Besluit van de Vlaamse Regering tot vastlegging van het pakket "uren-leraar" in het voltijds secundair onderwijs [en betreffende de aanvangsbegeleiding in (semi-)internaten en tehuizen (ing. BVR 19 juli 2019, art. 1, I: 1 september 2019)]

  • goedkeuringsdatum
    31/07/1990
  • publicatiedatum
    B.S. 20/10/1990 (pagina 20108)
  • bron

    Numac : 0
  • datum laatste wijziging
    28/08/2019

HOOFDSTUK I INLEIDING

ART. 1.

Dit besluit is van toepassing op het door de Vlaamse Gemeenschap ingericht voltijds secundair on-derwijs en op het door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerd voltijds secundair onderwijs.

Het is niet van toepassing op het buitengewoon secundair onderwijs.

HOOFDSTUK II ALLE [SCHOLEN (verv. BVR 7 september 2012, art. 1)] BEHOUDENS DEZE VOOR ZEEVISSERIJ- ONDERWIJS [... (geschr. BVR 9 oktober 2009)]

ART. 2.

Vanaf 1 september 1990 wordt aan elke school een aantal wekelijkse uren-leraar toegekend.

ART. 3.

Het aantal wekelijkse uren-leraar is opgebouwd uit:
1° een aantal uren-leraar voor het onderwijzen van vakken zonder rekening te houden met de vakken godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie;
2° een aantal uren-leraar uitsluitend voorbehouden voor het onderwijzen van de vakken godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie. Deze bepaling is niet van toepassing op :
a) het derde leerjaar van de derde graad van het algemeen en het kunstsecundair onderwijs, aangeduid als voorbereidend jaar op het hoger onderwijs;
b) de Se-n-Se van de derde graad van het technisch en het kunstsecundair onderwijs;
c) de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs;
d) de optie verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs.

ART. 4.

§ 1. Het aantal uren-leraar, bedoeld in artikel 3, 1°, wordt vastgesteld op basis van een aantal wekelijkse uren-leraar per leerling, dat afzonderlijk wordt berekend voor:
a) het eerste leerjaar A en het tweede leerjaar in de eerste graad;
b) het eerste leerjaar B en het beroepsvoorbereidend leerjaar;
c) het onthaaljaar;
d) de tweede en de derde graad van het algemeen secundair onderwijs;
e) de tweede en de derde graad van het technisch secundair onderwijs, met dien verstande dat een onderscheid wordt gemaakt tussen de volgende groepen van disciplines:
1° administratie en distributie, sport;
2° chemie, industriële technieken, land- en tuinbouw, paramedische opleidingen, personenzorg, voeding;
3° hotel, kleding en confectie;
4° elektriciteit;
5° decoratieve technieken, grafische technieken;
6° optiek, orthopedische technieken, tandtechnieken, verzorgingstechnieken, maatschappelijke veiligheid;
7° hout en bouw, metaal, Rijn- en binnenvaart, textiel;
8° glastechnieken;
f) de tweede, de derde en de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs met dien verstande dat een onderscheid wordt gemaakt tussen de volgende groepen van disciplines:
1° administratie en distributie;
2° land- en tuinbouw, personenzorg, maatschappelijke veiligheid;
3° decoratieve technieken, elektriciteit, hotel;
4° kleding en confectie, verzorgingstechnieken;
5° grafische technieken,;
6° glasbewerking, goud-juwelen, hout en bouw, marmerbewerking, metaal, Rijn- en binnenvaart, textiel;
7° vrachtwagenchauffeur;
8° verpleegkunde;
g) de tweede en de derde graad van het kunstsecundair onderwijs, met dien verstande dat een onderscheid wordt gemaakt tussen de volgende groepen van disciplines:
1° beeldende kunst;
2° woord;
3° dans;
4° muziek.

§ 2. Het aantal uren-leerling per leerling wordt voor de onderscheiden rubrieken van § 1, vastgesteld als volgt:
1. voor de leerjaren bedoeld in § 1, a):
- op de schijf van 1 tot en met 25 leerlingen: 2,25.
- op de schijf van 26 tot en met 50 leerlingen: 1,95;
- op de schijf van 51 tot en met 100 leerlingen: 1,80;
- vanaf de 101ste leerling: 1,60;

2. voor de leerlingen bedoeld in § 1, b):
- op de schijf van 1 tot en met 25 leerlingen: 3,05.
- op de schijf van 26 tot en met 50 leerlingen: 2,75;
- op de schijf van 51 tot en met 100 leerlingen: 2,60
- vanaf de 101ste leerling: 2,45;

3. voor het jaar bedoeld in § 1, c):
- op de schijf van 1 tot en met 25 leerlingen: 2,25
- op de schijf van 26 tot en met 50 leerlingen: 1,95
- op de schijf van 51 tot en met 100 leerlingen: 1,80
- vanaf de 101e leerling: 1,60;

4. voor de leerjaren bedoeld in § 1, d), afzonderlijk toegepast enerzijds op de leerlingen van de tweede graad, anderzijds op de leerlingen van de derde graad:
- op de schijf van 1 tot en met 25 leerlingen: 1,90;
- op de schijf van 26 tot en met 50 leerlingen: 1,70;
- op de schijf van 51 tot en met 100 leerlingen: 1,60;
- vanaf de 101ste leerling: 1,45;

5. voor de leerlingen bedoeld in § 1, e), afzonderlijk toegepast enerzijds op de leerlingen van de tweede graad, anderzijds op de leerlingen van de derde graad:
- groep 1°: 2,05;
- groep 2°: 2,15;
- groep 3°: 2,25;
- groep 4°: 2,35;
- groep 5°: 2,45;
- groep 6°: 2,55;
- groep 7°: 2,65;
- groep 8°: 2,75;

Een verhoging wordt evenwel toegekend voor het totaal van de leerlingen van de groepen 1° tot en met 8°, afzonderlijk toegepast enerzijds op de tweede graad, anderzijds op de derde graad met inbegrip van het derde leerjaar in de derde graad ingericht onder vorm van een specialisatiejaar:
- op de schijf van 1 tot en met 25 leerlingen: 0,50;
- op de schijf van 26 tot en met 75 leerlingen: 0,30;
- op de schijf van 76 tot en met 150 leerlingen: 0,10;
- vanaf de 151e leerling: 0,00;

6. voor de leerjaren bedoeld in § 1, f), afzonderlijk toegepast op de leerlingen van de tweede graad, op de leerlingen van de derde graad, op de leerlingen van de vierde graad en op de leerlingen van het hoger beroepsonderwijs:
- groep 1°: 2,45;
- groep 2°: 2,55;
- groep 3°: 2,65;
- groep 4°: 2,75;
- groep 5°: 2,85;
- groep 6°: 3,05;
- groep 7°: 3,70;
- groep 8°: 3,80;

Een verhoging wordt evenwel toegekend voor het totaal van de leerlingen van de groepen 1° tot en met 6°, afzonderlijk toegepast enerzijds op de tweede graad, anderzijds op de derde graad en op de leerlingen van de vierde graad:
- op de schijf van 1 tot en met 25 leerlingen: 0,60.
- op de schijf van 26 tot en met 75 leerlingen: 0,30;
- op de schijf van 76 tot en met 150 leerlingen: 0,15;
- vanaf de 151e leerling: 0,00;

