Vooraleer u deze omzendbrief doorneemt, kan het nuttig zijn om na te gaan of dit verlofstelsel op uw situatie van toepassing is. Wil u daarover duidelijkheid, dan kan u via de online toepassing nagaan welk verlofstelsel opgenomen kan worden naargelang uw situatie.

1. Waarover gaat deze omzendbrief?

Deze omzendbrief gaat over de loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof. Samen met de loopbaanonderbreking voor medische bijstand en de loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen is het een specifiek stelsel van loopbaanonderbreking.

De gewone voltijdse en deeltijdse loopbaanonderbreking (waaronder ook de loopbaanonderbreking voor beroepsopleiding) en de loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 (50) jaar zijn sinds 2 september 2016 afgeschaft. Aan de toekenning van een loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, voor medische bijstand en voor palliatieve zorgen is daarentegen niets veranderd. De aanvragen voor de specifieke stelsels van loopbaanonderbreking zijn een federale bevoegdheid gebleven. De uitkeringen worden met andere woorden nog steeds door de RVA toegekend.

In het verleden konden personeelsleden een Vlaamse aanmoedigingspremie aanvragen bij de specifieke stelsels van loopbaanonderbreking. Die kon men gedurende maximum twee jaar boven op de federale onderbrekingsuitkeringen krijgen. Sinds 2 september 2016 is dat niet meer mogelijk.

2. Wie kan een loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof nemen?

Volgende personeelscategorieën hebben recht op loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof:

2.1. Statutaire personeelsleden

1° de personeelsleden, vermeld in artikel 2, §1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs;

2° de personeelsleden, vermeld in artikel 4, §1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;

3° de leden van de inspectie, vermeld in artikel 61 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;

4° de personeelsleden, vermeld in artikel 10 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken.

2.2. Contractuele personeelsleden

Contractuele personeelsleden uit het onderwijs kunnen eveneens een loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof nemen op basis van het KB van 12 augustus 1991 en het BVR van 9 september 2011. Deze omzendbrief is op hen van toepassing.

Contractuele personeelsleden die met eigen werkingsmiddelen zijn aangesteld in het vrij gesubsidieerd onderwijs vallen niet onder het toepassingsgebied.

3. Wat is het?

De personeelsleden hebben het recht om hun beroepsloopbaan volledig of gedeeltelijk te onderbreken om een loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof op te nemen. Voor elk kind hebben ze recht op ouderschapsverlof.

Wanneer op dezelfde datum meer dan één kind wordt geboren of wanneer op dezelfde datum meer dan één kind in het gezin wordt opgenomen, heeft het personeelslid voor ieder kind afzonderlijk recht op ouderschapsverlof.

Het ouderschapsverlof is niet voorbehouden aan één van beide ouders. Wanneer beide ouders tewerkgesteld zijn in het onderwijs of bij de overheid, kunnen ze beide, al dan niet gelijktijdig, aanspraak maken op ouderschapsverlof.

4. Recht of gunst?

De loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof is een recht. Het bevoegd bestuur kan het ouderschapsverlof niet weigeren.

5. Hoe kan de loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof worden opgenomen?

5.1. Volume

Het ouderschapsverlof in het kader van de loopbaanonderbreking kan worden genomen:

- ofwel als een voltijdse loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof gedurende een aaneengesloten periode van maximum 4 maanden;

- ofwel als een halftijdse loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof gedurende een aaneengesloten periode van maximum 8 maanden;

- ofwel als een loopbaanonderbreking met een vijfde voor ouderschapsverlof gedurende een aaneengesloten periode van maximum 20 maanden. In dit geval moet het personeelslid een ambt met volledige prestaties uitoefenen.

5.1.1. Voltijdse loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof

Voor een voltijdse loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof gelden geen voorwaarden meer met betrekking tot het volume van de prestaties. Het is dus niet nodig dat men minstens een halftijdse opdracht moet hebben om recht te hebben op ouderschapsverlof.

Voorbeeld:

Een personeelslid heeft een aanstelling van 8/20 in het secundair onderwijs. Het kan een volledige loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof nemen voor 8/20.

Opgelet: er gelden geen voorwaarden met betrekking tot het volume van de prestaties in de onderwijsreglementering. De RVA heeft echter wel regels met betrekking tot de cumulatie met een onderbrekingsuitkering (zie punt 13). Die bepalen onder meer dat wanneer iemand een bijkomende activiteit als loontrekkende uitoefent naast zijn loopbaanonderbreking, de tewerkstellingsbreuk van de activiteit in loondienst niet groter mag zijn dan die van de betrekking waarvan de uitvoering geschorst wordt of waarin de arbeidsprestaties verminderd worden.

Voorbeeld:

Een personeelslid heeft een aanstelling van 8/20 in het deeltijds kunstonderwijs en is daarnaast halftijds tewerkgesteld bij de gemeente. Het kan geen volledige loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof nemen voor 8/20, omdat de bijkomende activiteit als loontrekkende groter is dan de prestaties waarvoor het personeelslid loopbaanonderbreking wenst te nemen.

5.1.2. Halftijdse loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof

Wie een halftijdse loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof neemt, moet één of meer betrekkingen blijven uitoefenen die samen de helft van het aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor een ambt met volledige prestaties. De nog te verrichten prestaties moeten altijd worden afgerond naar de hogere eenheid, naar gelang van het geval, tot een volledige lestijd of tot een volledig uur.

Voorbeeld

Een personeelslid is 14/20 vastbenoemd en 4/20 tijdelijk. Het kan een halftijdse loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof nemen. Daarbij zijn verschillende mogelijkheden:

- Het kan een halftijdse loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof nemen voor 8/20 vastbenoemde uren en het blijft 6/20 van de vastbenoemde uren en 4/20 van de tijdelijke uren presteren.

- Het kan een halftijdse loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof nemen voor 4/20 vastbenoemde uren en voor 4/20 tijdelijke uren en het blijft 10/20 van de vastbenoemde uren presteren.

- …

5.1.3. Loopbaanonderbreking met een vijfde voor ouderschapsverlof

Wie een loopbaanonderbreking met een vijfde voor ouderschapsverlof neemt, moet

1° aangesteld zijn in een ambt met volledige prestaties;

2° een of meer betrekkingen blijven uitoefenen die samen vier vijfde van het aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor een ambt met volledige prestaties. De nog te verrichten prestaties moeten altijd worden afgerond naar de hogere eenheid, naar gelang van het geval, tot een volledige lestijd of tot een volledig uur.

