Loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen

  • referentie
    PERS/2017/06
  • publicatiedatum
    19/05/2017
  • datum laatste wijziging
    19/05/2017
  • wettelijke basis
    Wettelijke basis: Besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011 betreffende de loopbaanonderbreking van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding
  • wettelijke basis
    Koninklijk besluit van 12 augustus 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra
  • contact
  • Personeelsleden kunnen hun loopbaan volledig of gedeeltelijk onderbreken om palliatieve zorgen te verlenen. Deze omzendbrief bundelt alle info met betrekking tot de loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen. Nieuw is dat personeelsleden per patiënt voortaan recht hebben op drie in plaats van twee maanden loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen.

Vooraleer u deze omzendbrief doorneemt, kan het nuttig zijn om na te gaan of dit verlofstelsel op uw situatie van toepassing is. Wil u daarover duidelijkheid, dan kan u via de online toepassing nagaan welk verlofstelsel opgenomen kan worden naargelang uw situatie.

1. Waarover gaat deze omzendbrief?

Deze omzendbrief gaat over de loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen. Samen met de loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof en de loopbaanonderbreking voor medische bijstand is het een specifiek stelsel van loopbaanonderbreking.

De gewone voltijdse en deeltijdse loopbaanonderbreking (waaronder ook de loopbaanonderbreking voor beroepsopleiding) en de loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 (50) jaar zijn sinds 2 september 2016 afgeschaft. Aan de toekenning van een loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, voor medische bijstand en voor palliatieve zorgen is daarentegen niets veranderd. De aanvragen voor de specifieke stelsels van loopbaanonderbreking zijn een federale bevoegdheid gebleven. De uitkeringen worden met andere woorden nog steeds door de RVA toegekend.

In het verleden konden personeelsleden een Vlaamse aanmoedigingspremie aanvragen bij de specifieke stelsels van loopbaanonderbreking. Die kon men gedurende maximum twee jaar boven op de federale onderbrekingsuitkeringen krijgen. Sinds 2 september 2016 is dat niet meer mogelijk.

2. Wie kan een loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen nemen?

Volgende personeelscategorieën hebben recht op loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen:

1° de personeelsleden, vermeld in artikel 2, §1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs;

2° de personeelsleden, vermeld in artikel 4, §1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;

3° de leden van de inspectie, vermeld in artikel 61 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;

4° de personeelsleden, vermeld in artikel 10 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken.

Contractuele personeelsleden uit het onderwijs kunnen eveneens een loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen nemen, maar doen dat op basis van het KB van 2 januari 1991. Deze omzendbrief is niet op hen van toepassing.

3. Wat is het?

Personeelsleden hebben het recht om loopbaanonderbreking te nemen voor palliatieve zorgen. De persoon voor wie ze zorgen, moet niet noodzakelijk een gezins- of familielid zijn.

Onder palliatieve verzorging wordt elke vorm van bijstand verstaan, in het bijzonder medische, sociale, administratieve en psychologische bijstand en verzorging van personen die lijden aan een ongeneeslijke ziekte en die zich in een terminale fase bevinden.

4. Recht of gunst?

De loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen is een recht. Het bevoegd bestuur kan de loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen niet weigeren.

5. Voor welk volume kan een personeelslid een loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen nemen?

Tijdens de gewone loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen kan het personeelslid de arbeidsprestaties:

1°volledig onderbreken;

2°verminderen tot een halftijdse betrekking;

3°verminderen met een vijfde van een voltijdse betrekking.

5.1. Voltijdse loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen

Voor een voltijdse loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen gelden geen voorwaarden meer met betrekking tot het volume van de prestaties. Het is dus niet nodig dat men minstens een halftijdse opdracht moet hebben om recht te hebben op loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen.

Voorbeeld:

Een personeelslid heeft een aanstelling van 8/20 in het secundair onderwijs. Het kan een volledige loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen nemen voor 8/20.

Opgelet: er gelden geen voorwaarden met betrekking tot het volume van de prestaties in de onderwijsreglementering. De RVA heeft echter wel regels met betrekking tot de cumulatie met een onderbrekingsuitkering (zie …). Die bepalen onder meer dat wanneer iemand een bijkomende activiteit als loontrekkende uitoefent naast zijn loopbaanonderbreking, de tewerkstellingsbreuk van de activiteit in loondienst niet groter mag zijn dan die van de betrekking waarvan de uitvoering geschorst wordt of waarin de arbeidsprestaties verminderd worden.

