De ambten, de prestatieregeling, de bezoldiging en de aanwending van de omkaderingsgewichten in de centra voor leerlingenbegeleiding

  • referentie
    CLB/2018/01
  • publicatiedatum
    16/05/2018
  • datum laatste wijziging
    16/05/2018
  • wettelijke basis
    Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de vastlegging en indeling van de ambten, de prestatieregeling, de vaststelling van het recht op een salaris en de aanwending van de omkaderingsgewichten in een centrum voor leerlingenbegeleiding
  • contact
  • Deze omzendbrief geeft een overzicht van de ambten en bijhorende prestatieregeling voor de centra voor leerlingenbegeleiding.
  • De prestatieregeling vormt ook de basis voor de vaststelling van het salaris van een personeelslid.
  • Aan elk ambt is een specifiek omkaderingsgewicht verbonden. In deze omzendbrief vindt u hoe u de omkaderingsgewichten kunt aanwenden.
  • De maatregelen in deze omzendbrief worden meegedeeld onder voorbehoud van de definitieve goedkeuring van de regelgeving door de Vlaamse Regering.

1. Inleiding

Het nieuwe decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding leidt op 1 september 2018 tot een aantal aanpassingen in de ambtenstructuur van een centrum voor leerlingenbegeleiding.

Het ambt van directeur wordt vanaf nu ondergebracht in de personeelscategorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel (net als in andere onderwijsniveaus). In deze categorie wordt ook een nieuw selectieambt van coördinator ingevoegd.

De ambten van medewerker en administratief werker worden omgevormd tot een nieuw ambt van administratief medewerker en ondergebracht in de personeelscategorie van het ondersteunend personeel.

De andere ambten blijven behoren tot het technisch personeel.

De prestatieregeling blijft ongewijzigd (36 klokuren voor een voltijdse aanstelling), maar vormt vanaf 1 september 2018 ook de basis voor de vaststelling van het salaris van het personeelslid.

Betrekkingen – ingericht op basis van de toegekende omkaderingsgewichten - worden niet langer uitgedrukt in een percentage maar in een opdrachtbreuk met noemer 36.

In deze omzendbrief vindt u informatie over:

  • de ambten en personeelscategorieën die van kracht zijn in een centrum voor leerlingenbegeleiding (punt 3);
  • het omkaderingsgewicht per ambt (punt 4);
  • de prestatieregeling per ambt (punt 5);
  • de vaststelling van het recht op een salaris (punt 6).

2. Toepassingsgebied

De bepalingen van deze omzendbrief gelden voor elk vastbenoemd en tijdelijk personeelslid dat u in dienst houdt of aanstelt in een door de Vlaamse overheid gefinancierde of gesubsidieerde betrekking.

3. De ambten in een centrum voor leerlingenbegeleiding

3.1. De indeling van de ambten

De ambten die u in een centrum kan organiseren worden ingedeeld in drie personeelscategorieën:

  • het bestuurs- en onderwijzend personeel;
  • het ondersteunend personeel;
  • het technisch personeel.

3.1.1. Het bestuurs- en onderwijzend personeel

De personeelscategorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel omvat:

  • het selectieambt van coördinator;
  • het bevorderingsambt van directeur.

3.1.2. Het ondersteunend personeel

De personeelscategorie van het ondersteunend personeel omvat:

  • het wervingsambt van administratief medewerker.

3.1.3. Het technisch personeel

De personeelscategorie van het technisch personeel omvat de volgende wervingsambten:

  • arts;
  • consulent;
  • psycho-pedagogisch consulent;
  • maatschappelijk werker;
  • paramedisch werker;
  • psycho-pedagogisch werker;
  • intercultureel bemiddelaar;
  • ervaringsdeskundige.

3.2. Oprichten van een betrekking

3.2.1. Algemeen

Elk CLB heeft jaarlijks recht op een aantal omkaderingsgewichten.

Deze omkaderingsgewichten zijn bedoeld voor de instandhouding en/of oprichting van betrekkingen in ambten van:

-het bestuurs- en onderwijzend personeel;

-het ondersteunend personeel;

-het technisch personeel.

Een CLB is m.i.v. 1 september 2018 niet meer verplicht om met haar omkaderingsgewichten een bepaalde minimale personeelsformatie te organiseren.

Vanaf 1 september 2018 geldt wel de verplichting om met de toegekende omkaderingsgewichten per centrum steeds 1 voltijdse betrekking van directeur te organiseren en in stand te houden.

