Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IV)

  • goedkeuringsdatum
    30 OKTOBER 2020
  • publicatiedatum
    B.S.10/11/2020
  • zie ook
  • datum laatste wijziging
    10/11/2020

Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt:

DECREET tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IV)

HOOFDSTUK 1. — Inleidende bepaling

Artikel 1.

Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

HOOFDSTUK 2. — Afwijkingen van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997

Art. 2.

Op voorwaarde van de beslissing tot een algemene lockdown of ingeval externe diagnostische centra door de veiligheidsmaatregelen niet in de mogelijkheid zijn om tijdig classificerende diagnoses af te leveren, is in afwijking van artikel 15, § 1, eerste lid, 5°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 de opmaak van een tijdelijk verslag mogelijk als het handelingsgericht diagnostisch traject dat nodig is voor de opmaak van een verslag, niet tijdig en volledig tegen de start van het schooljaar 2021-2022 gefinaliseerd kon worden met de vereiste diagnostiek. Dat tijdelijke verslag is op het moment van de eerste lesbijwoning van het schooljaar 2021-2022 beschikbaar. Voor de opmaak van een tijdelijk verslag hoeft niet voldaan te worden aan de voorwaarden voor de diagnostiek, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 2°, 3°, 4°, 6°, 7° en 8°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997. Het tijdelijke verslag kan worden opgemaakt voor een instap in het buitengewoon onderwijs of de opstart van een IAC in het gewoon onderwijs bij de start van het schooljaar 2021-2022, of als het type van een al bestaand verslag gewijzigd wordt met het oog op de start van het schooljaar 2021-2022. Het tijdelijke verslag wordt in een definitief verslag omgezet zodra de vereiste diagnose beschikbaar is. Als de vereiste diagnose niet is afgeleverd tegen 31 augustus 2022, wordt het tijdelijke verslag van rechtswege opgeheven bij de start van het schooljaar 2022-2023.

Art. 3.

In afwijking van artikel 37bis van hetzelfde decreet geldt voor inschrijvingen die plaatsvinden in het schooljaar 2020-2021 voor het schooljaar 2020-2021 en het schooljaar 2021-2022 dat:

1° inschrijvingen waarvoor de fysieke aanwezigheid van de ouders of leerlingen vereist is, worden opgeschort als de veiligheidsmaatregelen naar aanleiding van de coronacrisis dat vereisen. Tijdens die periode zijn alleen inschrijvingen op afstand mogelijk;

2° uitzonderlijk en in afwijking van punt 1°, als de veiligheidsmaatregelen naar aanleiding van de coronacrisis dat toestaan, de inschrijvingen op afspraak kunnen plaatsvinden in scholen met een aanmeldingsprocedure voor het schooljaar 2021-2022 voor inschrijvingen van toegewezen leerlingen of in scholen die starten met inschrijvingen voor de eerste schooldag van maart als vermeld in artikel 37ter, § 1, tweede en derde lid, voor het schooljaar 2021- 2022 en die geen leerlingen weigeren;

3° inschrijvingen niet langer alleen na ondertekening voor akkoord genomen worden, maar ook na schriftelijke of elektronische akkoordverklaring genomen worden.

Art. 4.

In afwijking van artikel 37septies, § 1, achtste en negende lid, van hetzelfde decreet is voor inschrijvingen die plaatsvinden in het schooljaar 2020-2021 voor het schooljaar 2021-2022, naast de schriftelijke bevestiging ook een elektronische bevestiging mogelijk.

Art. 5.

In aanvulling op artikel 37undecies, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt bij inschrijvingen voor het schooljaar 2020-2021 na het verstrijken van de termijn van zestig kalenderdagen de leerling definitief ingeschreven. Als de school pas nadat de inschrijving al gerealiseerd werd, kennis neemt van een verslag, start de termijn van zestig kalenderdagen de dag van de kennisneming.

Art. 6.

