Besluit van de Vlaamse regering betreffende de nuttige ervaring als bekwaamheidsbewijs voor personeelsleden van het onderwijs.

  • goedkeuringsdatum
    07 OKTOBER 1997
  • publicatiedatum
    B.S.19/11/1997
  • datum laatste wijziging
    21/04/2017

COORDINATIE

B.Vl.R. 23-9-2005 - B.S. 22-12-2005

B.Vl.R. 12-3-2010 - B.S. 15-4-2010

B.Vl.R. 10-9-2010 - B.S. 12-11-2010

B.Vl.R. 8-4-2011 - B.S. 24-8-2011

B.Vl.R. 30-9-2011 - B.S. 16-12-2011

B.Vl.R. 1-6-2012 - B.S. 27-7-2012

B.Vl.R. 21-9-2012 - B.S. 28-11-2012

B.Vl.R. 8-3-2013 - B.S. 24-5-2013

B.Vl.R. 6-9-2013 - B.S. 27-11-2013

B.Vl.R. 16-5-2014 - B.S. 3-9-2014

B.Vl.R. 4-7-2014 - B.S. 6-11-2014

B.Vl.R. 22-5-2015 - B.S. 6-7-2015

B.Vl.R. 25-9-2015 - B.S. 5-11-2015

B.Vl.R. 11-3-2016 - B.S. 20-4-2016

B.Vl.R. 8-7-2016 - B.S. 26-8-2016

B.Vl.R. 9-9-2016 - B.S. 13-10-2016

B.Vl.R. 10-3-2017 - B.S. 21-4-2017

De Vlaamse regering,

Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, inzonderheid op artikel 5;

Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra, inzonderheid op artikel 7;

Gelet op het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in het secundair onderwijs dat verstrekt wordt in de gesubsidieerde vrije inrichtingen voor middelbaar onderwijs of voor normaalonderwijs, met inbegrip van het postsecundair psycho-pedagogisch jaar, inzonderheid op artikel 4;

Gelet op het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in het secundair onderwijs georganiseerd in de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor middelbaar onderwijs en in de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor normaalonderwijs, inzonderheid op artikel 4;

Gelet op het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in de gesubsidieerde inrichtingen voor secundair technisch en beroepsonderwijs met volledig leerplan en voor sociale promotie, inzonderheid op artikel 4;

Gelet op het koninklijk besluit van 31 augustus 1978 betreffende de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in de gesubsidieerde inrichtingen voor kunstonderwijs, die secundair onderwijs verstrekken in de plastische kunsten, inzonderheid op artikel 4;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs, inzonderheid op artikel 5;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen en de bezoldigingsregeling in het buitengewoon onderwijs, inzonderheid op artikel 6;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 27 september 1996;

Gelet op het protocol nr. 242 van 27 mei 1997 houdende de conclusies van de onderhandelingen gevoerd in de gemeenschappelijke vergaderingen van Sectorcomité X en van onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap" van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;

Gelet op het protocol nr. 26 van 27 mei 1997 houdende de conclusies van de onderhandelingen gevoerd in het overkoepelend onderhandelingscomité bedoeld in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;

Gelet op de beraadslaging van de Vlaamse regering, op 10 en 17 juni 1997, betreffende de aanvraag om advies bij de Raad van State binnen één maand;

Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 24 juli 1997, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1° , van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK I. - Definities

Artikel 1.

§ 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder nuttige ervaring als bekwaamheidsbewijs of als een onderdeel van een bekwaamheidsbewijs :

1° de tijd gedurende welke een persoon buiten het onderwijs diensten heeft verstrekt als werknemer of als zelfstandige;

2° de tijd gedurende welke een persoon in het onderwijs diensten heeft verstrekt, uitgezonderd de diensten gepresteerd in door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde betrekkingen van de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel.

§ 2. Voor de toepassing van dit besluit worden de personen werkzaam in een familiezaak en de zelfstandige helpers gelijkgesteld met zelfstandigen onderworpen aan de sociale zekerheidsregeling.

§ 3.[In dit besluit wordt verstaan onder zomervakantie : de vakantie die begint op 1 juli en eindigt op 31 augustus.]

