Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de uitvoering van het decreet van 26 april 2019 betreffende het kwaliteitstoezicht voor beroepskwalificerende trajecten op basis van een gemeenschappelijk kwaliteitskader

  • goedkeuringsdatum
    19/07/2019
  • publicatiedatum
    B.S. 23/08/2019 (pagina 80813)
  • bron

    Numac : 2019030826
  • datum laatste wijziging
    23/08/2019

Aanhef

DE VLAAMSE REGERING,

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20;

Gelet op het decreet van 26 april 2019 betreffende het kwaliteitstoezicht voor beroepskwalificerende trajecten op basis van een gemeenschappelijk kwaliteitskader, artikelen 5, § 2, 6, § 1, vierde lid, 7, tweede lid, 8 § 2 tot 4 en 9, § 1;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 5 februari 2019;

Gelet op het advies van de Vlaamse Onderwijsraad, gegeven op 28 februari 2019;

Gelet op het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, gegeven op 5 maart 2019;

Gelet op protocol nr. 127 van 17 mei 2019 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X, van onderafdeling Vlaamse Gemeenschap van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten en van het overkoepelend onderhandelingscomité, vermeld in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;

Gelet op het advies nr. 66.271/1 van de Raad van State, gegeven op 2 juli 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en de Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport;

Na beraadslaging,

Besluit :

ART 1.

In dit besluit wordt verstaan onder:
1° human resourcesmethoden: tools of methodieken voor personeelsinstroom, personeelsontwikkeling en evaluatie van het functioneren van de personeelsleden;
2° AHOVOKS: het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen;
3° onderwijsinspectie: de inspectie vermeld in titel IV van deel II van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;
4° decreet van 26 april 2019: het decreet van 26 april 2019 betreffende het kwaliteitstoezicht voor beroepskwalificerende trajecten op basis van een gemeenschappelijk kwaliteitskader.

ART 2.

Een organisatie die erkende beroepskwalificerende trajecten wil aanbieden, dient daarvoor een erkenningsaanvraag in.

De organisatie voldoet aan al de volgende erkenningsvoorwaarden:
1° ze beschikt over een bewijs van kwaliteit op organisatieniveau. Dat houdt in dat de organisatie minstens voldoet aan volgende voorwaarden:
a) op het vlak van klantgerichtheid:
1) de dienstverlener beschrijft het aanbod en de voorwaarden ervan en maakt deze vooraf kenbaar aan zijn klanten en derden. De afspraken over de dienstverlening tussen de dienstverlener en zijn klant worden nagekomen;
2) de dienstverlener houdt rekening met de wensen, behoeften en noden van zijn klanten met betrekking tot zijn dienstverlening en producten. Hiertoe peilt hij periodiek naar de tevredenheid van zijn klanten. De resultaten worden aangewend voor continue verbetering.
b) op het vlak van personeelsbeheer:
1) de dienstverlener hanteert human resourcesmethoden voor zijn medewerkers op het vlak van rekrutering en selectie, integratie, opvolging, functionering en evaluatie van medewerkers;
2) de dienstverlener en zijn personeel beschikken over vakgerelateerde kennis en ervaring die zij op peil houden. De dienstverlener versterkt de deskundigheid van het personeel via begeleiding, ondersteuning en vormingsinitiatieven;
c) op het vlak van financieel beheer:
1) de dienstverlener staat in voor de periodieke opvolging van zijn budgetplanning. De dienstverlener zorgt voor een financieel beheer met een planning die periodiek wordt opgevolgd. Hij houdt zijn rekeningen bij volgens de boekhoudkundige regels. De subsidies en premies van de overheid moeten doelmatig besteed worden;
2) de dienstverlener volgt zijn opbrengsten, kosten, investeringen en vermogen op in functie van zijn rendabiliteit, liquiditeit en solvabiliteit.
Elk beleidsdomein of -veld houdt een overzicht bij van de kwaliteitslabels of -bewijzen binnen hun vakgebied die voldoen aan de kwaliteitsvereisten en garandeert de overeenstemming met de kwaliteitsvereisten continu.
Organisaties die beschikken over een kwaliteitslabel of een wettelijk kwaliteitssysteem van een overheid dat voldoet aan de minimale kwaliteitsvoorwaarden op organisatieniveau als vermeld in het decreet van 29 maart 2019 betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie, kunnen via hun registratie aantonen dat ze over de kwaliteitsvereisten beschikken.
2° ze voldoet aan de arbeids- en socialezekerheidsrechtelijke verplichtingen;
3° ze biedt een beroepskwalificerend traject aan dat voldoet aan de kwaliteitsgebieden als vermeld in artikel 7 van het decreet van 26 april 2019.

