Decreet betreffende de kwalificatiestructuur

  • goedkeuringsdatum
    30 APRIL 2009
  • publicatiedatum
    B.S.16/07/2009
  • datum laatste wijziging
    01/09/2015

COORDINATIE

Decr. 9-7-2010 - B.S. 31-8-2010

B.Vl.R. 17-12-2010 - B.S. 24-6-2011

Decr. 1-7-2011 - B.S. 30-8-2011

Decr. 12-7-2013 - B.S. 30-8-2013

Decr. 19-7-2013 - B.S. 27-8-2013

Decr. 25-4-2014 - B.S. 25-9-2014

Decr. 19-6-2015 - B.S. 21-8-2015

Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

Decreet betreffende de kwalificatiestructuur :

HOOFDSTUK I. - Inleidende bepaling, definities en doelstelling

Artikel 1.

Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Art. 2.

In dit decreet wordt verstaan onder :

1° aso : algemeen secundair onderwijs;

2° beroep : een samenhangend geheel van taken met bijbehorende competenties waarover een maatschappelijke consensus bestaat, en waarbij abstractie wordt gemaakt van organisatie- of bedrijfsspecifieke kenmerken;

3° beroepscompetentieprofiel : een afgerond geheel van competenties die een beroepsbeoefenaar in een bepaalde arbeidscontext hanteert om (de) te verwachten resultaten op de werkvloer te realiseren;

4° beroepskwalificatie : een afgerond en ingeschaald geheel van competenties waarmee een beroep kan worden uitgeoefend;

[4°bis beroepskwalificatiedossier : een dossier waarin een geheel aan beroepscompetenties, afgeleid uit één of meer beroepscompetentieprofielen of afgeleid uit andere beroepsreferentiekaders bij ontstentenis van beroepscompetentieprofielen, op een inschaalbare wijze beschreven worden;]¹

5° bso : beroepssecundair onderwijs;

6° competentie : de bekwaamheid om kennis, vaardigheden en attitudes in het handelen geïntegreerd aan te wenden voor maatschappelijke activiteiten. In het hoger onderwijs worden competenties domeinspecifieke leerresultaten genoemd;

7° competentieprofiel : een afgerond geheel van competenties die een persoon in een bepaalde maatschappelijke context hanteert om (de) te verwachten resultaten in die maatschappelijke rol te realiseren en waarvoor geen beroepscompetentieprofiel bestaat of ontwikkeld zal worden;

8° erkende kwalificatie : een onderwijs- of een beroepskwalificatie waarvan de Vlaamse Regering beslist dat ze aan inhoudelijke en vormelijke kwaliteitseisen voldoet en waarvoor een bewijs kan worden uitgereikt;

9° instellingen hoger onderwijs : de instellingen hoger onderwijs [als vermeld in artikel II.1 en II.6 van de Codex Hoger Onderwijs]²;

10° kso : kunstsecundair onderwijs;

11° kwalificatie : een afgerond en ingeschaald geheel van competenties;

12° kwalificatiebewijs : een door de Vlaamse Gemeenschap erkend bewijs dat een individu een erkende kwalificatie heeft behaald. Het bewijs geeft aan om welke kwalificatie(s) het gaat en bevat een verwijzing naar een niveau van het Vlaamse kwalificatieraamwerk;

13° kwalificatieraamwerk : het door dit decreet vastgelegd instrument voor het systematisch beschrijven en inschalen van kwalificaties, opgebouwd uit niveaus en niveaudescriptoren;

14° kwalificatiestructuur : de systematische ordening van erkende kwalificaties op basis van een algemeen geldend kwalificatieraamwerk;

15° niveaudescriptor : een generieke omschrijving van de karakteristieken van de competenties die eigen zijn aan de kwalificaties op dat niveau;

[15°bis beroepsreferentiekader : een kader met beroepsvoorwaarden waarin competenties zijn beschreven of waaruit competenties kunnen worden afgeleid die noodzakelijk zijn om één of meer beroepen te kunnen uitoefenen;]¹

16° NVAO : de Nederlands-Vlaamse Accreditatie-organisatie;