§ 4. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder "leerovereenkomst" : de leerovereenkomst, bedoeld in de wet van 19 juli 1983 op het leerlingwezen voor beroepen uitgeoefend door werknemers in loondienst en in [het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van een publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd Vlaams agentschap voor Ondernemingsvorming, Syntra Vlaanderen].

B.Vl.R. 12-3-2010

HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied

Art. 2.

[§ 1. Dit besluit is van toepassing op de personeelsleden van de volgende instellingen die gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap en die een van de ambten uitoefenen, vermeld in paragraaf 2 :

1° de instellingen voor voltijds gewoon secundair onderwijs en voor buitengewoon secundair onderwijs;

2° de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs;

3° de centra voor volwassenenonderwijs.

§ 2. [[De personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, oefenen een van de volgende ambten uit :

1° leraar, belast met praktische en/of technische vakken;

2° leraar beroepsgerichte vorming;

3° leraar, belast met kunstvakken, specialiteiten hedendaagse dans, klassieke dans en samenspel;

4°[[[leraar secundair volwassenenonderwijs, belast met een of meer modules, als vermeld in bijlage III bij dit besluit;]]]

5° technisch adviseur;

6° technisch adviseur-coördinator.]] ]

B.Vl.R. 12-3-2010; [[ ]] B.Vl.R. 10-9-2010; [[[ ]]] B.Vl.R. 6-9-2013

HOOFDSTUK III. - Erkenningsvoorwaarden voor nuttige ervaring

Art. 3.

De tijd gedurende welke diensten werden gepresteerd, kan als nuttige ervaring worden erkend indien die diensten verstrekt werden als :

1° personeelslid van de Europese Unie, van een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Vrijhandelsassociatie, van de Belgische staat, van de gemeenschappen en/of de gewesten of van een andere openbare dienst als titularis van een bezoldigd ambt;

2° bezoldigd werknemer onderworpen aan de R.S.Z.-regeling;

3° zelfstandige onderworpen aan de R.S.Z.-regeling;

4° beroepsmilitair.

Kan eveneens als nuttige ervaring worden erkend de tijd gedurende welke diensten verstrekt werden als :

1° stagiair in het raam van de stage van de jongeren;

2° werknemer in het bijzonder tijdelijk kader;

3° werknemer in het derde arbeidscircuit;

4° gesubsidieerd contractueel;

5° tewerkgestelde werkloze;

ongeacht de onderneming, dienst of instelling van tewerkstelling.

Art. 4.

Voor het bepalen van de tijd die als nuttige ervaring wordt erkend, wordt eveneens rekening gehouden met de periodes van :

[- ziekteverlof;

- bedreiging door beroepsziekte;

- beroepsziekte;

- ongevallen op weg naar en van het werk;

- arbeidsongeval;

- bevallingsverlof;

- moederschapsbescherming.]

B.Vl.R. 12-3-2010

Art. 5.

§ 1. [...]

§ 2. Diensten verstrekt buiten het onderwijs tijdens een onderbreking van de beroepsloopbaan in het onderwijs kunnen onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 3 en 4 als nuttige ervaring worden erkend.

B.Vl.R. 9-9-2016

Art. 6.

De diensten die voldoen aan de voorwaarden bepaald in de artikelen 3, 4 en 5 kunnen slechts als nuttige ervaring erkend worden indien ze wekelijkse prestaties omvatten die ten minste de helft bedragen van een [functie] met volledige prestaties.

De in het vorige lid bedoelde onvolledige diensten worden als voltijds beschouwd.

Diensten kunnen als nuttige ervaring worden erkend ongeacht de leeftijd van het betrokken personeelslid waarop ze gepresteerd werden.

De in aanmerking komende diensten worden berekend per dag en geteld van datum tot datum. De som van het aantal dagen wordt gedeeld door dertig. Het quotiënt van deze deling vormt het aantal maanden die als nuttige ervaring kunnen worden erkend.

Hierbij vormen twaalf maanden één jaar. Het resterend aantal dagen wordt desgevallend overgedragen naar een volgende periode.

B.Vl.R. 4-7-2014

Art. 7.

De diensten die als nuttige ervaring erkend worden, gelden als bekwaamheidsbewijs of als een onderdeel van een bekwaamheidsbewijs voor een vak, [een specialiteit, een module] of een ambt in het onderwijs.

