau oordeelt dat het beroepskwalificerend traject de lerende niet in staat stelt om de competenties van de beoogde beroepskwalificatie(s) op een kwaliteitsvolle manier te verwerven, wordt het beroepskwalificerend traject niet langer erkend en wordt het traject geschrapt uit het register, vermeld in artikel 5, § 2. De organisatie in kwestie is niet langer bevoegd om voor dat beroepskwalificerende traject bewijzen van beroepskwalificatie uit te reiken, met inbegrip van de onderliggende bewijzen van deelkwalificatie en competenties. Bij de bepaling van de verdere modaliteiten van het kwaliteitstoezicht, vermeld in artikel 6, vierde lid, kan de Vlaamse Regering in voorkomend geval een procedure tot remediëring vastleggen. Vanaf de dag van de schrapping uit het register mogen er geen nieuwe lerenden starten in het traject. In afwijking van het eerste lid, moeten de lerenden die op het moment van de stopzetting van de erkenning ingeschreven zijn in dat beroepskwalificerend traject, het aangevatte traject volledig en binnen een normaal tijdsbestek kunnen beëindigen en een bewijs van beroepskwalificatie, deelkwalificatie en competenties kunnen behalen.