Gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar

  • referentie
    PERS/2017/05
  • publicatiedatum
    19/05/2017
  • datum laatste wijziging
    19/05/2017
  • wettelijke basis
    wettelijke basis: Besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011 betreffende de loopbaanonderbreking van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding
  • wettelijke basis
    Koninklijk besluit van 12 augustus 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra
  • contact
  • Personeelsleden konden in het verleden hun loopbaan gedeeltelijk onderbreken vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar tot aan de vooravond van hun pensioen. Sinds 2 september 2016 is dit niet meer mogelijk. Personeelsleden die al gebruik maakten van dit verlofstelsel, kunnen het wel verder zetten tot aan het pensioen. Deze omzendbrief bundelt voor hen alle relevante info met betrekking tot de loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar. Er zijn inhoudelijk geen wijzigingen.

1. Waarover gaat deze omzendbrief?

Deze omzendbrief gaat over de gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar. Deze vorm van loopbaanonderbreking is uitdovend. Nieuwe aanvragen voor een gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar zijn niet meer mogelijk sinds 2 september 2016.

Deze omzendbrief is bijgevolg enkel relevant voor de personeelsleden die reeds gebruik maken van dit verlofstelsel. Voor hen wordt alle informatie met betrekking tot dit stelsel gebundeld.

2. Voor welk volume kan een personeelslid een gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar nemen?

Tijdens de gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar kan het personeelslid de arbeidsprestaties:

1°verminderen tot een halftijdse betrekking;

2°verminderen met een vijfde van een voltijdse betrekking.

Personeelsleden die een onbeperkte gedeeltelijke loopbaanonderbreking nemen vanaf de leeftijd van 55 jaar, kunnen het volume van hun loopbaanonderbreking niet aanpassen. Het is dus niet mogelijk om over te stappen van een loopbaanonderbreking met een vijfde naar een halftijdse loopbaanonderbreking of omgekeerd.

2.1. Halftijdse gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar

Wie een halftijdse gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar neemt, moet één of meer betrekkingen blijven uitoefenen die samen de helft van het aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor een ambt met volledige prestaties. De nog te verrichten prestaties moeten altijd worden afgerond naar de hogere eenheid, naar gelang van het geval, tot een volledige lestijd of tot een volledig uur.

Opgelet: enkel opdrachten als vast benoemde komen in aanmerking, zowel voor de uren waarvoor de loopbaanonderbreking wordt toegekend als voor de opdracht die het personeelslid moet blijven presteren.

2.2. Onbeperkte gedeeltelijke loopbaanonderbreking met een vijfde vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar

Wie een onbeperkte gedeeltelijke loopbaanonderbreking met een vijfde vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar neemt, moet

1° aangesteld zijn in een ambt met volledige prestaties;

2° een of meer betrekkingen blijven uitoefenen die samen vier vijfde van het aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor een ambt met volledige prestaties. De nog te verrichten prestaties moeten altijd worden afgerond naar de hogere eenheid, naar gelang van het geval, tot een volledige lestijd of tot een volledig uur.

Opgelet: enkel opdrachten als vast benoemde komen in aanmerking, zowel voor de uren waarvoor de loopbaanonderbreking wordt toegekend als voor de opdracht die het personeelslid moet blijven presteren.

3. Wat als het personeelslid een andere dienstonderbreking neemt?

Het ziekteverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, het bevallingsverlof, de afwezigheid wegens arbeidsongeval, wegens ongeval op weg naar en van het werk, wegens beroepsziekte, de terbeschikkingstelling wegens ziekte, de afwezigheid wegens een bedreiging door een beroepsziekte en het verlof wegens moederschapsbescherming, maken geen einde aan de gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar.

De gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar kan enkel en alleen tijdelijk worden opgeschort voor de opname van een loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen. In dat geval moet het personeelslid een aanvraag indienen voor de opname van een loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen (link leggen). Hij doet dit met het formulier C61-SV. Na afloop van de loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen loopt de gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar automatisch verder. In tegenstelling tot vroeger (voor 2/9/2016) moet dus geen nieuwe aanvraag meer worden ingediend voor het hervatten van de gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar.

Bij opname van een loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof of een loopbaanonderbreking voor medische bijstand, stopt de gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar en kan ze niet meer worden hervat.

Ook bij opname van een ander verlofstelsel dan de hierboven genoemde, stopt de gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar en kan ze niet meer worden hervat.

4. Wanneer eindigt de gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar?

De gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar eindigt op de vooravond van de dag van de pensionering van het personeelslid of op de vooravond van de terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen.

Opgelet: het is mogelijk dat de aangevraagde einddatum niet meer overeenstemt met de werkelijke datum van het pensioen. Door wijzigingen aan de pensioenreglementering is de pensioenleeftijd voor heel wat personeelsleden opgeschoven.

Personeelsleden bij wie de gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar tot een bepaalde einddatum werd toegekend, maar die intussen een nieuwe, latere pensioendatum gekregen hebben, blijven recht hebben op de gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar tot aan hun effectieve pensioendatum. Zij moeten in dat geval bij de RVA een nieuw aanvraagformulier indienen of een schrijven, ondertekend door de werkgever en het personeelslid, waaruit blijkt dat beiden akkoord gaan om de einddatum te verlengen.

5. Kan de gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar vervroegd worden stopgezet?

Om uitzonderlijke familiale redenen en mits een opzegging van één maand, kan het personeelslid dat zijn loopbaan onderbroken heeft, van de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs of van zijn gemachtigde de toelating krijgen om zijn ambt opnieuw op te nemen of opnieuw volledig uit te oefenen vooraleer de periode van onderbreking van de beroepsloopbaan verstreken is. Dit kan enkel voor 1 mei.

Die opzegging moet gebeuren met het formulier dat als bijlage is opgenomen en moet gericht worden aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, door tussenkomst en met akkoord van de inrichtende macht.

Voor de personeelsleden van de inspectie en van de dienst Curriculum wordt deze opzegging via hiërarchische weg gericht aan de Vlaamse Regering.

Daarnaast hebben de personeelsleden aan wie een onbeperkte gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar werd toegekend, de mogelijkheid om hun ambt opnieuw volledig uit te oefenen met ingang van 1 september. Ze moeten hun voornemen meedelen aan de inrichtende macht/de Vlaamse Regering vóór 1 mei. In dit geval is bijlage 1 niet vereist.

Opgelet: wie zijn gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar stopzet, kan nadien nooit meer terug gebruik maken van het stelsel. Het stelsel is immers uitdovend, nieuwe aanvragen zijn niet meer mogelijk.

In geval van stopzetting brengt de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs of zijn gemachtigde, binnen vijftien dagen na de beslissing de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening op de hoogte van de datum waarop het personeelslid een einde maakt aan zijn loopbaanonderbreking.

6. Wat is de administratieve stand van het personeelslid?

Tijdens de gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar is het personeelslid met verlof. Dit verlof wordt voor het overige met een periode van dienstactiviteit gelijkgesteld. Dit houdt in dat deze periode in aanmerking komt voor de vaststelling van de administratieve en geldelijke anciënniteit.

7. Hoeveel bedraagt het salaris?

Het personeelslid ontvangt geen salaris voor de prestaties waarvoor het een gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar neemt. Het krijgt wel een onderbrekingsuitkering van de RVA.

Alle info over de onderbrekingsuitkeringen vindt u op de website van de RVA.

Sinds 1 februari 2016 krijgen personeelsleden geen aanmoedigingspremie meer voor een gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar.

8. Mag het personeelslid cumuleren tijdens de gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar?

Om recht te hebben op een onderbrekingsuitkering, mogen bepaalde activiteiten niet gecumuleerd worden met de uitkering.

