Decreet tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de Oekraïnecrisis, tot wijziging van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap en tot wijziging van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 voor leerlingen en studenten die ressorteren onder richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen

  • goedkeuringsdatum
    22 APRIL 2022
  • publicatiedatum
    B.S.23/05/2022
  • datum laatste wijziging
    08/08/2022

COORDINATIE

(1) Decr. van 15/07/2022 (B.S. 08/08/2022) detail
Decreet tot het nemen, naar aanleiding van de Oekraïnecrisis, van dringende maatregelen in het onderwijs voor kleuters, leerlingen en cursisten die ressorteren onder richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (III)
;

Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt:

DECREET tot het nemen van dringende maatregelen in het onderwijs naar aanleiding van de Oekraïnecrisis, tot wijziging van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap en tot wijziging van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 voor leerlingen en studenten die ressorteren onder richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen

HOOFDSTUK 1. — Inleidende bepaling

Artikel 1.

Dit decreet regelt een gemeenschapsgelegenheid.

HOOFDSTUK 2. — Middelen voor de huur van bestaande gebouwen en tijdelijke modulaire units voor het verhogen van de infrastructuurcapaciteit

Art. 2.

§ 1. Binnen de perken van de begrotingskredieten kunnen AGION en het GO! middelen aanwenden voor de volledige subsidiëring en financiering van de realisatie van tijdelijke schoolinfrastructuur door de huur van een bestaand gebouw dat de afgelopen 3 jaar nog niet werd ingezet voor basis- of secundair onderwijs en waarvan alle terugbetalingen gebeurd zijn in het kader van terugvorderingen, en de huur, plaatsing en noodzakelijke andere kosten van tijdelijke modulaire units in het kader van de opvang van instromende minderjarigen in het onderwijssysteem voor bestaande, nieuwe of tijdelijke vestigingsplaatsen naar aanleiding van de vluchtelingencrisis uit Oekraïne.

De termijn van de huurovereenkomst waarvoor middelen voor subsidiering en financiering kunnen worden aangevraagd bedraagt minimaal 3 maanden en maximaal 2 jaar. Een subsidiering en financiering van een verlenging van de huurovereenkomst is in functie van de nood mogelijk voor een extra termijn van maximaal 2 jaar.

§ 2. De subsidie en financiering, vermeld in paragraaf 1, kan alleen worden toegekend aan inrichtende machten voor projecten die beantwoorden aan de fysische normen, vermeld in artikel 7 tot en met 30 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2007 houdende vaststelling van de regels die de behoefte aan nieuwbouw of uitbreiding bepalen en van de fysische en financiële normen voor de schoolgebouwen, internaten en centra voor leerlingenbegeleiding.

Hierbij wordt rekening gehouden met de leerlingenaantallen op basis van het meest actueel beschikbare telmoment of de verwachte toename van instromende minderjarigen naar aanleiding van de vluchtelingencrisis voor de betrokken vestigingsplaats. AGION en het GO! kunnen de inrichtende machten vragen om een objectieve en concrete onderbouwing.

§ 3. Voor de subsidie en financiering van de huur van een bestaand gebouw en van de tijdelijke modulaire units, vermeld in paragraaf 1, geldt een maximale aanvangshuur van respectievelijk 118 euro per vierkante meter bruto-oppervlakte per jaar en 370 euro per vierkante meter bruto-oppervlakte per jaar.

Voor de inrichting van een bestaand gebouw en van de tijdelijke modulaire units, zoals bedoeld in paragraaf 1, geldt een maximale eenmalige subsidie en financiering van 44 euro per vierkante meter bruto-oppervlakte.

Voor de eenmalige kosten voor nutsvoorzieningen, fundering en beperkte omgevingsaanleg van de tijdelijke modulaire units, zoals bedoeld in paragraaf 1, geldt een maximale eenmalige subsidie en financiering van 160 euro per vierkante meter bruto-oppervlakte van de onderwijshuisvesting. AGION en het GO! kunnen van de vermelde bedragen gemotiveerd afwijken in geval van uitzonderlijke en concrete omstandigheden die te maken hebben met het te realiseren project.

§ 4. Indien hierom gevraagd, verschaffen de inrichtende machten aanvullende documenten, informatie of verduidelijkingen. Als die aanvullende documenten, informatie of verduidelijking niet tijdig worden verschaft, wordt de aanvraag verworpen.

§ 5. De subsidie en financiering, vermeld in paragraaf 3, worden gekoppeld aan de consumptieprijsindex van december 2021, basis 2013 en worden jaarlijks op 1 januari berekend. De jaarlijkse indexatie van de gesubsidieerde en gefinancierde aanvangshuur mag niet meer bedragen dan als de initiële gesubsidieerde en gefinancierde aanvangshuur jaarlijks geïndexeerd zou worden aan de consumptieprijsindex.

§ 6. Wijzigingen met betrekking tot de huurovereenkomst worden onmiddellijk voorgelegd, naargelang het net waartoe de inrichtende macht behoort aan AGION of aan het GO!, en kunnen leiden tot wijzigingen van de beslissing van AGION met betrekking tot de subsidie en het GO! met betrekking tot de financiering.

§ 7. Naargelang het net waartoe de inrichtende macht behoort, kunnen AGION of het GO! alle initiatieven nemen om toe te zien of de voorwaarden voor de subsidie of financiering vervuld zijn of blijven en of de subsidie of de financiering niet ten onrechte wordt uitbetaald.

Indien geen gevolg gegeven wordt aan de initiatieven van AGION of het GO!, kan de betaling van de subsidie of de financiering opgeschort worden.

§ 8. Indien de onderwijsbestemming niet langer verzekerd is of in geval van oneigenlijk gebruik, wordt gestopt met de betaling van de subsidie of de financiering.

Het behoort, naargelang het net waartoe de inrichtende macht behoort, tot de appreciatie van AGION of het GO! om te bepalen of de onderwijsbestemming niet langer verzekerd is of dat er sprake is van oneigenlijk gebruik, gebaseerd op alle feitelijke en juridische elementen die bekend zijn.

De ten onrechte uitbetaalde subsidie of financiering wordt verrekend met de nog verschuldigde subsidie of financiering in het kader van voorliggend artikel.

Bij gebrek aan verschuldigde subsidie of financiering wordt de ten onrechte uitgekeerde subsidie en financiering teruggevorderd.

§ 9. Voor de opvolging en de individuele begeleiding van de inrichtende machten in het kader van voorliggend artikel krijgen het GO! en de onderwijskoepels een jaarlijkse toelage die jaarlijks wordt geïndexeerd aan de consumptieprijsindex. Voor de opvolging van de dossieraanvragen van het gesubsidieerd onderwijs krijgt AGION een jaarlijkse toelage die jaarlijks wordt geïndexeerd aan de consumptieprijsindex.

Deze jaarlijkse toelage bedraagt 46.000 euro voor het GO!, 59.000 euro voor de onderwijskoepels van het vrij gesubsidieerd onderwijs, 15.000 euro voor de onderwijskoepels van het officieel gesubsidieerd onderwijs en 60.000 euro voor AGION en wordt pro rata verrekend in functie van de looptijd van deze regeling.

HOOFDSTUK 3. — Afwijkingen van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997

Art. 3.

In afwijking van artikel 15, § 1, eerste lid, 5°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 is voor leerlingen die ressorteren onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan de opmaak van een tijdelijk verslag mogelijk in de loop van het schooljaar 2022-2023 na het doorlopen van een handelingsgericht diagnostisch traject maar zonder te voldoen aan de voorwaarde van classificerende diagnostiek, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 2°, 3°, 4°, 6°, 7° en 8°, van hetzelfde decreet. Het tijdelijke verslag kan opgemaakt worden voor een instap in het buitengewoon onderwijs of de opstart van een individueel aangepast curriculum in het gewoon onderwijs tijdens het schooljaar 2022-2023 of als het type van een al bestaand verslag gewijzigd wordt tijdens het schooljaar 2022-2023.

Art. 4.

In afwijking van artikel 37novies, § 4, en in aanvulling op artikel 37novies, § 5, 1°, van hetzelfde decreet, kan een schoolbestuur voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2021-2022 en het schooljaar 2022-2023 toch overgaan tot een inschrijving voor de toelating van leerlingen die voldoen aan de definitie van een anderstalige nieuwkomer in het gewoon onderwijs, vermeld in artikel 3, 4°quater, van hetzelfde decreet, met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in die definitie.

Art. 5.