Voorbeeld 1

Een personeelslid is 14/20 vastbenoemd en 4/20 tijdelijk. Het kan geen loopbaanonderbreking met een vijfde voor ouderschapsverlof nemen, omdat het personeelslid geen ambt met volledige prestaties uitoefent.

Voorbeeld 2

Een personeelslid is 10/20 vastbenoemd en 10/20 tijdelijk. Het kan een loopbaanonderbreking met een vijfde voor ouderschapsverlof nemen. Daarbij zijn verschillende mogelijkheden:

  • Het personeelslid neemt voor 4/20 van de vastbenoemde uren loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof en blijft 6/20 van de vastbenoemde uren en 10/20 van de tijdelijke uren presteren.
  • Het personeelslid neemt voor 2/20 van de vastbenoemde uren en voor 2/20 van de tijdelijke uren loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof en blijft 8/20 van de tijdelijke uren en 8/20 van de vastbenoemde uren presteren.

5.1.4. Bijzonderheden met betrekking tot de prestaties bij loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof

5.1.4.1. Het personeelslid is ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking

Het aantal prestatie-eenheden waarvoor het personeelslid op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking en waarvoor het niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld is, kan zowel in aanmerking worden genomen als prestatie-eenheden waarop het verlof voor verminderde prestaties genomen kan worden, als als prestatie-eenheden die het personeelslid nog moet blijven uitoefenen.

Als het personeelslid ter beschikking gesteld is wegens gedeeltelijke ontstentenis van betrekking op het ogenblik dat het de arbeidsprestaties vermindert, worden eerst de prestatie-eenheden in aanmerking genomen waarvoor het personeelslid ter beschikking gesteld is wegens ontstentenis van betrekking en waarvoor het niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld is, en vervolgens de prestatie-eenheden waarvoor het wel gereaffecteerd of wedertewerkgesteld is in een niet-organieke betrekking. De opname van een loopbaanonderbreking doet op geen enkele manier afbreuk aan de reaffectatieverplichtingen van het schoolbestuur/de scholengemeenschap.

Voorbeeld 1:

Een personeelslid heeft een vastbenoemde opdracht van 16/22 en wordt ter beschikking gesteld voor 16/22. Het kan een volledige loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen nemen voor 16/22 in de uren waarin het ter beschikking is gesteld.

Voorbeeld 2:

Een personeelslid heeft een vastbenoemde opdracht van 24/24. Het personeelslid is ter beschikking gesteld voor 6/24 en blijft nog 18/24 presteren.

Het kan een halftijdse loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen nemen voor 12/24 en waarvan 6/24 in de uren waarin het ter beschikking is gesteld en 6/24 in de overige uren. Het personeelslid blijft 12/24 presteren.

Voorbeeld 3:

Een personeelslid heeft een vastbenoemde opdracht 21/21. Het personeelslid is ter beschikking gesteld voor 10/21 en blijft nog 11/21 presteren.

Het kan een halftijdse loopbaanonderbreking voor medische bijstand nemen voor 10/21 in de uren waarin het ter beschikking is gesteld en het blijft 11/21 presteren.

  • Het personeelslid presteert in een hogeschool

Bij de opname van een loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof wordt eveneens rekening gehouden met de prestaties in instellingen voor hoger onderwijs.

Concreet betekent dat dat de prestaties geleverd in hogescholen mee in aanmerking genomen worden voor het vaststellen van:

- de prestaties die het personeelslid moet blijven uitoefenen in geval van een halftijdse loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof of loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof met een vijfde;

- het opdrachtvolume waarvoor het personeelslid de loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof neemt.

Voorbeeld 1

Een personeelslid oefent een opdracht uit van 10/20 in het secundair onderwijs + 50% in een hogeschool.

Mogelijkheden voor ouderschapsverlof :

- Voltijds ouderschapsverlof is mogelijk: alle uren vallen weg.

- Halftijds ouderschapsverlof is mogelijk: verschillende combinaties zijn mogelijk, zolang het personeelslid exact de helft van een fulltime opdracht blijft presteren, bv. :

10/20 (sec. ond.) LBOOV en 50 % (hogescholen) presteren;

50% (hogescholen) LBOOV en 10/20 (sec. ond.) presteren;

5/20 (sec. ond.) + 25% (hogescholen LBOOV en 5/20 (sec. ond.) + 25% (hogescholen) presteren;

3/20 (sec. ond.) + 35% (hogescholen) HLBO en 7/20 (sec. ond.) + 15% (hogescholen) presteren;

enz. ...

-4/5de ouderschapsverlof is mogelijk: verschillende combinaties zijn mogelijk, zolang het personeelslid exact vier vijfde van een fulltime opdracht blijft presteren, bv.:

4/20 (sec. ond.) LBOOV en 6/20 (sec.ond.) + 50% (hogeschool) blijven presteren;

20% (hogeschool) LBOOV en 10/20 (sec. ond.) + 30% (hogeschool) blijven presteren;

enz.

Voorbeeld 2

Een personeelslid oefent een opdracht uit van 6/20 in het secundair onderwijs + 50% in de hogeschool.

- Voltijds ouderschapsverlof is mogelijk: alle uren vallen weg.

- Halftijds ouderschapsverlof is mogelijk: verschillende combinaties zijn mogelijk, zolang het personeelslid exact de helft van een fulltime opdracht blijft presteren, bv. :

6/20 (sec. ond.) LBOOV en 50% (hogeschool) presteren;

30% (hogeschool) LBOOV en 20% (hogeschool) + 6/20 (sec. ond.) presteren;

10% (hogeschool) + 4/20 (sec. ond.) LBOOV en 40% (hogeschool) + 2/20 (sec. ond.) presteren;

enz. ...

- 4/5de ouderschapsverlof is niet mogelijk, aangezien het personeelslid geen fulltime betrekking uitoefent.