Daarnaast moet een centrum de resterende toegekende omkaderingsgewichten elk schooljaar aanwenden om op 1 september opnieuw betrekkingen toe te wijzen aan haar vastbenoemde personeelsleden.

Als er daarna nog omkaderingsgewichten over zijn, heeft een centrum de vrijheid om daarmee betrekkingen in te richten in een of meer ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel, met uitzondering van het ambt van directeur, het ondersteunend personeel en het technisch personeel.

De omkaderingsgewichten moeten dus elk schooljaar in volgende volgorde worden aangewend:

1° instandhouding van een voltijdse betrekking van directeur;

2° instandhouding van de betrekkingen van de vastbenoemde personeelsleden;

3° keuze om een of meer betrekkingen in te richten in een of meer ambten van het technisch personeel, het ondersteunend personeel en het bestuurs- en onderwijzend personeel, met uitzondering van het ambt van directeur.

Hoeveel omkaderingsgewichten elk ambt “kost”, vindt u in punt 4.

3.2.2. Het selectieambt van coördinator

Vanaf 1 september 2018 wordt een nieuw selectieambt geïntroduceerd in de centra voor leerlingenbegeleiding: het selectieambt van coördinator.

Dit selectieambt van coördinator kan vanaf 1 september 2018 georganiseerd worden via vrije ruimte in de omkaderingsgewichten van een centrum.

Dit ambt moet steeds ingericht worden voor een halftijdse betrekking of voor een voltijdse betrekking.

Het ambt van coördinator kan georganiseerd worden op verschillende niveaus. Deze niveaus hangen samen met het niveau van het bekwaamheidsbewijs van de titularis van de betrekking. Elk niveau geeft recht op een bepaalde salarisschaal en er is ook een bepaald omkaderingsgewicht aan verbonden (zie punt 4).

Het ambt kan op volgende niveaus ingericht worden:

  • Bekwaamheidsbewijs niveau arts-specialist (salarisschaal 511)
  • Bekwaamheidsbewijs niveau tenminste master (salarisschaal 540)
  • Bekwaamheidsbewijs niveau tenminste bachelor (salarisschaal 413)

Een personeelslid kan, als hij daar expliciet mee instemt, onder zijn hoogste diplomaniveau worden aangesteld. Dit betekent wel dat het personeelslid dan ook zal worden bezoldigd op basis van de (lagere) salarisschaal verbonden aan het desbetreffende niveau.

Daarnaast kan het ambt van coördinator ook nog uitgeoefend worden door een personeelslid met een bekwaamheidsbewijs van het niveau tenminste secundair onderwijs op voorwaarde dat dit personeelslid een overgangsmaatregel heeft voor een aanstelling in dit ambt. Meer informatie hierover vindt u in de omzendbrief “Actualisering bekwaamheidsbewijzen centra leerlingenbegeleiding (CLB/2007/01 van 05/09/2007)”.

3.2.3. Het wervingsambt van administratief medewerker

De ambten van medewerker en administratief werker (administratief personeel) worden op 1 september 2018 omgevormd tot een nieuw ambt van administratief medewerker (ondersteunend personeel). Dit gebeurt via een ambtshalve concordantie op 1 september 2018 die de verworven rechten vrijwaart van de vastbenoemde personeelsleden en onder bepaalde voorwaarden ook van tijdelijke personeelsleden. Meer informatie hierover vindt u in de omzendbrief “Actualisering bekwaamheidsbewijzen centra leerlingenbegeleiding (CLB/2007/01 van 05/09/2007)”.

Het ambt van administratief medewerker kan georganiseerd worden op verschillende niveaus. Deze niveaus hangen samen met het niveau van bekwaamheidsbewijs van de titularis van de betrekking. Elk niveau geeft recht op een bepaalde salarisschaal en er is ook een bepaald omkaderingsgewicht verbonden (zie punt 4).

Het ambt kan op volgende niveaus ingericht worden:

  • Bekwaamheidsbewijs niveau tenminste master (salarisschaal 542)
  • Bekwaamheidsbewijs niveau tenminste bachelor (salarisschaal 333)
  • Bekwaamheidsbewijs niveau tenminste hoger secundair onderwijs (salarisschaal 202)

Een personeelslid kan, als hij daar expliciet mee instemt, onder zijn hoogste diplomaniveau worden aangesteld. Dit betekent wel dat het personeelslid dan ook zal worden bezoldigd op basis van de (lagere) salarisschaal verbonden aan het desbetreffende niveau.