§ 1. In aanvulling op artikel 131 en 132 van hetzelfde decreet worden voor het schooljaar 2021-2022 aan scholen gewoon basisonderwijs, per leerling die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan of die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 4°quater, van hetzelfde decreet, met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in die definitie, die instapt in de school tussen 4 maart 2022 en 30 juni 2022, 1,47046956 bijkomende lestijden toegekend. Deze lestijden kunnen door de scholen ten vroegste ingericht worden vanaf de dag dat de betrokken leerling instapt in de school.

De lestijden die ingericht worden volgens deze bepaling, worden steeds naar het lager gelegen geheel getal afgerond.

§ 2. In aanvulling op artikel 137bis, 138, § 1, eerste lid, 6°, en 139 van hetzelfde decreet worden voor het schooljaar 2021-2022 aan scholen buitengewoon basisonderwijs, per leerling die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan of die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 4°quater, van hetzelfde decreet, met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in die definitie, die instapt in de school tussen 4 maart 2022 en 30 juni 2022, 3,78660513 bijkomende lestijden toegekend. Deze lestijden kunnen door de scholen ten vroegste ingericht worden vanaf de dag dat de betrokken leerling instapt in de school.

De lestijden die ingericht worden volgens deze bepaling, worden steeds naar het lager gelegen geheel getal afgerond.

§ 3. In aanvulling op artikel 138, § 1, eerste lid, 1°, en 139 van hetzelfde decreet worden voor het schooljaar 2021-2022 aan scholen gewoon basisonderwijs, per leerling lager onderwijs die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan of die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 4°quater, van hetzelfde decreet, met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in die definitie, die instapt in de school tussen 4 maart 2022 en 30 juni 2022, 0,14378644 bijkomende lestijden voor godsdienst, cultuurbeschouwing en niet-confessionele zedenleer toegekend. De lestijden voor godsdienst, cultuurbeschouwing en niet-confessionele zedenleer dienen voor godsdienst, cultuurbeschouwing of niet-confessionele zedenleer aangewend te worden. Deze lestijden kunnen door de scholen ten vroegste ingericht worden vanaf de dag dat de betrokken leerling instapt in de school. De lestijden die ingericht worden volgens deze bepaling, worden steeds naar het lager gelegen geheel getal afgerond.

§ 4. In aanvulling op artikel 138, § 1, eerste lid, 1°, en 139 van hetzelfde decreet worden voor het schooljaar 2021-2022 aan scholen buitengewoon basisonderwijs, per leerling lager onderwijs die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan of die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 4°quater, van hetzelfde decreet met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in die definitie die instapt in de school tussen 4 maart 2022 en 30 juni 2022, 0,11669043 bijkomende lestijden voor godsdienst, cultuurbeschouwing en niet-confessionele zedenleer toegekend. Deze lestijden kunnen door de scholen ten vroegste ingericht worden vanaf de dag dat de betrokken leerling instapt in de school. De lestijden voor godsdienst, cultuurbeschouwing en niet-confessionele zedenleer dienen voor godsdienst, cultuurbeschouwing of niet-confessionele zedenleer aangewend te worden. De lestijden die ingericht worden volgens deze bepaling, worden steeds naar het lager gelegen geheel getal afgerond.

§ 5. In aanvulling op artikel 146bis van hetzelfde decreet worden voor het schooljaar 2021-2022 aan scholen gewoon basisonderwijs, per kleuter die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan of die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 4°quater, van hetzelfde decreet, met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in die definitie die instapt in de school tussen 4 maart 2022 en 30 juni 2022, 0,15004811 bijkomende uren kinderverzorging toegekend. Deze uren kunnen door de scholen ten vroegste ingericht worden vanaf de dag dat de betrokken leerling instapt in de school.

De uren die ingericht worden volgens deze bepaling, worden steeds naar het lager gelegen geheel getal afgerond.

§ 6. In aanvulling op artikel 138 van hetzelfde decreet worden voor het schooljaar 2021-2022 aan scholen buitengewoon basisonderwijs, met uitzondering van scholen voor type 5, per leerling die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan of die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 4°quater, van hetzelfde decreet, met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in die definitie die instapt in de school tussen 4 maart 2022 en 30 juni 2022, 2,09480693 bijkomende uren paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel toegekend. Deze uren kunnen door de scholen ten vroegste ingericht worden vanaf de dag dat de betrokken leerling instapt in de school.

De uren die ingericht worden volgens deze bepaling, worden steeds naar het lager gelegen geheel getal afgerond.

§ 7. In aanvulling op artikel 84 van hetzelfde decreet wordt voor het schooljaar 2021-2022 aan scholen gewoon basisonderwijs, per leerling die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan of die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 4°quater, van hetzelfde decreet, met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in die definitie die instapt in de school tussen 4 maart 2022 en 30 juni 2022, 247,48 euro als extra toelage toegekend.

§ 8. In aanvulling op artikel 85sexies van hetzelfde decreet wordt voor het schooljaar 2021-2022 aan scholen buitengewoon basisonderwijs, per leerling die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan of die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 4°quater, van hetzelfde decreet, met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in die definitie die instapt in de school tussen 4 maart 2022 en 30 juni 2022, 247,48 euro als extra toelage toegekend.

§ 9. De toelage verkregen met toepassing van paragraaf 7 en 8 wordt uiterlijk op 31 oktober 2022 uitbetaald.

§ 10. De school wendt de extra omkadering vermeld in dit artikel aan, conform de bepalingen van hetzelfde decreet. De betrekkingen die ingericht worden met de extra omkadering komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekkingen.

Art. 6.

§ 1. In aanvulling op artikel 131 en 132 van hetzelfde decreet worden voor het schooljaar X-X+1, startend in het schooljaar 2022-2023, aan scholen gewoon basisonderwijs, per leerling, in respectievelijk het niveau kleuter- of lager onderwijs, die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan dat de school op de eerste schooldag van oktober X meer telt in respectievelijk het niveau kleuter- of lager onderwijs ten opzichte van de teldag voor de berekening van de lestijden volgens de schalen van het schooljaar X-X+1, 1,47046956 bijkomende lestijden toegekend.

In aanvulling op artikel 131 en 132 van hetzelfde decreet worden voor het schooljaar X-X+1, startend in het schooljaar 2022-2023, aan scholen gewoon basisonderwijs, per leerling in respectievelijk het niveau kleuter- of lager onderwijs die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 4°quater, van hetzelfde decreet, met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in die definitie en die niet ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan, dat de n de lestijden volgens de schalen van het schooljaar X-X+1, 3,78660513 bijkomende lestijden toegekend.

§ 2. In aanvulling op artikel 137bis, 138, § 1, eerste lid, 6°, en 139 van hetzelfde decreet worden voor het schooljaar X-X+1, startend in het schooljaar 2022-2023, aan scholen buitengewoon basisonderwijs, per leerling die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan dat de school op de eerste schooldag van oktober X meer telt ten opzichte van de teldag voor de berekening van de lestijden volgens de schalen van het schooljaar X-X+1, 3,78660513 bijkomende lestijden toegekend.

In aanvulling op artikel 137bis, 138, § 1, eerste lid, 6°, en 139 van hetzelfde decreet worden voor het schooljaar X-X+1, startend in het schooljaar 2022-2023, aan scholen buitengewoon basisonderwijs, per leerling die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 4°quater, van hetzelfde decreet, met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in die definitie en die niet ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan, dat de school op de eerste schooldag van oktober X meer telt ten opzichte van de teldag voor de berekening van de lestijden volgens de schalen van het schooljaar X-X+1, 3,78660513 bijkomende lestijden toegekend.

§ 3. In aanvulling op artikel 138, § 1, eerste lid, 1°, en 139 van hetzelfde decreet worden voor het schooljaar X-X+1, startend in het schooljaar 2022-2023, aan scholen gewoon basisonderwijs, per leerling lager onderwijs die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan dat de school op de eerste schooldag van oktober X meer telt ten opzichte van de teldag voor de berekening van de lestijden volgens de schalen van het schooljaar X-X+1, 0,14378644 bijkomende lestijden voor godsdienst, cultuurbeschouwing en niet-confessionele zedenleer toegekend. De lestijden voor godsdienst, cultuurbeschouwing en niet-confessionele zedenleer dienen voor godsdienst, cultuurbeschouwing of niet-confessionele zedenleer aangewend te worden.