In afwijking van artikel 37terdecies, § 1 en § 2, van hetzelfde decreet geldt voor inschrijvingen die plaatsvinden in het schooljaar 2020-2021 voor het schooljaar 2020-2021 en voor het schooljaar 2021-2022 dat:

1° de beslissing dat een leerling wordt geweigerd, schriftelijk of elektronisch aan de ouders kan worden meegedeeld;

2° een schoolbestuur dat een leerling weigert, dat aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap moet melden via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, en niet aan het LOP. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap bezorgen die melding aan het LOP. De melding bevat het rijksregisternummer en de identificatiegegevens van de leerling, en de feitelijke en juridische grond van de weigering. De Vlaamse Regering kan de regels voor de opslagperioden en voor de verwerkingsactiviteiten en procedures bepalen, waaronder maatregelen om te zorgen voor een behoorlijke, veilige en transparante verwerking.

Art. 7.

In afwijking van artikel 37quindecies, § 2, van hetzelfde decreet kan voor inschrijvingen die plaatsvinden in het schooljaar 2020-2021 voor het schooljaar 2020-2021 en voor het schooljaar 2021-2022, de bemiddeling van het LOP niet alleen binnen tien kalenderdagen na de schriftelijke mededeling worden opgestart, maar ook binnen tien kalenderdagen na de verzending van de elektronische mededeling.

Art. 8.

In afwijking van artikel 37vicies quinquies, § 1 en § 4, van hetzelfde decreet wordt het mogelijk dat voor de inschrijvingen die plaatsvinden in het schooljaar 2020-2021 voor het schooljaar 2021-2022:

1° het schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP na 15 november 2020 alsnog kunnen beslissen om aan te melden. Ze dienen dan uiterlijk op 17 januari 2021 een voorstel van aanmeldingsprocedure in bij de CLR;

2° een schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP die een voorstel van aanmeldingsprocedure indienen na 15 november 2020 bij het bepalen van de start en de duur van de aanmeldingsperiode of alle deelperiodes rekening houden met de mogelijkheid van een bij negatief besluit van de CLR te volgen procedure zoals bepaald in artikel 9;

3° de CLR over het voorstel van aanmeldingsprocedure dat uiterlijk op 15 november 2020 is ingediend, uiterlijk op 15 januari 2021 een besluit neemt. De CLR neemt over het voorstel van aanmeldingsprocedure dat na 15 november 2020 is ingediend, uiterlijk op 8 februari 2021 een besluit;

4° het schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP ervoor kiezen om de start en de duur van de aanmeldingsperiode of deelperiodes in de al goedgekeurde procedure te wijzigen. Het schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP dienen de gewijzigde start en de duur van de aanmeldingsperiode of deelperiodes in bij de CLR.

Art. 9.

In afwijking van artikel 37vicies sexies van hetzelfde decreet kunnen het betrokken schoolbestuur, de verschillende betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP die na 15 november 2020 en uiterlijk op 17 januari 2021 een voorstel van aanmeldingsprocedure hebben ingediend bij de CLR, bij een eerste negatief besluit van de CLR uiterlijk op 8 maart 2021 een van de volgende initiatieven nemen:

1° ofwel een aangepast voorstel van aanmeldingsprocedure indienen bij de CLR. In dat geval toetst de CLR het voorstel overeenkomstig artikel 37vicies quinquies, § 3. De CLR neemt over het aangepaste voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen na de dag van de indiening ervan;

2° ofwel een aangepast voorstel van aanmeldingsprocedure voorleggen aan de Vlaamse Regering. In dat geval toetst de Vlaamse Regering het voorstel overeenkomstig artikel 37vicies quinquies, § 3. De Vlaamse Regering neemt over het voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen na de dag van de indiening ervan.

Bij een tweede negatief besluit van de CLR of bij een negatief besluit van de Vlaamse Regering biedt de CLR een aanmeldingsprocedure aan het betrokken schoolbestuur, de verschillende betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP aan voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2021-2022, zodat ze daarmee alsnog hun inschrijvingen kunnen organiseren voor het schooljaar 2021-2022.

Art. 10.

De bepalingen van artikel 139sexies decies van hetzelfde decreet zijn niet van toepassing in het schooljaar 2020-2021.

HOOFDSTUK 3. — Afwijkingen van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs

Art. 11.

In afwijking van artikel 25bis, § 2, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs kan de open module tijdens het schooljaar 2020-2021 ook georganiseerd worden:

1° in het leergebied informatie- en communicatietechnologie van de basiseducatie. De open module ICT omvat uitsluitend eindtermen uit het leergebied informatie- en communicatietechnologie;

2° in de opleiding Start to ICT van het studiegebied ICT. De open module Start to ICT omvat uitsluitend basiscompetenties uit de opleiding Start to ICT.