7. voor de leerjaren bedoeld in § 1, g):
- groep 1°: 2,70;
- groep 2°: 2,70;
- groep 3°: 2,70;
- groep 4°: 2,70;
Een volgende verhoging wordt evenwel voor de desbetreffende graad toegekend:
a) voor de scholen die buiten het kunstsecundair onderwijs nog andere onderwijsvormen aanbieden in de tweede graad:
- op de schijf van 1 tot en met 25 leerlingen: 0,50.
- op de schijf van 26 tot en met 75 leerlingen: 0,30;
- op de schijf van 76 tot en met 150 leerlingen: 0,10;
- vanaf de 151e leerling: 0,00;
b) voor de scholen die buiten het kunstsecundair onderwijs nog andere onderwijsvormen aanbieden in de derde graad:
- op de schijf van 1 tot en met 25 leerlingen: 0,50.
- op de schijf van 26 tot en met 75 leerlingen: 0,30;
- op de schijf van 76 tot en met 150 leerlingen: 0,10;
- vanaf de 151e leerling: 0,00;
c) voor de scholen die buiten het kunstsecundair onderwijs geen andere onderwijsvormen aanbieden in de tweede graad:
- groep 1°: 0,20;
- groep 2°: 1,20;
- groep 3°: 1,20;
- groep 4°: 2,20;
d) voor de scholen die buiten het kunstsecundair onderwijs geen andere onderwijsvormen aanbieden in de derde graad:
- groep 1°: 0,20;
- groep 2°: 1,20;
- groep 3°: 1,20;
- groep 4°: 2,20;
In afwijking op wat voorafgaat en ongeacht het feit of de school in de desbetreffende graad al dan niet andere onderwijsvormen aanbiedt buiten het kunstsecundair onderwijs, bedraagt de verhoging per leerling van de structuuronderdelen muziek en bijzondere muzikale vorming van de discipline muziek van groep 4° steeds 2,20 urenleraar.

8. voor de scholen die hetzij het Nederlands als onderwijstaal hebben, gelegen zijn in het administratief arrondissement Brussel-hoofdstad èn behoren tot een scholengemeenschap, hetzij gevestigd zijn in de gemeenten waarvan de bevolkingsdichtheid lager is dan 125 inwoners per km2, worden de coëfficiënten, bedoeld in 4 en de coëfficiënten van de groepen, bedoeld in 5, 6 en 7, verhoogd met:
1° 0,10: voor de eerste graad;
2° 0,20: voor de tweede, de derde en de vierde graad en het hoger beroepsonderwijs.

Deze verhoogde leerlingencoëfficiënt blijft behouden gedurende een periode van 4 schooljaren nadat de norm van 125 inwoners per km2 werd overschreden.

§ 3. De coëfficiënten, bedoeld in § 2, worden vermenigvuldigd met het respectievelijk aantal regelmatige leerlingen op de decretaal bepaalde teldatum of teldata van het voorafgaande schooljaar.

§ 4. Voor de nieuw opgerichte of in opbouw zijnde scholen, waar niet naar een voorafgaand schooljaar kan worden gerefereerd, dienen de coëfficinten, bedoeld in § 2, te worden vermenigvuldigd met het respectieve aantal regelmatige leerlingen op 1 oktober van het betrokken schooljaar. Het daaropvolgend schooljaar worden de beschikkingen van § 3 van toepassing.

Onder "in opbouw zijnde scholen" wordt verstaan scholen die tijdens opeenvolgende schooljaren hun onderwijsaanbod geleidelijk uitbreiden, leerjaar na leerjaar, te beginnen met het eerste leerjaar van de eerste graad.

Voor de scholen die op 1 februari van een bepaald schooljaar niet de rationalisatienorm bereiken, bedoeld in de codificatie betreffende het secundair onderwijs en bijgevolg verplicht zijn over te gaan tot opheffing, wordt de tellingsdatum vastgesteld op 1 oktober van dat schooljaar waarin deze opheffing een aanvang neemt.

§ 4bis. Als een school ingevolge het niet-bereiken van de rationalisatienorm overgaat tot afbouw, wordt de coëfficiëntenregeling vervangen door een pakket wekelijkse uren-leraar dat wordt toegekend voor de volledige duur van het schooljaar en dat wordt vastgesteld en toegekend door de Vlaamse Regering, op voorstel van de betrokken schoolbestuur. Die maatregel is bedoeld om de school toe te laten tijdens de afbouw de afwerking van de goedgekeurde leerplannen te realiseren.

§ 5. Voor de scholen welke onder toepassing vallen van artikel 190 of artikel 191 van de codificatie betreffende het secundair onderwijs alsmede voor de scholen gevestigd in de gemeenten waarvan de bevolkingsdichtheid gelegen is tussen de 125 en de 250 inwoners per km² en voor de scholen waarvan meer dan 75 % van de regelmatige leerlingen in internaat verblijven, wordt de coëfficiëntenregeling, bedoeld in § 2, vervangen door de regeling vermeld in bijlage 1, mits voldaan wordt aan de voorwaarden bepaald in § 7bis.

§ 6. Voor de scholen die onder toepassing vallen artikel 192 van de codificatie betreffende het secundair onderwijs voor de scholen met het Nederlands als onderwijstaal, die gelegen zijn in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en voor de scholen gevestigd in de gemeenten waarvan de bevolkingsdichtheid lager is dan 125 inwoners per km², wordt de coëfficientenregeling, bedoeld in § 2, vervangen door de regeling vermeld in bijlage 2, mits voldaan wordt aan de voorwaarden bepaald in § 7bis.

§ 7. Voor de scholen die onder toepassing vallen van het artikel 193, artikel 194 en artikel 197 van de codificatie betreffende het secundair onderwijs wordt de coëfficientenregeling, bedoeld in § 2, vervangen door de regeling vermeld in bijlage 3, mits voldaan wordt aan de voorwaarden bepaald in § 7bis.

§ 7bis. Voor toepassing van de regeling vermeld in de bijlage 1, 2 of 3, naargelang het geval, komen uitsluitend de scholen in aanmerking waarvoor:
1° het resultaat van genoemde regeling voordeliger is dan het resultaat van de berekening via de coëfficientenregeling;
2° de verhouding tussen MP en Y groter is dan of gelijk aan 15,00 %, oftewel
MP/Y = 15,00/100
waarbij
MP = het aantal uren-leraar waar de school recht op heeft ingevolge de in artikel 4, §§ 5 tot en met 7bis en de bijlagen 1, 2 en 3 bedoelde regeling.
Y = het aantal uren-leraar aan 100 %. Het uiteindelijk aantal uren-leraar waar de school recht op heeft met coëfficiëntenberekening en met de in artikel 4, §§ 5 tot en met 7bis en de bijlagen 1, 2 en 3 bedoelde regeling.
3° de verhouding tussen CF en MP kleiner is dan of gelijk is aan 85,00 % oftewel
CF/MP = 85,00/100
waarbij
CF = het aantal uren-leraar toegekend door de coëfficientenregeling, zonder rekening te houden met het percentage bedoeld in artikel 13 toegepast op die structuuronderdelen die voor de in artikel 4, §§ 5 tot en met 7bis en de bijlagen 1, 2 en 3 bedoelde regeling in aanmerking komen
MP = het aantal uren-leraar waar de school recht op heeft ingevolge de in artikel 4, §§ 5 tot en met 7bis en de bijlagen 1, 2 en 3 bedoelde regeling;
4° ....

§ 7ter. Voor de toepassing van de bepalingen van de § § 5 tot en met 7bis worden de vierde graad en het hoger beroepsonderwijs niet in aanmerking genomen.

§ 7quater. Ongeacht het beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in § 7bis, kan met ingang van het schooljaar 1998-1999 hetzij de som van de respectieve aantallen wekelijkse uren-leraar toegekend in de vorm van minimumpakketten zoals bedoeld in de §§ 5, 6 en 7 aan de scholen die tot een scholengemeenschap behoren, hetzij het aantal wekelijkse uren-leraar toegekend in diezelfde vorm aan een school die niet tot een scholengemeenschap behoort, nooit hoger liggen dan het aantal eventueel toegekend voor het schooljaar 1997-1998, indien deze verhoging het gevolg is van een herstructurering of wijziging in het onderwijsaanbod van één of meer van de betrokken scholen, die ten vroegste ingaat vanaf 1 september 1998.

§ 8. Voor wat betreft het ASO worden als disciplines onderscheiden:
1° klassieke;
2° moderne.

§ 9. Bijlage 4 van dit besluit worden de structuuronderdelen weergegeven die worden gerangschikt onder de disciplines, bedoeld in de §§ 1 en 8 enerzijds en in de bijlagen 1 tot en met 3 van dit besluit anderzijds.