8.1. Politiek mandaat

De onderbrekingsuitkeringen kunnen gecumuleerd worden met de inkomsten die voortvloeien uit het uitoefenen van een politiek mandaat.

8.2. Activiteit als loontrekkende

De onderbrekingsuitkeringen kunnen gecumuleerd worden met de inkomsten die voortvloeien uit een bijkomende activiteit als loontrekkende die reeds werd uitgeoefend vóór de onderbreking van de loopbaan.

Een bijkomende activiteit als loontrekkende is een activiteit in loondienst waarvan de tewerkstellingsbreuk niet groter is dan die van de betrekking waarvan de uitvoering geschorst wordt of waarin de arbeidsprestaties verminderd worden. Ook prestaties in het onderwijs die worden gepresteerd ‘boven de eenheid’ vallen onder deze definitie.

Voorbeeld:

Een personeelslid werkt 10/20 in het onderwijs en heeft een nevenactiviteit van 20/38 in de privé-sector. Het personeelslid heeft een gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar.

Deze cumulatie is niet toegestaan, aangezien de activiteit in de privé-sector groter dan de activiteit in het onderwijs.

De zinsnede “vóór de onderbreking van de loopbaan” dient geïnterpreteerd te worden in die zin dat de bijkomende activiteit als loontrekkende reeds werd gepresteerd voorafgaand aan de loopbaanonderbreking.

De bijkomende activiteit moet daarenboven reeds uitgeoefend zijn gedurende ten minste de drie maanden die het begin van de volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking voorafgaan. Voor prestaties ‘boven de eenheid’ binnen het onderwijs worden de maanden juli en augustus buiten beschouwing gelaten voor de berekening van de drie maanden voorafgaand aan de loopbaanonderbreking.

Het personeelslid mag tijdens de loopbaanonderbreking geen nieuwe activiteit als loontrekkende aanvangen of een bestaande bijkomende activiteit als loontrekkende uitbreiden.

8.3. Zelfstandige activiteit

Cumulatie van een gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar met de uitoefening van een zelfstandige activiteit is niet toegestaan.

Als zelfstandige activiteit wordt beschouwd die activiteit waardoor het betrokken personeelslid verplicht is zich in te schrijven bij het Rijksinstituut voor Sociale Verzekering der Zelfstandigen.

8.4. Pensioen

De onderbrekingsuitkeringen kunnen niet gecumuleerd worden met een pensioen ten laste van de Belgische Staat.

De loopbaanonderbreking zonder onderbrekingsuitkering kan wel worden toegestaan aan de rechthebbende op een overlevingspensioen of een overgangsuitkering.

Opmerking:

Het recht op onderbrekingsuitkeringen vervalt vanaf de dag dat het personeelslid dat de onderbrekingsuitkering geniet om het even welke bezoldigde activiteit aanvangt of een bestaande bijkomende activiteit uitbreidt.

Een personeelslid dat geen recht heeft op onderbrekingsuitkeringen of wenst af te zien van deze uitkeringen, wordt niet beschouwd als zijnde in loopbaanonderbreking.

Hierop bestaat slechts één afwijking, nl. voor rechthebbenden op een overlevingspensioen of een overgangsuitkering. Aan deze personeelsleden kan een loopbaanonderbreking zonder onderbrekingsuitkering worden toegekend.

9. Komt de gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar in aanmerking voor het pensioen?

De gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar komt onder bepaalde voorwaarden geheel of gedeeltelijk in aanmerking voor het rustpensioen. Meer informatie hierover vindt u hier.

10. Procedure

Alle dossiers met betrekking tot de gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar zullen verder beheerd worden door de RVA totdat het stelsel volledig verdwenen is. Alle wijzigingen die gevolgen hebben voor de toekenning van de onderbrekingsuitkeringen (wijzigingen inzake cumulatie, adres, stopzetting, gewijzigde einddatum…), moeten bijgevolg steeds gemeld worden aan de RVA.

11. Bijlagen