Decreet tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (VII)

  • goedkeuringsdatum
    30 APRIL 2021
  • publicatiedatum
    B.S.15/05/2021
  • zie ook
  • datum laatste wijziging
    14/05/2021

Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt:

DECREET tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (VII)

HOOFDSTUK 1. — Inleidende bepaling

Artikel 1.

Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

HOOFDSTUK 2. — Afwijkingen van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs

Art. 2.

In afwijking van artikel 196septies, § 4, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs geldt voor het schooljaar 2021-2022 een aanvullende compensatieregeling voor het aantal door de Vlaamse Gemeenschap toegekende vte’s, leraarsuren, punten en de werkingstoelage waarop een centrum voor basiseducatie of een centrum voor volwassenenonderwijs dat niet in afbouw is, recht heeft.

Als na de toepassing van de compensatie van 66 procent van het verlies, die wordt bepaald in artikel 196septies, § 4, 2°, van hetzelfde decreet, voor een leergebied het aantal gesubsidieerde vte’s en punten en de werkingstoelage van een centrum voor basiseducatie voor het schooljaar 2021-2022 minder bedragen dan 100 procent van het aantal vte’s en punten en de werkingstoelage voor hetzelfde leergebied voor het schooljaar 2020-2021, worden die verliezen voor elk centrum als volgt gecompenseerd:

1° naar rato van 100 procent van het verlies voor de leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal en Nederlands tweede taal;

2° naar rato van 70 procent van het verlies voor de overige leergebieden.

Als na de toepassing van de compensatie van 66 procent van het verlies, die wordt bepaald in artikel 196septies, § 4, 2°, van hetzelfde decreet, voor een studiegebied het aantal gefinancierde of gesubsidieerde leraarsuren en punten van een centrum voor volwassenenonderwijs voor het schooljaar 2021-2022 minder bedraagt dan 100 procent van het aantal leraarsuren en punten voor hetzelfde studiegebied voor het schooljaar 2020-2021, worden die verliezen binnen de hieronder opgesomde clusters voor elk centrum als volgt gecompenseerd:

1° naar rato van 100 procent van het verlies voor het geheel van de studiegebieden aanvullende algemene vorming, algemene vorming, Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2, en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4;

2° naar rato van 70 procent van het verlies voor de geletterdheidsmodules Nederlands en Leren Leren;

3° naar rato van 70 procent van het verlies voor het geheel van de studiegebieden informatie- en communicatietechnologie en ICT-technieken;

4° naar rato van 70 procent van het verlies voor het geheel van de studiegebieden algemene personenzorg, schrijnwerkerij, groot transport, mechanica-elektriciteit, en koeling en warmte.

Als na de toepassing van de compensatie van 66 procent van het verlies, die wordt bepaald in artikel 196septies, § 4, 2°, van hetzelfde decreet, de werkingstoelage van een centrum voor volwassenenonderwijs voor het schooljaar 2021-2022 minder bedraagt dan 100 procent van de werkingstoelage voor het schooljaar 2020-2021, worden die verliezen voor elk centrum naar rato van 70 procent gecompenseerd.

HOOFDSTUK 3. — Afwijking van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016

Art. 3.

Als met toepassing van artikel III.9, § 2, III.10, § 4, III.17, § 3, III.18, § 3, III.20, § 2, tweede lid, 2°, III.21, III.25, § 2, en III.35 van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, bekrachtigd bij het decreet van 23 december 2016, voor de berekening van het schooljaar 2021-2022 het aantal internen lager is dan in het schooljaar 2020-2021, wordt voor de berekening het aantal van het schooljaar 2020-2021 opnieuw gehanteerd.

HOOFDSTUK 4. — Afwijkingen van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs

Art. 4.

In afwijking van artikel 54, eerste lid, van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs zijn leerlingen in het schooljaar 2020-2021 vanaf 1 februari 2021 niet verplicht om deel te nemen aan alle leeractiviteiten als ze, door de toepassing van maatregelen om de verspreiding van het coronavirus te beperken, de deelname aan die leeractiviteiten vermijden omdat ze al aan een georganiseerde buitenschoolse activiteit in de sport-, cultuur- of jeugdsector deelnemen.

Art. 5.

Voor het schooljaar 2020-2021 is artikel 61, tweede lid, van hetzelfde decreet niet van toepassing als de afwezigheid het gevolg is van de toepassing van maatregelen om de verspreiding van het coronavirus te beperken.