ART. 4bis.

Voor de structuuronderdelen van het algemeen en het technisch secundair onderwijs met in de benaming de component topsport gelden de volgende bepalingen:
1° bij de toepassing van artikel 4 worden de leerlingen waaraan een topsportstatuut A is toegekend overeenkomstig het topsportconvenant dat is afgesloten tussen de onderwijs- en de sportsector, niet in aanmerking genomen; voor elke desbetreffende regelmatige leerling wordt daarentegen aan de school 2,9 uren-leraar toegekend;
2° behoudens indien het leerlingen betreft waarvoor toepassing wordt gemaakt van het in 3° gestelde, worden bij de toepassing van artikel 4 de leerlingen waaraan een topsportstatuut B is toegekend overeenkomstig hetzelfde topsportconvenant, wel in aanmerking genomen. In voorkomend geval worden, wat de schijven betreft bedoeld in artikel 4, § 2, punt 4 respectievelijk punt 5, deze leerlingen geteld in de schijf met de hoogste coëfficiënt; bij overschrijding van deze schijf met uitsluitend dergelijke leerlingen, worden ze geteld in de onmiddellijk daaropvolgende schijf, en zo verder;
3° de vaststelling van het aantal uren-leraar op basis van het in 1° en 2° gestelde, wordt vervangen door de toekenning aan de school van een forfaitair pakket van 20 uren-leraar per leerjaar in maximum één van beide onderwijsvormen voor zover voordeliger dan het resultaat met de coëfficientenberekening.

ART. 4ter.

In afwijking van artikel 4 wordt aan het Koninklijk Technisch Atheneum Zwijndrecht een pakket van 520 uren-leraar toegekend voor zover deze school een zesjarige onderwijsstructuur heeft. De bevoegde inspectie van het departement onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap evalueert jaarlijks de aanwending en opportuniteit van dit pakket uren-leraar met het oog op eventuele bijsturing.

ART. 5.

§ 1. Voor de vaststelling van de verhoging of de vermindering van het pakket uren-leraar, vermeld in artikel 209/1 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, gelden de volgende gezamenlijke parameters voor het schooljaar 2019-2020:
1° minimale relatieve stijging respectievelijk daling van het aantal leerlingen in het eerste leerjaar van de eerste graad in de onderwijszone op 1 oktober 2019 ten opzichte van 1 februari 2019: 2,63 %;
2° minimale absolute stijging respectievelijk daling van het aantal leerlingen in het eerste leerjaar van de eerste graad in de onderwijszone op 1 oktober 2019 ten opzichte van 1 februari 2019: niet bepaald;
3° minimale relatieve stijging respectievelijk daling van het aantal leerlingen in het eerste leerjaar van de eerste graad in de scholengemeenschap op 1 oktober 2019 ten opzichte van 1 februari 2019: 2,63 %;
4° minimale absolute stijging respectievelijk daling van het aantal leerlingen in het eerste leerjaar van de eerste graad in de scholengemeenschap op 1 oktober 2019 ten opzichte van 1 februari 2019: 12 vermenigvuldigd met het aantal scholen met een eerste leerjaar van de eerste graad;
5° minimale relatieve stijging respectievelijk daling van het aantal leerlingen in het eerste leerjaar van de eerste graad in de school op 1 oktober 2019 ten opzichte van 1 februari 2019: 2,63 %;
6° minimale absolute stijging respectievelijk daling van het aantal leerlingen in het eerste leerjaar van de eerste graad in de school op 1 oktober 2019 ten opzichte van 1 februari 2019: 12;
7° minimale relatieve stijging respectievelijk daling van het aantal leerlingen in de school op 1 oktober 2019 ten opzichte van 1 februari 2019: 1,77 %.

§ 2. De berekening, vermeld in paragraaf 1, gebeurt op basis van volgende leerlingencoëfficiënten:
1° voor het eerste leerjaar A: 1,6 uren-leraar
2° voor het eerste leerjaar B: 2,45 uren-leraar.

ART. 6.

§ 1. Het aantal uren-leraar, bedoeld in artikel 3, 2°, wordt vastgesteld per afzonderlijk leerjaar en onderwezen leerplan op basis van volgende splitsingsnormen:
1° in het eerste leerjaar A en het tweede leerjaar in de eerste graad:
- 26 leerlingen voor 2 klassen;
- 51 leerlingen voor 3 klassen;
- 76 leerlingen voor 4 klassen;
- enz. per volledige schijf van 25 leerlingen;
2° in het eerste leerjaar B:
- 16 leerlingen voor 2 klassen;
- 31 leerlingen voor 3 klassen;
- 46 leerlingen voor 4 klassen;
- enz. per volledige schijf van 15 leerlingen;
3° in het beroepsvoorbereidend leerjaar:
- 18 leerlingen voor 2 klassen;
- 35 leerlingen voor 3 klassen;
- 52 leerlingen voor 4 klassen;
- enz. per volledige schijf van 17 leerlingen;
4° in de tweede en de derde graad:
- 28 leerlingen voor 2 klassen;
- 55 leerlingen voor 3 klassen;
- 82 leerlingen voor 4 klassen;
- enz. per volledige schijf van 27 leerlingen.

§ 2. Voor het bepalen per afzonderlijk leerjaar en onderwezen leerplan van het aantal klassen godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie in de scholen van het Gemeenschapsonderwijs alsmede in de scholen van het gesubsidieerd officieel en vrij niet-confessioneel onderwijs, geldt de volgende regeling voor de minst gevolgde vakken:
- 10 leerlingen voor 2 klassen;
- 21 leerlingen voor 3 klassen;
- 28 leerlingen voor 4 klassen;
- enz. per volledige schijf van 7 leerlingen.

Het aantal klassen van de minst gevolgde vakken mag het aantal klassen van het meest gevolgde vak nooit overschrijden.

§ 2bis. De leerlingen van het onthaaljaar die niet voor de meest gevolgde cursus godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing of eigen cultuur en religie hebben gekozen, worden in aanmerking genomen:
- voor de toepassing van het in § 1, 1° gestelde: indien in de school geen eerste leerjaar B maar wel een eerste leerjaar A wordt ingericht,
- voor de toepassing van het in § 1, 2° gestelde indien in de school een eerste leerjaar B wordt ingericht,
- voor de toepassing van het in § 1, 4° gestelde, toegespitst op het eerste leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs: indien in de school geen eerste leerjaar A en B maar wel een eerste leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs wordt ingericht;
- voor de toepassing van het in § 1, 4° gestelde, toegespitst op het eerste leerjaar van de tweede graad van het algemeen, technisch of kunstsecundair onderwijs: indien in de school geen eerste leerjaar A en B en geen eerste leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs wordt ingericht maar wel een eerste leerjaar van de tweede graad van het algemeen, technisch of kunstsecundair onderwijs.

§ 3. Voor het bepalen van het aantal in de §§ 1 en 2 bedoelde klassen, wordt het aantal regelmatige leerlingen op 1 februari van het voorafgaand schooljaar als basis gehanteerd.

Indien op 1 oktober of op de eerstvolgende lesdag indien voormelde datum op een vrije dag valt, van een bepaald schooljaar voor een cursus godsdienst of niet-confessionele zedenleer onderwezen in een bepaald leerjaar en volgens een bepaald leerplan, leerlingen zijn ingeschreven waarvoor op 1 februari van het voorafgaande schooljaar of van de eerstvolgende lesdag indien laatstgenoemde datum op een vrije dag valt, geen leerlingen hebben gekozen, dan wordt voor deze cursus in het betrokken leerjaar en voor het betrokken leerplan het aantal klassen bepaald op basis van het aantal regelmatige leerlingen op eerstvernoemde datum.