In aanvulling op artikel 138, § 1, eerste lid, 1°, en 139 van hetzelfde decreet worden voor het schooljaar X-X+1, startend in het schooljaar 2022-2023, aan scholen gewoon basisonderwijs, per leerling lager onderwijs die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 4°quater, van hetzelfde decreet, met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in die definitie en die niet ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan, dat de school op de eerste schooldag van oktober X meer telt ten opzichte van de teldag voor de berekening van de lestijden volgens de schalen van het schooljaar X-X+1, 0,14378644 bijkomende lestijden voor godsdienst, cultuurbeschouwing en niet-confessionele zedenleer toegekend. De lestijden voor godsdienst, cultuurbeschouwing en niet-confessionele zedenleer dienen voor godsdienst, cultuurbeschouwing of niet-confessionele zedenleer aangewend te worden.

§ 4. In aanvulling op artikel 138, § 1, eerste lid, 1°, en 139 van hetzelfde decreet worden voor het schooljaar X-X+1, startend in het schooljaar 2022-2023, aan scholen buitengewoon basisonderwijs, per leerling lager onderwijs die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan dat de school op de eerste schooldag van oktober X meer telt ten opzichte van de teldag voor de berekening van de lestijden volgens de schalen van het schooljaar X-X+1, 0,11669043 bijkomende lestijden voor godsdienst, cultuurbeschouwing en niet-confessionele zedenleer toegekend. De lestijden voor godsdienst, cultuurbeschouwing en niet-confessionele zedenleer dienen voor godsdienst, cultuurbeschouwing of niet-confessionele zedenleer aangewend te worden.

In aanvulling op artikel 138, § 1, eerste lid, 1°, en 139 van hetzelfde decreet worden voor het schooljaar X-X+1, startend in het schooljaar 2022-2023, aan scholen buitengewoon basisonderwijs, per leerling lager onderwijs die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 4°quater, van hetzelfde decreet, met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in die definitie en die niet ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan, dat de school op de eerste schooldag van oktober X meer telt ten opzichte van de teldag voor de berekening van de lestijden volgens de schalen van het schooljaar X-X+1, 0,11669043 bijkomende lestijden voor godsdienst, cultuurbeschouwing en niet-confessionele zedenleer toegekend. De lestijden voor godsdienst, cultuurbeschouwing en niet-confessionele zedenleer dienen voor godsdienst, cultuurbeschouwing of niet-confessionele zedenleer aangewend te worden.

§ 5. In aanvulling op artikel 146bis van hetzelfde decreet worden voor het schooljaar X-X+1, startend in het schooljaar 2022-2023, aan scholen gewoon basisonderwijs, per kleuter die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan dat de school op de eerste schooldag van oktober X meer telt ten opzichte van de teldag voor de berekening van de lestijden volgens de schalen van het schooljaar X-X+1, 0,15004811 bijkomende uren kinderverzorging toegekend.

In aanvulling op artikel 146bis van hetzelfde decreet worden voor het schooljaar X-X+1, startend in het schooljaar 2022-2023, aan scholen gewoon basisonderwijs, per kleuter die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 4°quater, van hetzelfde decreet, met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in die definitie en die niet ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan, dat de school op de eerste schooldag van oktober X meer telt ten opzichte van de teldag voor de berekening van de lestijden volgens de schalen van het schooljaar X-X+1, 0,15004811 bijkomende uren kinderverzorging toegekend.

§ 6. In aanvulling op artikel 148 van hetzelfde decreet worden voor het schooljaar X-X+1, startend in het schooljaar 2022-2023, aan scholen buitengewoon basisonderwijs, met uitzondering van scholen voor type 5, per leerling die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan dat de school op de eerste schooldag van oktober X meer telt ten opzichte van de teldag voor de berekening van de lestijden volgens de schalen van het schooljaar X-X+1, 2,09480693 bijkomende uren paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel toegekend.

In aanvulling op artikel 148 van hetzelfde decreet worden voor het schooljaar X-X+1, startend in het schooljaar 2022-2023, aan scholen buitengewoon basisonderwijs, met uitzondering van scholen voor type 5, per leerling die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 4°quater, van hetzelfde decreet, met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in die definitie en die niet ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan, dat de school op de eerste schooldag van oktober X meer telt ten opzichte van de teldag voor de berekening van de lestijden volgens de schalen van het schooljaar X-X+1, 2,09480693 bijkomende uren paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel toegekend.

§ 7. In aanvulling op artikel 84 van hetzelfde decreet wordt voor het schooljaar X-X+1, startend in het schooljaar 2022-2023, aan scholen gewoon basisonderwijs, per leerling in respectievelijk het niveau kleuter- of lager onderwijs die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan dat de school op de eerste schooldag van oktober X meer telt in respectievelijk het niveau kleuter- of lager onderwijs ten opzichte van de teldag voor de berekening van de lestijden volgens de schalen van het schooljaar X-X+1 824,95 euro toegekend, als extra toelage.

In aanvulling op artikel 84 van hetzelfde decreet wordt voor het schooljaar X-X+1, startend in het schooljaar 2022-2023, aan scholen gewoon basisonderwijs, per leerling in respectievelijk het niveau kleuter- of lager onderwijs die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 4°quater, van hetzelfde decreet, met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in die definitie en die niet ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan, dat de school op de eerste schooldag van oktober X meer telt in respectievelijk het niveau kleuter- of lager onderwijs ten opzichte van de teldag voor de berekening van de lestijden volgens de schalen van het schooljaar X-X+1 824,95 euro toegekend, als extra toelage.

§ 8. In aanvulling op artikel 85sexies van hetzelfde decreet wordt voor het schooljaar X-X+1, startend in het schooljaar 2022-2023, aan scholen buitengewoon basisonderwijs, per leerling die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan dat de school op de eerste schooldag van oktober X meer telt ten opzichte van de teldag voor de berekening van de lestijden volgens de schalen van het schooljaar X-X+1, 824,95 euro toegekend, als extra toelage.

In aanvulling op artikel 85sexies van hetzelfde decreet wordt voor het schooljaar X-X+1, startend in het schooljaar 2022-2023, aan scholen buitengewoon basisonderwijs, per leerling die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 4°quater, van hetzelfde decreet, met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in die definitie en die niet ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan, dat de school op de eerste schooldag van oktober X meer telt ten opzichte van de teldag voor de berekening van de lestijden volgens de schalen van het schooljaar X-X+1, 824,95 euro toegekend, als extra toelage.

§ 9. De bijkomende lestijden en bijkomende uren, berekend volgens dit artikel worden binnen een school als volgt afgerond: als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier, wordt er afgerond naar het hogere geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier, wordt er afgerond naar het lagere geheel getal.

§ 10. De toelage verkregen met toepassing van paragraaf 7 en 8 wordt uiterlijk op 31 december X uitbetaald.

§ 11. Voor de toepassing van dit artikel op CKG-scholen en op scholen voor type 5 wordt het woord “teldag” telkens gelezen als “telperiode”.

§ 12. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op scholen waarvan de teldag de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar is. Dit artikel is evenmin van toepassing op scholen met een specifieke telperiode omwille van een programmatie of herstructurering.

§ 13. De school wendt de extra omkadering vermeld in dit artikel aan, conform de bepalingen van hetzelfde decreet. De betrekkingen die ingericht worden met de extra omkadering komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekkingen.

Art. 7.

§ 1. In aanvulling op artikel 131 en 132 van hetzelfde decreet worden voor het schooljaar X-X+1, startende in het schooljaar 2022-2023, aan scholen gewoon basisonderwijs, per leerling die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan of die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 4°quater, van hetzelfde decreet, met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in die definitie die instapt in de school tussen de dag na de eerste schooldag van oktober X en de laatste schooldag van juni X+1, 1,47046956 bijkomende lestijden toegekend. Deze lestijden kunnen door de scholen ten vroegste ingericht worden vanaf de dag dat de betrokken leerling instapt in de school. De lestijden die ingericht worden volgens deze bepaling, worden steeds naar het lager gelegen geheel getal afgerond.

§ 2. In aanvulling op artikel 137bis, 138, § 1, eerste lid, 6°, en 139 van hetzelfde decreet worden voor het schooljaar X-X+1, startende in het schooljaar 2022-2023, aan scholen buitengewoon basisonderwijs, per leerling die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan of die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 4°quater, van hetzelfde decreet, met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in die definitie die instapt in de school tussen de dag na de eerste schooldag van oktober X en de laatste schooldag van juni X+1, 3,78660513 bijkomende lestijden toegekend. Deze lestijden kunnen door de scholen ten vroegste ingericht worden vanaf de dag dat de betrokken leerling instapt in de school. De lestijden die ingericht worden volgens deze bepaling, worden steeds naar het lager gelegen geheel getal afgerond.

