Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de erkenning van beroepskwalificaties voor gereglementeerde beroepen in het onderwijs in het kader van de Europese Richtlijn 2005/36

  • goedkeuringsdatum
    10 maart 2017
  • publicatiedatum
    B.S.14/04/2017
  • datum laatste wijziging
    14/04/2017

DE VLAAMSE REGERING,

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20;

Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, artikel 56ter en artikel 56quater;

Gelet op en artikel 74quater van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, artikel 74quater en artikel 74quinquies;

Gelet op het decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs XIV, artikel X.40, gewijzigd bij de decreten van 15 juni 2007, 30 april 2009 en 9 juli 2010;

Gelet op het decreet van 24 februari 2017 tot gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties;

Gelet op het koninklijk besluit van 19 juni 1967 tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen vereist van de kandidaten voor de wervingsambten van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 1989 tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen vereist van de kandidaten voor wervingsambten van het administratief personeel van de onderwijsinstellingen en van de psycho-medisch-sociale centra van de Vlaamse Gemeenschap en voor de gesubsidieerde betrekkingen van het administratief personeel in de door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijsinstellingen;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling in het gewoon basisonderwijs;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldiging in het buitengewoon onderwijs;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen "Muziek", "Woordkunst" en "Dans";

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, studierichting "Beeldende kunst";

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen van de personeelsleden van de centra voor leerlingenbegeleiding;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 betreffende de omzetting van de Europese Richtlijn 2005/36 voor wervingsambten in het onderwijs en voor sommige functies in de basiseducatie;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 19 maart 2010 betreffende de individuele concordantie in het secundair volwassenenonderwijs;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 15 december 2015;

Gelet op protocol nr. 25 van 20 mei 2016 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X, van onderafdeling Vlaamse Gemeenschap van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten en van het overkoepelend onderhandelingscomité, vermeld in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;

Gelet op het advies 59.650/1/V van de Raad van State, gegeven op 29 juli 2016 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1.

Dit besluit voorziet in de omzetting van de richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties, wat betreft de gereglementeerde beroepen in de door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde en gefinancierde onderwijsinstellingen, met uitzondering van het hoger onderwijs.

Art. 2.

In dit besluit wordt verstaan onder :

1° richtlijn: de Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties;

2° decreet: het decreet van 24 februari 2017 tot gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties;

3° Lidstaat: lidstaat van de Europese Unie alsook de andere staten waarop de richtlijn van toepassing is;

4° derde land: staat waarop de richtlijn niet van toepassing is;

5° aanvrager: onderdaan van een Lidstaat die zijn beroepskwalificaties in een andere lidstaat dan België heeft verkregen, of onderdaan van een derde land die op basis van een andere richtlijn onder het toepassingsgebied van de richtlijn valt en die om de erkenning hiervan vraagt met het oog op de uitoefening van een gereglementeerd beroep in een door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde of gefinancierde onderwijsinstelling;

6° conformiteitsattest: de administratieve verklaring waarin staat dat aan de aanvrager de toegang wordt verleend tot een gereglementeerd beroep in een door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde of gefinancierde onderwijsinstelling, met uitzondering van het hoger onderwijs;

7° gereglementeerd beroep: een beroepswerkzaamheid of een geheel van beroepswerkzaamheden, dat conform artikel 59 van de richtlijn voorkomt op de lijst van de bestaande gereglementeerde beroepen, en waartoe de toegang of waarvan de uitoefening of een van de wijzen van uitoefening krachtens wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen direct of indirect afhankelijk wordt gesteld van het bezit van bepaalde beroepskwalificaties, zoals bepaald in artikel 3, § 1, a) van het decreet. Meer bepaald het voeren van een beroepstitel die door wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen beperkt is tot personen die een specifieke beroepskwalificatie bezitten, geldt als een wijze van uitoefening;

8° bevoegde dienst: de entiteit binnen het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming die advies verleent over conformiteitsaanvragen, zorgt voor de administratieve opvolging ervan, en instaat voor de uitvoering van het waarschuwingsmechanisme;

9° vakgebieden die wezenlijk verschillen: vakgebieden waarvan de kennis en de vaardigheden en competenties van essentieel belang zijn voor de uitoefening van het beroep en waarvoor de door de aanvrager ontvangen opleiding qua duur of inhoud wezenlijk afwijkt van de opleiding die vereist is in een door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde of gefinancierde onderwijsinstelling, conform artikel 25, § 4, van het decreet.