17° onderwijskwalificatie : een afgerond en ingeschaald geheel van competenties die noodzakelijk zijn om maatschappelijk te functioneren en te participeren, waarmee verdere studies in het secundair of in het hoger onderwijs kunnen worden aangevat of waarmee beroepsactiviteiten kunnen worden uitgeoefend;

18° sector : een groep professionele activiteiten ingedeeld naar belangrijkste dienst, product, technologie, naar belangrijkste economische functie of naar bedrijfstak of vrijwilligersactiviteiten;

19° SERV : de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;

20° tso : technisch secundair onderwijs;

21° VKS : Vlaamse kwalificatiestructuur;

22° VLHORA : de Vlaamse Hogescholenraad;

23° VLIR : de Vlaamse Interuniversitaire Raad;

24° Vlor : de Vlaamse Onderwijsraad.

[ ]¹ Decr. 1-7-2011; [ ]² Decr. 19-6-2015

Art. 3.

De kwalificatiestructuur is een systematische ordening van erkende kwalificaties op basis van een algemeen geldend raamwerk.

Deze ordening beoogt kwalificaties en hun onderlinge verhoudingen transparant te maken zodat onderwijs, opleidingsverstrekkers alsook andere maatschappelijke actoren eenduidig over kwalificaties en de daarin vervatte competenties kunnen communiceren.

HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied en gebruik

Art. 4.

Dit decreet is van toepassing op erkende en geregistreerde kwalificaties.

De kwalificatiestructuur vormt het kader om opleidingen tot stand te brengen die leiden naar erkende kwalificaties en om kwalificatiebewijzen te vergelijken. De kwalificatiestructuur kan ook als referentiekader worden gebruikt om :

- assessments voor erkenning van verworven competenties uit te werken en de procedures onderling af te stemmen;

- studieloopbanen en loopbanen te oriënteren en/of te begeleiden.

De bevoegde dienst van de Vlaamse Regering staat in voor de organisatie van het toezicht op de kwaliteit van de onderwijs-, opleidings- en vormingstrajecten en van de trajecten inzake erkenning van verworven competenties die beide leiden naar erkende kwalificaties.

HOOFDSTUK III. - Algemene kenmerken van het kwalificatieraamwerk

Afdeling I. - Niveaubeschrijvingen

Art. 5.

Het kwalificatieraamwerk onderscheidt acht niveaus, die oplopen van niveau één naar niveau acht. Elk niveau in het raamwerk wordt beschreven aan de hand van een niveaudescriptor. Een niveaudescriptor geeft een generieke omschrijving van de karakteristieken van de competenties die eigen zijn aan de kwalificaties op dat niveau en bestaat uit vijf descriptorelementen : kennis, vaardigheden, context, autonomie en verantwoordelijkheid. Ze bepalen het niveau van de kwalificatie. De niveaudescriptoren worden gebruikt om zowel onderwijs- als beroepskwalificaties te beschrijven en in te schalen.

Art. 6.

§ 1. De descriptorelementen van elke niveaudescriptor krijgen de volgende invulling :

VKS- niveau

Niveaudescriptorelementen

Kennis

Vaardigheden

Context

Autonomie

Verantwoordelijkheid

VKS 1

- materialen, beknopte, eenduidige informatie, eenvoudige, concrete basisbegrippen en -regels uit een deel van een specifiek domein herkennen

- één of meer van de volgende vaardigheden aanwenden :

- cognitieve : informatie uit het geheugen oproepen, herinneren en toepassen

- motorische : automatismen gebruiken en praktische handelingen nabootsen

- repetitieve en herkenbare handelingen uitvoeren in routinetaken

- handelen in een stabiele, vertrouwde, enkelvoudige en goed gestructureerde context, waarin de tijdsdruk van gering belang is

- handelen met niet-delicate objecten

- onder rechtstreekse leiding functioneren

- blijk geven van persoonlijke doeltreffendheid

VKS 2

- informatie, concrete begrippen en standaardprocedures uit een specifiek domein begrijpen

- één of meer van de volgende vaardigheden aanwenden :

- cognitieve : informatie analyseren door elementen te onderscheiden en verbanden te leggen

- motorische :

