Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis

  • goedkeuringsdatum
    08/05/2020
  • publicatiedatum
    B.S.14/05/2020
  • zie ook
  • datum laatste wijziging
    02/06/2020

COORDINATIE

(1) Decr. van 29/05/2020 (B.S. 02/06/2020)

Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt:

DECREET tot het nemen van dringende en tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis

HOOFDSTUK 1. — Inleidende bepaling

Artikel 1.

Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

HOOFDSTUK 2. — Afwijking van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997

Art. 2.

In afwijking van artikel 15, § 1, eerste lid, 5°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 is de opmaak van een tijdelijk verslag mogelijk als het handelingsgericht diagnostisch traject dat nodig is voor de opmaak van een verslag, niet tijdig en volledig tegen de start van het schooljaar 2020-2021 gefinaliseerd kon worden met de vereiste diagnostiek. Dat tijdelijke verslag is op het moment van de eerste lesbijwoning van het schooljaar 2020-2021 beschikbaar. Voor de opmaak van een tijdelijk verslag hoeft niet voldaan te worden aan de voorwaarden betreffende diagnostiek, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 2°, 3°, 4°, 6°, 7° en 8°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997. Het tijdelijke verslag kan worden opgemaakt voor een instap in het buitengewoon onderwijs of de opstart van een IAC in het gewoon onderwijs bij de start van het schooljaar 2020-2021, of als het type van een al bestaand verslag gewijzigd wordt met het oog op de start van het schooljaar 2020-2021. Het tijdelijke verslag wordt in een definitief verslag omgezet zodra de vereiste diagnose beschikbaar is. Als de vereiste diagnose niet wordt afgeleverd, wordt het tijdelijke verslag bij de start van het schooljaar 2021-2022 van rechtswege opgeheven.

Art. 3.

In afwijking van artikel 32, § 3, van hetzelfde decreet heeft elke beslissing die sinds 1 februari 2020 wordt genomen tot definitieve uitsluiting van het recht om als leerling de lessen en activiteiten te volgen, pas uitwerking vanaf 31 augustus 2020, tenzij de leerling in kwestie voor de resterende periode van het schooljaar 2019-2020 in een andere school is ingeschreven.

Een leerling die op basis van het eerste lid uitgesloten wordt op 31 augustus 2020, volgt het geheel van de lessen en activiteiten en wordt geëvalueerd onder een vorm zoals bepaald door de klassenraad.

Art. 4.

In afwijking van artikel 37 van hetzelfde decreet kan het schoolbestuur of zijn gemandateerde na het heropstarten van de lessen en activiteiten die met ingang van 13 maart 2020 werden geschorst als gevolg van de ministeriële besluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID19 te beperken, uitgevaardigd door de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, voor de resterende periode van het schooljaar 2019-2020 zonder akkoord van de ouders evaluatiemaatregelen nemen die verschillen van de bepalingen van het schoolreglement. De gewijzigde maatregelen worden schriftelijk of elektronisch aan de ouders gecommuniceerd.

Als die gewijzigde evaluatiemaatregelen gevolgen hebben voor het personeel, wordt daarover vooraf overleg gepleegd met de lokale personeelsvertegenwoordiging.

Art. 5.

In afwijking van artikel 37/2, eerste lid, 1°, a), van hetzelfde decreet wordt voor het schooljaar 2019-2020 de termijn voor indiening van het beroep die in het schoolreglement is opgenomen, verlengd met het aantal dagen dat de beslissing over het toekennen van het getuigschrift basisonderwijs conform artikel 12 van dit decreet later dan 30 juni 2020 aan de ouders is meegedeeld.

Art.6.