[Voor een ambt in het volwassenenonderwijs waarvoor de bekwaamheidsbewijzen op het niveau van een opleiding zijn vastgelegd, kunnen de diensten die als nuttige ervaring erkend worden slechts als bekwaamheidsbewijs gelden als deze diensten voor alle modules van die opleiding erkend worden.]

B.Vl.R. 12-3-2010

Art. 8.

De volgende diensten kunnen niet erkend worden als nuttige ervaring voor een bekwaamheidsbewijs of een onderdeel van een bekwaamheidsbewijs :

1° diensten buiten het onderwijs :

a) als werknemer niet onderworpen aan de R.S.Z.-regeling;

b) als zelfstandige niet onderworpen aan de R.S.Z.-regeling;

c) als student;

d) onder leerovereenkomst;

e) als praktijkstages die een onderdeel zijn van een opleiding en die leiden tot het behalen van een studiebewijs;

f) indien deze diensten wekelijkse prestaties omvatten die minder dan de helft bedragen van een functie met volledige prestaties;

g) [...]²

h) als lesgever;

i) op grond van het besluit van de Vlaamse regering van [11 mei 1999]¹ betreffende de tewerkstelling buiten het onderwijs of de psycho-medisch-sociale centra;

2° diensten in het onderwijs :

a) in een door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde betrekking van de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel;

b) indien deze diensten wekelijkse prestaties omvatten die minder dan de helft bedragen van een ambt met volledige prestaties;

c) tegelijkertijd met een ander ambt met volledige prestaties in het onderwijs.

Kunnen evenmin erkend worden als nuttige ervaring voor een bekwaamheidsbewijs of een onderdeel van een bekwaamheidsbewijs, de periodes :

1° van nascholing, bijscholing, navorming of bedrijfsstage;

2° gedurende welke een persoon is vrijgesteld van stempelcontrole;

3° van militaire dienst of burgerdienst;

4° van volledige [loopbaanonderbreking en zorgkrediet]³ voor diensten buiten het onderwijs, behoudens als betrokkene gedurende deze periode activiteiten uitoefent als zelfstandige of als werknemer;

5° van opzegging indien tijdens deze periode geen effectieve diensten verstrekt werden.

[ ]¹ B.Vl.R. 12-3-2010; [ ]² B.Vl.R. 9-9-2016; [ ]³ B.Vl.R. 10-3-2017

HOOFDSTUK IV. - Bewijzen van de verstrekte diensten

Art. 9.

§ 1. Een personeelslid dat diensten wenst te laten erkennen als nuttige ervaring voor een bekwaamheidsbewijs of een onderdeel van een bekwaamheidsbewijs moet daartoe de volgende documenten indienen :

1° indien de diensten verstrekt werden als werknemer : een attest(en) van diensten gepresteerd als werknemer waarvan het model als bijlage I bij dit besluit is gevoegd;

2° indien de diensten verstrekt werden als zelfstandige : een verklaring betreffende de diensten verstrekt als zelfstandige, waarvan het model als bijlage II bij dit besluit is gevoegd. Bij deze verklaring moet een getuigschrift van inschrijving in het handelsregister of van inschrijving bij een sociale kas voor zelfstandigen gevoegd worden.

§ 2. Indien een personeelslid de in § 1 bedoelde documenten niet kan overleggen, mag hij de gepresteerde diensten bewijzen met een attest van de gemeentelijke administraties of met een attest van de ontvanger van de directe belastingen.

[§ 3. Voor de toepassing van dit artikel mag het personeelslid de gepresteerde diensten bewijzen door alle rechtsmiddelen.]

B.Vl.R. 12-3-2010

HOOFDSTUK V. - Procedure voor erkenning als nuttige ervaring

Art. 10.

§ l. Uiterlijk bij de indiensttreding van een personeelslid in een instelling en [een ambt vermeld in artikel 2], moet de inrichtende macht of haar afgevaardigde nagaan of het personeelslid diensten heeft gepresteerd die als nuttige ervaring voor een bekwaamheidsbewijs of een onderdeel van een bekwaamheidsbewijs in aanmerking zouden kunnen komen.

Het personeelslid dat dergelijke diensten heeft verstrekt, bezorgt aan de inrichtende macht of haar afgevaardigde de documenten, voorgeschreven in artikel 9.