4. Aanwending omkaderingsgewicht per ambt

4.1. Oprichting van een betrekking

Elke betrekking in een ambt “kost” een aantal omkaderingsgewichten.

Elk ambt heeft een specifiek omkaderingsgewicht, met uitzondering van het ambt van coördinator en administratief medewerker.

Het omkaderingsgewicht voor het ambt van coördinator of administratief medewerker is afhankelijk van de salarisschaal die aan de titularis van de betrekking wordt toegekend.

Met de omkaderingsgewichten kunnen zowel voltijdse als deeltijdse betrekkingen worden ingericht.

Voor een voltijdse betrekking (36 klokuren) gelden volgende omkaderingsgewichten.

 

A mbt 

 

 

O mkaderingsgewicht 

directeur 

1,6 

arts 

1,6 

coördinator met salarisschaal 511 

1,6 

coördinator met salarisschaal 540 

1,4 

coördinator met salarisschaal 413 

1,1 

coördinator met salarisschaal 202 + 268* 

0,9 

consulent 

1,3 

psycho-pedagogisch consulent 

1,3 

administratief medewerker met salarisschaal 200 of 202 

0,7 

administratief medewerker met salarisschaal 333 

administratief medewerker met salarisschaal 542 

1,2 

maatschappelijk werker 

paramedisch werker 

psycho-pedagogisch werker 

intercultureel bemiddelaar 

0,7 

ervaringsdeskundige 

0,5 

*: zie punt 3.2.2 laatste lid

Een deeltijdse betrekking kan worden georganiseerd vanaf 1/36 en dit steeds per volledig klokuur.

Het omkaderingsgewicht van een deeltijdse betrekking wordt berekend door het omkaderingsgewicht (OG) van een voltijdse betrekking in het ambt te delen door 36 en dat resultaat vervolgens te vermenigvuldigen met het aantal klokuren van de deeltijdse betrekking.

Hierbij gebruikt u volgende formule: OG = (OG voltijdse betrekking/36) * aantal klokuren.

Het resultaat van de berekening wordt afgerond tot op twee decimalen.

Voorbeelden

Een betrekking van 18/36 consulent

(1,3/36)*18 = 0,65 omkaderingsgewicht

Een betrekking van 26/36 maatschappelijk werker

(1/36)*26 = 0,72 omkaderingsgewicht

Een betrekking van 29/36 administratief medewerker met salarisschaal 202

(0,7/36)*29 = 0,56 omkaderingsgewicht

Opgelet : het selectieambt van coördinator moet steeds per voltijdse betrekking of halftijdse betrekking worden ingericht. De voltijdse betrekking kan ingevuld worden door een personeelslid met een voltijdse opdracht of door twee personeelsleden die elk met een halftijdse opdracht zijn belast.

4.2. Wat gebeurt er als de titularis van een betrekking in het ambt van administratief medewerker of van coördinator een bijkomend hoger diploma heeft of behaalt?

Het selectieambt van coördinator en het wervingsambt van administratief medewerker kunnen op verschillende niveaus worden georganiseerd (zie punt 3.2.2 en 3.2.3).

In deze ambten kan een personeelslid ook onder zijn hoogste niveau van bekwaamheidsbewijs aangesteld worden, op voorwaarde hij daarmee instemt.

Als een personeelslid na de tijdelijke aanstelling of vaste benoeming in een betrekking van administratief medewerker of coördinator een bijkomend bekwaamheidsbewijs haalt (of dit reeds heeft), heeft dit in principe geen impact op het omkaderingsgewicht van de betrekking.

Het omkaderingsgewicht van een vacante betrekking in het ambt van administratief medewerker of coördinator wordt in eerste instantie immers bepaald door het omkaderingsgewicht die het CLB er bij de oprichting aan toekent.

Het centrumbestuur kan eventueel rekening houden met het bijkomende bekwaamheidsbewijs, maar is daartoe niet verplicht. Dit kan immers betekenen dat het omkaderingsgewicht van de betrekking moet aangepast worden.

Hierna vindt u de principes die u kan hanteren als een personeelslid al een aanstelling heeft in een betrekking in het ambt van coördinator of van administratief medewerker en daarna een bijkomend ‘hoger’ bekwaamheidsbewijs behaalt.

