• Personeelsleden kunnen hun loopbaan volledig of gedeeltelijk onderbreken om medische bijstand te verlenen aan een zwaar ziek persoon. Deze omzendbrief bundelt alle info met betrekking tot de loopbaanonderbreking voor medische bijstand. Er zijn inhoudelijk geen wijzigingen ten opzichte van voorgaand schooljaar.

Vooraleer u deze omzendbrief doorneemt, kan het nuttig zijn om na te gaan of dit verlofstelsel op uw situatie van toepassing is. Wil u daarover duidelijkheid, dan kan u via de online toepassing nagaan welk verlofstelsel opgenomen kan worden naargelang uw situatie.

1. Waarover gaat deze omzendbrief?

Deze omzendbrief gaat over de loopbaanonderbreking voor medische bijstand. Samen met de loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof en de loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen is dat een specifiek stelsel van loopbaanonderbreking.

De gewone voltijdse en deeltijdse loopbaanonderbreking (waaronder ook de loopbaanonderbreking voor beroepsopleiding) en de loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 (50) jaar zijn sinds 2 september 2016 afgeschaft. Aan de toekenning van een loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, voor medische bijstand en voor palliatieve zorgen is daarentegen niets veranderd. De aanvragen voor de specifieke stelsels van loopbaanonderbreking zijn een federale bevoegdheid gebleven. De uitkeringen worden met andere woorden nog steeds door de RVA toegekend.

In het verleden konden personeelsleden een Vlaamse aanmoedigingspremie aanvragen bij de specifieke stelsels van loopbaanonderbreking. Die kon men gedurende maximum twee jaar boven op de federale onderbrekingsuitkeringen krijgen. Sinds 2 september 2016 is dat niet meer mogelijk.

2. Wie kan een loopbaanonderbreking voor medische bijstand nemen?

Volgende personeelscategorieën hebben recht op loopbaanonderbreking voor medische bijstand:

2.1. Statutaire personeelsleden

1° de personeelsleden, vermeld in artikel 2, §1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs;

2° de personeelsleden, vermeld in artikel 4, §1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;

3° de leden van de inspectie, vermeld in artikel 61 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;

4° de personeelsleden, vermeld in artikel 10 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken.

2.2. Contractuele personeelsleden

Contractuele personeelsleden uit het onderwijs kunnen eveneens een loopbaanonderbreking voor medische bijstand nemen op basis van het KB van 12 augustus 1991 en het BVR van 9 september 2011. Deze omzendbrief is op hen van toepassing.

Contractuele personeelsleden die met eigen werkingsmiddelen zijn aangesteld in het vrij gesubsidieerd onderwijs vallen niet onder het toepassingsgebied.

3. Wat is het?

3.1. Algemene medische bijstand

De personeelsleden hebben het recht om hun beroepsloopbaan volledig of gedeeltelijk te onderbreken voor het verlenen van bijstand of verzorging aan een gezinslid of een familielid tot de tweede graad dat lijdt aan een zware ziekte.

Daarbij gelden volgende definities:

  • Zware ziekte: elke ziekte of medische ingreep die door de behandelende arts als dusdanig wordt beschouwd en waarbij de arts oordeelt dat elke vorm van sociale, familiale of emotionele bijstand of verzorging noodzakelijk is voor het herstel.
  • Gezinslid: elke persoon die samenwoont met de werknemer, dat wil zeggen elke persoon die onder hetzelfde dak woont als het personeelslid.
  • Familielid: elke bloed- of aanverwant tot de 2de graad
  • bloedverwanten 1ste graad: de ouders en de kinderen van het personeelslid
  • bloedverwanten 2de graad: de grootouders, de kleinkinderen, de broers en zussen van het personeelslid
  • aanverwanten 1ste graad: de schoonouders, de stiefouders, de stiefkinderen, de echtgenoten van de kinderen van het personeelslid
  • aanverwanten 2de graad: de broers en zussen van de echtgenoot van het personeelslid, de echtgenoten van de broers en zussen van het personeelslid, de echtgenoten van de kleinkinderen van het personeelslid, de kleinkinderen van de echtgenoot van het personeelslid, de grootouders van de echtgenoot van het personeelslid, de echtgenoten van de grootouders van het personeelslid.

Opgelet: Aanverwantschap is een juridische band die tot stand komt door het huwelijk in strikte zin (en niet door wettelijke of feitelijke samenwoonst). In geval van wettelijke of feitelijke samenwoonst, kan het verlof voor medische bijstand enkel worden toegekend voor een familielid van de persoon met wie men samenwoont, indien dat familielid ook een gezinslid is van de aanvrager.

Voorbeeld

Een personeelslid kan geen verlof voor medische bijstand nemen voor de vader van zijn partner (= persoon met wie hij samenwoont), behalve als de vader van zijn partner deel uitmaakt van zijn gezin.

3.2. Medische bijstand voor een gehospitaliseerd kind

Voor de bijstand of de verzorging van een minderjarig kind, tijdens of onmiddellijk na de hospitalisatie van het kind als gevolg van een zware ziekte, kan een personeelslid zijn loopbaan volledig onderbreken voor een duur van één week, eventueel verlengbaar met één week.

Met “ zware ziekte ” wordt bedoeld: elke ziekte of medische ingreep die door de behandelende geneesheer van het zwaar zieke kind als dusdanig wordt beschouwd en waarbij de geneesheer oordeelt dat elke vorm van sociale, familiale of psychologische bijstand of verzorging noodzakelijk is.

Volgende personeelsleden kunnen hun loopbaan onderbreken voor de duur van één week:

1° het personeelslid dat bloed- of aanverwant is in de eerste graad van het zwaar zieke kind en ermee samenwoont;

2° het personeelslid dat samenwoont met het zwaar zieke kind en belast is met de dagelijkse opvoeding.

Als de hierboven vermelde personeelsleden geen gebruik kunnen maken van de mogelijkheid tot onderbreking van de beroepsloopbaan voor de duur van één week, dan kunnen ook de volgende personeelsleden op die mogelijkheid een beroep doen:

1° het personeelslid dat bloed- of aanverwant is in de eerste graad van het zwaar zieke kind en er niet mee samenwoont;

2° als het personeelslid vermeld onder 1° geen gebruik kan maken van de mogelijkheid tot onderbreking van de beroepsloopbaan voor de duur van één week, een bloed- en aanverwant van het zwaar zieke kind tot de tweede graad.

4. Is de loopbaanonderbreking voor medische bijstand een recht of een gunst?

De loopbaanonderbreking voor medische bijstand is een recht. Het bevoegd bestuur kan de loopbaanonderbreking voor medische bijstand niet weigeren.

