Ministerieel besluit (Federaal) houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken

  • goedkeuringsdatum
    23/03/2020
  • publicatiedatum
    B.S. 23/03/2020 (pagina 17603)
  • bron

    Numac : 2020030347
  • datum laatste wijziging
    05/06/2020

Aanhef

De Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken,
Gelet op de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming, artikel 4;
Gelet op de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, artikelen 11 en 42;
Gelet op de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid, artikelen 181, 182 en 187;
Gelet op artikel 8, § 2, 1° en 2°, van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging is dit besluit uitgezonderd van de regelgevingsimpactanalyse;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 21 maart 2020;
Gelet op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, gegeven op 22 maart 2020;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1, eerste lid;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid, die niet toelaat te wachten op het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State binnen een verkorte termijn van vijf dagen, onder meer omwille van de zeer snelle evolutie van de situatie in België en in de naburige landen, omwille van het bereiken van de pandemische grens, beslist door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), omwille van de incubatietijd van het coronavirus COVID-19 en van de stijging van de omvang en het aantal secundaire overdrachtsketens; bijgevolg is het onontbeerlijk om de nodige maatregelen zonder verwijl te treffen;
Overwegende het overleg tussen de regeringen van de deelstaten en de bevoegde federale overheden binnen de Nationale Veiligheidsraad, die is bijeengekomen op 10, 12 en 17 maart 2020;
Overwegende artikel 191 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, dat het voorzorgsbeginsel in het kader van het beheer van internationale gezondheidscrisissen en van de actieve voorbereiding van zulke potentiële crisissen verankert; dat dit beginsel inhoudt dat, wanneer een ernstig risico hoogstwaarschijnlijk werkelijkheid zal worden, het aan de overheid is om dringende en voorlopige maatregelen te nemen;
Overwegende de verklaring van de WHO omtrent de karakteristieken van het coronavirus COVID-19, in het bijzonder met betrekking tot de besmettelijkheid en het sterfterisico;
Overwegende de kwalificatie van het coronavirus COVID-19 als een pandemie door de WHO op 11 maart 2020;
Overwegende dat de WHO op 16 maart 2020 het hoogste dreigingsniveau heeft uitgeroepen aangaande COVID-19 dat de wereldeconomie destabiliseert en zich snel verspreidt over de wereld;
Overwegende de verspreiding van het coronavirus COVID-19 op Europees grondgebied, en in België, en de exponentiële evolutie van het aantal besmettingen; dat de tot op heden genomen maatregelen deze exponentiële evolutie niet voldoende hebben kunnen indijken; dat de bezettingsgraad van de ziekenhuizen, in het bijzonder van de diensten van de intensieve zorg, kritiek wordt;
Overwegende de urgentie en het risico voor de volksgezondheid die het coronavirus COVID-19 met zich meebrengt voor de Belgische bevolking;
Overwegende dat het coronavirus COVID-19 een infectieziekte is die meestal de longen en luchtwegen treft;
Overwegende dat het coronavirus COVID-19 zich via de lucht lijkt over te dragen van mens op mens; dat de overdracht van de ziekte lijkt plaats te vinden via alle mogelijke emissies via de mond en de neus;
Overwegende de adviezen van CELEVAL;
Overwegende dat, gezien wat voorafgaat, de bijeenkomsten in besloten of overdekte plaatsen, maar ook in open lucht, een specifieke bedreiging vormen voor de volksgezondheid ;
Overwegende dat het noodzakelijk is om, teneinde de verspreiding van het virus te vertragen en te beperken, onmiddellijk over te gaan tot het opleggen van de maatregelen die onontbeerlijk zijn voor de volksgezondheid;
Overwegende dat een politiemaatregel houdende het samenscholingsverbod bijgevolg onontbeerlijk en proportioneel is;
Overwegende dat het voormelde verbod van die aard is om, enerzijds, het aantal acute besmettingen te verminderen en er bijgevolg voor te zorgen dat de diensten van de intensieve zorg de zwaarst getroffen patiënten in de beste omstandigheden kunnen ontvangen, en om, anderzijds, meer tijd te geven aan de wetenschappers om efficiënte behandelingen en vaccins te ontwikkelen;
Overwegende dat het gevaar zich uitstrekt over het gehele nationale grondgebied; dat het van algemeen belang is dat er een coherentie bestaat bij het nemen van maatregelen voor de handhaving van de openbare orde, teneinde de efficiëntie ervan te maximaliseren;
Overwegende het aantal besmettingsgevallen dat werd gedetecteerd en het aantal sterfgevallen dat zich heeft voorgedaan in België sinds 13 maart 2020;
Overwegende de dringende noodzakelijkheid,
Besluit :

ART 1.

§ 1. De ondernemingen en verenigingen die goederen of diensten aanbieden aan consumenten mogen openen, onder de voorwaarden bepaald in dit besluit.

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° "onderneming" : elke natuurlijke of rechtspersoon die op duurzame wijze een economisch doel nastreeft;
2° "consument" : elke natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden die niet onder zijn commerciële, industriële, ambachtelijke activiteit of activiteit van een vrij beroep vallen.

In afwijking van het eerste lid, zijn de volgende ondernemingen of onderdelen van ondernemingen gesloten tot en met 30 juni 2020 :
1° de wellnesscentra, met inbegrip van sauna's;
2° de casino's en de speelautomatenhallen;
3° de pretparken en de binnenspeeltuinen;
4° de bioscopen.

§ 2. In alle in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde ondernemingen en verenigingen moeten de nodige maatregelen getroffen worden om eenieder te beschermen tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19, met inbegrip van de toepassing van de regels van social distancing, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon.