4.2.1. Het personeelslid is tijdelijk aangesteld voor bepaalde duur in het ambt van administratief medewerker

Als een personeelslid dat tijdelijk is aangesteld voor bepaalde duur (TABD) een nieuw en ‘hoger’ bekwaamheidsbewijs behaalt (of reeds heeft), dan heeft dit op het ogenblik van een nieuwe tijdelijke aanstelling in een betrekking van administratief medewerker - zelfs als het om een aanstelling in dezelfde betrekking gaat - geen impact. Het personeelslid kan immers aangesteld blijven onder het niveau van zijn nieuwe bekwaamheidsbewijs, voor zover hij daarmee instemt.

Het centrumbestuur kan ook rekening houden met het nieuwe hoogste diplomaniveau van het personeelslid door het personeelslid een nieuwe aanstelling te geven in een betrekking met een omkaderingsgewicht die overeenstemt met het nieuwe diplomaniveau of door het omkaderingsgewicht van de betrekking waarin het personeelslid is aangesteld te verhogen. Het personeelslid heeft dan recht op de salarisschaal verbonden aan zijn ‘nieuwe’ niveau van bekwaamheidsbewijs.

Voorbeeld

Een personeelslid is aangesteld op basis van een diploma secundair onderwijs in een betrekking van administratief medewerker (ten minste HSO – 0,7 OG – ssc 202).

Dit personeelslid behaalt een diploma van bachelor op 30 juni.

Het personeelslid heeft gekandideerd voor een betrekking van administratief medewerker. Zijn kandidatuur geldt t.a.v. elke betrekking waarvoor het personeelslid een vereist bekwaamheidsbewijs heeft (zowel tenminste HSO als ten minste bachelor).

Situatie 1

Het volgende schooljaar biedt het centrumbestuur aan dit personeelslid een nieuwe aanstelling aan in dezelfde betrekking (tenminste HSO – 0,7 OG). Het personeelslid aanvaardt dit voorstel en wordt aangesteld op het niveau ten minste HSO en wordt bezoldigd aan salarisschaal 202.

Situatie2

Het centrumbestuur biedt aan het personeelslid een betrekking aan van ten minste bachelor (1 OG). Het personeelslid aanvaardt dit voorstel en wordt aangesteld op het niveau ten minste bachelor en wordt bezoldigd aan salarisschaal 333.

4.2.2. Het personeelslid is tijdelijk aangesteld voor doorlopende duur in het ambt van administratief medewerker

Op het ogenblik van de aanstelling voor doorlopende duur (TADD) moet het personeelslid aan een aantal decretaal bepaalde voorwaarden voldoen, waaronder eveneens in het bezit zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt in kwestie. Zolang de TADD-aanstelling loopt, moet het personeelslid dus aan deze initiële voorwaarden voldoen. Het behalen van een bijkomend “hoger” bekwaamheidsbewijs heeft dan ook geen invloed op de lopende aanstelling.

Als de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur echter eindigt en het personeelslid een nieuwe aanstelling krijgt - zelfs als dit in dezelfde betrekking is - moet hij terug voldoen aan de decretale bepalingen. Het nieuwe ‘hogere’ bekwaamheidsbewijs heeft geen impact op het recht op TADD, op voorwaarde dat het personeelslid aanvaardt om opnieuw te worden aangesteld onder zijn (nieuwe) hoogste diplomaniveau.

Door zijn nieuwe ‘hogere’ bekwaamheidsbewijs heeft het personeelslid echter ook recht op een TADD in een betrekking met een omkaderingsgewicht die overeenstemt met het niveau van zijn nieuwe (hogere) bekwaamheidsbewijs.

Het personeelslid heeft dan recht op de salarisschaal verbonden aan zijn ‘nieuwe’ niveau van bekwaamheidsbewijs, maar ook het omkaderingsgewicht voor de vacante betrekking moet dan aangepast zijn aan het niveau van dat nieuwe bekwaamheidsbewijs.

Op het ogenblik dat een TADD-personeelslid zich kandidaat stelt voor vaste benoeming in een betrekking van administratief medewerker geldt het principe dat er een vaste benoeming mogelijk is in alle betrekkingen waarvoor het personeelslid een vereist bekwaamheidsbewijs heeft. Dit betekent dat het personeelslid kan worden vast benoemd op basis van zijn nieuwe ‘hogere’ bekwaamheidsbewijs, maar evenzeer kandidaat kan zijn voor een vaste benoeming onder het niveau van zijn (nieuwe) hoogste bekwaamheidsbewijs.