Voorbeeld:

Een personeelslid heeft een aanstelling van 8/20 in het deeltijds kunstonderwijs en is daarnaast halftijds tewerkgesteld bij de gemeente. Het kan geen volledige loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen nemen voor 8/20, omdat de bijkomende activiteit als loontrekkende groter is dan de prestaties waarvoor het personeelslid loopbaanonderbreking wenst te nemen.

5.2. Halftijdse loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen

Wie een halftijdse loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen neemt, moet één of meer betrekkingen blijven uitoefenen die samen de helft van het aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor een ambt met volledige prestaties. De nog te verrichten prestaties moeten altijd worden afgerond naar de hogere eenheid, naar gelang van het geval, tot een volledige lestijd of tot een volledig uur.

Voorbeeld

Een personeelslid is 14/20 vastbenoemd en 4/20 tijdelijk. Het kan een halftijdse loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen nemen. Daarbij zijn verschillende mogelijkheden:

- Het kan een halftijdse loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen nemen voor 8/20 vastbenoemde uren en het blijft 6/20 van de vastbenoemde uren en 4/20 van de tijdelijke uren presteren.

- Het kan een halftijdse loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen nemen voor 4/20 vastbenoemde uren en voor 4/20 tijdelijke uren en het blijft 10/20 van de vastbenoemde uren presteren.

- …

5.3. Loopbaanonderbreking met een vijfde voor palliatieve zorgen

Wie een loopbaanonderbreking met een vijfde voor palliatieve zorgen neemt, moet

1° aangesteld zijn in een ambt met volledige prestaties;

2° een of meer betrekkingen blijven uitoefenen die samen vier vijfde van het aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor een ambt met volledige prestaties. De nog te verrichten prestaties moeten altijd worden afgerond naar de hogere eenheid, naar gelang van het geval, tot een volledige lestijd of tot een volledig uur.

Voorbeeld 1

Een personeelslid is 14/20 vastbenoemd en 4/20 tijdelijk. Het kan geen loopbaanonderbreking met een vijfde voor palliatieve zorgen nemen, omdat het personeelslid geen ambt met volledige prestaties uitoefent.

Voorbeeld 2

Een personeelslid is 10/20 vastbenoemd en 10/20 tijdelijk. Het kan een loopbaanonderbreking met een vijfde voor palliatieve zorgen nemen. Daarbij zijn verschillende mogelijkheden:

  • Het persononeelslid neemt voor 10/20 van de vastbenoemde uren loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen en blijft 10/20 van de tijdelijke uren presteren.
  • Het personeelslid neemt voor 5/20 van de vastbenoemde uren en voor 5/20 van de tijdelijke uren loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen en blijft 5/20 van de tijdelijke uren en 5/20 van de vastbenoemde uren presteren.

5.4. Bijzonderheden met betrekking tot de prestaties bij loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen

5.4.1. Het personeelslid is ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking

Het aantal prestatie-eenheden waarvoor het personeelslid op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking en waarvoor het niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld is, kan zowel in aanmerking worden genomen als prestatie-eenheden waarop het verlof voor verminderde prestaties genomen kan worden, als als prestatie-eenheden die het personeelslid nog moet blijven uitoefenen.

Als het personeelslid ter beschikking gesteld is wegens gedeeltelijke ontstentenis van betrekking op het ogenblik dat het de arbeidsprestaties vermindert, worden eerst de prestatie-eenheden in aanmerking genomen waarvoor het personeelslid ter beschikking gesteld is wegens ontstentenis van betrekking en waarvoor het niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld is, en vervolgens de prestatie-eenheden waarvoor het wel gereaffecteerd of wedertewerkgesteld is in een niet-organieke betrekking.De opname van een loopbaanonderbreking doet op geen enkele manier afbreuk aan de reaffectatieverplichtingen van het schoolbestuur/de scholengemeenschap.

Voorbeeld 1:

Een personeelslid heeft een opdracht van 16/22 en wordt ter beschikking gesteld voor 16/22. Het kan een volledige loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen nemen voor 16/22.

Voorbeeld 2:

Een personeelslid heeft een vastbenoemde opdracht 24/24. Het personeelslid is ter beschikking gesteld voor 6/24 en blijft nog 18/24 presteren.

Het kan een halftijdse loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen nemen voor 12/24 en blijft 12/24 presteren.

Voorbeeld 3:

Een personeelslid heeft een vastbenoemde opdracht 21/21. Het personeelslid is ter beschikking gesteld voor 10/21 en blijft nog 11/21 presteren.