Art. 6.

§ 1. Academies waarvan de omkadering voor al hun structuuronderdelen voor het schooljaar 2020-2021, berekend conform artikel 69 van hetzelfde decreet, meer lestijden bedroeg dan het aantal lestijden voor alle structuuronderdelen berekend op 1 februari 2021, komen in het schooljaar 2021-2022 in aanmerking voor overbruggingslestijden.

§ 2. Er worden voor het schooljaar 2021-2022 overbruggingslestijden toegekend aan de academies, vermeld in paragraaf 1, verdeeld volgens de volgende vijf deelvolumes:

1° L1: de beschikbare overbruggingslestijden voor het geheel van de structuuronderdelen van de eerste, tweede en derde graad Beeldende en Audiovisuele Kunsten;

2° L2: de beschikbare overbruggingslestijden voor het geheel van de structuuronderdelen van de eerste, tweede en derde graad Muziek, Woordkunst-Drama en Dans;

3° L3: de beschikbare overbruggingslestijden voor het structuuronderdeel Domeinoverschrijdende Initiatieopleiding;

4° L4: de beschikbare overbruggingslestijden voor het geheel van de structuuronderdelen van de vierde graad en de kortlopende studierichtingen Beeldende en Audiovisuele Kunsten;

5° L5: de beschikbare overbruggingslestijden voor het geheel van de structuuronderdelen van de vierde graad en de kortlopende studierichtingen Muziek, Woordkunst-Drama en Dans.

§ 3. De volgende overbruggingslestijden zijn beschikbaar:

1° 882 lestijden voor het geheel van de structuuronderdelen van de eerste, tweede en derde graad;

2° 1333 lestijden voor het geheel van de structuuronderdelen van de vierde graad en de kortlopende studierichtingen.

De lestijden, vermeld in het eerste lid, 1°, worden verdeeld in de drie deelvolumes, vermeld in paragraaf 2, 1°, 2° en 3°, naar rato van de verhouding tussen de gesommeerde omkaderingsverliezen die zich voordoen in de structuuronderdelen van de eerste, tweede en derde graad.

De lestijden, vermeld in het eerste lid, 2°, worden verdeeld in de twee deelvolumes, vermeld in paragraaf 2, 4° en 5°, naar rato van de verhouding tussen de gesommeerde omkaderingsverliezen die zich voordoen in de structuuronderdelen van de vierde graad en de kortlopende studierichtingen.

Met het gesommeerde omkaderingsverlies, vermeld in het tweede en derde lid, wordt de som bedoeld van alle resultaten voor de academies, vermeld in paragraaf 1, van de bewerking A – B, waarbij:

1° A: het aantal lestijden toegekend aan een academie voor het geheel van de structuuronderdelen in kwestie voor het schooljaar 2020-2021, berekend conform artikel 69 van hetzelfde decreet;

2° B: het aantal lestijden voor dezelfde structuuronderdelen van die academie op 1 februari 2021, berekend conform artikel 69 van hetzelfde decreet.

§ 4. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 worden de overbruggingslestijden toegekend aan academies die voldoen aan ten minste een van de volgende voorwaarden:

1° voor het geheel van de structuuronderdelen van de eerste, tweede en derde graad Beeldende en Audiovisuele Kunsten bedraagt A1 – B1 > 0 lestijden, waarbij:

1) A1: het aantal lestijden toegekend aan de academie in kwestie voor de structuuronderdelen van de eerste, tweede en derde graad voor het schooljaar 2020-2021, berekend conform artikel 69 van hetzelfde decreet;

2) B1: het aantal lestijden van de academie in kwestie voor de eerste, tweede en derde graad op 1 februari 2021, berekend conform artikel 69 van hetzelfde decreet;

2° voor het geheel van de structuuronderdelen van de eerste, tweede en derde graad Muziek, Woordkunst-Drama en Dans bedraagt A2 – B2 > 0 lestijden, waarbij:

1) A2: het aantal lestijden toegekend aan de academie in kwestie voor de structuuronderdelen van de eerste, tweede en derde graad voor het schooljaar 2020-2021, berekend conform artikel 69 van hetzelfde decreet;

2) B2: het aantal lestijden van de academie in kwestie voor de structuuronderdelen van de eerste, tweede en derde graad op 1 februari 2021, berekend conform artikel 69 van hetzelfde decreet;