5.1.4.2. Het personeelslid oefent elders prestaties uit die gelijkgesteld worden met prestaties in onderwijs

Voor het bepalen van de wekelijkse prestaties die moeten verricht worden bij een halftijds ouderschapsverlof of een ouderschapsverlof met vier vijfde, worden eveneens in aanmerking genomen:

1° de prestaties, verstrekt door personeelsleden met verlof wegens bijzondere opdracht of verlof wegens opdracht, vermeld in artikel 51quater, §2 en §3 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding en artikel 77quater, §2 en §3, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs;

2° de prestaties, verstrekt door de personeelsleden met verlof wegens vakbondsopdracht, vermeld in artikel 17 van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en artikel 77 van het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel;

3° de prestaties, verstrekt in het kader van de begeleiding en ondersteuning van de scholen en de centra voor leerlingenbegeleiding bij de implementatie van het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen I, vermeld in artikel VI.21 van dit decreet;

4° de prestaties, verstrekt ten behoeve van in de wetgevende vergaderingen van de Staat en van de gemeenschappen of de gewesten erkende politieke groepen, respectievelijk ten behoeve van de voorzitters van die groepen, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1991 betreffende het verlof dat aan de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding wordt verleend voor het verrichten van bepaalde prestaties ten behoeve van in de wetgevende vergaderingen van de Staat en van de gemeenschappen of de gewesten erkende politieke groepen, respectievelijk ten behoeve van de voorzitters van die groepen;

5° de prestaties, verstrekt door de personeelsleden met verlof, vermeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 21 november 1980 betreffende het verlof toegekend aan bepaalde, ter beschikking van de Koning gestelde personeelsleden van de Rijksdiensten;

6° de prestaties, verstrekt door personeelsleden in een ministerieel kabinet van een lid van een gemeenschaps- of gewestregering, van een lid van de federale regering of van een gewestelijk staatssecretaris, en bij een secretariaat, de cel algemene beleidscoördinatie en een cel algemeen beleid bij een lid van de federale regering, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juli 1995 betreffende het verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet van een lid van een gemeenschaps- of gewestregering, van een lid van de federale regering of van een gewestelijk staatssecretaris, en bij een secretariaat, de cel algemene beleidscoördinatie en een cel algemeen beleid bij een lid van de federale regering door personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding;

7° de prestaties, verstrekt door personeelsleden als medewerker, door een regeringslid ter beschikking gesteld van zijn voorganger, vermeld in artikel 8, derde lid, van het koninklijk besluit van 19 juli 2001 betreffende de invulling van de beleidsorganen van de federale overheidsdiensten en betreffende de personeelsleden van de federale overheidsdiensten aangewezen om deel uit te maken van een kabinet van een lid van een regering of van een college van een gemeenschap of een gewest;

8° de prestaties, verstrekt door een personeelslid ter ondersteuning van het college van commissarissen van de Vlaamse Regering bij de hogescholen, vermeld in artikel 245, §2, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap;

9° de prestaties, verstrekt door de personeelsleden met verlof vermeld in artikel 166, §1, van het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997;

10° de prestaties, verstrekt door de personeelsleden met verlof, vermeld in artikel 53 van het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van de onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;

11° de prestaties, verstrekt door de personeelsleden met verlof, vermeld in artikel 156 van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs;

12° de prestaties, verstrekt door personeelsleden belast met een opdracht aan een hogeschool, vermeld in artikel 2, 39°, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap. De ambten, uitgeoefend in de hogescholen, worden steeds beschouwd als hoofdambt.

5.2. Aaneengesloten periode

5.2.1. Algemene regel

Het ouderschapsverlof moet altijd in een aaneengesloten periode worden opgenomen. Het is niet mogelijk om een stuk van het totale contingent ouderschapsverlof op te nemen en het resterend gedeelte op te sparen of in een ander volume op te nemen.

Wie minder dan vier maanden voltijds ouderschapsverlof, minder dan acht maanden halftijds ouderschapsverlof of minder dan twintig maanden ouderschapsverlof met een vijfde opneemt, verliest het saldo van de resterende dagen als dat niet aaneensluitend wordt opgenomen.

Uitzondering :

Het ouderschapsverlof kan in welbepaalde gevallen toch worden opgesplitst in periodes (zie punt 5.2.2). In dat geval gaat het saldo van het resterend ouderschapsverlof niet verloren.

Opgelet: het ouderschapsverlof moet in een aaneengesloten periode worden opgenomen, maar dat kan wel gebeuren met twee verschillende aanvragen. Dat is nuttig voor tijdelijke personeelsleden van wie de periode van aanstelling korter is dan de beoogde opname van het ouderschapsverlof.

Meer bepaald kunnen tijdelijke personeelsleden die loopbaanonderbreking met een vijfde nemen voor ouderschapsverlof tijdens een schooljaar, het daaropvolgende schooljaar het restant van de twintig maanden ouderschapsverlof opnemen, op voorwaarde dat het tijdelijk personeelslid opnieuw een aanstelling heeft in een ambt met volledige prestaties op 1 september.

In dat geval:

-eindigt de voorafgaande periode van ouderschapsverlof met een vijfde op 30 juni en begint de daaropvolgende periode van ouderschapsverlof met een vijfde op 1 juli of eindigt de voorafgaande periode van ouderschapsverlof met een vijfde op 31 augustus en begint de daaropvolgende periode van ouderschapsverlof met een vijfde op 1 september;

-bedraagt de totale periode van ouderschapsverlof met een vijfde maximaal twintig maanden vanaf de eerste aanvraag van ouderschapsverlof met een vijfde;

-moet voor elke periode van ouderschapsverlof met een vijfde een afzonderlijke aanvraag ingediend worden.

Voorbeeld 1

Een tijdelijk personeelslid heeft een aanstelling van 1 september 2017 tot 31 augustus 2018. Het wenst ouderschapsverlof op te nemen met een vijfde tijdens dat schooljaar. Het personeelslid kan slechts twaalf maanden ouderschapsverlof aanvragen op 1 september 2017. Het krijgt opnieuw een voltijdse aanstelling op 1 september 2018 voor een volledig schooljaar. In dat geval kan het personeelslid op 1 september 2018 opnieuw ouderschapsverlof opnemen met een vijfde voor de resterende periode. Het personeelslid doet bijgevolg een tweede aanvraag voor ouderschapsverlof van 1 september 2018 tot en met 30 april 2019.

Voorbeeld 2

Een tijdelijk personeelslid heeft een aanstelling van 15 oktober 2017 tot 31 augustus 2018. Het wenst ouderschapsverlof op te nemen met een vijfde tijdens dat schooljaar. Het personeelslid kan slechts 10,5 maanden ouderschapsverlof aanvragen op 1 september 2017. Het krijgt opnieuw een voltijdse aanstelling op 1 september 2018 voor een volledig schooljaar. In dat geval kan het personeelslid op 1 september 2018 opnieuw ouderschapsverlof opnemen met een vijfde voor de resterende periode. Het personeelslid doet bijgevolg een tweede aanvraag voor ouderschapsverlof van 1 september 2018 tot en met 15 juni 2019.