Art. 12.

In afwijking van artikel 28 van hetzelfde decreet kan het volwassenenonderwijs tijdens het schooljaar 2020-2021 als afstandsonderwijs georganiseerd worden. Afstandsonderwijs voldoet ten minste aan de volgende criteria:

1° het voldoet aan de wettelijke bepalingen van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;

2° het cursusmateriaal en de didactische middelen zijn geschikt voor multimediaal gebruik;

3° de wijze van evalueren is duidelijk omschreven;

4° de deelname van de cursisten wordt systematisch gevolgd.

Art. 13.

In afwijking van artikel 37, tweede lid, 3°, van hetzelfde decreet kan het centrumbestuur of de gemandateerde ervan bij een beperking van de lessen en activiteiten als gevolg van de veiligheidsmaatregelen tijdens het schooljaar 2020-2021, zonder akkoord van de cursist evaluatiemaatregelen nemen die verschillen van de bepalingen van het centrumreglement. Als die gewijzigde evaluatiemaatregelen gevolgen hebben voor het personeel, wordt er vooraf overleg gepleegd met de lokale personeelsvertegenwoordiging. De cursisten worden schriftelijk of elektronisch van de maatregelen op de hoogte gebracht.

Art. 14.

In afwijking van artikel 91 van hetzelfde decreet kan de Vlaamse Regering tijdens het schooljaar 2020-2021 ook aanvullende punten toekennen aan de centra voor basiseducatie.

Art. 15.

In afwijking van artikel 97 van hetzelfde decreet moeten de centra voor volwassenenonderwijs tijdens het refertejaar 2020 niet voldoen aan de rationalisatienorm om in aanmerking te komen voor de financiering of subsidiëring voor het schooljaar 2021-2022.

Art. 16.

In afwijking van artikel 101 van hetzelfde decreet kan de Vlaamse Regering tijdens het schooljaar 2020-2021 ook aanvullende punten en werkingstoelagen toekennen aan de centra voor volwassenenonderwijs.

HOOFDSTUK 4. — Afwijking van het decreet 20 februari 2009 betreffende de Hogere Zeevaartschool

Art. 17.

In afwijking van artikel 2 van het decreet van 20 februari 2009 betreffende de Hogere Zeevaartschool kan de Vlaamse Regering tijdens het academiejaar 2020-2021 een bijkomende toelage toekennen aan de Hogere Zeevaartschool.

HOOFDSTUK 5. — Afwijking van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs

Art. 18.

In afwijking van artikel 35, § 2, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs onderzoekt de onderwijsinspectie voor het schooljaar 2020-2021 uiterlijk acht maanden na de start van het schooljaar via een doorlichting of de school voldoet aan de decretaal vastgelegde voorwaarden voor erkenning. De Vlaamse Regering beslist uiterlijk op 31 mei 2021 over de erkenning.

HOOFDSTUK 6. — Afwijkingen van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en wijziging van dezelfde codex

Art. 19.

In afwijking van artikel 14, § 2, tweede lid, en artikel 15, § 2, tweede lid, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, neemt de Vlaamse Regering voor het schooljaar 2020-2021 uiterlijk op 31 mei 2021 een beslissing.

Art. 20.

In afwijking van artikel 110/1 van dezelfde codex geldt voor inschrijvingen die plaatsvinden in het schooljaar 2020-2021 voor het schooljaar 2020-2021 en het schooljaar 2021-2022 dat:

1° inschrijvingen waarvoor de fysieke aanwezigheid van de ouders of leerlingen vereist is worden opgeschort indien de veiligheidsmaatregelen naar aanleiding van de coronacrisis dit vereisen. Tijdens deze periode zijn alleen inschrijvingen op afstand mogelijk. Dat geldt niet alleen voor de inschrijvingen in 1A, 1B en het buitengewoon onderwijs, maar ook voor de inschrijvingen in de hogere leerjaren van het gewoon secundair onderwijs en de leertijd;

2° uitzonderlijk en in afwijking van punt 1°, als de veiligheidsmaatregelen naar aanleiding van de coronacrisis dat toestaan, de inschrijvingen op afspraak kunnen plaatsvinden in scholen met een aanmeldingsprocedure voor het schooljaar 2021-2022 voor inschrijvingen van toegewezen leerlingen of in scholen die starten met inschrijvingen voor de eerste schooldag van maart als vermeld in artikel 110/2, § 1, tweede en derde lid, voor het volgende schooljaar en die geen leerlingen weigeren;

3° inschrijvingen niet langer alleen na ondertekening voor akkoord, maar ook na schriftelijke of elektronische akkoordverklaring genomen worden.