5. Voor welk volume kan een personeelslid een loopbaanonderbreking voor medische bijstand nemen?

Tijdens de loopbaanonderbreking voor medische bijstand kan het personeelslid de arbeidsprestaties:

1°volledig onderbreken;

2°verminderen tot een halftijdse betrekking;

3°verminderen met een vijfde van een voltijdse betrekking.

Opgelet: de loopbaanonderbreking voor medische bijstand voor een gehospitaliseerd kind kan alleen voltijds genomen worden.

5.1. Voltijdse loopbaanonderbreking voor medische bijstand

Voor een voltijdse loopbaanonderbreking voor medische bijstand gelden geen voorwaarden meer met betrekking tot het volume van de prestaties. Het is dus niet nodig dat men minstens een halftijdse opdracht moet hebben om recht te hebben op loopbaanonderbreking voor medische bijstand.

Voorbeeld:

Een personeelslid heeft een aanstelling van 8/20 in het secundair onderwijs. Het kan een volledige loopbaanonderbreking voor medische bijstand nemen voor 8/20.

Opgelet: er gelden geen voorwaarden met betrekking tot het volume van de prestaties in de onderwijsreglementering. De RVA heeft echter wel regels met betrekking tot de cumulatie met een onderbrekingsuitkering (zie punt 13). Die bepalen onder meer dat wanneer iemand een bijkomende activiteit als loontrekkende uitoefent naast zijn loopbaanonderbreking, de tewerkstellingsbreuk van de activiteit in loondienst niet groter mag zijn dan die van de betrekking waarvan de uitvoering geschorst wordt of waarin de arbeidsprestaties verminderd worden.

Voorbeeld:

Een personeelslid heeft een aanstelling van 8/20 in het deeltijds kunstonderwijs men is daarnaast halftijds tewerkgesteld bij de gemeente. Het kan geen volledige loopbaanonderbreking voor medische bijstand nemen voor 8/20, omdat de bijkomende activiteit als loontrekkende groter is dan de prestaties waarvoor het personeelslid loopbaanonderbreking wenst te nemen.

5.2. Halftijdse loopbaanonderbreking voor medische bijstand

Wie een halftijdse loopbaanonderbreking voor medische bijstand neemt, moet één of meer betrekkingen blijven uitoefenen die samen de helft van het aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor een ambt met volledige prestaties. De nog te verrichten prestaties moeten altijd worden afgerond naar de hogere eenheid, naar gelang van het geval, tot een volledige lestijd of tot een volledig uur.

Voorbeeld

Een personeelslid is 14/20 vastbenoemd en 4/20 tijdelijk. Het kan een halftijdse loopbaanonderbreking voor medische bijstand nemen. Daarbij zijn verschillende mogelijkheden:

- Het kan een halftijdse loopbaanonderbreking voor medische bijstand nemen voor 8/20 vastbenoemde uren en het blijft 6/20 van de vastbenoemde uren en 4/20 van de tijdelijke uren presteren.

- Het kan een halftijdse loopbaanonderbreking voor medische bijstand nemen voor 4/20 vastbenoemde uren en voor 4/20 tijdelijke uren en het blijft 10/20 van de vastbenoemde uren presteren.

- …

5.3. Loopbaanonderbreking met een vijfde voor medische bijstand

Wie een loopbaanonderbreking met een vijfde voor medische bijstand neemt, moet

1° aangesteld zijn in een ambt met volledige prestaties;

2° een of meer betrekkingen blijven uitoefenen die samen vier vijfde van het aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor een ambt met volledige prestaties. De nog te verrichten prestaties moeten altijd worden afgerond naar de hogere eenheid, naar gelang van het geval, tot een volledige lestijd of tot een volledig uur.

Voorbeeld 1

Een personeelslid is 14/20 vastbenoemd en 4/20 tijdelijk. Het kan geen loopbaanonderbreking met een vijfde voor medische bijstand nemen, omdat het personeelslid geen ambt met volledige prestaties uitoefent.

Voorbeeld 2

Een personeelslid is 10/20 vastbenoemd en 10/20 tijdelijk. Het kan een loopbaanonderbreking met een vijfde voor ouderschapsverlof nemen. Daarbij zijn verschillende mogelijkheden:

  • Het personeelslid neemt voor 4/20 van de vastbenoemde uren loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof en blijft 6/20 van de vastbenoemde uren en 10/20 van de tijdelijke uren presteren.
  • Het personeelslid neemt voor 2/20 van de vastbenoemde uren en voor 2/20 van de tijdelijke uren loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof en blijft 8/20 van de tijdelijke uren en 8/20 van de vastbenoemde uren presteren.

5.4. Bijzonderheden met betrekking tot de prestaties bij loopbaanonderbreking voor medische bijstand

5.4.1. Het personeelslid is ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking

Het aantal prestatie-eenheden waarvoor het personeelslid op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking en waarvoor het niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld is, kan zowel in aanmerking worden genomen als prestatie-eenheden waarop het verlof voor verminderde prestaties genomen kan worden, als als prestatie-eenheden die het personeelslid nog moet blijven uitoefenen.

Als het personeelslid ter beschikking gesteld is wegens gedeeltelijke ontstentenis van betrekking op het ogenblik dat het de arbeidsprestaties vermindert, worden eerst de prestatie-eenheden in aanmerking genomen waarvoor het personeelslid ter beschikking gesteld is wegens ontstentenis van betrekking en waarvoor het niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld is, en vervolgens de prestatie-eenheden waarvoor het wel gereaffecteerd of wedertewerkgesteld is in een niet-organieke betrekking.De opname van een loopbaanonderbreking doet op geen enkele manier afbreuk aan de reaffectatieverplichtingen van het schoolbestuur/de scholengemeenschap.

Voorbeeld 1:

Een personeelslid heeft een vastbenoemde opdracht van 16/22 en wordt ter beschikking gesteld voor 16/22. Het kan een volledige loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen nemen voor 16/22 in de uren waarin het ter beschikking is gesteld.

Voorbeeld 2:

Een personeelslid heeft een vastbenoemde opdracht van 24/24. Het personeelslid is ter beschikking gesteld voor 6/24 en blijft nog 18/24 presteren.

Het kan een halftijdse loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen nemen voor 12/24 en waarvan 6/24 in de uren waarin het ter beschikking is gesteld en 6/24 in de overige uren. Het personeelslid blijft 12/24 presteren.