Voorbeeld

Een personeelslid is TADD aangesteld op basis van een diploma secundair onderwijs in een betrekking van administratief medewerker ( ten minste HSO – 0,7 OG – ssc 202).

Dit personeelslid behaalt een diploma van bachelor op 30 juni.

Het recht op TADD geldt t.a.v. elke betrekking van administratief medewerker waarvoor het personeelslid een vereist bekwaamheidsbewijs heeft (zowel tenminste HSO als ten minste bachelor).

Situatie 1

Het volgende schooljaar houdt het centrumbestuur dit personeelslid in dienst als TADD in dezelfde betrekking ( tenminste HSO – 0,7 OG). Het personeelslid aanvaardt dit en wordt verder bezoldigd aan salarisschaal 202.

Situatie2

Het centrumbestuur biedt aan het personeelslid een betrekking aan tenminste bachelor ( 1 OG). Het personeelslid aanvaardt dit voorstel en wordt TADD aangesteld op het niveau ten minste bachelor en wordt bezoldigd aan salarisschaal 333.

4.2.3. Het personeelslid is tijdelijk aangesteld in het selectieambt van coördinator

Op het ogenblik van de tijdelijke aanstelling moet het personeelslid aan een aantal decretaal bepaalde voorwaarden voldoen, waaronder eveneens in het bezit zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt in kwestie. Zolang de tijdelijke aanstelling loopt, moet het personeelslid dus aan deze initiële voorwaarden voldoen. Het behalen van een bijkomend “hoger” bekwaamheidsbewijs heeft dan ook geen invloed op de lopende aanstelling.

Als de tijdelijke aanstelling echter eindigt en het personeelslid een nieuwe tijdelijke aanstelling krijgt - zelfs als dit in dezelfde betrekking is - moet hij terug voldoen aan de decretale bepalingen. Het nieuwe ‘hogere’ bekwaamheidsbewijs heeft geen impact op voorwaarde dat het personeelslid aanvaardt om opnieuw te worden aangesteld onder zijn (nieuwe) hoogste diplomaniveau.

Door zijn nieuwe ‘hogere’ bekwaamheidsbewijs heeft het personeelslid echter ook recht op een tijdelijke aanstelling in een betrekking met een omkaderingsgewicht die overeenstemt met het niveau van zijn nieuwe (hogere) bekwaamheidsbewijs.

Het personeelslid heeft dan recht op de salarisschaal verbonden aan zijn ‘nieuwe’ niveau van bekwaamheidsbewijs, maar ook het omkaderingsgewicht voor de vacante betrekking moet dan aangepast zijn aan het niveau van dat nieuwe bekwaamheidsbewijs.

Op het ogenblik dat een personeelslid zich kandidaat stelt of in aanmerking komt voor vaste benoeming in een betrekking van coördinator geldt het principe dat er een vaste benoeming mogelijk is in alle betrekkingen waarvoor het personeelslid een vereist bekwaamheidsbewijs heeft. Dit betekent dat het personeelslid kan worden vast benoemd op basis van zijn nieuwe ‘hogere’ bekwaamheidsbewijs, maar evenzeer kandidaat kan zijn voor een vaste benoeming onder het niveau van zijn (nieuwe) hoogste bekwaamheidsbewijs.

4.2.4. Het personeelslid is vast benoemd in het ambt van coördinator of van administratief medewerker

Op het ogenblik van vaste benoeming moet een personeelslid aan een aantal decretaal vastgelegde voorwaarden voldoen, waaronder beschikken over het vereiste bekwaamheidsbewijs voor het ambt in kwestie. Bij een vaste benoeming in het ambt bepaalt het omkaderingsgewicht van de betrekking het vereiste niveau van bekwaamheidsbewijs en ook de salarisschaal van de betrekking.

Op het ogenblik van de vaste benoeming wordt het personeelslid door het centrumbestuur vast benoemd in een ambt en geaffecteerd in een betrekking.

Als het personeelslid na zijn vaste benoeming een bijkomend “hoger” bekwaamheidsbewijs behaalt, heeft dit geen effect op zijn initiële vaste benoeming. Op het ogenblik van de vaste benoeming voldeed het personeelslid immers aan alle decretale voorwaarden, en is hij dus rechtsgeldig benoemd.