5.2.2. Uitzonderingen op het principe van de aaneengesloten periode

5.2.2.1. Uitzondering 1: personeelsleden die al ouderschapsverlof opgenomen hebben voor 1 september 2012

Personeelsleden die al voor 1 september 2012 volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof hebben opgenomen, kunnen een bijkomende ononderbroken periode van loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof opnemen:

-gedurende maximum één maand bij een volledige loopbaanonderbreking;

-gedurende maximum twee maanden bij een gedeeltelijke loopbaanonderbreking;

-gedurende maximum vijf maanden bij een loopbaanonderbreking met een vijfde.

Het gaat hier om personeelsleden die al ouderschapsverlof hebben opgenomen op basis van de regeling die van toepassing was voor 8 maart 2012, nl. 3 maanden voltijds ouderschapsverlof of 6 maanden gedeeltelijk ouderschapsverlof. Zij kunnen het bijkomende gedeelte waarop ze recht hebben vanaf 8 maart 2012 opnemen in een ononderbroken periode, uiteraard als voldaan is aan de overige voorwaarden voor het nemen van een ouderschapsverlof.

Het volume van de loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof voor de bijkomende periode hoeft niet hetzelfde te zijn als dat van de periode van het ouderschapsverlof dat werd opgenomen voor 1 september 2012.

Opmerking voor personeelsleden die voor 1 september 2012 zes maanden ouderschapsverlof met een vijfde hebben opgenomen:

Personeelsleden die in het verleden zes maanden loopbaanonderbreking met een vijfde voor ouderschapsverlof hebben opgenomen, kunnen een bijkomende periode van veertien (in plaats van vijf) maanden loopbaanonderbreking met een vijfde opnemen voor ouderschapsverlof.

Dat is enkel van toepassing op personeelsleden die voor 1 september 2012 het ouderschapsverlof met een vijfde hebben opgenomen gedurende een periode van maximaal zes maanden omdat zij volgens de toen geldende regelgeving slechts recht hadden op zes maanden gedeeltelijke loopbaanonderbreking met een vijfde. Kiezen zij nu opnieuw voor ouderschapsverlof in de vorm van een loopbaanonderbreking met een vijfde, dan mogen zij veertien maanden bijkomend opnemen. Gedurende de laatste vijf maanden van die veertien maanden ontvangt het personeelslid enkel een onderbrekingsuitkering van de RVA als het kind geboren of geadopteerd is op of na 8 maart 2012.

Voorbeeld 1

Een personeelslid nam gedurende het schooljaar 2008-2009 3 maanden voltijds ouderschapsverlof op na haar bevallingsverlof. Nu wenst het personeelslid nog één maand bijkomend ouderschapsverlof voor datzelfde kind op te nemen van 1 oktober 2017 tot en met 31 oktober 2017. Dat is mogelijk want het kind is nog geen 12 jaar, maar het personeelslid zal hiervoor geen onderbrekingsuitkeringen ontvangen van de RVA, aangezien het kind geboren is voor 8 maart 2012.

Voorbeeld 2

Een personeelslid nam gedurende het schooljaar 2011-2012 drie maanden voltijds ouderschapsverlof gedurende de maanden september, oktober en november 2011 voor haar kind van 2 jaar. Het wenst nu nog vijf maanden loopbaanonderbreking met een vijfde voor ouderschapsverlof op te nemen van 1 september 2018 tot en met 31 januari 2019 voor datzelfde kind. Dat is mogelijk want het kind is nog geen 12 jaar, maar het personeelslid zal hiervoor geen onderbrekingsuitkeringen ontvangen van de RVA, aangezien het kind geboren is voor 8 maart 2012.

Voorbeeld 3

Een personeelslid nam gedurende het schooljaar 2011-2012 zes maanden ouderschapsverlof met een vijfde van september 2011 tot en met februari 2012 voor zijn kind van 2 jaar. Het personeelslid wil vanaf 1 september 2018 14 maanden ouderschapsverlof met een vijfde opnemen. Dat kan, en het personeelslid ontvangt onderbrekingsuitkeringen van de RVA gedurende 9 maanden. Enkel voor de laatste vijf maanden ontvangt het personeelslid geen onderbrekingsuitkeringen, aangezien het kind geboren is voor 8 maart 2012.

5.2.2.2. Uitzondering 2: voor en na de zomervakantie

Sinds 1 september 2011 kan het ouderschapsverlof in het kader van de loopbaanonderbreking in bepaalde gevallen worden opgenomen in twee periodes,

- waarbij de eerste periode eindigt op de dag voor de vakantieperiode die valt in juli en/of augustus en

- waarbij de tweede periode begint op de dag na de vakantieperiode die valt in juli en/of augustus.

De opname in twee periodes is slechts mogelijk op voorwaarde dat:

- het ouderschapsverlof in het kader van de loopbaanonderbreking onmiddellijk aansluit op het bevallingsverlof, het verlof wegens moederschapsbescherming, het onbezoldigd ouderschapsverlof, het verlof met het oog op adoptie of pleegvoogdij of het geboorteverlof;

- de eerste periode van ouderschapsverlof in het kader van de loopbaanonderbreking maximaal 1 maand bedraagt.

Wie gebruik maakt van de mogelijkheid om het ouderschapsverlof te splitsen, moet wel voor de beide periodes hetzelfde volume van loopbaanonderbreking nemen. M.a.w., als het personeelslid de eerste periode van ouderschapsverlof neemt in de vorm van voltijds ouderschapsverlof, dan moet de tweede periode van ouderschapsverlof eveneens verplicht in de vorm van een voltijdse loopbaanonderbreking genomen worden.

Neemt het personeelslid in de eerste periode van ouderschapsverlof een halftijds ouderschapsverlof, dan moet het gedurende de tweede periode eveneens verplicht een halftijds ouderschapsverlof opnemen. Hetzelfde geldt bij een ouderschapsverlof met een vijfde.

Voorbeeld 1

Een onderwijzeres is met bevallingsverlof tot 15 juni 2018. Haar kind is geboren op 9 maart 2018. Zij neemt volledig ouderschapsverlof in het kader van de loopbaanonderbreking van 16 juni 2018 tot 30 juni 2018 en volledig ouderschapsverlof in het kader van de loopbaanonderbreking van 1 september 2018 tot 14 december 2018.

De aangevraagde periodes van ouderschapsverlof zijn mogelijk.