Voorbeeld 3:

Een personeelslid heeft een vastbenoemde opdracht 21/21. Het personeelslid is ter beschikking gesteld voor 10/21 en blijft nog 11/21 presteren.

Het kan een halftijdse loopbaanonderbreking voor medische bijstand nemen voor 10/21 in de uren waarin het ter beschikking is gesteld en het blijft 11/21 presteren.

5.4.2. Het personeelslid presteert in een hogeschool

Bij de opname van een loopbaanonderbreking voor medische bijstand wordt eveneens rekening gehouden met de prestaties in instellingen voor hoger onderwijs.

Concreet betekent dat dat de prestaties geleverd in hogescholen mee in aanmerking genomen worden voor het vaststellen van:

- de prestaties die het personeelslid moet blijven uitoefenen in geval van een halftijdse loopbaanonderbreking voor medische bijstand of loopbaanonderbreking voor medische bijstand met een vijfde;

- het opdrachtvolume waarvoor het personeelslid de loopbaanonderbreking voor medische bijstand neemt.

Voorbeeld 1

Een personeelslid oefent een opdracht uit van 10/20 in het secundair onderwijs + 50% in een hogeschool.

Mogelijkheden voor medische bijstand :

- Voltijdse loopbaanonderbreking voor medische bijstand is mogelijk: alle uren vallen weg.

- Halftijdse loopbaanonderbreking voor medische bijstand is mogelijk: verschillende combinaties zijn mogelijk, zolang het personeelslid exact de helft van een fulltime opdracht blijft presteren, bv. :

  • 10/20 (sec. ond.) LBOMB en 50 % (hogescholen) presteren;
  • 50% (hogescholen) LBOMB en 10/20 (sec. ond.) presteren;
  • 5/20 (sec. ond.) + 25% (hogescholen LBOMB en 5/20 (sec. ond.) + 25% (hogescholen) presteren;
  • 3/20 (sec. ond.) + 35% (hogescholen) HLBO en 7/20 (sec. ond.) + 15% (hogescholen) presteren;
  • enz. ...
  • 4/5de loopbaanonderbreking voor medische bijstand is mogelijk: verschillende combinaties zijn mogelijk, zolang het personeelslid exact vier vijfde van een fulltime opdracht blijft presteren, bv.:
  • 4/20 (sec. ond.) LBOMB en 6/20 (sec.ond.) + 50% (hogeschool) blijven presteren;
  • 20% (hogeschool) LBOMB en 10/20 (sec. ond.) + 30% (hogeschool) blijven presteren;
  • enz.

Voorbeeld 2

Een personeelslid oefent een opdracht uit van 6/20 in het secundair onderwijs + 50% in de hogeschool.

- Voltijdse loopbaanonderbreking voor medische bijstand is mogelijk: alle uren vallen weg.

- Halftijdse loopbaanonderbreking voor medische bijstand is mogelijk: verschillende combinaties zijn mogelijk, zolang het personeelslid exact de helft van een fulltime opdracht blijft presteren, bv. :

  • 6/20 (sec. ond.) LBOMB en 50% (hogeschool) presteren;
  • 30% (hogeschool) LBOMB en 20% (hogeschool) + 6/20 (sec. ond.) presteren;
  • 10% (hogeschool) + 4/20 (sec. ond.) LBOMB en 40% (hogeschool) + 2/20 (sec. ond.) presteren;
  • enz. ...

- 4/5de loopbaanonderbreking voor medische bijstand is niet mogelijk, aangezien het personeelslid geen fulltime betrekking uitoefent.

5.4.3. Het personeelslid oefent elders prestaties uit die gelijkgesteld worden met prestaties in onderwijs

Voor het bepalen van de wekelijkse prestaties die moeten verricht worden bij een halftijdse loopbaanonderbreking voor medische bijstand of een loopbaanonderbreking voor medische bijstand met vier vijfde, worden eveneens in aanmerking genomen:

1° de prestaties, verstrekt door personeelsleden met verlof wegens bijzondere opdracht of verlof wegens opdracht, vermeld in artikel 51quater, §2 en §3 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding en artikel 77quater, §2 en §3, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs;

2° de prestaties, verstrekt door de personeelsleden met verlof wegens vakbondsopdracht, vermeld in artikel 17 van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en artikel 77 van het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel;

3° de prestaties, verstrekt in het kader van de begeleiding en ondersteuning van de scholen en de centra voor leerlingenbegeleiding bij de implementatie van het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen I, vermeld in artikel VI.21 van dat decreet;

4° de prestaties, verstrekt ten behoeve van in de wetgevende vergaderingen van de Staat en van de gemeenschappen of de gewesten erkende politieke groepen, respectievelijk ten behoeve van de voorzitters van die groepen, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1991 betreffende het verlof dat aan de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding wordt verleend voor het verrichten van bepaalde prestaties ten behoeve van in de wetgevende vergaderingen van de Staat en van de gemeenschappen of de gewesten erkende politieke groepen, respectievelijk ten behoeve van de voorzitters van die groepen;

5° de prestaties, verstrekt door de personeelsleden met verlof, vermeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 21 november 1980 betreffende het verlof toegekend aan bepaalde, ter beschikking van de Koning gestelde personeelsleden van de Rijksdiensten;

6° de prestaties, verstrekt door personeelsleden in een ministerieel kabinet van een lid van een gemeenschaps- of gewestregering, van een lid van de federale regering of van een gewestelijk staatssecretaris, en bij een secretariaat, de cel algemene beleidscoördinatie en een cel algemeen beleid bij een lid van de federale regering, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juli 1995 betreffende het verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet van een lid van een gemeenschaps- of gewestregering, van een lid van de federale regering of van een gewestelijk staatssecretaris, en bij een secretariaat, de cel algemene beleidscoördinatie en een cel algemeen beleid bij een lid van de federale regering door personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding;

7° de prestaties, verstrekt door personeelsleden als medewerker, door een regeringslid ter beschikking gesteld van zijn voorganger, vermeld in artikel 8, derde lid, van het koninklijk besluit van 19 juli 2001 betreffende de invulling van de beleidsorganen van de federale overheidsdiensten en betreffende de personeelsleden van de federale overheidsdiensten aangewezen om deel uit te maken van een kabinet van een lid van een regering of van een college van een gemeenschap of een gewest;

8° de prestaties, verstrekt door een personeelslid ter ondersteuning van het college van commissarissen van de Vlaamse Regering bij de hogescholen, vermeld in artikel 245, §2, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap;

9° de prestaties, verstrekt door de personeelsleden met verlof vermeld in artikel 166, §1, van het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997;

10° de prestaties, verstrekt door de personeelsleden met verlof, vermeld in artikel 53 van het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van de onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;

11° de prestaties, verstrekt door de personeelsleden met verlof,vermeld in artikel 156 van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs;

12° de prestaties, verstrekt door personeelsleden belast met een opdracht aan een hogeschool, vermeld in artikel 2, 39°, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap. De ambten, uitgeoefend in de hogescholen, worden steeds beschouwd als hoofdambt.