Het kan een halftijdse loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen nemen voor 10/21 in de uren waarin het ter beschikking is gesteld en het blijft 11/21 presteren.

5.4.2. Het personeelslid presteert in een hogeschool

Bij de opname van een loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen wordt eveneens rekening gehouden met de prestaties in instellingen voor hoger onderwijs.

Concreet betekent dat dat de prestaties geleverd in hogescholen mee in aanmerking genomen worden voor het vaststellen van:

- de prestaties die het personeelslid moet blijven uitoefenen in geval van een halftijdse loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen of loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen met een vijfde;

- het opdrachtvolume waarvoor de loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen genomen wordt.

Voorbeeld 1

Een personeelslid oefent een opdracht uit van 10/20 in het secundair onderwijs + 50% in een hogeschool.

Mogelijkheden voor palliatieve zorgen :

- Voltijdse loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen is mogelijk: alle uren vallen weg.

- Halftijdse loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen is mogelijk: verschillende combinaties zijn mogelijk, zolang het personeelslid exact de helft van een fulltime opdracht blijft presteren, bv. :

  • 10/20 (sec. ond.) LBOPZ en 50 % (hogescholen) presteren;
  • 50% (hogescholen) LBOPZ en 10/20 (sec. ond.) presteren;
  • 5/20 (sec. ond.) + 25% (hogescholen LBOPZ en 5/20 (sec. ond.) + 25% (hogescholen) presteren;
  • 3/20 (sec. ond.) + 35% (hogescholen) HLBO en 7/20 (sec. ond.) + 15% (hogescholen) presteren;
  • enz. ...
  • 4/5de loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen is mogelijk: verschillende combinaties zijn mogelijk, zolang het personeelslid exact vier vijfde van een fulltime opdracht blijft presteren, bv.:
  • 4/20 (sec. ond.) LBOPZ en 6/20 (sec.ond.) + 50% (hogeschool) blijven presteren;
  • 20% (hogeschool) LBOPZ en 10/20 (sec. ond.) + 30% (hogeschool) blijven presteren;
  • enz.

Voorbeeld 2

Een personeelslid oefent een opdracht uit van 6/20 in het secundair onderwijs + 50% in de hogeschool.

- Voltijdse loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen is mogelijk: alle uren vallen weg.

- Halftijdse loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen is mogelijk: verschillende combinaties zijn mogelijk, zolang het personeelslid exact de helft van een fulltime opdracht blijft presteren, bv. :

  • 6/20 (sec. ond.) LBOPZ en 50% (hogeschool) presteren;
  • 30% (hogeschool) LBOPZ en 20% (hogeschool) + 6/20 (sec. ond.) presteren;
  • 10% (hogeschool) + 4/20 (sec. ond.) LBOPZ en 40% (hogeschool) + 2/20 (sec. ond.) presteren;
  • enz. ...

- 4/5de loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen is niet mogelijk, aangezien het personeelslid geen fulltime betrekking uitoefent.

5.4.3. Het personeelslid oefent elders prestaties uit die gelijkgesteld worden met prestaties in onderwijs

Voor het bepalen van de wekelijkse prestaties die moeten verricht worden bij een halftijdse loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen of een loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen met vier vijfde, worden eveneens in aanmerking genomen:

1° de prestaties, verstrekt door personeelsleden met verlof wegens bijzondere opdracht of verlof wegens opdracht, vermeld in artikel 51quater, §2 en §3 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding en artikel 77quater, §2 en §3, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs;

2° de prestaties, verstrekt door de personeelsleden met verlof wegens vakbondsopdracht, vermeld in artikel 17 van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en artikel 77 van het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel;

3° de prestaties, verstrekt in het kader van de begeleiding en ondersteuning van de scholen en de centra voor leerlingenbegeleiding bij de implementatie van het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen I, vermeld in artikel VI.21 van dit decreet;

4° de prestaties, verstrekt ten behoeve van in de wetgevende vergaderingen van de Staat en van de gemeenschappen of de gewesten erkende politieke groepen, respectievelijk ten behoeve van de voorzitters van die groepen, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1991 betreffende het verlof dat aan de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding wordt verleend voor het verrichten van bepaalde prestaties ten behoeve van in de wetgevende vergaderingen van de Staat en van de gemeenschappen of de gewesten erkende politieke groepen, respectievelijk ten behoeve van de voorzitters van die groepen;