Voorbeeld 2

Een lerares in het deeltijds kunstonderwijs geniet onbezoldigd ouderschapsverlof tot en met 1 juni 2018. Vanaf 2 juni 2018 wil zij ouderschapsverlof met een vijfde nemen tot 30 juni 2018. Vanaf 1 september 2018 wil zij halftijds ouderschapsverlof nemen.

De aangevraagde periodes van ouderschapsverlof zijn niet mogelijk aangezien het volume in beide periodes verschillend is.

Voorbeeld 3

Een lerares in het secundair onderwijs is met bevallingsverlof tot en met 30 mei 2018. Zij wenst aansluitend volledig ouderschapsverlof op te nemen van 31 mei 2018 tot 30 juni 2018 en vervolgens volledig ouderschapsverlof op te nemen vanaf 1 september 2018.

De aangevraagde periodes van ouderschapsverlof zijn niet mogelijk, want de eerste periode bedraagt meer dan één maand.

Voorbeeld 4

Een leerkracht in het volwassenenonderwijs is met bevallingsverlof van 14 november 2017 tot en met 26 februari 2018. Ze neemt vervolgens onbezoldigd ouderschapsverlof van 16 april 2018 tot en met 31 mei 2018. Vanaf 1 juni 2018 tot en met 30 juni 2018 neemt zij een maand volledig ouderschapsverlof. Zij kan vanaf 1 september 2018 de resterende 3 maanden ouderschapsverlof opnemen.

5.2.2.3. Uitzondering 3: voor de personeelsleden van de basiseducatie

De personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie hebben het recht om:

1° gedurende een periode van vier maanden hun loopbaan volledig te onderbreken. Die periode kan naar keuze van de personeelsleden worden opgesplitst in maanden;

2° gedurende een periode van acht maanden hun loopbaan gedeeltelijk te onderbreken tot een halftijdse betrekking. Die periode kan naar keuze van de personeelsleden worden opgesplitst in periodes van twee maanden of een veelvoud daarvan;

3° gedurende een periode van twintig maanden hun loopbaan gedeeltelijk te onderbreken door hun prestaties te verminderen met een vijfde als zij voltijds tewerkgesteld zijn. Die periode kan naar keuze van de personeelsleden worden opgesplitst in periodes van vijf maanden of een veelvoud daarvan.

Voor personeelsleden van de Centra voor basiseducatie kan bovendien het volume van de loopbaanonderbreking bij elke aangevraagde periode van ouderschapsverlof wijzigen. Daarbij geldt het principe dat één maand volledige loopbaanonderbreking overeenstemt met twee maanden halftijdse loopbaanonderbreking of met vijf maanden loopbaanonderbreking met een vijfde.

Voorbeeld 1

Een personeelslid van een centrum voor Basiseducatie wil voltijds ouderschapsverlof opnemen van 1 januari 2017 tot en met 31 januari 2017 en van 1 april 2017 tot en met 30 juni 2017. Dat is mogelijk, want de periode van het voltijds ouderschapsverlof kan worden opgesplitst in maanden.

Voorbeeld 2

Een personeelslid van een centrum voor basiseducatie wil voltijds ouderschapsverlof opnemen van 1 september 2017 tot en met 30 september 2017 en twee maanden halftijds ouderschapsverlof van 1 november 2017 tot en met 31 december 2017. Dat is mogelijk, want het ouderschapsverlof kan worden gesplitst en het volume van de loopbaanonderbreking kan wijzigen.

Voorbeeld 3

Een personeelslid van een centrum voor Basiseducatie, aangesteld voor 32/36, wil een halftijds ouderschapsverlof opnemen. Het personeelslid wenst 2 maanden op te nemen van januari tot februari en de overige maanden van mei tot oktober.

Dat is mogelijk. Het personeelslid voldoet immers aan de voorwaarde van minstens een aanstelling van een halftijdse betrekking + 1 uur en het halftijds ouderschapsverlof kan worden opgesplitst in periodes van 2 maanden of een veelvoud hiervan.

6. Wat als het personeelslid een andere dienstonderbreking neemt?

Het ziekteverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte, het bevallingsverlof, het verlof voor verminderde prestaties wegens arbeidsongeval, de afwezigheid wegens arbeidsongeval, wegens ongeval op weg naar en van het werk, wegens beroepsziekte, de terbeschikkingstelling wegens ziekte, de afwezigheid wegens een bedreiging door een beroepsziekte en het verlof wegens moederschapsbescherming, maken geen einde aan de loopbaanonderbreking.

Andere dienstonderbrekingen dan de hierboven opgesomde kunnen niet gecombineerd worden met een loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof.

Opgelet: personeelsleden die een gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar genieten en een loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof opnemen, kunnen nadien hun gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 of 55 jaar niet meer verderzetten.

7. Wanneer begint de loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof?

Het ouderschapsverlof is niet gebonden aan een vaste begindatum. Het moet wel ingaan binnen de hierna vermelde termijnen:

a) vanaf de geboorte van het kind tot het kind twaalf jaar wordt. De periode van het ouderschapsverlof kan ten laatste ingaan op de dag vóór de twaalfde verjaardag.

Voorbeeld:

Personeelslid X heeft een kind dat twaalf jaar wordt op 9 september 2017. Het betrokken personeelslid wenst volledig ouderschapsverlof (VLBOOV) te nemen voor dat kind. De loopbaanonderbreking moet uiterlijk starten op 8 september 2017.

b) bij adoptie: gedurende de periode die loopt vanaf de inschrijving van het kind als deel uitmakend van het gezin in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister in de gemeente waar het personeelslid zijn verblijfplaats heeft, uiterlijk tot het kind twaalf jaar wordt.

De periode van het ouderschapsverlof kan ten laatste ingaan op de dag vóór de twaalfde verjaardag.

Voorbeeld 1:

Personeelslid Y adopteert een kind van 5 jaar op 16 februari 2017. Het kind werd 5 jaar op 23 november 2016 en wordt ingeschreven in het bevolkingsregister als deel uitmakend van het gezin op 7 maart 2017. De periode gedurende dewelke personeelslid Y ouderschapsverlof kan krijgen begint op 7 maart 2017 en loopt tot het kind 12 jaar wordt (aanvang uiterlijk op 22 november 2023).

Voorbeeld 2:

Personeelslid Z adopteert een kind van 3 jaar op 16 februari 2017. Het kind werd 3 jaar op 23 november 2016. Het kind wordt ingeschreven in het bevolkingsregister als deel uitmakend van het gezin op 7 maart 2017. De periode gedurende dewelke personeelslid Y ouderschapsverlof kan krijgen begint op 7 maart 2017 en loopt tot het kind 12 jaar wordt (aanvang uiterlijk op 22 november 2025).