6. Wat als het personeelslid een andere dienstonderbreking neemt?

Het ziekteverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, het bevallingsverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens arbeidsongeval, de afwezigheid wegens arbeidsongeval, wegens ongeval op weg naar en van het werk, wegens beroepsziekte, de terbeschikkingstelling wegens ziekte, de afwezigheid wegens een bedreiging door een beroepsziekte en het verlof wegens moederschapsbescherming, maken geen einde aan de loopbaanonderbreking voor medische bijstand.

Andere dienstonderbrekingen dan de hierboven opgesomde kunnen niet gecombineerd worden met een loopbaanonderbreking voor medische bijstand.

Opgelet: personeelsleden die een gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar genieten en een loopbaanonderbreking voor medische bijstand opnemen, kunnen nadien hun gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar niet meer verderzetten.

7. Wanneer begint de loopbaanonderbreking voor medische bijstand?

7.1. Algemene medische bijstand

Een loopbaanonderbreking voor medische bijstand heeft geen vaste begindatum. Een personeelslid dat een loopbaanonderbreking voor medische bijstand wil opnemen, deelt dat mee aan het bevoegd bestuur. De loopbaanonderbreking voor medische bijstand begint de eerste dag van de week die volgt op de week waarin de mededeling is gedaan. Ze kan ook eerder ingaan als het bevoegd bestuur daarmee instemt.

Voorbeeld

Een personeelslid deelt op donderdag 15 maart 2018 aan zijn bevoegd bestuur mee dat het een volledige loopbaanonderbreking wenst te nemen voor het verstrekken van medische bijstand.

De volledige loopbaanonderbreking voor medische bijstand gaat in op maandag 19 maart 2018.

Opmerking: de volledige loopbaanonderbreking voor medische bijstand kan bv. ook ingaan op donderdag 15 maart 2018, als het bevoegd bestuur hiermee akkoord gaat.

7.2. Medische bijstand voor een gehospitaliseerd kind

Een loopbaanonderbreking voor medische bijstand voor een gehospitaliseerd kind heeft geen vaste begindatum en kan onmiddellijk ingaan bij de hospitalisatie.

Het personeelslid dat zijn loopbaan wil onderbreken voor het verstrekken van medische bijstand aan een gehospitaliseerd kind, moet dat uiteraard wel meedelen aan het bevoegd bestuur. Het personeelslid moet geen rekening houden met de aanvraagtermijn van één week die geldt voor een algemene loopbaanonderbreking voor medische bijstand. Het bezorgt wel zo snel mogelijk het formulier “Aanvraag om loopbaanonderbreking in het kader van medische bijstand” met het attest van de behandelende geneesheer van het zwaar zieke kind waaruit het onvoorzienbare karakter van de hospitalisatie blijkt. Dat geldt eveneens bij een verlenging met één week.

8. Wanneer eindigt de loopbaanonderbreking voor medische bijstand?

8.1. Algemene medische bijstand

De loopbaanonderbreking voor medische bijstand eindigt na afloop van de aangevraagde periode. Dat is maximum drie maanden na de ingangsdatum.

De loopbaanonderbreking voor medische bijstand kan ook eindigen na overlijden van de patiënt. Zie punt 10.

Voor tijdelijke personeelsleden die de beroepsloopbaan onderbreken voor het verlenen van bijstand of verzorging aan een gezinslid of een familielid, eindigt dat verlof in ieder geval als hun aanstelling eindigt.

8.2. Medische bijstand voor een gehospitaliseerd kind

De loopbaanonderbreking voor medische bijstand voor een gehospitaliseerd kind eindigt na afloop van een week. In geval van verlenging eindigt ze na afloop van de tweede week. Een week bestaat uit zeven opeenvolgende kalenderdagen.

Voorbeeld:

Een loopbaanonderbreking voor medische bijstand voor een gehospitaliseerd kind die start op maandag 12 juni 2017 eindigt op zondag 18 juni 2017.

9. Wat is de totale duur van de loopbaanonderbreking voor medische bijstand?

9.1. Algemene medische bijstand

De onderbrekingsperiodes voor een volledige of een gedeeltelijke loopbaanonderbreking voor medische bijstand kunnen alleen opgenomen worden met periodes van minimaal één en maximaal drie maanden.

In totaal heeft een personeelslid recht op een maximumperiode van

  • 12 maanden per patiënt bij een volledige loopbaanonderbreking
  • of 24 maanden per patiënt bij een gedeeltelijke loopbaanonderbreking. Onder de 24 maanden gedeeltelijke loopbaanonderbreking vallen zowel de periodes van halftijdse loopbaanonderbreking voor medische bijstand als van loopbaanonderbreking met een vijfde voor medische bijstand.

De maximumduur van de loopbaanonderbreking voor medische bijstand wordt verhoogd voor een personeelslid dat alleenstaand is, in geval van zware ziekte van zijn of haar kind dat ten hoogste 16 jaar is:

  • 24 maanden per patiënt voor de volledige loopbaanonderbreking
  • Of 48 maanden per patiënt voor de gedeeltelijke loopbaanonderbreking.

Onder alleenstaande wordt het personeelslid verstaan dat uitsluitend en effectief samenwoont met een of meerdere van zijn of haar kinderen. Het personeelslid levert het bewijs van de samenstelling van het gezin door middel van een attest van de gemeentelijke overheid waaruit blijkt dat het personeelslid op het moment van de aanvraag van de loopbaanonderbreking uitsluitend en effectief samenwoont met een of meerdere van zijn of haar kinderen. Voor iedere verlenging van een periode van volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking moet het personeelslid het vereiste attest indienen.

Opmerking:

De onderbrekingsperiodes voor een volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking voor medische bijstand moeten niet noodzakelijk met volledige maanden genomen worden. De minimumduur van één maand en de maximumduur van drie maanden moeten wel gerespecteerd worden.

Voorbeeld 1

Een personeelslid vraagt een volledige loopbaanonderbreking voor medische bijstand van 11 september 2017 tot en met 20 oktober 2017. Dit is mogelijk.