§ 2. Indien een personeelslid fungeert in een instelling en [een ambt vermeld in artikel 2], en diensten heeft gepresteerd die het wenst te laten erkennen als nuttige ervaring voor zijn bekwaamheidsbewijs of een onderdeel van zijn bekwaamheidsbewijs, bezorgt het aan de inrichtende macht of haar afgevaardigde de documenten, voorgeschreven in artikel 9.

§ 3. De inrichtende macht of haar afgevaardigde zendt de documenten die haar door het personeelslid werden bezorgd, onverwijld naar de bevoegde administratie bij het [Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming] die de dossiers beheert van de personeelsleden van de instelling. Bij de toezending van de documenten vermeldt de inrichtende macht of haar afgevaardigde voor welke [vakken, specialiteiten, modules] of ambten het personeelslid de erkerming als nuttige ervaring wenst aan te vragen.

B.Vl.R. 12-3-2010

Art. 11.

De bevoegde administratie onderzoekt of de toegezonden documenten in overeenstemming zijn met de bepalingen van dit besluit.

In dat geval worden de documenten onverwijld voorgelegd aan de onderwijsinspectie opgericht bij [het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs].

B.Vl.R. 12-3-2010

Art. 12.

§ 1. De bevoegde inspectie adviseert over de relatie tussen de gepresteerde diensten en [het vak, de specialiteit, de module] of het ambt door het personeelslid uitgeoefend in het onderwijs.

Het gemotiveerde advies betreft het al of niet erkennen van een bepaalde periode als nuttige ervaring voor het bekwaamheidsbewijs of een onderdeel van het bekwaamheidsbewijs.

§ 2. Indien de inspectie een ongunstig advies uitbrengt, wordt dit gemotiveerde advies door de bevoegde administratie :

1° schriftelijk meegedeeld aan de inrichtende macht of haar afgevaardigde,

2° bij aangetekend schrijven ter kennis gebracht van het betrokken personeelslid.

B.Vl.R. 12-3-2010

Art. 13.

§ 1. Het betrokken personeelslid kan binnen zestig dagen na het versturen van het aangetekend schrijven, de herziening vragen van het uitgebrachte advies. Deze herzieningsaanvraag moet alle bijkomende elementen bevatten over de inhoud van de taken die het heeft uitgeoefend tijdens de dienstperiodes waarvan de erkenning als nuttige ervaring wordt gevraagd of de argumenten waarop wordt gesteund om de herziening aan te vragen. De aanvraag tot herziening moet aangetekend worden toegezonden aan de bevoegde administratie. Het betrokken personeelslid wordt gehoord indien het daarom uitdrukkelijk verzoekt in de aanvraag tot herziening.

De herzieningsaanvraag is slechts geldig als ze gemotiveerd is. Enkel als de betrokkene nieuwe argumenten en/of fouten kan aantonen is een herziening mogelijk.

§ 2. Indien binnen de voormelde termijn geen aanvraag tot herziening bij de bevoegde administratie wordt ingediend, wordt het advies van de inspectie gehandhaafd.

§ 3. Indien binnen de voormelde termijn wel een vraag tot herziening bij de bevoegde administratie toekomt, legt deze de aanvraag voor aan [de inspecteur-generaal] die na intern overleg hetzij het eerste advies bevestigt, hetzij het advies geheel of gedeeltelijk wijzigt.

B.Vl.R. 12-3-2010

Art. 14.

Nadat het gemotiveerde advies definitief is geworden beslist de bevoegde ambtenaar of de diensten al dan niet erkend worden als nuttige ervaring voor het bekwaamheidsbewijs of een onderdeel van het bekwaamheidsbewijs.

Art. 15.

De beslissing van de bevoegde ambtenaar wordt toegezonden aan de inrichtende macht of haar afgevaardigde en aan het betrokken personeelslid.

Art. 16.

De diensten die als nuttige ervaring voor het bekwaamheidsbewijs of voor een onderdeel ervan werden erkend, blijven voor het betrokken personeelslid als dusdanig verworven in de volgende gevallen :

1° bij overgang van een wervingsambt naar een selectie- of bevorderingsambt of van een selectieambt naar een bevorderingsambt, voor zover in het selectie- of bevorderingsambt waarnaar overgegaan wordt nuttige ervaring dienstig is voor het bekwaamheidsbewijs;

2° bij overgang naar een andere opdracht zonder dat de specialiteit van de opdracht wijzigt;

[3° bij overgang van een ambt, vak of specialiteit naar een ambt, vak of specialiteit dat daarmee ambtshalve geconcordeerd is.]