De erkenningsaanvraag laat daarom toe een inhoudelijke beoordeling van het traject uit te voeren op basis van de kwaliteitsgebieden.

ART 3.

Er wordt een register gepubliceerd van de erkende beroepskwalificerende trajecten en de organisaties die ze aanbieden. AHOVOKS maakt dat register op en actualiseert het.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, de coördinatie van het vormingsbeleid, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de professionele vorming, bepalen welke gegevens in het register worden opgenomen.

ART 4.

Het kwaliteitskader, vermeld in artikel 7 van het decreet van 26 april 2019, wordt vastgesteld in de bijlagen die bij dit besluit zijn gevoegd.

ART 5.

Zodra de update van een beroepskwalificatie erkend is door de Vlaamse Regering hebben opleidingsaanbieders één kalenderjaar de tijd om het traject aan te passen. Indien er een kwaliteitstoezicht plaatsvindt tijdens deze overgangsfase dan kunnen de toezichthouders zich indien nodig baseren op de laatste versie van de beroepskwalificatie voor de update. Nieuwe beroepskwalificerende trajecten moeten zich steeds baseren op de actuele versie van de beroepskwalificatie.

ART 6.

De medewerking van de onderwijsinspectie bij het kwaliteitstoezicht gedurende de eerste drie jaar dat een beleidsdomein of -veld het kwaliteitstoezicht op beroepskwalificerende trajecten autonoom organiseert, vermeld in artikel 8, § 4 van het decreet van 26 april 2019, wordt per beleidsdomein of -veld geconcretiseerd in een samenwerkingsovereenkomst. De onderwijsinspectie en het beleidsdomein of -veld rapporteren jaarlijks aan de Vlaamse Regering over de organisatie en het verloop van het kwaliteitstoezicht. De drie jaar medewerking door de onderwijsinspectie aan het kwaliteitstoezicht start vanaf het eerste toezicht dat een beleidsdomein of -veld organiseert.

Tijdens deze periode kunnen experts uit het hoger onderwijs ingeschakeld worden om mee te gaan op het toezicht op beroepskwalificerende trajecten van niveau 5 tot en met 8. AHOVOKS is verantwoordelijk voor de procesbegeleiding van de deelname van de experts.

ART 7.

De modellen voor bewijzen van beroepskwalificatie, deelkwalificatie en competenties uitgereikt overeenkomstig artikel 9, § 1, van het decreet van 26 april 2019 dienen te voldoen aan de criteria zoals vermeld in hoofdstuk 4 van het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de uitvoering van het decreet van 26 april 2019 betreffende een geïntegreerd beleid voor de erkenning van verworven competenties.

ART 8.

Elke opleidingsaanbieder dient zichtbaar en duidelijk de mogelijke gevolgen in verband met automatische vrijstelling in functie van het behalen van een kwalificatiebewijs te communiceren aan (potentiële) lerenden.

ART 9.

De Vlaamse ministers bevoegd voor het onderwijs, de coördinatie van het vormingsbeleid en voor de professionele vorming, zijn belast met de uitvoering van dit besluit.

ART 10.

Dit besluit treedt in werking op 2 september 2019.

Bijlage 1

Bijlage 1. Gemeenschappelijk kwaliteitskader voor beroepskwalificerende opleidingen

Kwaliteitsgebied 1: DOELSTELLINGEN
Descriptor 1: Het opleidingstraject stemt overeen met de inhoud en het beheersingsniveau van de competenties zoals vastgelegd in de beroepskwalificatie.

