Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de uitvoering van het decreet van 26 april 2019 betreffende een geïntegreerd beleid voor de erkenning van verworven competenties

  • goedkeuringsdatum
    19 JULI 2019
  • publicatiedatum
    B.S.23/08/2019
  • zie ook
  • datum laatste wijziging
    24/08/2023

COORDINATIE

(1) B.Vl.R. van 07/07/2023 (B.S. 24/08/2023)

DE VLAAMSE REGERING,

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20;

Gelet op het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;

Gelet op het decreet van 21 december 2018 houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2019, artikel 18;

Gelet op het decreet van 26 april 2019 betreffende een geïntegreerd beleid voor de erkenning van verworven competenties, artikelen 4, § 2, 5, § 3, 6 en 8;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 5 februari 2019;

Gelet op het advies van de Vlaamse Onderwijsraad, gegeven op 28 februari 2019;

Gelet op het advies van de Sociaaleconomische Raad van Vlaanderen, gegeven op 5 maart 2019;

Gelet op het advies van de Strategische Adviesraad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media, gegeven op 6 maart 2019;

Gelet op het advies nr. 2019/01 van de Vlaamse Toezichtcommissie (VTC) voor de verwerking van persoonsgegevens, gegeven op 9 april 2019;

Gelet op het protocol nr. 128 van 17 mei 2019 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van het Sectorcomité X – Onderwijs, van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten en van het overkoepelend onderhandelingscomité Vrij gesubsidieerd onderwijs;

Gelet op advies nr. 66.272/1 van de Raad van State, gegeven op 2 juli 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en de Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK 1. — Definities en algemene bepalingen

Artikel 1.

In dit besluit wordt verstaan onder:

1° bevoegde dienst: het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen;

2° EVC-instrument: een uitwerking van de EVC-methode(s) als vermeld in 4° via een specifieke beschrijving van de wijze waarop de beoordeling van de verworven competenties uit een [1B.Vl.R. van 07/07/2023
B.S. 24/08/2023
beroepskwalificatie of een deelkwalificatie1B.Vl.R. van 07/07/2023
B.S. 24/08/2023
] gebeurt;

3° EVC-kandidaat: een persoon die zijn competenties wil laten beoordelen en certificeren in een EVC-testcentrum als vermeld in 6°;

4° EVC-methode: een algemene beschrijving van de wijze waarop verworven competenties geïntegreerd beoordeeld worden zoals bijvoorbeeld een praktijkproef of een criteriumgericht interview;

5° EVC-standaard: de EVC-standaard vermeld in artikel 4, paragraaf 2 van het decreet van 26 april 2019 betreffende een geïntegreerd beleid voor de erkenning van verworven competenties;

6° EVC-testcentrum: het EVC-testcentrum als vermeld in artikel 5 van het decreet van 26 april 2019 betreffende een geïntegreerd beleid voor de erkenning van verworven competenties;

7° EVC-traject: een traject tot erkenning van verworven competenties waarbij ten minste de twee fasen van beoordeling en certificering, als vermeld in artikel 3 van het decreet van 26 april 2019 betreffende een geïntegreerd beleid voor de erkenning van verworven competenties, worden doorlopen.

Art. 2.

De ministers bevoegd voor het onderwijs, voor de coördinatie van het vormingsbeleid en voor de professionele vorming leggen ter kennisgeving aan de Vlaamse Regering een lijst voor van beroepskwalificaties waarvoor EVC-trajecten kunnen worden uitgewerkt.

De lijst is opgemaakt rekening houdend met de inbreng van onderwijs- en opleidingsaanbieders, sectoren, organisaties of strategische adviesraden en met de maatschappelijke of economische relevantie.

De bevoegde dienst maakt deze lijst publiek kenbaar.

HOOFDSTUK 2. — EVC-standaarden

Art. 3.

De bevoegde dienst coördineert het opstellen van EVC-standaarden en richt per EVC-standaard of cluster van EVC-standaarden een ontwikkelcommissie op belast met het opstellen ervan. De commissie kan hiervoor een beroep doen op experten uit onderwijs- en opleidingsaanbieders, sectoren of organisaties.