3° voor het structuuronderdeel domeinoverschrijdende initiatieopleiding bedraagt A3 – B3 > 0 lestijden, waarbij:

1) A3: het aantal lestijden toegekend aan de academie in kwestie voor het structuuronderdeel domeinoverschrijdende initiatieopleiding voor het schooljaar 2020-2021, berekend conform artikel 69 van hetzelfde decreet;

2) B3: het aantal lestijden van de academie in kwestie voor het structuuronderdeel domeinoverschrijdende initiatieopleiding op 1 februari 2021, berekend conform artikel 69 van hetzelfde decreet;

4° voor het geheel van de structuuronderdelen van de vierde graad en de kortlopende studierichtingen Beeldende en Audiovisuele Kunsten bedraagt A4 – B4 > 0 lestijden, waarbij:

1) A4: het aantal lestijden toegekend aan de academie in kwestie voor de structuuronderdelen van de vierde graad en de kortlopende studierichtingen voor het schooljaar 2020-2021, berekend conform artikel 69 van hetzelfde decreet;

2) B4: het aantal lestijden van de academie in kwestie voor de vierde graad en de kortlopende studierichtingen op 1 februari 2021, berekend conform artikel 69 van hetzelfde decreet;

5° voor het geheel van de structuuronderdelen van de vierde graad en de kortlopende studierichtingen Muziek, Woordkunst-Drama en Dans bedraagt A5 – B5 > 0 lestijden, waarbij:

1) A5: het aantal lestijden toegekend aan de academie in kwestie voor de structuuronderdelen van de vierde graad en de kortlopende studierichtingen voor het schooljaar 2020-2021, berekend conform artikel 69 van hetzelfde decreet;

2) B5: het aantal lestijden van de academie in kwestie voor de vierde graad en de kortlopende studierichtingen op 1 februari 2021, berekend conform artikel 69 van hetzelfde decreet.

Voor academies die een of meer structuuronderdelen overhevelen naar een andere academie en waarvan de overheveling uitwerking heeft vanaf 1 september 2021 worden de berekeningen, vermeld in het eerste lid, gemaakt zonder de toepassing van artikel 131, § 3, van hetzelfde decreet.

§ 5. Een academie die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 4, eerste lid, 1°, heeft voor het schooljaar 2021-2022 recht op Z1 lestijden. Z1 wordt berekend op basis van de volgende formule:

publicatie formule in Belgisch Staatsblad

Daarbij is ?(A1 — B1) de som van A1 – B1 voor alle academies waarvoor A1 – B1 > 0.

§ 6. Een academie die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 4, eerste lid, 2°, heeft voor het schooljaar 2021-2022 recht op Z2 lestijden. Z2 wordt berekend op basis van de volgende formule:

publicatie formule in Belgisch Staatsblad

Daarbij is ?(A2 – B2) de som van A2 – B2 voor alle academies waarvoor A2 – B2 > 0.

§ 7. Een academie die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 4, eerste lid, 3°, heeft voor het schooljaar 2021-2022 recht op Z3 lestijden. Z3 wordt berekend op basis van de volgende formule:

publicatie formule in Belgisch Staatsblad

Daarbij is ?(A3 – B3) de som van A3 – B3 voor alle academies waarvoor A3 – B3 > 0.

§ 8. Een academie die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 4, eerste lid, 4°, heeft voor het schooljaar 2021-2022 recht op Z4 lestijden. Z4 wordt berekend op basis van de volgende formule:

publicatie formule in Belgisch Staatsblad

Daarbij is ?(A4 – B4) de som van A4 – B4 voor alle academies waarvoor A4 – B4 > 0.

§ 10. De resultaten van de berekeningen, vermeld in paragraaf 5, 6, 7, 8 en 9, worden afgerond naar het hogere geheel getal als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier, en naar het lagere geheel getal als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier.

Art. 7.

§ 1. Er worden bijkomende overbruggingslestijden toegekend aan een academie die al overbruggingslestijden ontvangt, berekend volgens artikel 6, en die voldoet aan minstens een van de volgende voorwaarden:

1° Atot – Btot – Z > 0,05 x Atot;

2° Atot – Btot – Z > 20 lestijden.