In afwijking van artikel 37bis van hetzelfde decreet gelden voor inschrijvingen die plaatsvinden in het schooljaar 2019-2020 de volgende regels:

1° inschrijvingen in het schooljaar 2019-2020 voor het schooljaar 2019-2020 en het schooljaar 2020-2021 waarvoor de fysieke aanwezigheid van de ouders of leerlingen op school vereist is, worden opgeschort vanaf 16 maart 2020 tot en met de datum die de minister, bevoegd voor het onderwijs en de vorming, vaststelt. Pas na die vastgestelde datum kunnen de fysieke inschrijvingen opnieuw starten, rekening houdend met de ministeriële besluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, uitgevaardigd door de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken;

2° inschrijvingen in het gewoon en buitengewoon basisonderwijs onderwijs die plaatsvinden in het schooljaar 2019-2020 voor het schooljaar 2019-2020 en het schooljaar 2020-2021 en waarvoor de fysieke aanwezigheid van de ouders of leerlingen op school vereist is, worden opgeschort vanaf 16 maart 2020 tot en met datum die de minister, bevoegd voor het onderwijs en de vorming, vaststelt. Pas na die vastgestelde datum kunnen de fysieke inschrijvingen opnieuw starten, rekening houdend met de ministeriële besluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, uitgevaardigd door de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken.

Art. 7.

In afwijking van artikel 37undecies, § 2, derde lid, tweede zin, van hetzelfde decreet leidt elke beslissing die een school sinds 1 februari 2020 heeft genomen voor een leerling voor wie ze de aanpassingen die nodig zijn disproportioneel vindt, tot een ontbinding van de inschrijving van die leerling voor het schooljaar 2020-2021, tenzij de leerling in kwestie voor de resterende periode van het schooljaar 2019-2020 in een andere school is ingeschreven.

Art. 8.

In aanvulling op artikel 37vicies quater van hetzelfde decreet garandeert het schoolbestuur het recht van inschrijving van een gunstig gerangschikte leerling minstens tot en met zeven dagen na de startdatum die de minister, bevoegd voor het onderwijs en de vorming, vaststelt. Pas na die vastgestelde datum kunnen de fysieke inschrijvingen opnieuw starten, rekening houdend met de ministeriële besluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID19 te beperken en uiterlijk tot en met 7 juli 2020, uitgevaardigd door de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken.

Art. 9.

In artikel 37vicies quinquies van hetzelfde decreet wordt afgeweken en gewijzigd als volgt:

§ 1. In afwijking van artikel 37vicies quinquies van hetzelfde decreet geldt: 1° voor de inschrijvingen in het gewoon en buitengewoon basisonderwijs die plaatsvinden in het schooljaar 2019-2020 voor het schooljaar 2020-2021:

a) melden een schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP een aanmeldingsprocedure aan de hand van een standaarddossier, aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap. De CLR stelt een standaarddossier ter beschikking;

b) sluiten een schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP alsnog aan bij een al door de CLR goedgekeurde aanmeldingsprocedure. Het schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP melden dat aan de CLR;

2° voor de inschrijvingen in het gewoon en buitengewoon basisonderwijs die plaatsvinden in het schooljaar 2019-2020 voor het schooljaar 2020-2021, kunnen het schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP ervoor kiezen om de al goedgekeurde procedure te wijzigen. Het schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP dienen de gewijzigde procedure in bij de CLR.

§ 2. Aan artikel 37vicies quinquies, § 1, van hetzelfde decreet wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:

“In afwijking van het eerste lid kunnen een schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP uiterlijk op 15 november 2020 een voorstel van aanmeldingsprocedure voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2021-2022 aan de CLR voorleggen.”.

Art. 10.

In artikel 37vicies sexies, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 juni 2012 en gewijzigd bij de decreten van 21 december 2018 en 22 november 2019, wordt de datum “31 januari 2020” vervangen door de datum “31 januari 2021”.

Art. 11.

In afwijking van artikel 44ter van hetzelfde decreet is de afname van de gevalideerde toetsen op het einde van het schooljaar 2019-2020 optioneel. Over de beslissing om de gevalideerde proeven al dan niet af te nemen wordt overleg gepleegd met de lokale personeelsvertegenwoordiging.

Art. 12.

In afwijking van artikel 55 van hetzelfde decreet kan voor het schooljaar 2019-2020 na overleg met de lokale personeelsvertegenwoordiging de beslissing over het toekennen van het getuigschrift uiterlijk op 7 juli aan de ouders meegedeeld worden. De ouders worden dan geacht die beslissing uiterlijk op 8 juli in ontvangst te hebben genomen.