Art. 4.

De EVC-standaard wordt ter advies voorgelegd aan de inspectiedienst van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, zijnde de Onderwijsinspectie en de door de Vlaamse minister, bevoegd voor professionele vorming, aangeduide dienst van het beleidsdomein Werk en Sociale Economie. De EVC-standaarden die betrekking hebben op beroepskwalificaties van niveau 5 tot 8 worden in overleg met de Vlaamse universiteiten- en hogescholenraad (VLUHR) voorgelegd aan experten.

De betrokken inspectiediensten of experten bezorgen een advies over de EVC-standaard binnen de 30 dagen aan de bevoegde dienst.

De bevoegde dienst informeert de ontwikkelcommissie over de adviezen van de inspectiediensten of experten. Indien de adviezen een aanpassing van de EVC-standaard voorstellen, komt de ontwikkelcommissie opnieuw samen en past ze de EVC-standaard aan.

De EVC-standaard wordt door de bevoegde dienst ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse ministers, bevoegd voor het onderwijs, voor de coördinatie van het vormingsbeleid en voor de professionele vorming.

Art. 5.

Een EVC-standaard omvat de volgende elementen:

1° de naam en het niveau van de beroepskwalificatie en een verwijzing naar de gebruikte versie;

2° de meest aangewezen methodes voor het beoordelen van de competenties uit de beroepskwalificatie;

3° situaties die in de beoordeling aan bod komen;

4° relevante infrastructuur en materiaal;

5° een indicatie van minimale en maximale tijdsduur;

6° de bewijzen die een kandidaat krijgt na het geheel of gedeeltelijk succesvol doorlopen van de beoordeling;

7° kwaliteitsbepalingen.

Art. 6.

§ 1. De bevoegde dienst kan op verzoek of op eigen initiatief de ontwikkelcommissie, vermeld in artikel 3, samenbrengen om de EVC-standaarden te actualiseren of te schrappen.

Als een EVC-standaard wordt geactualiseerd, legt de bevoegde dienst deze voor advies voor aan de betrokken inspectiediensten of experten en vervolgens ter goedkeuring voor aan de bevoegde Vlaamse ministers als vermeld in artikel 4, vierde lid. De bevoegde dienst zal aangeven welke EVC-instrumenten binnen het jaar moeten worden aangepast.

Als een EVC-standaard wordt geschrapt, legt de bevoegde dienst de schrapping ter goedkeuring voor aan de bevoegde ministers als vermeld in artikel 4, vierde lid. De bevoegde dienst zal de betrokken organisaties op de hoogte brengen. Zij kunnen nog tot maximum 6 maanden na datum van beslissing hun EVC-trajecten aanbieden.

§ 2. De EVC-standaarden worden door de bevoegde dienst publiek kenbaar gemaakt.

HOOFDSTUK 3. — Procedure erkenning EVC-trajecten

Art. 7.

§ 1. Een organisatie die als EVC-testcentrum een EVC-traject wil aanbieden, gebruikt daarvoor een EVC-instrument dat is uitgewerkt op basis van de EVC-standaard. De organisatie kan daartoe zelf een EVC-instrument ontwikkelen of een eerder ontwikkeld EVC-instrument gebruiken dat al is opgenomen in de databank met EVC-instrumenten die door de bevoegde dienst wordt beheerd. [1B.Vl.R. van 07/07/2023
B.S. 24/08/2023
Een EVC-instrument wordt uitgewerkt voor een volledige beroepskwalificatie of voor een deelkwalificatie.1B.Vl.R. van 07/07/2023
B.S. 24/08/2023
]

§ 2. Een organisatie kan voor het EVC-traject dat ze wil aanbieden, toegang vragen tot de in paragraaf 1 vermelde databank. De bevoegde dienst verleent de toegang op voorwaarde dat de organisatie haar kwaliteit op organisatieniveau kan aantonen. De organisatie die toegang heeft, is gehouden aan de discretieplicht.