5° de prestaties, verstrekt door de personeelsleden met verlof, vermeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 21 november 1980 betreffende het verlof toegekend aan bepaalde, ter beschikking van de Koning gestelde personeelsleden van de Rijksdiensten;

6° de prestaties, verstrekt door personeelsleden in een ministerieel kabinet van een lid van een gemeenschaps- of gewestregering, van een lid van de federale regering of van een gewestelijk staatssecretaris, en bij een secretariaat, de cel algemene beleidscoördinatie en een cel algemeen beleid bij een lid van de federale regering, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juli 1995 betreffende het verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet van een lid van een gemeenschaps- of gewestregering, van een lid van de federale regering of van een gewestelijk staatssecretaris, en bij een secretariaat, de cel algemene beleidscoördinatie en een cel algemeen beleid bij een lid van de federale regering door personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding;

7° de prestaties, verstrekt door personeelsleden als medewerker, door een regeringslid ter beschikking gesteld van zijn voorganger, vermeld in artikel 8, derde lid, van het koninklijk besluit van 19 juli 2001 betreffende de invulling van de beleidsorganen van de federale overheidsdiensten en betreffende de personeelsleden van de federale overheidsdiensten aangewezen om deel uit te maken van een kabinet van een lid van een regering of van een college van een gemeenschap of een gewest;

8° de prestaties, verstrekt door een personeelslid ter ondersteuning van het college van commissarissen van de Vlaamse Regering bij de hogescholen, vermeld in artikel 245, §2, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap;

9° de prestaties, verstrekt door de personeelsleden met verlof vermeld in artikel 166, §1, van het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997;

10° de prestaties, verstrekt door de personeelsleden met verlof, vermeld in artikel 53 van het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van de onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;

11° de prestaties, verstrekt door de personeelsleden met verlof,vermeld in artikel 156 van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs;

12° de prestaties, verstrekt door personeelsleden belast met een opdracht aan een hogeschool, vermeld in artikel 2, 39°, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap. De ambten, uitgeoefend in de hogescholen, worden steeds beschouwd als hoofdambt.

6. Wat als het personeelslid een andere dienstonderbreking neemt?

Het ziekteverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, het bevallingsverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens arbeidsongeval, de afwezigheid wegens arbeidsongeval, wegens ongeval op weg naar en van het werk, wegens beroepsziekte, de terbeschikkingstelling wegens ziekte, de afwezigheid wegens een bedreiging door een beroepsziekte en het verlof wegens moederschapsbescherming, maken geen einde aan de loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen.

Andere dienstonderbrekingen dan de hierboven opgesomde kunnen niet gecombineerd worden met een loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen.

7. Wanneer begint de loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen?

Een loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen heeft geen vaste begindatum. Een personeelslid dat een loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen wil opnemen, deelt dat mee aan het bevoegd bestuur. De loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen begint de eerste dag van de week die volgt op de week waarin de mededeling is gedaan. Ze kan ook eerder ingaan als het bevoegd bestuur daarmee instemt.

Voorbeeld

Een personeelslid deelt op donderdag 15 maart 2018 aan zijn bevoegd bestuur mee dat het een volledige loopbaanonderbreking wenst te nemen voor het verstrekken van palliatieve zorgen.

De VLBOPZ gaat in op maandag 19 maart 2018.

Opmerking: de VLBOPZ kan bv. ook ingaan op donderdag 15 maart 2018, als het bevoegd bestuur hiermee akkoord gaat.

8. Wanneer eindigt de loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen?

De loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen eindigt na afloop van de aangevraagde periode. Dat is maximum een maand na de ingangsdatum of drie maanden na de ingangsdatum ingeval van verlenging.

De loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen kan ook eindigen na overlijden van de patiënt. Zie punt 11.

Voor tijdelijke personeelsleden die de beroepsloopbaan onderbreken voor palliatieve zorgen, eindigt dat verlof in ieder geval als hun aanstelling eindigt.

Voorbeeld 1

Een volledige loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen die begint op 16 november 2017, eindigt op 15 december 2017.

Voorbeeld 2

Een gedeeltelijke loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen die begint op 2 februari 2018, eindigt op 1 maart 2018. Indien het betrokken personeelslid de gedeeltelijke loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen wil verlengen met één maand, vangt de verlenging aan op 2 maart 2018 en eindigt ze op 1 april 2018.

Opmerking:

Bij elke verlenging van een loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen moet een nieuw aanvraagformulier ingediend worden.