De in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde ondernemingen, en verenigingen nemen tijdig passende preventiemaatregelen om de toepassing van de regels voorzien in paragraaf 2, eerste lid, te garanderen of, indien dit niet mogelijk is, een minstens gelijkwaardig niveau van bescherming te bieden.

Deze gepaste preventiemaatregelen zijn veiligheids- en gezondheidsvoorschriften van materiële, technische en/of organisatorische aard, zoals gedefinieerd in :
- de "Generieke gids betreffende de opening van de handelszaken om de verspreiding van het COVID-19-virus tegen te gaan", beschikbaar op de website van de Federale Overheidsdienst Economie, aangevuld met richtlijnen op sectoraal en/of ondernemingsniveau, en/of andere gepaste maatregelen die een gelijkwaardig beschermingsniveau bieden;
- de "Generieke gids om de verspreiding van COVID-19 op de werkplaats tegen te gaan", beschikbaar op de website van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, aangevuld met richtlijnen op sectoraal en/of ondernemingsniveau, en/of andere gepaste maatregelen die een gelijkwaardig beschermingsniveau bieden. Collectieve maatregelen hebben steeds voorrang op individuele maatregelen;
- de "Gids betreffende de opening van de horeca om de verspreiding van het COVID-19-virus tegen te gaan", beschikbaar op de website van de Federale Overheidsdienst Economie, aangevuld met richtlijnen op sectoraal en/of ondernemingsniveau, en/of andere gepaste maatregelen die een gelijkwaardig beschermingsniveau bieden. Collectieve maatregelen hebben steeds voorrang op individuele maatregelen.

Deze passende preventiemaatregelen worden op ondernemingsniveau uitgewerkt en genomen met inachtneming van de regels van het sociaal overleg in de onderneming, of bij ontstentenis daarvan in overleg met de betrokken werknemers, en in overleg met de diensten voor preventie en bescherming op het werk.

De ondernemingen en verenigingen informeren de werknemers tijdig over de geldende preventiemaatregelen en verstrekken hen een passende opleiding. Ze informeren ook derden tijdig over de geldende preventiemaatregelen.

Werkgevers, werknemers en derden zijn ertoe gehouden de in de onderneming of vereniging geldende preventiemaatregelen toe te passen.

§ 3. Onverminderd paragrafen 3bis en 3ter kunnen deze ondernemingen of verenigingen hun activiteiten hernemen overeenkomstig het protocol bepaald door de bevoegde minister in overleg met de betrokken sector of de daartoe op de website van de bevoegde overheidsdienst bekendgemaakte minimale algemene regels. Bij gebrek aan een dergelijk protocol dienen de volgende minimale regels te worden nageleefd :
- De onderneming of vereniging informeert de klanten en werknemers tijdig over de geldende preventiemaatregelen en verstrekken de werknemers een passende opleiding.
- een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon wordt gegarandeerd;
- maskers en andere persoonlijke beschermingsmiddelen worden steeds sterk aanbevolen en worden gebruikt indien de regels van de social distancing niet kunnen worden nageleefd omwille van de aard van de uitgeoefende activiteit;
- De activiteit moet zo worden georganiseerd dat samenscholingen worden vermeden;
- de onderneming of vereniging stelt middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking van het personeel en de klanten;
- de onderneming of vereniging neemt de gepaste hygiënemaatregelen om de werkplaats en het gebruikte materiaal regelmatig te desinfecteren;
- de onderneming of vereniging zorgt voor een goede verluchting van de werkplaats;
- een contactpersoon wordt aangeduid en bekendgemaakt, zodat klanten en personeelsleden een mogelijke besmetting met het coronavirus COVID-19 kunnen melden met het oog op het vergemakkelijken van contact tracing.

Er wordt individueel gewinkeld en gedurende een periode van maximum 30 minuten, behalve in geval van een afspraak.

In afwijking van het derde lid, mag een volwassene de minderjarigen die onder hetzelfde dak wonen of een persoon die nood heeft aan begeleiding, vergezellen.

§ 3bis. In de massagesalons, schoonheidssalons, de niet-medische pedicurezaken, de nagelsalons, de kapperszaken, de barbiers en de tatoeage- en piercingsalons gelden bij het ontvangen van klanten minstens de volgende specifieke modaliteiten :
- de ontvangst mag enkel op afspraak plaatsvinden;
- de klant mag slechts in de onderneming aanwezig zijn voor de duur die strikt noodzakelijk is;
- één klant per 10 m2 wordt toegelaten;
- indien de voor klanten toegankelijke vloeroppervlakte minder dan 20 m2 bedraagt, is het toegelaten om twee klanten te ontvangen, mits een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon gegarandeerd is;
- kappers mogen meer dan één klant per 10 m2 ontvangen indien de werkstations onderling afgescheiden zijn met een plexiglazen wand of een gelijkwaardig alternatief;
- in geval van dienstverlening aan huis, mag de dienstverlener slechts aanwezig zijn op de plaats van dienstverlening voor de duur die strikt noodzakelijk is;
- wachtruimtes mogen niet voor klanten worden gebruikt en, behoudens in noodgeval, de toiletten evenmin;
- eenieder is vanaf de leeftijd van 12 jaar verplicht om de mond en de neus te bedekken met een masker of elk ander alternatief in stof, vanaf het betreden van de onderneming of plaats van dienstverlening, met uitzondering van de klant voor de duur die strikt noodzakelijk is voor een behandeling aan het gelaat;
- de werkstations dienen onderling op een afstand van minstens 1,5 meter van elkaar verwijderd te zijn;
- de dienstverlener neemt de gepaste hygiënemaatregelen om zijn handen, de gebruikte werkinstrumenten en zijn werkstation te desinfecteren tussen elke klant;
- er mag geen voeding of drank worden aangeboden.