Uitzondering:

Wanneer het kind voor ten minste 66% getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten minste 4 punten toegekend worden in pijler I van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag, geldt de leeftijdsgrens van 21 jaar in plaats van 12 jaar, zowel voor een biologisch als voor een geadopteerd kind.

8. Wanneer eindigt de loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof?

Het ouderschapsverlof eindigt op de laatste dag van de aangevraagde periode.

Voor tijdelijke personeelsleden die ouderschapsverlof nemen in het kader van de loopbaanonderbreking, eindigt dat verlof alleszins op het ogenblik dat hun aanstelling eindigt. Dat betekent onder meer dat het ouderschapsverlof voor een tijdelijk personeelslid uiterlijk wordt beëindigd op het einde van het schooljaar (31 augustus).

9. Wat is de totale duur van de loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof?

Het personeelslid heeft recht op maximaal

-vier maanden voltijds ouderschapsverlof

-of acht maanden halftijds ouderschapsverlof

-of twintig maanden ouderschapsverlof met een vijfde.

10. Kan de loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof vervroegd worden stopgezet?

Om uitzonderlijke redenen kan het personeelslid dat zijn loopbaan onderbroken heeft voor ouderschapsverlof, van de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs of van zijn gemachtigde de toelating krijgen om zijn ambt opnieuw op te nemen of opnieuw volledig uit te oefenen vooraleer de periode van onderbreking van de beroepsloopbaan verstreken is.

De opzegging moet met bijgevoegd document gericht worden aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, door tussenkomst en met akkoord van de inrichtende macht.

Voor de personeelsleden van de inspectie en van de dienst Curriculum wordt die opzegging via hiërarchische weg gericht aan de Vlaamse Regering.

11. Wat is de administratieve stand van het personeelslid?

Tijdens de onderbreking van zijn beroepsloopbaan is het personeelslid met verlof. Dat verlof wordt voor het overige met een periode van dienstactiviteit gelijkgesteld. Dat houdt in dat die periode in aanmerking komt voor de vaststelling van de administratieve en geldelijke anciënniteit.

12. Hoeveel bedraagt het salaris?

Het personeelslid ontvangt geen salaris voor de prestaties waarvoor het ouderschapsverlof neemt. Het krijgt wel een onderbrekingsuitkering van de RVA.

Alle info over de onderbrekingsuitkeringen vindt u op de website van de RVA.

Opgelet: hoewel iedereen recht heeft op hetzij 4 maanden voltijdse loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, hetzij 8 maanden halftijdse loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, hetzij 20 maanden loopbaanonderbreking met een vijfde voor ouderschapsverlof, betaalt de RVA enkel voor kinderen die geboren of geadopteerd zijn vanaf 8 maart 2012 een onderbrekingsuitkering voor de volledige periode van ouderschapsverlof.

Voor kinderen die geboren zijn vóór 8 maart 2012, betaalt de RVA slechts onderbrekingsuitkeringen voor respectievelijk 3 maanden voltijdse loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, 6 maanden halftijdse loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, 15 maanden loopbaanonderbreking met een vijfde voor ouderschapsverlof .

Schematisch:

 

Kinderen geboren voor 8 maart 2012  

Kinderen geboren vanaf 8 maart 2012  

 

Aantal maanden recht  

Aantal maanden met onderbrekings-uitkeringen  

Aantal maanden recht  

Aantal maanden met onderbrekings-uitkeringen  

Voltijdse loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof  

4  

3  

4  

4  

Halftijdse loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof  

8  

6  

8  

8  

Loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof met een vijfde  

20  

15  

20  

20  

Sinds 1 september 2016 krijgen personeelsleden geen aanmoedigingspremie meer voor een nieuwe aanvraag voor loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof.

13. Mag het personeelslid de onderbrekingsuitkeringen cumuleren met andere inkomsten tijdens de loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof?

Om recht te hebben op een onderbrekingsuitkering, mogen bepaalde activiteiten niet gecumuleerd worden met de uitkering. In geval van ouderschapsverlof is het echter ook mogelijk om het ouderschapsverlof op te nemen zonder onderbrekingsuitkeringen. In dat geval is het personeelslid niet onderworpen aan de regels inzake woonplaats of cumulatie die gelden om de uitkeringen van de RVA te krijgen.

13.1. Politiek mandaat

De onderbrekingsuitkeringen kunnen gecumuleerd worden met de inkomsten die voortvloeien uit het uitoefenen van een politiek mandaat.

13.2. Activiteit als loontrekkende

De onderbrekingsuitkeringen kunnen gecumuleerd worden met de inkomsten die voortvloeien uit een bijkomende activiteit als loontrekkende die reeds werd uitgeoefend vóór de onderbreking van de loopbaan.

Een bijkomende activiteit als loontrekkende is een activiteit in loondienst waarvan de tewerkstellingsbreuk niet groter is dan die van de betrekking waarvan de uitvoering geschorst wordt of waarin de arbeidsprestaties verminderd worden. Ook prestaties in het onderwijs die worden gepresteerd ‘boven de eenheid’ vallen onder die definitie.

Voorbeeld:

Een personeelslid werkt 10/20 in het onderwijs en heeft een nevenactiviteit van 20/38 in de privé-sector. Het personeelslid wil een VLBO nemen.

De cumulatie is niet toegestaan, aangezien de activiteit in de privé-sector groter dan de activiteit in het onderwijs.

De zinsnede “vóór de onderbreking van de loopbaan” wordt geïnterpreteerd als een bijkomende activiteit als loontrekkende die al werd gepresteerd voorafgaand aan de loopbaanonderbreking.

De bijkomende activiteit moet daarenboven reeds uitgeoefend zijn gedurende ten minste de drie maanden die het begin van de volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking voorafgaan. Voor prestaties ‘boven de eenheid’ binnen het onderwijs worden de maanden juli en augustus buiten beschouwing gelaten voor de berekening van de drie maanden voorafgaand aan de loopbaanonderbreking.

Het personeelslid mag tijdens de loopbaanonderbreking geen nieuwe activiteit als loontrekkende starten of een bestaande bijkomende activiteit als loontrekkende uitbreiden.

Voorbeeld 1:

Een personeelslid is vastbenoemd als onderwijzer en behoort actief tot het onderwijs t.e.m. 30 juni 2017. Hij wenst een volledige loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof vanaf 1 september 2017.