9. Wat is de totale duur van de loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen?

De loopbaanonderbreking voor het verstrekken van palliatieve zorgen (zowel volledig als gedeeltelijk) duurt één maand en kan, onmiddellijk aansluitend, twee maal verlengd worden met één maand. Een personeelslid kan dus maximum drie attesten indienen (3 x 1 maand) voor de palliatieve verzorging van eenzelfde persoon.

Een personeelslid kan tijdens zijn loopbaan meerdere malen een volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen nemen, maar slechts maximaal één maand, verlengbaar met één maand voor de verzorging van eenzelfde persoon.

10. Kan de loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen vervroegd worden stopgezet?

Om uitzonderlijke redenen kan het personeelslid dat zijn loopbaan onderbroken heeft voor palliatieve zorgen, van de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs of van zijn gemachtigde de toelating krijgen om zijn ambt opnieuw op te nemen of opnieuw volledig uit te oefenen vooraleer de periode van onderbreking van de beroepsloopbaan verstreken is.

De opzegging moet met bijgevoegd document gericht worden aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, door tussenkomst en met akkoord van de inrichtende macht.

Voor de personeelsleden van de inspectie en van de dienst Curriculum wordt die opzegging via hiërarchische weg gericht aan de Vlaamse Regering.

Daarnaast kan het personeelslid dat zijn loopbaan onderbroken heeft voor het verstrekken van palliatieve zorgen, na het overlijden van de persoon die de verzorging genoot, van hetzij het bevoegd bestuur, hetzij van de Vlaamse Regering, de toelating krijgen om zijn ambt opnieuw op te nemen of opnieuw volledig uit te oefenen vooraleer de periode van onderbreking van de beroepsloopbaan verstreken is.

De datum waarop het personeelslid zijn ambt opnieuw opneemt of opnieuw volledig uitoefent dient dus afgesproken te worden tussen het personeelslid en het bevoegd bestuur.

De Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs of zijn gemachtigde brengt, binnen vijftien dagen na de beslissing, de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, op de hoogte van de datum waarop het personeelslid een einde maakt aan zijn loopbaanonderbreking.

11. Wat is de administratieve stand van het personeelslid?

Tijdens de onderbreking van zijn beroepsloopbaan is het personeelslid met verlof. Dat verlof wordt voor het overige met een periode van dienstactiviteit gelijkgesteld. Dat houdt in dat die periode in aanmerking komt voor de vaststelling van de administratieve en geldelijke anciënniteit.

12. Hoeveel bedraagt het salaris?

Het personeelslid ontvangt geen salaris voor de prestaties waarvoor het een loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen neemt. Het krijgt wel een onderbrekingsuitkering van de RVA.

Alle info over de onderbrekingsuitkeringen vindt u op de website van de RVA.

Sinds 1 september 2016 krijgen personeelsleden geen aanmoedigingspremie meer voor een nieuwe aanvraag voor loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen.

13. Mag het personeelslid cumuleren tijdens de loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen?

Om recht te hebben op een onderbrekingsuitkering, mogen bepaalde activiteiten niet gecumuleerd worden met de uitkering.

13.1. Politiek mandaat

De onderbrekingsuitkeringen kunnen gecumuleerd worden met de inkomsten die voortvloeien uit het uitoefenen van een politiek mandaat.

13.2. Activiteit als loontrekkende

De onderbrekingsuitkeringen kunnen gecumuleerd worden met de inkomsten die voortvloeien uit een bijkomende activiteit als loontrekkende die reeds werd uitgeoefend vóór de onderbreking van de loopbaan.

Een bijkomende activiteit als loontrekkende is een activiteit in loondienst waarvan de tewerkstellingsbreuk niet groter is dan die van de betrekking waarvan de uitvoering geschorst wordt of waarin de arbeidsprestaties verminderd worden. Ook prestaties in het onderwijs die worden gepresteerd ‘boven de eenheid’ vallen onder die definitie.

Voorbeeld:

Een personeelslid werkt 10/20 in het onderwijs en heeft een nevenactiviteit van 20/38 in de privé-sector. Het personeelslid wil een volledige loopbaanoonderbreking voor palliatieve zorgen nemen.

De cumulatie is niet toegestaan, aangezien de activiteit in de privé-sector groter dan de activiteit in het onderwijs.

De zinsnede “vóór de onderbreking van de loopbaan” dient geïnterpreteerd te worden in die zin dat de bijkomende activiteit als loontrekkende reeds werd gepresteerd voorafgaand aan de loopbaanonderbreking.