§ 3ter. In de inrichtingen die behoren tot de horecasector gelden bij het ontvangen van klanten minstens de volgende specifieke modaliteiten :
- de tafels worden zo geplaatst dat een afstand van minstens 1,5 meter tussen de tafels wordt gegarandeerd, tenzij de tafels worden gescheiden door een plexiglazen wand of een gelijkwaardig alternatief, met een minimale hoogte van 1,8 meter;
- een maximum van tien personen per tafel is toegestaan;
- enkel zitplaatsen aan tafel zijn toegestaan;
- elke klant moet aan zijn eigen tafel blijven zitten;
- het dragen van een mondmasker door het personeel is verplicht in de zaal;
- het dragen van een mondmasker door het personeel is verplicht in de keuken, met uitsluiting van functies waarvoor een afstand van 1,5 meter kan worden gerespecteerd;
- er is geen enkele bediening aan de bar toegestaan, met uitzondering van eenmanszaken met naleving van een afstand van 1,5 meter;
- terrassen en openbare ruimten worden georganiseerd overeenkomstig de voorschriften bepaald door de gemeentelijke overheden en met respect voor dezelfde regels als deze die binnen gelden;
- drankgelegenheden en restaurants mogen tot één uur `s nachts open blijven, tenzij de gemeentelijke overheid oplegt dat ze eerder moeten sluiten.

Discotheken en dancings blijven tot en met 31 augustus 2020 gesloten.

§ 4. Winkelcentra kunnen enkel klanten ontvangen overeenkomstig de volgende modaliteiten :
- één klant per 10 m2 wordt toegelaten gedurende een periode die niet langer is dan noodzakelijk en gebruikelijk;
- het winkelcentrum stelt middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking bij de in- en uitgang;
- het winkelcentrum vergemakkelijkt het behoud van een afstand van 1,5 meter middels het aanbrengen van markeringen op de grond en/of signalisaties.

Er wordt individueel gewinkeld en niet langer dan noodzakelijk en gebruikelijk.

In afwijking van het tweede lid, mag een volwassene de minderjarigen die onder hetzelfde dak wonen of een persoon die nood heeft aan begeleiding, vergezellen.

§ 5. Winkels mogen open blijven volgens de gebruikelijke dagen en uren.

Nachtwinkels mogen geopend blijven vanaf het gebruikelijke openingsuur tot één uur `s nachts.

§ 6. Onverminderd paragrafen 3 en 4 en onverminderd de opdrachten van de hulp- en interventiediensten, wordt de toegang tot de winkelcentra, winkelstraten en parkings door de bevoegde gemeentelijke overheid, in overeenstemming met de instructies van de minister van Binnenlandse Zaken, op dusdanige wijze georganiseerd, zodat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon.

§ 6bis. De bevoegde gemeentelijke overheid kan de dagelijkse, wekelijkse en tweewekelijkse markten, met inbegrip van de brocante- of rommelmarkten, die maximaal 50 kramen bevatten, toelaten onder de volgende modaliteiten :
- het maximum aantal bezoekers dat wordt toegelaten op de markt bedraagt 1 bezoeker per 1,5 lopende meter aan het kraam;
- de marktkramers en hun personeel zijn tijdens het uitbaten van een kraam verplicht om de mond en de neus te bedekken met een masker of elk ander alternatief in stof;
- de bevoegde gemeentelijke overheid stelt middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking bij de in- en uitgangen van de markt;
- de marktkramers stellen middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking van hun personeel en hun klanten;
- bezoekers mogen op de markten geen voeding of dranken nuttigen;
- er wordt een organisatie of een systeem ingevoerd om te controleren hoeveel klanten er op de markt aanwezig zijn;
- er wordt een éénrichtingsverkeersplan opgesteld, met afzonderlijke toe- en uitgangen tot en van de markt, tenzij er in uitzonderlijke omstandigheden een gemotiveerde afwijking wordt toegestaan door de bevoegde lokale overheid, die een alternatieve oplossing bepaalt.

Er wordt individueel gewinkeld en niet langer dan noodzakelijk en gebruikelijk.

In afwijking van het tweede lid, mag een volwassene de minderjarigen die onder hetzelfde dak wonen of een persoon die nood heeft aan begeleiding, vergezellen.

Onverminderd paragrafen 3 en 4 en onverminderd de opdrachten van de hulp- en interventiediensten, wordt de toegang tot de markten door de bevoegde gemeentelijke overheid op dusdanige wijze georganiseerd, zodat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon, evenals de passende preventiemaatregelen die minstens gelijkwaardig zijn aan deze van de "Generieke gids betreffende de opening van de handelszaken om de verspreiding van het COVID-19-virus tegen te gaan".

ART 1bis.

De volgende inrichtingen of onderdelen van inrichtingen blijven gesloten :
1° de voor het publiek toegankelijke zwembaden tot en met 30 juni 2020;
2° de kleedkamers en douches van de infrastructuren bestemd voor de uitoefening van fysieke activiteiten;
3° de vaste en tijdelijke infrastructuren voor de organisatie van recepties en banketten tot en met 30 juni 2020, behalve voor activiteiten die niet verboden zijn krachtens dit besluit.

ART 2.

§ 1. Telethuiswerk is aanbevolen bij alle niet-essentiële ondernemingen, welke grootte zij ook hebben, voor alle personeelsleden wiens functie zich ertoe leent.

Indien telethuiswerk niet wordt toegepast, nemen de ondernemingen de nodige maatregelen om de maximale naleving van de regels van social distancing te garanderen, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon. Deze regel is eveneens van toepassing op het vervoer georganiseerd door de werkgever.