- zintuiglijke ervaringen in motorische handelingen omzetten

- aangeleerde praktisch-technische handelingen uitvoeren

- een geselecteerd aantal standaardprocedures bij het uitvoeren van taken toepassen; voorgeschreven strategieën aanwenden voor het oplossen van een beperkt aantal herkenbare concrete problemen

- handelen in een beperkt aantal vergelijkbare, enkelvoudige, vertrouwde contexten

- handelen met delicate, passieve objecten

- onder begeleiding functioneren met beperkte autonomie

- beperkte uitvoerende verantwoordelijkheid opnemen voor eigen werk

VKS 3

- een aantal abstracte begrippen, wetten, formules en methodes uit een specifiek domein begrijpen; hoofd- en bijzaken in informatie onderscheiden

- één of meer van de volgende vaardigheden aanwenden :

- cognitieve :

- informatie analyseren via deductie en inductie

- informatie synthetiseren

- motorische :

- constructies maken op basis van een plan

- handelingen verrichten die tactisch en strategisch inzicht vereisen

- artistiek-creatieve vaardigheden toepassen

- standaardprocedures en methodes kiezen, combineren en gebruiken bij het uitvoeren van taken en bij het oplossen van een verscheidenheid van welomschreven concrete problemen

- handelen in vergelijkbare contexten waarin een aantal factoren veranderen

- handelen met delicate, actieve objecten

- binnen een afgebakend takenpakket functioneren met enige autonomie

- beperkte organisatorische verantwoordelijkheid opnemen voor eigen werk

VKS 4

- concrete en abstracte gegevens (informatie en begrippen) uit een specifiek domein interpreteren

- reflectieve cognitieve en productieve motorische vaardigheden toepassen

- gegevens evalueren en integreren en strategieën ontwikkelen voor het uitvoeren van diverse taken en voor het oplossen van diverse, concrete, niet-vertrouwde (maar weliswaar domeinspecifieke) problemen

- handelen in een combinatie van wisselende contexten

- autonoom functioneren met enig initiatief

- volledige verantwoordelijkheid voor eigen werk opnemen; het eigen functioneren evalueren en bijsturen met het oog op het bereiken van collectieve resultaten

VKS 5

- de informatie uit een specifiek domein met concrete en abstracte gegevens uitbreiden of met ontbrekende gegevens aanvullen; begrippenkaders hanteren; zich bewust zijn van de reikwijdte van de domeinspecifieke kennis

- geïntegreerde cognitieve en motorische vaardigheden toepassen

- kennis transfereren en procedures flexibel en inventief aanwenden voor het uitvoeren van taken en voor het strategisch oplossen van concrete en abstracte problemen

- handelen in een reeks van nieuwe, complexe contexten

- autonoom functioneren met initiatief

- verantwoordelijkheid opnemen voor het bereiken van persoonlijke resultaten en voor het stimuleren van collectieve resultaten

VKS 6

- kennis en inzichten uit een specifiek domein kritisch evalueren en combineren

- complexe gespecialiseerde vaardigheden toepassen, gelieerd aan onderzoeksuitkomsten

- relevante gegevens verzamelen en interpreteren en geselecteerde methodes en hulpmiddelen innovatief aanwenden om niet-vertrouwde complexe problemen op te lossen

- handelen in complexe en gespecialiseerde contexten

- functioneren met volledige autonomie en een ruime mate van initiatief

- medeverantwoordelijkheid opnemen voor het bepalen van collectieve resultaten

VKS 7

- kennis en inzichten uit een specifiek domein of op het raakvlak tussen verschillende domeinen integreren en herformuleren

- complexe nieuwe vaardigheden toepassen, gelieerd aan zelfstandig, gestandaardiseerd onderzoek

- complexe, geavanceerde en/of innovatieve probleemoplossende technieken en methodes kritisch beoordelen en toepassen

- handelen in onvoorspelbare, complexe en gespecialiseerde contexten

- volledig autonoom functioneren met beslissingsrecht

- eindverantwoordelijkheid opnemen voor het bepalen van collectieve resultaten

VKS 8

- bestaande kennis uit een substantieel deel van een specifiek domein of op het raakvlak tussen verschillende domeinen uitbreiden en/of herdefiniëren

- nieuwe kennis via origineel onderzoek of geavanceerde wetenschappelijke studie interpreteren en creëren

