Decreet betreffende een geïntegreerd beleid voor de erkenning van verworven competenties

  • goedkeuringsdatum
    26/04/2019
  • publicatiedatum
    B.S. 3/06/2019 (pagina 54661)
  • bron

    Numac : 2019012586
  • datum laatste wijziging
    03/06/2019

HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen

ART 1.

Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

ART 2.

In dit decreet wordt verstaan onder:
1° beroepskwalificatie: de beroepskwalificatie, vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 30 april 2009;
2° competentie: de competentie, vermeld in artikel 2, 6°, van het decreet van 30 april 2009;
3° decreet van 30 april 2009: het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur;
4° EVC: erkenning van verworven competenties.

ART 3.

§ 1. In een traject tot erkenning van verworven competenties kan een individu de volgende vier opeenvolgende fases doorlopen:
1° identificatie: bewust worden en benoemen van competenties;
2° documentatie: zichtbaar maken en staven van competenties door bewijsstukken;
3° beoordeling: evalueren van competenties op basis van een formeel referentiekader;
4° certificering: formeel erkennen van competenties, op basis van de resultaten van beoordeling van de competenties.

Dit decreet is van toepassing op de beroepskwalificerende EVC-trajecten die de beoordeling en certificering van competenties uit een beroepskwalificatie omvatten.

§ 2. Dit decreet is niet van toepassing op:
1° competentiebeoordelingen in het leerplichtonderwijs;
2° instap-, oriëntatie- en vrijstellingsproeven;
3° de examens van de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap;
4° de gelijkwaardigheidserkenningen van buitenlandse studiebewijzen in het secundair onderwijs, in het volwassenenonderwijs en in het hoger onderwijs door de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering.

HOOFDSTUK 2. Beroepskwalificerende EVC-trajecten

ART 4.

§ 1. Het referentiekader voor de beoordeling van de competenties van een individu zijn de beroepskwalificaties uit de kwalificatiestructuur.

In het eerste lid wordt verstaan onder kwalificatiestructuur: de kwalificatiestructuur, vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 30 april 2009.

§ 2. Het referentiekader, vermeld in paragraaf 1, is de basis voor de opmaak van EVC-standaarden.

Een EVC-standaard geeft aan welke methodes aangewezen zijn om de competenties uit de beroepskwalificaties te beoordelen en bepaalt de randvoorwaarden voor een kwaliteitsvolle beoordeling.

De bevoegde dienst van het Vlaamse Ministerie van Onderwijs en Vorming coördineert het opstellen van de EVC-standaarden. Daarbij doet hij een beroep op de belanghebbenden.

De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor het erkennen van een EVC-standaard.

ART 5.

§ 1. Een individu dat zijn competenties wil laten beoordelen en certificeren, doorloopt een beroepskwalificerend EVC-traject in een geregistreerd EVC-testcentrum. Dat testcentrum biedt het individu de nodige informatie en begeleiding om het EVC-traject te kunnen doorlopen.

§ 2. Het EVC-testcentrum baseert zich voor de uitwerking van de beoordeling op een door de Vlaamse Gemeenschap erkende EVC-standaard.

§ 3. Afhankelijk van het resultaat van de beoordeling ontvangt het individu een van de volgende bewijzen:
1° een bewijs van beroepskwalificatie: een door de Vlaamse Gemeenschap erkend bewijs dat een individu de competenties uit een erkende beroepskwalificatie heeft behaald. Het bewijs geeft aan om welke beroepskwalificatie het gaat, met inbegrip van de eventuele deelkwalificaties en bevat een verwijzing naar een niveau van het kwalificatieraamwerk, vermeld in artikel 2, 13°, van het decreet van 30 april 2009;
2° een bewijs van deelkwalificatie: een door de Vlaamse Gemeenschap erkend bewijs dat een individu de competenties uit een erkende deelkwalificatie heeft behaald. Het bewijs geeft aan van welke beroepskwalificatie(s) de deelkwalificatie een deel is;
3° een bewijs van competenties: een door de Vlaamse Gemeenschap erkend bewijs dat een individu competentie(s) uit een erkende kwalificatie heeft verworven. Dit bewijs wordt uitgereikt als het individu niet in aanmerking komt voor een bewijs, vermeld in punt 1° of 2°, waarin de betreffende competentie(s) vervat zitten.