De klassen godsdienst of niet-confessionele zedenleer die kunnen georganiseerd of gesubsidieerd worden in een bepaald leerjaar en volgens een bepaald leerplan op basis van de telling van 1 februari van het voorafgaande schooljaar of van de eerstvolgende lesdag indien deze datum op een vrije dag valt, maar waarvoor op 1 oktober van het lopende schooljaar of op de eerstvolgende lesdag indien deze datum op een vrije dag valt, geen leerlingen zijn ingeschreven, worden in min-dering gebracht van het aantal klassen berekend op basis van het aantal regelmatige leerlingen op eerstvernoemde datum.

Voor nieuw opgerichte of in opbouw zijnde scholen geldt evenwel als datum 1 oktober van het betrokken schooljaar, met dien verstande dat voor het daaropvolgend schooljaar de datum van 1 februari van het voorafgaande schooljaar van toepassing wordt.

Onder "in opbouw zijnde scholen" wordt verstaan scholen die tijdens opeenvolgende schooljaren hun onderwijsaanbod geleidelijk uitbreiden, leerjaar na leerjaar, te beginnen met het eerste leerjaar van de eerste graad.

Voor de scholen die op 1 februari van een bepaald schooljaar niet de rationalisatienorm bereiken, bedoeld in de codificatie betreffende het secundair onderwijs en bijgevolg verplicht zijn over te gaan tot opheffing, wordt de tellingsdatum vastgesteld op 1 oktober van dat schooljaar waarin deze opheffing een aanvang neemt.

§ 4. Het aantal klassen, berekend overeenkomstig de §§ 1 tot en met 3, wordt vermenigvuldigd met het corresponderend aantal wekelijkse lestijden voor bedoelde vakken. Het resultaat wordt uitgedrukt in een aantal uren-leraar.

ART. 7.

§ 1. Voor een school die op 1 september van een bepaald schooljaar ontstaat uit fusie, wordt voor de berekening van het aantal uren-leraar, zoals bedoeld in artikel 3, de onderscheiden aantallen aanwendbare uren-leraar en aantallen regelmatige leerlingen, de decretaal bepaalde teldatum of teldata van het voorafgaand schooljaar van de tot de fusie toegetreden scholen, samengevoegd, waarna de gestelde bewerkingen worden uitgevoerd.

§ 2. Voor een school die op 1 september van een bepaald schooljaar ontstaat door afsplitsing, alsmede voor de overblijvende school, wordt voor de berekening van het aantal uren-leraar zoals bedoeld in artikel 3, de onderscheiden aantallen aanwendbare uren-leraar en aantal regelmatige leerlingen, de decretaal bepaalde teldatum of teldata van het voorafgaand schooljaar van de structuuronderdelen die ingevolge de afsplitsing tot de onderscheiden nieuwe scholen behoren, in aanmerking genomen, waarna de gestelde bewerkingen worden uitgevoerd.

ART. 7bis.

Bovenop het volgens artikel 4 en 6 berekend pakket uren-leraar, wordt aan de Koninklijke Balletschool Antwerpen een forfaitair pakket van 100 uren-leraar toegekend, onder de volgende gezamenlijke voorwaarden :
1) het schoolbestuur of een derde partner verleent per schooljaar een cofinanciering van minimaal de totale loonkost corresponderend met het toegekende forfaitair pakket van 100 uren-leraar;
2) de betrokken uren-leraar mogen uitsluitend worden aangewend voor de organisatie van lessen of lesgebonden activiteiten in het ambt van leraar of als voordrachtgever, voorbehouden voor de leerlingen van de balletopleiding binnen het voltijds secundair onderwijs.

HOOFDSTUK III [SCHOLEN (verv. BVR 7 september 2012, art. 1)] VOOR ZEEVISSERIJONDERWIJS

ART. 8.

Vanaf 1 september 1990 wordt aan elke school voor zeevisserijonderwijs een aantal weke-lijkse uren-leraar toegekend.

ART. 9.

Het aantal wekelijkse uren-leraar is opgebouwd uit:
1° het aantal uren-leraar voor het onderwijzen van vakken zonder rekening te houden met de vakken godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie.
2° een aantal uren-leraar uitsluitend voorbehouden voor het onderwijzen van de vakken godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie.

ART. 10.

§ 1. Het aantal uren-leraar, bedoeld in artikel 9, punt 1, wordt vastgesteld als volgt:
1° voor het eerste leerjaar A, het tweede leerjaar A (vanaf 2020-2021), het tweede leerjaar van de eerste graad (tot en met 2019-2020) en de tweede graad van het technisch secundair onderwijs:
a) 130 uren-leraar voor zover elk leerjaar gemiddeld minstens 6 regelmatige leerlingen telt;
b) 100 uren-leraar voor zover elk leerjaar gemiddeld minstens 5 regelmatige leerlingen telt;
c) 70 uren-leraar voor zover elk leerjaar gemiddeld minstens 4 regelmatige leerlingen telt;
d) 30 uren-leraar voor zover elk leerjaar gemiddeld minder dan 4 regelmatige leerlingen telt;
2° voor het eerste leerjaar B, het tweede leerjaar B (vanaf 2020-2021), het beroepsvoorbereidend leerjaar (tot en met 2019-2020) en de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs: 25 uren-leraar per leerjaar;
3° voor het eerste leerjaar van de derde graad van het technisch secundair onderwijs tijdens het schooljaar 1995-1996: 54 uren-leraar;
4° voor de derde graad van het technisch secundair onderwijs vanaf het schooljaar 1996-1997:
a) 68 uren-leraar voor zover elk leerjaar gemiddeld minstens 4 regelmatige leerlingen telt;
b) 34 uren-leraar voor zover elk leerjaar gemiddeld minder dan 4 regelmatige leerlingen telt;
5° het aantal uren-leraar bedoeld in 1° en 3° wordt vermeerderd met 20 uren-leraar per leerjaar van de tweede of derde graad dat twee opties omvat.

§ 2. Het aantal uren-leraar, bedoeld in artikel 9, 2°, wordt op dezelfde wijze bekend als in artikel 6.

§ 3. In afwijking van § 1 wordt aan het Provinciaal Maritiem Instituut Knokke-Heist een pakket van 602 uren-leraar toegekend voor zover deze school een zesjarige onderwijsstructuur heeft.

Het vermelde pakket blijft toegekend als het Provinciaal Maritiem Instituut wordt overgedragen aan een andere schoolbestuur en, hetzij als autonome school hetzij als vestigingsplaats van een andere school, blijft bestaan met een zesjarige onderwijsstructuur en een maritiem opleidingsaanbod. De bevoegde inspectie van het departement onderwijs van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap evalueert jaarlijks de aanwending en opportuniteit van dit pakket uren-leraar met het oog op eventuele bijsturing.

HOOFDSTUK IV [SCHOLEN (verv. BVR 7 september 2012, art. 1)] GELEGEN IN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND

ART. 11.

[... (opgeh. B.V.R. 11 juni 2004, art. 8, I: 1 september 2003) ]

ART. 12.

[... (opgeh. B.V.R. 11 juni 2004, art. 8, I: 1 september 2003) ]

HOOFDSTUK V SLOTBEPALINGEN

ART. 13.

Het aantal uren-leraar dat het resultaat is van de berekeningen, uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van dit besluit, wordt aangewend :
1° naar rata van 98 % voor de uren-leraar godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie;
2° naar rata van 98,57 % voor de uren-leraar volgens de minimumpakkettenregeling;
3° naar rata van 96,57 % voor de uren-leraar volgens de coëfficiëntenregeling.

In afwijking hiervan worden de uren-leraar, gebaseerd op artikel 4bis, 1° en 3°, artikel 4ter en artikel 10, § 1 en § 3, aangewend naar rata van 100 %.

In afwijking hiervan worden de uren-leraar, berekend in toepassing van de bepalingen van dit besluit, voor de scholen in Voeren aangewend naar rata van 100%. 

Indien de berekening van dit percentage een resultaat oplevert waarvan het cijfer na de komma minder dan .50 bedraagt, dan wordt dit cijfer weggelaten; omgekeerd wordt een cijfer na de komma van .50 of meer opgetrokken naar de hogere eenheid.

ART. 13bis.