B.Vl.R. 23-9-2005

Art. 17.

De diensten die als nuttige ervaring werden erkend, moeten opnieuw worden onderzocht overeenkomstig de procedure bepaald in de artikelen 10 tot 15 bij iedere verandering van specialiteit van de uitgeoefende opdracht(en) in het onderwijs.

Overeenkomstig de procedure bepaald in de artikelen 10 tot 15 moeten, ook bij overgang van een ambt waarvoor de nuttige ervaring niet dienstig is voor het bekwaamheidsbewijs naar een ambt waarvoor de nuttige ervaring wel dienstig is voor het bekwaamheidsbewijs, de diensten worden onderzocht die voor erkenning als nuttige ervaring in aanmerking zouden kunnen komen.

HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen

Art. 18.

§ 1. De volgende regelingen worden opgeheven :

1° artikel 4 van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoend geachte bekwaamheidsbewijzen in het secundair onderwijs dat verstrekt wordt in de gesubsidieerde vrije inrichtingen voor middelbaar onderwijs of voor normaalonderwijs, met inbegrip van het postsecundair psycho-pedagogisch jaar;

2° artikel 4 van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in het secundair onderwijs georganiseerd in de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor middelbaar onderwijs en in de gesubsidieerde officiële inrichtingen voor normaalonderwijs;

3° artikel 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs;

4° artikel 6 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen en de bezoldigingsregeling in het buitengewoon onderwijs.

§ 2. De volgende regelingen worden opgeheven wat de instellingen en de personeelsleden betreft, waarop dit besluit van toepassing is :

1° artikel 4 van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in de gesubsidieerde inrichtingen voor secundair technisch en beroepsonderwijs met volledig leerplan en voor sociale promotie;

2° artikel 4 van het koninklijk besluit van 31 augustus 1978 betreffende de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in de gesubsidieerde inrichtingen voor kunstonderwijs, die secundair onderwijs verstrekken in de plastische kunsten.

3° het ministerieel besluit van 12 april 1969 houdende de regelen tot staving van de nuttige ervaring bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat alsmede de internaten die van deze inrichtingen afhangen, en van de leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 28 december 1978.

Art. 19.

§ 1. De diensten die door een rechtsgeldige schriftelijke verklaring van de overheid werden erkend als nuttige ervaring voor een vak, een specialiteit of een ambt blijven hiervoor als dusdanig behouden.

§ 2. De diensten die vóór 1 februari 1997 feitelijk opgenomen werden als nuttige ervaring voor het bekwaamheidsbewijs of voor een onderdeel ervan, worden als dusdanig erkend voor een vak, een specialiteit of een ambt.

Deze erkenning geldt slechts voor het vak, de specialiteit of het ambt door het personeelslid effectief uitgeoefend op 1 februari 1996 of op 1 februari 1997 of waarvan het titularis was op één van beide data.

§ 3. De bepalingen van § 2 zijn niet van toepassing op de diensten die niet als nuttige ervaring werden erkend voor een vak, een specialiteit of een ambt door een rechtsgeldige verklaring van de overheid, na advies van de bevoegde inspectie.

Art. 20.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 1997.

Art. 21.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Bijlagen

Bijlage I

Attest van diensten gepresteerd als werknemer (uit te reiken door werkgever)

De ondergetekende (naam, voornaam)...........................

(graad)......................................................

van de onderneming of instelling (benaming en adres)

.............................................................

.............................................................

nummer van inschrijving bij de RSZ...........................

optredend hetzij als werkgever, hetzij in naam van of met machtiging van de werkgever, bevestigt dat...................

.............................................................

(naam, voornamen van de persoon die om het attest verzoekt)

geboren te.............................op....................

aangesloten bij de pensioenkas (benaming adres, nr...........

.............................................................

bezoldigde diensten gepresteerd heeft

van (1)......................tot.......................(data)

van .........................tot.......................(data)

van .........................tot.......................(data)

en de volgende taken uitgeoefend heeft : (2).................

.............................................................

.............................................................