Voorbeeld 2

Een personeelslid vraagt een gedeeltelijke loopbaanonderbreking voor medische bijstand van 12 februari 2018 tot en met 9 maart 2018. Dit is mogelijk.

9.2. Medische bijstand voor een gehospitaliseerd kind

De volledige loopbaanonderbreking voor medische bijstand voor een gehospitaliseerd kind kan alleen opgenomen worden met een periode van één week, en kan éénmaal verlengd worden met één week.

Als het personeelslid aansluitend op de mogelijkheid tot onderbreking van de beroepsloopbaan voor de duur van één week, zijn recht uitoefent op loopbaanonderbreking voor medische bijstand voor datzelfde zwaar zieke kind, kan de minimale periode voor de opname van de volledige onderbreking van de beroepsloopbaan korter zijn dan één maand.

Voorbeeld

Een personeelslid vraagt een loopbaanonderbreking voor medische bijstand voor een minderjarig gehospitaliseerd kind als gevolg van een zware ziekte van 12 maart 2018 tot 18 maart 2018 (1 week). Die periode wordt verlengd van 19 maart 2018 tot 25 maart 2018 (1 week). Het personeelslid kan aansluitend hierop een “algemene” medische bijstand aanvragen voor de periode die toelaat de minimumduur te bereiken van één maand die van toepassing is op de “algemene” loopbaanonderbreking voor medische bijstand, dat wil zeggen van 26 maart 2018 tot 11 april 2018. Het personeelslid heeft dan 1 maand voltijdse loopbaanonderbreking voor medische bijstand genomen en heeft voor datzelfde kind nog recht op 11 maanden voltijdse of 22 maanden gedeeltelijke loopbaanonderbreking voor medische bijstand.

9.3. Vakantieperiodes tussen twee periodes van loopbaanonderbreking voor medische bijstand

9.3.1. Schooljaar 2016-2017

Als een periode van loopbaanonderbreking voor medische bijstand eindigt binnen een periode van 7 kalenderdagen voor de herfst-, kerst-, krokus- of paasvakantie of eindigt gedurende de herfst-, kerst-, krokus- of paasvakantie, en het personeelslid neemt een nieuwe periode van loopbaanonderbreking voor medische bijstand gedurende diezelfde vakantie of binnen een periode van 7 kalenderdagen na diezelfde vakantie, dan wordt de tussenliggende vakantieperiode of een deel ervan, beschouwd als een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden.

In dat geval worden de dagen die omgezet worden naar een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden niet meegerekend om de duur te bepalen van de periode van terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden waarop het personeelslid nog recht heeft.

De dagen die omgezet worden naar een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden komen wel in aanmerking voor de berekening van de geldelijke anciënniteit.

De omgezette dagen worden ook mee in aanmerking genomen voor de evenredige vermindering van de bezoldiging in de zomervakantie (zie punt 9.2 en 9.3 van de omzendbrief van 24 september 2009 - PERS/2009/10: “Terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voor de personeelsleden van het onderwijs”).

Voorbeeld 1:

Een personeelslid is voltijds aangesteld en neemt een halftijdse loopbaanonderbreking voor medische bijstand van 21 september 2016 tot en met 28 oktober 2016. Hij neemt opnieuw een halftijdse loopbaanonderbreking voor medische bijstand van 7 november tot 23 december 2016.

Het personeelslid krijgt salaris voor de periode van 29 oktober tot en met 30 oktober.

Voor de tussenliggende herfstvakantie van 31 oktober 2016 tot en met 6 november 2016 geldt het volgende:

-1/2de van de opdracht van het personeelslid wordt omgezet naar een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden;

-Voor de overige 1/2de krijgt het personeelslid zijn salaris.

Voorbeeld 2:

Een personeelslid is voltijds aangesteld en neemt een voltijdse loopbaanonderbreking voor medische bijstand van 21 september 2016 tot en met 26 oktober 2015. Hij neemt opnieuw een voltijdse loopbaanonderbreking voor medische bijstand van 7 november tot 18 december 2016.

In dat geval wordt de tussenliggende herfstvakantie van 31 oktober 2016 tot en met 6 november 2016 beschouwd als een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden. Het personeelslid krijgt salaris voor de periode van 27 oktober tot en met 30 oktober.

Voorbeeld 3:

Een personeelslid is voltijds aangesteld en neemt een voltijdse loopbaanonderbreking voor medische bijstand van 5 oktober 2016 tot en met 4 november 2016. Hij neemt opnieuw een voltijdse loopbaanonderbreking voor medische bijstand van 7 november tot 18 december 2016.

In dat geval wordt het tussenliggende gedeelte van de herfstvakantie van 5 november 2016 tot en met 6 november 2016 beschouwd als een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden. Het personeelslid krijgt geen salaris voor die periode.

Voorbeeld 4:

Een personeelslid is voltijds aangesteld en neemt een loopbaanonderbreking voor medische bijstand met een vijfde van maandag 7 november 2016 tot en met donderdag 22 december 2016. Hij neemt opnieuw een loopbaanonderbreking met een vijfde van maandag 9 januari 2017 tot en met woensdag 8 februari 2017.

Het personeelslid krijgt salaris voor de periode van vrijdag 23 december 2016 tot en met 25 december 2016.

Voor de tussenliggende kerstvakantie van 26 december 2016 tot en met 8 januari 2017 geldt het volgende:

-1/5de van de opdracht van het personeelslid wordt omgezet naar een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden;

-Voor de overige 4/5de krijgt het personeelslid zijn salaris.

Het is natuurlijk ook altijd mogelijk om de loopbaanonderbreking voor medische bijstand te laten doorlopen in de tussenliggende vakantieperiode of een deel ervan, waardoor de uitkering van de RVA gegarandeerd blijft. Uiteraard kan dat enkel binnen de voorwaarden van opname van de loopbaanonderbreking voor medische bijstand (zie ook punt 5.4.1.).

9.3.2. Vanaf schooljaar 2017-2018

Als een periode van loopbaanonderbreking voor medische bijstand eindigt binnen een periode van 7 kalenderdagen voor de herfst-, kerst-, krokus- of paasvakantie of eindigt gedurende de herfst-, kerst-, krokus- of paasvakantie, en het personeelslid neemt een nieuwe periode van loopbaanonderbreking voor medische bijstand gedurende diezelfde vakantie of binnen een periode van 7 kalenderdagen na diezelfde vakantie, dan wordt de tussenliggende vakantieperiode of een deel ervan, beschouwd als een afwezigheid voor verminderde prestaties.