Voor de eventuele aanwending van uren-leraar in de vorm van aanwerving van voordrachtgevers, door middel van omzetting van die uren-leraar in een krediet, gelden de volgende bepalingen :
1° voordrachtgevers kunnen worden ingeschakeld in :
a) de opleiding verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs;
b) alle structuuronderdelen van de derde graad van het technisch en beroepssecundair onderwijs en de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs;
2° van de door de school toegepaste wekelijkse lessentabel van een structuuronderdeel als vermeld in 1°, wordt het aantal uren dat wordt voorbehouden voor voordrachtgevers, vermenigvuldigd met veertig, respectievelijk twintig voor een opleiding Se-n-Se of hoger beroepsonderwijs die slechts één semester wordt aangeboden, dat is het aantal weken openstelling per jaar, zodat een aantal jaaruren wordt verkregen. Dat aantal jaaruren wordt vermenigvuldigd met het aantal klassen dat in het structuuronderdeel in kwestie is gevormd. Het resultaat, opgegeven als het totale aantal jaaruren, wordt voor 1 oktober van het schooljaar in kwestie aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten meegedeeld. Dat resultaat kan in de loop van het schooljaar niet meer worden gewijzigd, behoudens vermindering bij overmacht;
3° het krediet voor voordrachtgevers wordt vastgesteld op 34,27 euro per omgezet uur-leraar. Dat krediet wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Dat krediet wordt vanaf 1 januari 1990 aan de spilindex 138,01 gekoppeld. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben evenwel pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar;
4° het product van het totale aantal jaaruren met het geïndexeerde krediet vormt het totale krediet dat voorbehouden is voor de aanwerving van voordrachtgevers. Het wordt toegekend door middel van een voorschot van 25 % van het krediet in de loop van de maand november van het schooljaar in kwestie en het resterende saldo van 75 % in de loop van de maand juni die daarop volgt.

ART. 13ter.

Voor de eventuele overdracht van uren-leraar naar een hogeschool waarmee wordt samengewerkt door een school die Se-n-Se of hoger beroepsonderwijs organiseert, door middel van omzetting van die uren-leraar in een krediet, gelden de volgende bepalingen :
1° van het wekelijkse pakket uren-leraar waarover de school beschikt, wordt het aantal uren dat als dusdanig wordt omgezet, vermenigvuldigd met veertig, respectievelijk twintig voor een opleiding Se-n-Se of hoger beroepsonderwijs die slechts één semester wordt aangeboden, dat is het aantal weken openstelling per jaar, zodat een aantal jaaruren wordt verkregen. Het resultaat, dat in de loop van het schooljaar niet meer kan worden gewijzigd, wordt voor 1 oktober van het schooljaar in kwestie aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten en aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen meegedeeld;
2° het krediet dat wordt toegepast bij de omzetting, wordt vastgesteld op 34,27 euro per omgezet uur-leraar. Dat krediet wordt gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Dat krediet wordt vanaf 1 januari 1990 aan de spilindex 138,01 gekoppeld. De indexaanpassingen die na 1 oktober van het schooljaar worden doorgevoerd, hebben evenwel pas uitwerking met ingang van het daaropvolgende schooljaar;
3° het product van het aantal jaaruren met het geïndexeerde krediet vormt het totale krediet dat wordt toegekend aan de hogeschool. Het wordt toegekend door middel van een voorschot van 25 % van het krediet in de loop van de maand november van het schooljaar in kwestie en het resterende saldo van 75 % in de loop van de maand juni die daarop volgt.

ART. 14.

[... (opgeh. B.V.R. 11 juni 2004, art. 8, I: 1 september 2001) ]

ART. 15.

[§ 1. (ing. B.V.R. 12 juni 1991, art. 6) ] [... (opgeh. B.V.R. 22 juli 1993, art. 13, I: 1 september 1993) ]

[§ 2. (ing. B.V.R 12 juni 1991, art. 6) ] [... (opgeh. B.V.R. 22 juli 1993, art. 13, I: 1 september 1991) ]

ART. 15bis.

(ing. B.V.R. 12 juni 1991, art. 7) ] [... (opgeh. B.V.R. 1 juli 1992, art. 8, I: 1 september 1992) ]

ART. 15ter.

...

ART. 15quater.

Overgedragen uren-leraar tussen scholen van eenzelfde scholengemeenschap of tussen scholen van hetzelfde net behorend tot een andere scholengemeenschap, bedoeld in artikel 20 van de codificatie betreffende het secundair onderwijs mogen, voorzover die uren-leraar zijn berekend op basis van artikel 6, in de andere school(en) enkel voor de vakken godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie worden gebruikt.

ART 15quinquies.

Een instelling die in uitvoering van artikel III.47, § 4, van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, ingevoegd bij het decreet van 15 maart 2019, beslist om de uren voor aanvangsbegeleiding in het kader van een samenwerkingsverband "aanvangsbegeleiding" samen te leggen met een of meer instellingen, draagt daarvoor deze uren over naar een instelling die, conform de afspraken, binnen het samenwerkingsverband is aangeduid.

De betrekking die wordt ingericht op basis van overgedragen uren komt niet in aanmerking voor vacantverklaring en de inrichtende macht kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking.

ART. 16.

[ ... (opgeh. B.V.R. 14 mei 1996, art. 6, I: 1 september 1996) ]

ART. 16bis.

(ing. B.V.R. 12 juni 1991, art. 11, I: 1 september 1991) ] [§ 1. De vaststelling van de criteria en de aan-wending van het pakket "uren-leraar" in het Gemeenschapsonderwijs geschiedt na een overleg in het bevoegd overlegcomité, opgericht krachtens de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van deze wet.

§ 2. De vaststelling van de criteria en de aanwending van het pakket "uren-leraar" in het gesubsidieerd onderwijs geschiedt na overleg in de participatieraad (verv. B.V.R. 8 juni 1994, art. 10, I: 1 september 1994) ]

ART. 17.

Dit besluit treedt in werking op 1 september 1990.

ART. 18.

De Vlaamse minister van Onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.

Bijlage 1

[A Regeling "minimum-paketten" voorbehouden voor scholendie onder toepassing vallen van artikel 48 of 49 van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basis
onderwijs, voor scholen gevestigd in de gemeenten waarvan de bevolkingsdichtheid gelegen is tussen 125 en 250 inwoners per km2 en voor scholen waarvan meer dan 75 % van de regelmatige leerlingen in een internaat verblijven

[A. Eerste graad

Het eerste leerjaar A en het tweede leerjaar van de eerste graad

Het eerste leerjaar B en het beroepsvoorbereidend leerjaar

[(geschr. B.V.R. 16 mei 1995, art. 11, I: 1 september 1995)]

Uitsluitend het eerste leerjaar B of uitsluitend het beroepsvoorbereidend leerjaar

Een pakker van 61 uren-leraar indien minimum 20 leerlingen

Een pakket van 63uren-leraar indien minimum 20 leerlingen

[(geschr. B.V.R. 16 mei 1995, art. 11, I: 1 september 1995)]

Een pakket van 31 uren-leraar indien minimum 10 leerlingen

B. Tweede graad

A.S.O.

B.S.O.

K.S.O.

T.S.O.

- een pakket van 86 uren-leraar indien minstens 24 leerlingen gespreid over juist twee disciplines en twee structuuronderdelen per discipline

- een pakket van 172 uren-leraar indien minstens 36 leerlingen gespreid over juist drie disciplines;

- een pakket van 156 uren-leraar indien minstens 36 leerlingen gespreid over juist drie disciplines;

- een pakket van 156 uren-leraar indien minstens 36 leerlingen gespreid over juist drie disciplines;

- een pakket van 60 uren-leraar indien minstens 16 leerlingen

- een pakket van 120 uren-leraar indien minstens 24 leerlingen gespreid over juist twee disciplines;

- een pakket van 112 uren-leraar indien minstens 24 leerlingen gespreid over juist twee disciplines

- een pakket van 112 uren-leraar indien minstens 24 leerlingen gespreid onver juist twee disciplines;

 

- een pakket van 68 uren-leraar indien minstens 16 leerlingen in juist één discipline

- een pakket van 68 uren-leraar indien minstens 16 leerlingen in juist één discipline.