Art. 13.

In afwijking van artikel 63, § 1, van hetzelfde decreet dient het schoolbestuur dat voor de school de voorlopige erkenning voor het schooljaar 2020-2021 wil verkrijgen, uiterlijk op 1 juni 2020 een aanvraag in bij AGODI.

Art. 14.

In afwijking van artikel 68, § 2, van hetzelfde decreet dient het schoolbestuur dat voor de school financiering of subsidiëring voor het schooljaar 2020-2021 wil verkrijgen, uiterlijk op 1 juni 2020 een aanvraag in bij AGODI.

Art. 15.

In afwijking van artikel 87, § 4, 109, § 5, 114, § 3, 125duodecies, § 2, 125duodecies1, § 2, 4°, en 137bis, § 4, van hetzelfde decreet worden voor het bepalen van het gemiddelde aantal regelmatige leerlingen van type 5-scholen met het oog op het schooljaar 2021-2022 de woorden “periode van twaalf maanden die voorafgaat aan de eerste schooldag van februari” telkens gelezen als de woorden “periode van vijf maanden die voorafgaat aan de eerste schooldag van februari”.

Als het gemiddelde aantal regelmatige leerlingen dat met toepassing van het eerste lid wordt verkregen, lager is dan het aantal dat voor het schooljaar 2020-2021 werd gehanteerd, wordt het aantal van het schooljaar 2020-2021 opnieuw gehanteerd.

HOOFDSTUK 3. — Afwijking van het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad

Art. 16.

In afwijking van artikel 21, 7°, a), van het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad worden alle maatregelen met betrekking tot de leerlingenevaluatie die het schoolbestuur of zijn gemandateerde voor het schooljaar 2019-2020 neemt na het heropstarten van de lessen en activiteiten die met ingang van 13 maart 2020 werden geschorst als gevolg van de ministeriële besluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, uitgevaardigd door de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, voor zover die verschillen van de bepalingen in het schoolreglement, ter kennisgeving aan de schoolraad bezorgd. Als de gewijzigde evaluatiemaatregelen gevolgen voor het personeel hebben, wordt daarover vooraf overleg gepleegd met de lokale personeelsvertegenwoordiging.

HOOFDSTUK 4. — Afwijking van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap.

Art. 17.

Voor de toepassing van artikel 44, tweede lid, 1°, van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap worden voor studenten die een geldige huurovereenkomst voor het academiejaar 2019-2020 kunnen voorleggen waarvan de begindatum voor 1 maart 2020 en de einddatum na 1 maart 2020 valt, en die hun huurovereenkomst hebben opgezegd voor de einddatum die in de huurovereenkomst wordt vermeld, de maanden maart, april, mei en juni 2020 ook in aanmerking genomen voor de berekening van de minimumduur van de huurovereenkomst.

HOOFDSTUK 5. — Afwijking van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs

Art. 18.

In afwijking van artikel 28 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, kan het volwassenenonderwijs als afstandsonderwijs georganiseerd worden voor de resterende periode van het schooljaar 2019-2020 na de schorsing met ingang van 13 maart 2020 van de lessen en activiteiten als gevolg van de ministeriële besluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, uitgevaardigd door de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken. Afstandsonderwijs voldoet ten minste aan de volgende criteria:

1° het voldoet aan de wettelijke bepalingen van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;

2° het cursusmateriaal en de didactische middelen zijn geschikt voor multimediaal gebruik;

3° de wijze van evalueren is duidelijk omschreven;

4° de deelname van de cursisten wordt systematisch opgevolgd.

HOOFDSTUK 6. — Afwijking van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs

Art. 19.

In afwijking van artikel 215, § 2, tweede lid, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs geldt de termijn van negentig kalenderdagen in de periode van 16 maart 2020 tot en met 31 december 2020 niet voor instellingen en CLB’s die een nieuwe doorlichting zouden krijgen. De onderwijsinspectie bepaalt in overleg met de betrokken instelling of het betrokken CLB een datum voor de nieuwe doorlichting, die volgt na de periode van opschorting van de procedure tot intrekking van de erkenning die de Vlaamse Regering aan het bestuur heeft meegedeeld. De doorlichting vindt uiterlijk plaats op 31 december 2020.