In dat geval worden de dagen die omgezet worden naar een afwezigheid voor verminderde prestaties niet meegerekend om de duur te bepalen van de periode van afwezigheid voor verminderde prestaties waarop het personeelslid nog recht heeft.

De dagen die omgezet worden naar een afwezigheid voor verminderde prestaties komen wel in aanmerking voor de berekening van de geldelijke anciënniteit.

De omgezette dagen worden ook mee in aanmerking genomen voor de evenredige vermindering van de bezoldiging in de zomervakantie (zie punt 11 van de omzendbrief Afwezigheid voor verminderde prestaties).

10. Kan de loopbaanonderbreking voor medische bijstand vervroegd worden stopgezet?

Om uitzonderlijke redenen kan het personeelslid dat zijn loopbaan onderbroken heeft voor medische bijstand, van de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs of van zijn gemachtigde de toelating krijgen om zijn ambt opnieuw op te nemen of opnieuw volledig uit te oefenen vooraleer de periode van onderbreking van de beroepsloopbaan verstreken is.

De opzegging moet met bijgevoegd document gericht worden aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, door tussenkomst en met akkoord van de inrichtende macht.

Voor de personeelsleden van de inspectie en van de dienst Curriculum wordt die opzegging via hiërarchische weg gericht aan de Vlaamse Regering.

Daarnaast kan het personeelslid dat zijn loopbaan onderbroken heeft voor medische bijstand, na het overlijden van de persoon die de verzorging genoot, van hetzij het bevoegd bestuur, hetzij van de Vlaamse Regering, de toelating krijgen om zijn ambt opnieuw op te nemen of opnieuw volledig uit te oefenen vooraleer de periode van onderbreking van de beroepsloopbaan verstreken is.

De datum waarop het personeelslid zijn ambt opnieuw opneemt of opnieuw volledig uitoefent dient dus afgesproken te worden tussen het personeelslid en het bevoegd bestuur.

De Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs of zijn gemachtigde brengt, binnen vijftien dagen na de beslissing, de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, op de hoogte van de datum waarop het personeelslid een einde maakt aan zijn loopbaanonderbreking.

11. Wat is de administratieve stand van het personeelslid?

Tijdens de onderbreking van zijn beroepsloopbaan is het personeelslid met verlof. Dat verlof wordt voor het overige met een periode van dienstactiviteit gelijkgesteld. Dat houdt in dat die periode in aanmerking komt voor de vaststelling van de administratieve en geldelijke anciënniteit.

12. Hoeveel bedraagt het salaris?

Het personeelslid ontvangt geen salaris voor de prestaties waarvoor het een loopbaanonderbreking voor medische bijstand neemt. Het krijgt wel een onderbrekingsuitkering van de RVA.

Alle info over de onderbrekingsuitkeringen vindt u op de website van de RVA.

Sinds 1 september 2016 krijgen personeelsleden geen aanmoedigingspremie meer voor een nieuwe aanvraag voor loopbaanonderbreking voor medische bijstand.

13. Mag het personeelslid cumuleren tijdens de loopbaanonderbreking voor medische bijstand?

Om recht te hebben op een onderbrekingsuitkering, mogen bepaalde activiteiten niet gecumuleerd worden met de uitkering.

13.1. Politiek mandaat

De onderbrekingsuitkeringen kunnen gecumuleerd worden met de inkomsten die voortvloeien uit het uitoefenen van een politiek mandaat.

13.2. Activiteit als loontrekkende

De onderbrekingsuitkeringen kunnen gecumuleerd worden met de inkomsten die voortvloeien uit een bijkomende activiteit als loontrekkende die reeds werd uitgeoefend vóór de onderbreking van de loopbaan.

Een bijkomende activiteit als loontrekkende is een activiteit in loondienst waarvan de tewerkstellingsbreuk niet groter is dan die van de betrekking waarvan de uitvoering geschorst wordt of waarin de arbeidsprestaties verminderd worden. Ook prestaties in het onderwijs die worden gepresteerd ‘boven de eenheid’ vallen onder die definitie.

Voorbeeld:

Een personeelslid werkt 10/20 in het onderwijs en heeft een nevenactiviteit van 20/38 in de privé-sector. Het personeelslid wil een volledige loopbaanonderbreking voor medische bijstand nemen.

Die cumulatie is niet toegestaan, aangezien de activiteit in de privé-sector groter is dan de activiteit in het onderwijs.

De zinsnede “vóór de onderbreking van de loopbaan” wordt geïnterpreteerd als een bijkomende activiteit als loontrekkende die al werd gepresteerd voorafgaand aan de loopbaanonderbreking.

De bijkomende activiteit moet daarenboven reeds uitgeoefend zijn gedurende ten minste de drie maanden die het begin van de volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking voorafgaan. Voor prestaties ‘boven de eenheid’ binnen het onderwijs worden de maanden juli en augustus buiten beschouwing gelaten voor de berekening van de drie maanden voorafgaand aan de loopbaanonderbreking.

Het personeelslid mag tijdens de loopbaanonderbreking geen nieuwe activiteit als loontrekkende starten of een bestaande bijkomende activiteit als loontrekkende uitbreiden.

Voorbeeld 1:

Een personeelslid is vastbenoemd en behoort actief tot het onderwijs t.e.m. 30 juni 2017. Hij wenst een volledige loopbaanonderbreking voor medische bijstand vanaf 1 september 2017.

Als het personeelslid de onderbrekingsuitkeringen wenst te cumuleren met een bijkomende activiteit als loontrekkende, moet het die bijkomende activiteit alleszins aangevat hebben vóór 1 juni 2017 en die activiteit bovendien uitgeoefend hebben tijdens de periode van 1 juni 2017 tot en met 31 augustus 2017.

Voorbeeld 2:

Een personeelslid is vast benoemd als leraar AV Engels voor 20/20 in het secundair onderwijs en presteert daarnaast 3/20 als leraar secundair volwassenenonderwijs in bijbetrekking in de opleiding Engels Richtgraad 1. Hij neemt met ingang van 1 september 2017 een voltijdse loopbaanonderbreking op zijn opdracht (20/20) in hoofdambt in het secundair onderwijs. Hij kan zijn bijbetrekking in het volwassenenonderwijs verder blijven uitoefenen indien hij die ten minste drie maanden voorafgaand aan de loopbaanonderbreking heeft aangevat (in casu de periode van 1 april tot 30 juni 2017).

13.3. Zelfstandige activiteit

Als de loopbaan volledig onderbroken wordt, kunnen de onderbrekingsuitkeringen eveneens gecumuleerd worden met de uitoefening van een zelfstandige activiteit. Die mogelijkheid is echter beperkt tot maximum één jaar.