- een pakket van 68 uren-leraar indien minstens 16 leerlingen in juist één discipline

C. Derde graad

A.S.O.

B.S.O.

K.S.O.

T.S.O.

- een pakket van 86 uren-leraar indien minstens 24 leerlingen gespreid over juist twee disciplines en twee structuuronderdelen per discipline;

- een pakket van 172 uren-leraar indien minstens 36 leerlingen gespreid over juist drie disciplines;

- een pakket van 156 uren-leraar indien minstens 36 leerlingen gespreid over juist drie disciplines;

- een pakket van 156 uren-leraar indien minstens 36 leerlingen gespreid over juist drie disciplines;

- een pakket van 60 uren-leraar indien minstens 16 leerlingen;

- een pakket van 120 uren-leraar indien minstens 24 leerlingen gespreid over juist twee disciplines;

- een pakket van 112 uren-leraar indien minstens 24 leerlingen gespreid over juist twee disciplines;

- een pakket van 112 uren-leraar indien minstens 24 leerlingen gespreid over juist twee disciplines;

 

- een pakket van 68 uren-leraar indien minstens 16 leerlingen in juist één discipline.

- een pakket van 68 uren-leraar indien minstens 16 leerlingen in juist één discipline.

- een pakket van 68 uren-leraar indien minstens 16 leerlingen in juist één discipline.

 

Het hierboven weergegeven aantal disciplines heeft betrekking op het tweede leerjaar van de betrokken graad en de betrokken onderwijsvorm, tenzij in de school uitsluitend het eerste leerjaar van de betrokken graad en de betrokken onderwijsvorm werd georganiseerd.

Bijlage 2

[A Regeling "minimum-pakketten" voorbehouden voor scholen die onder toepassing vallen van
artikel 50 of 52bis, § 1, van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs, voor scholen met het nederlands als onderwijstaal die gelegen zijn in het brussels hoofdstedelijk gewest en voor scholen gevestigd in de gemeenten waarvan de bevolkingsdichtheid lager is dan 125 inwoners per km2

[A. Eerste graad

Het eerste leerjaar A en het tweede leerjaar van de eerste graad

Het eerste leerjaar B en het beroepsvoorbereidend leerjaar

[(geschr. B.V.R. 16 mei 1995, art. 11, I: 1 september 1995)]

Uitsluitend het eerste leerjaar B of uitsluitend het beroepsvoorbereidend leerjaar

Een pakket van 61 uren-leraar indien minimum 16 leerlingen

Een pakket van 63 uren-leraar indien minimum 16 leerlingen

[(geschr. B.V.R. 16 mei 1995, art. 11, I: 1 september 1995)]

Een pakket van 31 uren-leraar indien minimum 8 leerlingen

B. Tweede graad

A.S.O.

B.S.O.

K.S.O.

T.S.O.

- een pakket van 86 uren-leraar indien minstens 18 leerlingen gespreid over juist twee disciplines en twee structuuronderdelen per discipline;

- een pakket van 172 uren-leraar indien minstens 2 leerlingen gespreid over juist drie disciplines;

- een pakket van 156 uren-leraar indien minstens 27 leerlingen over juist drie disciplines;

- een pakket van 156 uren-leraar indien minstens 27 leerlingen gespreid over juist drie disciplines;

- een pakket van 60 uren-leraar indien minstens 12 leerlingen

- een pakket van 120 uren-leraar indien minstens 18 leerlingen gespreid over juist twee disciplines;

- een pakket van 112 uren-leraar indien minstens 18 leerlingen gespreid over juist twee disciplines;

- een pakket van 112 uren-leraar indien minstens 18 leerlingen gespreid over juist twee disciplines;

 

- een pakket van 68 uren-leraar indien minstens 12 leerlingen in juist één discipline

- een pakket van 68 uren-leraar indien minstens 12 leerlingen in juist één discipline.

- een pakket van 68 uren-leraar indien minstens 12 leerlingen in juist één discipline.

C. Derde graad

A.S.O.

B.S.O.

K.S.O.

T.S.O.

- een pakket van 86 uren-leraar indien minstens 18 leerlingen gespreid over juist twee disciplines en twee structuuronderdelen per discipline;

- een pakket van 172 uren-leraar indien minstens 27 leerlingen gespreid over juist drie disciplines;

- een pakket van 156 uren-leraar indien minstens 27 leerlingen gespreid over juist drie disciplines;

- een pakket van 156 uren-leraar indien minstens 27 leerlingen gespreid over juist drie disciplines;

- een pakket van 60 uren-leraar indien minstens 12 leerlingen

- een pakket van 120 uren-leraar indien minstens 18 leerlingen gespreid over juist twee disciplines;

- een pakket van 112 uren-leraar indien minstens 18 leerlingen gespreid over juist twee disciplines;

- een pakket van 112 uren-leraar indien minstens 18 leerlingen gespreid over juist twee disciplines;

 

- een pakeet van 68 uren-leraar indien minstens 12 leerlingen in juist één discipline.

- een pakket van 68 uren-leraar indien minstens 12 leerlingen in juist één discipline.

- een pakket van 68 uren-leraar indien minstens 12 leerlingen in juist één discipline.

 

Het hierboven weergegeven aantal disciplines heeft betrekking op het tweede leerjaar van de betrokken graad en de betrokken onderwijsvorm, tenzij in de school uitsluitend het eerste leerjaar van de betrokken graad en de betrokken onderwijsvorm werd georganiseerd.

Bijlage 3

[A Regeling "minimum-paketten" voorbehouden voor scholen die onder toepassing vallen van artikel 51, 52, 52bis, § 2, 52bis, § 3, of 54bis van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs

[A. Eerste graad

Het eerste leerjaar A en het tweede leerjaar van de eerste graad

Het eerste leerjaar B en het beroepsvoorbereidend leerjaar

[(geschr. B.V.R. 16 mei 1995, art. 11, I: 1 september 1995)]

Uitsluitend het eerste leerjaar B of uitsluitend het beroepsvoorbereidend leerjaar

Een pakket van 61 uren-leraar indien minimum 10 leerlingen

Een pakket van 63 uren-leraar indien minimum 10 leerlingen

[(geschr. B.V.R. 16 mei 1995, art. 11, I: 1 september 1995)]

Een pakket van 31 uren-leraar indien minimum 5 leerlingen

B. Tweede graad

A.S.O.

B.S.O.

K.S.O.

T.S.O.

- een pakket van 86 uren-leraar indien minstens 15 leerlingen gespreid over juist twee disciplines en twee structuuronderdelen per discipline;

- een pakket van 172 uren-leraar indien minstens 22 leerlingen gespreid over juist drie disciplines;

- een pakket van 156 uren-leraar indien minstens 22 leerlingen over juist drie disciplines;

- een pakket van 156 uren-leraar indien minstens 22 leerlingen gespreid over juist drie disciplines;

- een pakket van 60 uren-leraar indien minstens 10 leerlingen

- een pakket van 120 uren-leraar indien minstens 15 leerlingen gespreid over juist twee disciplines;

- een pakket van 112 uren-leraar indien minstens 15 leerlingen gespreid over juist twee disciplines;

- een pakket van 112 uren-leraar indien minstens 15 leerlingen gespreid over juist twee disciplines;

 

- een pakket van 68 uren-leraar indien minstens 10 leerlingen in juist één discipline

- een pakket van 68 uren-leraar indien minstens 10 leerlingen in juist één discipline.

- een pakket van 68 uren-leraar indien minstens 10 leerlingen in juist één discipline.

C. Derde graad

A.S.O.

B.S.O.

K.S.O.

T.S.O.

