Besluit van de Vlaamse regering betreffende het verlof wegens moederschapsbescherming voor de personeelsleden van het onderwijs

  • goedkeuringsdatum
    21 FEBRUARI 2003
  • publicatiedatum
    B.S.28/03/2003
  • zie ook
  • datum laatste wijziging
    01/01/2018

COORDINATIE

(1) B.Vl.R. van 23/09/2005 (B.S. 25/11/2005)

(2) B.Vl.R. van 28/10/2016 (B.S. 29/12/2016)

(3) B.Vl.R. van 17/11/2017 (B.S. 20/12/2017)

De Vlaamse regering,

Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, inzonderheid op artikel 77, eerste lid;

Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, inzonderheid op artikel 51, eerste lid;

Gelet op het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten, inzonderheid op de artikelen 68, eerste lid en 93;

Gelet op het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken, inzonderheid op artikel 21;

Gelet op de Conventie 8285 van 19 december 1991 betreffende de tewerkstelling van gesubsidieerde contractuelen in het onderwijs;

Gelet op het decreet betreffende het onderwijs - XIV, inzonderheid op artikel X.58;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor Begroting, gegeven op 4 juli 2002;

Gelet op protocol nr. 469 van 19 juli 2002 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X en van de onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap" van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;

Gelet op het protocol nr. 237 van 19 juli 2002 houdende de conclusies van de onderhandelingen die werden gevoerd in het overkoepelend onderhandelingscomité bedoeld in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;

Gelet op de beraadslaging van de Vlaamse regering op 19 juli 2002, betreffende de aanvraag om advies bij de Raad van State binnen een maand;

Gelet op het advies 33.960/1 van de Raad van State, gegeven op 29 oktober 2002, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1o, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

§ 1. [3B.Vl.R. van 17/11/2017
B.S. 20/12/2017
Dit besluit is van toepassing op de vast benoemde, tot de proeftijd toegelaten of tijdelijk aangestelde:

1° personeelsleden, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991;

2° personeelsleden, vermeld in artikel 4, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991;

3° leden van de inspectie, vermeld in artikel 61 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;

4° personeelsleden, vermeld in artikel 10 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken;

5° personeelsleden vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie.”

3B.Vl.R. van 17/11/2017
B.S. 20/12/2017
]

§ 2. Dit besluit is van toepassing op de personen tewerkgesteld in de hoedanigheid van gesubsidieerde contractuelen in het gemeenschaps- en gesubsidieerd onderwijs en in de gemeenschaps- en gesubsidieerde psycho-medische-sociale centra en de centra voor leerlingenbegeleiding.

§ 3. Dit besluit is van toepassing op de contractuelen ten laste van het departement Onderwijs (CODO's).

Art. 2.

[1B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 25/11/2005
Het vrouwelijk personeelslid dat, bij toepassing van de artikelen 42 en 43 van de arbeidswet van 16 maart 1971 vrijgesteld is van arbeid, is ambtshalve met verlof voor de nodige periode. Het verlof eindigt van zodra het personeelslid recht heeft op prenataal verlof.1B.Vl.R. van 23/09/2005
B.S. 25/11/2005
]

Als de gerechtigde borstvoeding geeft zoals bedoeld in artikel 7, 2°, van het koninklijk besluit van 2 mei 1995 inzake moederschapsbescherming, mag het verlof een periode van vijf maanden vanaf de dag van de bevalling niet overschrijden.

Dit verlof wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.

Tijdens dit verlof heeft het vrouwelijk personeelslid dat vast benoemd of tot de proeftijd toegelaten is recht op wedde of weddentoelage en op verhoging tot een hogere wedde of weddentoelage.

Art. 3.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 1999, met uitzondering van artikel 1, § 3, dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2002.

Art. 4.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.