HOOFDSTUK 2. - Erkenning van beroepskwalificaties

Art. 3.

De aanvragers die houder zijn van een beroepskwalificatie als vermeld in artikel 22 van het decreet, dienen hun aanvraag in bij de bevoegde dienst van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.

Art. 4.

De aanvraag wordt behandeld op basis van een dossier met ten minste de volgende documenten als die van toepassing zijn:

1° het aanvraagformulier;

2° een nationaliteitsbewijs;

3° een kopie van de diploma's of getuigschriften, vermeld in het aanvraagformulier, met het bijbehorende diploma- of getuigschriftsupplement;

4° een verklaring van een bevoegde autoriteit van de lidstaat waar het diploma of getuigschrift is uitgereikt, waaruit blijkt dat de kandidaat op basis van het voorgelegde diploma of getuigschrift in die lidstaat het ambt waarnaar hij gesolliciteerd heeft, met de eventueel daaraan verbonden vakken, specialiteiten, leerjaren, opleidingen of modules kan uitoefenen;

5° een verklaring van een bevoegde autoriteit van de lidstaat waar het diploma of getuigschrift is uitgereikt, waaruit blijkt dat de kandidaat gemachtigd is de wettelijke opleidingstitel, met de eventuele afkorting ervan, te dragen;

6° een verklaring van een bevoegde autoriteit van de lidstaat, waaruit blijkt dat het diploma of getuigschrift van de aanvrager, behaald in een derde land, erkend is als toegang tot het desbetreffende gereglementeerde beroep, en dat bevestigt dat de betrokkene over de vereiste beroepservaring beschikt;

7° documenten die relevante beroepservaring kunnen aantonen.

Als de aanvrager de documenten, vermeld in het eerste lid, 4° en 5°, niet kan verstrekken, vraagt de bevoegde dienst ze op bij de bevoegde autoriteit.

De bevoegde dienst kan altijd bijkomende informatie opvragen.

Als de documenten en de informatie, vermeld in dit artikel, niet in het Nederlands zijn opgesteld, kan de bevoegde dienst vragen ze te laten vertalen door een beëdigd vertaler die gevestigd is in één van de lidstaten.

De bevoegde dienst bevestigt de ontvangst binnen vijftien kalenderdagen aan de aanvrager en deelt in voorkomend geval mee welke documenten ontbreken.

Art. 5.

De aanvraag van de houder van een beroepskwalificatie als vermeld in artikel 22 van het decreet, wordt beoordeeld door de bevoegde dienst op basis van de ingediende documenten.

Art. 6.

De leidend ambtenaar van de bevoegde dienst kan alleen één van de volgende beslissingen nemen :

1° een conformiteitsattest wordt afgeleverd;

2° een conformiteitsattest wordt niet afgeleverd omdat de aanvrager nog aangeduide tekorten moet wegwerken via compenserende maatregelen als vermeld in artikel 9 van dit besluit. Die beslissing wordt gemotiveerd;

3° een conformiteitsattest wordt niet afgeleverd omdat de toepassingsvoorwaarden van het decreet niet vervuld zijn. Die beslissing wordt gemotiveerd.

Art. 7.

De beslissing van de leidend ambtenaar van de bevoegde dienst, ter uitvoering van artikel 6, wordt genomen binnen een termijn van dertig kalenderdagen die aanvangt op het moment dat het dossier volledig is.

Art. 8.

De tekorten, vermeld in artikel 6, 2°, kunnen, conform artikel 25, § 1, van het decreet, alleen de volgende zijn :

1° wezenlijk verschillende vakken;

2° wezenlijke verschillen in de beroepsinhoud.

Art. 9.

De tekorten, vermeld in artikel 6, 2°, kunnen, volgens de modaliteiten van artikel 25 van het decreet, gecompenseerd worden op een van de volgende wijzen :

1° succesvol een proeve van bekwaamheid afleggen;

2° succesvol een aanpassingsstage van ten hoogste drie jaar doorlopen.