- een pakket van 86 uren-leraar indien minstens 15 leerlingen gespreid over juist twee disciplines en twee structuuronderdelen per discipline;

- een pakket van 172 uren-leraar indien minstens 22 leerlingen gespreid over juist drie disciplines;

- een pakket van 156 uren-leraar indien minstens 22 leerlingen gespreid over juist drie disciplines;

- een pakket van 156 uren-leraar indien minstens 22 leerlingen gespreid over juist drie disciplines;

- een pakket van 60 uren-leraar indien minstens 10 leerlingen

- een pakket van 120 uren-leraar indien minstens 15 leerlingen gespreid over juist twee disciplines;

- een pakket van 112 uren-leraar indien minstens 15 leerlingen gespreid over juist twee disciplines;

- een pakket van 112 uren-leraar indien minstens 15 leerlingen gespreid over juist twee disciplines;

 

- een pakeet van 68 uren-leraar indien minstens 10 leerlingen in juist één discipline.

- een pakket van 68 uren-leraar indien minstens 10 leerlingen in juist één discipline.

- een pakket van 68 uren-leraar indien minstens 10 leerlingen in juist één discipline.

 

Het hierboven weergegeven aantal disciplines heeft betrekking op het tweede leerjaar van de betrokken graad en de betrokken onderwijsvorm, tenzij in de school uitsluitend het eerste leerjaar van de betrokken graad en de betrokken onderwijsvorm werd georganiseerd.

Bijlage 4

BIJLAGE

Bijlage 4. Lijst van structuuronderdelen die worden ondergebracht in de verschillende disciplines, als vermeld in artikel 4.

A) voor het technisch secundair onderwijs :
1° Groep 1° :
a) discipline administratie en distributie :
1) administratie vrije beroepen
2) boekhouden-informatica
3) commercieel webverkeer
4) handel
5) handel-talen
6) immobiliënbeheer
7) informaticabeheer
8) internationaal transport en goederenverzending
9) kmo-administratie
10) kmo-ondernemerschap
11) medico-sociale administratie
12) netwerkbeheer
13) onthaal en public relations
14) public relations
15) secretariaat-talen
16) toerisme
17) toerisme en organisatie
18) toerisme en recreatie
19) verkoop en distributie
20) bedrijfsorganisatie duaal

b) discipline sport :
1) lichamelijke opvoeding en sport
2) sportclub- en fitnessbegeleider
3) topsport
4) fitnessbegeleider duaal

2° Groep 2° :
a) discipline chemie :
1) apotheekassistent
2) biochemie
3) chemie
4) chemische procestechnieken
5) drogisterij-cosmetica
6) farmaceutisch-technisch assistent
7) techniek-wetenschappen
8) water- en luchtbeheersingstechnieken
9) chemische procestechnieken duaal

b) discipline industriële technieken :
1) industriële wetenschappen
2) industriële ict

c) discipline land- en tuinbouw :
1) agro- en groenbeheer
2) agro- en groenmechanisatie
3) biotechnische wetenschappen
4) dier- en landbouwtechnische wetenschappen
5) natuur- en groentechnische wetenschappen
6) plant-, dier- en milieutechnieken
7) planttechnische wetenschappen

d) discipline paramedische opleidingen :
1) gezondheids- en welzijnswetenschappen

e) discipline personenzorg :
1) animatie in de ouderenzorg
2) internaatswerking
3) jeugd- en gehandicaptenzorg
4) leefgroepenwerking
5) sociale en technische wetenschappen
6) tandartsassistentie

f) discipline Voeding :
1) voedselbehandeling

3° Groep 3° :
a) discipline hotel :
1) assistent voedingsindustrie
2) bakkerijtechnieken
3) brood en banket
4) butler-intendant
5) hospitality
6) hotel
7) hotelbeheer
8) slagerij en vleeswaren
9) vleeswarentechnieken
10) voedingstechnieken
11) bakkerijtechnieken duaal

b) discipline kleding en confectie :
1) creatie en patroonontwerpen
2) creatie en mode
3) ontwikkelaar patronen kleding- en confectieartikelen duaal

4° Groep 4° :
a) discipline elektriciteit :
1) audio-, video- en teletechnieken
2) elektriciteit-elektronica
3) elektromechanica
4) elektrotechnieken
5) elektronische installatietechnieken
6) elektrische installatietechnieken
7) industriële computertechnieken
8) industriële elektronicatechnieken
9) podiumtechnieken
10) regeltechnieken
11) stuur- en beveiligingstechnieken
12) elektromechanische technieken duaal
13) elektrotechnieken duaal
14) podiumtechnieken duaal
15) beveiligingstechnicus duaal

5° Groep 5° :
a) discipline decoratieve technieken :
1) fotografie

b) discipline grafische technieken :
1) gestandaardiseerde en geprogrammeerde druktechnieken
2) grafische communicatie
3) grafische media
4) interactieve multimediatechnieken
5) multimedia
6) printmedia
7) rotatiedruktechnieken
8) tekst- en beeldintegratietechnieken

6° Groep 6° :
a) discipline maatschappelijke veiligheid :
1) integrale veiligheid

b) discipline optiek :
1) contactologie-optometrie
2) optiektechnieken

c) discipline orthopedische technieken :
1) orthopedische instrumenten
2) orthopedietechnieken

d) discipline tandtechnieken :
1) dentaaltechnieken en supra-structuren
2) tandtechnieken

e) discipline verzorgingstechnieken :
1) bio-esthetiek
2) esthetische lichaamsverzorging
3) grime
4) schoonheidsverzorging

7° Groep 7° :
a) discipline hout en bouw :
1) bouw constructie- en planningstechnieken
2) bouw- en houtkunde
3) bouwtechnieken
4) hout-constructie- en planningstechnieken
5) houttechnieken
6) industriële bouwtechnieken
7) weg- en waterbouwtechnieken

b) discipline metaal :
1) automotive
2) autotechnieken
3) computergestuurde mechanische productietechnieken
4) haventechnieken
5) industriële koeltechnieken
6) industriële onderhoudstechnieken
7) industriële warmtetechnieken
8) koel- en warmtechnieken
9) kunststoftechnieken
10) kunststofvormgevingstechnieken
11) mechanica-constructie- en planningstechnieken
12) mechanische technieken
13) mechanische vormgevingstechnieken
14) productie- en procestechnologie
15) toegepaste autotechnieken
16) vliegtuigtechnicus
17) vliegtuigtechnieken
18) autotechnieken duaal
19) polyvalent mecanicien zware bedrijfsvoertuigen duaal
20) technicus hernieuwbare energie duaal
21) mechanische vormgevingstechnieken duaal

c) discipline Rijn- en binnenvaart :
1) maritieme technieken dek
2) maritieme technieken motoren

d) discipline textiel :
1) textiel- en chemische technieken
2) textiel- en designtechnieken
3) textieltechnieken
4) textielproductietechnieken
5) textielveredeling en breikunde
6) textielvormgevingstechnieken

8° Groep 8° :
a) discipline glastechnieken :
1) glastechnieken

B) voor het beroepssecundair onderwijs + hbo-verpleegkunde :
1° Groep 1° :
a) discipline administratie en distributie :
1) gespecialiseerd recreatiemedewerker
2) kantoor
3) kantooradministratie en gegevensbeheer
4) logistiek
5) onthaal en recreatie
6) verkoop
7) verkoop en vertegenwoordiging
8) winkelbeheer en etalage
9) naamloos leerjaar
10) logistiek duaal

b) discipline sport :
1) topsport-sportinitiatie
2) topsport-sportbegeleider

2° Groep 2° :
a) discipline land- en tuinbouw :
1) agromanagement
2) bloemsierkunst
3) bosbouw en bosbeheer
4) dierenzorg
5) gespecialiseerde dierenverzorging
6) groendecoratie
7) landbouw
8) land- en tuinbouwmechanisatie
9) manegehouder-rijmeester
10) paardrijden en -verzorgen
11) plant, dier en milieu
12) tuinaanleg en -onderhoud
13) tuinbouw en groenvoorziening
14) tuinbouwproductie
15) veehouderij en landbouwteelten
16) dier en milieu duaal
17) plant en milieu duaal
18) groenaanleg en -beheer duaal
19) groendecoratie duaal
20) tuinaanlegger-groenbeheerder duaal

b) discipline maatschappelijke veiligheid :
1) veiligheidsberoepen

c) discipline personenzorg :
1) kinderzorg
2) organisatie-assistentie
3) organisatiehulp
4) thuis- en bejaardenzorg/zorgkundige
5) verzorging
6) verzorging-voeding
7) kinderbegeleider duaal
8) zorgkundige duaal

