Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van extra werkingsbudget voor de scholen van het gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs en van het deeltijds beroepssecundair onderwijs, ter compensatie van geannuleerde schooluitstappen en -reizen en gederfde inkomsten en aan de studentenvoorzieningen van de hogeronderwijsinstellingen ingevolge COVID-19

  • goedkeuringsdatum
    12 JUNI 2020
  • publicatiedatum
    B.S.29/06/2020
  • datum laatste wijziging
    29/06/2020

Rechtsgrond(en)

Dit besluit is gebaseerd op :

- het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel 76.

- het besluit van de Vlaamse Regering houdende de codificatie betreffende het secundair onderwijs van 17 december 2010, artikel 37.

- het besluit van de Vlaamse Regering tot codificatie van de decretale bepalingen betreffende het hoger onderwijs van 11 oktober 2013, artikel III.67.

Vormvereiste(n)

De volgende vormvereisten zijn vervuld :

- de inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 9 juni 2020;

- de Vlaamse minister bevoegd voor de Financiën en begroting heeft zijn akkoord gegeven op 12 juni 2020

Omwille van de hoogdringendheid wordt er geen advies aan de Raad van State gevraagd. Het spoedeisend karakter wordt gemotiveerd opdat de middelen nog in het lopende school- en academiejaar zouden kunnen worden toegekend zodat de meest dringende noden gelenigd kunnen worden. Motivering

Dit besluit is gebaseerd op het volgende motief :

De Coronacrisis en de bijbehorende federale maatregelen hebben een grote impact op het Vlaams onderwijs, ook op budgettair vlak. Basis- en secundaire scholen worden geconfronteerd met het feit dat ouders een financiële compensatie vragen voor geannuleerde schooluitstappen en -reizen en met het feit dat ze inkomsten hebben gederfd die een aanvulling zijn op de reguliere werkingsmiddelen.

De studentenvoorzieningen binnen de hoger onderwijsinstellingen worden geconfronteerd met studenten met ernstige financiële problemen.

Het voorliggend besluit wil onderwijsinstellingen financieel ondersteunen voor deze financiële compensatie aan ouders en/of de gederfde inkomsten en/of de ondersteuning die zij studenten met financiële problemen bieden.

Juridisch kader

Dit besluit sluit aan bij de volgende regelgeving :

- het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel 76.

- het besluit van de Vlaamse Regering houdende de codificatie betreffende het secundair onderwijs van 17 december 2010, artikel 37.

- het besluit van de Vlaamse Regering tot codificatie van de decretale bepalingen betreffende het hoger onderwijs van 11 oktober 2013, artikel III.67.

Initiatiefnemer(s)

Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand.

Na beraadslaging,

DE VLAAMSE REGERING BESLUIT :

Artikel 1.

Aan de schoolbesturen van het gewoon en het buitengewoon lager– en secundair onderwijs wordt voor het schooljaar 2019-2020 extra werkingsbudget toegekend als compensatie enerzijds voor ouders of betrokken personen voor geannuleerde schooluitstappen en -reizen, anderzijds voor scholen voor gederfde inkomsten uit activiteiten die niet hebben kunnen plaatsvinden of voor verminderde inkomsten.

Scholen moeten een vergoedingssysteem uitwerken voor kosten die ouders hebben gemaakt voor deze extramurosactiviteiten.

Art. 2.

Het bedrag per school wordt berekend als volgt :

— Een forfaitair bedrag per leerling in het gewoon en buitengewoon lager onderwijs van 5,16 euro.

— Een forfaitair bedrag per leerling in het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs van 12,88 euro.

Voor de berekening is de volgende teldatum van toepassing : 1 februari 2020.

Art. 3.

Aan de instellingen hoger onderwijs wordt voor het academiejaar 2019-2020 een bijkomende sociale toelage toegekend van 684.000 euro voor de universiteiten en 816.000 euro voor de hogescholen. Dit bedrag wordt over de instellingen verdeeld volgens het verdelingsmechanisme opgenomen in de artikels III.68 en III.69 van de codex Hoger Onderwijs. De instellingen ondersteunen hiermee studenten die financiële problemen hebben naar aanleiding van de COVID-19 crisis.

Art. 4.

Dit besluit treedt in werking op de datum van de goedkeuring.

Art. 5.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.