Als het personeelslid de onderbrekingsuitkeringen wenst te cumuleren met een bijkomende activiteit als loontrekkende, moet het die bijkomende activiteit alleszins aangevat hebben vóór 1 juni 2017 en die activiteit bovendien uitgeoefend hebben tijdens de periode van 1 juni 2017 tot en met 31 augustus 2017.

Voorbeeld 2:

Een personeelslid is vast benoemd als leraar AV Engels voor 20/20 in het secundair onderwijs en presteert daarnaast 3/20 als leraar secundair volwassenenonderwijs in bijbetrekking in de opleiding Engels Richtgraad 1. Hij neemt met ingang van 1 september 2017 een voltijdse loopbaanonderbreking op zijn opdracht (20/20) in hoofdambt in het secundair onderwijs. Hij kan zijn bijbetrekking in het volwassenenonderwijs verder blijven uitoefenen indien hij die ten minste drie maanden voorafgaand aan de loopbaanonderbreking heeft aangevat (in casu de periode van 1 april tot 30 juni 2017).

13.3. Zelfstandige activiteit

Als de loopbaan volledig onderbroken wordt, kunnen de onderbrekingsuitkeringen eveneens gecumuleerd worden met de uitoefening van een zelfstandige activiteit. Die mogelijkheid is echter beperkt tot maximum één jaar.

Als zelfstandige activiteit wordt beschouwd die activiteit waardoor het betrokken personeelslid verplicht is zich in te schrijven bij het Rijksinstituut voor Sociale Verzekering der Zelfstandigen.

13.4. Pensioen

De onderbrekingsuitkeringen kunnen niet gecumuleerd worden met een pensioen ten laste van de Belgische Staat.

De loopbaanonderbreking zonder onderbrekingsuitkering kan wel worden toegestaan aan de rechthebbende op een overlevingspensioen of een overgangsuitkering.

Opmerking:

Het recht op onderbrekingsuitkeringen vervalt vanaf de dag dat het personeelslid dat de onderbrekingsuitkering geniet om het even welke bezoldigde activiteit aanvangt, een bestaande bijkomende activiteit uitbreidt of gedurende meer dan één jaar een zelfstandige activiteit uitoefent

14. Komt de loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof in aanmerking voor het pensioen?

De loopbaanonderbreking voor ouderschapverlof komt volledig in aanmerking voor het rustpensioen. Meer informatie hierover vindt u hier.

15. Procedure

15.1. Mededeling aan het bevoegd bestuur

Het personeelslid dat zijn loopbaan wenst te onderbreken voor ouderschapsverlof, deelt dat mee aan het bevoegd bestuur. Dat is:

1° de inrichtende macht of het schoolbestuur voor de personeelsleden, vermeld in punt 2.1, 1°, en 2°;

2° de inspecteur-generaal voor de inspecteur en de coördinerend inspecteur;

3° de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, of zijn gemachtigde, voor de inspecteur-generaal en voor de personeelsleden vermeld in punt 2.1, 4°.

4° het centrumbestuur voor de contractuele personeelsleden van de centra voor basiseducatie.

Bij die mededeling moeten de begin- en einddatum van het ouderschapsverlof worden vermeld.

De mededeling gebeurt praktisch met een formulier C61-SV.De formulieren kunnen eveneens verkregen worden bij de Werkloosheidsbureaus. Het personeelslid vult deel I van het formulier in, het bevoegd bestuur deel II.

Het personeelslid geeft op het formulier C61-SV de datum op waarop het de loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof wil laten starten, evenals de duur ervan en het volume.

Volgende documenten moeten als bijlage worden toegevoegd:

1° in geval van geboorte van een kind: een geboorteakte;

2° in geval van adoptie: een attest waaruit de adoptie blijkt , samen met een uittreksel uit het bevolkings- of vreemdelingenregister;

3° in geval van fysieke of mentale ongeschiktheid: een attest dat een ongeschiktheid van 66% aantoont of een aandoening waardoor ten minste 4 punten toegekend worden in pijler 1 van de medisch-sociale schaal in de regelgeving van de kinderbijslag.

15.2. Toestemming van het bevoegd bestuur

Het invullen en overhandigen van het formulier C61-SV geldt als formele en definitieve toestemming vanwege de inrichtende macht of de Vlaamse Regering.

Opmerking:

Als het betrokken personeelslid tegelijkertijd een loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof neemt bij verschillende inrichtende machten, moet het door elk van hen een formulier C61-SV laten invullen.

15.3. Indiening formulier C61-SV bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening

15.3.1. Formulier

Ieder personeelslid dat een loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof opneemt, moet een formulier C61-SV indienen bij het plaatselijk RVA-kantoor.

Het formulier C61-SV geldt als aanvraag voor de onderbrekingsuitkeringen. Bij het formulier moeten de nodige documenten als bijlage worden toegevoegd.

In geval van ouderschapsverlof is het ook mogelijk om af te zien van de onderbrekingsuitkeringen. In dat geval is het personeelslid niet onderworpen aan de regels inzake woonplaats of cumulatie die gelden om de uitkeringen van de RVA te krijgen. Omdat de RVA belast is met het berekenen van de gevraagde periodes op naam van het betrokken kind, moet ook bij een aanvraag van ouderschapsverlof zonder onderbrekingsuitkeringen een aanvraagformulier worden ingediend bij de RVA.

Opmerking:

Als het betrokken personeelslid tegelijkertijd een loopbaanonderbreking krijgt bij verschillende inrichtende machten, moet het door elk van hen ingevulde formulier gelijktijdig ingediend worden bij het RVA-kantoor.

15.3.2. Verzending bij aangetekende brief

Het betrokken personeelslid draagt de verantwoordelijkheid voor het indienen van de uitkeringsaanvraag en van de bijlagen ervan. Hij heeft er dus alle belang bij de documenten na te kijken.

Als het formulier ingevuld en ondertekend is, moet het aangetekend worden verzonden naar de "dienst Loopbaanonderbreking/tijdskrediet" van het RVA-kantoor van de woonplaats van het personeelslid.

De RVA aanvaardt ook gewone zendingen, maar in geval van betwisting ligt de bewijslast van de verzending van de aanvraag bij het personeelslid.

15.3.3. Termijn voor het indienen van de aanvraag bij de RVA

Het formulier kan ten vroegste zes maanden vóór de aanvangsdatum van de loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof worden opgestuurd. Het moet uiterlijk twee maanden na de aanvangsdatum van het ouderschapsverlof in het bezit zijn van de RVA.