Als zelfstandige activiteit wordt beschouwd die activiteit waardoor het betrokken personeelslid verplicht is zich in te schrijven bij het Rijksinstituut voor Sociale Verzekering der Zelfstandigen.

13.4. Pensioen

De onderbrekingsuitkeringen kunnen niet gecumuleerd worden met een pensioen ten laste van de Belgische Staat.

De loopbaanonderbreking zonder onderbrekingsuitkering kan wel worden toegestaan aan de rechthebbende op een overlevingspensioen of een overgangsuitkering.

Opmerking:

Het recht op onderbrekingsuitkeringen vervalt vanaf de dag dat het personeelslid dat de onderbrekingsuitkering geniet om het even welke bezoldigde activiteit aanvangt, een bestaande bijkomende activiteit uitbreidt of gedurende meer dan één jaar een zelfstandige activiteit uitoefent

Een personeelslid dat geen recht heeft op onderbrekingsuitkeringen of wenst af te zien van die uitkeringen, wordt niet beschouwd als zijnde in loopbaanonderbreking.

Hierop bestaat slechts één afwijking, nl. voor rechthebbenden op een overlevingspensioen. Aan die personeelsleden kan een loopbaanonderbreking zonder onderbrekingsuitkering worden toegekend.

14. Komt de loopbaanonderbreking voor medische bijstand in aanmerking voor het pensioen?

De loopbaanonderbreking voor medische bijstand komt volledig in aanmerking voor het rustpensioen. Meer informatie hierover vindt u hier.

15. Procedure

15.1. Mededeling aan het bevoegd bestuur

Het personeelslid dat zijn loopbaan wenst te onderbreken voor het verstrekken van medische bijstand, deelt dat mee aan het bevoegd bestuur. Dat is:

1° de inrichtende macht of het schoolbestuur voor de personeelsleden, vermeld in punt 2.1, 1°, en 2°;

2° de inspecteur-generaal voor de inspecteur en de coördinerend inspecteur;

3° de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, of zijn gemachtigde, voor de inspecteur-generaal en voor de personeelsleden vermeld in punt 2.1, 4°.

4° het centrumbestuur voor de contractuele personeelsleden van de centra voor basiseducatie.

De onderbreking van de beroepsloopbaan voor het verstrekken van medische bijstand begint de eerste dag van de week volgend op de week waarin de mededeling is gebeurd of op een vroeger tijdstip mits akkoord van het bevoegd bestuur.

De mededeling gebeurt praktisch met een formulier “Aanvraag om loopbaanonderbreking in het kader van medische bijstand”. De formulieren kunnen eveneens verkregen worden bij de Werkloosheidsbureaus. Het personeelslid vult deel I van het formulier in, het bevoegd bestuur deel II.

Het personeelslid geeft op het formulier “Aanvraag om loopbaanonderbreking in het kader van medische bijstand” de datum op waarop het de loopbaanonderbreking voor medische bijstand wil laten starten, evenals de duur ervan en het volume.

Verder moet het personeelslid op het formulier het attest laten invullen waarop de behandelende geneesheer van het zwaar ziek gezins- of familielid tot de tweede graad verklaart dat het personeelslid bereid is bijstand of verzorging te verlenen aan de zwaar zieke persoon.

In geval van hospitalisatie van het kind moet het personeelslid op het formulier het attest laten invullen dat het kind gehospitaliseerd is. Dat attest moet worden ingevuld door het betrokken ziekenhuis.

Wanneer een alleenstaand personeelslid gebruik wil maken van de verhoogde maximumduur van een loopbaanonderbreking voor medische bijstand voor de verzorging van zijn kind dat ten hoogste 16 jaar is, is een bewijs nodig van de samenstelling van zijn gezin. Het personeelslid levert dat bewijs door middel van een attest van de gemeentelijke overheid waaruit blijkt dat het personeelslid op het moment van de aanvraag van de loopbaanonderbreking uitsluitend en effectief samenwoont met een of meerdere van zijn of haar kinderen. Voor iedere verlenging van een periode van volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking voor medische bijstand moet het personeelslid het vereiste attest indienen.

15.2. Toestemming van het bevoegd bestuur

Het invullen en overhandigen van het formulier “Aanvraag om loopbaanonderbreking in het kader van medische bijstand” geldt als formele en definitieve toestemming vanwege de inrichtende macht of de Vlaamse Regering.

Opmerking:

Als het betrokken personeelslid tegelijkertijd een loopbaanonderbreking voor medische bijstand neemt bij verschillende inrichtende machten, moet het door elk van hen een formulier laten invullen.

15.3. Indiening formulier bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening

15.3.1. Formulier

Ieder personeelslid dat een loopbaanonderbreking voor medische bijstand opneemt, moet een formulier “Aanvraag om loopbaanonderbreking in het kader van medische bijstand” indienen bij het plaatselijk RVA-kantoor.

Het formulier geldt als aanvraag voor de onderbrekingsuitkeringen. Bij het formulier moeten de nodige documenten als bijlage worden toegevoegd.

Opmerking:

Als het betrokken personeelslid tegelijkertijd een loopbaanonderbreking krijgt bij verschillende inrichtende machten, moet het door elk van hen ingevulde formulier gelijktijdig ingediend worden bij het RVA-kantoor.

15.3.2. Verzending bij aangetekende brief

Het betrokken personeelslid draagt de verantwoordelijkheid voor het indienen van de uitkeringsaanvraag en van de bijlagen ervan. Hij heeft er dus alle belang bij die documenten na te kijken.

Als het formulier ingevuld en ondertekend is, moet het aangetekend worden verzonden naar de "dienst Loopbaanonderbreking/tijdskrediet" van het RVA-kantoor van de woonplaats van het personeelslid.

De RVA aanvaardt ook gewone zendingen, maar in geval van betwisting ligt de bewijslast van de verzending van de aanvraag bij het personeelslid.

15.3.3. Termijn voor het indienen van de aanvraag bij de RVA

Het formulier kan ten vroegste zes maanden vóór de aanvangsdatum van de loopbaanonderbreking voor medische bijstand worden opgestuurd. Het moet uiterlijk twee maanden na de aanvangsdatum van de loopbaanonderbreking in het bezit zijn van de RVA.

Wanneer de documenten behoorlijk en volledig ingevuld ontvangen worden na de termijn van twee maanden, gaat het recht op uitkeringen slechts in op de dag van de ontvangst van de aanvraag.