HOOFDSTUK 7 . — Afwijking van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010

Art. 20.

In afwijking van artikel 14, § 2, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 dient het schoolbestuur uiterlijk op 1 juni 2020 een aanvraag in tot erkenning en eventueel financiering van structuuronderdelen in het kader van de oprichting per 1 september 2020 van een school die niet het gevolg is van een herstructurering van bestaande scholen.

Art. 21.

In afwijking van artikel 15, § 2, van dezelfde codex dient het schoolbestuur uiterlijk op 1 juni 2020 een aanvraag in tot financiering van structuuronderdelen in het kader van de oprichting per 1 september 2020 van een school die niet het gevolg is van een herstructurering van bestaande scholen.

Art. 22.

In artikel 110/0 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 22 november 2019, wordt de zinsnede “2019-2020 en 2020-2021” vervangen door de zinsnede “2019-2020, 2020-2021 en 2021-2022”.

Art. 23.

In afwijking van artikel 110/1 van dezelfde codex gelden voor inschrijvingen die plaatsvinden in het schooljaar 2019-2020 de volgende regels:

1° inschrijvingen voor het schooljaar 2019-2020 en het schooljaar 2020-2021 in het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs die plaatsvinden tijdens het schooljaar 2019-2020 en waarvoor de fysieke aanwezigheid van de ouders of leerlingen op school vereist is, worden opgeschort vanaf 16 maart 2020 tot en met de datum die de minister, bevoegd voor het onderwijs en de vorming, vaststelt. Pas na die vastgestelde datum kunnen de fysieke inschrijvingen opnieuw starten, rekening houdend met de ministeriële besluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID19 te beperken, uitgevaardigd door de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken;

2° inschrijvingen voor het schooljaar 2019-2020 en het schooljaar 2020-2021 die plaatsvinden tijdens het schooljaar 2019-2020 in het eerste leerjaar van de eerste graad van het gewoon secundair onderwijs en in het buitengewoon secundair onderwijs en waarvoor de fysieke aanwezigheid van de ouders of leerlingen op school vereist is, worden opgeschort vanaf 16 maart 2020 tot en met de datum die de minister, bevoegd voor het onderwijs en de vorming, vaststelt. Pas na die vastgestelde datum kunnen de fysieke inschrijvingen opnieuw starten, rekening houdend met de ministeriële besluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, uitgevaardigd door de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken;

3° inschrijvingen in de hogere leerjaren van het gewoon secundair onderwijs die niet onder de toepassing van punt 2 vallen en inschrijvingen in de leertijd die plaatsvinden tijdens het schooljaar 2019-2020 voor het schooljaar 2020-2021 worden tot en met 17 mei 2020 opgeschort. Als op 18 mei 2020 de regelmatige onderwijsverstrekking door en in de onderwijsinstellingen nog niet kan worden hervat of als het door een samenscholingsverbod of vanwege de civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid onmogelijk is om inschrijvingen te organiseren waarbij de fysieke aanwezigheid van de ouders of leerlingen vereist is, kan een schoolbestuur beslissen om de inschrijvingen te laten verlopen zonder dat de fysieke aanwezigheid van de ouders of leerlingen op school vereist is.

In afwijking van de data, vermeld in punt 3°, kan de minister, bevoegd voor het onderwijs en de vorming, ook een latere datum bepalen waarop inschrijvingen opnieuw kunnen starten, rekening houdend met de ministeriële besluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, uitgevaardigd door de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken.

Art. 24.

In afwijking van artikel 110/11, § 2, derde lid, tweede zin, van dezelfde codex leidt elke beslissing die een school sinds 1 februari 2020 heeft genomen en waarbij ze oordeelt dat de aanpassingen die nodig zijn voor de leerling, disproportioneel zijn, tot een ontbinding van de inschrijving van die leerling voor het schooljaar 2020-2021, tenzij de leerling in kwestie alsnog voor de resterende periode van het schooljaar 2019-2020 in een andere school is ingeschreven.

Art. 25.