De bijkomende activiteit moet daarenboven reeds uitgeoefend zijn gedurende ten minste de drie maanden die het begin van de volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking voorafgaan. Voor prestaties ‘boven de eenheid’ binnen het onderwijs worden de maanden juli en augustus buiten beschouwing gelaten voor de berekening van de drie maanden voorafgaand aan de loopbaanonderbreking.

Het personeelslid mag tijdens de loopbaanonderbreking geen nieuwe activiteit als loontrekkende starten of een bestaande bijkomende activiteit als loontrekkende uitbreiden.

Voorbeeld 1:

Een personeelslid is vastbenoemd en behoort actief tot het onderwijs t.e.m. 30 juni 2017. Hij wenst een volledige loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen vanaf 1 september 2017.

Als het personeelslid de onderbrekingsuitkeringen wenst te cumuleren met een bijkomende activiteit als loontrekkende, moet het die bijkomende activiteit alleszins aangevat hebben vóór 1 juni 2017 en die activiteit bovendien uitgeoefend hebben tijdens de periode van 1 juni 2017 tot en met 31 augustus 2017.

Voorbeeld 2:

Een personeelslid is vast benoemd als leraar AV Engels voor 20/20 in het secundair onderwijs en presteert daarnaast 3/20 als leraar secundair volwassenenonderwijs in bijbetrekking in de opleiding Engels Richtgraad 1. Hij neemt met ingang van 1 september 2017 een voltijdse loopbaanonderbreking op zijn opdracht (20/20) in hoofdambt in het secundair onderwijs. Hij kan zijn bijbetrekking in het volwassenenonderwijs verder blijven uitoefenen indien hij die ten minste drie maanden voorafgaand aan de loopbaanonderbreking heeft aangevat (in casu de periode van 1 april tot 30 juni 2017).

13.3. Zelfstandige activiteit

Als de loopbaan volledig onderbroken wordt, kunnen de onderbrekingsuitkeringen eveneens gecumuleerd worden met de uitoefening van een zelfstandige activiteit. Die mogelijkheid is echter beperkt tot maximum één jaar.

Als zelfstandige activiteit wordt beschouwd die activiteit waardoor het betrokken personeelslid verplicht is zich in te schrijven bij het Rijksinstituut voor Sociale Verzekering der Zelfstandigen.

13.4. Pensioen

De onderbrekingsuitkeringen kunnen niet gecumuleerd worden met een pensioen ten laste van de Belgische Staat.

De loopbaanonderbreking zonder onderbrekingsuitkering kan wel worden toegestaan aan de rechthebbende op een overlevingspensioen.

Opmerking:

Het recht op onderbrekingsuitkeringen vervalt vanaf de dag dat het personeelslid dat de onderbrekingsuitkering geniet om het even welke bezoldigde activiteit aanvangt, een bestaande bijkomende activiteit uitbreidt of gedurende meer dan één jaar een zelfstandige activiteit uitoefent

Een personeelslid dat geen recht heeft op onderbrekingsuitkeringen of wenst af te zien van die uitkeringen, wordt niet beschouwd als zijnde in loopbaanonderbreking.

Hierop bestaat slechts één afwijking, nl. voor rechthebbenden op een overlevingspensioen. Aan die personeelsleden kan een loopbaanonderbreking zonder onderbrekingsuitkering worden toegekend.

14. Komt de loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen in aanmerking voor het pensioen?

De loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen komt volledig in aanmerking voor het rustpensioen. Meer informatie hierover vindt u hier.

15. Procedure

15.1. Mededeling aan het bevoegd bestuur

Het personeelslid dat zijn loopbaan wenst te onderbreken voor het verstrekken van palliatieve zorgen, deelt dat mee aan het bevoegd bestuur. Dat is:

1° de inrichtende macht of het schoolbestuur voor de personeelsleden, vermeld in punt 2.1, 1°, en 2°;

2° de inspecteur-generaal voor de inspecteur en de coördinerend inspecteur;

3° de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, of zijn gemachtigde, voor de inspecteur-generaal en voor de personeelsleden vermeld in punt 2.1, 4°.

De onderbreking van de beroepsloopbaan voor het verstrekken van palliatieve zorgen begint de eerste dag van de week volgend op de week waarin de mededeling is gebeurd of op een vroeger tijdstip mits akkoord van het bevoegd bestuur.

De mededeling gebeurt praktisch met een formulier C61-SV.De formulieren kunnen eveneens verkregen worden bij de Werkloosheidsbureaus. Het personeelslid vult deel I van het formulier in, het bevoegd bestuur deel II.