- projecten ontwerpen en uitvoeren die de bestaande procedurele kennis uitbreiden en herdefiniëren, gericht op het ontwikkelen van nieuwe vaardigheden, technieken, toepassingen, praktijken en/of materialen

- handelen in bijzonder complexe contexten met brede, innoverende implicaties

- met een hoge mate van kritische zin en sturend vermogen de verantwoordelijkheid opnemen voor de ontwikkeling van de professionele praktijk of van wetenschappelijk onderzoek

§ 2. De niveaudescriptoren van bachelor, van master en van doctor, vermeld in [artikel II.141 van de Codex Hoger Onderwijs], zijn equivalent aan de niveaudescriptoren van respectievelijk niveau zes, niveau zeven en niveau acht.

Decr. 19-6-2015

Art. 7.

[De Vlaamse Regering bepaalt na advies van de Vlor en de SERV de procedure voor beschrijving en inschaling van een beroepskwalificatiedossier. Dit besluit bevat ten minste de volgende elementen :

1° de beschrijving van wat een beroepskwalificatiedossier moet inhouden en hoe dit wordt opgesteld;

2° de wijze waarop de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering het opstellen ervan coördineert en de validering ervan organiseert;

3° de wetenschappelijk geijkte methodiek voor inschaling van een beroepskwalificatiedossier. De methodiek bevat eveneens een besluitvormingsproces dat leidt tot een consensus;

4° de verdere samenstelling van de validerings- en inschalingscommissies;

5° de wijze waarop de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering de marginale toetsing van de werkzaamheden van de validerings- en inschalingscommissie uitvoert. De bevoegde dienst van de Vlaamse Regering toetst het proces, het gebruik van de descriptorelementen en van de wetenschappelijk geijkte inschalingsmethodiek;

6° de wijze waarop de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering een voorstel tot inschaling formuleert bij ontstentenis van een consensus van de inschalingscommissie.]

Decr. 1-7-2011

Afdeling II. - Soorten kwalificaties

Art. 8.

Beroepskwalificaties zijn afgeronde en ingeschaalde gehelen van competenties waarmee een beroep kan worden uitgeoefend. Beroepskwalificaties situeren zich op elk van de acht niveaus van de kwalificatiestructuur.

Art. 9.

Onderwijskwalificaties zijn afgeronde en ingeschaalde gehelen van competenties die noodzakelijk zijn om maatschappelijk te functioneren en te participeren, waarmee verdere studies in het secundair of in het hoger onderwijs kunnen worden aangevat of waarmee beroepsactiviteiten kunnen worden uitgeoefend.

Onderwijskwalificaties situeren zich op elk van de acht niveaus van de kwalificatiestructuur.

Onderwijskwalificaties worden enkel via onderwijs verworven en enkel door de Vlaamse overheid erkende instellingen kunnen hiervoor een kwalificatiebewijs afleveren.

HOOFDSTUK IV. - Erkenning van kwalificaties

Afdeling I. - Procedure voor de erkenning van beroepskwalificaties

Art. 10.

[§ 1. De Vlaamse Regering bepaalt jaarlijks de prioriteiten inzake het opstellen van beroepskwalificatiedossiers.

§ 2. De bevoegde dienst van de Vlaamse Regering coördineert het opstellen van de beroepskwalificatiedossiers. Bij deze voorbereiding doet de bevoegde dienst een beroep op sectorale en/of interprofessionele sociale partners, VDAB, Syntra Vlaanderen en onafhankelijke experten.

§ 3. Een beroepskwalificatiedossier komt in eerste instantie tot stand op basis van één of meerdere beroepscompetentieprofielen die door de sociale partners in de SERV zijn gevalideerd. Bij het ontbreken van beroepscompetentieprofielen komt het dossier tot stand aan de hand van normatieve beroepsreferentiekaders en bij ontstentenis daarvan of ter aanvulling ervan aan de hand van niet-normatieve referentiekaders uit binnen- of buitenland. De competenties worden beschreven zodanig dat een inschaling op basis van descriptorelementen mogelijk is.

§ 4. Een valideringscommissie bestaande uit interprofessionele sociale partners, VDAB, Syntra Vlaanderen en onafhankelijke experten valideert het beroepskwalificatiedossier. Deze validering bevestigt dat met het geheel van competenties opgenomen in het beroepskwalificatiedossier een beroep kan worden uitgeoefend.

