Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (II)

  • goedkeuringsdatum
    29 MEI 2020
  • publicatiedatum
    B.S.02/06/2020
  • zie ook
  • datum laatste wijziging
    10/11/2020

COORDINATIE

(1) Decr. van 30/10/2020 (B.S. 10/11/2020) detail
Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IV
;

Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt:

DECREET tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (II)

HOOFDSTUK 1. — Inleidende bepaling

Artikel 1.

Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

HOOFDSTUK 2. — Afwijking van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997

Art. 2.

[1Decr. van 30/10/2020
B.S. 10/11/2020
...1Decr. van 30/10/2020
B.S. 10/11/2020
]

HOOFDSTUK 3. — Afwijking van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs

Art. 3.

In afwijking van artikel 37, tweede lid, 3°, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs kan het centrumbestuur of de gemandateerde ervan na de schorsing van de lessen en activiteiten met ingang van 16 maart 2020 als gevolg van de federale maatregelen, voor de resterende periode van het schooljaar 2019-2020 zonder akkoord van de cursist evaluatiemaatregelen nemen die verschillen van de bepalingen in het centrumreglement. Als die gewijzigde evaluatiemaatregelen gevolgen hebben voor het personeel, wordt er vooraf overleg gepleegd met de lokale personeelsvertegenwoordiging. De cursisten worden schriftelijk of elektronisch van de maatregelen op de hoogte gebracht.

Art. 4.

In afwijking van artikel 64, § 4, van hetzelfde decreet kan de tijdelijke onderwijsbevoegdheid die de Vlaamse Regering toekent voor het schooljaar 2019- 2020, ook tijdens het schooljaar 2020-2021 uitgeoefend worden.

Art. 5.

In afwijking van artikel 86, § 1 en § 2, van hetzelfde decreet kan de beperking van de overdracht van niet-aangewende voltijdequivalenten naar het schooljaar 2020-2021 tot 2% van het totale aantal toegekende voltijdequivalenten voor het schooljaar 2019-2020 overschreden worden, op voorwaarde dat daarover een akkoord wordt bereikt in het lokale comité.

HOOFDSTUK 4. — Afwijking van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010

Art. 6.

Tijdens het schooljaar 2019-2020 kunnen in de instellingen van het secundair onderwijs reguliere vervangingen als vermeld in artikel 22/2, 1°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 worden toegestaan als de afwezigheid start op of na 1 juni 2020:

1° in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel;

2° in een wervingsambt van het opvoedend hulppersoneel;

3° in een wervingsambt van het paramedisch personeel;

4° in een wervingsambt van het orthopedagogisch personeel;

5° in een wervingsambt van het psychologisch personeel;

6° in een wervingsambt van het medisch personeel;

7° in een wervingsambt van het sociaal personeel;

8° in het ambt van opvoeder van het ondersteunend personeel.

Een vervanging als vermeld in het eerste lid eindigt uiterlijk op 30 juni 2020.

Art. 7.

[1Decr. van 30/10/2020
B.S. 10/11/2020
...1Decr. van 30/10/2020
B.S. 10/11/2020
]

Art. 8.

In afwijking van artikel 336, § 1, 4°, van dezelfde codex kan er voor het schooljaar 2019-2020 afgeweken worden van het minimum van 700 uur werkervaring in een regulier bedrijf in de vorm van een leerlingenstage.

HOOFDSTUK 5. — Afwijking van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013

Art. 9.

In afwijking van artikel II.152, vierde lid, 3°, van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 kan in een erkenningsbesluit voor een opleiding van het hoger beroepsonderwijs dat wordt genomen in de periode tussen 1 september 2020 en 31 december 2020, ook de datum worden opgenomen vanaf wanneer de nieuwe opleiding kan worden aangeboden.

HOOFDSTUK 6. — Afwijking van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen

Art. 10.

In afwijking van artikel 17, § 2, eerste lid, van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen is de onderneming geen leervergoeding verschuldigd voor het volgen van de lessen en de activiteiten die gelijkgesteld zijn met lessen gedurende de periode waarin de overeenkomst van alternerende opleiding gedeeltelijk geschorst is ten gevolge van de tijdelijke werkloosheid in de onderneming wegens overmacht als gevolg van de coronamaatregelen.

HOOFDSTUK 7. — Afwijking van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs

Art. 11.

De academies van het deeltijds kunstonderwijs kunnen voor het schooljaar 2019-2020 afwijken van de bepalingen die ze krachtens artikel 58, 2°, 3°, 4°, 7°, 10°, 11° en 13°, en artikel 60 van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs in hun academiereglement hebben opgenomen. Als die gewijzigde evaluatiemaatregelen gevolgen hebben voor het personeel, wordt er vooraf overleg gepleegd met de lokale personeelsvertegenwoordiging. De ouders of meerderjarige leerlingen worden schriftelijk of elektronisch van de maatregelen op de hoogte gebracht.

HOOFDSTUK 8. — Wijziging van het decreet van 8 mei 2020 tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis

Art. 12.

In artikel 34, eerste lid, van het decreet van 8 mei 2020 tot het nemen van dringende en tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis wordt punt 1° vervangen door wat volgt:

“1° in het schooljaar 2020-2021:

a) voor scholen die vanaf het schooljaar 2019-2020 in de financiering of subsidiëring zijn opgenomen, gedurende de periode van vijf maanden die voorafgaat aan 1 februari 2020;

b) voor scholen die vanaf het schooljaar 2020-2021 in de financiering of subsidiëring zijn opgenomen, gedurende de periode van dertig kalenderdagen die voorafgaat aan 1 oktober 2020;

c) voor alle andere scholen, gedurende de periode van twaalf maanden die voorafgaat aan 1 februari 2020, als het type tijdens de volledige duur van die periode georganiseerd was of als de school onder de toepassing van artikel 288 van dezelfde codex valt;”.

Art. 13.

In artikel 43 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° punt 1 ° wordt vervangen door wat volgt:

“1° artikel 9, § 2, 10, 22, 26, § 2, 27, 38, 39, 40, 41 en 42, die in werking treden op 1 september 2020;”;

2° punt 3° wordt vervangen door wat volgt:

“3° artikel 4, 6, 8, 9, § 1, 16, 19, 23, 25, 26, § 1, 28, 29 en 31, die uitwerking hebben met ingang van 16 maart 2020;”.

HOOFDSTUK 8. — Inwerkingtreding

Art. 14.

Dit decreet treedt in werking op de dag na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

Artikel 3, 11 en 13, 2°, hebben uitwerking met ingang van 16 maart 2020.

Artikel 2 en 7 hebben uitwerking met ingang van 18 mei 2020.