Het centrumbestuur kan rekening houden met het nieuwe niveau van bekwaamheidsbewijs en het omkaderingsgewicht van het personeelslid verhogen. Het personeelslid wordt vanaf de ingangsdatum van de aanpassing betaald aan de salarisschaal die overeenkomt met het omkaderingsgewicht van de betrekking en blijft benoemd in het ambt in kwestie.

4.2.5. Vervanging van een administratief medewerker of coördinator

Als een personeelslid dat titularis is van een betrekking in het ambt van administratief medewerker of in het ambt van coördinator afwezig is en in aanmerking komt voor een door de overheid gefinancierde of gesubsidieerd vervanging, kan het centrumbestuur een vervanger in dienst nemen met hetzelfde niveau van bekwaamheidsbewijs als dat van de titularis of met een ander niveau van bekwaamheidsbewijs dan dat van de titularis.

Dit heeft geen invloed op het omkaderingsgewicht van de betrekking, maar de vervanger wordt wel bezoldigd op basis van zijn niveau van bekwaamheidsbewijs.

5. De prestatieregeling

5.1. Wervingsambten

Het aantal uren voor een voltijdse betrekking in de wervingsambten van het ondersteunend personeel en van het technisch personeel bedraagt 36 klokuren (36/36) op weekbasis.

Een deeltijdse betrekking in deze ambten kan worden uitgeoefend vanaf minstens één klokuur en altijd in gehele klokuren.

5.2. Het selectieambt van coördinator

Het selectieambt van coördinator moet steeds per voltijdse betrekking of halftijdse betrekking worden ingericht. De voltijdse betrekking kan ingevuld worden door een personeelslid met een voltijdse opdracht van 36 klokuren (36/36) op weekbasis of door twee personeelsleden die elk met een halftijdse opdracht van 18 klokuren (18/36) op weekbasis zijn belast.

Een halftijdse betrekking van 18 klokuren (18/36) wordt steeds ingevuld door 1 personeelslid.

5.3. Het bevorderingsambt van directeur

Het bevorderingsambt van directeur moet steeds per voltijdse betrekking of halftijdse betrekking worden ingericht. De voltijdse betrekking kan ingevuld worden door één personeelslid of door twee personeelsleden die elk met een halftijdse betrekking worden belast.

Voor het ambt van directeur legt de overheid geen feitelijke prestatieregeling op. Deze prestatieregeling wordt afgesproken met het centrumbestuur.

Om het salaris van de directeur te bepalen, moet voor de opdracht van de directeur - net als voor de andere personeelsleden - de administratieve noemer 36 worden gebruikt.

6. Vaststellen van het salaris

6.1. Noemer 36

Tot en met 31 augustus 2018 wordt het salaris van een personeelslid in een CLB uitgedrukt via een administratieve noemer 10.

Vanaf 1 september 2018 gebeurt de vaststelling van het salaris op basis van de prestatieregeling, d.w.z. op basis van opdrachtbreuk met noemer 36. Het personeelslid dat aangesteld is in een selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en in een wervingsambt van het ondersteunend personeel of van het technisch personeel, ontvangt vanaf dan een salaris dat wordt uitgedrukt in zesendertigsten.

6.2. Omrekenen van de opdracht van een vastbenoemd personeelslid op 1/9/2018

Omdat een vastbenoemd personeelslid geen loonverlies mag leiden door de omschakeling van de oude administratieve noemer 10 naar de nieuwe administratieve noemer 36, moet u de opdracht van een vastbenoemd personeelslid op 1 september 2018 omrekenen naar een opdracht met noemer 36 op basis van de volgendeformule: nieuwe teller = (36/10)*oude teller, waarbij het resultaat afgerond wordt tot het eerstvolgende gehele getal. Dat geeft het volgende resultaat.

Oude administratieve noemer (10) 

Nieuwe administratieve noemer (36) 

11 

15 

18 

22 

26 

29 

33 

10 

36 

De nieuwe opdrachtbreuk moet ook overeenkomen met de opdracht die het personeelslid vanaf 1 september 2018 effectief zal uitvoeren.

Deze aanpassing kan er dan ook toe leiden dat u ook het omkaderingsgewicht van een deeltijdse betrekking van een personeelslid moet aanpassen (steeds via afronding naar boven toe). Dit doet u via de principes opgenomen in punt 4.

7. Melding aan AGODI

Deze rubriek wordt zo snel mogelijk aangevuld.