§ 2. De ondernemingen nemen tijdig passende preventiemaatregelen om de toepassing van de regels voorzien in de eerste paragraaf te garanderen of, indien dit niet mogelijk is, een minstens gelijkwaardig niveau van bescherming te bieden.

Deze passende preventiemaatregelen zijn veiligheids- en gezondheidsvoorschriften van materiële, technische en/of organisatorische aard zoals bepaald in de "Generieke gids om de verspreiding van COVID-19 op het werk tegen te gaan", die ter beschikking wordt gesteld op de website van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, aangevuld met richtlijnen op sectoraal en/of ondernemingsniveau, en/of andere passende maatregelen die minstens een gelijkwaardig niveau van bescherming bieden. Collectieve maatregelen hebben steeds voorrang op individuele maatregelen.

Deze passende preventiemaatregelen worden op ondernemingsniveau uitgewerkt en genomen met inachtneming van de regels van het sociaal overleg in de onderneming, of bij ontstentenis daarvan in overleg met de betrokken werknemers, en in overleg met de diensten voor preventie en bescherming op het werk.

De ondernemingen informeren de werknemers tijdig over de geldende preventiemaatregelen en verstrekken hen een passende opleiding. Ze informeren ook derden tijdig over de geldende preventiemaatregelen.

Werkgevers, werknemers en derden zijn ertoe gehouden de in de onderneming geldende preventiemaatregelen toe te passen.

§ 3. De sociaal inspecteurs van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en sociaal overleg zijn belast met het informeren en begeleiden van werkgevers en werknemers, en overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek met het toezien op de naleving van de verplichtingen die gelden in ondernemingen overeenkomstig paragrafen 1 en 2.

§ 4. De niet-essentiële ondernemingen zijn toegankelijk voor het publiek, onder de voorwaarden bedoeld in de paragrafen 1 en 2.

Het eerste lid is niet van toepassing op de bedrijven en diensten waarvan de opening voor het publiek toegelaten is overeenkomstig artikel 1

ART 3.

De bepalingen van artikel 2 zijn niet van toepassing op de ondernemingen van de cruciale sectoren en de essentiële diensten, zoals opgenomen in de bijlage bij dit besluit, met inbegrip van producenten, leveranciers, aannemers en onderaannemers van goederen, werken en diensten die essentieel zijn voor de uitvoering van de activiteit van deze ondernemingen en deze diensten.

Telethuiswerk is aanbevolen in al deze ondernemingen en diensten voor alle personeelsleden wiens functie zich ertoe leent. Daarnaast zijn zij ertoe gehouden om, in de mate van het mogelijke de regels van social distancing toe te passen.

Sectoren en werkgevers behorende tot de cruciale sectoren en de essentiële diensten en die hun activiteiten niet hebben onderbroken en die zelf reeds de nodige veiligheidsmaatregelen hebben genomen, kunnen de generieke gids bedoeld in artikel 2 gebruiken als inspiratiebron.

De ondernemingen van de cruciale sectoren en de essentiële diensten zijn toegankelijk voor het publiek. De regels van social distancing moeten in de mate van het mogelijke worden nageleefd.

Het vierde lid is niet van toepassing op de ondernemingen en diensten waarvan de opening voor het publiek toegelaten is overeenkomstig artikel 1

ART 4.

Het openbaar vervoer blijft behouden.

Eenieder is vanaf de leeftijd van 12 jaar verplicht om de mond en de neus te bedekken met een masker of elk ander alternatief in stof, vanaf het betreden van de luchthaven, het station, op het perron of een halte, in de bus, de (pre)metro, de tram, de trein of elk ander vervoersmiddel dat door een openbare overheid wordt georganiseerd.

In afwijking van het tweede lid is het rijdend personeel van de openbare vervoersmaatschappijen niet verplicht om de mond en de neus te bedekken, voor zover enerzijds de conducteur goed geïsoleerd is in een cabine en anderzijds een affiche en/of zelfklever aan de gebruikers de reden aangeeft waarom de conducteur geen masker draagt.

ART 5.

Worden verboden, behoudens andersluidende bepaling voorzien door dit besluit :
1° de samenscholingen van meer dan tien personen;
2° de uitoefening van contactsporten met effectief fysiek contact.

In afwijking van het eerste lid en onverminderd artikel 8bis, worden toegestaan :
- burgerlijke huwelijken, maar enkel in het bijzijn van maximum 100 personen tot en met 30 juni 2020, en van maximum 200 personen vanaf 1 juli 2020;
- begrafenissen en crematies, maar enkel in aanwezigheid van maximaal 100 personen tot en met 30 juni 2020, en van maximum 200 personen vanaf 1 juli 2020 en zonder de mogelijkheid van blootstelling van het lichaam;
- activiteiten die geen fysieke contacten impliceren, in georganiseerd verband, in het bijzonder door een club of een vereniging, met een groep van maximum 20 personen tot en met 30 juni 2020, en van maximum 50 personen vanaf 1 juli 2020, steeds in de aanwezigheid van een meerderjarige trainer, begeleider of toezichter;
- sportieve activiteiten zonder effectieve fysieke contacten, met inbegrip van wedstrijden, zonder publiek (gesloten deuren) vanaf 8 juni 2020;
- sportieve activiteiten, met inbegrip van wedstrijden, en voorstellingen met een zittend publiek, vanaf 1 juli 2020, met maximaal 200 toeschouwers met naleving van het protocol vastgesteld door de bevoegde minister in overleg met de betrokken sector;
- het gebruik van vaste of tijdelijke infrastructuren voor de organisatie van recepties en banketten vanaf 1 juli 2020 voor een maximum van 50 personen volgens de zelfde voorwaarden als deze van het restaurantwezen.

ART 5bis.