§ 5. De Vlaamse Regering bepaalt onder welke voorwaarden en voor welke sectoren ze beroepskwalificatiedossiers opstelt voor maatschappelijke rollen gebaseerd op een competentieprofiel.]

Decr. 1-7-2011

Art. 11.

[De bevoegde dienst van de Vlaamse Regering legt een gevalideerd beroepskwalificatiedossier voor inschaling voor aan een inschalingscommissie.

Voor een beroepskwalificatiedossier dat wordt opgesteld volgens paragrafen 2, 3 en 4 van artikel 10 wordt de helft van de deskundigen van de inschalingscommissie aangeduid door de SERV en de andere helft door de Vlor, VDAB en Syntra Vlaanderen.

Voor een beroepskwalificatiedossier dat wordt opgesteld volgens paragraaf 5 van artikel 10 wordt de helft van de deskundigen van de inschalingscommissie aangeduid door hetzij een betrokken overheidsinstantie, hetzij een betrokken sector en de andere helft door de Vlor, VDAB en Syntra Vlaanderen.

Er worden ten minste twee niet-stemgerechtigde onafhankelijke experten door de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering aan de inschalingscommissie toegevoegd.]

Decr. 1-7-2011

Art. 12.

[De bevoegde dienst van de Vlaamse Regering formuleert een erkenningsadvies. Het advies bevat het gevalideerde kwalificatiedossier, het inschalingsadvies van de inschalingscommissie en de marginale toetsing van het proces en de methodiek.

De Vlaamse Regering beslist over de erkenning op basis van het erkenningsadvies binnen een termijn van vier weken na indiening van het erkenningadvies.]

Decr. 1-7-2011

Art. 13.

De bevoegde dienst van de Vlaamse Regering registreert de erkende beroepskwalificatie met de daarin vervatte competenties in een kwalificatiedatabank.

Afdeling II. - Procedure voor de erkenning van onderwijskwalificaties van niveau één tot en met vijf

Art. 14.

Onderwijskwalificaties die zich situeren op de niveaus één tot en met vijf bestaan uit eindtermen, specifieke eindtermen of erkende beroepskwalificaties, en zijn als volgt samengesteld :

1° de onderwijskwalificatie op niveau één bestaat uit :

a) de eindtermen lager onderwijs;

2° de onderwijskwalificaties op niveau twee bestaan uit :

a) de eindtermen basiseducatie;

b) de eindtermen tweede graad bso en één of meer erkende beroepskwalificaties;

3° de onderwijskwalificaties op niveau drie bestaan uit :

a) de eindtermen voor het tweede leerjaar derde graad bso en één of meer erkende beroepskwalificaties;

4° de onderwijskwalificaties op niveau vier bestaan uit :

a) de eindtermen derde graad aso, en de specifieke eindtermen voor de derde graad aso die verbonden zijn aan één of meer wetenschapsdomeinen;

b) de eindtermen derde graad tso, en de specifieke eindtermen voor de derde graad tso die verbonden zijn aan één of meer wetenschapsdomeinen;

c) de eindtermen derde graad kso, en de specifieke eindtermen voor de derde graad kso die verbonden zijn aan één of meer wetenschapsdomeinen;

d) de eindtermen derde graad tso of kso en één of meer erkende beroepskwalificaties;

e) de eindtermen derde leerjaar derde graad bso en één of meer erkende beroepskwalificaties;

f) de eindtermen voor de aanvullende algemene vorming voor het volwassenenonderwijs en één of meer erkende beroepskwalificaties;

g) één of meer erkende beroepskwalificaties van niveau vier;

[h) de eindtermen en specifieke eindtermen zoals bepaald in a), b) of c) én één of meer erkende beroepskwalificaties;]²

5° de onderwijskwalificaties op niveau vijf bestaan uit :

a) één of meer erkende beroepskwalificaties op niveau vijf.