I.1 Het opleidingstraject bevat alle competenties zoals vastgelegd in de beroepskwalificatie. Het opleidingstraject is evenwichtig uitgewerkt en afgestemd op het verwachte beheersingsniveau. De aanbieders/partners die samen een opleidingstraject aanbieden, stemmen hierover af.

Kwaliteitsgebied 2: VORMGEVING
Descriptor 2: Het opleidingstraject is zodanig uitgewerkt, georganiseerd en afgestemd op de mogelijkheden van de lerende dat de competenties kunnen worden verworven.

Maatwerk
I.2 De aanbieder benut de relevante startcompetenties van de lerende. Bij het vormgeven van het opleidingstraject wordt rekening gehouden met de mogelijkheden, vorderingen en (loopbaan)perspectieven van elke lerende. Vrijstellingen voor bepaalde trajectonderdelen worden toegekend op basis van transparante procedures en valide criteria.
Organisatie aanbod
I.3 Het opleidingstraject is logisch opgebouwd en samenhangend. De opleidingstijd wordt optimaal aangewend voor het aanleren, inoefenen en evalueren van de competenties. De aanbieders/partners die samen een opleidingstraject aanbieden, stemmen af over de vormgeving van het opleidingstraject.
Werkwijze
I.4 Het opleidingstraject en de te verwerven competenties worden voor de lerende geëxpliciteerd. Er is een variatie aan leeractiviteiten die het verwerven van de competenties mogelijk maakt. Er worden werkvormen gehanteerd die de lerende vertrouwd maken met de werkrealiteit.
Materiële infrastructuur
I.5 De materiële infrastructuur en de leermiddelen ondersteunen het verwerven van de competenties en worden efficiënt ingezet.

Kwaliteitsgebied 3: BEGELEIDING
Descriptor 3: De lerende wordt zodanig begeleid dat hij optimale kansen heeft om de competenties van de beroepskwalificatie te verwerven.

Informatie
I.6 De lerende krijgt doelgerichte informatie over het opleidingstraject, de mogelijkheden op de arbeidsmarkt en de doorstroommogelijkheden naar opleidingen die tot een onderwijskwalificatie leiden en andere vervolgopleidingen.
Ondersteuning
I.7 De aanbieder stemt de begeleiding tijdens het opleidingstraject af op de leervorderingen, zorgnoden en mogelijkheden van de lerende. De aanbieders/partners die samen een opleidingstraject aanbieden, stemmen hierover af.
I.8 Het leerklimaat is positief en stimulerend. De lerende krijgt doelgericht en systematisch feedback over zijn leerproces in relatie tot de te verwerven competenties van zijn opleidingstraject.

Kwaliteitsgebied 4: EVALUATIE
Descriptor 4: De te verwerven competenties worden valide en betrouwbaar geëvalueerd. De rapportering toont transparant aan of de competenties effectief verworven zijn.

I.9 De evaluatie is representatief voor de inhoud en het beheersingsniveau van de competenties in de beroepskwalificatie.
I.10 De evaluatiecriteria zijn eenduidig, objectief en voor alle betrokkenen duidelijk. De evaluatieprocedures en -instrumenten garanderen een valide en betrouwbare evaluatie. De aanbieders/partners die samen een opleidingstraject aanbieden, stemmen af over de evaluatiepraktijk.
I.11 De evaluatieresultaten worden helder en tijdig gecommuniceerd aan de lerende. De aanbieder hanteert transparante beslissingsregels voor het toekennen van de kwalificatiebewijzen. De rapportering bevat de evaluatiegegevens die transparant de beslissing onderbouwen. De aanbieders/partners die samen een opleidingstraject aanbieden, stemmen af over de rapporteringspraktijk.

Kwaliteitsgebied 5: BORGEN EN BIJSTUREN
Descriptor 5: Werkpunten die worden vastgesteld in verband met de kwaliteitsgebieden worden bijgestuurd. Sterke punten worden geborgd.

I.12 Werkpunten die worden vastgesteld in verband met de doelstellingen, vormgeving, begeleiding en evaluatie worden door de aanbieders bijgestuurd. Sterke punten worden geborgd. De aanbieders/partners die samen een opleidingstraject aanbieden, stemmen hierover af.