De onderwijsinstellingen voor hoger onderwijs, de centra voor volwassenenonderwijs of een daartoe bevoegde examencommissie nemen in functie van de vastgestelde tekorten de proeve van bekwaamheid, vermeld in het eerste lid, 1°, af.

De leidend ambtenaar van de bevoegde dienst beslist op basis van het stageverslag van de instelling waar de stage doorlopen is of de aanpassingsstage, vermeld in het eerste lid, 2°, heeft voldaan als compenserende maatregel om de vastgestelde tekorten weg te werken.

De kosten die verbonden zijn aan de proeve van bekwaamheid respectievelijk de aanpassingsstage zijn ten laste van de aanvrager.

Art. 10.

Zodra de aanvrager de aangeduide tekorten, vermeld in artikel 6,2°, via de compenserende maatregelen succesvol weggewerkt heeft, wordt het conformiteitsattest uitgereikt.

Art. 11.

Het conformiteitsattest vermeldt de redenen waarom de aanvrager voldoet aan de voorwaarden voor de toepassing van de richtlijn.

Het conformiteitsattest vermeldt de volgende gegevens van de aanvrager :

1° de voor- en achternaam;

2° de geboortedatum en -plaats.

Het conformiteitsattest vermeldt de volgende gegevens over de ambten waartoe de aanvrager toegang wordt verleend :

1° de ambten met de desgevallend daaraan verbonden vakken, specialiteiten, leerjaren, opleidingen of modules waartoe aan de aanvrager toegang wordt verleend;

2° de salarisschaal of salarisschalen die verbonden zijn aan de ambten op de datum van het conformiteitsattest;

3° de beroepstitel en de wettelijke opleidingstitel, met de eventuele afkorting ervan, verleend in het land van oorsprong of herkomst, samen met de naam en de plaats van de instelling of van de examencommissie die die titel heeft verleend.

Het conformiteitsattest wordt bekleed met het zegel van de Vlaamse Gemeenschap.

Art. 12.

Voor de gereglementeerde beroepen arts, psycholoog, kinesitherapeut, ergotherapeut, logopedist en verpleger wordt de erkenning voor toegang tot en uitoefening van het beroep, afgeleverd door de overheidsdienst die bevoegd is voor het overeenstemmende gereglementeerde beroep dat opgenomen is in de Europese Richtlijn 2005/36, beschouwd als een conformiteitsattest.

Art. 13.

Het conformiteitsattest wordt beschouwd als een bekwaamheidsbewijs van de categorie « vereiste bekwaamheidsbewijzen » als vermeld in de koninklijke besluiten en de besluiten van de Vlaamse Regering, vermeld in artikelen 16 tot 27.

Art. 14.

Onverminderd de bepalingen van artikel 12, wordt aan de houder van een Europese beroepskaart die conform de door de Europese Commissie vastgestelde relevante uitvoeringshandelingen uitgereikt is, een conformiteitsattest afgeleverd.

HOOFDSTUK 3. - Waarschuwingsmechanisme

Art. 15.

§ 1.De bevoegde dienst zal het schoolbestuur of de inrichtende macht van het betrokken personeelslid binnen drie dagen verwittigen zodra ze over dat personeelslid een waarschuwingsmelding ontvangt uit een andere lidstaat conform artikel 38 van het decreet.

De inrichtende macht of het schoolbestuur moet bij de aanstelling van een personeelslid waarop conform artikel 38 van het decreet een waarschuwing kan rusten altijd bij de bevoegde dienst de waarschuwingslijst, vermeld in artikel 38 van het decreet raadplegen.

§ 2. Voor een personeelslid van een door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde of gefinancierde onderwijsinstelling, waarop een waarschuwing rust conform artikel 38 van het decreet, zal de bevoegde dienst binnen drie dagen de beslissing van de bevoegde rechtbank melden aan de lidstaten.

De bevoegde dienst brengt het betrokken personeelslid schriftelijk ervan op de hoogte dat het opgenomen is op de waarschuwingslijst, vermeld in artikel 38 van het decreet, en meldt eventuele wijzigingen.

De waarschuwing bevat de identiteit, het beroep, de informatie over de nationale autoriteit of rechtbank die het besluit tot beperking of verbod genomen heeft, de reikwijdte van het verbod en de periode. Als de betrokkene in beroep gaat tegen de beslissing, moet dat ook vermeld worden in het waarschuwingsmechanisme.