In het eerste lid wordt verstaan onder:

1° Atot: het aantal lestijden toegekend aan de academie in kwestie voor het schooljaar 2020-2021, berekend conform artikel 69 van hetzelfde decreet;

2° Btot: het aantal lestijden toegekend aan de academie in kwestie op 1 februari 2021, berekend volgens artikel 69 van hetzelfde decreet;

3° Z: de som van de overbruggingslestijden toegekend aan de academie in kwestie, berekend volgens artikel 6 van dit decreet.

Voor academies die een of meer structuuronderdelen overhevelen naar een andere academie en waarvan de overheveling uitwerking heeft vanaf 1 september 2021, worden de berekeningen, vermeld in het eerste lid, gemaakt zonder de toepassing van artikel 131, § 3, van hetzelfde decreet.

§ 2. Een academie die voldoet aan de voorwaarde, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, heeft voor het schooljaar 2021-2022 recht op Z6 bijkomende overbruggingslestijden. Z6 wordt berekend op basis van de volgende formule:

Z6 = Atot – Btot – Z – 0,05 x Atot.

§ 3. Een academie die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, heeft voor het schooljaar 2021-2022 recht op Z7 bijkomende overbruggingslestijden. Z7 wordt berekend op basis van de volgende formule:

Z7 = Atot – Btot – Z – 20.

§ 4. Een academie die tegelijk voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, verkrijgt de bijkomende overbruggingslestijden op basis van de berekening, vermeld in paragraaf 2, of de berekening, vermeld in paragraaf 3. Daarbij wordt de berekening toegepast die voor die academie het grootste aantal bijkomende overbruggingslestijden oplevert.

De resultaten van de berekeningen, vermeld in paragraaf 2 en 3, worden afgerond naar het hogere geheel getal als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier, en naar het lagere geheel getal als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier.

Art. 8.

In afwijking van artikel 74, derde lid, van hetzelfde decreet kunnen de lestijden van de kortlopende studierichtingen en de lestijden van de vierde graad tijdens het schooljaar 2021-2022 onderling uitgewisseld worden met behoud van de toepassing van artikel 74, eerste lid.

Art. 9.

In afwijking van artikel 125 van hetzelfde decreet, geldt dat:

1° structuuronderdelen in vestigingsplaatsen in de eerste, tweede, derde en vierde graad en in de kortlopende studierichtingen die in het schooljaar 2020-2021 voor het tweede jaar op rij op de teldag van 1 februari 2021 niet aan de geldende rationalisatienormen voldoen, gesubsidieerd of gefinancierd blijven in het schooljaar 2021-2022;

2° academies, domeinen en structuuronderdelen in vestigingsplaatsen die op de teldag van 1 februari 2021 of 1 februari 2022 niet aan de geldende normen voldoen, gesubsidieerd of gefinancierd blijven in het schooljaar 2022-2023. Op de teldag van 1 februari 2023 worden de voorgaande teldagen van 1 februari 2020, 1 februari 2021 en 1 februari 2022 niet in rekening gebracht voor de rationalisatie.

HOOFDSTUK 5. — Wijziging van het decreet van 8 mei 2020 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (I)

Art. 10.

In artikel 19 van het decreet van 8 mei 2020 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (I), gewijzigd bij het decreet van 30 oktober 2020 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IV), wordt de datum “30 juni 2021” telkens vervangen door de datum “30 juni 2022”.

HOOFDSTUK 6. — Wijzigingen van het decreet van 30 oktober 2020 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IV)

Art. 11.

In artikel 18 van het decreet van 30 oktober 2020 tot het nemen van dringende tijdelijke maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de coronacrisis (IV) worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° de woorden “acht maanden na de start van het schooljaar” worden vervangen door de datum “15 juni 2021”;

2° de datum “31 mei 2021” wordt vervangen door de datum “15 juli 2021”.

Art. 12.

In artikel 19 van hetzelfde decreet wordt de datum “31 mei 2021” vervangen door de datum “15 juli 2021”.

HOOFDSTUK 7. — Inwerkingtreding

Art. 13.

Dit decreet treedt in werking op 1 september 2021, met uitzondering van artikel 10, dat in werking treedt op 29 juni 2021.

Artikel 4, 5 en 9 hebben uitwerking met ingang van 1 februari 2021.

Artikel 11 en 12 hebben uitwerking met ingang van 29 april 2021.