Voldoen aan de voorwaarde vermeld in het eerste lid:

1° Een door de Vlaamse gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling met onderwijsbevoegdheid voor de beroepskwalificatie waarvoor zij een EVC-traject wil aanbieden;

2° Een organisatie die geen door de Vlaamse gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling is en beschikt over een bewijs van kwaliteit op organisatieniveau zoals vermeld in artikel 2, tweede lid, 1° van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019 betreffende de uitvoering van het decreet van 26 april 2019 betreffende het kwaliteitstoezicht voor beroepskwalificerende trajecten op basis van een gemeenschappelijk kwaliteitskader.

Art. 8.

Een organisatie die als EVC-testcentrum een EVC-traject wil aanbieden, dient daarvoor een erkenningsaanvraag in bij het beleidsdomein of -veld waaronder de organisatie ressorteert. De organisatie geeft in haar erkenningsaanvraag aan welk EVC-instrument gebruikt zal worden.

Een door de Vlaamse gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling richt haar erkenningsaanvraag tot de bevoegde dienst en gebruikt daarvoor het aanvraagformulier dat de bevoegde dienst ter beschikking stelt.

Een organisatie die geen door de Vlaamse gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling is, dient een erkenningsaanvraag in zoals bepaald in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019 betreffende de uitvoering van het decreet van 26 april 2019 betreffende het kwaliteitstoezicht voor beroepskwalificerende trajecten op basis van een gemeenschappelijk kwaliteitskader.

Art. 9.

§ 1 Indien de organisatie als bepaald in artikel 8, eerste lid een eigen instrument ontwikkeld heeft, onderwerpt de bevoegde dienst het EVC-instrument aan een toetsing op basis van de EVC-standaarden. Voor een organisatie die geen door de Vlaamse gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling is, zal het betrokken beleidsdomein of -veld de bevoegde dienst informeren over het ontwikkelde instrument.

De bevoegde dienst gaat na of het EVC-instrument alle competenties uit de [1B.Vl.R. van 07/07/2023
B.S. 24/08/2023
beroepskwalificatie of een deelkwalificatie1B.Vl.R. van 07/07/2023
B.S. 24/08/2023
] omvat en in overeenstemming is met de betreffende EVC-standaard.

De organisatie kan op haar vraag of die van de bevoegde dienst toelichting geven bij het ontwikkelde instrument. Het EVC-instrument kan hierna bijgestuurd worden.

Als de uitkomst van de toetsing van het ontwikkelde EVC-instrument positief is, neemt de bevoegde dienst het nagekeken instrument op in de databank met EVC-instrumenten.

In het geval van een door de Vlaamse gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling keurt de bevoegde dienst de erkenning van het aangevraagde EVC-traject goed en brengt zij de onderwijsinstelling hiervan op de hoogte binnen de 45 werkdagen na de dag van de ontvangst van de erkenningsaanvraag.

In het geval van een organisatie die geen door de Vlaamse gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling is, brengt de bevoegde dienst het betrokken beleidsdomein of -veld op de hoogte van haar beslissing binnen de 45 werkdagen na de dag van de ontvangst van het ontwikkelde EVC-instrument. De organisatie doorloopt de procedure van de erkenningsaanvraag zoals bepaald binnen het beleidsdomein of -veld conform artikel 8 van het decreet van 26 april 2019 betreffende het kwaliteitstoezicht voor beroepskwalificerende trajecten op basis van een gemeenschappelijk kwaliteitskader.

§ 2. Indien de organisatie als bepaald in artikel 8, eerste lid aangegeven heeft een reeds ontwikkeld EVC-instrument te gebruiken, is geen toetsing vereist.

In het geval van een door de Vlaamse gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling keurt de bevoegde dienst de erkenning van het aangevraagde EVC-traject goed en brengt zij de onderwijsinstelling hiervan op de hoogte binnen de 15 werkdagen na de dag van de ontvangst van de erkenningsaanvraag.

In het geval van een organisatie die geen door de Vlaamse gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling is, verloopt de procedure van de erkenningsaanvraag zoals bepaald binnen het beleidsdomein of -veld conform artikel 8 van het decreet van 26 april 2019 betreffende het kwaliteitstoezicht voor beroepskwalificerende trajecten op basis van een gemeenschappelijk kwaliteitskader.

