Onderwijsonderzoeken

Titel
Wetenschappelijke begeleiding en evaluatie van de CLIL-projecten in het secundair onderwijs in Vlaanderen
Korte omschrijving
De onderzoeksvragen zijn op vier niveaus gesitueerd: leerlingenniveau, lerarenniveau, schoolniveau en de tijdsfactor. Het onderzoeksteam heeft het implementatieproces in 9 CLIL-proeftuinscholen begeleid, gedocumenteerd en wetenschappelijk geƫvalueerd. Op basis daarvan beveelt het de minister van Onderwijs aan om CLIL te introduceren in Vlaanderen, als aan een aantal randvoorwaarden wordt voldaan.
Status
Afgerond
Startdatum
15/09/2007
Einddatum
14/09/2010
Omschrijving van het onderzoeksopzet

Voor het onderzoek krijgen 9 secundaire scholen als CLIL-proeftuinen (Content and Language Integrated Learning) ondersteuning tijdens de 3 schooljaren van 2007-2010.

De opdracht van het onderzoeksteam bestaat uit 3 delen: (1) de begeleiding van leerkrachten en 9 proeftuinscholen bij de implementatie van CLIL; (2) de documentatie van het implementatieproces in 9 proeftuinscholen; (3) de wetenschappelijke evaluatie van CLIL in 9 proeftuinscholen.

De wetenschappelijke evaluatie stelt onderzoeksvragen op 4 niveaus: leerlingenniveau, lerarenniveau, schoolniveau en de tijdsfactor.

Op leerlingenniveau bestudeert het onderzoeksteam de motivatiefactoren die meespelen in de keuze voor CLIL, en dit zowel aan de start als in de loop van een CLIL-project: van instroom, doorstroom tot uitstroom. Daarnaast brengt het team het leerrendement voor de vreemde taal, het Nederlands en de zaakvakken in kaart.

Op leerkrachtenniveau gaat het team na welke competenties vereist zijn voor CLIL-onderwijs en of de lerarenkorpsen in de proeftuinscholen over die competenties beschikken. Bovendien observeert het team verschillende didactische aanpakken van de CLIL-lessen. Zo is een beeld mogelijk van de ondersteuningsbehoeften van de leerkrachten bij de implementatie van CLIL-onderwijs.

Op schoolniveau ten derde, onderscheidt het team verschillende vereisten voor de organisatie van CLIL wat betreft infrastructuur, uurroosters, personeelsbeleid. Daarnaast zoekt het team, in samenspraak met de scholen, naar de ideale samenstelling en grootte van een CLIL-programma. Het team onderzoekt de invloed van CLIL op de gewone zaakvak- en taallessen en beantwoordt de vraag of CLIL een stimulans kan zijn voor het talenbeleid van de proeftuinscholen.

Tot slot onderzoekt het team 2 tijdsfactor-gerelateerde aspecten van CLIL: enerzijds kijkt het team na hoeveel tijd scholen nodig hebben om een CLIL-project op te starten, anderzijds gaat het team na of er zich een initieel vertragingseffect voordoet bij de verwerving van vakinhouden door CLIL-leerlingen.

Omschrijving van de onderzoeksresultaten

Het eindrapport van de KULeuven is een synthese van de bevindingen uit de driejarige 'Content-and-Language-Integrated-Learning' (CLIL)-proeftuin in 9 secundaire scholen (september ‘07-augustus ‘10). De opdracht van de Vlaamse Minister van Onderwijs voor het KULeuven-team bestond uit: 1. het begeleiden van leerkrachten en hun scholen bij het implementeren van CLIL; 2. het documenteren van het implementatieproces in de proeftuinscholen; 3. het wetenschappelijk evalueren van CLIL in de proeftuinscholen. Centraal in het rapport staan de belangrijkste onderzoeksthema’s uit die wetenschappelijke evaluatie-opdracht. Er wordt ingezoomd op: 1. het leerlingenniveau (motivatiefactoren die meespelen in de CLIL-keuze, leerrendement voor de vreemde taal, het Nederlands en de zaakvakken); 2. het leerkrachtenniveau (vereiste competenties, CLIL-didaktiek, ondersteuningsbehoeften); 3. het schoolniveau (infrastuur, uurroosters, personeelsbeleid, samenstelling en grootte CLIL-programma’s…); 4. twee tijdsfactor-gerelateerde aspecten van CLIL (aanloopperiode en eventueel initieel vertragingseffect). Tot slot formuleren de onderzoekers een aantal beleidsadviezen over deze nieuwe onderwijsvorm in Vlaanderen.

Trefwoord
  • VREEMDE TALEN
  • NEDERLANDS
  • EVALUATIE
  • TAALKENNIS
Onderwijsniveau
secundair onderwijs
Thema
Ad hoc