Onder eindtermen en specifieke eindtermen worden in dit artikel ook de gelijkwaardig verklaarde vervangende eindtermen of specifieke eindtermen begrepen zoals bedoeld [in artikel 44bis van het decreet betreffende het basisonderwijs van 25 februari 1997,]³ in [artikel 147 en artikel 267 van de codificatie betreffende het secundair onderwijs]¹ en zoals bedoeld in artikel 15 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs.

Onder beroepskwalificatie worden in dit artikel ook de competenties en basiscompetenties begrepen zoals bedoeld in [artikel 145 en artikel 265 van de codificatie betreffende het secundair onderwijs]¹ en zoals bedoeld in artikel 12 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs.

[ ]¹ B.Vl.R. 17-12-2010; [ ]² Decr. 1-7-2011; [ ]³ Decr. 19-7-2013

Art. 15.

Met het oog op een actueel en rationeel onderwijsaanbod bepaalt de Vlaamse Regering de criteria voor het uitwerken van de onderwijskwalificaties en voor de situering ervan in de opleidingenstructuur.

De bevoegde dienst van de Vlaamse Regering werkt voorstellen van onderwijskwalificaties uit op eigen initiatief of op vraag van iedere belanghebbende en houdt hierbij rekening met de volgende criteria :

- de maatschappelijke, economische of culturele behoefte;

- de onderwijskundige en opvoedkundige context : aansluitend bij de doelgroep, bij het profiel van onderwijsvorm en graad, stimuleren van de leermotivatie;

- de verwachte instroom en uitstroom;

- de beschikbare materiële en financiële middelen en expertise;

- de mogelijkheid tot samenwerking met andere instellingen of met arbeidsmarkt/bedrijfsleven, indien vereist;

- de continuïteit in de (studie)loopbaan : inpassing in het bestaande studieaanbod, aansluiting op vervolgopleidingen en/of tewerkstellingsmogelijkheden.

Ieder voorstel en iedere vraag, al dan niet omgezet in een voorstel, zal door de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering voor advies aan de Vlor worden voorgelegd. [...] De Vlaamse Regering erkent de onderwijskwalificaties op gezamenlijk voorstel van de minister bevoegd voor Vorming en de minister bevoegd voor Onderwijs.

De bevoegde dienst van de Vlaamse Regering registreert de erkende onderwijskwalificaties met de daarin vervatte competenties in een kwalificatiedatabank.

Decr. 12-7-2013

[Art 15/1.

§ 1. Naast de criteria vermeld in artikel 15 brengt de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering voor de onderwijskwalificaties vermeld in artikel 14, eerste lid, 5°, a), ook een advies uit over :

1° de wenselijkheid van een opleiding die leidt tot die onderwijskwalificatie;

2° de studieomvang van de opleiding hoger beroepsonderwijs die leidt tot die onderwijskwalificatie, uitgedrukt in studiepunten;

3° de benaming van de opleiding in het hoger beroepsonderwijs en het studiegebied waartoe ze behoort.

§ 2. Voor de onderwijskwalificaties, vermeld in artikel 14, 5°, a), werkt de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering haar voorstellen uit uiterlijk zestig dagen na de erkenning van de desbetreffende beroepskwalificatie(s).

§ 3. In afwijking van artikel 15 worden de onderwijskwalificaties vermeld in artikel 14, eerste lid, 5°, a), niet voor advies aan de Vlor voorgelegd. Deze onderwijskwalificaties worden voor advies voorgelegd aan de Commissie Hoger Onderwijs, [[vermeld in artikel II.23 van de Codex Hoger Onderwijs]]².

§ 4. [[De bevoegde dienst van de Vlaamse Regering]]¹ legt het voorstel van onderwijskwalificatie met het erkenningsadvies en het advies vermeld in artikel 9/1, 1°, [[van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs,]]¹ binnen de 30 kalenderdagen voor aan de minister. De Vlaamse Regering beslist of de erkenning al dan niet wordt verleend.]

Decr. 12-7-2013; [[ ]]¹ Decr. 25-4-2014; [[ ]]² Decr. 19-6-2015

Afdeling III. - Procedure voor de erkenning van onderwijskwalificaties van niveau zes tot en met acht

Art. 16.

Instellingen in het hoger onderwijs beschrijven gezamenlijk de domeinspecifieke leerresultaten van de opleidingen in het hoger onderwijs als vermeld in [artikel II.68 van de Codex Hoger Onderwijs].