Het personeelslid geeft op het formulier C61-SV de datum op waarop het de loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen wil laten starten, evenals de duur ervan en het volume.

Het personeelslid moet op het formulier C61-SV het attest laten invullen waarop de behandelende geneesheer van de persoon die palliatieve verzorging nodig heeft verklaart dat het personeelslid zich bereid heeft verklaard die palliatieve zorgen te verstrekken, zonder dat daarbij de identiteit van de patiënt wordt vermeld.

15.2. Toestemming van het bevoegd bestuur

Het invullen en overhandigen van het formulier C61-SV geldt als formele en definitieve toestemming vanwege de inrichtende macht of de Vlaamse Regering.

Opmerking:

Als het betrokken personeelslid tegelijkertijd een loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen neemt bij verschillende inrichtende machten, moet het door elk van hen een formulier C61-SV laten invullen.

15.3. Indiening formulier C61-SV bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening

15.3.1. Formulier

Ieder personeelslid dat een loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen opneemt, moet een formulier C61-SV indienen bij het plaatselijk RVA-kantoor.

Het formulier C61-SV geldt als aanvraag voor de onderbrekingsuitkeringen. Bij het formulier moeten de nodige documenten als bijlage worden toegevoegd.

Opmerking:

Als het betrokken personeelslid tegelijkertijd een loopbaanonderbreking krijgt bij verschillende inrichtende machten, moet het door elk van hen ingevulde formulier gelijktijdig ingediend worden bij het RVA-kantoor.

15.3.2. Verzending bij aangetekende brief

Het betrokken personeelslid draagt de verantwoordelijkheid voor het indienen van de uitkeringsaanvraag en van de bijlagen ervan. Hij heeft er dus alle belang bij die documenten na te kijken.

Als het formulier ingevuld en ondertekend is, moet het aangetekend worden verzonden naar de "dienst Loopbaanonderbreking/tijdskrediet" van het RVA-kantoor van de woonplaats van het personeelslid.

De RVA aanvaardt ook gewone zendingen, maar in geval van betwisting ligt de bewijslast van de verzending van de aanvraag bij het personeelslid.

15.3.3. Termijn voor het indienen van de aanvraag bij de RVA

Het formulier kan ten vroegste zes maanden vóór de aanvangsdatum van de loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen worden opgestuurd. Het moet uiterlijk twee maanden na de aanvangsdatum van de loopbaanonderbreking in het bezit zijn van de RVA.

Wanneer de documenten behoorlijk en volledig ingevuld ontvangen worden na de termijn van twee maanden, gaat het recht op uitkeringen slechts in op de dag van de ontvangst van de aanvraag.

15.4. Toekenning of weigering van de loopbaanonderbreking door het werkloosheidsbureau

De beslissing tot toekenning of weigering van de loopbaanonderbreking wordt genomen door de directeur van het Werkloosheidsbureau. Dat gebeurt met het formulier C 62.

15.4.1. Toekenning

Bij toekenning wordt één exemplaar van het formulier C 62 door het Werkloosheidsbureau naar het betrokken personeelslid gestuurd.

15.4.2. Weigering

Bij weigering moet het betrokken personeelslid vooraf gehoord worden. Als het personeelslid de dag van de oproeping belet is, mag het vragen het verhoor te verdagen tot een latere datum die niet later mag vallen dan vijftien dagen na de datum die voor het eerste verhoor was vastgesteld. Behoudens gevallen van overmacht wordt het uitstel maar éénmaal verleend.

Het personeelslid kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door een advocaat of door een vertegenwoordiger van een representatieve werknemersorganisatie. De weigering op het formulier C 62 wordt met een ter post aangetekende brief aan het personeelslid meegedeeld. Die brief wordt geacht toegekomen te zijn op de derde werkdag na de afgifte ervan ter post. Een afschrift van de beslissing wordt gezonden aan de inrichtende macht waaronder het personeelslid ressorteert.

Als een personeelslid een aanvraag tot loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen heeft ingediend en die periode van loopbaanonderbreking al is begonnen, is het mogelijk dat nadien blijkt dat het personeelslid geen recht heeft op de loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen:

- hetzij op basis van een beslissing van de directeur van het werkloosheidsbureau;

- hetzij op basis van de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011 betreffende de loopbaanonderbreking van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding, die verduidelijkt zijn in deze omzendbrief.