§ 3. Binnen drie dagen na het einde van de schorsing of het beroepsverbod wordt de waarschuwing weer ingetrokken. De bevoegde dienst brengt het betrokken personeelslid schriftelijk hiervan op de hoogte.

HOOFDSTUK 4. - Wijzigingsbepalingen

Art. 16.

Aan artikel 1, derde lid, van het koninklijk besluit van 19 juni 1967 tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen vereist van de kandidaten voor de wervingsambten van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009, wordt de zinsnede "en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties voor gereglementeerde beroepen in het onderwijs in het kader van de Europese Richtlijn 2005/36" toegevoegd.

Art. 17.

Aan artikel 2, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 15 april 1997 en 24 april 2009, wordt de zinsnede "en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties voor gereglementeerde beroepen in het onderwijs in het kader van de Europese Richtlijn 2005/36" toegevoegd.

Art. 18.

Aan artikel 1, § 1, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 1989 tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen vereist van de kandidaten voor wervingsambten van het administratief personeel van de onderwijsinstellingen en van de psycho-medisch-sociale centra van de Vlaamse Gemeenschap en voor de gesubsidieerde betrekkingen van het administratief personeel in de door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijsinstellingen, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009, wordt de zinsnede "en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties voor gereglementeerde beroepen in het onderwijs in het kader van de Europese Richtlijn 2005/36" toegevoegd.

Art. 19.

Aan artikel 4, § 2, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009, wordt de zinsnede "en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties voor gereglementeerde beroepen in het onderwijs in het kader van de Europese Richtlijn 2005/36 " toegevoegd.

Art. 20.

Aan artikel 5, § 2, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling in het gewoon basisonderwijs, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009, wordt de zinsnede "en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties voor gereglementeerde beroepen in het onderwijs in het kader van de Europese Richtlijn 2005/36" toegevoegd.

Art. 21.

Aan artikel 4, § 2, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraar, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009, wordt de zinsnede "en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties voor gereglementeerde beroepen in het onderwijs in het kader van de Europese Richtlijn 2005/36" toegevoegd.

Art. 22.

Aan artikel 5, § 2, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldiging in het buitengewoon onderwijs, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009, wordt de zinsnede "en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties voor gereglementeerde beroepen in het onderwijs in het kader van de Europese Richtlijn 2005/36" toegevoegd.

Art. 23.

Aan artikel 4, § 2, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen "Muziek", "Woordkunst" en "Dans", vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009, wordt de zinsnede "en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties voor gereglementeerde beroepen in het onderwijs in het kader van de Europese Richtlijn 2005/36" toegevoegd.

Art. 24.

Aan artikel 4, § 2, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, studierichting "Beeldende kunst", vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009, wordt de zinsnede "en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties voor gereglementeerde beroepen in het onderwijs in het kader van de Europese Richtlijn 2005/36" toegevoegd.

Art. 25.

Aan artikel 2, § 1, vierde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen van de personeelsleden van de centra voor leerlingenbegeleiding, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009, wordt de zinsnede "en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties voor gereglementeerde beroepen in het onderwijs in het kader van de Europese Richtlijn 2005/36" toegevoegd.

Art. 26.

In artikel 2, § 1, 12°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 betreffende de ambtshalve concordantie, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009, wordt tussen de woorden "de basiseducatie" en de zinsnede ", geldt" de zinsnede "en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties voor gereglementeerde beroepen in het onderwijs in het kader van de Europese Richtlijn 2005/36" ingevoegd.

Art. 27.

In artikel 3, 11°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 maart 2010 betreffende de individuele concordantie in het secundair volwassenenonderwijs, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2011, wordt tussen de woorden "de basiseducatie" en de zinsnede ", geldt" de zinsnede "en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties voor gereglementeerde beroepen in het onderwijs in het kader van de Europese Richtlijn 2005/36" ingevoegd.

HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen

Art. 28.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 betreffende de omzetting van de Europese Richtlijn 2005/36 voor wervingsambten in het onderwijs en voor sommige functies in de basiseducatie, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 23 juli 2010 en 3 juli 2015, wordt opgeheven.

Art. 29.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 18 januari 2016.

Art. 30.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.