Onverminderd artikel 5, 1° mag elke persoon, bovenop de personen die onder hetzelfde dak wonen, per week maximum tien verschillende personen ontmoeten in het kader van privébijeenkomsten, met inbegrip van deze die plaatsvinden in voor het publiek toegankelijke plaatsen.

ART 5ter.

De collectieve uitoefening van de eredienst en de collectieve uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening en van activiteiten binnen een filosofisch-levensbeschouwelijke vereniging, evenals de individuele bezoeken van gebouwen der eredienst en van gebouwen bestemd voor de openbare uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening zijn toegestaan.

De representatieve organen van de erediensten en van de organisaties die morele diensten verlenen op basis van een niet-confessionele levensbeschouwing nemen de nodige maatregelen en vaardigen richtlijnen uit, met inachtneming van volgende voorwaarden :
- het respect van de regels van social distancing, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon, behalve voor personen die onder hetzelfde dak wonen;
- het respect van het vooraf bepaalde maximum aantal personen per gebouw, waarbij één persoon wordt toegelaten per 10 m2, met een maximum van 100 personen per gebouw tot en met 30 juni 2020 en 200 personen vanaf 1 juli 2020;
- het verbod op fysieke aanrakingen van personen en van voorwerpen door verschillende deelnemers;
- de terbeschikkingstelling van middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien bij de in- en uitgang.

ART 5ter.

In afwijking van artikel 5, eerste lid, mogen zomerkampen en -stages met of zonder overnachting, alsook de speelpleinwerking plaatsvinden vanaf 1 juli 2020, onder voorbehoud van de toelating van de bevoegde gemeentelijke overheid.

Deze kampen, stages en activiteiten mogen georganiseerd worden voor één of meerdere groepen van maximum 50 personen bestaande uit de deelnemers en de begeleiders. De personen die samenkomen in het kader van deze kampen, stages en activiteiten moeten in eenzelfde groep blijven en mogen niet samen worden gezet met de personen van een andere groep.

De begeleiders en deelnemers ouder dan 12 jaar respecteren de regels van social distancing in de mate van het mogelijke, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon.

ART 6.

Vanaf 18 mei 2020 mogen de lessen en activiteiten hervat worden in het kleuter-, lager en het secundair onderwijs, voor de groepen bepaald door de Gemeenschappen op basis van de aanbevelingen van de experten en de bevoegde overheden.

In het lager onderwijs wordt voor het personeel sterk aanbevolen om de mond en de neus te bedekken met een masker of elk ander alternatief.

In het secundair onderwijs wordt voor zowel het personeel als voor alle leerlingen sterk aanbevolen om de mond en de neus te bedekken met een masker of een veilig alternatief. In het secundair onderwijs kunnen leerlingen het mondmasker tijdelijk niet dragen op grond van bijvoorbeeld medische aandoeningen of tijdens pauzemomenten en sportactiviteiten.

De scholen kunnen nieuw pedagogisch materiaal ter beschikking stellen van de leerlingen thuis en kunnen leerlingen die het voorwerp moeten uitmaken van een specifieke opvolging omwille van problemen op school of bijzondere leerbehoeften individueel uitnodigen.

De internaten, opvangtehuizen en permanente opvangtehuizen blijven open. Bijzondere organisatiemodaliteiten kunnen voor deze inrichtingen voorzien worden.

De instellingen van hoger onderwijs en het onderwijs voor sociale promotie mogen hun lessen en activiteiten hervatten overeenkomstig de richtlijnen van de Gemeenschappen en de bijkomende maatregelen voorzien door de federale regering. Enkel indien de configuratie van de infrastructuur het toelaat, kunnen de Gemeenschappen beslissen om het deeltijds kunstonderwijs te hernemen voor beperkte activiteiten.

ART 7.

Niet essentiële reizen vanuit en naar België zijn verboden.

In afwijking van het eerste lid en onverminderd artikel 5bis :
- is het toegelaten om familieleden die wonen in buurlanden te bezoeken, evenals om te winkelen in een buurland;
- is het vanaf 15 juni 2020 toegelaten om te reizen naar alle landen van de Europese Unie, van de Schengenzone en naar het Verenigd Koninkrijk, en om vanuit deze landen naar België te reizen;
- is het vanaf 1 juli 2020 toegelaten om zomerkampen te organiseren tot maximum 150 kilometer van de Belgische grenzen.

ART 8.

...

ART 8bis.

§ 1. Onverminderd andersluidende bepalingen voorzien door dit besluit, neemt eenieder de nodige maatregelen om de naleving van de regels van social distancing te garanderen, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon, behoudens voor wat betreft de personen die onder hetzelfde dak wonen onderling, kinderen onderling tot en met de leeftijd van 12 jaar, en voor contacten tussen personeel enerzijds en leerlingen anderzijds binnen het kleuteronderwijs.

§ 2. In afwijking van de eerste paragraaf en onverminderd de verplichting om de social distancing na te leven, is het behoud van de afstand van 1,5m niet vereist tussen personen die elkaar ontmoeten in toepassing van artikel 5bis.

ART 8ter.

Het dragen van een mondmasker of elk ander alternatief in stof om de mond en neus te bedekken, is toegestaan voor gezondheidsdoeleinden in voor het publiek toegankelijke plaatsen.

ART 9.

In het kader van de toepassing van de maatregelen voorgeschreven door dit besluit en voor zover de operationele behoeften het vereisen, worden de afwijkingen van de bepalingen betreffende de organisatie van de arbeids- en rusttijden voorgeschreven door Deel VI, Titel I van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten toegelaten voor de geldigheidsperiode van dit besluit.

ART 10.