In het eerste lid wordt verstaan onder deelkwalificatie: de deelkwalificatie, vermeld in artikel 8 van het decreet van 30 april 2009, als een samenhangend geheel van competenties uit eenzelfde beroepskwalificatie dat uitstroomkansen biedt in een smaller deel van de arbeidsmarkt dan de volledige beroepskwalificatie.

De Vlaamse Regering bepaalt het model van de bewijzen, vermeld in het eerste lid, en de verdere modaliteiten voor de uitreiking ervan.

HOOFDSTUK 3. Erkenning van en kwaliteitstoezicht op beroepskwalificerende EVC-trajecten

ART 6.

Een organisatie die als EVC-testcentrum een of meer EVC-trajecten wil aanbieden, dient daarvoor een erkenningsaanvraag in. Alleen een organisatie die haar kwaliteit op organisatieniveau kan aantonen, kan een aanvraag indienen om de door haar aangeboden trajecten te erkennen.

Een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling, met onderwijsbevoegdheid voor de beroepskwalificaties waarvoor zij EVC-trajecten wil aanbieden, voldoet aan de voorwaarde, vermeld in het eerste lid.

Voor een organisatie die geen onderdeel is van een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling gelden de voorwaarden zoals bepaald in het decreet van 26 april 2019 betreffende het kwaliteitstoezicht voor beroepskwalificerende trajecten op basis van een gemeenschappelijk kwaliteitskader.

De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de erkenningsaanvraag, vermeld in het eerste lid. De Vlaamse Regering legt een register aan van EVC-testcentra en de erkende EVC-trajecten die ze aanbieden.

ART 7.

Een geregistreerd EVC-testcentrum laat op de aangeboden EVC-trajecten een kwaliteitstoezicht toe. Enkel de EVC-trajecten die worden beoordeeld als kwaliteitsvol, blijven erkend en geregistreerd en kunnen leiden tot een bewijs als vermeld in artikel 5, § 3.

Het kwaliteitstoezicht op EVC-trajecten die aangeboden worden door geregistreerde EVC-testcentra die onderdeel zijn van een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling, gebeurt als volgt:
1° voor beroepskwalificaties van niveau 1 tot en met 4 gelden de bepalingen van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;
2° voor beroepskwalificaties van niveau 5 tot en met 8 gelden de bepalingen van de Codex Hoger Onderwijs met betrekking tot het stelsel van kwaliteitszorg en accreditatie in het hoger onderwijs.

Het kwaliteitstoezicht op EVC-trajecten die aangeboden worden door geregistreerde EVC-testcentra die geen onderdeel zijn van een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling, gebeurt conform de bepalingen van het decreet van 26 april 2019 betreffende het kwaliteitstoezicht voor beroepskwalificerende trajecten op basis van een gemeenschappelijk kwaliteitskader.

HOOFDSTUK 4. Financiële bijdrage van de EVC-kandidaat

ART 8.

Het individu dat zijn competenties wil laten beoordelen en certificeren, betaalt hiervoor aan het EVC-testcentrum een financiële bijdrage.

De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van de bijdrage en de verdere modaliteiten. De Vlaamse Regering kan het bedrag verminderen voor specifieke doelgroepen.

HOOFDSTUK 5. Wijziging aan het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs

ART 9.

In artikel 63, § 3, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, wordt een tweede lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"De centra voor volwassenenonderwijs die als EVC-testcentrum erkend zijn overeenkomstig artikel 6 van het decreet van 26 april 2019 betreffende een geïntegreerd beleid voor de erkenning van verworven competenties, zijn eveneens bevoegd voor het afnemen van evaluaties van personen die geen lessen gevolgd hebben in het centrum in kwestie, voor opleidingen die leiden naar een bewijs van een erkende beroepskwalificatie.".