In aanvulling op artikel 110/24 van dezelfde codex garandeert het schoolbestuur het recht van inschrijving van een gunstig gerangschikte leerling minstens tot en met zeven dagen na de startdatum die de minister, bevoegd voor het onderwijs en de vormig, heeft vastgesteld. Pas na die vastgestelde startdatum kunnen de fysieke inschrijvingen opnieuw starten, rekening houdend met de ministeriële besluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, uitgevaardigd door de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, en uiterlijk tot en met 7 juli 2020.

Art. 26.

In artikel 110/25 van dezelfde codex wordt afgeweken en gewijzigd als volgt:

§ 1. In afwijking van artikel 110/25 van dezelfde codex geldt:

1° voor de inschrijvingen in het eerste leerjaar A of het eerste leerjaar B in het gewoon secundair onderwijs of in het buitengewoon onderwijs die plaatsvinden in het schooljaar 2019-2020 voor het schooljaar 2020-2021:

a) melden een schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP een aanmeldingsprocedure aan de hand van een standaarddossier aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap. De CLR stelt een standaarddossier ter beschikking;

b) sluiten een schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP zich alsnog aan bij een al door de CLR goedgekeurde aanmeldingsprocedure. Het schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP melden dat aan de CLR;

2° voor de inschrijvingen in het eerste leerjaar A of het eerste leerjaar B in het gewoon secundair onderwijs of in het buitengewoon onderwijs die plaatsvinden in het schooljaar 2019-2020 voor het schooljaar 2020-2021 kunnen het schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP ervoor kiezen om de al goedgekeurde procedure te wijzigen. Het schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP dienen de gewijzigde procedure in bij de CLR.

§ 2. Aan artikel 110/25, § 1, van dezelfde codex wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:

“In afwijking van het eerste lid kunnen een schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP uiterlijk op 15 november 2020 een voorstel van aanmeldingsprocedure voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2021-2022 aan de CLR voorleggen.”.

Art. 27.

In artikel 110/26, § 1, van dezelfde codex, bekrachtigd bij het decreet van 27 mei 2011, ingevoegd bij het decreet van 8 juni 2012 en gewijzigd bij de decreten van 21 december 2018 en 22 november 2019, wordt het jaartal “2020” vervangen door het jaartal “2021”.

Art. 28.

In afwijking van artikel 110/30, § 1, tweede lid, van dezelfde codex wordt voor een leerplichtige die vóór 1 januari 2020 de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, de periode om via de examencommissie een getuigschrift of diploma van het secundair onderwijs te behalen verlengd tot en met 1 maart 2021.

Art. 29.

In afwijking van artikel 111, § 1bis, van dezelfde codex kan het schoolbestuur of zijn gemandateerde na het heropstarten van de lessen en activiteiten die met ingang van 13 maart 2020 werden geschorst als gevolg van de ministeriële besluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, uitgevaardigd door de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, voor de resterende periode van het schooljaar 2019-2020 zonder akkoord van de betrokken personen, ter uitvoering van artikel 112, eerste lid, 9°, van dezelfde codex, evaluatiemaatregelen nemen die verschillen van de bepalingen in het schoolreglement. Als die evaluatiemaatregelen gevolgen voor het personeel hebben, wordt daarover vooraf overleg gepleegd met de lokale personeelsvertegenwoordiging. De gewijzigde maatregelen worden schriftelijk of elektronisch aan de betrokken personen gecommuniceerd.

Art. 30.

In afwijking van artikel 123/10, § 1, 2°, van dezelfde codex heeft elke beslissing die sinds 1 februari 2020 wordt genomen tot definitieve uitsluiting van het recht om als leerling het geheel van de vorming werkelijk en regelmatig verder te volgen in de onderwijsinstelling, pas uitwerking vanaf 31 augustus 2020, tenzij de leerling in kwestie voor de resterende periode van het schooljaar 2019-2020 in een andere school is ingeschreven.

Een leerling die op basis van het eerste lid uitgesloten wordt op 31 augustus 2020, volgt het geheel van de vorming en wordt geëvalueerd onder een vorm zoals bepaald door de klassenraad.

Art. 31.