Inbreuken op de bepalingen van de volgende artikelen worden beteugeld met de straffen bepaald door artikel 187 van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid :
- artikel 1, met uitzondering van paragraaf 6 en met uitzondering van de bepalingen die betrekking hebben op de relatie tussen de werkgever en de werknemer, of op de verplichtingen van de bevoegde gemeentelijke overheid;
- artikelen 1bis, 4, 5 en 8bis.

ART 11.

De gemeentelijke overheden en de overheden van bestuurlijke politie zijn belast met de uitvoering van dit besluit.

De politiediensten hebben als opdracht toe te zien op de naleving van dit besluit, zo nodig door het uitoefenen van dwang en geweld, overeenkomstig de bepalingen van artikel 37 van de wet op het politieambt.

ART 12.

Het ministerieel besluit van 18 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID - 19 te beperken, wordt opgeheven.

ART 13.

Behoudens andersluidende bepaling zijn de maatregelen voorzien in dit besluit van toepassing tot en met 30 juni 2020.

ART 14.

 Dit besluit treedt in werking vanaf de publicatie in het Belgisch Staatsblad.

BIJLAGE Bijlage

Handelszaken, private en publieke bedrijven en diensten die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de vitale belangen van de Natie en de behoeften van de bevolking

Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 17 april 2020

De handelszaken, private en publieke bedrijven en diensten die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de vitale belangen van de Natie en de behoeften van de bevolking, zijn de volgende :

-De wetgevende en uitvoerende machten, met al hun diensten;

-De medische zorginstellingen, met inbegrip van de diensten voor preventieve gezondheidszorg;

-De diensten voor zorg, opvang en bijstand voor oudere personen, voor minderjarigen, voor mindervalide personen en voor kwetsbare personen, met inbegrip van slachtoffers van intrafamiliaal en seksueel geweld;

-De instellingen, diensten en bedrijven die verantwoordelijk zijn voor toezicht, controle en crisisbeheer voor milieuzorg en gezondheidszorg;

-De asiel en migratiediensten met inbegrip van asielopvang en detentie in het kader van gedwongen terugkeer;

-De integratie en inburgeringsdiensten;

-De telecominfrastructuur en -diensten (met inbegrip van het vervangen en verkopen van telefoontoestellen, modems, simkaarten en het uitvoeren van installaties) en digitale infrastructuur;

-De media, de journalisten en de diensten van de communicatie;

-De diensten voor de afvalophaling en -verwerking;

-De hulpverleningszones;

-De diensten en bedrijven voor het beheer van vervuilde gronden;

-De diensten van private en bijzondere veiligheid;

-De politiediensten;

-De diensten van de medische hulpverlening en de dringende medische hulpverlening;

-Defensie en de veiligheids- en defensie-industrie;

-De Civiele Bescherming;

-De inlichtingendiensten- en veiligheidsdiensten, met inbegrip van het OCAD;

-De justitiediensten en de beroepen die daaraan verbonden zijn : justitiehuizen, magistratuur en penitentiaire instellingen, jeugdinstellingen, elektronisch toezicht, gerechtsdeskundigen, gerechtsdeurwaarders, gerechtspersoneel, vertalers-tolken, advocaten, met uitzondering van psycho-medische-sociale centra voor het herstel in het recht tot sturen.

-De Raad van State en de administratieve rechtscolleges;

-Het Grondwettelijk Hof;

-De internationale instellingen en diplomatieke posten;

-De noodplannings- en crisisbeheerdiensten, met inbegrip van Brussel Preventie en Veiligheid;

-De Algemene Administratie van douane en accijnzen;

-De omgevingen van kinderopvang en scholen, met het oog op het organiseren van opvang, internaten, opvangtehuizen en permanente zorginstellingen;

-De universiteiten en hogescholen;

-De taxidiensten, de diensten van het openbaar vervoer, het spoorvervoer van personen en goederen, andere vervoersmodi van personen en goederen en logistiek, en de essentiële diensten ter ondersteuning van deze transportmodi.

-De leveranciers en transporteurs van brandstoffen, en de leveranciers van brandhout;

-De handelszaken en bedrijven die tussenkomen in het kader van de agro-voedselketen, dierenvoeding, de voedingsnijverheid, land- en tuinbouw, productie van meststoffen en andere essentiële grondstoffen voor de agro-voedingsindustrie en visserij;

-Dierenartsen, inseminatoren voor de veeteelt en dienst van vilbeluik;

-Diensten voor de verzorging, opvang en het asiel van dieren;

-Dierenvervoer;

-De bedrijven actief in het kader van de productie van persoonlijke hygiëne producten;

-De productieketens die niet kunnen worden stilgelegd omwille van technische of veiligheidsredenen;

-De verpakkingsindustrie verbonden aan de toegelaten activiteiten;

-De apotheken en farmaceutische industrie;

-De hotels;

-De dringende pech- en herstellingsdiensten en naverkoopdiensten voor voertuigen (inclusief fietsen), alsook het ter beschikking stellen van vervangwagens;

-De diensten die essentieel zijn voor dringende herstellingen die een veiligheids- of hygiënerisico inhouden;

-De bedrijven actief in de sector van de schoonmaak, het onderhoud en de herstelling voor de andere cruciale sectoren en essentiële diensten;

-De postdiensten;

-De begrafenisondernemingen, grafdelvers en crematoria;

-De overheidsdiensten en -infrastructuur die een rol hebben in de essentiële dienstverlening van de toegelaten categorieën;

-De waterhuishouding;

-De inspectie- en controlediensten;

-De sociale secretariaten;

-De noodcentrales en ASTRID;

-De meteo- en weerdiensten;

-De uitbetalingsinstellingen van sociale prestaties;

-De energiesector (gas, elektriciteit, en olie) : opbouw, productie, raffinaderij, opslag, transmissie, distributie, markt;