Wanneer de documenten behoorlijk en volledig ingevuld ontvangen worden na de termijn van twee maanden, gaat het recht op uitkeringen slechts in op de dag van de ontvangst van de aanvraag.

15.4. Toekenning of weigering van de loopbaanonderbreking door het werkloosheidsbureau

De beslissing tot toekenning of weigering van de loopbaanonderbreking wordt genomen door de directeur van het Werkloosheidsbureau. Dat gebeurt met het formulier C 62.

15.4.1. Toekenning

Bij toekenning wordt één exemplaar van het formulier C 62 door het Werkloosheidsbureau naar het betrokken personeelslid gestuurd.

15.4.2. Weigering

Bij weigering moet het betrokken personeelslid vooraf gehoord worden. Als het personeelslid de dag van de oproeping belet is, mag het vragen het verhoor te verdagen tot een latere datum die niet later mag vallen dan vijftien dagen na de datum die voor het eerste verhoor was vastgesteld. Behoudens gevallen van overmacht wordt het uitstel maar éénmaal verleend.

Het personeelslid kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door een advocaat of door een vertegenwoordiger van een representatieve werknemersorganisatie. De weigering op het formulier C 62 wordt met een ter post aangetekende brief aan het personeelslid meegedeeld. Die brief wordt geacht toegekomen te zijn op de derde werkdag na de afgifte ervan ter post. Een afschrift van de beslissing wordt gezonden aan de inrichtende macht waaronder het personeelslid ressorteert.

Als een personeelslid een aanvraag tot loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof heeft ingediend en die periode van loopbaanonderbreking al is begonnen, is het mogelijk dat nadien blijkt dat het personeelslid geen recht heeft op het ouderschapsverlof:

- hetzij op basis van een beslissing van de directeur van het werkloosheidsbureau;

- hetzij op basis van de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011 betreffende de loopbaanonderbreking van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding, die verduidelijkt zijn in deze omzendbrief.

Als bij beslissing van de directeur van het werkloosheidsbureau aan een personeelslid dat zijn beroepsloopbaan heeft onderbroken, het recht op loopbaanonderbreking wordt ontzegd, moet:

- het college van directeurs van het gemeenschapsonderwijs;

- de inrichtende macht in het gesubsidieerd onderwijs en in de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding,

hiervan het/de bevoegde werkstation(s) van het Agentschap voor Onderwijsdiensten en/of het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen onmiddellijk op de hoogte brengen, met vermelding van de datum waarop de beslissing ingaat.

Opmerking : bij laattijdig indiening van de aanvraag door het personeelslid, zal de RVA niet voor de volledige aangevraagde periode uitkeringen betalen. In dat geval blijft de aangevraagde periode van loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof wel geldig.

Voorbeeld

Een personeelslid vraagt een halftijdse loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof aan van 1 september 2017 tot 30 april 2018. Het personeelslid dient de aanvraag pas in op 7 november 2018. De RVA betaalt de uitkering pas vanaf 10 november 2018, de dag van ontvangst bij de RVA. Toch blijft de periode van 1 september tot en met 30 april een periode van halftijdse loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof en wordt ze aangerekend voor de berekening van de totale duur.

Het verlof van een personeelslid dat zijn loopbaanonderbreking voor ouderschapverlof opneemt, maar geen recht heeft op de loopbaanonderbreking, wordt, met ingang van de datum waarop het verlof niet meer aan de voorwaarden voldoet, ambtshalve omgezet in een terbeschikkingstelling wegens persoonlijk aangelegenheden. Vanaf het schooljaar 2017-2018 zal die periode worden omgezet naar een volledige of gedeeltelijke afwezigheid voor verminderde prestaties.

In dat laatste geval mag de duur overschreden worden van de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden of van de afwezigheid voor verminderde prestaties waarop het personeelslid aanspraak kan maken krachtens de reglementaire bepalingen die ter zake op hem van toepassing zijn. De terbeschikkingstelling of de afwezigheid neemt alleszins een einde bij het verstrijken van de lopende periode waarvoor een loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof was aangevraagd.

15.5. Formaliteiten t.o.v. de onderwijsadministratie

15.5.1. Mededeling

Een loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof deelt u via de volgende codes mee aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten en/of het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen :

Codes loopbaanonderbrekingen voor ouderschapsverlof 

Code 

Dienstonderbreking 

bereik 

RL 

Begindatum 

Einddatum 

097  

Volledige loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof  

P  

2  

01 -0 9 - 1998  

onbepaald  

122  

Halftijdse loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof  

O  

1 en 12  

0 1 -0 9 - 1998  

onbepaald  

154  

Gedeeltelijke loopbaanonderbreking met 1/5 de voor ouderschapsverlof  

O  

1 en 12  

0 1 -09- 2011  

onbepaald  

P = persoonsgebonden

O = opdrachtgebonden

Een afschrift van het formulier C62 van de RVA zendt u elektronisch naar het volgende e-mailadres:

documenten.onderwijspersoneel@ond.vlaanderen.be

Daarnaast is het ook mogelijk om een kopie van het formulier C62 via de post naar het Agentschap voor Onderwijsdiensten en/of het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen te zenden naar het volgend adres:

Koning Albert II-laan 15

1210 Brussel

Het personeelslid kan het formulier C62 terugvinden in zijn elektronisch dossier op de website van de RVA.

De verantwoordingsstukken bij de aanvraagformulieren bij een loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof blijven ter beschikking in de school en moet u dus niet naar het Agentschap voor Onderwijsdiensten en/of het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen verzenden.

Indien er zich later wijzigingen (bv. type, volume, duur…) in de loopbaanonderbreking voordoen, deelt u die onmiddellijk mee aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten en/of het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen.

15.5.2. Mogelijke weigering van de loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof door de onderwijsadministratie

Hoewel de onderwijsadministratie niet tussenkomt in de aanvraagprocedure, zal ze toch het verlof voor loopbaanonderbreking weigeren indien bij de behandeling van het dossier wordt vastgesteld dat de loopbaanonderbreking door de inrichtende macht/de Vlaamse Regering toegekend werd en door de R.V.A. aanvaard werd, met miskenning van de voorwaarden en basisprincipes die ter zake tot de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap behoren.

In voorkomend geval zal de weigering onmiddellijk schriftelijk en gemotiveerd meegedeeld worden aan:

- het betrokken personeelslid;

- de betrokken inrichtende macht(en)/de Vlaamse Regering;

- de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.

16. Bijlage