In afwijking van artikel 256/4, § 5, van dezelfde codex wordt de geldigheidsduur van het resultaat van een afgelegd examen met één kalenderjaar verlengd in de gevallen waarin het bereiken van de zeven kalenderjaren valt in de periode van 15 maart tot en met 31 december 2020.

Art. 32.

In afwijking van artikel 277, § 1, tweede lid, van dezelfde codex wordt voor de ziekenhuisscholen voor het schooljaar 2020-2021 de datum, vermeld in artikel 271, gelijkgesteld aan de periode van dertig kalenderdagen die voorafgaat aan 1 oktober 2020, en wordt de berekeningswijze gebaseerd op de gemiddelde aanwezigheid van de regelmatige leerlingen.

Als dat gemiddelde aantal regelmatige leerlingen lager is dan in het schooljaar 2019-2020, wordt het aantal van het schooljaar 2019-2020 in aanmerking genomen.

Art. 33.

In afwijking van artikel 294, § 2, 1°, e), en 2°, f), van dezelfde codex is de opmaak van een tijdelijk verslag mogelijk als het handelingsgericht diagnostisch traject dat nodig is voor de opmaak van een verslag, niet tijdig en volledig tegen de start van het schooljaar 2020-2021 gefinaliseerd kon worden met de vereiste diagnostiek. Het tijdelijke verslag is op het moment van de eerste lesbijwoning van het schooljaar 2020-2021 beschikbaar. Voor de opmaak van een tijdelijk verslag hoeft niet voldaan te worden aan de voorwaarden betreffende de diagnostiek, vermeld in artikel 259, § 1, 2°, 3°, 4°, 6°, 7° en 8°, van dezelfde codex. Het tijdelijke verslag kan opgemaakt worden voor een instap in het buitengewoon onderwijs of de opstart van een IAC in het gewoon onderwijs bij de start van het schooljaar 2020-2021, of ingeval het type of de opleidingsvorm van een al bestaand verslag gewijzigd wordt met het oog op de start van het schooljaar 2020-2021. Het tijdelijke verslag wordt omgezet in een definitief verslag zodra de vereiste diagnose beschikbaar is. Als de vereiste diagnose niet wordt afgeleverd, wordt het tijdelijke verslag van rechtswege opgeheven bij de start van het schooljaar 2021-2022.

Art. 34.

In afwijking van artikel 299, 2°, van dezelfde codex wordt in het type 5 het aantal bepaald op basis van de gemiddelde aanwezigheid van de regelmatige leerlingen:

1° [1Decr. van 29/05/2020
B.S. 02/06/2020
in het schooljaar 2020-2021:

a) voor scholen die vanaf het schooljaar 2019-2020 in de financiering of subsidiëring zijn opgenomen, gedurende de periode van vijf maanden die voorafgaat aan 1 februari 2020;

b) voor scholen die vanaf het schooljaar 2020-2021 in de financiering of subsidiëring zijn opgenomen, gedurende de periode van dertig kalenderdagen die voorafgaat aan 1 oktober 2020;

c) voor alle andere scholen, gedurende de periode van twaalf maanden die voorafgaat aan 1 februari 2020, als het type tijdens de volledige duur van die periode georganiseerd was of als de school onder de toepassing van artikel 288 van dezelfde codex valt;

1Decr. van 29/05/2020
B.S. 02/06/2020
]

2° in het schooljaar 2021-2022:

a) voor scholen die vanaf het schooljaar 2021-2022 in de financiering of subsidiëring zijn opgenomen, gedurende de periode van dertig kalenderdagen die voorafgaat aan 1 oktober 2021;

b) voor scholen die vanaf het schooljaar 2019-2020 of het schooljaar 2020-2021 in de financiering of subsidiëring zijn opgenomen, gedurende de periode van twaalf maanden die voorafgaat aan 1 oktober 2021;

c) voor alle andere scholen, gedurende de periode van vijf maanden die voorafgaat aan 1 februari 2021 als het type tijdens de volledige duur van die periode georganiseerd was of als de school onder de toepassing van artikel 288 valt.