3° Groep 3° :
a) discipline decoratieve technieken :
1) decoratie en restauratie schilderwerk
2) decor- en standenbouw
3) etalage en standendecoratie
4) plastische kunsten
5) publiciteit en etalage
6) schilderwerk en decoratie
7) decor- en standenbouwer duaal
8) decoratie en schilderwerken duaal
9) restauratievakman schilder-decorateur duaal

b) discipline elektriciteit :
1) elektrische installaties
2) industriële elektriciteit
3) elektrische installaties duaal
4) elektrotechnicus duaal
5) installateur gebouwenautomatisering duaal

c) discipline hotel :
1) banketaannemer-traiteur
2) banketbakkerij-chocoladebewerking
3) brood- en banketbakkerij
4) brood- en banketbakkerij en confiserie
5) dieetbakkerij
6) gemeenschapsrestauratie
7) grootkeuken
8) restaurant en keuken
9) hotelonthaal
10) restaurantbedrijf en drankenkennis
11) slagerij en verkoopsklare gerechten
12) slagerij en vleeswarenbereiding
13) slagerij-fijnkosttraiteur
14) specialiteitenrestaurant
15) wereldgastronomie
16) bakkerij duaal
17) slagerij duaal
18) brood- en banketbakkerij duaal
19) grootkeuken en catering duaal
20) chocolatier duaal
21) gespecialiseerd verkoper slagerij duaal
22) grootkeukenkok duaal
23) hotelreceptionist duaal
24) kok duaal

4° Groep 4° :
a) discipline kleding en confectie :
1) mode - verkoop
2) moderealisatie en -presentatie
3) moderealisatie en -verkoop
4) modespecialisatie en trendstudie
5) mode- en maatkleding heren
6) modevormgeving
7) moderealisatie duaal
8) textielverzorging duaal
9) ontwikkelaar prototypes mode duaal

b) discipline verzorgingstechnieken :
1) haarstilist
2) haarzorg
3) haarverzorging duaal
4) kapper-stylist duaal

5° Groep 5° :
a) discipline grafische technieken :
1) bedrijfsgrafiek
2) drukken en afwerken
3) drukken en voorbereiden
4) drukvoorbereiding
5) grafische opmaaksystemen
6) meerkleurendruk-drukwerkveredeling
7) publiciteit en illustratie
8) publiciteitsgrafiek
9) zeefdruk
10) offsetrotatie- en flexodrukker duaal
11) operator digitaal drukken in de printmedia/papier- en kartonverwerking duaal

6° Groep 6° :
a) discipline glasverwerking :
1) glasinstrumentenbouw
2) labo-glasinstrumentenbouw

b) discipline goud-juwelen :
1) diamantbewerking
2) geautomatiseerde diamantbewerking en kwaliteitsanalyse
3) goud en juwelen
4) juwelencreatie
5) uurwerkherstelling
6) uurwerkmaken

c) discipline hout en bouw :
1) bedrijfsvloeren en waterdichte bekuipingen
2) bijzondere schrijnwerkconstructies
3) bio-ecologische bouwafwerking
4) bouw
5) bouw historische muziekinstrumenten
6) bouwplaatsmachinist
7) dakwerken
8) duurzaam wonen
9) hout
10) houtbewerking
11) houtbewerking-snijwerk
12) industriële houtbewerking
13) interieurinrichting
14) mechanische en hydraulische kranen
15) meubelgarneren
16) modelmakerij
17) muziekinstrumentenbouw
18) restauratie van meubelen
19) restauratie van schrijnwerk
20) restauratie muziekinstrumenten
21) restauratie bouw
22) renovatie bouw
23) ruwbouw
24) ruwbouwafwerking
25) stijl- en designmeubelen
26) wegenbouwmachines
27) daktimmerman duaal
28) schrijnwerker houtbouw duaal
29) interieurbouwer duaal
30) meubelstoffeerder duaal
31) operator CNC-gestuurde houtbewerkingsmachines duaal
32) afwerking bouw duaal
33) bouwplaatsmachinist duaal
34) ruwbouw duaal
35) asfalt- en betonwegenbouwer duaal
36) dakwerker duaal
37) ijzervlechter en bekister-betonneerder duaal
38) monteur steigerbouw duaal
39) stukadoor duaal
40) vloerder - tegelzetter duaal

d) discipline marmerbewerking :
1) steen- en marmerbewerking
2) natuursteenbewerker duaal

e) discipline metaal :
1) auto-elektriciteit
2) auto
3) basismechanica
4) bedrijfsvoertuigen
5) carrosserie en spuitwerk
6) carrosserie
7) centrale verwarming en sanitaire installaties
8) composietverwerking
9) computergestuurde werktuigmachines
10) diesel- en lpg-motoren
11) fotolassen
12) industrieel onderhoud
13) koelinstallaties
14) koeltechnische installaties
15) kunststofverwerking
16) lassen-constructie
17) matrijzenbouw
18) mecanicien voor onderhoud en herstel van motorfietsen
19) mechanisch onderhoud
20) metaal- en kunststofschrijnwerk
21) non-ferro-metalen dakbedekkingen
22) pijpfitten-lassen-monteren
23) productie-operator
24) tweewielers en lichte verbrandingsmotoren
25) verwarmingsinstallaties
26) werktuigmachines
27) koetswerk duaal
28) onderhoudsmechanica auto duaal
29) onderhoudsmecanicien zware bedrijfsvoertuigen duaal
30) polyvalent mecanicien personenwagens en lichte bedrijfsvoertuigen duaal
31) spuiter carrosserie duaal
32) lassen-constructie duaal
33) lasser-monteerder duaal
34) mechanische vormgeving duaal
35) onderhoudsmechanica duaal

f) discipline Rijn- en binnenvaart :
1) beperkte kustvaart
2) maritieme vorming
3) Rijn- en binnenvaart
4) scheeps- en havenwerk
5) schipper-motorist
6) binnenvaart en beperkte kustvaart duaal
7) stuurman binnenscheepvaart duaal

g) discipline textiel :
1) instellen van textielmachines
2) textiel
3) textiel duaal
4) productieoperator textielproductielijn duaal

7° Groep 7° :
a) discipline vrachtwagenchauffeur :
1) vrachtwagenchauffeur
2) bijzonder transport

8° Groep 8° :
a) discipline verpleegkunde :
1) verpleegkunde

C) voor het kunstsecundair onderwijs :
1° Groep 1° :
a) discipline beeldende kunst :
1) architecturale en binnenhuiskunst
2) beeldende en architecturale kunsten
3) architecturale vormgeving
4) architecturale vorming
5) artistieke opleiding
6) audio-visuele vormgeving
7) audio-visuele vorming
8) beeldende en architecturale vorming
9) beeldende vorming
10) bijzondere beeldende vorming
11) grafische vormgeving
12) industriële kunst
13) industriële vormgeving
14) ruimtelijke vormgeving
15) toegepaste beeldende kunst
16) vrije beeldende kunst

2° Groep 2° :
a) discipline woord :
1) bijzondere vorming woordkunst-drama
2) woordkunst-drama

3° Groep 3° :
a) discipline dans :
1) ballet
2) bijzondere vorming dans
3) dans
4) modern ballet

4° Groep 4° :
a) discipline muziek :
1) bijzondere muzikale vorming
2) muziek

D) voor het algemeen secundair onderwijs :
a) discipline klassieke :
alle structuuronderdelen waarvan de benaming ten minste een van de volgende componenten bevat : "Grieks", "Latijn"

b) discipline moderne :
alle structuuronderdelen die niet onder de discipline klassieke kunnen worden gerangschikt.