Decr. 19-6-2015

Art. 17.

De gevalideerde beschrijvingen van de domeinspecifieke leerresultaten worden automatisch als kwalificatie erkend.

De gevalideerde beschrijvingen van de opleidingen voor de graad van bachelor worden opgenomen als kwalificaties van niveau zes, die voor de graad van master worden opgenomen als kwalificaties van niveau zeven [...].

[Voor de graad van doctor wordt de niveaudescriptor van [[vermeld in artikel II.141, 4°, van de Codex Hoger Onderwijs]] opgenomen als kwalificatie van niveau acht.]

Decr. 9-7-2010; [[ ]] Decr. 19-6-2015

Art. 18.

De NVAO bezorgt de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering de erkende kwalificaties met de daarin vervatte competenties voor registratie in een kwalificatiedatabank.

HOOFDSTUK V. - Kwalificatiedatabank en leer- en ervaringsbewijzendatabank

Art. 19.

Met het oog op informatieverstrekking aan individuen, instellingen en overheden over het Vlaamse kwalificatiebeleid en met het oog op beleidsontwikkeling worden alle erkende kwalificaties in een kwalificatiedatabank geregistreerd bij de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering.

In deze databank worden alle erkende onderwijs- en beroepskwalificaties met de daarin vervatte competenties opgenomen alsook de wijze waarop deze kwalificaties kunnen verworven worden.

De bevoegde dienst van de Vlaamse Regering staat in voor het beheer van de databank en voor de gegevensuitwisseling.

Art. 20.

Met het oog op het verlenen van diensten of met het oog op beleidsontwikkeling worden alle door de Vlaamse Gemeenschap erkende of gelijkwaardig verklaarde leer- en ervaringsbewijzen samen met de bijhorende minimale identificatiegegevens van de houder van de leer- en ervaringsbewijzen in kwestie, in een leer- en ervaringsbewijzendatabank geregistreerd bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Regering.

Deze registratie gebeurt door de instantie die de leer- en ervaringsbewijzen in kwestie heeft uitgereikt of door de instantie die de gegevens inzake de leer- en ervaringsbewijzen in kwestie heeft ingezameld bij instanties die leer- en ervaringsbewijzen uitreiken, of op basis van een geregistreerde verklaring op eer.

Een leerbewijs is een bewijs dat wordt uitgereikt bij het succesvol beëindigen van een afgerond geheel van onderwijs-, vormings- of opleidingsactiviteiten nadat door middel van een toets werd nagegaan of de voorafbepaalde competenties verworven zijn.

Een ervaringsbewijs is een bewijs zoals bedoeld in artikel 4 van het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid.

De bevoegde diensten van de Vlaamse Regering beheren de databank. Het ontsluiten van deze databank gebeurt door tussenkomst van de coördinatiecel Vlaams e-government die tussenbeide komt bij de mededeling van gegevens uit de leer- en ervaringsbewijzendatabank mits naleving van artikel 8 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer.

HOOFDSTUK VI. - Wijzigingsbepalingen

Art. 21.

In artikel 24bis, § 1, punt 8°, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving worden de woorden "specifieke eindtermen," vervangen door de woorden "erkende onderwijskwalificaties, ".

Art. 22.

Artikel 3 van het decreet van 18 januari 2002 betreffende de eindtermen, de ontwikkelingsdoelen en de specifieke eindtermen in het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs wordt vervangen door wat volgt : ...

Art. 23.

In artikel 5, § 3, van hetzelfde decreet wordt het derde lid vervangen door wat volgt : ...

Art. 24.

In hoofdstuk II van hetzelfde decreet wordt afdeling 3, bestaande uit artikelen 6 en 7, vervangen door wat volgt : ...

Art. 25.

In artikel 8 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : ...

Art. 26.

In artikel 9, § 2, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : ...

Art. 27.

In artikel 3 van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs wordt tussen het streepje "instellingsbestuur" en het streepje "kwalificatie van een graad" een streepje toegevoegd, dat luidt als volgt : ...

Art. 28.

In artikel 11 van hetzelfde decreet worden na het woord "gegradueerde" de woorden "en specifieke lerarenopleidingen die leiden tot een diploma van leraar" ingevoegd.