Art. 21.

In afwijking van artikel 110/7, § 1, achtste en negende lid, van dezelfde codex is voor inschrijvingen die plaatsvinden in het schooljaar 2020-2021 voor het schooljaar 2021-2022, naast de schriftelijke bevestiging ook een elektronische bevestiging mogelijk.

Art. 22.

In aanvulling op artikel 110/11, § 2, tweede lid, van dezelfde codex wordt bij inschrijvingen voor het schooljaar 2020-2021 na het verstrijken van de termijn van zestig kalenderdagen de leerling definitief ingeschreven. Als de school pas nadat de inschrijving al gerealiseerd werd, kennis neemt van een verslag, start de termijn van de zestig kalenderdagen de dag van de kennisneming.

Art. 23.

In afwijking van artikel 110/13, § 1 en § 2, van dezelfde codex geldt voor inschrijvingen die plaatsvinden in het schooljaar 2020-2021 voor het schooljaar 2020-2021 en voor het schooljaar 2021-2022 dat:

1° de beslissing dat een leerling wordt geweigerd, schriftelijk of elektronisch aan de ouders kan worden meegedeeld;

2° een schoolbestuur dat een leerling weigert, dat aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap moet melden via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, en niet aan het LOP. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap bezorgen die melding aan het LOP. De melding bevat het rijksregisternummer en de identificatiegegevens van de leerling, en de feitelijke en juridische grond van de weigering. De Vlaamse Regering kan de regels bepalen voor de opslagperioden en voor de verwerkingsactiviteiten en procedures, waaronder maatregelen om te zorgen voor een behoorlijke, veilige en transparante verwerking.

Art. 24.

In afwijking van artikel 110/15, § 2, van dezelfde codex kan voor inschrijvingen die plaatsvinden in het schooljaar 2020-2021 voor het schooljaar 2020- 2021 en voor het schooljaar 2021-2022, de bemiddeling van het LOP niet alleen binnen tien kalenderdagen na de schriftelijke mededeling worden opgestart, maar ook binnen tien kalenderdagen na de verzending van de elektronische mededeling.

Art. 25.

. In afwijking van artikel 110/25 van dezelfde codex wordt het mogelijk dat voor de inschrijvingen die plaatsvinden in het schooljaar 2020-2021 voor het schooljaar 2021-2022:

1° het schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP na 15 november 2020 alsnog beslissen om aan te melden. Ze dienen dan uiterlijk op 17 januari 2021 een voorstel van aanmeldingsprocedure in bij de CLR;

2° een schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP die een voorstel van aanmeldingsprocedure indienen na 15 november 2020 bij het bepalen van de start en de duur van de aanmeldingsperiode of alle deelperiodes rekening houden met de mogelijkheid van een bij negatief besluit van de CLR te volgen procedure zoals bepaald in artikel 26;

3° de CLR over het voorstel van aanmeldingsprocedure dat uiterlijk op 15 november 2020 is ingediend, uiterlijk op 15 januari 2021 een besluit neemt. De CLR neemt over het voorstel van aanmeldingsprocedure dat na 15 november 2020 is ingediend, uiterlijk op 8 februari 2021 een besluit;

4° het schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP ervoor kiezen om de start en de duur van de aanmeldingsperiode of deelperiodes in de al goedgekeurde procedure te wijzigen. Het schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het LOP dienen de gewijzigde start en de duur van de aanmeldingsperiode of deelperiodes in bij de CLR.

Art. 26.