§ 3. In aanvulling op artikel 138, § 1, eerste lid, 1°, en 139 van hetzelfde decreet worden voor het schooljaar X-X+1, startende in het schooljaar 2022-2023, aan scholen gewoon basisonderwijs, per leerling lager onderwijs die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan of die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 4°quater, van hetzelfde decreet, met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in die definitie die instapt in de school tussen de dag na de eerste schooldag van oktober X en de laatste schooldag van juni X+1, 0,14378644 bijkomende lestijden voor godsdienst, cultuurbeschouwing en niet-confessionele zedenleer toegekend. De lestijden voor godsdienst, cultuurbeschouwing en niet-confessionele zedenleer dienen voor godsdienst, cultuurbeschouwing of niet-confessionele zedenleer aangewend te worden. Deze lestijden kunnen door de scholen ten vroegste ingericht worden vanaf de dag dat de betrokken leerling instapt in de school. De lestijden die ingericht worden volgens deze bepaling, worden steeds naar het lager gelegen geheel getal afgerond.

§ 4. In aanvulling op artikel 138, § 1, eerste lid, 1°, en 139 van hetzelfde decreet worden voor het schooljaar X-X+1, startende in het schooljaar 2022-2023, aan scholen buitengewoon basisonderwijs, per leerling lager onderwijs die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan of die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 4°quater, van hetzelfde decreet met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in die definitie die instapt in de school tussen de dag na de eerste schooldag van oktober X en de laatste schooldag van juni X+1, 0,11669043 bijkomende lestijden voor godsdienst, cultuurbeschouwing en niet-confessionele zedenleer toegekend. De lestijden voor godsdienst, cultuurbeschouwingen niet-confessionele zedenleer dienen voor godsdienst, cultuurbeschouwing of niet-confessionele zedenleer aangewend te worden. Deze lestijden kunnen door de scholen ten vroegste ingericht worden vanaf de dag dat de betrokken leerling instapt in de school. De lestijden die ingericht worden volgens deze bepaling, worden steeds naar het lager gelegen geheel getal afgerond.

§ 5. In aanvulling op artikel 146bis van hetzelfde decreet worden voor het schooljaar X-X+1, startende in het schooljaar 2022-2023, aan scholen gewoon basisonderwijs, per kleuter die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan of die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 4°quater, van hetzelfde decreet, met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in die definitie die instapt in de school tussen de dag na de eerste schooldag van oktober X en de laatste schooldag van juni X+1, 0,15004811 bijkomende uren kinderverzorging toegekend. Deze uren kunnen door de scholen ten vroegste ingericht worden vanaf de dag dat de betrokken leerling instapt in de school. De uren die ingericht worden volgens deze bepaling, worden steeds naar het lager gelegen geheel getal afgerond.

§ 6. In aanvulling op artikel 148 van hetzelfde decreet worden voor het schooljaar X-X+1, startende in het schooljaar 2022-2023, aan scholen buitengewoon basisonderwijs, met uitzondering van scholen voor type 5, per leerling die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan of die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 4°quater, van hetzelfde decreet, met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in die definitie die instapt in de school tussen de dag na de eerste schooldag van oktober X en de laatste schooldag van juni X+1, 2,09480693 bijkomende uren paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel toegekend. Deze uren kunnen door de scholen ten vroegste ingericht worden vanaf de dag dat de betrokken leerling instapt in de school. De uren die ingericht worden volgens deze bepaling, worden steeds naar het lager gelegen geheel getal afgerond.

§ 7. In aanvulling op artikel 84 van hetzelfde decreet wordt voor het schooljaar X-X+1, startende in het schooljaar 2022-2023, aan scholen gewoon basisonderwijs, per leerling die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan of die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 4°quater, van hetzelfde decreet, met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in die definitie die instapt in de school tussen de dag na de eerste schooldag van oktober X en de laatste schooldag van juni X+1, 742,45 euro als extra toelage toegekend.

§ 8. In aanvulling op artikel 85sexies van hetzelfde decreet wordt voor het schooljaar X-X+1, startende in het schooljaar 2022-2023, aan scholen buitengewoon basisonderwijs, per leerling die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan of die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 4°quater, van hetzelfde decreet, met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in die definitie die instapt in de school tussen de dag na de eerste schooldag van oktober X en de laatste schooldag van juni X+1, 742,45 euro als extra toelage toegekend.

§ 9. De toelage verkregen met toepassing van paragraaf 7 en 8 wordt uiterlijk op 31 oktober X+1 uitbetaald.

§ 10. De school wendt de extra omkadering vermeld in dit artikel aan conform de bepalingen van hetzelfde decreet. De betrekkingen die ingericht worden met de extra omkadering komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekkingen.

Art. 8.

In afwijking van artikel 139 van hetzelfde decreet kunnen, tijdens het schooljaar 2022-2023, de aanvullende lestijden voor de opvang van anderstalige nieuwkomers, vermeld in artikel 138, § 1, eerste lid, 3°, van hetzelfde decreet en de lestijden voor de opvang van gewezen anderstalige nieuwkomers, vermeld in artikel 138, § 1, eerste lid, 3°bis, van hetzelfde decreet in het gewoon basisonderwijs, bij een tekort aan onderwijzend personeel door het schoolbestuur, worden omgezet in punten, na omzetting conform de volgende tabel:

lestijdenpunten
14
27
311
414
518
621
725
828
932
1035
1139
1243
1346
1450
1553
1657
1760
1864
1967
2071
2174
2278
2381
2485

Uit de punten die conform het eerste lid worden verkregen, kunnen de volgende ambten worden ingericht:

1° het ambt van zorgcoördinator uit de categorie beleis- en ondersteunend personeel;

2° het ambt van ICT-coördinator uit de categorie beleis- en ondersteunend personeel;

3° het ambt van administratief medewerker uit de categorie beleids- en ondersteunend personeel;

4° het ambt van beleidsondersteuner uit de categorie beleids- en ondersteunend personeel.

De omrekening van punten naar de gefinancierde of gesubsidieerde betrekkingen van het beleids- en ondersteund personeel gebeurt conform artikel 4quater, 4quinquies en 4sexies van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2004 betreffende de puntenenveloppen voor de scholengemeenschappen basisonderwijs.

De omzettingen, vermeld in het eerste lid, kunnen telkens gebeuren vanaf 1 oktober van het lopende schooljaar en gelden voor de duur van dat lopende schooljaar. In afwijking hiervan eindigt een omzetting van lestijden als het personeelslid dat aangesteld is in een betrekking die via voormelde omzetting werd ingericht in een ambt van het beleids- en ondersteunend personeel, tijdens het schooljaar vrijwillig ontslag neemt volgens artikel 25 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of volgens artikel 26 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. In dit geval eindigt de omzetting voor het overeenkomend deel van de lestijden vanaf het ogenblik dat het ontslag ingaat.

De punten die verkregen worden door de omzetting, vermeld in het eerste lid, worden maximaal ter ondersteuning op de klasvloer in de scholen basisonderwijs aangewend voor de ondersteuning van de anderstalige nieuwkomers.

De criteria om het tekort aan onderwijzend personeel te bepalen en de aanwending in ambten van het beleids- en ondersteunend personeel, vermeld in het eerste lid, worden vastgelegd na onderhandeling in het bevoegde lokaal comité.

De betrekkingen die ingericht worden in ambten van het beleids- en ondersteunend personeel, vermeld in het eerste lid, komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekkingen.

Art. 9.

§ 1. In afwijking van artikel 173quinquies/2 van hetzelfde decreet wordt voor het schooljaar 2022-2023 aan de scholen voor gewoon basisonderwijs die aan een van volgende criteria voldoen, een extra toelage toegekend uitsluitend voor activiteiten in het kader van initiatie in en versterking van het Nederlands die berekend wordt volgens paragraaf 2:

1° de school kent op de instapdag, vermeld in artikel 12, § 2, 1° of 4°, van hetzelfde decreet, een stijging van het aantal kleuters dat voldoet aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, § 1, 1°, c), van hetzelfde decreet ten opzichte van de teldag of telperiode voor de berekening van het werkingsbudget van het schooljaar 2022-2023;

2° de school telt op de instapdag, vermeld in artikel 12, § 2, 1° of 4° of 6° of 7°, van hetzelfde decreet, minstens één leerling die uiterlijk op 31 december 2022 jonger dan vijf jaar is en die op de instapdag, gelijktijdig aan de volgende voorwaarden voldoet:

a) hij is een nieuwkomer, dit wil zeggen dat hij maximaal één jaar ononderbroken in België verblijft;

b) hij heeft niet het Nederlands als thuistaal of moedertaal;

c) hij beheerst onvoldoende de onderwijstaal om met goed gevolg de lessen te kunnen volgen;

d) hij is maximaal negen maanden ingeschreven, vakantiemaanden juli en augustus niet inbegrepen, in een school met het Nederlands als onderwijstaal.