HOOFDSTUK 4. — Model van de bewijzen uitgereikt na de beoordeling van competenties

Art. 10.

Een bewijs van beroepskwalificatie wordt toegekend aan een persoon die tijdens de beoordeling heeft aangetoond de competenties uit de beroepskwalificatie te hebben verworven.

Op het bewijs van beroepskwalificatie staan de volgende gegevens:

1° de voor- en achternaam, de geboortedatum en de geboorteplaats van de persoon die het bewijs heeft verworven;

2° de naam van de beroepskwalificatie;

3° het niveau van de beroepskwalificatie binnen de Vlaamse kwalificatiestructuur en het Europese kwalificatiekader;

4° de naam en het adres van de organisatie die het bewijs uitreikt;

5° de datum van de uitreiking van het bewijs.

Aan het bewijs van beroepskwalificatie wordt een supplement toegevoegd dat een verwijzing bevat naar alle competenties uit de beroepskwalificatie.

Art. 11.

Een bewijs van deelkwalificatie wordt toegekend aan een persoon die tijdens de beoordeling heeft aangetoond de competenties uit de deelkwalificatie te hebben verworven, zonder in aanmerking te komen voor een bewijs van beroepskwalificatie waarvan de deelkwalificatie een onderdeel is.

Op het bewijs van deelkwalificatie staan de volgende gegevens:

1° de voor- en achternaam, de geboortedatum en de geboorteplaats van die persoon die het bewijs heeft verworven;

2° de naam van de deelkwalificatie;

3° de naam van de beroepskwalificatie waarvan de deelkwalificatie een onderdeel is;

4° het niveau van de beroepskwalificatie binnen de Vlaamse kwalificatiestructuur en het Europese kwalificatiekader waarvan de deelkwalificatie een onderdeel is;

5° de naam en het adres van de organisatie die het bewijs uitreikt;

6° de datum van de uitreiking van het bewijs.

Aan het bewijs van deelkwalificatie wordt een supplement toegevoegd dat een verwijzing bevat naar alle competenties uit de deelkwalificatie.

Art. 12.

Een bewijs van competenties wordt toegekend aan een persoon die niet in aanmerking komt voor een bewijs van beroepskwalificatie en voor een bewijs van deelkwalificatie waarvan de aangetoonde competenties een onderdeel zijn.

Het bewijs van competenties vermeldt alle competenties waarvan de persoon tijdens de beoordeling aangetoond heeft ze te hebben verworven.

Op het bewijs van competenties staan de volgende gegevens:

1° de voor- en achternaam, de geboortedatum en de geboorteplaats van de persoon die het bewijs heeft verworven;

2° de competenties die zijn aangetoond tijdens de beoordeling als ze niet vermeld zijn in een bewijs van deelkwalificatie;

3° de naam van de beroepskwalificatie waarvan de competenties deel uitmaken;

4° het niveau van de beroepskwalificatie, vermeld in punt 3°, binnen de Vlaamse kwalificatiestructuur en het Europese kwalificatiekader;

5° de naam en het adres van de organisatie die het bewijs uitreikt;

6° de datum van de uitreiking van het bewijs.

HOOFDSTUK 5. — Bepalingen met betrekking tot de publicatie van de inschrijving voor en de financiering van de EVC-trajecten

Art. 13.

De bevoegde dienst neemt de erkende EVC-trajecten en de organisaties die ze aanbieden op in een overzicht en maakt dat publiek kenbaar. De financiële bijdrage van de EVC-kandidaat en de plaatsen waar ze worden aangeboden, zijn duidelijk zichtbaar in dat overzicht.

Het overzicht van erkende EVC-trajecten en aanbiedende organisaties wordt gekoppeld aan het register van beroepskwalificerende trajecten en de organisaties die ze aanbieden conform artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019 betreffende de uitvoering van het decreet van 26 april 2019 betreffende het kwaliteitstoezicht voor beroepskwalificerende trajecten op basis van een gemeenschappelijk kwaliteitskader.

Art. 14.

