Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de vakantieregeling van de personeelsleden van een centrum voor volwassenenonderwijs

  • goedkeuringsdatum
    16/11/2018
  • publicatiedatum
    B.S. 27/12/2018 (pagina 104065)
  • bron

    Numac : 2018015366
  • datum laatste wijziging
    27/12/2018

Aanhef

DE VLAAMSE REGERING,
Gelet op het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, artikel 77, eerste lid;
Gelet op het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, artikel 51, eerste lid;
Gelet op de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, bekrachtigd bij het decreet van 23 december 2016, artikel V.28;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 13 april 2018;
Gelet op protocol nr. 103 van 20 juli 2018 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X, van onderafdeling Vlaamse Gemeenschap van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten en van het overkoepelend onderhandelingscomité, vermeld in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;
Gelet op advies 64.028/1 van de Raad van State, gegeven op 18 september 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs;
Na beraadslaging,
Besluit :

ART 1.

In dit besluit wordt verstaan onder centrum: het centrum voor volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, of in artikel 4, § 1, a), van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991.

ART 2.

Dit besluit is van toepassing op de vastbenoemde personeelsleden van een centrum en - als de jaarlijkse vakantieperiodes binnen de periode van hun tijdelijke aanstelling vallen - op de personeelsleden die tijdelijk aangesteld zijn in een ambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en het ondersteunend personeel als vermeld in:
1° artikel 2, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991;
2° artikel 4, § 1, a), van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991.

Dit besluit is niet van toepassing op de personeelsleden die aangesteld zijn in het ambt van administratief medewerker in het ondersteunend personeel.

ART 3.

Een personeelslid, vermeld in artikel 2, kan op vrijwillige basis de jaarlijkse vakantie, die van kracht is in het centrum voor volwassenenonderwijs waar hij is aangesteld, in een andere periode van het schooljaar opnemen met inachtneming van de organisatie van het centrum en onder de verantwoordelijkheid van de directeur van het centrum in het gemeenschapsonderwijs of van de inrichtende macht in het gesubsidieerd onderwijs. In het bevoegde lokale comité worden daarover verdere criteria en afspraken onderhandeld, waarbij alleszins rekening wordt gehouden met het volgende:
1° de termijn van aanvraag om als personeelslid in een andere periode vakantie op te nemen;
2° de periode van afwijking van de jaarlijkse vakantie in het centrum.

De jaarlijkse vakantie als vermeld in het eerste lid, wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.

ART 4.

Dit besluit treedt in werking op 1 september 2019.

ART 5.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.