BIJLAGE Bijlage 2

Bijlage 2. Gemeenschappelijk kwaliteitskader voor beroepskwalificerende EVC-trajecten

Kwaliteitsgebied 1: DOELSTELLINGEN
Descriptor 1: De beoordeling stemt overeen met de competenties zoals vastgelegd in de beroepskwalificatie.

I.1 De EVC-beoordeling bevat alle competenties zoals vastgelegd in de beroepskwalificatie. De EVC-beoordeling is evenwichtig uitgewerkt en afgestemd op het verwachte beheersingsniveau. De aanbieders/partners die samen een EVC-traject beoordelen, stemmen hierover af.

Kwaliteitsgebied 2: VORMGEVING
Descriptor 2: De EVC-beoordeling is zodanig vormgegeven en georganiseerd dat voor elke EVC-kandidaat de competenties evalueerbaar zijn.

I.2 De vrijstellingen voor deelkwalificaties worden toegekend op basis van transparante procedures en valide criteria.
I.3 De verschillende onderdelen van de beoordeling zijn logisch opgebouwd en op elkaar afgestemd zodat de beoordeling een coherent geheel vormt. De beschikbare tijd is in overeenstemming met de EVC-standaard en wordt optimaal aangewend om de competenties zichtbaar te maken en te evalueren. De aanbieders/partners die samen een EVC-traject beoordelen, stemmen af over de vormgeving van het EVC-traject.
I.4 De kandidaat wordt vertrouwd gemaakt met de setting en het verloop van de beoordeling. De kandidaat krijgt bij de start doelgericht informatie over de EVC-beoordeling en de te beoordelen competenties. De vormgeving garandeert dat de competenties beoordeeld worden op basis van authentieke en realistische contexten.
I.5 De materiële infrastructuur is in overeenstemming met de EVC-standaard, ondersteunt het beoordelen van de competenties en wordt efficiënt ingezet.

Kwaliteitsgebied 3: BEGELEIDING
Descriptor 3: De EVC-kandidaat wordt tijdens de EVC-beoordeling zodanig begeleid dat de kandidaat optimale kansen krijgt om de competenties zichtbaar te maken voor evaluatie.

I.6 De aanbieder geeft de kandidaat tijdens de EVC-beoordeling doelgerichte instructies zodat de kandidaat de opdrachten of taken correct begrijpt. De aanbieder voorziet ruimte zodat de kandidaat de mogelijkheid heeft om bijkomende informatie te vragen. De aanbieders/partners die samen een EVC-traject beoordelen, stemmen af over de begeleiding van het EVC-traject.

Kwaliteitsgebied 4: EVALUATIE
Descriptor 4: De competenties worden valide en betrouwbaar geëvalueerd. De rapportering toont transparant aan of de competenties effectief verworven zijn.

I.7 De beoordeling spoort met de inhoud van de EVC-standaard.
I.8 De beoordelingscriteria zijn eenduidig, objectief en voor alle betrokkenen duidelijk. De beoordeling is valide en betrouwbaar. De aanbieders/partners die samen een EVC-traject beoordelen, stemmen af over de evaluatiepraktijk van het EVC-traject.
I.9 De kandidaat krijgt na de beoordeling doelgerichte feedback over de beoordeling.
I.10 De evaluatieresultaten worden helder en tijdig gecommuniceerd aan de kandidaat. De aanbieder hanteert transparante beslissingsregels voor het toekennen van de kwalificatiebewijzen. De rapportering bevat de evaluatiegegevens die transparant de beslissing onderbouwen. De aanbieders/partners die samen een EVC-traject beoordelen, stemmen af over de rapporteringspraktijk van het EVC-traject.

Kwaliteitsgebied 5: BORGEN EN BIJSTUREN
Descriptor 5: Werkpunten die worden vastgesteld in verband met de kwaliteitsgebieden worden bijgestuurd. Sterke punten worden geborgd.

I.11 Werkpunten die worden vastgesteld in verband met de doelstellingen, vormgeving, begeleiding en evaluatie worden door de aanbieders bijgestuurd. Sterke punten worden geborgd. De aanbieders/partners die samen een EVC-traject beoordelen, stemmen hierover af.