§ 2. De extra toelage waar de school op de betrokken instapdag, vermeld in paragraaf 1, recht op heeft, is 950 euro maal (C + (D-C)), waarbij, als D-C negatief is, dit gelijkgesteld wordt aan 0.

C = het totale aantal kleuters in de school dat op de betrokken instapdag, vermeld in paragraaf 1, voldoet aan paragraaf 1, 2°.

D = de totale stijging aan kleuters in de school, die voldoen aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, § 1, 1°, c), van hetzelfde decreet op de betrokken instapdag, vermeld in paragraaf 1, ten opzichte van de teldag of telperiode voor de berekening van het werkingsbudget van het schooljaar 2022-2023.

Van dit bedrag wordt de toelage, toegekend uitsluitend voor activiteiten in het kader van initiatie in en versterking van het Nederlands, zoals bepaald in dit artikel, verkregen ten gevolge van eerdere herberekeningen tijdens het lopende schooljaar, afgetrokken. Dit geeft de toelage verkregen op basis van de herberekening.

Voor scholen met als teldag de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar is er geen hertelling mogelijk op de instapdag, vermeld in artikel 12, § 2, 1°, van hetzelfde decreet. Voor de berekening op de instapdag, vermeld in artikel 12, § 2, 6° of 7°, van hetzelfde decreet wordt D gelijkgesteld met 0.

§ 3. De scholen kunnen de extra toelage, berekend volgens paragraaf 2, uitsluitend voor activiteiten in het kader van initiatie in en versterking van het Nederlands aanwenden.

§ 4. Het schoolbestuur kan ten laste van de toelage, vermeld in paragraaf 1, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het basisonderwijs, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het basisonderwijs, vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.

De betrekking die met deze middelen wordt ingericht kan niet worden vacant verklaard en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking.

Het personeelslid dat door een schoolbestuur in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs is op hem van toepassing.

Het personeelslid dat door een schoolbestuur in het gesubsidieerd onderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs is op hem van toepassing.

Het Agentschap voor Onderwijsdiensten betaalt het salaris of de salaristoelage rechtstreeks aan de betrokken personeelsleden. Diezelfde dienst vordert het brutosalaris of de brutosalaristoelage, verhoogd met de vergoedingen, bijslagen, vakantiegeld, eindejaarspremie en werkgeversbijdrage, van het schoolbestuur terug.

§ 5. De toelage, toegekend uitsluitend voor activiteiten in het kader van initiatie in en versterking van het Nederlands, zoals bepaald in dit artikel, verkregen op basis van berekeningen tot en met 15 november 2022 wordt uiterlijk op 31 december 2022 uitbetaald. De toelage, toegekend uitsluitend voor activiteiten in het kader van initiatie in en versterking van het Nederlands, zoals bepaald in dit artikel, voor berekeningen tijdens de periode 16 november 2022 tot en met de laatste instapdag van het schooljaar wordt uiterlijk op 1 september 2023 uitbetaald.

§ 6. De school wendt de extra omkadering, vermeld in dit artikel, aan conform de bepalingen van hetzelfde decreet. De betrekkingen die ingericht worden met de extra omkadering komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekkingen.

HOOFDSTUK 4. — Wijziging van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap

Art. 10.

Aan artikel 9, § 2, van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, gewijzigd bij de decreten van 8 mei 2009, 16 juni 2017, en 23 maart 2019, wordt een punt 9° toegevoegd, dat luidt als volgt:

“9° personen die genieten van tijdelijke bescherming op basis van de richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen of personen van wie de ouders genieten van deze bescherming en de student verblijft al van zijn minderjarigheid in België.”.

HOOFDSTUK 5. — Afwijkingen van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs

Art. 11.

In aanvulling op artikel 196sexies, § 1, zevende lid, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs wordt binnen de perken van de in de begroting 2022 voorziene middelen, 300 euro toegekend voor een cursist met een statuut van tijdelijke bescherming ingevolge een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan, die ingeschreven is in een korte intensieve initiatiecursus NT2 onder de vorm van een open module. [1Decr. van 15/07/2022
B.S. 08/08/2022
...1Decr. van 15/07/2022
B.S. 08/08/2022
] De extra middelen genereren geen extra lesurencursist voor het volgende schooljaar.

[1Decr. van 15/07/2022
B.S. 08/08/2022
...1Decr. van 15/07/2022
B.S. 08/08/2022
]

[1Decr. van 15/07/2022
B.S. 08/08/2022
...1Decr. van 15/07/2022
B.S. 08/08/2022
]

HOOFDSTUK 6. — Afwijkingen van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap

Art. 12.

In aanvulling op artikel 86 en 89 van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap ontvangt een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs voor het schooljaar 2021-2022 2,94838350 uren-leraar per leerling die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan of die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 2°/1, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, en met de effectieve lesbijwoning start in het centrum tussen 4 maart 2022 en 30 juni 2022. Deze uren-leraar kunnen door het centrum worden ingericht vanaf de start van de effectieve lesbijwoning door de betrokken leerling.

De uren-leraar, vermeld in het eerste lid, worden steeds naar het lager gelegen geheel getal afgerond.

Het centrum wendt de uren-leraar aan voor onderwijzend personeel conform de bepalingen van hetzelfde decreet. De betrekkingen die opgericht worden in ambten van het onderwijzend personeel komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekkingen.

De uren-leraar, inclusief de omzetting naar punten, kunnen, in afwijking van artikel 21 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, niet overgedragen worden naar het daaropvolgende schooljaar.

Art. 13.

In aanvulling op artikel 86 en 89 van hetzelfde decreet ontvangt een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs vanaf het schooljaar 2022-2023 2,94838350 uren-leraar:

1° per leerling die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan en die het centrum op de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar meer telt dan het aantal regelmatige leerlingen die ressorteren onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan op de eerste lesdag van februari van het voorafgaande schooljaar;

2° per anderstalige nieuwkomer, vermeld in artikel 3, 2°/1, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, die niet ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan en die het centrum op de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar meer telt dan het aantal regelmatige anderstalige nieuwkomers die niet ressorteren onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan op de eerste lesdag van februari van het voorafgaande schooljaar.

De uren-leraar, vermeld in het eerste lid, worden afgerond naar het hogere geheel getal als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier, wordt er afgerond naar het lagere geheel getal.

Het centrum wendt de uren-leraar aan voor onderwijzend personeel conform de bepalingen van hetzelfde decreet. De betrekkingen die opgericht worden in ambten van het onderwijzend personeel komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekkingen.

De uren-leraar, inclusief de omzetting naar punten, kunnen, in afwijking van artikel 21 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, niet overgedragen worden naar het daaropvolgende schooljaar.

De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs waarvoor, overeenkomstig artikel 86, § 2, derde lid, van hetzelfde decreet, de teldatum is bepaald op de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar.

Art. 14.

In aanvulling op artikel 86 en 89 van hetzelfde decreet ontvangt een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs vanaf het schooljaar 2022-2023 2,94838350 uren-leraar per leerling die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan of die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 2°/1, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, en met de effectieve lesbijwoning start in het centrum tussen de tweede lesdag van oktober en de laatste lesdag van juni van het lopende schooljaar. Deze uren-leraar kunnen door het centrum worden ingericht vanaf de start van de effectieve lesbijwoning door de betrokken leerling.

De uren-leraar, vermeld in het eerste lid, worden steeds naar het lager gelegen geheel getal afgerond.

Het centrum wendt de uren-leraar aan voor onderwijzend personeel conform de bepalingen van hetzelfde decreet. De betrekkingen die opgericht worden in ambten van het onderwijzend personeel komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekkingen.

De uren-leraar, inclusief de omzetting naar punten, kunnen, in afwijking van artikel 21 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, niet overgedragen worden naar het daaropvolgende schooljaar.

Art. 15.

In afwijking van artikel 89 van hetzelfde decreet kan, bij een tekort aan onderwijzend personeel tijdens het schooljaar 2022-2023, het centrumbestuur de specifieke uren-leraar voor de organisatie van het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers, vermeld in artikel 3, 11°, van hetzelfde decreet, omzetten naar punten en aanwenden in ambten van het ondersteunend personeel. De omzetting verloopt conform volgend principe:

1° 11 uren-leraar = 31,5 punten in het geval van een halftijdse betrekking met bekwaamheidsbewijs ten minste secundair onderwijs;

2° 22 uren-leraar = 63 punten in het geval van een voltijdse betrekking met bekwaamheidsbewijs ten minste secundair onderwijs;

3° 11 uren-leraar = 41 punten in het geval van een halftijdse betrekking met bekwaamheidsbewijs ten minste bachelor;

4° 22 uren-leraar = 82 punten in het geval van een voltijdse betrekking met bekwaamheidsbewijs ten minste bachelor;

5° 10 uren-leraar = 60 punten in het geval van een halftijdse betrekking met bekwaamheidsbewijs ten minste master;

6° 20 uren-leraar = 120 punten in het geval van een voltijdse betrekking met bekwaamheidsbewijs ten minste master.