Als het gemiddelde aantal regelmatige leerlingen, vermeld in het eerste lid, 1°, a) en b), lager is dan het aantal in het schooljaar 2019-2020 wordt het aantal van het schooljaar 2019-2020 in aanmerking genomen.

Als het gemiddelde aantal regelmatige leerlingen, vermeld in het eerste lid, 2°, lager is dan het aantal in het schooljaar 2020-2021 wordt het aantal van het schooljaar 2020-2021 in aanmerking genomen.”

Art. 35.

In afwijking van artikel 357/22 van dezelfde codex kan een leerling in het schooljaar 2019-2020 ingeschreven blijven in een duale opleiding, ook als die leerling tussen 16 maart en 30 juni geen overeenkomst heeft. In dat geval wordt de opleiding volledig georganiseerd via onderwijs bij de aanbieder duaal leren en bedraagt ze minstens 28 opleidingsuren.

De afwijking, vermeld in het eerste lid, is ook van toepassing op de duale structuuronderdelen van het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3 en 4. Voor opleidingsvorm 3 bedraagt de opleiding bij de aanbieder minstens 32 opleidingsuren.

HOOFDSTUK 8. — Afwijking van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013

Art. 36.

In afwijking van artikel II.187, § 3, zesde lid, van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 wordt de lijst met de gunstig gerangschikte kandidaten in 2020 uiterlijk op 15 september 2020 definitief bekendgemaakt.

Art. 37.

In afwijking van artikel II.288, § 2, van dezelfde codex duurt het mandaat van de leden die vanaf 1 april 2020 benoemd worden, drie jaar. Het mandaat is hernieuwbaar.

HOOFDSTUK 9. — Wijziging van het decreet van 17 mei 2019 houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft

Art. 38.

In artikel II.1 van het decreet van 17 mei 2019 houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft, gewijzigd bij decreet van 22 november 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° de zinsnede “2019-2020 en 2020-2021” wordt vervangen door de zinsnede “2019-2020, 2020-2021 en 2021-2022”;

2° het derde lid wordt vervangen door wat volgt: “De bepalingen van hoofdstuk IV/1, IV/2 en IV/3 zijn van toepassing voor de inschrijvingen in het basisonderwijs voor het schooljaar 2022-2023 en de daaropvolgende schooljaren.”.

Art. 39.

In artikel III.5, III.14, § 2, III.21, III.25, III.46, IV.5, IV.6, VI.3, VI.12, VI.15, VI.19 en VI.21 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 22 november 2019, worden de jaartallen “2021-2022” telkens vervangen door de jaartallen “2022-2023”.

Art. 40.

In artikel IV.6 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 22 november 2019, worden de jaartallen “2020-2021” vervangen door de jaartallen “2021-2022”.

Art. 41.

In artikel IV.4 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 22 november 2019, wordt de zinsnede “2021-2022, 2022-2023, 2023-2024 en 2024-2025” vervangen door de zinsnede “2022-2023, 2023-2024, 2024-2025 en 2025-2026”.

Art. 42.

In artikel VII.1 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 22 november 2019, wordt het jaartal “2020” vervangen door het jaartal “2021”.

HOOFDSTUK 10. — Inwerkingtreding

Art. 43.

Dit decreet treedt in werking op de dag na bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van

1° [1Decr. van 29/05/2020
B.S. 02/06/2020
artikel 9, § 2, 10, 22, 26, § 2, 27, 38, 39, 40, 41 en 42, die in werking treden op 1 september 2020;1Decr. van 29/05/2020
B.S. 02/06/2020
]

2° artikel 2, 3, 7, 24, 30 en 33, die uitwerking hebben met ingang van 1 februari 2020;

3° [1Decr. van 29/05/2020
B.S. 02/06/2020
artikel 4, 6, 8, 9, § 1, 16, 19, 23, 25, 26, § 1, 28, 29 en 31, die uitwerking hebben met ingang van 16 maart 2020;1Decr. van 29/05/2020
B.S. 02/06/2020
]

4° artikel 13, 14, 20 en 21, die uitwerking hebben met ingang van 31 maart 2020;

5° artikel 35, dat uitwerking heeft met ingang van 1 april 2020.