In afwijking van artikel 110/26 van dezelfde codex kunnen het betrokken schoolbestuur, de verschillende betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP die na 15 november 2020 en uiterlijk op 17 januari 2021 een voorstel van aanmeldingsprocedure hebben ingediend bij de CLR bij een negatief besluit van de CLR uiterlijk op 8 maart 2021 een van de volgende initiatieven nemen:

1° ofwel een aangepast voorstel van aanmeldingsprocedure indienen bij de CLR. In dat geval toetst de CLR het voorstel overeenkomstig artikel 110/25, § 3. De CLR neemt over het aangepaste voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen na de dag van de indiening ervan;

2° ofwel het voorstel van aanmeldingsprocedure voorleggen aan de Vlaamse Regering. In dat geval toetst de Vlaamse Regering het voorstel overeenkomstig artikel 110/25, § 3. De Vlaamse Regering neemt over het voorstel van aanmeldingsprocedure een besluit uiterlijk dertig kalenderdagen na de dag van de indiening ervan.

Bij een tweede negatief besluit van de CLR of bij een negatief besluit van de Vlaamse Regering biedt de CLR een aanmeldingsprocedure aan het betrokken schoolbestuur, de verschillende betrokken schoolbesturen samen of het betrokken LOP aan voor de inschrijvingen van het schooljaar 2021-2022, zodat ze daarmee alsnog hun inschrijvingen kunnen organiseren voor het schooljaar 2021-2022.

Art. 27.

In afwijking van artikel 111, § 1bis, van dezelfde codex kan het school- of centrumbestuur of zijn gemandateerde, als de veiligheidsmaatregelen naar aan- leiding van de coronacrisis dat vereisen, beslissen om tijdens het schooljaar 2020- 2021 zonder akkoord van de betrokken personen met toepassing van artikel 112, eerste lid, 9°, van dezelfde codex evaluatiemaatregelen te nemen die verschillen van de bepalingen in het school- of centrumreglement, met inbegrip van de regelingen voor graadevaluatie en overgaan binnen een graad met tekorten als vermeld in de vigerende regelgeving op de organisatie van het voltijds secundair onderwijs.

Over die maatregelen wordt vooraf overleg gepleegd met de schoolraad en, als ze gevolgen hebben voor het personeel, met de lokale personeelsvertegenwoordiging. Bij de effectieve invoering ervan worden ze vooraf schriftelijk of elektronisch aan de betrokken personen meegedeeld.

Art. 28.

De bepalingen van artikel 204 van dezelfde codex zijn niet van toepassing in het schooljaar 2020-2021.

Art. 29.

De bepalingen van artikel 231 van dezelfde codex zijn niet van toepassing in het schooljaar 2020-2021.

Art. 30.

Op voorwaarde van de beslissing tot een algemene lockdown of ingeval externe diagnostische centra door de veiligheidsmaatregelen niet in de mogelijkheid zijn om tijdig classificerende diagnoses af te leveren, is in afwijking van artikel 294, § 2, 1°, e), en 2°, f), van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 de opmaak van een tijdelijk verslag toch mogelijk als het handelingsgericht diagnostisch traject dat nodig is voor de opmaak van een verslag, niet tijdig en volledig tegen de start van het schooljaar 2021-2022 gefinaliseerd kon worden met de vereiste diagnostiek. Dat tijdelijke verslag is op het moment van de eerste lesbijwoning van het schooljaar 2021- 2022 beschikbaar. Voor de opmaak van een tijdelijk verslag hoeft niet voldaan te worden aan de voorwaarden voor de diagnostiek, vermeld in artikel 259, § 1, 2°, 3°, 4°, 6°, 7° en 8°, van dezelfde codex. Het tijdelijke verslag kan opgemaakt worden voor een instap in het buitengewoon onderwijs of voor de opstart van een IAC in het gewoon onderwijs bij de start van het schooljaar 2021-2022, of als het type of de opleidingsvorm van een al bestaand verslag gewijzigd wordt met het oog op de start van het schooljaar 2021-2022. Het tijdelijke verslag wordt omgezet in een definitief verslag zodra de vereiste diagnose beschikbaar is. Als de vereiste diagnose niet wordt afgeleverd tegen 31 augustus 2022, wordt het tijdelijke verslag van rechtswege opgeheven bij de start van het schooljaar 2022-2023.

Art. 31.

De bepalingen van artikel 322 van dezelfde codex zijn niet van toepassing in het schooljaar 2020-2021.

Art. 32.

In afwijking van artikel 336, § 1, 4°, van dezelfde codex kan er voor het schooljaar 2020-2021 afgeweken worden van het minimum van 700 uur werkervaring in een regulier bedrijf in de vorm van een leerlingenstage.