-De watersector : drinkwater, zuivering, winning, distributie, en het oppompen;

-De chemische industrie, inclusief contracting en onderhoud;

-De productie van medische instrumenten;

-De financiële sector : banken, elektronisch betalingsverkeer en alle diensten die hiervoor nuttig zijn, handel in effecten, financiële markinfrastructuur, buitenlandse handel, diensten die instaan voor de bevoorrading van cash geld, geldtransporten, geldverwerkers en de financiële berichtgeving tussen banken, de diensten verricht door accountants, belastingconsulenten, erkende boekhouders en erkende boekhouder-fiscalisten;

-De verzekeringssector;

-De grondstations van ruimtevaartsystemen;

-De productie van radio-isotopen;

-Het wetenschappelijk onderzoek van vitaal belang;

-Het nationaal, internationaal transport en logistiek;

-Het luchtvervoer, de luchthavens en de essentiële diensten ter ondersteuning van het luchtvervoer, de grondafhandeling, de luchthavens, de luchtvaartnavigatie en de luchtverkeersleiding en -planning;

-De havens, maritiem vervoer, estuaire vaart, short sea shipping, goederenvervoer over water, binnenvaart en de essentiële diensten ter ondersteuning hiervan;

-De nucleaire en radiologische sector;

-De cementindustrie.
 

Voor de private sector, wordt bovenstaande lijst vertaald naar de paritaire comités. Beperkingen
102.9 Subcomité van de groeven van kalksteen en kalkovens  
104 Paritair comité voor de ijzernijverheid Volcontinu bedrijven.
105 Paritair comité voor non-ferro metalen Volcontinu bedrijven.
106 Paritair comité voor het cementbedrijf Beperkt tot de productieketting van de ovens op hoge temperaturen (belangrijk voor afvalverwerking).
109 Paritair comité voor het kleding- en confectiebedrijf Beperkt tot :
-de productie van medisch textiel gebruikt in ziekenhuizen en zorginstellingen;
-de toelevering van medisch textiel en medische kledij aan ziekenhuizen en zorginstellingen en
-de toelevering van cleanroom kledij aan farmaceutische bedrijven.
110 Paritair comité voor textielverzorging  
111 Paritair comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw Beperkt tot :
-productie, toelevering, onderhoud en herstelling van landbouwmachines en installaties van bedrijven behorende tot de cruciale sectoren en essentiële diensten;
-de veiligheids- en defensie-industrie en
-de productie van materiaal voor de medische en (para)farmaceutische industrie.
112 Paritair comité voor het garagebedrijf Beperkt tot takeldiensten en hersteldiensten.
113 Paritair comité voor het ceramiekbedrijf Beperkt tot continue ovens.
113.04 Paritair subcomité voor de pannenbakkerijen Beperkt tot continue ovens.
114 Paritair comité voor de steenbakkerij Beperkt tot continue ovens.
115 Paritair comité voor het glasbedrijf Beperkt tot continue vuurovens.
116 Paritair comité voor de scheikundige nijverheid  
117 Paritair comité voor de petroleumnijverheid en -handel  
118 Paritair comité voor de voedingsnijverheid  
119 Paritair comité voor de handel in voedingswaren  
120 Paritair comité voor de textielnijverheid Beperkt tot :
-de sector van de persoonlijke hygiëne producten, waaronder incontinentieproducten, babyluiers en dameshygiëneproducten;
-de productie van medisch textiel gebruikt in ziekenhuizen en zorginstellingen;
-de toelevering van medisch textiel en medische kledij aan ziekenhuizen en zorginstellingen en
-de toelevering van cleanroom kledij aan farmaceutische bedrijven.
121 Paritair comité voor de schoonmaak Beperkt tot :
-enerzijds de schoonmaak in de bedrijven van de cruciale sectoren en in de essentiële diensten en anderzijds tot de dringende werkzaamheden en tussenkomsten;
-de ophaling van afvalstoffen bij bedrijven;
-de ophaling van huishoudelijk en/of niet-huishoudelijk afval van alle producenten en
- de dringende werkzaamheden en tussenkomsten van schoorsteenvegers.
124 Paritair comité voor het bouwbedrijf Beperkt tot de dringende werkzaamheden en tussenkomsten.
125 Paritair comité voor de houtnijverheid Beperkt tot houten verpakkingen en paletten en producenten en leveranciers van brandstoffen op basis van hout of derivaten van hout.
126 Paritair comité voor de stoffering en houtbewerking Beperkt tot houten verpakkingen, paletten, producenten en leveranciers van brandstoffen op basis van hout of derivaten van hout en tot de productie en toelevering van (elementen van) doodskisten.
127 Paritair comité voor de handel in brandstoffen  
129 Paritair comité voor de voortbrenging van papierpap, papier en karton Beperkt tot de verpakkingen uit papier en karton, tot zakdoekjes en toiletpapier, evenals tot papier voor kranten alsook tot grafisch papier en papierpulp.
130 Paritair comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijf Beperkt tot :
-drukken van dag- en weekblad en
-drukken van toepassingen (etiketten, labels) nodig voor de voedings- en agro-industrie, en het drukken van bijsluiters en verpakkingen voor de farmaceutische industrie.
132 Paritair comité voor ondernemingen van technische land- en tuinbouwwerken  
136 Paritair comité voor de papier en kartonbewerking Beperkt tot de verpakkingen uit papier en karton, tot zakdoekjes en toiletpapier, evenals tot papier voor kranten.
139 Paritair comité voor de binnenscheepvaart  
140 Paritair comité voor het vervoer en de logistiek
Subcomités : 140.01,140.03, 140.04
Beperkt tot personenvervoer, wegvervoer, spoorvervoer, logistiek en grondafhandeling voor luchthavens.
140.05 Paritair subcomité voor de verhuizing Beperkt tot verhuizingen, voor zover ze dringend en noodzakelijk zijn, of verbonden met medische, sanitaire of ziekenhuisnoden.
142 Paritair comité voor de ondernemingen waar teruggewonnen grondstoffen opnieuw ter waarde worden gebracht
Subcomités : 142.01, 142.02, 142.03, 142.04
Beperkt tot afvalophaling en/of -verwerking.
143 Paritair comité voor de zeevisserij  
144 Paritair comité voor de landbouw  
145 Paritair comité voor het tuinbouwbedrijf  
149.01 Paritair subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie Beperkt tot de dringende werkzaamheden en tussenkomsten.
149.03 Paritair subcomité voor de edele metalen Beperkt tot machineonderhoud en herstellingen.
149.04 Paritair subcomité voor de metaalhandel Beperkt tot onderhoud en herstelling.
152 Paritair comité voor de gesubsidieerde inrichtingen van het vrij onderwijs
Subcomités : 152.01, 152.02
 