De omzettingen, vermeld in het eerste lid, kunnen telkens gebeuren vanaf 1 oktober van het lopende schooljaar en gelden voor de duur van het lopende schooljaar. In afwijking hiervan eindigt een omzetting van uren-leraar als het personeelslid dat aangesteld is in een betrekking die via voormelde omzetting werd opgericht in een ambt van het ondersteunend personeel, tijdens het schooljaar vrijwillig ontslag neemt volgens artikel 25 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of volgens artikel 26 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. In dit geval eindigt de omzetting voor het overeenkomend deel van de uren-leraar vanaf het ogenblik dat het ontslag ingaat.

De punten die verkregen worden door de omzetting, vermeld in het eerste lid, worden maximaal op de klasvloer aangewend ter ondersteuning van de anderstalige nieuwkomers.

De criteria om het tekort aan onderwijzend personeel te bepalen en de aanwending in ambten van het ondersteunend personeel, vermeld in het eerste lid, worden vastgelegd na onderhandeling in het bevoegde lokaal comité.

De betrekkingen die opgericht worden in ambten van het ondersteunend personeel, vermeld in het eerste lid, komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het centrumbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekkingen.

HOOFDSTUK 7. — Afwijkingen van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010

Art. 16.

In afwijking van artikel 15, § 4, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 is een melding bij de bevoegde diensten van de Vlaamse gemeenschap voldoende voor de ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats voor het structuuronderdeel onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers in het voltijds gewoon secundair onderwijs. De ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats door een school wordt gemeld aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten uiterlijk op het tijdstip van de ingebruikname. In de melding wordt verklaard dat:

1° de vestigingsplaats beantwoordt aan de voorwaarden voor de hygiëne, de veiligheid en de bewoonbaarheid;

2° de school op de hoogte is van aanbevelingen of tekorten die de onderwijsinspectie in het meest recente doorlichtingsverslag heeft geformuleerd over de bewoonbaarheid, de veiligheid en de hygiëne van de betreffende gebouwen, als ze een vestigingsplaats in gebruik neemt waar een andere onderwijsinstelling gevestigd is of voordien gevestigd was. De school vermeldt in dat geval ook het advies van de onderwijsinspectie over de bewoonbaarheid, de veiligheid en de hygiëne van de nieuwe vestigingsplaats.

Art. 17.

. In aanvulling op artikel 110/9, § 6 en § 8, 253/20, eerste lid, 253/24, § 1, 253/51, § 1, en 253/55, § 1, van dezelfde codex kan een schoolbestuur bij de overschrijding van een vastgelegde capaciteit of na een volzetverklaring toch overgaan tot een inschrijving voor de toelating van leerlingen die voldoen aan de definitie van een anderstalige nieuwkomer in het gewoon onderwijs als vermeld in artikel 3, 2°/1, van dezelfde codex.

Art. 18.

§ 1. In aanvulling op artikel 169, 209, 226, 227, 234, 235 en 248 van dezelfde codex ontvangt een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs voor het schooljaar 2021-2022, per leerling die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan of die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 2°/1, van dezelfde codex en met de effectieve lesbijwoning start in de school tussen 4 maart 2022 en 30 juni 2022:

1° 1,98527443 uren-leraar voor niet-levensbeschouwelijke vakken;

2° 0,11803881 uren-leraar voorbehouden voor de vakken godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie;

3° 296,41 euro als extra werkingsbudget.

De uren-leraar, vermeld in het eerste lid, kunnen door de school worden ingericht vanaf de start van de effectieve lesbijwoning door de betrokken leerling.

§ 2. In aanvulling op artikel 298, 299, 300, 309, 311, 318, 319 en 328 van dezelfde codex ontvangt een school voor buitengewoon secundair onderwijs voor het schooljaar 2021-2022, per leerling die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan of die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 2°/1, van dezelfde codex, met uitzondering van de vereiste les te volgen in het voltijds gewoon secundair onderwijs of deeltijds beroepssecundair onderwijs, en met de effectieve lesbijwoning start in de school tussen 4 maart 2022 en 30 juni 2022:

1° 5,13157660 lesuren voor niet-levensbeschouwing;

2° 0,11599751 lesuren voorbehouden voor levensbeschouwing;

3° 1,12182854 uren paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel, dit is niet van toepassing op leerlingen in type 5;

4° 296,41 euro als extra werkingsbudget.

De lesuren en de uren, vermeld in het eerste lid, kunnen door de school worden ingericht vanaf de start van de effectieve lesbijwoning door de betrokken leerling.

§ 3. De uren-leraar, vermeld in paragraaf 1, en de lesuren en uren, vermeld in paragraaf 2, worden steeds naar het lager gelegen geheel getal afgerond.

De school wendt de uren-leraar, vermeld in paragraaf 1, en de lesuren, vermeld in paragraaf 2, aan voor onderwijzend personeel conform de bepalingen van dezelfde codex. De uren, vermeld in paragraaf 2, worden aangewend voor paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel conform de bepalingen van dezelfde codex. De betrekkingen die opgericht worden in ambten van het onderwijzend personeel of van het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekkingen.

De uren-leraar, vermeld in paragraaf 1, en de lesuren en uren, vermeld in paragraaf 2, inclusief de omzetting naar punten, kunnen, in afwijking van artikel 21 en 313 van dezelfde codex, niet overgedragen worden naar het daaropvolgende schooljaar.

§ 4. Het extra werkingsbudget, vermeld in paragraaf 1, 3°, en paragraaf 2, 4°, wordt uiterlijk op 31 oktober 2022 uitbetaald.

Art. 19.

§ 1. In aanvulling op artikel 169, 209, 226, 227, 234, 235 en 248 van dezelfde codex ontvangt een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs vanaf het schooljaar 2022-2023:

1° per leerling die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan en die de school op de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar meer telt dan het aantal regelmatige leerlingen die ressorteren onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan op de eerste lesdag van februari van het voorafgaande schooljaar:

a) 1,98527443 uren-leraar voor niet-levensbeschouwelijke vakken;

b) 0,11803881 uren-leraar voorbehouden voor de vakken godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie;

c) 988,04 euro als extra werkingsbudget;

2° per anderstalige nieuwkomer als vermeld in artikel 3, 2°/1, van dezelfde codex die niet ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan en die de school op de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar meer telt dan het aantal regelmatige anderstalige nieuwkomers die niet ressorteren onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan op de eerste lesdag van februari van het voorafgaande schooljaar:

a) 1,98527443 uren-leraar voor niet-levensbeschouwelijke vakken;

b) 0,11803881 uren-leraar voorbehouden voor de vakken godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie;

c) 988,04 euro als extra werkingsbudget.

Voor het onthaalonderwijs waarvoor overeenkomstig artikel 169, § 3, van dezelfde codex de teldatum is bepaald op 1 juni, wordt voor de toepassing van het eerste lid de zinsnede “op de eerste lesdag van februari van het voorafgaande schooljaar”, gelezen als “op de eerste lesdag van juni van het voorafgaande schooljaar”.

§ 2. In aanvulling op artikel 298, 299, 300, 309, 311, 318, 319 en 328 van dezelfde codex ontvangt een school voor buitengewoon secundair onderwijs vanaf het schooljaar 2022-2023:

1° per leerling die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan en die de school op de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar meer telt dan het aantal regelmatige leerlingen die ressorteren onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan op de eerste lesdag van februari van het voorafgaande schooljaar:

a) 5,13157660 lesuren voor niet-levensbeschouwing;

b) 0,11599751 lesuren voorbehouden voor levensbeschouwing;

c) 1,12182854 uren paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel, dit is niet van toepassing op leerlingen in type 5;

d) 988,04 euro als extra werkingsbudget;

2° per anderstalige nieuwkomer als vermeld in artikel 3, 2°/1, van dezelfde codex, met uitzondering van de vereiste les te volgen in het voltijds gewoon secundair onderwijs of deeltijds beroepssecundair onderwijs, die niet ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan en die de school op de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar meer telt dan het aantal regelmatige anderstalige nieuwkomers die niet ressorteren onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan op de eerste lesdag van februari van het voorafgaande schooljaar:

a) 5,13157660 lesuren voor niet-levensbeschouwing;

b) 0,11599751 lesuren voorbehouden voor levensbeschouwing;

c) 1,12182854 uren paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel, dit is niet van toepassing op leerlingen in type 5;

d) 988,04 euro als extra werkingsbudget.