.............................................................

.............................................................

.............................................................

.............................................................

.............................................................

.............................................................

.............................................................

gedurende ......uur per week.

De voltijdse werkprestaties in de sector van de hiervermelde taken omvatten ......uur/week.

De ondergetekende bevestigt op zijn erewoord dat deze verklaring echt en volledig is.

Opgemaakt in drievoud (3) (handtekening)

Te ................, op............

Eventueel, zegel van de werkgever.

(1) Opzegperiodes waaraan geen prestaties beantwoorden, worden niet vermeld.

(2) De aard van de uitgeoefende taken omstandig omschrijven : zowel de afdeling als de concrete werkzaamheden worden opgesomd.

(3) Het verdient aanbeveling dat de werkgever of zijn gemachtigde die dit attest uitreikt, een exemplaar zou bewaren. De overige twee worden aan de betrokkene afgegeven.

Bijlage II

Verklaring betreffende de diensten verstrekt als zelfstandige (zelfstandige, zelfstandig helper, familiezaak)

De ondergetekende (naam, voornaam)...........................

geboren te...................., op...........................

verklaart diensten uit te oefenen/uitgeoefend te hebben als zelfstandige,

- van......... tot..............

- van......... tot..............

- van......... tot..............

op volgend adres.............................................

(eventueel) met inschrijving in het handelsregister..........

onder nr. ...................................................

De volgende taken werden/worden uitgeoefend (1) gedurende .......uur per week. Een volledige werkprestatie bedraagt 40 uur per week.

.............................................................

.............................................................

.............................................................

.............................................................

.............................................................

Als bewijs van zijn verklaring legt hij volgende documenten (2) voor :

1) ..........................................................

2) ..........................................................

3) ..........................................................

Gedaan te...................., op................

(handtekening)

(1) De aard van de uitgeoefende taken omstandig omschrijven : zowel de afdeling als de concrete werkzaamheden worden opgesomd.

(2) Voorbeeld : getuigschrift van inschrijving in het handelsregister, van inschrijving bij een sociale kas voor zelfstandigen, attest van de gemeente of van de ontvanger van belastingen, e.a.

Bijlage III

Bijgevoegd met B.Vl.R. 12-3-2010 (Art. 13).

De bijlage wordt vervangen met het B.Vl.R. 10-9-2010 (Art. 2) en is raadpleegbaar via het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

De bijlage wordt vervangen met het B.Vl.R. 8-4-2011 (Art. 1) en is raadpleegbaar via het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

De bijlage wordt vervangen met het B.Vl.R. 30-9-2011 (Art. 1) en is raadpleegbaar via het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

De bijlage wordt vervangen met het B.Vl.R. 1-6-2012 (Art. 1) en is raadpleegbaar via het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

De bijlage wordt vervangen met het B.Vl.R. 21-9-2012 (Art. 1) en is raadpleegbaar via het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

De bijlage wordt vervangen met het B.Vl.R. 8-3-2013 (Art. 1) en is raadpleegbaar via het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

De bijlage wordt vervangen met het B.Vl.R. 6-9-2013 (Art. 2) en is raadpleegbaar via het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

De bijlage wordt vervangen met het B.Vl.R. 16-5-2014 (Art. 1) en is raadpleegbaar via het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

De bijlage wordt vervangen met het B.Vl.R. 4-7-2014 (Art. 2) en is raadpleegbaar via het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

De bijlage wordt vervangen met het B.Vl.R. 22-5-2015 (Art. 1) en is raadpleegbaar via het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

In de bijlage III wordt tussen de module Kelderconstructies en riolering B en de module Keperbindingen de module Kennismaken met de gezinsopvang ingevoegd. (B.Vl.R. 25-9-2015; Art. 1); raadpleegbaar via het Belgisch Staatsblad , waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

De bijlage wordt vervangen met het B.Vl.R. 11-3-2016 (Art. 1) en is raadpleegbaar via het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

De bijlage wordt vervangen met het B.Vl.R. 8-7-2016 (Art. 1) en is raadpleegbaar via het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.

De bijlage wordt vervangen met het B.Vl.R. 10-3-2017 (Art. 8) en is raadpleegbaar via het Belgisch Staatsblad, waar u bij de wettekst rechts onderaan "beeld" aanklikt.