200 Aanvullend Paritair comité voor de bedienden Beperkt tot de bedienden noodzakelijk bij onderhoud, herstelling, productie en toelevering van bedrijven die behoren tot de cruciale sectoren en de essentiële diensten.
201 Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandel Beperkt tot voeding en dierenvoeding, doe-het-zelfzaken (algemeen assortiment) en tuincentra.
202 Paritair comité voor de bedienden uit de kleinhandel in voedingswaren  
202.01 Paritair subcomité voor de middelgrote levensmiddelenbedrijven  
207 Paritair comité voor de bedienden uit de scheikundige nijverheid  
209 Paritair comité voor de bedienden der metaalfabrikatennijverheid Beperkt tot :
-productie, toelevering, onderhoud en herstelling van installaties van bedrijven behorende tot de cruciale sectoren en de essentiële diensten;
-de veiligheids- en defensie-industrie en
- de productie van materiaal voor de medische en (para)farmaceutische industrie.
210 Paritair comité voor de bedienden van de ijzernijverheid  
211 Paritair comité voor de bedienden uit de petroleumnijverheid en -handel  
220 Paritair comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid  
221 Paritair comité voor de bedienden uit de papiernijverheid Beperkt tot de verpakkingen uit papier en karton, tot zakdoekjes en toiletpapier, evenals tot papier voor kranten, alsook tot grafisch papier en papierpulp.
222 Paritair comité voor de bedienden van de papier- en kartonbewerking Beperkt tot de verpakkingen uit papier en karton, tot zakdoekjes en toiletpapier, evenals tot papier voor kranten, alsook tot grafisch papier en papierpulp.
224 Paritair comité voor de bedienden van de non-ferro metalen Volcontinu bedrijven.
225 Paritair comité voor de bedienden van de inrichtingen van het gesubsidieerd vrij onderwijs
Subcomités : 225.01, 225.02
 
226 Paritair comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek  
227 Paritair comité voor de audiovisuele sector Beperkt tot radio en televisie.
301 Paritair comité voor het havenbedrijf  
302 Paritair comité voor het hotelbedrijf Beperkt tot de hotels.
304 Paritair comité voor de vermakelijkheidsbedrijven Beperkt tot radio en televisie.
309 Paritair comité voor de beursvennootschappen  
310 Paritair comité voor de banken Beperkt tot essentiële bankverrichtingen.
311 Paritair comité voor de grote kleinhandelszaken Beperkt tot voeding en dierenvoeding, doe-het-zelfzaken (algemeen assortiment) en tuincentra.
312 Paritair comité voor de warenhuizen  
313 Paritair comité voor de apotheken en tarificatiediensten  
315 Paritair comité voor de handelsluchtvaart (en subcomités)  
316 Paritair comité voor koopvaardij  
317 Paritair comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten  
318 Paritair comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp (en subcomités)  
319 Paritair comité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen (en subcomités)  
320 Paritair comité voor de begrafenisondernemingen  
321 Paritair comité voor de groothandelaars-verdelers in geneesmiddelen  
322 Paritair comité voor de uitzendarbeid en erkende ondernemingen die buurtwerken of- diensten leveren Beperkt tot zorg en welzijnswerk aan kwetsbare doelgroepen.
326 Paritair comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf  
327 Paritair comité voor de beschutte werkplaatsen, de sociale werkplaatsen en de maatwerkbedrijven Beperkt tot toelevering van bedrijven behorende tot de cruciale sectoren en de essentiële diensten.
328 Paritair comité voor het stads- en streekvervoer  
329 Paritair comité voor de socioculturele sector Beperkt tot :
-zorg, welzijn (inclusief de hulpverleners en jeugdwelzijnswerkers) en voedselbedeling;
-de monumentenwacht en
-niet-commerciële radio en televisie.
330 Paritair comité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten  
331 Paritair comité voor de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector  
332 Paritair comité voor de Franstalige en Duitstalige welzijns- en gezondheidssector  
335 Paritair comité voor de dienstverlening aan en de ondersteuning van het bedrijfsleven en de zelfstandigen Beperkt tot de sociale secretariaten en de sociale verzekeringsfondsen, de kinderbijslagkassen en de ondernemingsloketten.
336 Paritair comité voor de vrije beroepen  
337 Aanvullend paritair comité voor de non-profitsector Beperkt tot :
-zorg en welzijnswerk aan kwetsbare doelgroepen;
-het Instituut voor Tropische Geneeskunde en
-de mutualiteiten.
339 Paritair comité voor de erkende maatschappijen voor sociale huisvesting (en subcomités)  
340 Paritair comité voor de orthopedische technologieën