Als bij beslissing van de directeur van het werkloosheidsbureau aan een personeelslid dat zijn beroepsloopbaan heeft onderbroken, het recht op loopbaanonderbreking wordt ontzegd, moet:

- het college van directeurs van het gemeenschapsonderwijs;

- de inrichtende macht in het gesubsidieerd onderwijs en in de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding,

hiervan het/de bevoegde werkstation(s) van het Agentschap voor Onderwijsdiensten en/of het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen onmiddellijk op de hoogte brengen, met vermelding van de datum waarop de beslissing ingaat.

Opmerking : bij laattijdig indiening van de aanvraag door het personeelslid, zal de RVA niet voor de volledige aangevraagde periode uitkeringen betalen. In dat geval blijft de aangevraagde periode van loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen wel geldig.

Voorbeeld

Een personeelslid vraagt een halftijdse loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen aan van 1 september 2017 tot 30 april 2018. Het personeelslid dient de aanvraag pas in op 7 november 2018. De RVA betaalt de uitkering pas vanaf 10 november 2018, de dag van ontvangst bij de RVA. Toch blijft de periode van 1 september tot en met 30 april een periode van halftijdse loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen en wordt ze aangerekend voor de berekening van de totale duur.

Het verlof van een personeelslid dat zijn loopbaanonderbreking voor ouderschapverlof palliatieve zorg opneemt, maar geen recht heeft op loopbaanonderbreking, wordt, met ingang van de datum waarop het verlof niet meer aan de voorwaarden voldoet, ambtshalve omgezet in een terbeschikkingstelling wegens persoonlijk aangelegenheden. Vanaf het schooljaar 2017-2018 zal die periode worden omgezet naar een volledige of gedeeltelijke afwezigheid voor verminderde prestaties.

In dat laatste geval mag de duur overschreden worden van de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden of van de afwezigheid voor verminderde prestaties waarop het personeelslid aanspraak kan maken krachtens de reglementaire bepalingen die ter zake op hem van toepassing zijn. De terbeschikkingstelling of de afwezigheid neemt alleszins een einde bij het verstrijken van de lopende periode waarvoor een loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen was aangevraagd.

15.5. Formaliteiten t.o.v. de onderwijsadministratie

15.5.1. Mededeling

Een loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen deelt u via de volgende codes mee aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten en/of het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen :

Codes loopbaanonderbrekingen voor palliatieve zorgen 

Code 

Dienstonderbreking 

bereik 

RL 

Begindatum 

Einddatum 

087  

Volledige loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen  

P  

2  

01 -0 9 - 1995  

onbepaald  

089  

Halftijdse loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen  

O  

1 en 12  

0 1 -0 9 - 1995  

onbepaald  

156  

Gedeeltelijke loopbaanonderbreking met 1/5 de voor palliatieve zorgen  

O  

1 en 12  

0 1 -09- 2011  

onbepaald  

P = prsoonsgebonden

O = opdrachtgebonden

Een afschrift van het formulier C62 van de RVA zendt u elektronisch naar het volgende e-mailadres:

documenten.onderwijspersoneel@ond.vlaanderen.be

Daarnaast is het ook mogelijk om een kopie van het formulier C62 via de post naar het Agentschap voor Onderwijsdiensten en/of het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen te zenden naar het volgend adres:

Koning Albert II-laan 15

1210 Brussel

Het personeelslid kan het formulier C62 terugvinden in zijn elektronisch dossier op de website van de RVA.

De verantwoordingsstukken bij de aanvraagformulieren bij een loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen blijven ter beschikking in de school en moet u dus niet naar het Agentschap voor Onderwijsdiensten en/of het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen verzenden.

Indien er zich later wijzigingen (bv. type, volume, duur…) in de loopbaanonderbreking voordoen, dient u die onmiddellijk aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten en/of het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen mee te delen.

15.5.2. Mogelijke weigering van de loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen door de onderwijsadministratie

Hoewel de onderwijsadministratie niet tussenkomt in de aanvraagprocedure, zal ze toch het verlof voor loopbaanonderbreking weigeren indien bij de behandeling van het dossier wordt vastgesteld dat de loopbaanonderbreking door de inrichtende macht/de Vlaamse Regering toegekend werd en door de R.V.A. aanvaard werd, met miskenning van de voorwaarden en basisprincipes die ter zake tot de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap behoren.

In voorkomend geval zal de weigering onmiddellijk schriftelijk en gemotiveerd meegedeeld worden aan:

- het betrokken personeelslid;

- de betrokken inrichtende macht(en)/de Vlaamse Regering;

- de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.