15.4. Toekenning of weigering van de loopbaanonderbreking door het werkloosheidsbureau

De beslissing tot toekenning of weigering van de loopbaanonderbreking wordt genomen door de directeur van het Werkloosheidsbureau. Dat gebeurt met het formulier C 62.

15.4.1. Toekenning

Bij toekenning wordt één exemplaar van het formulier C 62 door het Werkloosheidsbureau naar het betrokken personeelslid gestuurd.

15.4.2. Weigering

Bij weigering moet het betrokken personeelslid vooraf gehoord worden. Als het personeelslid de dag van de oproeping belet is, mag het vragen het verhoor te verdagen tot een latere datum die niet later mag vallen dan vijftien dagen na de datum die voor het eerste verhoor was vastgesteld. Behoudens gevallen van overmacht wordt het uitstel maar éénmaal verleend.

Het personeelslid kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door een advocaat of door een vertegenwoordiger van een representatieve werknemersorganisatie. De weigering op het formulier C 62 wordt met een ter post aangetekende brief aan het personeelslid meegedeeld. Die brief wordt geacht toegekomen te zijn op de derde werkdag na de afgifte ervan ter post. Een afschrift van de beslissing wordt gezonden aan de inrichtende macht waaronder het personeelslid ressorteert.

Als een personeelslid een aanvraag tot loopbaanonderbreking voor medische bijstand heeft ingediend en die periode van loopbaanonderbreking al is begonnen, is het mogelijk dat nadien blijkt dat het personeelslid geen recht heeft op het de loopbaanonderbreking voor medische bijstand:

- hetzij op basis van een beslissing van de directeur van het werkloosheidsbureau;

- hetzij op basis van de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011 betreffende de loopbaanonderbreking van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding, die verduidelijkt zijn in deze omzendbrief.

Als bij beslissing van de directeur van het werkloosheidsbureau aan een personeelslid dat zijn beroepsloopbaan heeft onderbroken, het recht op loopbaanonderbreking wordt ontzegd, moet:

- het college van directeurs van het gemeenschapsonderwijs;

- de inrichtende macht in het gesubsidieerd onderwijs en in de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding,

hiervan het/de bevoegde werkstation(s) van het Agentschap voor Onderwijsdiensten en/of het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen onmiddellijk op de hoogte brengen, met vermelding van de datum waarop de beslissing ingaat.

Opmerking : bij laattijdig indiening van de aanvraag door het personeelslid, zal de RVA niet voor de volledige aangevraagde periode uitkeringen betalen. In dat geval blijft de aangevraagde periode van loopbaanonderbreking voor medische bijstand wel geldig.

Voorbeeld

Een personeelslid vraagt een halftijdse loopbaanonderbreking voor medische bijstand aan van 1 september 2017 tot 30 april 2018. Het personeelslid dient de aanvraag pas in op 7 november 2018. De RVA betaalt de uitkering pas vanaf 10 november 2018, de dag van ontvangst bij de RVA. Toch blijft de periode van 1 september tot en met 30 april een periode van halftijdse loopbaanonderbreking voor medische bijstand en wordt ze aangerekend voor de berekening van de totale duur.

Het verlof van een personeelslid dat zijn loopbaanonderbreking voor medische bijstand opneemt, maar geen recht heeft op die loopbaanonderbreking, wordt, met ingang van de datum waarop het verlof niet meer aan de voorwaarden voldoet, ambtshalve omgezet in een terbeschikkingstelling wegens persoonlijk aangelegenheden. Vanaf het schooljaar 2017-2018 zal die periode worden omgezet naar een volledige of gedeeltelijke afwezigheid voor verminderde prestaties.

In dat laatste geval mag de duur overschreden worden van de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden of van de afwezigheid voor verminderde prestaties waarop het personeelslid aanspraak kan maken krachtens de reglementaire bepalingen die ter zake op hem van toepassing zijn. De terbeschikkingstelling of de afwezigheid neemt alleszins een einde bij het verstrijken van de lopende periode waarvoor een loopbaanonderbreking voor medische bijstand was aangevraagd.

15.5. Formaliteiten t.o.v. de onderwijsadministratie

15.5.1. Mededeling

Een loopbaanonderbreking voor medische bijstand deelt u via de volgende codes mee aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten en/of het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen :

Codes loopbaanonderbrekingen voor medische bijstand 

Code 

Dienstonderbreking 

bereik 

RL 

Begindatum 

Einddatum 

104  

Volledige loopbaanonderbreking voor medische bijstand  

P  

2  

01 -0 6 - 2002  

onbepaald  

105  

Halftijdse loopbaanonderbreking voor medische bijstand  

O  

1 en 12  

0 1 -0 6 - 2002  

onbepaald  

155  

Gedeeltelijke loopbaanonderbreking met 1/5 de voor medische bijstand  

O  

1 en 12  

0 1 -09- 2011  

onbepaald  

P = persoonsgebonden

O = opdrachtgebonden

Een afschrift van het formulier C62 van de RVA zendt u elektronisch naar het volgende e-mailadres:

documenten.onderwijspersoneel@ond.vlaanderen.be

Daarnaast is het ook mogelijk om een kopie van het formulier C62 via de post naar het Agentschap voor Onderwijsdiensten en/of het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen te zenden naar het volgend adres:

Koning Albert II-laan 15

1210 Brussel.

Het personeelslid kan het formulier C62 terugvinden in zijn elektronisch dossier op de website van de RVA.

De verantwoordingsstukken bij de aanvraagformulieren bij een loopbaanonderbreking voor medische bijstand blijven ter beschikking in de school en moet u dus niet naar het Agentschap voor Onderwijsdiensten en/of het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen verzenden.

Indien er zich later wijzigingen (bv. type, volume, duur…) in de loopbaanonderbreking voordoen, deelt u die onmiddellijk mee aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten en/of het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen.

15.5.2. Mogelijke weigering van de loopbaanonderbreking voor medische bijstand door de onderwijsadministratie

Hoewel de onderwijsadministratie niet tussenkomt in de aanvraagprocedure, zal ze toch het verlof voor loopbaanonderbreking weigeren indien bij de behandeling van het dossier wordt vastgesteld dat de loopbaanonderbreking door de inrichtende macht/de Vlaamse Regering toegekend werd en door de R.V.A. aanvaard werd, met miskenning van de voorwaarden en basisprincipes die ter zake tot de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap behoren.

In voorkomend geval zal de weigering onmiddellijk schriftelijk en gemotiveerd meegedeeld worden aan:

- het betrokken personeelslid;

- de betrokken inrichtende macht(en)/de Vlaamse Regering;

- de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.

16. Bijlage