Art. 29.

In artikel 58 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : ...

Art. 30.

Aan artikel 61, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt een punt l) toegevoegd, dat luidt als volgt : ...

Art. 31.

Aan artikel 62, § 3, van hetzelfde decreet wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt : ...

Art. 32.

In het decreet van 30 april 2004 betreffende de flexibilisering van het hoger onderwijs in Vlaanderen en houdende dringende hogeronderwijsmaatregelen wordt een artikel 5bis ingevoegd, dat luidt als volgt : ...

Art. 33.

In artikel 2 van het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid worden de volgende wijzigingen aangebracht : ...

Art. 34.

In artikel 4 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : ...

Art. 35.

In artikel 6 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : ...

Art. 36.

In artikel 8 van hetzelfde decreet wordt een § 2 toegevoegd, die luidt als volgt : ...

Art. 37.

In artikel 15bis van het decreet van 7 mei 2004 inzake de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen worden § 1 en § 2 vervangen door wat volgt : ...

Art. 38.

In artikel 2 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht : ...

Art. 39.

In titel III van hetzelfde decreet wordt het opschrift van hoofdstuk IV vervangen door wat volgt : ...

Art. 40.

In artikel 11 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : ...

Art. 41.

In artikel 12 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : ...

Art. 42.

In artikel 13 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : ...

Art. 43.

In artikel 14, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt de zin "In de leerplannen worden de eindtermen, de specifieke eindtermen of de basiscompetenties op herkenbare wijze opgenomen " vervangen door de zin "In de leerplannen worden de eindtermen, de specifieke eindtermen, de basiscompetenties of de erkende beroepskwalificaties op herkenbare wijze opgenomen ".

Art. 44.

In artikel 15, § 2, van hetzelfde decreet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : ...

Art. 45.

In artikel 24, § 1, tweede lid, 4°, van hetzelfde decreet wordt tussen de woorden "specifieke eindtermen" en het woord "of" de woorden ", erkende beroepskwalificaties" ingevoegd.

Art. 46.

In artikel 45, 4°, van hetzelfde decreet wordt tussen de woorden "specifieke eindtermen" en het woord "en" de woorden ", erkende beroepskwalificaties" ingevoegd.

Art. 47.

In artikel 56, 8°, van hetzelfde decreet worden tussen de woorden "specifieke eindtermen," en het woord "basiscompetenties" de woorden "erkende beroepskwalificaties," ingevoegd.

Art. 48.

In artikel 30, § 1, van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelstel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap worden de woorden "beroepscompetentieprofielen zoals ontwikkeld door de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen" vervangen door de woorden "erkende beroepskwalificaties vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur ".

Art. 49.

In artikel 32, § 1, van hetzelfde decreet worden de woorden "beroepscompetentieprofielen zoals ontwikkeld door de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen" vervangen door de woorden "erkende beroepskwalificaties vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur ".

HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen

Art. 50.

De opleidingen die leiden tot een diploma secundair onderwijs en geen onderwijskwalificatie bevatten zoals omschreven in artikel 14, 4°, van dit decreet, worden tot en met het schooljaar 2012-2013 geacht tot een onderwijskwalificatie van niveau vier te leiden.

Art. 51.

Tot en met het academiejaar [2017-2018], worden de leerresultaten, opgenomen in de referentiekaders van de visitatierapporten van de opleidingen uit het hoger onderwijsregister, automatisch als kwalificatie erkend en geregistreerd in een kwalificatiedatabank.

[In de in het eerste lid bedoelde overgangsperiode zorgen de instellingen ervoor dat de beschrijvingen van de domeinspecifieke leerresultaten van de opleidingen waarvan de accreditatieperiode eindigt op het einde van het academisch jaar 2013-2014 en volgende, uitgewerkt en gevalideerd zijn vóór dat het zelfevaluatierapport van die opleidingen, dat opgesteld wordt in het kader van de externe kwaliteitszorg en visitatiecyclus, gereed moet zijn.]

Decr. 9-7-2010

Art. 52.

De artikelen 21, 25, 42, 43 en 47 treden in werking op een door de Vlaamse Regering nader te bepalen datum.