Voor de type 5-scholen wordt de zinsnede “op de eerste lesdag van februari van het voorafgaand schooljaar”, vermeld in het eerste lid, telkens gelezen als “de periode van 12 maanden die voorafgaat aan 1 februari van het voorafgaande schooljaar”.

§ 3. De uren-leraar, vermeld in paragraaf 1, en de lesuren en uren, vermeld in paragraaf 2, worden afgerond naar het hogere geheel getal als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier, wordt er afgerond naar het lagere geheel getal.

De school wendt de uren-leraar, vermeld in paragraaf 1, en de lesuren, vermeld in paragraaf 2, aan voor onderwijzend personeel conform de bepalingen van dezelfde codex. De uren, vermeld in paragraaf 2, worden aangewend voor paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel conform de bepalingen van dezelfde codex. De betrekkingen die opgericht worden in ambten van het onderwijzend personeel of van het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekkingen.

De uren-leraar, vermeld in paragraaf 1, en de lesuren en uren, vermeld in paragraaf 2, inclusief de omzetting naar punten, kunnen, in afwijking van artikel 21 en 313 van dezelfde codex, niet overgedragen worden naar het daaropvolgende schooljaar.

§ 4. Het extra werkingsbudget, vermeld in paragraaf 1, 3° en paragraaf 2, 4° wordt uiterlijk op 31 december van het lopende schooljaar uitbetaald.

§ 5. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op:

1° een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs waarvoor overeenkomstig artikel 171 of 172 van dezelfde codex, de teldatum is bepaald op 1 oktober van het lopende schooljaar;

2° een school voor buitengewoon secundair onderwijs waarvoor overeenkomstig artikel 299, 1°, en 309, § 3, van dezelfde codex, 1 oktober van het lopende schooljaar de teldatum is of in type 5 wanneer geteld wordt gedurende de eerste 30 dagen te rekenen vanaf de openstelling van het type.

Art. 20.

§ 1. In aanvulling op artikel 169, 209, 226, 227, 234, 235 en 248 van dezelfde codex ontvangt een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs vanaf het schooljaar 2022-2023, per leerling die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan of die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 2°/1, van dezelfde codex, en met de effectieve lesbijwoning start in de school tussen de tweede lesdag van oktober en de laatste lesdag van juni van het lopende schooljaar:

1° 1,98527443 uren-leraar voor niet-levensbeschouwelijke vakken;

2° 0,11803881 uren-leraar voorbehouden voor de vakken godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie; 3° 889,23 euro als extra werkingsbudget.

De uren-leraar, vermeld in het eerste lid, kunnen door de school worden ingericht vanaf de start van de effectieve lesbijwoning door de betrokken leerling.

§ 2. In aanvulling op artikel 298, 299, 300, 309, 311, 318, 319 en 328 van dezelfde codex ontvangt een school voor buitengewoon secundair onderwijs, vanaf het schooljaar 2022-2023, per leerling die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan of die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 2°/1, van dezelfde codex, met uitzondering van de vereiste les te volgen in het voltijds gewoon secundair onderwijs of deeltijds beroepssecundair onderwijs, en met de effectieve lesbijwoning start in de school tussen de tweede lesdag van oktober en de laatste lesdag van juni van het lopende schooljaar:

1° 5,13157660 lesuren voor niet-levensbeschouwing;

2° 0,11599751 lesuren voorbehouden voor levensbeschouwing;

3° 1,12182854 uren paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel, dit is niet van toepassing op leerlingen in type 5;

4° 889,23 euro als extra werkingsbudget.

De lesuren en de uren, vermeld in het eerste lid, kunnen door de school worden ingericht vanaf de start van de effectieve lesbijwoning door de betrokken leerling.

Voor de type 5-scholen wordt de zinsnede “op de eerste lesdag van februari van het voorafgaand schooljaar”, vermeld in het eerste lid, gelezen als “de periode van 12 maanden die voorafgaat aan 1 februari van het voorafgaande schooljaar”.

§ 3. De uren-leraar, vermeld in paragraaf 1, en de lesuren en uren, vermeld in paragraaf 2, worden steeds naar het lager gelegen geheel getal afgerond.

De school wendt de uren-leraar, vermeld in paragraaf 1, en de lesuren, vermeld in paragraaf 2, aan voor onderwijzend personeel conform de bepalingen van dezelfde codex. De uren, vermeld in paragraaf 2, worden aangewend voor paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel conform de bepalingen van dezelfde codex. De betrekkingen die opgericht worden in ambten van het onderwijzend personeel of van het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekkingen.

De uren-leraar, vermeld in paragraaf 1, en de lesuren en uren, vermeld in paragraaf 2, inclusief de omzetting naar punten, kunnen, in afwijking van artikel 21 en 313 van dezelfde codex, niet overgedragen worden naar het daaropvolgende schooljaar.

§ 4. Het extra werkingsbudget, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°, en paragraaf 2, eerste lid, 4°, wordt uiterlijk op 31 oktober van het daaropvolgend schooljaar uitbetaald.

Art. 21.

In afwijking van artikel 179/3 van dezelfde codex is het structuuronderdeel onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers in het voltijds gewoon secundair onderwijs vrij programmeerbaar.

Het schoolbestuur meldt de programmatie schriftelijk bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap uiterlijk op de datum van de effectieve opstart. Bij die melding gaan het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité en, als de school tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het proces-verbaal waaruit blijkt dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt.

Art. 22.

In afwijking van artikel 211 en 222 van dezelfde codex kan bij een tekort aan onderwijzend personeel tijdens het schooljaar 2022-2023 het schoolbestuur de specifieke uren-leraar voor de organisatie van het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers, zoals volgend uit artikel 222 van dezelfde codex, omzetten naar punten en aanwenden in ambten van het ondersteunend personeel. De omzetting verloopt conform volgend principe:

1° 11 uren-leraar = 31,5 punten in het geval van een halftijdse betrekking met bekwaamheidsbewijs ten minste secundair onderwijs;

2° 22 uren-leraar = 63 punten in het geval van een voltijdse betrekking met bekwaamheidsbewijs ten minste secundair onderwijs;

3° 11 uren-leraar = 41 punten in het geval van een halftijdse betrekking met bekwaamheidsbewijs ten minste bachelor;

4° 22 uren-leraar = 82 punten in het geval van een voltijdse betrekking met bekwaamheidsbewijs ten minste bachelor;

5° 10 uren-leraar = 60 punten in het geval van een halftijdse betrekking met bekwaamheidsbewijs ten minste master;

6° 20 uren-leraar = 120 punten in het geval van een voltijdse betrekking met bekwaamheidsbewijs ten minste master.

De omzettingen, vermeld in het eerste lid, kunnen telkens gebeuren vanaf 1 oktober van het lopende schooljaar en gelden voor de duur van het lopende schooljaar. In afwijking hiervan eindigt een omzetting van uren-leraar als het personeelslid dat aangesteld is in een betrekking die via voormelde omzetting werd opgericht in een ambt van het ondersteunend personeel, tijdens het schooljaar vrijwillig ontslag neemt volgens artikel 25 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of volgens artikel 26 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. In dit geval eindigt de omzetting voor het overeenkomend deel van de uren-leraar vanaf het ogenblik dat het ontslag ingaat.

De punten die verkregen worden door de omzetting, vermeld in het eerste lid, worden maximaal op de klasvloer aangewend ter ondersteuning van de anderstalige nieuwkomers.

De criteria om het tekort aan onderwijzend personeel te bepalen en de aanwending in ambten van het ondersteunend personeel, vermeld in het eerste lid, worden vastgelegd na onderhandeling in het bevoegde lokaal comité.

De betrekkingen die opgericht worden in ambten van het ondersteunend personeel, vermeld in het eerste lid, komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekkingen.

Art. 23.

In aanvulling op artikel 248 van dezelfde codex ontvangt een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs voor het schooljaar 2021-2022, per leerling die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan of die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 2°/1, van dezelfde codex, en met de effectieve lesbijwoning start in het centrum tussen 4 maart 2022 en 30 juni 2022 296,41 euro als extra werkingsbudget.

Het extra werkingsbudget, vermeld in het eerste lid, wordt uiterlijk op 31 oktober 2022 uitbetaald.