HOOFDSTUK 7. — Afwijkingen van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013

Art. 33.

. In afwijking van artikel II.202 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 kan een hogeronderwijsinstelling tijdens het academiejaar 2020-2021 eenzijdig de toetredingsovereenkomsten, vermeld in artikel II.273 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, wijzigen in het kader van de bijzondere regels die ze uitwerkt om de impact van het coronavirus op de organisatie van de onderwijs- en evaluatieactiviteiten op te vangen.

Een hogeronderwijsinstelling kan de maatregelen, vermeld in het eerste lid, differentiëren voor bepaalde groepen van studenten als ze op basis van objectieve criteria kan aantonen dat er voor die studenten een verschil in impact is door die maatregelen.

De maatregelen, vermeld in het eerste en tweede lid, mogen geen afbreuk doen aan het recht op twee examenkansen van de studenten, vermeld in artikel II.223 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, tenzij de aard van het opleidingsonderdeel naar aanleiding van de dringende maatregelen om de verspreiding van COVID-19 te beperken, niet langer toelaat dat er tweemaal wordt geëxamineerd voor het einde van het academiejaar. De hogeronderwijsinstelling motiveert die beslissing.

De maatregelen, vermeld in het eerste en tweede lid, kunnen alleen worden genomen als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

1° de hogeronderwijsinstelling voorziet in een raadpleging van een studentenvertegenwoordiging via de studentenraad of een wijze van studentenvertegenwoordiging op opleidings-, facultair of departementaal niveau waarover de studentenraad geraadpleegd werd, of van de individuele student;

2° de hogeronderwijsinstelling communiceert eenduidig en tijdig met de studenten via een permanent raadpleegbaar platform;

3° de hogeronderwijsinstelling organiseert het toezicht op de implementatie van die maatregelen en op de transparantie ervan.

Art. 34.

In afwijking van artikel III.25 van dezelfde codex kan de Vlaamse Regering tijdens het academiejaar 2020-2021 een bijkomende werkingstoelage toekennen aan de hogescholen en universiteiten.

Art. 35.

In afwijking van artikel III.67 van dezelfde codex kan de Vlaamse Regering tijdens het academiejaar 2020-2021 een bijkomende sociale toelage toekennen aan de hogescholen en universiteiten.

Art. 36.

In afwijking van artikel III.118 van dezelfde codex kan de Vlaamse Regering tijdens het academiejaar 2020-2021 een bijkomende toelage toekennen aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde.

HOOFDSTUK 8. — Afwijking van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen.

Art. 37.

In afwijking van artikel 17, § 2, eerste lid, van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen is de onderneming geen leervergoeding verschuldigd voor het volgen van de lessen en de activiteiten die gelijkgesteld zijn met lessen gedurende maanden waarin de leerling minstens vijf dagen tijdelijk werkloos is wegens overmacht of om economische redenen als gevolg van de coronamaatregelen.

HOOFDSTUK 9. — Afwijking van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs

Art. 38.

In afwijking van artikel 52, vijfde lid, van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs kunnen de onderwijsinspectie en het Agentschap voor Onderwijsdiensten in het schooljaar 2020-2021 het individueel aangepast curriculum op elk moment opvragen bij de academie als de veiligheidsmaatregelen dat vereisen.

In afwijking van artikel 86, eerste lid, van hetzelfde decreet kan het Agentschap voor Onderwijsdiensten in het schooljaar 2020-2021 controle uitoefenen via het opvragen van bewijsstukken als de veiligheidsmaatregelen dat vereisen.

HOOFDSTUK 10. — Wijzigingen van het decreet van 8 mei 2020 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (I)

Art. 39.

Artikel 8 en 25 van het decreet van 8 mei 2020 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis worden opgeheven.

Art. 40.

In artikel 19 van hetzelfde decreet wordt de datum “31 december 2020” telkens vervangen door de datum “30 juni 2021”.

HOOFDSTUK 11. — Wijziging van het decreet van 29 mei 2020 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (II)

Art. 41.

Artikel 2 en 7 van het decreet van 29 mei 2020 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (II) worden opgeheven.

HOOFDSTUK 12. — Inwerkingtreding

Art. 42.

Dit decreet treedt in werking op de dag na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van artikel 6, 2°, en artikel 23, 2°, die in werking treden op 1 november 2020.

Artikel 37 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2020.