Een EVC-kandidaat kan zich enkel inschrijven voor een EVC-traject met het oog op het verwerven van een volledige beroepskwalificatie of, als dat van toepassing is, op het verwerven van een deelkwalificatie. De kandidaat doorloopt altijd alle onderdelen van de beoordeling [1B.Vl.R. van 07/07/2023
B.S. 24/08/2023
van de beroepskwalificatie of deelkwalificatie in kwestie1B.Vl.R. van 07/07/2023
B.S. 24/08/2023
] .

Art. 15.

Elke minister bepaalt de wijze van erkenning en financiering van EVC-trajecten die worden aangeboden door de organisaties die onder zijn bevoegdheid ressorteren met behoud van de toepassing van artikel 16.

Art. 16.

De financiële bijdrage van de EVC-kandidaat bedraagt 120 euro voor een EVC-traject. Dit bedrag wordt jaarlijks aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex. De referentiedatum voor de jaarlijkse aanpassing is 1 september 2019. Het bedrag wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde geheel getal.

Als de kandidaat zich inschrijft voor een EVC-traject met het oog op het verwerven van een deelkwalificatie, bedraagt de financiële bijdrage 80% van het bedrag, vermeld in het eerste lid. Voor de volgende EVC-kandidaten wordt de financiële bijdrage, vermeld in het eerste en tweede lid, gehalveerd:

1° de niet-werkende werkzoekenden en verplicht ingeschreven werkzoekenden, als hun EVC-aanvraag kadert in een traject naar werk of een gepast opleidingsaanbod vastgesteld door VDAB;

2° de personen die op het moment van hun aanmelding een inkomen verwerven via maatschappelijke dienstverlening of een leefloon of die ten laste zijn van die personen;

3° de personen die op het moment van hun aanmelding materiële hulp genieten als vermeld in artikel 2, 6°, van de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen;

4° de personen die inburgeraar zijn en een inburgeringscontract als vermeld in artikel 2, eerste lid, 10°, van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid, hebben ondertekend;

5° de gedetineerden, vermeld in artikel 2, 16°bis, van het decreet betreffende het volwassenenonderwijs van 15 juni 2007.

HOOFDSTUK 6. — Bepalingen inzake gegevensverwerking

Art. 17.

Het EVC-testcentrum is de verwerkingsverantwoordelijke van persoonsgegevens, zoals bedoeld in artikel 4, 7), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de inschrijving voor het EVC-traject, het bepalen van de financiële bijdrage van de kandidaat en het afleveren van een bewijs na de beoordeling van de competenties.

Art. 18.

Het EVC-testcentrum verzamelt de volgende persoonsgegevens:

1° de voor- en achternaam, de geboortedatum en de geboorteplaats van de persoon die zich aanmeldt voor een EVC-traject;

2° de categorieën opgesomd in artikel 16, derde lid, 1° tot en met 5°.

Het EVC-testcentrum deelt deze gegevens enkel mee aan de diensten van de Vlaamse Overheid die voor de monitoring en evaluatie van het EVC-beleid zijn belast en als die er naar vragen.

Art. 19.

De verwerkingsverantwoordelijke ziet erop toe dat de passende veiligheidsmaatregelen steeds worden nageleefd.

Art. 20.

De persoonsgegevens die overeenkomstig dit besluit worden verzameld, worden zo lang bewaard als nodig voor de monitoring en evaluatie van het EVC-beleid en met een maximumtermijn van 15 jaar.

HOOFDSTUK 7. — Overgangs- en slotbepaling

Art. 21.

Voor de beoordeling van competenties uit beroepskwalificaties in uitvoering van het decreet van 26 april 2019 betreffende een geïntegreerd beleid voor de erkenning van verworven competenties kunnen de centra voor volwassenenonderwijs tijdens het schooljaar 2019-2020 projectsubsidies aanvragen binnen de door de Vlaamse Gemeenschap vastgelegde begrotingskredieten.

De Vlaamse minister van Onderwijs bepaalt hiervan de nadere modaliteiten.

Art. 22.

De Vlaamse ministers, bevoegd voor het onderwijs, voor de coördinatie van het vormingsbeleid en voor de professionele vorming, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Art. 23.

Dit besluit treedt in werking op 2 september 2019.