Art. 24.

In aanvulling op artikel 248 van dezelfde codex ontvangt een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs vanaf het schooljaar 2022-2023 988,04 euro als extra werkingsbudget:

1° per leerling die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan en die het centrum op de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar meer telt dan het aantal regelmatige leerlingen die ressorteren onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan op de eerste lesdag van februari van het voorafgaande schooljaar;

2° per anderstalige nieuwkomer als vermeld in artikel 3, 2°/1, van dezelfde codex, die niet ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan en die het centrum op de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar meer telt dan het aantal regelmatige anderstalige nieuwkomers die niet ressorteren onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan op de eerste lesdag van februari van het voorafgaande schooljaar.

Het extra werkingsbudget, vermeld in het eerste lid, wordt uiterlijk op 31 december van het lopende schooljaar uitbetaald.

Art. 25.

In aanvulling op artikel 248 van dezelfde codex ontvangt een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs vanaf het schooljaar 2022-2023, per leerling die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan of die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 2°/1, van dezelfde codex, en met de effectieve lesbijwoning start in het centrum tussen de tweede lesdag van oktober en de laatste lesdag van juni van het lopende schooljaar, 889,23 euro als extra werkingsbudget.

Het extra werkingsbudget, vermeld in het eerste lid, wordt uiterlijk op 31 oktober van het daaropvolgend schooljaar uitbetaald.

Art. 26.

In afwijking van artikel 294, § 2, 1°, e), en 2°, f), van dezelfde codex is voor leerlingen die ressorteren onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan de opmaak van een tijdelijk verslag mogelijk in de loop van het schooljaar 2022-2023 na het doorlopen van een handelingsgericht diagnostisch traject maar zonder te voldoen aan de voorwaarde van classificerende diagnostiek, vermeld in artikel 259, § 1, 2°, 3°, 4°, 6°, 7° en 8°, van dezelfde codex. Het tijdelijke verslag kan opgemaakt worden voor een instap in het buitengewoon onderwijs of voor de opstart van een individueel aangepast curriculum als vermeld in artikel 3, 15°/2, van dezelfde codex, in het gewoon onderwijs tijdens het schooljaar 2022-2023, of als het type of de opleidingsvorm van een al bestaand verslag gewijzigd wordt tijdens het schooljaar 2022-2023.

Art. 27.

§ 1. In aanvulling op artikel 357/25, 357/26 en 357/52 van dezelfde codex ontvangt een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen voor het schooljaar 2021-2022, per leerling die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan of die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 2°/1, van dezelfde codex, met uitzondering van de vereiste les te volgen in het voltijds gewoon secundair onderwijs of deeltijds beroepssecundair onderwijs, en met de effectieve lesbijwoning start in het centrum tussen 4 maart 2022 en 30 juni 2022, 2,94838350 uren-leraar voor niet-levensbeschouwelijke vakken. Het resultaat van de berekening, uitgedrukt in een pakket uren-leraar, wordt voor elk centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen omgezet in een krediet op basis van de gemiddelde brutoloonkosten op jaarbasis van een uur-leraar in het deeltijds beroepssecundair onderwijs. Het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar van toekenning, wordt als jaarbasis genomen.

§ 2. In aanvulling op artikel 357/25, 357/26 en 357/52 van dezelfde codex ontvangt een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen voor het schooljaar 2021-2022, per leerling die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan of die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 2°/1, van dezelfde codex, met uitzondering van de vereiste les te volgen in het voltijds gewoon secundair onderwijs of deeltijds beroepssecundair onderwijs, en met de effectieve lesbijwoning start in het centrum tussen 4 maart 2022 en 30 juni 2022, 296,41 euro als extra werkingsbudget.

§ 3. Het extra krediet voor personeelsomkadering, vermeld in paragraaf 1, en het extra werkingsbudget, vermeld in paragraaf 2, worden uiterlijk op 31 oktober 2022 uitbetaald.

Art. 28.

§ 1. In aanvulling op artikel 357/25, 357/26 en 357/52 van dezelfde codex ontvangt een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen vanaf het schooljaar 2022-2023, per leerling die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan of die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 2°/1, van dezelfde codex, met uitzondering van de vereiste les te volgen in het voltijds gewoon secundair onderwijs of deeltijds beroepssecundair onderwijs, en met de effectieve lesbijwoning start tussen de tweede lesdag van oktober en de laatste lesdag van juni van het lopende schooljaar, 2,94838350 uren-leraar voor niet-levensbeschouwelijke vakken. Het resultaat van de berekening, uitgedrukt in een pakket uren-leraar, wordt voor elk centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen omgezet in een krediet op basis van de gemiddelde brutoloonkosten op jaarbasis van een uur-leraar in het deeltijds beroepssecundair onderwijs. Het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar van toekenning, wordt als jaarbasis genomen.

§ 2. In aanvulling op artikel 357/25, 357/26 en 357/52 van dezelfde codex ontvangt een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen vanaf het schooljaar 2022-2023, per leerling die ressorteert onder een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan of die een anderstalige nieuwkomer is als vermeld in artikel 3, 2°/1, van dezelfde codex, met uitzondering van de vereiste les te volgen in het voltijds gewoon secundair onderwijs of deeltijds beroepssecundair onderwijs, met de effectieve lesbijwoning start tussen de tweede lesdag van oktober en de laatste lesdag van juni van het lopende schooljaar, 889,23 euro als extra werkingsbudget.

§ 3. Het extra krediet voor personeelsomkadering, vermeld in paragraaf 1, en het extra werkingsbudget, vermeld in paragraaf 2, worden uiterlijk op 31 oktober van het daaropvolgende schooljaar uitbetaald.

HOOFDSTUK 8. — Wijzigingen van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013

Art. 29.

Aan artikel II.215, van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, gewijzigd bij de decreten van 16 juni 2017 en 15 juni 2018, wordt een punt 9° toegevoegd, dat luidt als volgt:

“9° studenten die genieten van tijdelijke bescherming op basis van de richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen of studenten van wie de ouders genieten van deze bescherming en de student verblijft al van zijn minderjarigheid in België.”.

Art. 30.

In artikel II.256, vijfde lid, van dezelfde codex, toegevoegd bij het decreet van 25 april 2014, wordt tussen de woorden “vluchtelingen” en het woord “en” de zinsnede “, vreemdelingen die tijdelijke bescherming genieten op basis van de richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen” ingevoegd.

Art. 31.

Aan artikel III.3, § 1, 2°, van dezelfde codex, wordt een punt j) toegevoegd, dat luidt als volgt:

“j) ze zijn vreemdeling die tijdelijke bescherming genieten op basis van de richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen of hun ouders genieten van deze bescherming en de student verblijft al van zijn minderjarigheid in België.”.

HOOFDSTUK 9. — Afwijking van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding

Art. 32.

In aanvulling op artikel 26 van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding wordt voor het begrotingsjaar 2022 aan de centra een eenmalig extra werkingsbudget toegekend om de kosten te compenseren voor het onthaal en de begeleiding van Oekraïense vluchtelingen.

Het totaalbedrag dat voor dit begrotingsjaar wordt toegekend bedraagt 3.897.331,5 euro en wordt onder de CLB ’s verdeeld op basis van hun aandeel in de nieuwe omkadering zoals berekend conform artikel 40 en 41 van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.

HOOFDSTUK 10. — Afwijking van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2002 inzake de organisatie van onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in het gewoon voltijds secundair onderwijs

Art. 33.

In afwijking van artikel 5, § 2, eerste lid, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2002 inzake de organisatie van onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in het gewoon voltijds secundair onderwijs kan de school beslissen om de specifieke uren-leraar bij een acuut lerarentekort ook aan te wenden voor het onthaaljaar. Indien de school deel uitmaakt van een scholengemeenschap waar verschillende scholen onthaalonderwijs organiseren, dan wordt deze beslissing genomen binnen het gestructureerd en systematisch overleg, vermeld in artikel 3, 3°, van hetzelfde besluit.

HOOFDSTUK 11. — Inwerkingtreding en toepassingsgebied in de tijd

Art. 34.

Dit decreet treedt in werking de dag na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

Artikel 10 treedt in werking op 1 augustus 2022.

Artikel 4, 5, 12, 16, 17, 18, 21, 23, 27 en 32 hebben uitwerking met ingang van 4 maart 2022.

Artikel 6, 7, 13, 14, 16, 17, 19, 20, 21, 24, 25, 28 en 33 hebben uitwerking tot het einde van het schooljaar waarin er een uitvoeringsbesluit van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden in de zin van artikel 5 van richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan, in werking is.